Verhaal Pieter Timmers in De Morgen van 18 aug 2014

‘Ik zie het zwembad niet als een kooi’

Als zwemmen tot de puurste eenvoud wordt herleid – vanuit het water van muur naar muur – zwemt onze Pieter Timmers altijd alle finales. Helaas moet er ook gestart en soms gekeerd worden. En jammer genoeg is de laatbloeier uit Paal ook al 26. ‘Dit zijn de twee jaar waarin ik mijn allerbeste niveau wil halen. Daarna ben ik klaar.’

Van 18 tot 24 augustus vindt in Berlijn het Europees kampioenschap langebaanzwemmen plaats. De Belgische delegatie reist met beperkte ambities af naar de Duitse hoofdstad. Wij hebben meer zwembaden per inwoner dan Nederland maar we zijn geen zwemland als Nederland. We hebben een paar medailles gehaald op de Spelen, waarvan één opvallende met een wereldrecord er bovenop. Dat was Fred Deburghgraeve in 1996. Alle sporten gerekend, werd hij twee jaar later de enige Belg die ooit wereld-, Europees en olympisch kampioen is geworden én een wereldrecord heeft gevestigd.

Sindsdien overtreft de hunker de realiteit. In 2000 kwamen we niet meer in de buurt van de medailles en in 2004 was er zelfs geen enkele Belgische zwemmer met een olympische accreditatie. 2008 leek verdacht veel op 2004, en misschien daarom dat we in 2012 zo blij waren toen de Belgische 4×100 ploeg zich van een olympische finale wist te verzekeren.

Vorig jaar op de wereldkampioenschappen in Barcelona ging de estafette dan weer finaal de mist in. Volgens de kritiek achteraf, ook uit officiële hoek, omdat bondscoach Ronald Gaastra zijn kop uitwerkte en zo nodig moest gaan experimenteren door niet zijn vier beste zwemmers in de series in te zetten. Dat zindert vandaag nog altijd na bij de zwemmers en wordt meteen gecounterd door de snelste zwem-Belg aller tijden, Pieter Timmers.

“Het was een volstrekt logische beslissing van Ronald en die was gedragen door de ploeg. Als je achtste wordt in de finale, kopt de pers typisch Belgisch ‘4×100 is laatste’. Dat wilden we niet meer. We misten de finale op negen honderdsten. Ronalds berekening was juist. Maar twee zwemmers waren een seconde te traag. Het opzet was krachten sparen in de reeksen door mij niet in te zetten om ’s avonds niet laatste te worden.

De estafette ziet er dit jaar anders uit, door heel wat medische problemen bij een aantal zwemmers: Dieter Dekoninck is out door een schouderoperatie, Glenn Surgeloose heeft nog maar net een blindedarmoperatie ondergaan. We hebben dus dit jaar niet de luxe
om te kiezen uit verschillende zwemmers, maar desondanks willen we toch de finale halen. Dat moet zeker haalbaar zijn.”

Diezelfde Ronald Gaastra was overigens ook de coach van de gouden Fred Deburghgraeve. Gaastra maakt altijd het leven boeiend, zelfs voor zwemmers, al kunnen die niet altijd mee in zijn manier van communiceren, of liever niet-communiceren.

Pieter Timmers kan er om lachen. Af en toe toch. “Het klopt dat ik bij Ronald heb aangekaart dat ik meer communicatie en overleg verwacht. Zo heb ik al enkele keren via via moeten vernemen dat ik zou deelnemen aan een stage, zonder dat ik hiervan zelf op de hoogte was en die data niet eens vrij waren. Dat was zeker geen kwestie van kwade wil, maar toch gebeurde het. Ik vraag gewoon wat overleg vooraf. Maar we hebben dit besproken en ik ben ervan overtuigd dat we ook op dat gebied op de goede weg zijn. Al zal Ronald nooit de makkelijkste mens worden en zullen we af en toe nog wel een aanvaring hebben. (lacht) Wij tweeën moeten het straks wel gaan doen. Samen. Dus wil ik daar logischerwijze op zijn minst een beetje in betrokken worden.”

