Column Willi Waffel in De Morgen van zat 24 sep 2016

Willi Waffel

Tijdens Euro 2016 was er veel tijd voor introspectie. Er waren de trainingen waar je niks van mocht zien en die ook niks voorstelden, er waren de persconferenties waarin niks werd gezegd en er werd twee keer per week gevoetbald. Er moest wel veel worden gereisd, maar dan nog. Elke dag een verhaaltje, elke dag die onzin aanhoren, om de zoveel tijd honderden kilometers aan het stuur, dan heeft een mens tijd om na te denken.

Zo stelde ik mij meermaals de existentiële vraag of ik niet te negatief schreef. Bijvoorbeeld over de toiletten met houtzaagsel op onze perscampus. Of over de bondscoach. Telkens weer kwam ik na bezinning tot de volgende conclusies:

a. de toiletten stinken en zijn derhalve vies;

b. bondscoach Marc Wilmots kan er niks van.

Dat laatste was al in 2014 op de worldcup gebleken toen hij met amper één goede wedstrijd werd uitgeschakeld. In al je naïviteit denk je – hoop je – dan: ook trainers kunnen bijleren, of ze kunnen zich laten bijstaan als ze het zelf niet meer zo goed weten. Niet Wilmots. De fouten van de worldcup werden de fouten van Euro 2016. De val was niet te vermijden.

Insiders, onder wie spelers, (oud-)stafleden en (oud-) collega’s die veel meer van dat rare voetbalspel kennen dan ik, hadden mij in de aanloop naar dat Europees kampioenschap haarfijn op Willi’s manco’s gewezen.

In de rampzalige wedstrijd tegen Italië, waarin geen tempo en geen bezieling zat en waarin de verdedigers niet wisten wat de middenvelders zouden doen en omgekeerd en ook de middenvelders niet wisten wat de aanvallers zouden doen en omgekeerd, en de doelman zich blauw ergerde en dat ook na afloop liet blijken, werden alle manco’s live afgespeeld. Play, rewind, play, rewind, play: het deed pijn aan de ogen.

Ondanks de blessurelast in de defensie als ontsnappingsroute zag je na die wedstrijd ook de Wilmots-fans onder de pers opschuiven in de richting van – zo zei hij het van de week op de tv – “de drie of vier Vlaamse bashers onder de journalisten die hij een waffel had willen verkopen”.

Van één zinnetje had ik kort na het EK wel een beetje spijt: een aap in de dug-out had het even goed gedaan, dat was er misschien wat over. De kans was niet onbestaande dat het gezin Wilmots-Lambeets, hoewel geen DM-lezers, dat ooit onder ogen zou krijgen – bij de kapper bijvoorbeeld, want het zinnetje haalde Dag Allemaal. Bovendien was ik niet vergeten hoe ik tien jaar geleden heel keurig was ontvangen op zijn gerestaureerde hoeve in zijn bureau, waar hij voor koffie en versnaperingen had gezorgd. En dat het een leuk gesprek was geworden.

Die wroeging is van de week op slag verdwenen. Door de schuld van Wilmots heb ik naar Luk Alloo moeten kijken, maar gelukkig zitten aan alle slechte dingen altijd goede kantjes. Zo begreep ik uit zijn apologie dat hij eind augustus al een interview had gegeven aan Le Soir. Dat had ik gemist en heb ik dinsdagnacht nog opgehaald. Collega Stéphane Vande Velde stelde daar keurig de vragen die moesten worden gesteld en Wilmots antwoordde even keurig. Weliswaar meestal naast de kwestie en steeds teruggrijpend naar zijn mantra’s: ik heb veel gewonnen (maar nooit als het er echt toe deed), ik heb geen fouten gemaakt en ik heb veel pech gehad.

De aankondiging van deze Alloo luidde: “Had Wilmots dit interview gegeven na het EK, hij was nooit ontslagen.” Dat was een beetje veel eigen lof stinkt, maar dat heb je met televisie altijd. Tv-makers moeten tv maken en vooral niet boven hun journalistiek gewicht boksen. Let op, de road trip van Alloo en Wilmots was best wel goed entertainment waarbij niet te veel moest worden nagedacht, maar ook niet meer dan dat.

Nooit ontslagen? Wilmots was altijd ontslagen, niet door de schuld van de pers maar omdat de meeste spelers hem niet meer wilden. De bottomline blijft: Wilmots is een miscast als trainer. Eerst bij STVV, dan bij Schalke en uiteindelijk ook bij de Rode Duivels viel hij door de mand. Hij gaat het nu in het buitenland proberen. Doe maar Willi. Probeer Saudi-Arabië, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten. Het imperium Willi Waffel en Meesteres zal er ongetwijfeld wel bij varen en ons voetbal ook.

Column POEF in De Morgen van 10 sep 2016

Poef

Ik had deze week een beetje te doen met de naar de Paralympische Spelen uitgezonden Sporza-collega Stefaan Lammens, gespecialiseerd in paardensport en formule 1. Het praat niet makkelijk met een paard of met een zescilinder, maar een gesprek voeren met een verstandelijk gehandicapte autistische jongen is ook apart, niet in het minst als die zopas de emotie van zijn leven heeft beleefd.

Tafeltennisser Florian Van Acker won goud na een fantastische comeback en riep daarbij meermaals ‘poef’. Nu roept heel Vlaanderen poef en schrijft heel Vlaanderen over Florian-het-Roemeense-weeskind. Lammens had al snel door dat het geen zin had om te beginnen over tactiek. Hij deed dus maar mee met het ge-poef en kreeg daarvoor her en der wat goedkope kritiek, al was de persiflage in De ideale wereld van dinsdag er wel eentje om in te kaderen.

Acteur en ervaringsdeskundige Mathias Sercu had die ochtend op Radio 1 een meer ter zake doende bijgedachte: Florian vindt zichzelf nu een held en een legende met dank aan de media, maar wat als straks de aandacht van heel Vlaanderen is gaan liggen? Inderdaad, wat als straks de paralympiër van het jaar moet worden verkozen? Dat wordt wellicht zijn veel jongere collega-tafeltennisser en gouden medaille Laurens Devos: 16 jaar nog maar, welbespraakt, ook grappig en een betere speler. Leg dat in december nog maar eens uit aan Florian.

Overigens zou rolstoelatleet Peter Genyn, die andere gouden medaille, paralympiër van het jaar moeten worden omdat hij het koninginnennummer van de Paralympische Spelen won. Dat zal niet gebeuren omdat journalisten liever meegaan in de hype en zullen kiezen voor het meest aandoenlijke verhaal. Vorig jaar was dat Marieke, dit jaar Laurens of Florian; de beste verhalen hebben geen achternaam.

Storytelling. Yes! Maar benchmarking? Euh, wat is dat? Juistheid? Van geen belang. Zo werd van de week gedagdroomd over een eventuele deelname van de licht verlamde Laurens Devos aan de Olympische Spelen. Zou een primeur zijn voor België, zo stond
er. Toch maar eerst weer even een voorspelling: hoe hoger die jongen speelt, hoe meedogenlozer de tegenstand zijn handicap zal uitbuiten en hoe harder hijzelf zal trainen, hoe zwaarder het spieronevenwicht en de daarmee gepaard gaande blessuregevoeligheid. Die valide Olympische Spelen halen wordt lastig, indien niet onbegonnen.

Bovendien, is een beetje historisch besef en wat bijpassend opzoekwerk te veel gevraagd? Sonja Vettenburg heeft twee keer een medaille behaald in het schieten op de Paralympische Spelen van 1984 (zilver) en 1988 (goud), waarna ze in 1992 in Barcelona aan de Olympische Spelen deelnam. Niks primeur dus.

Het is ook een raadsel waarom steeds weer wordt vergeleken met andere categorieën sporters en bij voorkeur met de valide man. Zo was er van de week heel wat te doen over de 1.500 meterfinale van de slechtzienden, waarin de eerste vier sneller liepen dan de goudenmedaillewinnaar van de ‘echte’ Olympische Spelen. Leuk weetje, maar compleet naast de kwestie. Ten eerste is slechtziend nog niet blind. Ten tweede was die 3:48 van de slechtziende Algerijn Baka een nieuw wereldrecord, maar wel 22 seconden trager dan dat van de valide atleten en maar een dikke seconde sneller dan het wereldrecord bij de vrouwen.

