RIO 2016: DE ANALYSE (internationaal) in De Morgen van 22 aug

De naakte cijfers van Rio

Brazilië profiteerde nauwelijks van het thuisvoordeel en het voormalige gastland Groot-Brittannië won meer medailles dan in Londen. In Rio werd meer dan één sportieve premisse herschreven.

Medailles 973 en 974 die gisteren werden uitgereikt, waren het goud voor de Verenigde Staten en het zilver voor Servië na de basketbalfinale, de laatste competitie op de Olympische Spelen van de 31ste Olympiade. Rio 2016 is definitief voorbij: de Verenigde Staten wonnen nooit meer medailles op Spelen zonder boycot en het thuisland Brazilië bleef onder de verwachtingen.

Gelukkig pakte Team Brasil in het laatste weekend nog goud in het voetbal na strafschoppen en op de laatste dag ook goud in het volleybal, telkens met de mannenploegen. In een land waar perceptie volstond om een president af te zetten, was dat voldoende voor een tijdelijk opstoot van bruto nationaal geluk. De Sete A Um – het 7-1 verlies tegen Duitsland twee jaar geleden op de World Cup – was helemaal vergeten. In de straten van Rio werd vuurwerk afgestoken en toeterden de auto’s tot laat in de nacht.

De Wall Street Journal heeft weer een studie gedaan, net als in Londen. Het observeerde 97 podia en vond dat 21 procent van de goudenmedaillewinnaars huilde. In Londen was dat vier jaar geleden maar 15 procent. Bij de vrouwen huilde 28 procent, bij de mannen 15 procent, maar bij de Amerikanen huilden de mannen meer dan de vrouwen. De helft van het tranendal op deze Olympisch Spelen was voor rekening van Neymar die minutenlang onbedaarlijk snikte na zijn beslissende strafschop.

Opvallend: geen enkele van de Britse gouden medailles vertrok ook maar een emotionele spier. Wat is er toch aan de hand met die Britten? Hoe krijg je het voor elkaar om eerst in eigen land te stijgen van 47 medailles in 2008 naar 65 in 2012 en vervolgens helemaal aan de andere kant van de wereld en onder de evenaar, nóg meer medailles te winnen. Nooit heeft een organiserend land in de daaropvolgende Spelen zijn medailletotaal vermeerderd. De nieuwe sportgrootmacht Groot-Brittannië heeft het geflikt: 67 medailles, waarvan 27 keer goud, twee minder dan in Londen.

Zestig procent van de Britse medailles komen van mannen. Bij de Amerikanen, Chinezen en Russen overtreffen de vrouwen de mannen. De Verenigde Staten worden op elke Olympische Spelen voorspeld te verliezen, maar altijd weer krijgen ze in de meest diverse sporten medaillekandidaten op de podia. Een totaal van 121 medailles overtreft de 110 van Beijing acht jaar geleden. Met nog een hele atletiekavond te gaan en een hele zondag, had Team USA zaterdag al één medaille meer dan in Peking en vier gouden meer.

Doel: Tokio 2020

Grote verliezer bij de grootmachten is China. In Peking kwam het nog precies op honderd medailles uit maar in Londen was dat
al gezakt tot 88. Hier in Rio werd het een povere 70 medailles. De reactie liet niet op zich wachten. Eerst was er sprake van een buitenlands complot, maar later kwam een bobo met een andere uitleg: goud moet niet te allen prijze, en een beetje minder is ook al goed en de weg erheen is belangrijker dan het doel. Hun tweede plaats zijn ze kwijt aan Groot-Brittannië, dat ze in Londen nog ruim klopten.

De Russen verbijten hun woede. Ze hadden er 79 in Londen, en dat vonden ze al niet goed genoeg. En dan verloren ze net voor Rio door die dopingperikelen nog eens ongeveer 150 atleten waaronder de hele atletiekploeg, op verspringster Darija Klisjina na. Die overleefde de kwalificaties niet. Rusland strandt op 56 maar zal over vier jaar in Tokio terug op volle oorlogssterkte aantreden. China mag daar ook worden verwacht.

Nog een nationalistische verliezer die wat goed heeft te maken over vier jaar is Australië. Zestien jaar geleden in eigen huis nog trotse winnaar van 58 medailles. Vandaag amper iets meer dan de helft. Het kleinste grote sportland is in shock en dat waren ze ook al in Londen. “Is Australiës horror show echt een investering van 300 miljoen euro waard?”, kopte news.com.au.

Zowel China, Rusland als Australië zullen van Tokio 2020 een doel maken. Japan zelf ligt op koers om daar vijftig medailles of meer te winnen, nadat ze in Rio op eenenveertig bleven hangen, het beste resultaat ooit.

Nationale feestdag

Drie landen hebben voor het eerst een olympische medaille gewonnen en het was meteen drie keer goud: Kosovo mocht voor het eerst meedoen en zag de vlaggendraagster Majlinda Kelmendi twee dagen later al haar judokampen winnen.

Fiji haalde het in de finale van rugby sevens van de voormalige koloniale overheerser Groot-Brittannië met maar liefst 43-7. Dat gebeurde op 11 augustus en meteen hadden de eilandbewoners er een nationale feestdag bij. Ook de plannen om de vlag met in de hoek de Britse vlag te vervangen door een ander design, werd meteen gedumpt omdat elke familie op het eiland zich net een exemplaar had aangeschaft.

Jordanië won het goud dat eigenlijk voor onze Jaouad Achab was voorbestemd en Ahmad Abu-Ghaush danste minutenlang in het rond met zijn vlag, zelfs al na de winst in de halve finale.

Nederland haalt negentien medailles en is daar niet echt tevreden mee. In een eerste prognose eind 2015 was een eindtotaal
van dertig medailles vooropgesteld. Later werd dat iets naar onder herzien, maar negentien medailles is ondanks de acht gouden plakken ver verwijderd van het target van 25 van Sydney 2000, tot nog toe het beste resultaat ooit van Oranje. Als de vergelijking met Nederland u de strot uitkomt, dan is Denemarken ook een mooie: vijftien medailles voor 5,5 miljoen inwoners.

In Afrika ten slotte haalde Kenia het van Zuid-Afrika en Ethiopië. Ook in Afrika pakte Niger zaterdag zijn eerste medaille en was daarmee in Rio het 87ste land dat een medaille won. Dat is een record voor de Olympische Spelen. 120 landen wonnen niets.

LAATSTE SPORTZOMER Tchau Tchau Rio in De Morgen van 22 aug 2016

TSCHAU TSCHAU RIO

Morgen gaat het via Sao Paulo en München naar Brussel. Het extra ommetje Sao Paulo was nodig om een businessje te kunnen versieren. U mag mij dat niet kwalijk nemen. Tweeënhalve maand heb ik haast elke dag geschreven en steeds minder comfortabel. Hier in Rio was dat vanop een stinkende sofa, of in mijn bed, of gezeten op inzakkende stoelen in een diepvriesperszaal of op een te kleine en te hete perstribune. Een beetje luxe zal welkom zijn. Bij het diner neem ik morgenavond een glaasje rode wijn, misschien bekijk ik nog een filmpje en daarna zal ik op dat knopje rechts van mij duwen en strijk gaan tot München. Ik klaag niet, want dit is een mooi beroep. Maar nu ben ik moe en in stijl terugvliegen is een mooi einde van de lange hete sportzomer van 2016.

Tchau tchau Rio, met welk gemoed moeten we hier weg? Dit weekend nog gediscussieerd met een vriend die hier woont. Hij verdedigde Rio, ik had bedenkingen. Het Internationaal Olympisch Comité had moeten weten, zei hij, in welke stad en vooral in welke maatschappij ze terechtkwamen. Dat klopt honderd procent. Brazilianen zijn geen grote organisatoren en initiatiefnemers, misschien is dat wel een erfenis van het kolonialisme en de militaire dictatuur die daarop volgde.

Ik schrok toen ik zaterdag bij een bezoek aan het hoofdkwartier in het Windsor Marapendi hoorde hoe het IOC drie jaar van tevoren in alle stilte het management van de hele organisatie had overgenomen, continu vijftig man ter plekke had en vanaf 2016 voortdurend een paar honderd van hun meest capabele mensen had uitgezonden. Hoe de sportbonden al heel snel te horen kregen dat zij de venues zouden moeten runnen want dat de Brazilianen het op eigen kracht niet voor elkaar kregen.

De erfenis van de Spelen in Rio zou beter transport zijn, met een nieuwe metrolijn en een BRT – een snelbus – die door wel tien favela’s passeert. Daar staat dan weer tegenover dat in het olympisch park de grootste kudde witte olifanten – onnodige bouwsels – uit de geschiedenis van de georganiseerde sport is neergepoot. Daar staat ook tegenover dat ze er absoluut niet in zijn geslaagd om die baai proper te krijgen. Daar staat nog meer tegenover dat het af en toe een chaos was en dat een stad als Rio en een land als Brazilië dit geld misschien iets beter had kunnen besteden. Niet misschien, heel zeker.

De Brazilianen hebben zich ook niet van hun mooiste kant laten zien en hoe ze het ook uitleggen, dat voortdurende uitfluiten van de tegenstander is een achterlijke gewoonte. De schrijver Nelson Rodrigues zei ooit dat zelfs de stilte in Maracaña zou worden uitgefloten. Toch vreemd om zo je minderwaardigheidscomplex af te reageren, want dat is de essentie: Brazilianen vinden dat ze niet zoveel hebben om trots op te zijn en wij gringo’s (buitenlanders) zijn hier alleen maar om dat er nog eens extra in te wrijven.

De frustratie van de natie is er met de uitblijvende resultaten niet op gebeterd en de houding tegen de gringo’s is in de loop van de Olympische Spelen van argwanend naar af en toe vijandig omgeslagen. Dat hebben we te danken aan de vele kritische artikels over Rio en de Spelen. Alsof het onze schuld was dat het in de eerste dagen voor geen meter liep met het publieke transport en dat de kogels door persbussen en perstenten vlogen. De laatste dagen van de Spelen nam de spanning nog toe door die stomme Amerikaanse zwemmers die een overval verzonnen om hun eigen baldadig gedrag te maskeren.

