Voodoo voetbal, zomaar een verhaal

Tussen 1993 en 2004 werkte ik in Nederland bij Sport International, het Vrij Nederland van de sport. In 2001 schreef ik dit, met de steun van Afrikaanse collega’s. Toen was dit verhaal nog heel gewoon en kreeg het een eervolle vermelding… Vandaag is dit racisme.

Voodoo voetbal

Muti, fetisjisme, m’pungu, zwarte magie, voodoo of geef het kind één van de duizend andere namen, tovenarij beheerst het Afrikaans voetbal.

Volgende maand wordt in Mali de Africa Nations Cup gespeeld. Voor gelegenheid zullen de Afrikaanse teams hun de beste spelers terughalen. uit het buitenland Uit het binnenland komen de beste medicijnmannen en tovenaars. In de hoop dat die mix tot het podium leidt. SI ging met de deskundige hulp van het maandblad African Soccer op zoek naar de voetbaltovenarij in elk van de grote voetballanden op de zwarte continent.

 

BURKINA FASO

 

Fetisjisme in dat Sahelland heet Wack. De meeste voetbalvoorzitters hebben hun favoriete medicijnmannen en voor elke belangrijke wedstrijd reizen ze naar dorpen op het platteland om daar het tovenaarssap in te slaan. Terug thuis op het voetbalveld worden doelpalen besprenkeld en talismans begraven of – dichter bij onze leefwereld – kaarsen aangestoken, zij het in de kleedkamer.

De Etalons, het nationaal team, dankt nog steeds zijn vierde plaats van vier jaar geleden aan het vakmanschap van de meegereisde tovenaars, eerder dan aan de Franse bondscoach Philippe Troussier, die wel de bijnaam de blanke tovenaar kreeg na die miraculeuze prestatie.

Het nationaal stadion ‘Stade du 4 août’ is al jaren het decor voort alle belangrijke nationale en internationale ontmoetingen. Voor elke clash wordt fetisjmateriaal begraven. Lokale voetbalcorrespondenten melden dat de slechte staat van het veld mede te wijten is aan het steeds weer begraven van geofferde dieren.

Burkina Faso is een arm land, dus ook een arm voetballand, maar toch wordt de helft van het beschikbare geld bij de voetbalclubs besteed aan het versterken van het eigen team en verzwakken van de tegenstander via andere kanalen dan training.

Spelers geloven in de krachten van toverdrankjes, zwarte poedertjes, kettingen en speciale ringen.

 

DEMOCRATISCHE REPUBLIEK KONGO

 

Fetisjisme heeft vele namen in die ex-kolonie van België waar 360 verschillende dialecten worden gesproken. De Congolese voetballers spelen vooral in minder bekende competities, zoals Nzelo Lembi in Club Brugge. Het fetisjisme leeft onderhuids in voetballend Congo onder druk van de katholieke kerk. Zonder ngawa of mpungu zoals de tovenarij heet in Kinsasha is het lastig voetballen. Een medicijnman als More-More in de hoofdstad heeft honderden Kongolezen in Europa als klant, daaronder ook voetballers.

27 jaar geleden won Congo, toen net onafhankelijk, de Africa Cup voor het laatst. Sindsdien worden de Léopards bij elke wedstrijd betoverd door allerlei bovenaardse krachten, maar dat heeft zich niet vertaald in direct resultaat in het veld.

 

GHANA

 

Op 4 december 1997 stonden Haerts of Oak uit Accra en Hafia uit Guinée oog in oog in het kader van de Afrikaanse Champions League. De juju-man, de lokale tovenaar, had een 4-0 overwinning voorspeld. Er was één klein probleem: de speler die het eerste doelpunt zou scoren, zou ook sterven. Aldus de juju.

Toen bovendien een witte duif voor de wedstrijd in haar eentje vier raven (symbool voor de vier doelpunten en dus niet geheel per toeval neergestreken) had weggejaagd, was de verwarring compleet. Halfweg de wedstrijd kreeg Hearts een penalty. Geen van de spelers – de voorspelling indachtig – bood zich aan. Tot Anas Seidou zijn verantwoordelijkheid nam. Hij trapte de bal richting cornervlag. Hafia won met 0-1.

Af en toe steekt het juju weer de kop op en dan meestal in extreme vorm. Ooit is een wedstrijd een uur te laat begonnen omdat geen van de teams als eerste het veld wilde betreden.

Charles Ohenaba, een voetbaljournalist uit Ghana, kadert de juju in de psychologische oorlogvoering: ‘In Europa en Zuid-Amerika hebben jullie die ook, alleen onder andere vormen. Daar maken spelers een kruis als ze het veld betreden. Dat is ook bijgeloof, als u het mij vraagt. En uw trainers die elkaar om de oren slaan met een indrukwekkende uitleg. Dat is allemaal hetzelfde.’

Sammy Kuffour van Bayern München vindt juju verschrikkelijk: ‘Het is een randverschijnsel, maar blijkbaar wordt er door de omgeving nog veel belang aan gehecht. Toch zal uiteindelijk alleen de training de doorslag geven.’