Ten slotte komt het in tactische races niet op de eindtijd aan, maar op de laatste ronde: 50.6 seconden liep olympisch kampioen Matthew Centrowitz. Veel kans dat die jongens van de Paralympics in die finale op vijf seconden waren geëindigd. De essentie blijft natuurlijk dat geen enkele paralympiër die Olympische Spelen had gehaald, want de limiet om deel te nemen was 3:36, twaalf seconden sneller dan het nieuwe paralympische wereldrecord.

Vanwaar toch steeds weer die onwetenschappelijke nonsens dat atleten met een beperking stilaan hun achterstand op de valide man inhalen? Voor eens en voor altijd: de maat der dingen in de sport is de valide man. In een bui van generositeit heeft die aparte categorieën voor de fysiek minderbedeelden in het leven roepen: in het begin van de 20ste eeuw voor een hele grote groep hormonaal anders uitgeruste medemensen (de vrouwen) en na de Tweede Wereldoorlog voor alle andere groepen mensen met een beperking. De waardering voor die specifieke categorieën sporters zal erop vooruitgaan als men stopt met die onzinnige vergelijkingen.

Column Pep en José in De Morgen van 10 sep 2016

Pep en José

Het is dat het mooi fietsweer is en dat de digicorder bestaat, anders zat ik vanmiddag om halftwee voor de tv. En ik vraag mij af waarom. De Premier League is de meest overroepen voetbalcompetitie die de beste spelers haalt en het meeste geld betaalt, maar toon mij één speler die in Engeland beter is geworden. Toch zal de hele wereld vandaag kijken naar de clash tussen Pep van de bal en José van de bus.

Het zal spektakel worden, zegt Marouane Fellaini in The Sun. Meer zelfs, het zal oorlog worden. Ben benieuwd, de digicorder ook. Voor hetzelfde geld parkeert Mourinho vandaag zijn befaamde bus en spijkert hij zijn doelgebied dicht. Zijn Man United, de thuisploeg, zal dan aan de overkant nauwelijks aan een halve kans geraken, en het publiek zal dat niet leuk vinden, maar dat zal hem een zorg zijn. Voor die halve kans hebben ze Zlatan Ibrahimovic gekocht en dat is net als José ook een Pep-hater.

Zestien keer hebben Pep en José tegen elkaar gespeeld: zeven keer won Guardiola, drie keer Mourinho en zes keer was het gelijk.
Er vielen tien rode kaarten in hun duels, negen voor de troepen van Mourinho, wat hem er toe aanzette om er een groot complot in te zien. “Hij heeft altijd een man meer tegen mij.” Dat complot moet u niet geloven, maar dat Pep een man meer heeft dan weer wel. Daar is het spel van Pep ook op gebaseerd: een man meer-situatie in het middenveld creëren en geduldig aanvallen.

Drie jaar en enkele dagen is het geleden dat ze nog eens tegenover elkaar stonden. Het ging toen om de Supercup tussen de winnaar van de Champions League en de Europa League. Bayern had in Londen de Champions League gewonnen van Borussia Dortmund, toen nog van Jürgen Klopp. Chelsea had met 2-1 de finale van de Europa League gewonnen van Benfica. In de Supercup stond het na 120 minuten 2-2, maar Bayern en Pep wonnen op strafschoppen. Weeral kreeg de ploeg van José rood: Ramires ging voet over de bal door op Mario Götze, die nadien weken aan kant zat, maar kreeg felicitaties van zijn coach, die de rode kaart totaal onterecht vond, zoals ook alle andere rode kaarten daarvoor.

Drie jaar waren ze trainer in dezelfde competitie: van 2010 tot 2012, de ene bij Real Madrid en de andere bij FC Barcelona. Elf keer speelden ze in die drie jaar tegen elkaar en daarvan verloor Guardiola er maar twee. Het begon met een 5-0 van Barça thuis tegen Real. Elk wonnen ze in die periode één kampioenschap, Real en Mourinho wonnen ook nog een nationale beker, maar Barcelona en Guardiola pakten de Champions League door in de halve finale Real uit te schakelen.

Pep staat ver voor op punten. Hij kan zich zelfs een knockdown veroorloven zoals toen hij met Barça werd uitgeschakeld door het antivoetbal van het Inter van Mourinho en dat is iets waarmee José moeilijk kan leven. Uit elke porie van zijn lijf komt de scherpe geur van revanche. Ooit waren ze zielsgenoten bij Barcelona, Pep eerst als speler en José als T3. In 2008 ging het mis. José Mourinho verwachtte te worden aangesteld als T1 van Barcelona en zou van Pep Guardiola zijn T2 maken. Hij schrok toen hij het nieuws hoorde: Johan Cruijff had er persoonlijk op aangedrongen om Pep meteen T1 te maken. De liefde sloeg om in haat, tegen Pep en tegen Barça.

Sinds deze zomer zijn ze herenigd in de meest gehypte sportcompetitie van de planeet en nu ook nog eens in dezelfde stad, Manchester, hoofdstad van het internationaal voetbal. Voor deze Manchester-derby en voor de Premier League is het een primeur dat een clash tussen twee teams wordt verengd tussen een strijd tussen twee trainers. En in mindere mate tussen een spits en een trainer. Ibrahimovic steekt in cynisme en grootspraak zijn trainer naar de kroon en heeft gezegd dat hij “basically” zou willen sterven voor Mourinho. Over Guardiola die hem weg stuurde bij Barça, ging het dan weer zo: “Een lafaard zonder ruggengraat.”

Bij nader inzien installeer ik toch misschien beter de tv op het terras voor een live onder de parasol.

 

(Ik heb niet gefietst, wel gekeken)

Verhaal over Paralympiërs Sven Decaesstecker en Diederick Schelfhout in De Morgen van 3 sep

‘De ‘wat als’-vraag stellen? Dat is zinloos’

Woensdag beginnen de Paralympische Spelen, met wielrenner Diederick Schelfhout (30) en zwemmer Sven Decaesstecker (31). De een liep ooit zware brandwonden op, de ander mist een onderbeen. ‘Weinig media-aandacht? Ach, zolang we maar niet te vaak in de rubriek human interest staan.’

De Paralympische Spelen is de officiële benaming voor het mondiale toernooi voor atleten met een beperking dat begint op woensdag 7 september en eindigt op zondag 18 september, in Rio, op dezelfde locaties als de Olympische Spelen voor valide atleten.

Bij de vorige editie in Londen had de Belgische delegatie geen klagen over de belangstelling. Er was niet alleen de mediagenieke knuffelbeer Marieke Vervoort, die de helft van alle aandacht opzoog, maar ook medailles won. Daarnaast was er nog handbiker Wim Decleir, die in een mediastorm terechtkwam toen zijn vriendin werd vermoord door haar man, nadat ze haar affaire met Decleir had opgebiecht. Decleir won ook medailles, maar is er niet meer bij, Marieke Vervoort in extremis wel.

2012, dat was Londen, een stad zowat om de hoek. Rio de Janeiro is voor de armlastige media een ander paar dure mouwen. Een verre trip, in een ongunstige tijdzone, buiten de vakantie: de Paralympics van Rio worden een heel-ver-van-ons-bedshow.

De Morgen kruiste onderweg naar huis van Rio twee atleten met medaillekansen en ging zitten voor een babbel met zwemmer Sven Decaesstecker (31), die voor de vierde keer deelneemt en tijdens de openingsceremonie de vlag zal dragen, en wielrenner Diederick Schelfhout (30), die als allerlaatste werd toegevoegd na het startverbod van de Russische ploeg.

Decaesstecker is een S10 (zie kader). Hij mist een onderbeen nadat op zijn 10de botkanker werd vastgesteld. Schelfhout is een C3. Hij heeft tal van beperkingen ten gevolge van een motorongeval op zijn 22ste, waarbij zijn lichaam zwaar werd verbrand en waarna zestig operaties volgden.

Heren, voor ik aan de soul searching begin, wat zijn jullie sportieve ambities?

Sven Decaesstecker: “Mijzelf verbeteren en Belgische records zwemmen. Of dat volstaat voor medailles, zie ik daar wel.”

Diederick Schelfhout: “Ik ben pas laat gewaarschuwd dat er toch een kans was dat ik zou worden opgevist. Ik zat al met mijn gedachten bij het WK later op het jaar en ik reed een beetje met de mountainbike, toen ik ineens moest omschakelen.

“Blij? Ja, heel blij, nadat ik eerst ontgoocheld was dat ik er niet bij was. Ik had er vier jaar alles aan gedaan en dan beslist zo’n commissie dat ik niet mag gaan.”

Zijn er geen internationale criteria in de paralympische sport?