Ruzie met de oma’s

Pieter Timmers is het vleesgeworden voorbeeld van het manco van de Belgische/Vlaamse sport. Niet hijzelf, maar het onbestaand detectiesysteem dat hem daarom nooit eerder had opgespoord en aangezet tot vroeger en beter en misschien iets meer trainen.
Een kathedraal van een lijf dat met zes uur training per week finales zwom op de Belgische kampioenschappen, heeft ongetwijfeld voordelen gehad van het onder de radar blijven, maar ook de nadelen wegen aan het einde van de rit zwaar door.

“Ik zwom BK’s met vijf, zes uur training. Als ik zeven uur wilde zwemmen, moest ik ’s ochtends in alle vroegte een uurtje baantjes gaan zwemmen tussen oma’s, met alle geruzie vandien.”

In die tijd wurmde hij zich in dezelfde snelle pakken als de Belgische toppers Dieter Dekoninck en Glenn Surgeloose en maakte hen het leven lastig. ‘Wat als ik alles op het zwemmen zou zetten?’, spookte door zijn hoofd. Na zijn studies bachelor bouwkunde woonde hij met zijn trainer een lezing bij van Marcel Wouda, Nederlands beste zwemmer na Pieter van den Hoogenband en toen trainer bij PSV in Eindhoven. E-mailadressen werden uitgewisseld en even later zwom Timmers twee keer per dag in de nieuwe Tongelreep, het sublieme hightechbad in Eindhoven.

“Het eerste jaar ging verloren, onder meer aan klierkoorts, maar met Patrick Pearson als coach maakte ik reuzenstappen. Ik trainde niet met de topselectie mee, maar gewoon met de club, maar al gauw was ik sneller dan de talentenselectie. Vaak trainden we naast de toppers en mijn trainer kende heel goed Jacco Verhaeren (tien gouden medailles bij elkaar gecoacht op de Spelen en nu bondscoach van Australië, red.) die vaak naar mij stond te kijken terwijl ik zwom. Dat gaf wel een kick.”

“Ik had graag met Jacco getraind. Wij mochten in Eindhoven van alle faciliteiten gebruik maken, als we ook beschikbaar waren voor experimenten. Zo heb ik de zwemlens uitgetest in plaats van het zwembrilletje. Bleek toch niet zo goed te werken. Uiteindelijk ben ik daar ook weg gegaan, omdat de voorbereiding voor de Spelen er aan kwam. Als niet-Nederlander dreigde ik op het tweede plan te verzeilen en zo kwam ik bij Ronald Gaastra in een omgeving op maat. Een goede zet.”

Toch is er iets vreemd aan Timmers, die gedoemd lijkt een eeuwig onafgewerkte symfonie te blijven. Hij heeft een hoge VO2max (ooit werd 83 gemeten, en daarmee winnen wielrenners de Tour), maar te weinig explosiviteit. Bovendien is hij heel stijf in de rug, waardoor hij niet snel start, en ook zijn onderwaterfase kan beter. Maar snel zwemmen kan hij als geen ander. Hij lijkt dus eerder een 400 meter zwemmer.

“Heb ik geprobeerd, maar dat was niks voor mij.” Wellicht is dat het nadeel van te weinig trainingsuren op jonge leeftijd. Alleen wie het uithoudingssysteem op jonge leeftijd voldoende heeft opgerekt, zal zijn maximale zuurstofopname helemaal kunnen benutten.

En toch, er zit nog rek op zijn prestaties, blijkt uit de sets die hij steeds sneller zwemt, wat doet vermoeden dat aan de jonge Pieter Timmers een wereldtopper verloren is gegaan. “Wat ik het beste kan, is heel hard zwemmen. Starten is mijn ding niet, maar het gaat steeds beter, en ik denk dat we nu de positie op het blok goed voor mekaar hebben. Zwemmend ben ik bij de snelsten: in de halve finale van de 100 meter vrije slag in Londen zwom ik de tweede snelste tweede vijftig van het hele veld: 24.5 is best wel hard. Ik was wel maar op 24 seconden gekeerd. Normaal moet dat sneller kunnen: 23.6 heen en 24.5 terug is mogelijk.” In dat geval zit hij op 48 laag, wat in theorie altijd finales en heel af en toe een medaille oplevert. Nog beter is 47.5. “Dat wordt al lastiger, maar progressie (van zijn Belgisch record van 48.54, red.) is zeker mogelijk. Een 47’er zit er nog in.”

