2015 herzien

De statistieken hulpaapjes van WordPress.com heeft een 2015 jaarlijks rapport voor deze blog voorbereid.

Hier is een fragment:

Het Louvre Museum heeft 8,5 miljoen bezoekers per jaar. Deze blog werd in 2015 ongeveer 160.000 keer bekeken. Als je blog een tentoonstelling in het Louvre Museum zou zijn, zou het ongeveer 7 dagen duren voordat zoveel mensen het zouden zien.

Klik hier om het complete rapport te bekijken.

Advertenties

Column Louis van Gaal in De Morgen van zat 26 dec 2015

Louis van Gaal

Man United speelt vandaag in Stoke tegen het plaatselijke Stoke City. Vier weken geleden stond United nog op één, maar de laatste weken verliest het van iedereen. Plooit de plaatselijke G-ploeg zich dubbel, Louis van Gaal zou ook verliezen. Loopt het in Stoke slecht af, dan zou het wel eens kunnen dat hij met Nieuwjaar al in Noordwijk zit, of desgevallend in zijn villa in Portugal of op zijn penthouse in Amsterdam. En daar ook kan blijven voor de rest van het seizoen.

“Louis, thank you for your time”, en dan een vraag. Zo begon eerder deze week de persconferentie van Van Gaal naar aanleiding van de wedstrijd van vandaag. De vraag ging over de opmerking van collega Arsène Wenger die het ongepast had gevonden dat er werd gespeculeerd over het ontslag van Van Gaal. Van Gaal keek stoïcijns, antwoordde, en stak in geheel eigen stijl vervolgens een redevoering af waar Marcus Antonius een puntje aan kon zuigen.

Eigenlijk sloeg het nergens op, want als Van Gaal niet had gewild dat er onzin over hem was geschreven dan had hij maar niet naar de Premier League moeten komen. Qua taal was het schabouwelijk steenkolenengels, zoals steeds. Alleen qua stijl en inhoud viel het wel te smaken. Het was een waardig betoog dat begon met een tegenvraag: heeft hier niemand de behoefte om zich tegenover mij te excuseren?

Hij bedoelde dat het verspreiden van leugens – hij wordt ontslagen, hij is ontslagen, Mourinho komt – een serieuze impact had op zijn telefoonverkeer: vrouw en kinderen maakten zich zorgen en hij moest het de godganse dag aan de telefoon uitleggen dat er niks aan de hand was. Bepaald vervelend. Na 4 minuten en 58 seconden stapte hij op met de melding: denkt u nu echt dat ik nog zin heb om met jullie te praten?

The Sun excuseerde zich een dag later meteen op de frontpagina. LVG vraagt excuses, dus SORRY. We hebben spijt dat je in zes wedstrijden geen enkele keer kon winnen. We hebben spijt dat je van de eerste naar de vijfde plek bent gezakt. We hebben spijt dat je uit de Champions League bent geknikkerd. We hebben spijt dat je de fans tot tranen toe hebt verveeld. We hebben spijt dat je daarvoor 250 miljoen pond hebt mogen uitgeven. Om te besluiten met excuses aan de Man United fans: we hebben spijt, hij blijft voorlopig aan.

Niet bepaald wat hij voor ogen had toen hij om excuses vroeg en dus komt het tussen LVG en The Sun nooit meer goed. Dat zal Louis weinig kunnen schelen en The Sun nog minder, maar de hamvraag is natuurlijk of het met Man U nog goed komt. En daarvan afgeleid, of zijn carrière na het relatieve succes op het laatste WK waar hij derde werd met Nederland, nu niet opnieuw in het slop zit.

Voor het voetbal en voor de Premier League zou het goed zijn als Louis van Gaal dit overleeft. Als je dit door een voetbalbril bekijkt, lijkt die kans niet erg groot en in België stond Van Gaal twee weken geleden al op de keien, maar dit is een team dat geleid wordt als een business, met Amerikaanse investeerders. Naast de familie Glazer is ook investeringsbankier George Soros mede-eigenaar via de aandelen die op de New Yorkse beurs worden verhandeld. Die gingen voor 14 dollar van de hand bij de beursgang in 2012 en staan nu netjes op 18,34. Na het verlies tegen Norwich bleven ze proper stijgen.

De Premier League is op een punt aangekomen waar winnen en verliezen steeds minder belangrijk wordt, tenzij dan voor de harde fans die vooral in de pubs en voor de tv zitten omdat het stadion te duur wordt. En voor de coaches natuurlijk, maar net als de fans beseffen die niet eens dat ze ook maar pionnen zijn in een mondiaal bordspel, een combinatie van Kolonisten van Catan en Monopoly. Volgend jaar José Mourinho terug, Pep Guardiola erbij, daarnaast hopelijk Louis van Gaal én Arsène Wenger en dan nog wat lokale coaches die er geen bal van kunnen. En dat in de grootste toevalsport die de mens ooit heeft uitgevonden, met meer geld dan ooit. Dát wordt smullen.