Schelfhout: “Jawel, maar dan is er nog een commissie van het Belgian Paralympic Committee, dat bepaalt wie de Belgische startbewijzen krijgt. Ik had pech dat mijn WK op de baan niet zo goed was, daarna ben ik ook nog gevallen en heb ik mijn sleutelbeen gebroken. En op de selectiewedstrijd in Oostende, die door Kris Bosmans werd gewonnen, mocht ik niet achter hem aan rijden.

“Het ergst vond ik hun conclusie dat ik op de wielerbaan weinig kon gaan doen, terwijl ik vicewereldkampioen en Europees recordhouder ben. Dat is nu allemaal wel vergeten, maar heel even zag ik vier jaar hard werken niet beloond. Ik rijd op de baan de kilometer en de achtervolging, en op de weg de tijdrit en de wegrit.”

Decaesstecker: “Ik zwem de 200 meter wisselslag en de 400 meter vrije slag. Ik was meteen bij de zwemmers die werden geselecteerd, maar ik begrijp de ergernis van Diederick. Het gaat om een commissie die alle sporten beoordeelt en dat maakt het complex. Als parasporter wil je dit niet missen.”

Jullie zijn allebei bewust als valide sporter ineens een, euh, hoe-moeten-we-dat-nu-weer-zeggen-sporter geworden? Wat horen jullie het liefst?

Decaesstecker: “Ik stoor mij nergens aan. Handicap mag. Atleet met een beperking is het mooiste.”

Schelfhout: “Is het echt een beperking? Onze ambitie is om de kloof tussen ons en het valide milieu zo klein mogelijk te maken en te tonen dat we heel sterke sporters zijn.”

Bij een onderbeen dat je mist, kan ik mij de beperking bij zwemmen voorstellen. Bij brandwonden en fietsen al minder.

Decaesstecker: “Mijn nadeel is duidelijk: start en keerpunten zijn minder goed en de stuwing in het water door de benen is ook minder, want ik zwem zonder prothese. Ik droom nooit van twee volledige benen en ik antwoord ook niet graag op de vraag ‘wat als?’. Maar ik kan mij wel iets voorstellen bij wat Ryan Lochte (Amerikaans valide topzwemmer, red.) moet voelen bij zijn onderwaterfase van vijftien meter, want met vinnen kan ik het wel, dus ik weet wat het is. Het is niet verboden te denken wat het zou zijn geweest als valide atleet, maar het is zinloos.”

Schelfhout: “Ik heb dat mijzelf moeten afleren. Ik was al 22 toen ik in 2008 dat ongeval kreeg; ik had net een stagecontract als prof vast, maar dat ging niet door. Tijdens mijn eerste jaar als paratleet in 2012 heb ik vaak vergeleken hoe ik koerste en trainde voor en na mijn ongeval. Mentaal was dat heel zwaar.

“Ik had ook brandwonden in de vierde graad, wat wil zeggen dat mijn huid verkleefd was aan de spieren en pezen. Dat beperkt de mobiliteit enorm. Daarnaast had ik twee zware zenuwletsels door dat ongeval. Mijn hele linkerkant was geraakt en mijn been hing alleen nog aan mijn lichaam met huid. Het gevolg van al die trauma’s is dat ik in mijn linkerbeen maar een kwart van de kracht heb van rechts. Mijn linkerarm is ook niet volledig functioneel.”

Jullie sporten in een classificatiesysteem, wat mensen met een totaal verschillende beperking in één competitieklasse onderbrengt.

Decaesstecker: “Ik zwem met mensen die wel twee benen hebben, maar die door een andere beperking evenveel nadeel ondervinden en dus in mijn klasse S10 terechtkomen. Ik ga ervan uit dat dit een eerlijk systeem is, maar er zijn aanwijzingen dat dat niet zo is.

“In mijn klasse zijn er een paar jaar geleden ineens twee Oekraïners bijgekomen die vroeger zwommen in de nationale ploeg bij de validen. Nu is er zelfs nog een derde. En ik zeg niet dat ze niks zijn tegengekomen en niet gehandicapt zouden zijn, maar in eigen land zwemmen ze 2.04 op de 200 wisselslag en op de Europese kampioenschappen zwemmen ze dan 2.15. We hebben dat gemeld en gevraagd te onderzoeken, maar de internationale bond staat machteloos. En wij kunnen niet weten wat hen scheelt, want dat behoort tot het medisch geheim.”

Schelfhout: “Je classificatie wordt bepaald door een nationale en internationale jury. Ik denk dat je het spel vuil kunt spelen. Het is zoals doping, het zal altijd blijven bestaan.”

Decaesstecker: “Het classificatiesysteem dateert van 1992 en werd ondertussen wel wat bijgestuurd, maar het is tijd voor een herziening.”

Wij begrijpen er niks van. Het publiek nog minder.

Schelfhout: “Als je naar onze kilometer op de baan komt kijken, dan wint niet noodzakelijk de snelste. Wij rijden met de categorieën C1, C2 en C3 samen. Onze tijd blijft staan en die van de C1 en C2 krijgen een coëfficiënt, waardoor het voor ons heel moeilijk is om te winnen op dat nummer. Omgekeerd winnen meestal de C3’s op de weg of in de tijdrit en is het voor de C1 en C2 nagenoeg onmogelijk om ons te kloppen.”

Decaesstecker: “Het is erg verwarrend. Er worden vijf verschillende 100 meters vrije slag gezwommen, gelukkig op verschillende dagen, maar ze zijn er wel. En in mijn categorie staan er atleten met één been op het blok naast atleten met twee benen. Dan krijg ik sms’jes: het was niet eerlijk, hè, want jij was de enige met één been.

“Duidelijkheid zul je maar krijgen als je voor bepaalde sporten de handicaps beperkt: zoals voor rolstoelrugby, dat alleen dwarslaesies toelaat. Je zult moeten komen tot bijvoorbeeld zwemmen alleen voor wie in een rolstoel zit, en fietsen enkel voor prothesen, maar dan sluit je heel wat mensen uit.”

Marc Herremans wilde de mensen aanvliegen die hem vroegen of hij een rijker mens was geworden door zijn handicap, maar hij gaf wel toe dat hij een ander mens was geworden.

Schelfhout: “Heel eenvoudig: je karakter is versterkt. Je gaat makkelijker door, je relativeert makkelijker een tegenslag.”

Decaesstecker: “Had je al niet zo’n sterk karakter en sta je daarom waar je nu staat? Er zijn er genoeg met onze tegenslag die wél in een hoek zijn blijven zitten. Wij zijn blijven sporten, maar misschien zat dat al in ons.”

Zou het geld van de paralympische topsport niet beter worden besteed aan de inclusie van iederéén met een beperking in de sport, want daar is nog veel werk.

Decaesstecker: “Ik zwem al twintig jaar tussen de validen, dus soms kan het. Maar om de inclusie helemaal door te trekken naar Olympische Spelen voor validen en atleten met een beperking, dat is volgens mij een illusie.”

Schelfhout: “Ik heb het geluk dat Etixx-QuickStep mij ondersteunt en binnen de wielerwereld heeft dat deuren geopend voor anderen. De reactie van de ploeg was ook top. Ik ging mee op stage, ik kwam in de media, allemaal met dank aan Patrick Lefevere.”

Decaesstecker: “De waardering bij het grote publiek is totaal verschillend vandaag vergeleken bij mijn eerste Spelen in Athene in 2004. Toen wist niemand wat de Paralympics waren. Het BOIC heeft ons ook bij het Rio House in Oostende betrokken en dat is opgepikt door de media.

“Wat de aandacht betreft, zie ik weinig verschil met pakweg judo. Is daar dan in de loop van het jaar aandacht voor? Taekwondo hetzelfde. Het enige minpunt van de aandacht of het gebrek eraan, is dat we nogal vaak in de rubriek ‘human interest’ staan en minder op de sportpagina’s.”

Schelfhout: “Onze verhalen zijn nu wel al bekend, zeker?”

Hoe kijken jullie naar Marieke Vervoort? Een euthanasiewens en topsport gaan moeilijk samen, en is topsport nog gezond als je zo ziek bent?

Schelfhout: “Zij krijgt heel veel belangstelling en dat straalt af op de volledige paralympische sport. Alleen zijn de media wel een beetje selectief in wie ze een podium geven. In haar categorie is er ook niet zoveel tegenstand, maar het blijft een goeie atlete.”

Decaesstecker: “Dat is wat ik bedoelde met die human interest. Zoekt Marieke die aandacht ook niet wat op? Ik weet het niet. (aarzelt) Het is moeilijk, want ik mag haar wel.”