Wij eurocentristen maakten ook een denkfout toen we alles door onze Europese bril bekeken en veroordeelden. Dit is de derde wereld en als de Spelen ook ergens anders dan in het rijke Westen of rijke Verre Oosten willen landen, zullen we in de toekomst misschien rekening moeten houden met akkefietjes zoals een overvalletje, sabotage zoals met die neergestorte camera of een busje dat niet komt. De laatste vier Olympische Spelen zijn we bijzonder verwend. Zowel in Sydney, Athene, Peking als Londen hing geen bordje verkeerd en liep alles op wieltjes. In Rio hingen de bordjes niet verkeerd, ze hingen er meestal niet. Over vier jaar gaan we naar Tokio en dat zal prima in orde zijn en daarna naar Los Angeles of Parijs. Doe maar die laatste. Lekker dicht bij de deur en ik herinner mij nog levendig Atlanta 1996. Dat was tien keer slechter dan Rio.

HET MIRAKEL VAN RIO in De Morgen van 20 aug 2016

GEACTUALISEERDE VERSIE (pdf hierbij is van vrijdagavond)

Het mirakel van Rio: hoe kunnen we dit vasthouden?

Nooit heeft België beter gescoord op Olympische Spelen. Met de nodige dosis geluk weliswaar was Rio 2016 veel minder slecht dan verwacht, maar goed is nog wat anders. Van het toevalsmodel definitief een prestatiemodel maken, dat is nu de uitdaging.

Hoe goed waren we echt?

Rio evenaart de beste Belgische medailleoogst ooit in de geschiedenis van de Olympische Spelen. In absolute getallen doen we even goed als Atlanta 1996, maar daar waren wel 15 procent minder medailles te verdelen dan in Rio. Wie denkt dat België in zestien dagen een topsportland is geworden: we staan in Rio exact waar we twintig jaar geleden stonden. Zes medailles toen, zes nu. Toen twee keer goud, nu twee keer goud. Toen euforie, nu euforie. Toen ging het mis, en nu?

De verschillen? In Atlanta waren er vooral veel (vier) judomedailles, in Rio de Janeiro gaat het om vijf verschillende sporten, waaronder zelfs een ploegsport, nooit gezien voor dit land. Toen de favorieten niet thuis gaven, stonden weliswaar andere schaduwfavorieten op, maar toch was vooral het geluk ons gunstig gezind. De klassieke onverwachte medaille werden er zelfs twee: Pieter Timmers en Nafi Thiam.

Het buikgevoel zegt dat in Rio een prille Belgische topsportcultuur is ontwaakt. Onmiskenbaar zijn we er in de breedte op vooruitgegaan: nooit eerder haalden we negentien topachtplaatsen in elf verschillende sporten. Zes keer eindigde Team Belgium op de ondankbare vierde plaats.

Het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) zal morgen op de eigen round-up van een groot succes spreken, maar dat is het niet. De verwachtingen waren zo laag dat door die zes medailles zich een algemene blijdschap meester heeft gemaakt van de natie en de delegatie. Jammer maar helaas: zes medailles voor een rijk land van elf miljoen inwoners blijft te weinig. België zou altijd minimaal met tien olympische medailles naar huis moeten komen.

Wat zijn die medailles waard?


Pieter Timmers. ©BELGA

De gouden medaille van Nafi Thiam op de zevenkamp is wellicht de grootste Belgische sportprestatie aller tijden en dus ook de meest prestigieuze gouden medaille die ons land ooit heeft gewonnen. De zilveren medaille van Pieter Timmers op het tweede koningsnummer van de Spelen, de 100 meter vrije slag, is geen goud waard, maar is wel het strafste zilver dat ooit is gewonnen. De zilveren medaille van de hockeyploeg is behaald in een ploegsport en dat is een primeur voor het naoorlogse België, ook al is het de kleinste van alle olympische ploegsporten met een quasi garantie op succes voor wie investeert.


Dirk van Tichelt. ©AFP

Ook de bronzen medailles van Dirk Van Tichelt, behaald na een afsluitende winnende kamp, en Jolien D’hoore verdienen hun eigen glans, zelfs al deden twee concurrenten beter. Uiteraard zal de ene medaille net iets harder schitteren in het sportheelal omdat de ene sport nu eenmaal mondialer is dan de andere. Maar het moedige hockeyzilver afzetten tegenover de lamentabele kwartfinale van de Rode Duivels om de voetballers te ridiculiseren, slaat nergens op.

Opvallend: zestien van de negentien topachtplaatsen en vier van de zes medailles komen integraal voor rekening van het Vlaams topsportbeleid, één project is nationaal (hockey, zilver) en slechts één medaille (Nafi Thiam, goud) komt van de Franstaligen en die hadden ze zelf ook niet zien aankomen.

Is er een oorzaak voor dit plotse succes?

Er was verbetering in 2015 met elf podia op WK’s en EK’s in olympische disciplines, maar de jaren daarvoor waren historisch zwak. Deze medailleoogst had niemand voorspeld en is daarom niets minder dan een mirakel.

De factor geluk was België gunstig gezind. Greg Van Avermaet profiteerde van het enige scenario waarbij hij een kans had. Pieter Timmers zwom sneller dan ooit, maar profiteerde van het falen van de favorieten. Geluk dwing je af. Geluk in de topsport levert pas een prijs op als je meedoet voor die prijs. Van Avermaet zat waar hij moest zitten, Timmers zwom zijn once in a lifetime race op het juiste moment.

Het lijkt alsof de sporters en hun entourage de laatste jaren de lat hoger leggen. De indruk bestaat dat ze resoluut voor finales gaan en voor een medaille.


Greg Van Avermaet. ©BELGA

Paul Rowe, algemeen directeur bij Sport Vlaanderen en verantwoordelijk voor de topsport, denkt dat het Vlaams topsportbeleid eindelijk de vruchten begint af te werpen. “Ik ben zeker niet euforisch zoals het BOIC, maar wel opgelucht. De kentering is ingezet. Vroeger werd gezegd: de Hollanders maken plannen, wij trekken onze plan. Wij maken nu ook al twaalf jaar plannen en de sporten met een duidelijk programma hebben gerendeerd.”

Wie mag de pluimen op zijn hoed steken?

Het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité?

Niet echt, al zijn die – ere wie ere toekomt – wel de motor achter de hockeymedaille. Voorts is hun grootste verdienste dat ze niet langer in de weg lopen. Voor het eerst sinds 1980 hebben ze geen atleten die recht hadden op een internationaal startbewijs met eigen strengere criteria hun olympische trip ontzegd. Op één enkeling na, die het al of niet opgelegd in buik kreeg, is niemand echt afgegaan.

De sportbonden?

Die blijven de zwakste schakel in de topsportketting. Neem het wielerverhaal. Het goud van Greg Van Avermaet komt niet op de rekening van de werking van de wielerbonden, eerder nog op die van de voetbalbond die hem naar de sport haalde. Als Jolien D’hoore heeft gescoord, heeft die dat in de eerste plaats aan zichzelf te danken, in de tweede plaats aan haar ploeg Wiggle-Honda waar ze leerde winnen en pas dan aan de bondswerking.

Het wielerbondverhaal is typisch voor onze sportbonden: zwakke figuren omringen zich met zwakke figuren en gooien miljoenen over de balk. Wielrennen kreeg de voorbije vier jaar van alle sporten het meeste geld toegestopt, het dubbele van atletiek. Daarmee zou een vrouwen- en mannenploeg achtervolging worden geformeerd en ook op omnium zou zwaar worden ingezet. Alles en iedereen mislukte, behalve de rots Jolien D’hoore, achter wie het falend beleid zich nu verstopt.


Jolien D’hoore. ©Photo News

En toch verdient deze sport een investering, op voorwaarde dat ze de talenten kan overreden om voor een baantraject te kiezen. Paul Rowe: “Het beleid moet, als dat nodig is, sneller kunnen ingrijpen bij sportbonden die falen in hun topsportmissie.”

Het beleid?

Aan Vlaamse kant heeft het beleid een stap in de goede richting gezet. Paul Rowe: “De helft van de topsportmiddelen hebben we ad hoc ingezet en we kozen resoluut voor olympische disciplines. Is er een project, is er een kans op succes? Dan investeren wij in dat project. Wij hebben de voorwaarden geschapen voor topsport, maar de verdienste ligt bij de atleet en zijn of haar trainer.”

De trainers, ten slotte?

Goede, gedreven trainers zijn de trekkers van topsportsucces. Daar hadden wij er te weinig van door een historisch zwakke trainersopleiding. Vooral Vlaanderen heeft de laatste jaren heel wat buitenlandse knowhow geïmporteerd. Het gymverhaal met het Franse echtpaar Kiefer-Heuls en het zeilproject van de Nederlander Wil van Bladel leverden in Rio geen medailles op, maar hun compromisloze topsportdenken werkte inspirerend.

Hoe kunnen we dit bestendigen?

Een metafoor: aan de rand van de woestijn groeien de sterkste planten, die niet te veel en niet te weinig water krijgen. De Belgische/Vlaamse topsport was voorheen niet meer dan een teer korstmosje, klaar om te worden vertrappeld, in Rio is ze een plant aan de rand van de woestijn geworden. De aanzet van een topsportcultuur leverde meteen zes medailles op. Als de juiste mensen op de juiste plaatsen de juiste dingen kunnen doen, komt succes vanzelf.

Paul Rowe: “De tijd is rijp om vol voor topsport te gaan, volop daarin te investeren, en er meer een plichtenverhaal dan een rechtenverhaal van te maken. Wie talent vindt, een programma heeft en medaillekansen heeft, wordt ondersteund. Wie mislukt, wordt niet meer ondersteund. Zo zit topsport in elkaar.”

Na het relatieve succes van 1996 werd geruzied, vooral in het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité dat toen nog de motor was van de Belgische olympische sport. Niet zeker dat vandaag ook in Vlaanderen niet zal worden geruzied als je de zwemwereld hoort. Rowe: “Drie finaleplaatsen en een zilveren medaille, het beste resultaat ooit, maar ik vrees dat er heibel komt.”