 

IVOORKUST

 

Toen Abedi Pele in de halve finale van de Africa Cup in 1992 een gele kaart kreeg, geloofde alvast een groot deel van de Ivoriaanse voetbalfans dat het werk van de vele meegereisde tovenaars zijn vruchten had afgeworpen. En de bestuursdleden van voetbalbond die zagen hoe de magiërs zich in de luxueuze hotels van Dakar vermaakten op hun kosten, slaakten een zucht van verlichting en dachten allicht hetzelfde. Ghana miste zijn superster voor de finale tegen Côte d’Ivoire en doelman Alain Gouaméné bleef het hele toernooi ongeslagen, ook al een pluim op de hoed van de zwarte magie.

Les Eléphants stonden vooral vroeger bekend als grote aanhangers van tovenarij. In 1984 reisden 150 medicijnmannen mee naar de Africa Cup. Hun potten met geheime toverdranken werden afgeladen in het Golf Hotel waar het team kampeerde. De aanvoerder van toen, Celi Saint Joseph, vertelt: ‘Elke speler moest een bad nemen in de geurende waters. Nadien moesten we onze wens inspreken in het oor van een duif. Talrijke eieren werden gebroken, aan vingers en tenen kregen we ringen en in de sokken en schoenen werden talismannen verborgen. Jammer genoeg werden in de poule geklopt door Egypte en Kameroen en stonden we na een week al weer thuis.’

Drie jaar geleden was er een rel tussen Africa Sports en ASEC, het ex-team van Bonaventure Kalou. De spelers van ASEC hadden na de topper verklaard dat ze de overwinning mede te danken hadden aan het dringen van een magische drank. Africa Sports stapte naar de rechtbank en legde klacht neer wegens het gebruik van tovenarij. De klacht werd afgewezen.

 

KENIA

 

Tovenarij is door de Engelse koloniale overheerser altijd zwaar bestreden in Kenia. Toch leeft het onderhuids. In de boekhouding van de clubs en bonden staat het keurig vermeld onder de post ‘onderzoek’.

Eén van de bekendste onderzoekers-tovenaars is Shariff Omar Shariff, die zichzelf laat aanspreken met dokter, maar daar houdt de vergelijking met de acteur uit Zhivago ook op.

Veel voorkomende praktijken zijn het breken van eieren op het veld voor de wedstrijd, het loslaten van witte duiven en het besprenkelen van het speelveld met vers kokosnotensap.

Het spreken met vrouwen voor de wedstrijd en de hand schudden van de tegenstander is eveneens not done. Toen de vrouwelijke minister Grace Ogot ooit de twee finalisten van de Keniase bekercompetitie voor de wedstrijd samen wilde groeten, wilde geen enkele van de spelers haar aankijken of aanspreken en weigerden ze ook elkaar een hand te geven. De plechtigheid werd snel afgeblazen.

 

NIGERIA

 

Toen Nigeria vorig jaar alle moeite had om Senegal te bedwingen in een interland en tot overmaat van ramp ook nog eens 0-1 achterstond, greep Kahsimawo Lalloko in. De technisch directeur sprintte tijdens de wedstrijd over het veld tot in het doel van de Senegalese keeper, alwaar hij een voorwerp weghaalde en dat over de stadionhekkens gooide. Nigeria scoorde daarop twee keer en het was ook voor de ongelovigen maar al te duidelijk dat Lalloko’s moedige daad aan de oorsprong lag van de ommekeer.

Zwarte magie heet in Nigeria ook juju.

Zwarte magie bij de tegenstander is ongeoorloofd en moet worden bestreden. Een topper tussen ASEC uit Abidjan en een lokaal Nigeriaans team eindigde ooit in een massale vechtpartij toen de spits het publiek opjutte met de melding dat de keeper van ASEC betoverd was.

Niet iedereen is het daarmee eens. Professor Bolaji Ikulajo, was voorzitter van de Nigeriaanse vereniging voor sportpsychologen. ‘Zwarte magie creëert een negatieve psychologie in het voetbal. Een doodgewone steen met een zwarte draad kan de spelers doen verstijven van angst.’ Het Nigeriaans team, mondiaal het meest succesvolle van de Afrikaanse landenteams, heeft de laatste jaren steeds een sportpsycholoog aan boord.

 

OEGANDA

 

Geen belangrijke wedstrijd in Oeganda of een jjaja-comité begeeft zich naar het dorp van de beste magiër uit de streek. Het comité bestaat meestal uit begoede fans, want de jjaja of omulogo zijn een schaars goed geworden in Oeganda, waardoor de prijzen voor een banale magische ingreep de pan zijn uitgerezen.

Ze krijgen wel waar voor hun geld, zoals onderdak, want niet zelden krijgt het team de raad om bij de tovenaar thuis te komen slapen. Het offeren van allerhande dieren als kippen, geiten en schapen gebeurt meestal op vrijdagavond waardoor er vaak files ontstaan op weg naar de heilige plaatsen waar die beesten om de hals worden gebracht.