Als iemand zich geroepen voelt om Pieter Timmers te helpen, het moet snel gaan: hij is op zoek naar de beelden van het EK korte baan in Chartres, waar hij op de vijftig meter 21.52 zwom. “Ik zou graag terugzien hoe ik dat daar heb gedaan. Die tijd zwem je niet zonder een goede start.”

Longkramp en luchtlek

Misschien dat hij ooit als de toerist-zwemmer door het leven ging, maar daarvoor is met de jaren de vastberadenheid van de prof in de plaats gekomen. Zonder was hij nooit de ellende doorgekomen van het laatste jaar. Eind vorig jaar, na een klaplong, leek zijn carrière voorbij. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis en werd fout nabehandeld, waardoor in de kliniek een tweede keer een klaplong kreeg. “Tja, wat moet je daar van denken?”, is zijn veelzeggende reactie.

Hij revalideerde deze winter en trainde al snel weer, maar tot in juni kreeg hij geregeld last van longkramp en manifesteerde zich ook af en toe een luchtlek. “Normaal had mijn long dan weer moeten inklappen, maar aangezien ze die operatief vastgehangen hebben aan mijn ribbenkast, was dat niet het geval. Leuk is dat niet, zo’n lek, vooral niet als je in het vliegtuig zit, zoals bij mij gebeurd is. Maar blijkbaar is dat nu weg.”

Met een beetje goede wil is Timmers een mix van Pieter van den Hoogenband, de menselijke surfplank, en Michael Phelps, de menselijke aal. Van die laatste heeft hij alvast niet zijn vlinderslag geërfd, maar wel zijn reikwijdte en misschien nog wel meer. Phelps zou het Marfansyndroom hebben, en ook Pieter Timmers komt aardig in die buurt. “Het is onderzocht, maar zo’n onderzoek stelt niet eenduidig vast of je het al dan niet hebt. Veel van die symptomen – lange ledematen, een lang en smal lichaam, scoliose en kyfose in de rug en die klaplong – heb ik wel.” Het grote verschil tussen Timmers en Phelps is de voetmaat – 48 tegen 51 – en het aantal olympische medailles – 22 tegenover één finaleplaats.

Rio wordt de max

Pieter Timmers behoort sinds 15 februari 2012 tot het steeds kleiner wordend kransje topatleten dat zich voorbij de niet eens al te strenge criteria wist te boksen richting topsportcontract van BLOSO. Dat is een uitzonderlijke luxe die haast nergens in de wereld bestaat, maar het blijven tewerkstellingscontracten die onderhevig zijn aan de wetten van dit land. Zo kwam het dat Pieter Timmers, eens 26 jaar geworden, 250 euro werd gekort op zijn nettosalaris, omdat de sectorale tewerkstellingspremie voor jonge werknemers wegviel. “Daar schrok ik van, en dat is misschien het enige minpunt in heel mijn situatie. Ik heb een lening aangegaan voor een huis, gebaseerd op mijn salaris waarvan je verwacht dat het stijgt of op zijn minst gelijk blijft. Dat van mij is minder, zonder dat ik daar ooit van op de hoogte werd gebracht. Dit is buiten de wil van BLOSO om, maar wij hadden hier eenvoudigweg van op de hoogte moeten gebracht worden. Net zoals elke andere werknemer – topsporter of niet – dien je dit soort zaken te weten voor je een lening tekent. Jawel, ik heb nog privésponsors en ik weet dat het ook in Nederland geen vetpot zou zijn voor mij, maar mag ik zeggen dat ik geschrokken was? Zeker als je ziet welk leven ik leid en hoe vaak ik van huis ben.”]

“Dit zal mij echter niet beletten om er nog twee jaar alles aan te doen. Ik zie het zwembad niet als een kooi: ik moet niet zwemmen, ik wil zwemmen. Er zijn momenten geweest dat ik dacht ‘oppassen of dit wordt een sleur’, maar nu ga ik weer met plezier trainen. Ik heb de Spelen in Londen meegemaakt en Rio over twee jaar wordt de max. Dat is dan het einddoel, en daar wil ik ook mijn snelste races ooit zwemmen.”

HANS VANDEWEGHE

Pieter Timmers-web

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s