Schelfhout: “Topsport is nooit gezond, maar het klopt dat in mijn geval die topsport het onevenwicht tussen mijn beide lichaamshelften nog meer in de verf zet, maar dat is een keuze die ik maak en die Marieke ook heeft gemaakt.”

Decaesstecker: “De nadelen wegen niet op tegen de voordelen. Topsport heeft geholpen bij mijn revalidatie, heeft geholpen voor mijn zelfbeeld. Juist, ik kan mijn beperking ook makkelijker wegsteken dan Diederick. Als ik een lange broek draag en erop let dat ik mooi stap, zie je het verschil niet. In korte broek zie ik mensen weleens staren naar mijn prothese, maar dat neem ik er gewoon bij.”

Schelfhout: “Dat ik een pet en een zonnebril draag, heeft niks te maken met wegstoppen, maar met het licht dat ik moeilijk verdraag omdat mijn oogvliezen ook verbrand waren. Ik heb van in het begin gezegd: wie mij niet kan aankijken, moet zich maar omdraaien.

“Natuurlijk is het soms vervelend dat mensen mij maar blijven aanstaren. Kinderen zijn anders. Die komen meestal op je af en vragen: mijnheer, wat is er gebeurd? Waarna ik het uitleg. Het meest deugddoende zijn die Facebook-berichten: ‘Hallo Diederick, ik heb ook brandwonden en nu ik jouw verhaal ken, kom ik ook meer buiten.'”

Die topsport is voor jullie toch een bevrijding?

Schelfhout: “Tot ik hoorde dat ik niet geselecteerd was. Dan heb ik die fiets twee, drie weken niet bekeken. Nu weer wel. Ik amuseer mij met die fiets. Ik studeer voorlopig ook niet meer. Eerst wil ik kijken hoe ver ik hiermee geraak en dan zien we wel.”

Decaesstecker: “De gedachte dat dit mijn laatste Spelen kunnen zijn, is niet prettig. Ik hou wel van dit bestaan: twee keer per dag trainen en tussenin rusten, krachttraining en kine. (lacht) Of zoals vandaag naar de VRT gaan en daarna een interview.

“Ik werk ook niet, want ik heb sinds 2009 een topsportcontract bij Sport Vlaanderen. Ik ken ondertussen ook veel mensen in die wereld, dus ja, ik zal het zeker missen als het stopt.”

Is de vraag relevant of je nog terugdenkt aan wat je mist?

Decaesstecker: “Dat is geleden van toen ik een tiener was en absoluut wilde meedoen met de andere kinderen die op de speelplaats aan het basketten waren. Ik deed mee en had daarna vijf dagen last. Ik ken mijn grenzen: ik weet wat ik kan, wat mag en wat gezond is voor mij, en als je die grenzen hebt bepaald, is dat prima vol te houden.

“Ik zag laatst wel mijn trainer met zijn kinderen een modderwandeling maken. Toen dacht ik: als ik ooit kinderen heb, moet ik daar niet aan beginnen of mijn prothesen zijn kapot.”

Schelfhout: “Ik fiets in het valide milieu, dus mis ik eigenlijk niks en dat is mentaal wel een opsteker. Ik koers wel niet meer zo aanvallend als vroeger, omdat ik met een ander lichaam koers. Heb ik nog mijn dipjes? Zoals iedereen zeker?”

Column Tous Ensemble (pas du tout) in De Morgen van 3 sep

Tous ensemble? Pas du tout

De eerste tien minuten verliepen goed. Iedereen had oog voor elkaar en voor de bal, ze liepen waar ze moesten lopen en kwamen zelfs een keer aan de overkant in de buurt van De Gea. Er was zo’n moment dat je dacht: en nu de zaak overnemen, die Spanjaarden vastzetten, scoren en afmaken. Precies dan begon het fout te lopen.

Er was die eerste aarzeling, gevolgd door het eerste domme balverlies dat gevaar opleverde. Stilaan werd het hele lichtblauwe blok teruggedrongen en tegen het einde van de eerste helft was de bal exclusief voor de Spanjaarden. Al na een kwartier schoten de eerste hulpeloze blikken over de dug-out richting tribune. De nieuwe papa’s zochten naar morele steun bij hun baby’s, WAG’s, moeders en schoonmoeders. Die waren er op uitdrukkelijk verzoek van de nieuwe baas Roberto Martínez bij gehaald, want dat hoort zo tegenwoordig.

De mannen met oestrogenen zochten ook vertwijfeld naar de geruststellende ogen en bijpassende hoofse knik van psycholoog Jef Brouwers. Die had van de week nog stellig verklaard dat de moderne jonge voetballer in deze harde wereld op zoek gaat naar een houvast aan de huiselijke haard, bij vrouw en kind, en niet langer bij de concubine, nochtans dé garantie op testosteron, het hormoon van de winnaar.

Nog even over die psycholoog bij de Rode Duivels, het is te hopen dat het niet tegenvalt. Jef Brouwers is een vakman, daar niet van, maar hij zat bij de hockeymannen toen die nog geen finales haalden. Ver voor de Spelen van Rio werd hij bedankt, waarna de hockeyers prompt zilver wonnen. Nu zit hij bij de Rode Duivels, waarmee we niets willen suggereren, maar toch.

Bon, alle gekheid… Wie aan die 0-2 tegen Spanje verregaande conclusies verbindt, is niet goed wijs. Ten eerste had je hier te maken met een goed geoliede tegenstander die op Euro 2016 het beste voetbal van alle ploegen bracht, maar door een dom verlies tegen Kroatië geen groepswinnaar werd. In de achtste finales speelden ze tegen die geslepen Italianen ook nog eens hun slechtste wedstrijd van de laatste tien jaar, verloren en zaten daardoor nog een etappe eerder thuis dan de Belgen.

Dat Spanje, voor wie het geen optie was om af te gaan in Brussel, behoort misschien tot de beste drie ploegen van de wereld. Hoewel de Rode Duivels in de FIFA-ranking op twee staan, is dat vooralsnog niet hun echte plek en dat is donderdagavond wel erg duidelijk geworden.

Voor de Rode Duivels was afgaan donderdag ook geen optie, maar het gebeurde wel, en dat is dan toch zorgwekkend. Onze jongens hebben niet het minste besef dat ze door hun flauw Europees kampioenschap het krediet van de natie nog sneller hebben verspeeld dan het ooit is gehypet. En de mentaliteit waar Roberto Martínez zo had op gehamerd, daar was helemaal niets van te merken.

Fluitconcert aan de rust

Er zijn verzachtende omstandigheden, zoals de transferperikelen van een deel van de internationals, de aanpassing aan Martínez en zijn twee anderstalige assistenten, de nieuwe richtlijnen en de ingebouwde reserves bij een oefeninterland. Toen bleek dat de Spanjaarden niet waren gekomen voor een gezapig gelijkspelletje met veel vervangingen maar voor een echte revanchistische pot om de WK-campagne goed in te zetten, kon dit team eens te meer de knop niet omdraaien. Er stonden weer geen leiders op het veld: veel grote portemonnees, maar weinig grote muilen en geen grote harten.

Tot overmaat van ramp werd het team al bij het rustsignaal uitgefloten en dat moet geleden zijn van de periode-Vandereycken of misschien dat het onder Leekens nog wel eens sporadisch is voorgevallen. De liefde tussen de tribunes en het veld is bekoeld, zoveel is wel duidelijk. Een deel van het publiek is gealiëneerd van het team en dat deel spreekt hoofdzakelijk Frans.

Tous Ensemble? Pas du tout. O jazeker, in Haspengouw zul je nog wel een occasionele Nederlandstalige Wilmots-fan vinden, maar de spandoeken ‘Merci Willie pour tout’, al of niet met een hartje, waren niet toevallig in het Frans. In bondskringen kon trouwens worden opgevangen dat de toevoeging van Thierry Henry als T3 duidelijk als bijbedoeling heeft de Franstalige achterban te sussen.

Geen overhaaste conclusies, nog geen paniek vooral, maar aan de nieuwe papa’s op noppen toch deze raad: dat matchke in Cyprus wordt dinsdag best gewonnen.

Column Honours (over medailles) in De Morgen van 27 aug

Honours

Winnaars van de antieke Spelen werden met roem en geschenken overladen, maar thuis geraken was geen sinecure want de terugweg lag bezaaid met vele hindernissen. Niet alleen was er van de olympische vrede geen sprake meer en moesten ze zich een weg banen langs slagvelden, ook struikrovers en meisjes/jongens van lichte zeden waren uit op hun trofeeën.