Ook hier, net als in Zuid-Afrika, bestaan rituelen die grenzen aan verminking: incisies in de armen en benen worden vervolgens ingewreven met krachtige poeders.

Het huidige bondsbestuur wil geen jjaja-comité samenstellen en voor Oegandese fans is dat de enige reden waarom het nationaal elftal het de laatste tijd zo povertjes van afbrengt. Onder Idi Amin werd beter gepresteerd. Die dictator had voor alles een apart jjaja-comité, dus ook voor voetbal.

 

ZAMBIA

 

In 1993 verongelukte het Zambiaans nationaal elftal bij een vliegtuigramp. De spelers liggen nu begraven voor de ingang van het nationaal stadion. Dat zou het nationaal team onoverwinnelijk maken, geloofden de fans. Niet echt dus, want Zambia en de vertegenwoordigende clubelftallen hebben nog nooit zo vaak verloren in het Lusaka-stadion.

De jujuman is heel belangrijk in Zambia, zoals de rest van West-Afrika, en een bezoek zal de speler behoeden voor blessures. Het probleem is een tekort aan tovenaars waardoor tegenstrevende teams vaak elkaar voor de voeten lopen in de wachtkamer van de magiër. Uiteindelijk zal er maar één winnen, met uitzondering van de tovenaar, want die verdient er altijd dubbel aan.

 

ZIMBABWE

 

Roy Barreto nam ooit ontslag als coach van de plaatselijke Highlanders omdat de club duizenden dollars uitgaf aan inheemse magiërs, terwijl de salarissen van de spelers niet werden betaald. De n’angas hebben in Zimbabwe zelfs een belangenvereniging, de Zimbabwe’s National Traditional Healers Asosciation. Eén van hun leden is Boniface Mponda. Hij is gespecialiseerd in ‘superwater’: ‘Ik heb verschillende clubs onder mijn klanten, Bij de ene helpt het, bij de andere niet.’

De reputatie van de tovenaar verspreidt zich als een lopen vuur. Toen de Black Rhinos dit jaar zes wedstrijden na elkaar hadden gewonnen gingen hun tegenstanders Dynamos, Highlanders, Blackpool en Black Aces op zoek naar de bron van de geheime krachten. Die vonden ze 110 kilometer van Harare in het dorp Headlands. Allen daarheen dus en ter plekke ontstond een vechtpartij tussen de verschillende clubs die op de diensten van de magiër aanspraak wilden maken.

Hoe een team het veld opkomt, is van levensbelang, heeft de n’anga ze ingeprent. Over het hek springen is prima om de kwade geesten af te schudden.

De officials hebben een maatregel afgekondigd waarbij de teams samen het veld moeten betreden, door de zelfde ingang en ook het veld door dezelfde uitgang moeten verlaten. De teams vonden daar een oplossing voor. Ze komen heel vroeg naar het stadion, springen toch over het hek, doe hun juju-rituelen en als daar tijd voor is ook de warming up op het veld en verdwijnen dan naar de kleedkamer om dan op officieel wijze het veld te betreden.

 

ZUID-AFRIKA

 

Toen Zuid-Afrika naar het WK vertrok in 1998 onderging Philippe Troussier – toen bondscoach en eerder al aan de slag in Burkina Faso – gewillig een ceremonie aan de zijde van Winnie Mandela. Een geit werd geslacht en het verse bloed opgevangen in een teiltje. Daar moest de bondscoach met zijn twee voeten in plaatsnemen en Winnie waste zijn onderbenen. In Zuid-Afrika heeft dat muti, een woord afkomstig uit het Zoeloe.

Omdat het voetbal in Zuid-Afrika een gemengde sport is, hebben muti en zijn culturele lading niet overal voet aan de grond gekregen. De blanke Marc Batchelor speelde een tijdlang voor de Kaizer Chiefs. ‘Wij lachten om de muti van de andere teams, tot het echt slecht ging bij ons. De president charterde een bus en wij reden naar Carltonville. Daar wandelden we tot in de bush tot bij een termietenheuvel. De kop werd eraf gehaald en het binnenste van de heuvel uitgegraven. In de plaats kwam de muti-vloeistof. Eén voor één moesten de spelers naakt in de heuvel gaan zitten. Daarna moesten we terug naar de bus lopen zonder één keer achterwaarts te lopen.’

Het snijden van spelers waar ook maar kan gesneden worden, is een typisch Zuid-Afrikaans gebruik dat niet door elke voetballer op prijs wordt gesteld. Marks Maponyane van het nationaal team bijvoorbeeld. ‘Ze sneden zo vaak dat ik op de duur wel een ventilator leek.’

Vandaag is die gewoonte in onbruik geraakt wegens ter duur. Door de AIDS-problematiek zou voor elke speler een apart scheermesje moeten worden gebruikt.

 

Bron: Africa Soccer, diverse kranten, AfricaOnline.com

Advertenties

Een gedachte over “Voodoo voetbal, zomaar een verhaal

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s