Interview Jacques ‘fasten seat belts’ Borlée in De Morgen van 9 aug 2014

‘De mens zal sporten of hij gaat naar de kl…’

Ministers die geen jota snappen van hun vakgebied. De jeugd die almaar lelijker wordt. Een steeds groter deel van de bevolking dat geen klop uitvoert. Atletiektrainer Jacques Borlée (56) zit nooit om een flinke stelling verlegen. Zoals: ‘Soms vind ik die Vlaamse strengheid stupide, maar ik heb die nodig om ons niveau op te krikken.’

Toen Jacques Borlée zich in het vooruitzicht van twee hectische jaren vergenoegde met een relatief rustige atletiekzomer, zag de atletiekbond het anders en ‘vergat’ zijn derde zoon te selecteren voor de Europese kampioenschappen die dit weekend in Zürich beginnen. “Je suis déçu”, was zijn enige (officiële) reactie. Misschien werpt dit gesprek een licht op wat misgaat in de atletiek en bij uitbreiding de Belgische topsport, de maatschappij, de mensheid… Het interview dateert uit onverdachte tijden, toen hij zich nog niet op de lippen moest bijten.

Hebt u zich al afgevraagd of topsport wel nodig is in een maatschappij?

Jacques Borlée: “Blij dat u met deze vraag begint, want daar heb ik heel goed over nagedacht: ja, ja en ja. Topsport is nodig en misschien niet om het resultaat van een wedstrijd maar om de voorbeeldfunctie die ervan uitgaat. Aan topsport ontleen je een identiteit, een fierheid en je beleeft emoties. Als Europa niet bestaat, behalve in de administratie, en ons niet enthousiasmeert, heeft dat onder meer te maken met het gebrek aan een Europees sportproject.

“Centraal in topsport staat excelleren, wat essentieel is voor het voortbestaan van een maatschappij. Het gaat niet slecht met deze maatschappij want we zijn rijker dan ooit, maar we zitten in een nooit gezien mutatieproces en we stevenen af op een dubbele ramp: enerzijds zal tegen 2020 één op de twee mensen in het Westen ooit wel eens een burn-out hebben gehad en anderzijds neemt de obesitas schrikwekkende vormen aan.

“En dan heb ik het nog niet over rugpijn en over de vormloze lichamen van onze steeds lelijker wordende jeugd. Heb je die al eens bekeken? Ik schaam mij dood. We stevenen recht af op een dichotome maatschappij met enerzijds een deel dat presteert en zichzelf wil verbeteren en een steeds groter deel van de bevolking dat ondergaat, geen klop uitvoert en zich laat subsidiëren.

“Sport kan helpen om te integreren, om een voorbeeld te scheppen voor een hele generatie stadskinderen die zich anders misschien verliest in conneries. Jawel, sport kan onze maatschappij redden.”

Wat stelt u heel concreet voor?

“Wie sport, presteert beter, is meer in harmonie, meer in vorm, intelligenter. We moeten van een wit blad vertrekken met een plan voor sport in het onderwijs, sport in het leger, sport in de bedrijven, sport op straat en de top van die piramide is de topsport. Ik stel een commando-operatie voor. De herinvoering van een soort legerdienst: één jaar volledig in het teken van beweging en een gezonde levenswijze.”

U zult worden vergeleken met Pol Pot en zijn heropvoedingskampen.

“Dat is dan maar zo, maar zonder de restauratie van de bewegingscultuur, zonder sport gaat de mens naar de kloten. Pas op, ik wil de maatschappij niet nog meer stress bezorgen. Integendeel, het moet juist minder. Het moet gezonder, harmonieuzer en om de uitdagingen van het leven het hoofd te bieden, kan alleen sport ons helpen.

“Bedrijfsleiders onder enorme spanning gaan drinken of sporten. Zij die sporten, zijn er het best aan toe. Neem Start to Run. 95 procent komt daar om te vermageren. Dat lukt niet, maar ze houden aan dat lopen wel een mentale boost over die hen in staat stelt om andere doelen – zoals vermageren – te bereiken.

“Er moet een link komen tussen de straat, de school en de sportclub en dat kan – weeral – alleen via sport. We moeten ook niet langer sportleraars opleiden die álles moeten aanleren. Neen, we hebben ongeveer 10.000 opleiders met specifieke competenties nodig.”

Wanneer dat moet gebeuren?

“Na halfvier. Ik stel twee uur sport en twee uur studie voor. Sinon, on va vers une merde totale.”

En wie kan dit realiseren?

“Niet onze huidige ministers. Die worden aangesteld zonder dat men zich afvraagt of ze dat vakgebied wel beheersen. Gevolg: een halfslachtig beleid. De parlementaire democratie is geen goeie zaak, daar ben ik inmiddels achter, want men kiest haast nooit voor de meest competente mensen.