Sinds het BOIC is verschrompeld tot een uitzendkantoor annex serviceclub voor de eigen sponsors, dient een andere motor voor de topsport zich aan. Paul Rowe denkt dat Vlaanderen de kar moet trekken. “Wij brengen twee derde van de topsportmiddelen in, we tekenen voor bijna alle podia, dus we zijn op goede weg. Het nationaal verhaal blijft een probleem, maar we willen heel graag samenwerken met anderen, met de Franstaligen en met het BOIC. Maar eerst moeten we elkaar vinden in de objectieven want niet iedereen denkt over topsport zoals wij.”

***

DE MEDAILLES

GOUD Nafi Thiam Atletiek zevenkamp

GOUD Greg Van Avermaet Wielrennen weg

ZILVER Pieter Timmers Zwemmen 100 meter vrije slag

ZILVER Mannenploeg Red Lions Hockey

BRONS Dirk Van Tichelt Judo

BRONS Jolien D’Hoore Baanwielrennen omnium

DE TOPACHTPLAATSEN

Evi Van Acker – zeilen – vierde

Thomas Pieters – golf – vierde

Raheleh Asemani – taekwondo – vierde

Jaouad Achab – taekwondo – vierde

Hannes Obreno – roeien skiff – vierde

4×400 – atletiek- vierde

Elke Van Hoof – BMX – zesde

Marten Van Riel – triatlon – zesde

Louis Croenen – zwemmen 200 meter vlinderslag – achtste

4×100 vrije slag – zwemmen – zesde

4×200 vrije slag – zwemmen – achtste

Thomas Van der Plaetsen – tienkamp – achtste

Denis Goossens – gymnastiek ringen – achtste

VERGELIJKING OLYMPISCHE SPELEN 2000-2016

Sydney 2000: 68 atleten, 5 medailles (0 goud, 2 zilver, 2 brons), 11 topachtplaatsen

Athene 2004: 46 atleten, 3 medailles (1 goud, 2 brons), 14 topachtplaatsen

Beijing 2008: 96 atleten, 2 medailles (2 goud), 12 topachtplaatsen

Londen 2012: 115 atleten, 3 medailles (1 zilver, 2 brons), 13 topachtplaatsen

Rio 2016: 108 atleten, 6 medailles (2 goud, 2 zilver, 2 brons), 19 topachtplaatsen

20160820_De-Morgen_p-18-19-mail

NET GEEN GOUD in De Morgen van 19 aug

NET GEEN GOUD

 

Op dag dertien van de Olympische Spelen verloren de Red Lions in de finale met 2-4 achter tegen Argentinië. Dat betekende geen derde Belgische gouden medaille, maar dan wel een tweede zilveren. Een zevende en achtste bronzen voor onze taekwondoka’s zaten in de nachtelijke pijplijn.

Zo zeker als de Nederlanders waren tegen België, zo zeker was België dat het Argentinië ging kloppen in de finale van het Olympisch hockeytoernooi; de beste teamprestatie uit de geschiedenis van de Belgische sport. Het geluk dat twaalf dagen lang de Belgische olympische ploeg toelachte, keerde gisteravond in het Deodoro-hockeystadion. Een thriller eindigde in 2-4 voor de Argentijnen.

Na een droomstart waarbij Tanguy Cosyns een verticale inspeelbal van Loïc Luypaert handig devieerde en de doelman te grazen nam (1-0), waren de Argentijnen niet onder de indruk. Ze speelden hockey zoals Atlético Madrid voetbalt: met volle overgave, maar ook kundig, verdedigen in blok en razendsnel counteren als het kan. En ze hebben een formidabel wapen in de strafcorners van Gonzalo Peillat. Een eerste strafcorner leverde indirect een doelpunt op, een tweede scoorde Peillat zelf. Tussendoor hadden de sluwe Argentijnen al vanop afstand de 1-2 gescoord. Net voor het einde van het derde kwart brak Gauthier Boccard van Ukkel de ban met een wereldgoal (2-3). Het was wachten tot de gehandicapte Argentijnen in het vierde kwart fysiek in elkaar zouden stuiken. De druk leverde een derde en vierde strafcorner op, maar in tegenstelling tot de Argentijnen die hun strafcorners maximaal benutten, leverden die vier van de Red Lions niets op.

Met nog drie minuten te gaan werd doelman Vincent Van Asch gewisseld voor een veldspeler om overtal te creëren. Ook dat bracht geen zoden aan de dijk in Rio. Integendeel, in een wanhoopsoffensief konden de Argentijnen tegen counteren en hun vierde scoren.

En zo leverden onze drie gouden kansen één zilveren en hopelijk twee bronzen medailles op.

Yes we can

Als het Belgian Olympic Team nog iets meer wilde halen bovenop de hockeymedaille, dan moest dat ook gisteren gebeuren. Elke Vanhoof komt weliswaar vandaag in het BMX nog in actie en mag hopen op een finale nadat ze de zesde kwalificatietijd liet optekenen, maar voor een realistische medaillekans stond donderdag 18 augustus met stip genoteerd. Dinsdag werd die kans zelfs in één klap een zekerheid toen de Red Lions de finale van het hockeytoernooi bereikten door het onklopbaar gewaande Nederland met 3-1 moeiteloos opzij te zetten.

De dag der Belgen – wat zou het worden; zes, zeven of acht medailles? – begon op een bloedheet Copacabana, waar de zon al van in de vroege uren fel scheen op het diepblauwe van de wissel- en aankomstzone. “Let op Marten Van Riel”, had Reinout Van Schuylenbergh van de triatlonbond gezegd. 23 jaar, getraind door Marc Herremans. Een groot talent en een exponent van dat ‘yes we can’ dat zich in Rio als een virus door de Belgische delegatie heeft verspreid sinds op dag één Greg Van Avermaet een onmogelijke situatie rechtzette en goud won.

In het triatlon komt Van Riel met de gebroeders Brownlee uit het water. Alistair en Jonathan zijn favoriet en zullen bijna twee uur later zelfs één en twee worden, maar Marten Van Riel fietst mee met de kopgroep van tien waarin hij geregeld kopwerk doet en die binnenkomt met een dikke minuut voorsprong op een peloton. De afsluitende 10 kilometer begint hij in het spoor van de Brownlees, maar moet hen al snel lossen. Hij loopt even met de vierde plaats in zicht, maar uit de achtergrond zijn nog twee bijzonder goede lopers kunnen terugkomen: eerste Belg en zesde. Jelle Geens, die bij de laatsten uit het water komt, kan weinig goedmaken en eindigt 38ste.

Van Riel was tevreden. “Ik zat in een klein groepje met de Brownlees en ik wist dat die voorop zouden willen blijven omdat er misschien nog betere lopers achterop lagen. Volgen zat er niet in en dat nog twee achtervolgers mij passeren is jammer, maar zesde is beter dan verwacht.”

30 kilometer verder naar het westen was in Carioca 3 van het Parque Olímpico het taekwondotoernooi begonnen bij de -68 kilogram voor mannen en de -57 kilogram voor vrouwen. Daarin ook twee Belgen. Raheleh Asemani, een Iraanse vluchtelinge die in 2012 naar België kwam en als postbode in Antwerpen werkt en daar ook traint, is nog maar een paar maanden Belgische. Ze geldt als een topper, maar staat slechts negende in de ranking. Ze heeft daardoor een minder goede loting dan Jaouad Achab, die het toernooi begint als eerste gerangschikt.

Dat is er niet aan te zien. De Panamese Carstens krijgt dertien tikken of schoppen tegen lichaamsdelen waar dat is toegestaan en kan zelf maar één keer raak treffen. In de volgende ronde wacht de Britse nummer één Jade Jones.

Ook Jaouab Achab vecht in de ochtend zijn eerste ronde. Zijn tegenstander komt uit Papoea Nieuw-Guinea en denkt dat hij in het mixed martial arts is ingeschreven. Hij begaat de ene na de andere onregelmatigheid en raakt Achab twee keer op ongeoorloofde wijze. Achab bewaart zijn kalmte en tikt zich een weg naar 15-1.

30 kilometer naar het noorden is Thomas Van der Plaetsen aan de tweede dag van zijn tienkamp begonnen. De verrassende Europese kampioen van begin juli weet dat hij niet meedoet voor de medailles en zet dat kracht bij met een zwakke 110 meter horden. Het toernooi kent veel uitvallers en geen te beste prestaties, Van der Plaetsen kan een top tien halen. Na het polshoog staat hij zelfs even achtste. Er is nog een vergeten Belgische die vandaag optreedt. Chloé Leurquin is bezig aan een duinenwandeling aan Barra Marapendi, waar de tweede ronde van het olympisch golf wordt gespeeld. Ze staat voorlaatste, op deze Spelen zowaar een on- Belgische prestatie.

Eén zwak moment

En daarmee hebben we de ronde van Rio volgemaakt. Terug naar het taekwondo, waar we in de kwartfinale tijdelijk Raheleh Asemani kwijtspelen, nadat ze met 7-2 verliest van de Britse olympische kampioene Jade Jones. Eén zwak moment van Asemani, en Jones kan twee keer haar hoofd treffen aan het einde van de eerste ronde. Daarna verdedigt Jones haar voorsprong. Asemani heeft nog steeds een kans op een bronzen medaille, maar dat hing af van Jones’ traject en dat kunnen we u niet meer meegeven. De herkansingen waren om 1 uur Belgische tijd en de finale om 3 uur.

Jaouad Achab kroop door het oog van de naald tegen een agressieve jonge Pool die tegen het einde op 9-9 kwam. De scheidsrechters haalden die score echter weg, maar het scheelde geen haar. In de halve finales verloor Jaouad Achab kansloos van de Rus Denisenko. Net zoals Asemani vocht Achab nog maximaal twee kampen die in geval van winst brons hebben opgeleverd.