Interview Hein Verbruggen in De Morgen van zat 26 dec 2015

‘Sportbonden staan boven de wet’

De val van Blatter en Platini, de onmacht van het wereldantidopingagentschap, de corrumpering van de atletiek, de aanval op zijn persoon en zijn rehabilitering… Wie beter dan Hein Verbruggen om het annus horribilis van de sportbobo te duiden?

Tot 2008 was Verbruggen misschien wel de op twee na belangrijkste sportofficial ter wereld, na Jacques Rogge (IOC) en Sepp Blatter (FIFA). Naast voorzitter van de internationale wielerbond UCI en een voornaam IOC-lid was Verbruggen van 2004 tot 2013 voorzitter van SportAccord, de koepelvereniging van de mondiale sportbonden, en overzag hij tussen 2001 en 2008 de Olympische Spelen in Peking.

Later werd hij erelid van het IOC, maar achter de schermen bleef hij een vertrouweling van onder meer IOC-voorzitter Jacques Rogge, voor wie hij zich in 2001 had ingezet bij de presidentsverkiezingen. Geen kruispunten van de mondiale sport of Hein Verbruggen heeft er ooit gestaan, geen bobo die hij niet kent, in opspraak of niet.

Twee derde van de raad van bestuur van de FIFA die gevangen zit, verdacht is of werd geroyeerd. Is dat het grootste morele failliet ooit van een sportbond?

“De FIFA is exceptioneel. Als twee derde in opspraak komt of vastzit, dan is er sprake van een structureel probleem. En dat is het gevolg van het totale gebrek aan controle.”

Blatter en Platini zijn voor acht jaar geschorst. U kende Blatter goed, niet?

“Ik kende hem heel goed. Aardige man, hoor. Ik heb nog wel grote voorzitters gekend die wisten dat er verkeerde dingen gebeurden, maar niet konden optreden. Blatter had wel een beetje last van megalomanie. Ik heb hem ooit horen klagen – ‘Dat doe je niet met een FIFA-voorzitter’ – toen hij niet met een rode loper was ontvangen.”

Is het bondenmodel met verkozen bestuurders aan herziening toe?

“Bonden zijn vaak slecht georganiseerde structuren waar mensen niet altijd worden gekozen om hun kwaliteiten, maar om politieke redenen. Niemand die objectief had gekeken naar Brian Cookson (voorzitter van de UCI, HVDW), had besloten dat deze man een grote sportbond kon leiden. Hij heeft het geluk gehad dat de Rus Igor Makarov een hekel had gekregen aan mijn opvolger Pat McQuaid, omdat die hem zijn licentie voor Katjoesja had geweigerd. Waarop Makarov met geld begon te zwaaien om Cookson verkozen te krijgen, wat ook is gelukt.

“In een bedrijf hebben het management, de raad van bestuur en de algemene vergadering dezelfde doelstellingen: winst maken en dividenden uitkeren aan aandeelhouders. Sportbonden moeten geen winst maken, dat klopt, maar bij ons zitten op allerlei niveaus vaak mensen met tegengestelde belangen. Zo dacht de Belg in het UCI-bestuur vooral aan de Vlaamse kermiskoersen. Als die aan belang zouden verliezen, dan zou hij door zijn provincies misschien niet meer worden verkozen.

“De internationale sportbonden ontsnappen aan elke vorm van controle. Een bedrijf moet zich verantwoorden tegenover overheden en ngo’s, de sportwereld niet. Ik was ooit samen met Karel Van Miert keynote speaker ten tijde van het Bosman-arrest. Hij had het de hele tijd over de arrogantie van de UEFA en de FIFA, en zei: ‘Die denken dat ze boven de wet staan.’ Dat is het juist: ze staan ook boven de wet. Wat Sepp Blatter heeft toegelaten in de FIFA, dat kan toch alleen als je van jezelf denkt: ik sta boven de wet, ik doe wat ik wil.”

Heeft het IOC de sleutel voor betere controle op de bonden?

“De sport loopt ernstig gevaar, en ik zie geen andere instantie die ethische principes en goed bestuur kan afdwingen. Ik heb vertrouwen in IOC-voorzitter Thomas Bach. Juan Antonio Samaranch is begonnen met dat deugdelijk bestuur, Jacques Rogge heeft het geperfectioneerd en het IOC is in de jaren onder Rogge een voorbeeld geworden. Daar profiteert Bach nu van, en hij gaat door op dat elan. Hij zal iets creëren dat toezicht houdt op de bonden: zowel voor doping als voor goed bestuur.