Dat was onder meer een amfora met het goud van die tijd, olijfolie. Wellicht het enige betaalmiddel uit de geschiedenis van de mens dat ook kon dienen als massage- en glijmiddel. Enfin, om een lang verhaal kort te maken: de winnaars kwamen door ongelukken en verlokkingen zelden thuis met al hun prijzen en geschenken. Ze deden er ook meestal nogal lang over en eenmaal thuis leken ze helemaal niet meer op de topatleet die enkele weken/maanden eerder was vertrokken.

Sinds De Coubertin zijn ook de nummers twee en drie een beetje winnaar en drie voelt zich meestal meer winnaar dan nummer twee. Vanaf de jaren 80 kon een winnaar van olympisch goud ook een aardige cent tegemoet zien en sinds deze eeuw is het hek helemaal van de dam. Sportmarketeers gaan voor hun medaillewinnende cliënten op zoek naar een match met bedrijven die zich willen koppelen aan de winnaar (m/v).

Nog voor nieuwjaar voorspel ik u her en der geweeklaag van enkele van onze medaillewinnaars: dat het toch zo geen vetpot is geweest als ze hadden verwacht en dat het al bij al een beetje is tegengevallen. We waren een maandje of zo helemaal in de ban van onze honderd en nog wat olympiërs in Rio en we hebben de medaillewinnaars op een piëdestal gezet, maar zevenkamp, zwemmen, hockey, judo en baanwielrennen verbleken als pecuniaire hefboom nog steeds bij voetbal. Zelfs goud in de wegrit op de Olympische Spelen zal voor de inkomsten van Greg Van Avermaet weinig verschil maken.

Geweeklaag is nergens voor nodig. Hoewel lovenswaardig en bewonderenswaardig en alle superlatieven die u wilt, een medaille winnen is geen statistisch uitzonderlijke prestatie. Op het eerste gezicht gaat het over een keurgroep van 11.000 gezonde jongelingen die zich met elkaar meten, maar van de 207 landen die zich meldden in Rio hebben er 120 geen medaille gewonnen. Algemeen wordt aangenomen dat de helft van de atleten in Rio geen schijn van kans had op een medaille. Dat betekent dat 5.500 atleten streden om 974 medailles: de kans op een medaille was dus één op zes.

Dat laatste klopt niet helemaal, want in ploegsporten en disciplines in teamvorm was die kans maar één op twintig. In atletiek en zwemmen zijn de meeste medailles te verdienen. Dat zijn ook de sporten waarin meer dan de helft van de ingeschreven atleten zelfs bij een collectieve diarree van de concurrentie nog geen kans had op het podium. In zwemmen zijn ongeveer achthonderd deelnemers ingeschreven. Vierhonderd daarvan moeten 102 medailles verdelen: de kans op een podium is één op vier, maar eerder één op zes na correctie voor de meervoudige medaillewinnaars, slokoppen als Michael Phelps. In atletiek staan tweeduizend atleten aan de start. Duizend van hen maken een kans op 1 van de 141 medailles, dus één op zeven.

Wij geven medaillewinnaars (uitgezonderd Greg Van Avermaet) en iedereen die bij de beste twaalf eindigt een salaris vanuit Sport Vlaanderen, op voorwaarde dat ze verder willen gaan in hun sport. Voor het waarmaken van een statische kans van één op zeven leggen wij onze individuele sporters ongelooflijk in de watten.

In het nieuwe grote sportland Groot-Brittannië woedt dan weer een heel andere discussie: of er naast de eretitels Officer of the British Empire en Commander of the British Empire voor de goudenmedaillewinnaars geen aparte honours moeten komen, want het swingt een beetje de pan uit met al die gouden medailles.

Het was de stijve krant The Times die met die suggestie kwam en toen ontspon zich een heerlijke discussie in de rubriek Comments. De mooiste was deze: “Honestly, iedere Brit die zich recht kan houden op een fiets op een wielerbaan wint gegarandeerd een medaille. Moeten dat echt allemaal Lords of Dames worden? Who rides a bicycle anyway, good gracious?”

RIO 2016: DE ANALYSE (internationaal) in De Morgen van 22 aug

De naakte cijfers van Rio

Brazilië profiteerde nauwelijks van het thuisvoordeel en het voormalige gastland Groot-Brittannië won meer medailles dan in Londen. In Rio werd meer dan één sportieve premisse herschreven.

Medailles 973 en 974 die gisteren werden uitgereikt, waren het goud voor de Verenigde Staten en het zilver voor Servië na de basketbalfinale, de laatste competitie op de Olympische Spelen van de 31ste Olympiade. Rio 2016 is definitief voorbij: de Verenigde Staten wonnen nooit meer medailles op Spelen zonder boycot en het thuisland Brazilië bleef onder de verwachtingen.

Gelukkig pakte Team Brasil in het laatste weekend nog goud in het voetbal na strafschoppen en op de laatste dag ook goud in het volleybal, telkens met de mannenploegen. In een land waar perceptie volstond om een president af te zetten, was dat voldoende voor een tijdelijk opstoot van bruto nationaal geluk. De Sete A Um – het 7-1 verlies tegen Duitsland twee jaar geleden op de World Cup – was helemaal vergeten. In de straten van Rio werd vuurwerk afgestoken en toeterden de auto’s tot laat in de nacht.

De Wall Street Journal heeft weer een studie gedaan, net als in Londen. Het observeerde 97 podia en vond dat 21 procent van de goudenmedaillewinnaars huilde. In Londen was dat vier jaar geleden maar 15 procent. Bij de vrouwen huilde 28 procent, bij de mannen 15 procent, maar bij de Amerikanen huilden de mannen meer dan de vrouwen. De helft van het tranendal op deze Olympisch Spelen was voor rekening van Neymar die minutenlang onbedaarlijk snikte na zijn beslissende strafschop.

Opvallend: geen enkele van de Britse gouden medailles vertrok ook maar een emotionele spier. Wat is er toch aan de hand met die Britten? Hoe krijg je het voor elkaar om eerst in eigen land te stijgen van 47 medailles in 2008 naar 65 in 2012 en vervolgens helemaal aan de andere kant van de wereld en onder de evenaar, nóg meer medailles te winnen. Nooit heeft een organiserend land in de daaropvolgende Spelen zijn medailletotaal vermeerderd. De nieuwe sportgrootmacht Groot-Brittannië heeft het geflikt: 67 medailles, waarvan 27 keer goud, twee minder dan in Londen.

Zestig procent van de Britse medailles komen van mannen. Bij de Amerikanen, Chinezen en Russen overtreffen de vrouwen de mannen. De Verenigde Staten worden op elke Olympische Spelen voorspeld te verliezen, maar altijd weer krijgen ze in de meest diverse sporten medaillekandidaten op de podia. Een totaal van 121 medailles overtreft de 110 van Beijing acht jaar geleden. Met nog een hele atletiekavond te gaan en een hele zondag, had Team USA zaterdag al één medaille meer dan in Peking en vier gouden meer.

Doel: Tokio 2020

Grote verliezer bij de grootmachten is China. In Peking kwam het nog precies op honderd medailles uit maar in Londen was dat
al gezakt tot 88. Hier in Rio werd het een povere 70 medailles. De reactie liet niet op zich wachten. Eerst was er sprake van een buitenlands complot, maar later kwam een bobo met een andere uitleg: goud moet niet te allen prijze, en een beetje minder is ook al goed en de weg erheen is belangrijker dan het doel. Hun tweede plaats zijn ze kwijt aan Groot-Brittannië, dat ze in Londen nog ruim klopten.

De Russen verbijten hun woede. Ze hadden er 79 in Londen, en dat vonden ze al niet goed genoeg. En dan verloren ze net voor Rio door die dopingperikelen nog eens ongeveer 150 atleten waaronder de hele atletiekploeg, op verspringster Darija Klisjina na. Die overleefde de kwalificaties niet. Rusland strandt op 56 maar zal over vier jaar in Tokio terug op volle oorlogssterkte aantreden. China mag daar ook worden verwacht.

Nog een nationalistische verliezer die wat goed heeft te maken over vier jaar is Australië. Zestien jaar geleden in eigen huis nog trotse winnaar van 58 medailles. Vandaag amper iets meer dan de helft. Het kleinste grote sportland is in shock en dat waren ze ook al in Londen. “Is Australiës horror show echt een investering van 300 miljoen euro waard?”, kopte news.com.au.

Zowel China, Rusland als Australië zullen van Tokio 2020 een doel maken. Japan zelf ligt op koers om daar vijftig medailles of meer te winnen, nadat ze in Rio op eenenveertig bleven hangen, het beste resultaat ooit.