Rags and riches in De Morgen van 18 aug

RAGS AND RICHES

De Belgische olympiërs van vrijdag, zaterdag en zondag hoeven zich niet boos te maken en hun fans en familieleden moeten niet beginnen twitteren, ook in de sport is er zoiets als een redelijke probabiliteit. Die zegt dat vandaag de laatste dag is met een kans op één of meerdere Belgische medailles. Het siert het BOIC dat ze pas zondag om 12 uur hun round-up zullen houden. Het getuigt alvast van respect voor wie nog bezig is en ze weten natuurlijk ook dat dit gekke Olympische Spelen zijn. Voor je het beseft, wint Koen Naert, de marathonloper uit mijn gemeente, ook een medaille. Zou zomaar kunnen, zouden ze op de VRT zeggen, als het wielrennen was.

De helft van de redelijke probabiliteit is al ingevuld, want van één medaille zijn we zeker. Rond 23.15 uur vanavond weten we of het twee keer goud, twee zilver en twee brons, dan wel drie goud, één zilver en twee brons wordt. In beide gevallen is dat het beste naoorlogse resultaat op Olympische Spelen, maar dat leggen we in de zaterdagkrant wel eens uit.

Met veel geluk, maar we zijn on a roll dus waarom niet, hebben we na vannacht zelfs acht medailles als Jaouad Achab en Raheleh Asemani al het goede waarmaken wat over hen wordt verteld. Het verhaal van de taekwondoka’s is dat van één koppige ex-atlete – Laurence Rase – in dienst van de Vlaamse bond, één gedreven coach – Karim Dighou – en enkele getalenteerde jongens met een migrantenachtergrond.

Taekwondo is een vechtsport en in vechtsporten wordt altijd gevochten, op de mat en ernaast. Dat is wat Laurence Rase heeft gedaan, gevochten als een leeuwin voor haar atleten in een sport die een paar jaar geleden de topsportgelden tot een minimum zag gekort. Uitgerekend daarna werd de ene na de andere medaille behaald en toen Laurence ook nog eens een kans zag om de Iraanse vluchtelinge Raheleh Asemani aan een Belgisch paspoort te helpen, liep ze zich ook daarvoor het vuur van onder de sloffen. Weer met succes.

Asemani geldt als een topper en in tijden van migratie en paspoortveranderingen moeten we niet heiliger zijn dan de paus. Het talent van dat meisje is van Iraanse makelij, maar zonder de Vlaamse omkadering had ze het ook niet gered. Iets na 22 uur vanavond weten we of een Belgische taekwondoka in de finale staat. Vijf uur later pas wordt de finale gevochten.

Twee werelden

Voor het eerst in de geschiedenis van de naoorlogse Olympische spelen is het zeker dat op een welbepaalde dag op een vastgelegd uur een Belgische medaille zal vallen. Wat een ongekende luxe voor onze sportwoestijn. Alleen de kleur kennen we nog niet. Het is het voorrecht van in een teamsport de halve finale te hebben gewonnen, dat je eerst een dagje mag uitblazen om dan voor goud te spelen. Of zilver. Doe maar goud, heren hockeyers, we zijn nu toch bezig alle prognoses naar de filistijnen te spelen, dan is het beter om meteen buiten proportie te scoren.

Goud zou erg verdiend zijn na knalprestaties het hele hockeytoernooi door. De Britten weggespeeld, het thuisland opgepeuzeld, niemand in de buurt laten komen en dan in de halve finale van de Olympische Spelen staan. Daarin winnen van Nederland, niet op een gelukje, niet met verdedigen en hopen op een gelukkige strafcorner, maar met agressief, snel aanvallend hockey, het is een van de grote Belgische prestaties op deze Olympische Spelen. Als daar nog goud op volgt, is dat een van de grote momenten in de Belgische olympische geschiedenis.

Na de oorlog zijn we in teamsporten nooit meer in het stuk voorgekomen en ook al is dit hockey, de kleinste van alle teamsporten, het blijft een prestatie waar tien jaar hard aan is gewerkt binnen een uitgekiend model.

Vandaag, donderdag 18 augustus, kan een symbolische dag worden. De dag van uitersten, de dag van – dichterlijke overdrijving – de rags and riches, van de elite van het hockey die op dezelfde dag als een Marokkaanse jongen en/of een Iraans meisje voor België een medaille winnen. Geen twee sporten op deze Spelen die zo ver van elkaar afstaan als hockey en taekwondo, golf en boksen misschien uitgezonderd. De ene een sport voor bijna uitsluitend blanke, welstellende Belgen en expats, de andere bijna uitsluitend een sport van migranten.

Misschien hebben we over vier jaar in Tokio een taekwondoka uit Sint-Martens-Latem mee en een hockeyer uit Molenbeek, maar vooralsnog bestaat de taekwondoselectie alleen uit migranten en de hockeyploeg alleen uit blanke Belgen uit de middenklasse en daarboven.

Het zou fantastisch zijn als na Nafi Thiam – een moslima die geen hoofddoek draagt, was dé meest onzinnige opmerking van het toernooi – hockey en taekwondo allebei een medaille zouden winnen op dezelfde avond en samen zouden worden gehuldigd. Twee totaal verschillende werelden die heel even samenkomen omdat ze hetzelfde doel voor ogen hadden: excelleren in de sport. Sommigen noemen dat Olympisme.

 

 

20160818_De-Morgen_p-24-25-mail

AT THE COPA, COPACABANA in De Morgen van 18 aug

Copacabana: volleybal, vrouwen en vitaminas

Het mythische strand van Copacabana is dé plek in Rio waar de Olympische Spelen worden beleefd à la Brasil: een mix van samba, joie de vivre en agressie. Vandaag is het sportief carnaval met eerst het triatlon en vannacht de finales van het beachvolleybal.

Woensdagochtend, Copacabana. Ik verblijf aan het begin, tegen Leme aan, het meest gemengde deel van Copa, zoals de locals mijn buurt noemen. Hier wonen superrijken met daklozen slapend aan de voordeur, en daar kijken ze al lang niet meer van op. Waar ze wel van opkeken gisterenochtend zijn de borden met verkeersinstructies die ‘s nachts zijn verschenen en aanduiden dat het met ingang van vandaag niks minder dan een hel wordt op en rond hun geliefde dijk en wijk.

Bij de padaria sta ik met mijn broodjes aan de kassa als een keurige mijnheer met aktetas mij aanschiet. Gelukkig in prima Engels.

“U bent hier vast voor de Olympics. Wat is hier aan de hand morgen (vandaag dus, HVDW)? Weer een wielerwedstrijd, ik dacht dat we die hadden gehad?”

“Triatlon, senhor”, antwoord ik. “Zwemmen, fietsen, lopen, twee uur lang tussen Posto 3 en 5. En zaterdag nog eens, maar dan voor de vrouwen. En fietsen doen ze richting Lagoa en terug.” A loop to Lagoa? De man kijkt mij verschrikt aan en daar heeft hij alle reden toe, want zelfs een toerist als ik weet dat als de assen Nossa Senhora en Barata Ribeiro twee uur lang zullen worden afgesloten, dit niks minder betekent dan een totale lock down. Dit wórdt echt de hel.

Het zal kiezen worden voor de Belgen tussen taekwondo en triatlon ‘s namiddags Belgische tijd en in de avond tussen taekwondo en hockey, maar probeert u toch maar dat triatlon te kijken want dan krijgt u wat van dat Rio-gevoel in uw huiskamer. Er zal wel een Engelsman winnen, maar de ster van de dag wordt Copacabana; ooit een mythisch strand voor de Amerikaanse riches van de wereld, maar ondertussen een redelijk uitgewoonde buurt die dringend aan opwaardering toe is.

Zwemmen doen de triatleten straks in het oceaanwater. Het heeft al een paar dagen niet geregend en de openwaterzwemmers hebben hun 10 kilometer maandag en dinsdag overleefd, dus dat zit wel snor voor die 1.500 meter. Enig voorbehoud wordt gemaakt voor de golven. Die waren dit weekend zo fel en de stroming was zo sterk dat het hele startponton was weggeslagen en op het strand spoelde. De zwemmers van het open water moesten daarop via het strand naar een startkoord zwemmen, terwijl ze normaal gewend zijn te duiken vanaf dat ponton. Ook de triatleten zijn dat gewend, maar voorlopig wordt het voor hen plan C: een Le Mans-start vanaf het strand, lopen zo ver dat kan en dan beginnen zwemmen.

Vervolgens rijden ze acht ronden van vijf kilometer, waarbij ze twee hellingen moeten verteren voor in totaal 155 meter hoogteverschil per ronde. Het steilste percentage is 23 procent, pittig dus. Daarna wordt gelopen op de boulevard, de Avenida Atlántico: vier rondjes van 2,5 kilometer. Belgen zijn niet kansloos, maar kijkt u vooral.

Ontvoerders

Copacabana is deze week de place to be geworden van deze Olympische Spelen, en al helemaal nadat de Amerikaanse zwemmer Ryan Lochte en zijn vriendjes zijn beroofd nadat ze uit een luxe-hoerenkast kwamen in Rio Centro. Copa is wél safe, is het ordewoord onder de atleten die inmiddels massaal naar de bruisende promenade zijn afgezakt. Kan ook moeilijk anders met de helft van het leger dat is uitgerukt, met helikopters in de lucht en af en toe een oorlogsbodem voor het strand.

Tot het einde van de 19de eeuw een afgesloten strand waar geen verkeer vanuit de stad naartoe kon. Later kwam een eerste tunnel en een tram en nog later (in 1923) werd het Copacabana-hotel gebouwd dat ongetwijfeld in de aerials van het triatlon zal zitten, net als in die van het openwaterzwemmen en het beachvolleybal.