“Ik vind dit anderzijds wel boeiende tijden, jij niet? Het leven wordt steeds gecompliceerder en wij zoeken ons te pletter naar oplossingen. Alles is in beweging en alles zal straks anders zijn. Het mentale aspect staat centraal en sport zal ons helpen daar een evenwicht in te vinden.”

Hoe staat het met de topsport in België?

“Pfft. Eerst en vooral is de combinatie topsport en studeren in België haast onmogelijk. Dat is al een drama op zich: de grootste talenten kunnen hun nacarrière niet verzekeren. Vervolgens is er geen echte topsportcultuur. De Olympische Spelen zijn onze vierjaarlijkse oorlog waar we ons op voorbereiden. Hoe doen we dat? In ons eentje.

“De familie Borlée, Justine Henin of Kim Clijsters destijds, zijn vereenzaamde projectjes die volgens een tribale strategie in stand worden gehouden maar die tegelijk zeer fragiel zijn. Als Henin een burn-out heeft gehad, is de oorzaak het gebrek aan structurele omkadering en steun. Die fragiliteit uit zich onder meer hier in dat de minste onnozelheid die kleine biotoop schade kan toebrengen.

“We hebben geen topsportcultuur omdat we er niet aan werken. Nadat Kevin Europees kampioen was geworden, zei ik tegen Wilfried Meert (organisator van de Van Damme Memorial, HV): ‘Nu komt hier een grote poster van Kevin in het Koning Boudewijnstadion.’ Dat kon niet want dat hadden ze ook niet gedaan voor Kim Gevaert of Tia Hellebaut, was zijn antwoord. Ik heb gezegd: ‘Dan wordt het tijd dat je ermee begint.’

“Nadat mijn zonen voor de universiteit de Amerikaanse kampioenschappen hadden gewonnen, liep ik in Tallahassee tegen een veertig vierkante meter groot affiche aan met daarop hun portretten. Heb je gewonnen? Oké, dan verdien je die aandacht. Waar hangen onze nummers één die we ooit hadden? Robert Van de Walle, Eddy Merckx, Kim Clijsters en Justine Henin, hoe zijn die vereeuwigd? Nergens. Oké, Eddy heeft een metrostation en dat is het dan.”

Hebben we nog talent in België?

“Jazeker, we hebben zelfs veel talent, maar we moeten er mee werken. Het belangrijkste is de harmonisering van het lichaam op jonge leeftijd. Die verloopt via het optrainen van de diepe spieren en het werken op het mentale aspect. Trainen doe je niet zomaar met een koptelefoon en techno maar met de juiste muziek die de alfa-betagolven beïnvloedt en je in een gemoedstoestand dicht bij de meditatie brengt. Dat stelt je in staat te presteren op het juiste moment, zoals mijn kinderen.

“We hebben zo vijf jonge voetballers van Anderlecht begeleid. Ik wilde veel meer veranderen in hun training maar dat mocht niet. We hebben dan maar hun brein gestructureerd en de diepe en fasische spieren onder handen genomen zodat het lichaam in harmonie was. Een aantal van hen hebben het eerste team gehaald, onder wie Youri Tielemans.

“Het probleem in topsport is de leeftijd tussen 16 en 22 jaar. Je ziet tien talenten op zestien jaar en vijf jaar later blijft er daar één van over. Dat is die ene die toevallig in harmonie is ontwikkeld. De Chinezen vinden dat niet erg want die zijn met genoeg, maar wij kunnen ons deze talentvernietiging niet veroorloven.

“De harmonisering van het lichaam en de geest moet vooral niet beperkt blijven tot de topsport. Monsieur et madame Tout le Monde moeten daarvan kunnen meegenieten. Betere diepe spiertraining en vooral een beter mentaal evenwicht betekent minder last van de rug, minder stress, beter slapen, en vandaar een beter leven. Alles wat de topsport leert, moet doorsijpelen naar onder in de piramide. Uiteindelijk krijgen we een gezondere bevolking en helemaal aan de top zullen we dan ook meer medailles hebben op de Spelen. Drie medailles voor een rijk land als het onze is beschamend.”

Mijn stelling: 35 jaar geleden is de sport als deel van cultuur regionale materie geworden. Dat was een dommigheid, maar ertegen vechten en achterhaalde nationale structuren in stand houden, is nog dommer.

“Volledig mee eens: dat het toen een dommigheid was, en dat we er nu een sterkte moeten van maken. Er is maar één probleem: het heeft geleid tot een gebrek aan topsportcultuur. De structuren en de sportbonden zijn een doel op zich geworden, niet de sport. De mensen die daar werken en besturen, verliezen zich in onkunde en onderlinge gevechten.