Nationale feestdag

Drie landen hebben voor het eerst een olympische medaille gewonnen en het was meteen drie keer goud: Kosovo mocht voor het eerst meedoen en zag de vlaggendraagster Majlinda Kelmendi twee dagen later al haar judokampen winnen.

Fiji haalde het in de finale van rugby sevens van de voormalige koloniale overheerser Groot-Brittannië met maar liefst 43-7. Dat gebeurde op 11 augustus en meteen hadden de eilandbewoners er een nationale feestdag bij. Ook de plannen om de vlag met in de hoek de Britse vlag te vervangen door een ander design, werd meteen gedumpt omdat elke familie op het eiland zich net een exemplaar had aangeschaft.

Jordanië won het goud dat eigenlijk voor onze Jaouad Achab was voorbestemd en Ahmad Abu-Ghaush danste minutenlang in het rond met zijn vlag, zelfs al na de winst in de halve finale.

Nederland haalt negentien medailles en is daar niet echt tevreden mee. In een eerste prognose eind 2015 was een eindtotaal
van dertig medailles vooropgesteld. Later werd dat iets naar onder herzien, maar negentien medailles is ondanks de acht gouden plakken ver verwijderd van het target van 25 van Sydney 2000, tot nog toe het beste resultaat ooit van Oranje. Als de vergelijking met Nederland u de strot uitkomt, dan is Denemarken ook een mooie: vijftien medailles voor 5,5 miljoen inwoners.

In Afrika ten slotte haalde Kenia het van Zuid-Afrika en Ethiopië. Ook in Afrika pakte Niger zaterdag zijn eerste medaille en was daarmee in Rio het 87ste land dat een medaille won. Dat is een record voor de Olympische Spelen. 120 landen wonnen niets.

LAATSTE SPORTZOMER Tchau Tchau Rio in De Morgen van 22 aug 2016

TSCHAU TSCHAU RIO

Morgen gaat het via Sao Paulo en München naar Brussel. Het extra ommetje Sao Paulo was nodig om een businessje te kunnen versieren. U mag mij dat niet kwalijk nemen. Tweeënhalve maand heb ik haast elke dag geschreven en steeds minder comfortabel. Hier in Rio was dat vanop een stinkende sofa, of in mijn bed, of gezeten op inzakkende stoelen in een diepvriesperszaal of op een te kleine en te hete perstribune. Een beetje luxe zal welkom zijn. Bij het diner neem ik morgenavond een glaasje rode wijn, misschien bekijk ik nog een filmpje en daarna zal ik op dat knopje rechts van mij duwen en strijk gaan tot München. Ik klaag niet, want dit is een mooi beroep. Maar nu ben ik moe en in stijl terugvliegen is een mooi einde van de lange hete sportzomer van 2016.

Tchau tchau Rio, met welk gemoed moeten we hier weg? Dit weekend nog gediscussieerd met een vriend die hier woont. Hij verdedigde Rio, ik had bedenkingen. Het Internationaal Olympisch Comité had moeten weten, zei hij, in welke stad en vooral in welke maatschappij ze terechtkwamen. Dat klopt honderd procent. Brazilianen zijn geen grote organisatoren en initiatiefnemers, misschien is dat wel een erfenis van het kolonialisme en de militaire dictatuur die daarop volgde.

Ik schrok toen ik zaterdag bij een bezoek aan het hoofdkwartier in het Windsor Marapendi hoorde hoe het IOC drie jaar van tevoren in alle stilte het management van de hele organisatie had overgenomen, continu vijftig man ter plekke had en vanaf 2016 voortdurend een paar honderd van hun meest capabele mensen had uitgezonden. Hoe de sportbonden al heel snel te horen kregen dat zij de venues zouden moeten runnen want dat de Brazilianen het op eigen kracht niet voor elkaar kregen.

De erfenis van de Spelen in Rio zou beter transport zijn, met een nieuwe metrolijn en een BRT – een snelbus – die door wel tien favela’s passeert. Daar staat dan weer tegenover dat in het olympisch park de grootste kudde witte olifanten – onnodige bouwsels – uit de geschiedenis van de georganiseerde sport is neergepoot. Daar staat ook tegenover dat ze er absoluut niet in zijn geslaagd om die baai proper te krijgen. Daar staat nog meer tegenover dat het af en toe een chaos was en dat een stad als Rio en een land als Brazilië dit geld misschien iets beter had kunnen besteden. Niet misschien, heel zeker.

De Brazilianen hebben zich ook niet van hun mooiste kant laten zien en hoe ze het ook uitleggen, dat voortdurende uitfluiten van de tegenstander is een achterlijke gewoonte. De schrijver Nelson Rodrigues zei ooit dat zelfs de stilte in Maracaña zou worden uitgefloten. Toch vreemd om zo je minderwaardigheidscomplex af te reageren, want dat is de essentie: Brazilianen vinden dat ze niet zoveel hebben om trots op te zijn en wij gringo’s (buitenlanders) zijn hier alleen maar om dat er nog eens extra in te wrijven.

De frustratie van de natie is er met de uitblijvende resultaten niet op gebeterd en de houding tegen de gringo’s is in de loop van de Olympische Spelen van argwanend naar af en toe vijandig omgeslagen. Dat hebben we te danken aan de vele kritische artikels over Rio en de Spelen. Alsof het onze schuld was dat het in de eerste dagen voor geen meter liep met het publieke transport en dat de kogels door persbussen en perstenten vlogen. De laatste dagen van de Spelen nam de spanning nog toe door die stomme Amerikaanse zwemmers die een overval verzonnen om hun eigen baldadig gedrag te maskeren.

Wij eurocentristen maakten ook een denkfout toen we alles door onze Europese bril bekeken en veroordeelden. Dit is de derde wereld en als de Spelen ook ergens anders dan in het rijke Westen of rijke Verre Oosten willen landen, zullen we in de toekomst misschien rekening moeten houden met akkefietjes zoals een overvalletje, sabotage zoals met die neergestorte camera of een busje dat niet komt. De laatste vier Olympische Spelen zijn we bijzonder verwend. Zowel in Sydney, Athene, Peking als Londen hing geen bordje verkeerd en liep alles op wieltjes. In Rio hingen de bordjes niet verkeerd, ze hingen er meestal niet. Over vier jaar gaan we naar Tokio en dat zal prima in orde zijn en daarna naar Los Angeles of Parijs. Doe maar die laatste. Lekker dicht bij de deur en ik herinner mij nog levendig Atlanta 1996. Dat was tien keer slechter dan Rio.

HET MIRAKEL VAN RIO in De Morgen van 20 aug 2016

GEACTUALISEERDE VERSIE (pdf hierbij is van vrijdagavond)

Het mirakel van Rio: hoe kunnen we dit vasthouden?

Nooit heeft België beter gescoord op Olympische Spelen. Met de nodige dosis geluk weliswaar was Rio 2016 veel minder slecht dan verwacht, maar goed is nog wat anders. Van het toevalsmodel definitief een prestatiemodel maken, dat is nu de uitdaging.

Hoe goed waren we echt?

Rio evenaart de beste Belgische medailleoogst ooit in de geschiedenis van de Olympische Spelen. In absolute getallen doen we even goed als Atlanta 1996, maar daar waren wel 15 procent minder medailles te verdelen dan in Rio. Wie denkt dat België in zestien dagen een topsportland is geworden: we staan in Rio exact waar we twintig jaar geleden stonden. Zes medailles toen, zes nu. Toen twee keer goud, nu twee keer goud. Toen euforie, nu euforie. Toen ging het mis, en nu?

De verschillen? In Atlanta waren er vooral veel (vier) judomedailles, in Rio de Janeiro gaat het om vijf verschillende sporten, waaronder zelfs een ploegsport, nooit gezien voor dit land. Toen de favorieten niet thuis gaven, stonden weliswaar andere schaduwfavorieten op, maar toch was vooral het geluk ons gunstig gezind. De klassieke onverwachte medaille werden er zelfs twee: Pieter Timmers en Nafi Thiam.

Het buikgevoel zegt dat in Rio een prille Belgische topsportcultuur is ontwaakt. Onmiskenbaar zijn we er in de breedte op vooruitgegaan: nooit eerder haalden we negentien topachtplaatsen in elf verschillende sporten. Zes keer eindigde Team Belgium op de ondankbare vierde plaats.