Het schelpvormig strand van ruim vijf kilometer is vandaag één grote kosmos van bewegers en sedentairen. ‘s Ochtends in alle vroegte bieden de personal trainers met hun meegebrachte spullen een training aan voor 2,5 euro per beurt, weliswaar op een tienbeurtenkaart. Wie liever alleen traint, heeft om de kilometer aluminiumconstructies om zich op te pijnigen. Om negen uur beginnende voetvolleybalspelers aan hun onwaarschijnlijk spel waarbij ze met twee tegen twee op een volleybalnet en volleybalveld elkaar afmaken. Beachbal, volleybal, gewoon voetbal of balletje hoog houden, alles wat Brazilianen leuk vinden, wordt gespeeld. Balletje hoog in een cirkel of met twee is het favoriete spel van de favelado’s, de inwoners van de nabijgelegen favela’s Cantagalo, Tabajaras, Babilônia of Chapéu Mangueira.

Die laatste twee liggen in de heuvel achter Leme en ook deze olympische hoogdag zal daar beginnen. Sinds vrijdag 5 augustus, de dag van de openingsceremonie, serveert het hotel Windsor Atlántico op de hoek van de dijkboulevard en de weg naar Botafogo het ontbijt op de executive floor extra vroeg. Daar verblijft de hele equipe van NBC’s Today, want helemaal aan het uiterste puntje van Leme zendt NBC elke ochtend de ochtendshow uit. Matt Lauer and Hoda Kotb zijn de hosts. Elke ochtend worden zij in een geblindeerde 4×4 onder politiebewaking 500 meter verder naar Posto 1 gebracht, waar hun tijdelijke studio hoog boven het strand is opgebouwd.

Matt Lauer is aan zijn elfde Olympische Spelen toe. Elke ochtend verbaast hij zich erover hoe mooi de setting is. “We hebben al van heel wat mooie plekken op de aarde uitgezonden, maar this beats it all. En we zitten niet eens in het olympisch epicentrum. Die security? Ach ja, het zou hier niet veilig zijn, maar ‘s avonds wandel ik hier evengoed op de dijk of ga ik een stukje joggen. Met een pet en zonder credentials is hier niemand die mij herkent. Her en der een Amerikaan misschien, maar toch niet de lui die ons eventueel zouden willen kidnappen.”

Wel feesten, niet sportief

Als het triatlon afgelopen is, zullen de assen Avenida Nossa Senhora Copacabana en Rua Barata Ribeiro snel weer worden opengesteld voor het verkeer. Dit is de derde van vier speciale feestdagen die de staat Rio de Janeiro voor de ambtenaren heeft afgekondigd in de hoop dat ze thuisblijven. Dat is ijdele hoop, want een dag niet aan het strand is een dag niet geleefd. Dus zullen ze na 13 uur plaatselijke tijd massaal met hun strandstoeltjes richting praia trekken.

Bij warme dagen is het extra druk en drummen voor een goed plaatsje. Dat komt omdat ongeveer één kilometer van het strand is ingenomen door het beachvolleybal met zijn aanpalende tijdelijke bouwsels en ook op het strand ter hoogte van de NBC-studio de stoeltjesverkoop tijdelijk verboden is, waardoor ook de rondtrekkende verkopers van drank en eten minder vaak langskomen.

Een Carioca hangt een hele dag in ongemakkelijke stoeltjes – meegebracht of gehuurd – en eet en drinkt op het strand om het uur. Afhankelijk van de temperatuur en hoe ver het namiddagse koudefront oprukt, zullen de Carioca’s blijven tot vier, dan wel vijf uur. Vanaf halfzes gaat het schemeren en een keer de zon weg, is de lol eraf. Alleen de sportievelingen blijven dan nog op het strand. Tegelijk is de drukte toegenomen ter hoogte van het beachvolleybalstadion, om 19 uur Rio-tijd zullen de poorten daar opengaan. Drie uur later wordt om het brons gespeeld en om middernacht om goud.

Die rare aanvangsuren werden internationaal verkocht als een service aan de Carioca’s die het gewend zijn om naar late sport te gaan. Maar laat in Rio betekent 22 uur en niet middernacht, wat wel heel erg laat is en wat de dijkbewoners tot een uur of twee uit hun slaap houdt. Alles heeft ook hier te maken met de eis van het Amerikaanse NBC om in primetime te kunnen uitzenden. Jammer genoeg komt slechts één van de acht teams die om de medailles spelen uit de VS. Een vraag van de finalisten om te vervroegen werd al afgewezen, uit vrees voor ontevreden tickethouders.

Beachvolleybal is samen met zwemmen de enige venue waar altijd voldoende volk zit om niet op te vallen dat het met de publieke belangstelling ferm tegenvalt. Eergisteren, voor de halve finales bij de vrouwen werd rond 23 uur nog 600 dollar (533 euro) gevraagd voor een ticket voor de wedstrijd tussen de Brazilianen en de VS.

Zowel bij de vrouwen afgelopen nacht als bij de mannen vannacht staat telkens een Braziliaans duo in de finale. Dat is een opsteker voor het thuisland, dat tot op vandaag matig presteert en in de teamsporten ook nog niet kon overtuigen. Dat is tegelijk geen goed nieuws voor de tegenstanders die uit Italië (Nicolai-Lupo bij de mannen) en uit Duitsland (Ludwig-Walkenhorst bij de vrouwen) komen.

Van bij het eerste fluitsignaal zullen ze worden uitgefloten en weggehoond. Elke misser zal op gejuich worden onthaald en elke vreugdeuiting van hun kant zal op boegeroep kunnen rekenen. Het is een van de inmiddels vele tegenvallers van deze Olympische Spelen: Brazilianen zijn geen sportief volk en in het beachvolleybal houden ze er dezelfde destructieve mores op na die wij alleen kennen vanuit het voetbal.

En daarna, wie ook heeft gewonnen, is dat allemaal weer vergeten en zal op Copacabana worden gefeest. De T-shirtverkopers zullen na middernacht weer hun namaak uithalen. De beachbarretjes zullen bij elke rekening proberen twintig reais extra te smokkelen. De mokkels van de bar Mab’s aan de overkant zullen actiever op zoek gaan naar hun cliënteel om mee te tornen naar de Hotel Lido’s en collega’s die groezelige kamers verhuren voor één uur. Aan de nachtclub Barbarella zullen lang na middernacht de vrouwen die binnen zaten te wachten op de buitenlanders die voor hun sport weinig interesse tonen, zelf de straat op trekken in de hoop hun omzet wat te verhogen. Uw dienaar zal, verstandig als hij is, de Avenida Princessa Isabel aflopen en dan het hoekje om. De enige verleiding is dan een laat vruchtensapje, vitaminas genaamd.

Onze Vrouwen (sportzomer) in De Morgen van 17 aug

ONZE VROUWEN

Een sportland dat alleen maar scoort met vrouwen, is een slecht sportland. Maar een sportland dat niet investeert in vrouwen, is nog een slechter sportland. De historische achterstand van de vrouwensport probeert het Internationaal Olympisch Comité goed te maken door zoveel mogelijk vrouwen naar de Spelen te jagen. Die obsessie om voor elke man ook een vrouw te laten deelnemen, devalueert soms de vrouwensport en dat is nergens voor nodig.

Vrouwen hebben het vijf tot zes keer makkelijker dan mannen, afhankelijk van de sport, om een medaille te winnen, maar dat kan je de vrouw niet verwijten. In de meeste vrouwensporten is het evengoed dringen als het om de medailles gaat en om centimeters en milliseconden die beslissen over winst of verlies. Zo, dit om even het algemeen kader te schetsen.

Dit stukje gaat niet over het verschil tussen vrouwen en mannen, of misschien toch een beetje. We waren hier in Rio heel even een mannenland geworden. De eerste drie medailles van België op deze Olympische Spelen in Rio de Janeiro kwamen van mannen. Dat was voor het eerst sinds Seoel 1988, de Olympische Spelen die als ijkpunt gelden: het begin van het professionalisme en de eerste Spelen zonder boycots. In Seoel wonnen Robert Van de Walle en Frans Peeters twee keer brons; het waren onze slechtste naoorlogse Spelen ooit.

De vrouwen hebben de medaillestand gisteren – met de bronzen medaille van Jolien D’hoore in de omnium – op 3-2 gebracht.Historisch scoren wij altijd beter met onze vrouwen. Sinds 1988 hebben ze vier van de zes gouden medailles gewonnen, drie van de acht zilveren en negen van de vijftien bronzen. Zestien vrouwenmedailles staan tegenover dertien mannenmedailles, maar we zijn hier in Rio nog niet klaar. Voor één keer dat het naar Belgische normen lekker loopt, doen we nog even door.

(Later die avond plaatste het mannenhockeyteam zich voor de finale wat een zekere extra mannenmedaille oplevert.)

Investeringen

België is een progressief en rijk land en is het aan zijn status verplicht om flink in vrouwensport te investeren. Bovendien komt het rendement sneller en is het groter. Vrouwentopsport, alle euro’s daarheen? Neen, ook niet. Vrouwentopsport moet integraal deel uitmaken van het topsportbeleid van een sportbond en op gelijke voet worden behandeld als mannentopsport. Dat heeft niks te maken met equal pay voor vrouwensporters, want dat is weer een heel andere discussie die aan de economische realiteit raakt. Dit gaat over kansen bieden en stimuleren.

In de Verenigde Staten is vrouwentopsport het best ontwikkeld en dat komt door een verplichting om op universitair niveau voor elke dollar die naar mannenprogramma’s gaat ook een dollar voor vrouwenprogramma’s te investeren. Gelijke investeringen dan maar? Jazeker. Meer zelfs, een beetje positieve discriminatie zou hier niet misstaan, precies omdat de vrouwelijke topper minder makkelijk aan sponsors geraakt dan de man.

Over Nafi Thiam zijn we nu collectief wild geworden, maar hoe zit dat met het bedrijfsleven straks? Stel dat Hans van Alphen vier jaar geleden de tienkamp had gewonnen, die zou niet meer moeten werken. Ik zou van Hans een beenhesp kopen als/omdat hij daar reclame voor maakt en evengoed zou ik de yoghurtjes van Nafi kopen, maar ik ben bevooroordeeld. Ik hoop u ook.