“In principe heeft het IOC niets te zeggen aan de internationale federaties, maar ze gaan nu toch financiële audits doorvoeren in die bonden. De achterliggende gedachte is meer controle uitoefenen. Rogge zat al op dat spoor.

“Bach heeft ook begrepen dat hij het wereldantidopingagentschap WADA moet controleren en de dopingbestrijding daar moet centraliseren. Doping mag je niet langer aan de bonden toevertrouwen en evenmin aan de nationale olympische comités, als je ziet wat er in Italië, Kenia en Rusland naar boven is gekomen.”

U ziet ook een grotere rol voor het WADA, waarmee u al jaren in de clinch ligt?

“Ik was een van de eerste bestuurders, remember? Ze bestaan veertien jaar, en wat hebben ze gedaan? Roepen vanuit Canada dat het niet goed is, maar ondertussen zelf niets doen. Van dat WADA, zoals het nu tekeergaat met dat naming and shaming, ben ik geen fan. Wel van een totaal onafhankelijk WADA dat wereldwijd op doping controleert.

“Dat is niet te betalen, wordt dan gezegd. Dat is wel te betalen, want dat geld zit nu al bij de bonden. Het WADA moet naar de bonden gaan en hun dopingafdelingen overnemen, om te beginnen van de UCI en van atletiekfederatie IAAF, want die kunnen nu even niets weigeren. Vervolgens haal je ook bij SportAccord de dopingmensen weg. Je hebt dan een mooie organisatie bij elkaar, en dan ga je met de andere bonden onderhandelen: ‘Wij doen dat voor jou’, en je spreekt een prijs af.”

 

Het dopingverhaal rond de bokswedstrijd Mayweather-Pacquiao heeft bij ons weinig aandacht gekregen.

“Onwaarschijnlijk wat daar is gebeurd. Niet alleen vroeg het Usada liefst 150.000 dollar om controles te doen, het vond ook bewijzen van een infuus van 750 milliliter zoutoplossing die Mayweather had gekregen, zogezegd omdat hij gedehydrateerd was. Drie weken na de feiten hebben ze hem daarvoor een attest voor een therapeutische uitzondering toegekend, zowaar. (lacht) Ik kan me daar iets bij voorstellen, zeker als je 150.000 dollar vraagt voor een controle, maar dat slaat toch nergens op?

“Maar goed: ik heb daarover gemaild met de voorzitter van het WADA, Craig Reedie, die ik goed ken als IOC-lid. ‘Craig, kun je dat eens uitzoeken? Volgens mij is daar door het Usada tegen alle regels van WADA gezondigd.’ Weet je wat hij me antwoordde? ‘Dat zal het Usada wel onderzoeken.’ (armen in de lucht) Die mogen zichzelf dus onderzoeken, net zoals het WADA een onafhankelijke commissie in het leven riep om het Russische dopingschandaal te onderzoeken terwijl ze verdorie al lang wisten dat er iets aan de hand was.”

U doelt op het rapport dat later door de commissie-Pound is gepubliceerd.

“Natuurlijk. Daar staat toch letterlijk in dat de man van het dopinglab van Sotsji op 11 januari 2014, een goede maand voor de Winterspelen, aangaf dat hij onder zware externe druk stond van de Russische overheid ‘om dingen te doen’. Het WADA wist dat en wat heeft het gedaan? Niets. Elf maanden later komt de ARD met een reportage en dan stelt het WADA ineens een zogeheten onafhankelijk commissie aan met Dick Pound als voorzitter, die natuurlijk nooit heeft onderzocht waarom de organisatie niets had gedaan.”

Op de een of andere manier blijft Dick Pound uw weg kruisen.

“We hebben een gezonde hekel aan elkaar gekregen, terwijl we het vroeger best konden vinden met elkaar. Nadat ik bij de voorzittersverkiezing voor het IOC in 2001 openlijk Rogge had gesteund, is hij mij en het wielrennen beginnen te viseren. Ik heb geen andere uitleg voor die blinde haat.

“Oké, er zal bij ons ook wel eens wat fout zijn gegaan, maar nooit te kwader trouw. Wij hebben met de UCI het voortouw genomen
in de strijd tegen doping. Wij hebben in 2001 als eerste bond de epo-controles volgens de Franse testmethode ingevoerd, tegen
de wil van het WADA in. Tegen de wil in van Dick Pound en zijn grote vriend Arne Ljungqvist, ondervoorzitter van de internationale atletiekbond en verantwoordelijk voor de dopingbestrijding. Die wist wat er in de atletiek aan de hand was, maar het WADA en de IAAF hebben de epo-detectiemethode pas tweeënhalf jaar na de UCI erkend en zijn toen pas op epo gaan controleren. Waarom loopt Pound tien jaar lang op de wielersport te schelden over medeplichtigheid en corruptie terwijl hij nooit iets zei over atletiek, waar dat echt gebeurde?