Het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) zal morgen op de eigen round-up van een groot succes spreken, maar dat is het niet. De verwachtingen waren zo laag dat door die zes medailles zich een algemene blijdschap meester heeft gemaakt van de natie en de delegatie. Jammer maar helaas: zes medailles voor een rijk land van elf miljoen inwoners blijft te weinig. België zou altijd minimaal met tien olympische medailles naar huis moeten komen.

Wat zijn die medailles waard?


Pieter Timmers. ©BELGA

De gouden medaille van Nafi Thiam op de zevenkamp is wellicht de grootste Belgische sportprestatie aller tijden en dus ook de meest prestigieuze gouden medaille die ons land ooit heeft gewonnen. De zilveren medaille van Pieter Timmers op het tweede koningsnummer van de Spelen, de 100 meter vrije slag, is geen goud waard, maar is wel het strafste zilver dat ooit is gewonnen. De zilveren medaille van de hockeyploeg is behaald in een ploegsport en dat is een primeur voor het naoorlogse België, ook al is het de kleinste van alle olympische ploegsporten met een quasi garantie op succes voor wie investeert.


Dirk van Tichelt. ©AFP

Ook de bronzen medailles van Dirk Van Tichelt, behaald na een afsluitende winnende kamp, en Jolien D’hoore verdienen hun eigen glans, zelfs al deden twee concurrenten beter. Uiteraard zal de ene medaille net iets harder schitteren in het sportheelal omdat de ene sport nu eenmaal mondialer is dan de andere. Maar het moedige hockeyzilver afzetten tegenover de lamentabele kwartfinale van de Rode Duivels om de voetballers te ridiculiseren, slaat nergens op.

Opvallend: zestien van de negentien topachtplaatsen en vier van de zes medailles komen integraal voor rekening van het Vlaams topsportbeleid, één project is nationaal (hockey, zilver) en slechts één medaille (Nafi Thiam, goud) komt van de Franstaligen en die hadden ze zelf ook niet zien aankomen.

Is er een oorzaak voor dit plotse succes?

Er was verbetering in 2015 met elf podia op WK’s en EK’s in olympische disciplines, maar de jaren daarvoor waren historisch zwak. Deze medailleoogst had niemand voorspeld en is daarom niets minder dan een mirakel.

De factor geluk was België gunstig gezind. Greg Van Avermaet profiteerde van het enige scenario waarbij hij een kans had. Pieter Timmers zwom sneller dan ooit, maar profiteerde van het falen van de favorieten. Geluk dwing je af. Geluk in de topsport levert pas een prijs op als je meedoet voor die prijs. Van Avermaet zat waar hij moest zitten, Timmers zwom zijn once in a lifetime race op het juiste moment.

Het lijkt alsof de sporters en hun entourage de laatste jaren de lat hoger leggen. De indruk bestaat dat ze resoluut voor finales gaan en voor een medaille.


Greg Van Avermaet. ©BELGA

Paul Rowe, algemeen directeur bij Sport Vlaanderen en verantwoordelijk voor de topsport, denkt dat het Vlaams topsportbeleid eindelijk de vruchten begint af te werpen. “Ik ben zeker niet euforisch zoals het BOIC, maar wel opgelucht. De kentering is ingezet. Vroeger werd gezegd: de Hollanders maken plannen, wij trekken onze plan. Wij maken nu ook al twaalf jaar plannen en de sporten met een duidelijk programma hebben gerendeerd.”

Wie mag de pluimen op zijn hoed steken?

Het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité?

Niet echt, al zijn die – ere wie ere toekomt – wel de motor achter de hockeymedaille. Voorts is hun grootste verdienste dat ze niet langer in de weg lopen. Voor het eerst sinds 1980 hebben ze geen atleten die recht hadden op een internationaal startbewijs met eigen strengere criteria hun olympische trip ontzegd. Op één enkeling na, die het al of niet opgelegd in buik kreeg, is niemand echt afgegaan.

De sportbonden?

Die blijven de zwakste schakel in de topsportketting. Neem het wielerverhaal. Het goud van Greg Van Avermaet komt niet op de rekening van de werking van de wielerbonden, eerder nog op die van de voetbalbond die hem naar de sport haalde. Als Jolien D’hoore heeft gescoord, heeft die dat in de eerste plaats aan zichzelf te danken, in de tweede plaats aan haar ploeg Wiggle-Honda waar ze leerde winnen en pas dan aan de bondswerking.

Het wielerbondverhaal is typisch voor onze sportbonden: zwakke figuren omringen zich met zwakke figuren en gooien miljoenen over de balk. Wielrennen kreeg de voorbije vier jaar van alle sporten het meeste geld toegestopt, het dubbele van atletiek. Daarmee zou een vrouwen- en mannenploeg achtervolging worden geformeerd en ook op omnium zou zwaar worden ingezet. Alles en iedereen mislukte, behalve de rots Jolien D’hoore, achter wie het falend beleid zich nu verstopt.


Jolien D’hoore. ©Photo News

En toch verdient deze sport een investering, op voorwaarde dat ze de talenten kan overreden om voor een baantraject te kiezen. Paul Rowe: “Het beleid moet, als dat nodig is, sneller kunnen ingrijpen bij sportbonden die falen in hun topsportmissie.”

Het beleid?

Aan Vlaamse kant heeft het beleid een stap in de goede richting gezet. Paul Rowe: “De helft van de topsportmiddelen hebben we ad hoc ingezet en we kozen resoluut voor olympische disciplines. Is er een project, is er een kans op succes? Dan investeren wij in dat project. Wij hebben de voorwaarden geschapen voor topsport, maar de verdienste ligt bij de atleet en zijn of haar trainer.”

De trainers, ten slotte?

Goede, gedreven trainers zijn de trekkers van topsportsucces. Daar hadden wij er te weinig van door een historisch zwakke trainersopleiding. Vooral Vlaanderen heeft de laatste jaren heel wat buitenlandse knowhow geïmporteerd. Het gymverhaal met het Franse echtpaar Kiefer-Heuls en het zeilproject van de Nederlander Wil van Bladel leverden in Rio geen medailles op, maar hun compromisloze topsportdenken werkte inspirerend.

Hoe kunnen we dit bestendigen?

Een metafoor: aan de rand van de woestijn groeien de sterkste planten, die niet te veel en niet te weinig water krijgen. De Belgische/Vlaamse topsport was voorheen niet meer dan een teer korstmosje, klaar om te worden vertrappeld, in Rio is ze een plant aan de rand van de woestijn geworden. De aanzet van een topsportcultuur leverde meteen zes medailles op. Als de juiste mensen op de juiste plaatsen de juiste dingen kunnen doen, komt succes vanzelf.

Paul Rowe: “De tijd is rijp om vol voor topsport te gaan, volop daarin te investeren, en er meer een plichtenverhaal dan een rechtenverhaal van te maken. Wie talent vindt, een programma heeft en medaillekansen heeft, wordt ondersteund. Wie mislukt, wordt niet meer ondersteund. Zo zit topsport in elkaar.”

Na het relatieve succes van 1996 werd geruzied, vooral in het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité dat toen nog de motor was van de Belgische olympische sport. Niet zeker dat vandaag ook in Vlaanderen niet zal worden geruzied als je de zwemwereld hoort. Rowe: “Drie finaleplaatsen en een zilveren medaille, het beste resultaat ooit, maar ik vrees dat er heibel komt.”

Sinds het BOIC is verschrompeld tot een uitzendkantoor annex serviceclub voor de eigen sponsors, dient een andere motor voor de topsport zich aan. Paul Rowe denkt dat Vlaanderen de kar moet trekken. “Wij brengen twee derde van de topsportmiddelen in, we tekenen voor bijna alle podia, dus we zijn op goede weg. Het nationaal verhaal blijft een probleem, maar we willen heel graag samenwerken met anderen, met de Franstaligen en met het BOIC. Maar eerst moeten we elkaar vinden in de objectieven want niet iedereen denkt over topsport zoals wij.”