Het was een voorrecht van redelijk dichtbij Evi Van Acker te kunnen volgen. Gisteren is ze vierde geworden na een medal race waarin ze er alles aan heeft gedaan om een verloren gewaande situatie recht te zetten. In Londen vier jaar geleden lukte dat en sleepte ze brons weg. Nu lukte het niet. Ze is een paar dagen ziek geweest. “Was ze ziek toen jij haar zag?”, vroegen journalisten mij. Ik zei heel eerlijk dat ze mij toen niet ziek leek, maar wel dat ik haar op de persconferentie twee dagen voor haar start nauwelijks durfde aankijken, zo slecht zag ze eruit. Als Evi Van Acker dat zegt, ís ze ziek geweest. Wie medailles wint, heeft recht op ziek zijn zonder dat wij dat in vraag stellen. Wie niet wint en al een heel jaar als een vod presteert, mag wel eens op het rooster worden gelegd. Ik heb haar een appje gestuurd: iets met diepe buiging voor haar vechtlust in het begin en respect aan het eind. Haar (een klein beetje) kennende baalt ze nu verschrikkelijk.

Wegbereidsters

Evi Van Acker is bio-ingenieur en Nafi Thiam studeert geologie – of was het geografie? Maakt niet uit, ze gaat nog naar school, in haar geval de universiteit. Dat combineert ze met de zwaarste trainingen die er zijn, die van de zevenkamp. Tussendoor is ze eventjes olympisch kampioen geworden. Mijn leven moet niet veranderen, zegt ze. Neen, maar het zál veranderen.

En dan was er gisteren nog Jolien D’Hoore. Studeert kinesitherapie, heeft haar bachelor afgemaakt in dubbele jaren en begint in september aan haar master in combinatie met een wegseizoen. Hopelijk is ze klaar met studeren voor Tokio en kan ze nog eens de overstap maken, want dan is ze nog maar 29. Jolien, Nafi, Evi zijn exponenten van een generatie vrouwelijke topsporters die voor hun sport alles over hebben, hun sociale en professionele leven on hold hebben gezet. En ik gooi ook die gymploeg van ons mee op de hoop, want wat ik daar in die hal in Gent heb gezien aan werkethiek, ernst en verbetenheid, dat doet geen sporter hen na.

 

Wij mogen, neen wij moeten onze huidige generatie sportvrouwen koesteren. Wat Ingrid Berghmans voor het judo van de jaren 90 was, zijn zij vandaag voor de Belgische topsport. Wegbereidsters die mee de cultuur bepalen waarbinnen talentrijke meisjes zullen opgroeien.

TEAM GB, het kwam en bleef (met ketonen update) in De Morgen van 17 aug

Hoe de Britten kwamen en bleven

De Britse olympische ploeg ligt op schema voor een unieke prestatie: meer medailles winnen in het verre Rio dan thuis in Londen in 2012. China verstoten van de tweede plaats is het doel.

Telkens als een Engelse roeiboot klaar was met roeien, stond hij daar, één rijtje voor ons, het voorrecht van de rechtenhouders: Sir Steve Redgrave was zowaar een collega geworden. De man die in zijn eentje, maar dan in pejoratieve zin, verantwoordelijk was voor de geboorte van een nieuwe supernatie in de sport: Groot-Brittannië. Om precies te zijn: het Verenigd Koninkrijk.

Even een tussenbemerking voor Anglofielen die zich dan de moeite van het twitteren kunnen besparen: Groot-Brittannië, Verenigd Koninkrijk en Engeland worden hier door elkaar gebruikt. Het VK of UK, zoals in UK Sport, is de drijvende kracht, maar op het olympische niveau is de entiteit Great Britain en ook dat is niet helemaal correct, want officieel heet het team Team Great Britain and Northern Ireland, al zijn er fanatieke katholieke Noord-Ieren die met Ierland aantraden. Negentig procent van de Britse olympiërs zijn Engelsen.

Terug naar Redgrave. In 1996 eindigde België met zijn twee gouden medailles vóór Groot-Brittannië in de medaillestand. Zij hadden maar één keer goud. De natie die sport over de wereld had verspreid, was gedegradeerd tot een ontwikkelingsland. Alleen Steve Redgrave en Matthew Pinsent hadden in hun dubbel twee de Britse eer kunnen hoog houden. Redgrave zou ook in 2000 een vijfde gouden medaille winnen in een viermansboot en werd daarna Sir, Commander of the British Empire Deputy Lieutenant.

Die laatste vier jaar tussen Atlanta 1996 en Sydney 2000 maakte hij de hergeboorte van de sportnatie mee. “It was amazing. Dingen die we vroeger zelf moesten uitzoeken, werden ineens voor ons gedaan. Wetenschappers kwamen ons opzoeken, onze trainer was er altijd bij. Fysiotherapeuten, voedingsdeskundigen, overnight werden we een sportland.”

Redgrave had na Atlanta een vernietigend interview gegeven over het onbestaande Britse sportmodel en dat was mee de aanleiding geweest tot het opstarten van het English Institute of Sport, een onderzoeksinstituut dat praktijkondersteuning biedt aan topsporters. Tegelijk werd in gokland Engeland nog maar eens een nieuwe loterij in het leven geroepen. De opbrengst daarvan zou vanaf 1998 de sport ten goede komen.

Inmiddels zijn de sportinvesteringen stevig verankerd en per jaar vloeit 150 miljoen euro naar de sport, waarvan 105 miljoen naar de topsport. (Vóór de devaluatie van het pond was dat 180 en 125 miljoen euro respectievelijk.) Daarmee worden ongeveer 1.300 atleten ondersteund. UK Sport werd een begrip na de Spelen van Sydney, waar 11 keer goud werd gewonnen op een totaal van 28, tegenover 1 gouden en 15 medailles in Atlanta. In Athene stagneerde het even (9 op 30), maar vanaf Peking (19 op 47) schoot het de hoogte in. Londen werd een triomftocht voor de home nation of sports: 29 keer goud op een totaal van 65 medailles. Cameron besloot tot een stijging van de lottery funding met 10 procent.

Ter vergelijking: in België wordt jaarlijks ruim 30 miljoen euro in topsport geïnvesteerd voor ongeveer 200 topatleten, proportioneel meer dan in het Verenigd Koninkrijk. Het grote verschil zit hem in de sponsoring: die is in kmo-land België haast te verwaarlozen terwijl in Engeland grote en middelgrote bedrijven graag investeren in nationale sporttrots. Wie genoeg inkomsten haalt uit de privé, krijgt geen inkomen meer, maar wordt wel nog wetenschappelijk en technisch ondersteund.

Er is geen geheim…

Een land dat de Spelen heeft georganiseerd, verliest traditioneel minimaal 20 procent van zijn medailles. Groot-Brittannië lag na tien van de zestien dagen Olympische Spelen drie medailles voor op het schema, maar had wel één gouden minder. Eén van de sporten waarin merkelijk beter werd gepresteerd, is zwemmen. Drie medailles en geen gouden in Londen werden hier in Rio zes medailles met één gouden. Ook in gymnastiek betaalden de inspanning zich verlaat uit: Max Whitlock won twee gouden medailles, een Britse primeur.

Het onuitgesproken maar goed begrepen doel is tweede worden in de medaillestand achter het ongenaakbare Team USA, dat met name in teamsporten nog een vracht medailles mee naar huis zal nemen. China onttronen als nummer twee, nu Rusland gedecimeerd is, is de directe consequentie.

Dag elf (gisteren dinsdag) was een hele belangrijke want in Londen werden toen acht medailles gewonnen. Vandaag kunnen ze een eventuele achterstand inhalen, want vier jaar geleden wonnen ze er geen enkele op diezelfde dag. Wie dat graag van naderbij bestudeert: de BBC heeft een Team GB Medal Tracker. De Britten zijn in 23 van de 28 olympische sporten actief en hebben 27 van hun 29 olympische kampioenen van Londen kunnen recycleren. 45 procent is vrouw.

“Er is geen geheim in topsport”, zegt Charles van Commenée, vandaag een van de Nederlandse performance managers, maar tot 2012 in Engeland de grote baas van het atletiek. “Er is ook geen Brits geheim. De juiste dingen juist doen met de juiste mensen, daar komt het op aan. Het Britse schoolsysteem zorgt voor een sportcultuur. De opleiding is kwalitatief goed, de competitie wordt aangewakkerd en er is talentdetectie. Dat hebben de Britten wel voor op ons.”

In een aantal sporten hebben ze een haast onoverkomelijke voorsprong. Neem nu het baanwielrennen. De ene na de andere medaille is Brits en meestal met een wereldrecord. Bradley Wiggins was een pistier, won enkele keren goud, vermagerde, won de Tour. verdikte terug, en won hier in Rio een vierde keer goud. Hoe groter de maakbaarheid van succes in een sport, hoe succesvoller een model als dat van UK Sport zal zijn. En als het eenmaal op eigen benen staat, kan het zelfs een spin-off worden zoals Team Sky, dat altijd de Tour wint en ook in het omnium goud pakte, zij het dan met de Italiaan Elia Viviani.

 

Toen Sir Chris Hoy na zes keer goud stopte, zou de Britse sprint in een zwart gat vallen. Niet echt: Jason Kenny – het lief van miss omnium Laura Trott – verloor alle sprints van Hoy, maar wint nu alle sprints tegen zijn nummer twee Callum Skinner. En samen wonnen ze de teamsprint. Kenny kan ook op zes gouden medailles uitkomen.

De steun vanuit de overheid voor het wielrennen bedroeg de voorbije vier jaar 40 miljoen euro, 36 miljoen na de brexit. De steun van de Vlaamse overheid aan het wielrennen, waaronder het wielerbaanproject, bedroeg in diezelfde olympiade ook 12 miljoen euro.

… of toch: ketonen

Behalve gedreven, rijk maar spaarzaam, sportwetenschappelijk en trainingstechnisch onderlegd, wil de Britse sport ook innovatief zijn. De Britse baanwielrenners zouden met een revolutionair pak rondfietsen dat hun enkele procentjes winst zou opleveren. De Britse zeilers hebben dan weer getraind in gevechtssimulatoren van de Royal Air Force om hun periferisch zicht en reactiesnelheid te verbeteren.