“Over het algemeen vind ik de Vlaamse sport wel beter gestructureerd dan de Franstalige. Er is ook de langere traditie van het zoeken naar verbetering, maar met name in de atletiek heb ik gezien dat men een beetje op zijn lauweren is gaan rusten. Trainers als Rudi Diels en Wim Van de Ven zijn in het buitenland gaan kijken. En ik ben bij hen gaan kijken én meetrainen, tot ergernis van de Franstalige atletiekbond. De opvolgers van Diels en Van de Ven hebben die reflex niet, terwijl je jezelf continu in vraag moet stellen en je in het buitenland de evolutie moet volgen.

“De gecommunautariseerde sport zie ik als een sterkte. Ik heb hier van de zomer een barbecue gegeven voor iedereen die met ons werkt. Peter Hespel van de KU Leuven en Marc Francaux van de UCL zaten naast elkaar. Ik heb leren sprinten van een Vlaamse trainer, van Wilfried Geeroms, die mij strengheid bijbracht, en ik leer graag van de Vlaming. Soms vind ik die Vlaamse strengheid een beetje stupide, maar ik heb die nodig om ons niveau op te krikken.

Het cultuurverschil bestaat. De Franstaligen hebben doorgaans een cultuur met Franse inslag: alles moet worden gecontesteerd en in vraag gesteld. In de Germaanse en Angelsaksische cultuur, waar Vlaanderen naar neigt, is een afspraak een afspraak en daar moet je niet te veel over zeuren. ‘My way or the highway’ is niet toevallig een Engelse uitdrukking.”

Laatst pleitte u via uw European Sports Academy voor een Europees topsportcentrum in Brussel. U weet dat Brussel in Vlaanderen erg gevoelig ligt?

“Natuurlijk, maar daar veeg ik mijn voeten aan. Het kan me niet schelen of dit land straks nog bestaat en of het al dan niet wordt gesplitst. Een groot project moet daarboven staan. Europa is het aan zijn stand verplicht om zo’n centrum hier op te richten en te ondersteunen, want de landen kunnen het niet alleen. Oké, Frankrijk, Duitsland en Engeland misschien, maar de rest? Het is het lot van de kleine Europese landen om zich te verenigen en sport kan daar een rol in spelen.

“Ik vind dat gezeur in Vlaanderen over niet langer investeren in Brussel zo belachelijk. Als Vlaanderen niet beseft dat er een groot metropoolproject moet komen voor Brussel, dan is het fout bezig en zal het daar zelf onder lijden. Hetzelfde verhaal met de tegenstanders die nu een probleem maken van een nationaal stadion op Vlaams grondgebied. Kan mij dat schelen. Het enige wat ik vraag, is dat er geld mee wordt verdiend, dat het wordt gezien vanuit de vliegtuigen, dat het afstraalt op de stad, dat het een tempel wordt die we nu niet hebben.

“Als ik Vlaanderen iets kan verwijten, dan wel dat het de laatste tijd steeds meer terugplooit op zichzelf en niet altijd de ander respecteert. Dan heb ik het niet over het discours van Bart De Wever met betrekking tot de PS, want ik heb nog vóór De Wever gezegd dat ik het Franstalig communisme beu ben en dat de negentien gemeenten van Brussel waanzin zijn. Neen, we moeten elkaar respecteren en elkaar beter maken.”

Niet bang dat men u over een jaar of tien de woestijn in stuurt met de boodschap: ga daar een beetje blaffen, ouwe gek?

“Dat staat mij te wachten, maar ik ben niet bang. Ik weet wat ik ga doen als men niet meer naar mij luistert: ik ga in Afrika werken. Ik ben daar geboren en het is het continent van de toekomst.

“Weet u, ik ben gerust. Ik heb mijn steen verlegd. Ik ben de enige trainer in de wereld die erin is geslaagd om met tweelingen de top te halen. Eeneiige tweelingen zijn genetisch gelijk, maar er zal er altijd één duidelijk minder presteren dan de andere. Bij ons niet: het verschil tussen de twee is amper dertien honderdsten. Kevin en Jonathan zijn genetisch identiek, maar in hun fysieke en mentale ontwikkeling zijn ze totaal verschillend en krijgen ze dan ook een verschillende training.

“Als mijn kinderen klaar zijn, heb ik ook afgedaan. Ik besef dat. Tenslotte ben ik een stoorzender: voor Adeps, voor Bloso en voor het BOIC. Terwijl ik niet veel vraag. Ik wil niet eens dat men zegt: Jacques Borlée heeft gelijk. Wel: die Jacques Borlée heeft ideeën, en we gaan dat debat aangaan.”

HANS VANDEWEGHE

Borlée

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s