***

DE MEDAILLES

GOUD Nafi Thiam Atletiek zevenkamp

GOUD Greg Van Avermaet Wielrennen weg

ZILVER Pieter Timmers Zwemmen 100 meter vrije slag

ZILVER Mannenploeg Red Lions Hockey

BRONS Dirk Van Tichelt Judo

BRONS Jolien D’Hoore Baanwielrennen omnium

DE TOPACHTPLAATSEN

Evi Van Acker – zeilen – vierde

Thomas Pieters – golf – vierde

Raheleh Asemani – taekwondo – vierde

Jaouad Achab – taekwondo – vierde

Hannes Obreno – roeien skiff – vierde

4×400 – atletiek- vierde

Elke Van Hoof – BMX – zesde

Marten Van Riel – triatlon – zesde

Louis Croenen – zwemmen 200 meter vlinderslag – achtste

4×100 vrije slag – zwemmen – zesde

4×200 vrije slag – zwemmen – achtste

Thomas Van der Plaetsen – tienkamp – achtste

Denis Goossens – gymnastiek ringen – achtste

VERGELIJKING OLYMPISCHE SPELEN 2000-2016

Sydney 2000: 68 atleten, 5 medailles (0 goud, 2 zilver, 2 brons), 11 topachtplaatsen

Athene 2004: 46 atleten, 3 medailles (1 goud, 2 brons), 14 topachtplaatsen

Beijing 2008: 96 atleten, 2 medailles (2 goud), 12 topachtplaatsen

Londen 2012: 115 atleten, 3 medailles (1 zilver, 2 brons), 13 topachtplaatsen

Rio 2016: 108 atleten, 6 medailles (2 goud, 2 zilver, 2 brons), 19 topachtplaatsen

20160820_De-Morgen_p-18-19-mail

NET GEEN GOUD in De Morgen van 19 aug

NET GEEN GOUD

 

Op dag dertien van de Olympische Spelen verloren de Red Lions in de finale met 2-4 achter tegen Argentinië. Dat betekende geen derde Belgische gouden medaille, maar dan wel een tweede zilveren. Een zevende en achtste bronzen voor onze taekwondoka’s zaten in de nachtelijke pijplijn.

Zo zeker als de Nederlanders waren tegen België, zo zeker was België dat het Argentinië ging kloppen in de finale van het Olympisch hockeytoernooi; de beste teamprestatie uit de geschiedenis van de Belgische sport. Het geluk dat twaalf dagen lang de Belgische olympische ploeg toelachte, keerde gisteravond in het Deodoro-hockeystadion. Een thriller eindigde in 2-4 voor de Argentijnen.

Na een droomstart waarbij Tanguy Cosyns een verticale inspeelbal van Loïc Luypaert handig devieerde en de doelman te grazen nam (1-0), waren de Argentijnen niet onder de indruk. Ze speelden hockey zoals Atlético Madrid voetbalt: met volle overgave, maar ook kundig, verdedigen in blok en razendsnel counteren als het kan. En ze hebben een formidabel wapen in de strafcorners van Gonzalo Peillat. Een eerste strafcorner leverde indirect een doelpunt op, een tweede scoorde Peillat zelf. Tussendoor hadden de sluwe Argentijnen al vanop afstand de 1-2 gescoord. Net voor het einde van het derde kwart brak Gauthier Boccard van Ukkel de ban met een wereldgoal (2-3). Het was wachten tot de gehandicapte Argentijnen in het vierde kwart fysiek in elkaar zouden stuiken. De druk leverde een derde en vierde strafcorner op, maar in tegenstelling tot de Argentijnen die hun strafcorners maximaal benutten, leverden die vier van de Red Lions niets op.

Met nog drie minuten te gaan werd doelman Vincent Van Asch gewisseld voor een veldspeler om overtal te creëren. Ook dat bracht geen zoden aan de dijk in Rio. Integendeel, in een wanhoopsoffensief konden de Argentijnen tegen counteren en hun vierde scoren.

En zo leverden onze drie gouden kansen één zilveren en hopelijk twee bronzen medailles op.

Yes we can

Als het Belgian Olympic Team nog iets meer wilde halen bovenop de hockeymedaille, dan moest dat ook gisteren gebeuren. Elke Vanhoof komt weliswaar vandaag in het BMX nog in actie en mag hopen op een finale nadat ze de zesde kwalificatietijd liet optekenen, maar voor een realistische medaillekans stond donderdag 18 augustus met stip genoteerd. Dinsdag werd die kans zelfs in één klap een zekerheid toen de Red Lions de finale van het hockeytoernooi bereikten door het onklopbaar gewaande Nederland met 3-1 moeiteloos opzij te zetten.

De dag der Belgen – wat zou het worden; zes, zeven of acht medailles? – begon op een bloedheet Copacabana, waar de zon al van in de vroege uren fel scheen op het diepblauwe van de wissel- en aankomstzone. “Let op Marten Van Riel”, had Reinout Van Schuylenbergh van de triatlonbond gezegd. 23 jaar, getraind door Marc Herremans. Een groot talent en een exponent van dat ‘yes we can’ dat zich in Rio als een virus door de Belgische delegatie heeft verspreid sinds op dag één Greg Van Avermaet een onmogelijke situatie rechtzette en goud won.

In het triatlon komt Van Riel met de gebroeders Brownlee uit het water. Alistair en Jonathan zijn favoriet en zullen bijna twee uur later zelfs één en twee worden, maar Marten Van Riel fietst mee met de kopgroep van tien waarin hij geregeld kopwerk doet en die binnenkomt met een dikke minuut voorsprong op een peloton. De afsluitende 10 kilometer begint hij in het spoor van de Brownlees, maar moet hen al snel lossen. Hij loopt even met de vierde plaats in zicht, maar uit de achtergrond zijn nog twee bijzonder goede lopers kunnen terugkomen: eerste Belg en zesde. Jelle Geens, die bij de laatsten uit het water komt, kan weinig goedmaken en eindigt 38ste.

Van Riel was tevreden. “Ik zat in een klein groepje met de Brownlees en ik wist dat die voorop zouden willen blijven omdat er misschien nog betere lopers achterop lagen. Volgen zat er niet in en dat nog twee achtervolgers mij passeren is jammer, maar zesde is beter dan verwacht.”

30 kilometer verder naar het westen was in Carioca 3 van het Parque Olímpico het taekwondotoernooi begonnen bij de -68 kilogram voor mannen en de -57 kilogram voor vrouwen. Daarin ook twee Belgen. Raheleh Asemani, een Iraanse vluchtelinge die in 2012 naar België kwam en als postbode in Antwerpen werkt en daar ook traint, is nog maar een paar maanden Belgische. Ze geldt als een topper, maar staat slechts negende in de ranking. Ze heeft daardoor een minder goede loting dan Jaouad Achab, die het toernooi begint als eerste gerangschikt.

Dat is er niet aan te zien. De Panamese Carstens krijgt dertien tikken of schoppen tegen lichaamsdelen waar dat is toegestaan en kan zelf maar één keer raak treffen. In de volgende ronde wacht de Britse nummer één Jade Jones.

Ook Jaouab Achab vecht in de ochtend zijn eerste ronde. Zijn tegenstander komt uit Papoea Nieuw-Guinea en denkt dat hij in het mixed martial arts is ingeschreven. Hij begaat de ene na de andere onregelmatigheid en raakt Achab twee keer op ongeoorloofde wijze. Achab bewaart zijn kalmte en tikt zich een weg naar 15-1.

30 kilometer naar het noorden is Thomas Van der Plaetsen aan de tweede dag van zijn tienkamp begonnen. De verrassende Europese kampioen van begin juli weet dat hij niet meedoet voor de medailles en zet dat kracht bij met een zwakke 110 meter horden. Het toernooi kent veel uitvallers en geen te beste prestaties, Van der Plaetsen kan een top tien halen. Na het polshoog staat hij zelfs even achtste. Er is nog een vergeten Belgische die vandaag optreedt. Chloé Leurquin is bezig aan een duinenwandeling aan Barra Marapendi, waar de tweede ronde van het olympisch golf wordt gespeeld. Ze staat voorlaatste, op deze Spelen zowaar een on- Belgische prestatie.

Eén zwak moment

En daarmee hebben we de ronde van Rio volgemaakt. Terug naar het taekwondo, waar we in de kwartfinale tijdelijk Raheleh Asemani kwijtspelen, nadat ze met 7-2 verliest van de Britse olympische kampioene Jade Jones. Eén zwak moment van Asemani, en Jones kan twee keer haar hoofd treffen aan het einde van de eerste ronde. Daarna verdedigt Jones haar voorsprong. Asemani heeft nog steeds een kans op een bronzen medaille, maar dat hing af van Jones’ traject en dat kunnen we u niet meer meegeven. De herkansingen waren om 1 uur Belgische tijd en de finale om 3 uur.

Jaouad Achab kroop door het oog van de naald tegen een agressieve jonge Pool die tegen het einde op 9-9 kwam. De scheidsrechters haalden die score echter weg, maar het scheelde geen haar. In de halve finales verloor Jaouad Achab kansloos van de Rus Denisenko. Net zoals Asemani vocht Achab nog maximaal twee kampen die in geval van winst brons hebben opgeleverd.