De Britse roeiboten en roeispanen zijn tijdens trainingen en testen hightech geëquipeerd met sonars en allerlei meetapparatuur, bedoeld om de techniek te verbeteren, tweehonderd slagen lang. Kajakkers testen in dezelfde omgeving waarin onderzeeboten worden getest, een watertank van 270 meter lang. Het is opvallend hoe vaak bedrijven in de dans springen die ook voor het Engels leger werken. De virtual-realitybrillen voor de kajakkers en triatleten zijn ontwikkeld door BAE Systems, een spin-off voor en door het Engelse leger.

Van leger gesproken, hoe zou het met de ketonen zijn? Goed, en ze zijn integraal terug in Britse handen, als we een betrouwbare bron mogen geloven. Ketonen (DM 9/5/2015) is een energiebron die de mens in kleine hoeveelheden aanmaakt bij de verbranding van vetten. Ketonen zijn een heel rijke energiebron, ook in kleine hoeveelheden, en kwamen daardoor op de radar van het Amerikaanse leger, dat een tender uitschreef om ketonen te synthetiseren, na te maken dus. De Amerikanen waren op zoek naar een compacte directe energiebron die licht was en niet zou bederven in hete omgevingen zoals een woestijn.

Die tender werd binnengehaald door professor biochemie Kieran Clarke van de universiteit van Oxford. Zij slaagde erin ketonen te produceren en begon ook met testen op topatleten. De proefkonijnen zaten in de Britse atletiek en onder meer bij Team Sky, wat een verklaring kan zijn voor hun erg magere toprenners die zware vermogens kunnen leveren.

Het eerste wetenschappelijke artikel verscheen deze zomer in het vakblad Cell Metabolism. De titel was: ‘Nutritional Ketosis Alters Fuel Preference and Thereby Endurance Performance in Athletes’. Vrij vertaald: ketonen helpen. Hoeveel helpen ze? Drie procent, zegt de studie. Drie procent is het verschil tussen goud en top tien.

“Die data zijn oud, maar zijn nu pas gepubliceerd om tactische redenen.” Dat zegt een onderzoeker die zijn naam niet in de krant wil, maar die betrokken was in het onderzoek. “Uit alle tests die ik heb gedaan met topatleten, blijkt dat ketonen helpen en met name in de recuperatiefase schitterende resultaten opleveren, wat een cumulatief effect heeft bij inspanningen over meerdere dagen.”

Professor Clarke liet daarop haar productiemethode patenteren, richtte een bedrijf op en zocht een producent om op grotere schaal te produceren. Wat toen gebeurde, is niet heel duidelijk. De onderzoeker: “Wellicht moest ze te veel van het product afnemen. Het is ook niet zeker dat het zal aanslaan, want het smaakt vreselijk slecht, dus er moet nog wel wat gebeuren wil het toegang vinden tot een brede markt aan een redelijke prijs.”

Vandaag kosten ketonen stukken van mensen en zijn ze rotslecht van smaak. Toch worden ze ook in Rio gebruikt. Dat leidt onze onderzoeker af uit het feit dat hij er geen meer kreeg. “Clarke produceert ze nog in haar labo, maar dat zijn kleine hoeveelheden. UK Sport heeft gezegd: alle ketonen blijven in Oxford. Het is duidelijk dat ze die voor de Britse atleten in Rio wilden voorbehouden.”

FORMIDABLE ode aan Nafi, met dank aan Stromae in De Morgen van 16 aug

FORMIDABLE

Eh, bébé, oups: mademoiselle,

Je vais pas te draguer, promis, juré,

J’suis journaliste et depuis samedi putain,

J’suis fou de ton talent!

Formidable, formidable

Tu étais formidable.

Daar zat ze dan op haar stoeltje, Nafissatou Thiam uit Namur/Namen. Springers rechts van haar, lopers op de baan, polsstokspringers aan de andere kant. Ze vertrok geen spier. Met nog twee nummers te gaan stond ze op één in de zevenkamp of heptatlon, het nummer van de godinnen van het stadion. Speerwerpen was aan de beurt en haar elleboog deed pijn. Pijnstilling bij topatleten die hun vasculair systeem moeten aanspreken, is een heikel ding en was tot een minimum beperkt. Primum non nocere, eerst niet schaden, was de boodschap, want het zou op die gruwelijke 800 meter aankomen.

Ze voelde aan haar elleboog, warmde benen en lichaam op, gooide haar speer in de opwarming welgeteld één keer, net voorbij haar grote teen. Ze ging weer zitten. Zorgen? Niet echt. Ze nam een energiereep, knabbelde en babbelde mondje vol tegen de Française Antoinette Nana Djimou. Het was grappig en ze lachten. Daarna keek ze weer voor zich uit. Ze had al anderhalve dag een camera in haar zog en was het gewend: waar ze ging, hoe ze ademde, ze werd gevolgd.

Het gezicht van Nafi Thiam was dat van de verwondering, de ogen die van de onschuld, de lichaamstaal niet eens die van een kampioene met zicht op het podium. Ze was een kwetsbaar meisje: moedig alleen onderweg naar nieuwe hoogten. Vluchten kon niet meer, ze had haar kaarten op tafel gelegd: drie persoonlijke records gebroken, een medaille voor het grijpen. Alleen de kleur was nog niet zeker.

In het speerwerpen kon ze Jessica Ennis-Hill – ‘The mum olympic champion’, kopten de Engelse media bij voorbaat – op een haast onoverbrugbare achterstand plaatsen. Ze gooide één keer: bam, 53.13 meter, een vierde persoonlijk record. Mission accomplie. Geen gil, geen overdreven vreugde. Te midden van de chaos van Rio bleef ze the girl in the bubble. Nooit eerder heeft de flow, de natte droom van elke sporter, zich zo geopenbaard als in het postuur van Nafi Thiam, die haar stoeltje weer opzocht. 53.13? Is er iets gebeurd?

Orakelwaarde

Even zal ze hebben gedacht: jakkes, nu alleen nog mijn slechtste nummer, die laatste dubbele ronde. Ze liep naar coach Roger Lespagnard en hij zei wat wij allemaal wisten: ‘Dix secondes’, houd haar binnen de tien seconden en je wint. Hij zei het als een dienstmededeling.

De afloop is bekend. Ze gaf maar 7.47 seconden prijs aan Jessica Ennis dankzij een fenomenale laatste 100 meter, waarin ze systemische dieptes en energiedepots aansprak waarvan ze het bestaan niet eens vermoedde. PR nummer vijf was binnen. PR nummer zes was haar totaal: 6.810, een verbetering met 300 punten.

21 jaar en olympisch kampioene in de zevenkamp. Een Belgische olympische kampioene in misschien het meest mythische nummer van de atletiek. Is dit echt: een meisje uit het Onderlandia van de sport en dan nog uit het zuiden van Onderlandia, waar de randvoorwaarden voor topsport nog minder zijn, dat hiertoe in staat is? Kan iemand eens hard knijpen?

21 jaar is ontzettend jong, maar wat jong en goed is, komt snel. Wat jong en zeer goed is, komt zeer snel. De orakelwaarde van deze rubriek is zwaar op de proef gesteld, maar vóór de Spelen begonnen, stond hier deze zin met betrekking tot de medaillekansen:

… “Nafi Thiam in een begenadigde dag, waarom niet? Die is ook jong en ze wil wat, net als Hannes Obreno, die in de skiff een goeie dag en een gunstige wind kan hebben…”

De maat der dingen

Zaterdag 13 augustus was de dag van het jong Belgisch talent. Golfer Thomas Pieters had dan wel juist zijn slechte dag en werd op zondag vierde. Ook hij is uit het goede hout gesneden. Zaterdagochtend was de 25-jarige roeier Hannes Obreno vierde geworden in het koningsnummer van het roeien en de speeltuin van de oude, sterke mannen, de skiff. Dat smaakt allemaal naar continuering.

Nafi Thiam was na een sterke eerste dag bovenin geëindigd in de tussentijdse klassering en het werd rekenen op welke plaats ze na nog eens drie nummers zou kunnen eindigen. Een olympisch diploma, of misschien een dichte ereplaats en met wat meeval – concurrenten die het misschien lieten afweten – zat brons erin voor het jonge veulen uit Namen. Neen dus, het veulen rook de stal en gaf de eerste plek niet meer af. Wat jong is en supergoed, komt dus supersnel.

21 jaar is geen uitzondering in de zevenkamp, maar nog minder de regel. Wie haar voorging, was ook jaren de maat der dingen: de blonde godin van de meerkamp, Carolina Klüft, was zelfs een paar maanden jonger dan Nafi Thiam toen ze in Athene met 6.952 punten (tegenover 6.810 voor Thiam nu) olympisch goud pakte. Klüft zou jarenlang de norm worden en heeft jonge meisjes over de hele wereld geïnspireerd.

Dat kan Thiam ook. In België en zelfs ver daarbuiten, als ze haar schroom laat vallen, maar willen we dat? Die onbevangenheid, die onschuld, die verwondering op het randje van naïviteit, is juist deel van haar charme. Altijd is het een beetje lachen met haar. Eén anekdote: op de olympische stage op Lanzarote bestelt ze een Cola Zero. “Hielo (ijs)?”, vraagt de ober, en spreekt dat uit als yellow, zoals Spaanse obers dat doorgaans doen. Waarop Nafi, die nog nooit van gele cola heeft gehoord: “No, black.”

Zij is zelf black, bruin eerder, een beauty geboren uit een blanke moeder en een Senegalese vader die in Afrika woont. In tijden van vreugdekreten over verongelukte jongens met een kleurtje kan deze medaille tellen. Wellicht de mooiste gouden medaille in honderd jaar Belgische sport is ook de eerste individuele olympische medaille voor een Belgische sporter met Afrikaanse roots. Nafi Thiam, zo zag je in Road to Rio, komt uit een beschermend maar bescheiden milieu waarin moeder haar eigen sociale hordenloop heeft moeten lopen. Het zal hen voortaan beter gaan.

Knijp in die arm, laat het nog even doordringen, Nafi Thiam heeft in de nacht van zaterdag op zondag wellicht de grootste prestatie in de Belgische vrouwensport of sport tout court neergezet. Voortaan is zij de standaard waartegen sportieve grootsheid in dit land wordt afgemeten. Na Justine Henin heeft België weer een sportgodin.

The Old and The Beautiful in De Morgen van 16 aug

The old and the beautiful

De tweede zaterdag van de Olympische Spelen is niet voor niets Superzaterdag, maar deze was een hele bijzondere. ‘s Ochtends begon Usain Bolt aan de jacht op het derde sprintgoud op rij. ‘s Avonds zwom Michael Phelps naar zijn 23ste gouden medaille. Beiden zwaaien af.

Zaterdag 13 augustus.

12u42 Rio time: Usain Bolt wint serie zeven in 10.07. Het zal de vierde tijd worden. Twijfels waren er al en die zijn hiermee niet verminderd.

23u06: Michael Phelps duikt als derde zwemmer het water in voor de 4x100m wisselslagestafette. Hij zwemt de vlinderslag en dankzij het wereldrecord van startzwemmer Ryan Murphy ziet hij niemand meer. Alleen voorin is waar hij het beste in was en zijn laatste 100 meter zal hij victorieus afsluiten. Dit is zijn 23ste goud. Hij huilt bij de ceremonie.

Zondag 14 augustus.

21u07: Usain Bolt wint zijn halve finale in 9.86, beste tijd van alle finalisten. Toch niet zo slecht. Hij houdt bovendien in en lacht naar het stadion en de tegenstand.

22u25: Usain Bolt wint de finale in 9.81, weer een besteseizoensprestatie en derde goud op rij op de honderd meter. Hij danst het stadion rond.

Michael Phelps is de grootste zwemmer aller tijden en misschien – cijfers liegen niet – de grootste olympiër aller tijden. In de antieke Olympische Spelen telden alleen de winnaars. Die kregen een gevlochten lauriertak op het hoofd en mochten zich een jonge vrouw of man of meer dan één uitkiezen voor de seks achteraf en dat was het. You don’t win silver, you lose gold, vond het grootste sportmerk Nike ooit uit en dat is ongeveer de harde realiteit. Phelps heeft ook drie zilveren en twee bronzen medailles, in zijn geval onderleggertjes voor de glazen.

Michael Phelps werd op zijn vijfde Olympische Spelen grootser dan groots door twee momenten. In de 4x100m op de eerste dag zwom hij een estafettesplit van 47.12. Daarmee had hij ook een medaille gepakt in de 100 meter vrije slag, een nummer dat hij op mondiaal niveau nooit heeft kunnen winnen, wat een gemis blijft. Hij kon zwemmen, maar dat wisten we al, en die tijd maakte veel goed.

Op vrijdagavond verloor hij de 100 meter vlinderslag, ruim achter een jongen uit Singapore die acht jaar eerder nog met hem op de foto was gegaan toen Phelps in zijn club trainde op weg naar zijn triomftocht in Peking. Het eerste wat hij deed, was van zijn baan twee naar vier zwemmen en Joseph Schooling feliciteren. Ook als hij zilver wint, is dat uniek, want nooit was het gebeurd dat er drie dezelfde tijd hadden: Michael Phelps stond naast Chad le Clos en Laszlo Cseh, twee van zijn felste tegenstanders de laatste jaren. Ook toen was er emotie en een blik in de verte. Eén dag was hij verwijderd van zijn pensioen.

Bloedarmoede

Inmiddels was die andere grote ster van de voorbije twee Olympische Spelen – hij netjes in de tweede week en Phelps in de eerste – begonnen aan zijn toernooi. Net als bij Phelps waren ook rond Bolt meer twijfels dan zekerheden, maar die verdwenen in uw nacht van zondag op maandag toen Usain Bolt naar aloude traditie iedereen naar huis liep. Naar huis? In 9.81? Met die tijd had hij nog net in Athene in 2004 kunnen winnen, maar daarna niet meer. In Londen vier jaar geleden was hij met 9.81 zelfs naast het podium gevallen.

Hij liep nooit harder dit seizoen dan vorig weekend in Rio de Janeiro en dat mag verbazen. Ofwel is Usain Bolt een ongelooflijk natuurtalent en dat is hij zeker, ofwel een ongelofelijke doper, ofwel allebei. Met daarbij deze asterisk dat er geen doping bestaat die je in een maand tijd sneller doet lopen of althans geen doping die ze niet kunnen vinden.

Het doet van Bolt zijn verdienste niets af, maar er is iets aan de hand met de sprinters en misschien is de geïntensifieerde jacht op doping de reden, maar misschien ook niet. Atletiek lijdt aan een bijna dodelijke bloedarmoede. Voor kinderen met talent voor atletiek liggen veel aantrekkelijker en vooral lucratievere sporten te wachten. Een Amerikaan die het in zich heeft om verder dan acht meter te springen of de honderd in tien seconden te lopen, zou gek moeten zijn of een serieus gezichtsprobleem of twee linkerhanden of een combinatie van dat alles moeten hebben, om het niet in American football of basketbal te proberen, of tegenwoordig zelfs soccer. Een matige Amerikaanse voetballer zal in de MLS een stuk meer verdienen dan de derde Amerikaanse performer op de honderd meter.

Dat Usain Bolt zijn derde olympische finale wint met 9.81 na zijn 9.69 in Beijing en 9.63 in Londen, is niet normaal. Dat het een trage baan zou zijn, is ook larie, want dan had Wayde Van Niekerk een uur eerder geen 43.03 gelopen op de 400 meter. Dat is vooralsnog de prestatie van dit atletiektoernooi en het is te hopen dat die tijd overeind blijft na alle onderzoeken, want wie het dopingrecord van Michel Johnson verpulvert, heeft best een goede verklaring. In zijn geval kan dat zijn dat hij de 100m in minder dan tien en de 200m in minder dan twintig seconden loopt. Dat geeft hem het voordeel van de twijfel en die moet er altijd zijn in dé dopingsport cum laude.

Ouder en beter?

Wie is nu groter, de zwemmer of de sprinter? De zwemmer heeft 23 keer goud en de loper zal woensdag (200 meter) en vrijdag (4×100 meter) zijn achtste en negende goud ophalen. Misschien moeten ze hem ook gewoon in de 4×400 laten lopen voor een tiende goud op zondag 21 augustus, de dag waarop hij dertig wordt.

 

Negen keer goud op drie Olympische Spelen tegenover drieëntwintig op vijf, dat is op het eerste gezicht geen match. Bolt heeft evenwel maar één estafette om mee te scoren, Phelps heeft er drie. Phelps had in Peking vijf individuele nummers, Bolt hooguit twee omdat meer niet te combineren valt. Zwemmers hebben gewoon veel meer kansen op medailles dan lopers. In atletiek bestaat geen 50 meter sprint zoals in zwemmen en ook geen 200 meter met een tweede baan achteruit lopen zoals in zwemmen. Alles in perspectief geplaatst kunnen beide heren gerust samen op het hoogste schavotje.

En of the old and the beautiful zullen worden gemist over vier jaar in Tokio. Sterren komen en sterren gaan, maar nooit in de geschiedenis van de Olympische Spelen zijn de twee grootste olympiërs samen afgezwaaid. Voor Phelps is dat zeker, voor Bolt moet voorbehoud worden gemaakt. Het zwemmen zal het vertrek van Michael Phelps wel overleven. Zelfs het Amerikaanse zwemmen, want in tegenstelling tot wat werd verwacht, steken ze er hier weer met kop en schouders boven uit. Schrijf op: als ze rugslagzwemmer Ryan Murphy op zijn buik krijgen, wordt hij de nieuwe Phelps. Of atletiek het zonder Bolt kan stellen, is nog maar de vraag. Hij heeft over zijn pensioen geen mededelingen gedaan en hij zou eventueel nog één Olympiade kunnen meegaan, hoewel het de laatste jaren al geregeld medisch remediëren was.

Ouder betekent niet noodzakelijk beter, maar wel langer beter. Het is opvallend hoe de basis van de leeftijdspiramide van de olympische atleten steeds verder is opgeschoven. Her en der komt nog wel eens een zestienjarige piepen, maar die maakt geen kans meer tegen de oudere en beter getrainde atleten die ook veel langer actief blijven. Daar zijn meerdere oorzaken voor.

De trainingen zijn beter geworden en de kans op blessures is daardoor verminderd. De medische sportwetenschap heeft reuzensprongen gemaakt, niet alleen voor preventie, revalidatie, maar ook recuperatie, voeding, supplementering. Dé grootste oorzaak is het geld. Olympische atleten zoals Mark Spitz – zeven keer goud in München – stopten op hun 22ste omdat er naast een tijdelijke vergoeding om op de doos Wheaties te staan, geen enkele dollar hun richting uitkwam. Michael Phelps ging door tot zijn 31ste omdat hij als niet-zwemmer zijn inkomsten door tien kan delen. Een zwemmer als Pieter Timmers kreeg jaren een mooi salaris van de Vlaamse overheid om zijn favoriete hobby te beoefenen en dat bleek voor beiden een prima investering. Twintig jaar geleden was Pieters nooit tot zijn 28ste doorgegaan.

Geld zal ook de reden zijn waarom Bolt er nog wel twee jaar zal aan vasthangen. Twee jaar meetings lopen aan 200.000 dollar per meeting, het zou gek zijn om daarmee op te houden. Nog één verschil tussen Bolt en Phelps: Bolt hoeft niet zo hard te werken om succesvol te zijn. Zich verzorgen, af en toe het krachthonk in, hooguit 1.000 meter per dag lopen. In een uurtje of twee, drie is Bolt klaar.

Michael Phelps trainde op zijn top tot zeven uur per dag en de voorbije twee jaar nog vijf uur omdat hij de 400m wissel had laten schieten. Bolt traint het neuromusculair systeem, Phelps traint het cardiovasculair systeem. De ene ziet buiten de vogeltjes als hij traint, de andere ziet een zwarte lijn en een muur. Bolt mag op één blijven, Michael Phelps is omwille van die opofferingen buiten categorie.