“Als ik zie wat in die sport boven water komt, dan hebben wij het prima gedaan. Wij probeerden ten minste ze te pakken. Wij hebben Armstrong getest in 2001 en we hebben zijn test als verdacht op epo gelabeld. We hebben hem niet betrapt, want er was net geen positieve test. Maar ondertussen deden de atletiek en al die andere sporten niets. En Pound maakte ons verwijten, net zoals later zijn vriendjes van het Usada. Die nu in de zaak-Mayweather boter op het hoofd hebben, maar van het WADA zelf mogen uitzoeken of ze fout waren.”

Het IOC blijft buiten schot, maar heeft ook een probleem: zijn Spelen verkocht krijgen.

“Bij de evaluatie voor 2004 kon ik nog elf steden bezoeken. En ook voor 2008, toen ik zelf voorzitter was van de evaluatiecommissie, hadden we nog meer dan voldoende kandidaat-steden. Het werd minder na de economische crisis van 2007-2008 en ten gevolge van een verkeerde perceptie dat de Spelen per definitie een verlieslatende onderneming zijn. Dat klopt niet als het organisatiebudget apart wordt gezien van de infrastructuurkosten en als beveiliging enkel nog voor rekening van de overheid komt.

“Door de strenge bezuinigingspolitiek in de meeste westerse landen kunnen de politici het zich niet veroorloven een zogeheten geldverslindend evenement te organiseren terwijl het inkomen van de burgers onder druk staat.

“De enorme sociale impact die Olympische Spelen kunnen hebben voor een stad en land blijft ook zwaar onderbelicht. Met de Londense Spelen zijn grootse sociale dingen bereikt, die amper de krant halen omdat ze te positief zijn. Die impact is moeilijk in cijfers uit te drukken, en daarom begint men er vaak niet aan.”

Hoe zit het met uw strijdbaarheid?

“Die is intact, maar ik wil ook constructief meedenken. Wil het IOC mijn mening horen, dan krijgt het die. Zelfs de UCI. Willen ze van mij weten hoe ik het profwielrennen zou aanpakken, dan zou ik mijn verhaal doen en vervolgens vertrekken. Ik vind niet dat het nu erg opschiet.

“Het probleem is nog steeds hetzelfde. De ploegen zijn te zwak gestructureerd. Valt een sponsor weg, dan bestaan ze niet meer. Ze moeten zich verenigen, ze moeten af van de zwakke organisatoren, wedstrijden creëren in rijke markten en hun sport collectief verkopen.

“Soms denk ik dat ik het een keertje moet opschrijven zoals ik het allemaal heb beleefd. Met respect voor de mensen, want ik heb geen zin meer in negativisme. Sinds die ziekte (Verbruggen wordt behandeld voor leukemie, HVDW) ben ik in een compassionate mood terechtgekomen. Ik wil geen geruzie meer, maar af en toe zeg ik wel nog eens waar het op staat.”

 

Operatie beschadiging

Eerder dit jaar probeerden de tegenstanders van Hein Verbruggen zijn erfenis te bezwaren met het CIRC-rapport over de wielrennerij onder zijn bewind en zijn vermeende rol in het onder de radar blijven van dopingzondaar Lance Armstrong.

Zonder veel aandacht voor bewijzen en feiten concludeerden media dat Verbruggen en de UCI waren tekortgeschoten in hun strijd tegen doping en te laks waren geweest tegenover Armstrong. Toen de storm was gaan liggen, reageerde Verbruggen op een speciaal ontwikkelde website (verbruggen.ch). Het wereldantidopingagentschap WADA, diens Amerikaanse poot Usada en de nieuwe UCI werden op hun plaats gezet.

Meer zelfs: de nieuwe UCI-voorzitter Brian Cookson ondertekende met Verbruggen een ‘niet-aanvalspact’ na bemiddeling van het Internationaal Olympisch Comité. Cookson verplichtte zich ertoe bij het door Verbruggen gewraakte CIRC-rapport een link naar de verdediging van zijn voorganger te publiceren. Bovendien zou de UCI tussenbeide komen in de kosten die Verbruggen had gemaakt om zich te verdedigen en zou zijn erevoorzitterschap niet meer ter discussie worden gesteld. Er zou 40.000 euro worden betaald, maar dat is nog niet gebeurd. Er wordt volop over gediscussieerd binnen de UCI.

Verbruggen zou van zijn kant afzien van een rechtszaak die hij bij het Zwitserse gerecht tegen de UCI ging aanspannen.

Verbruggen int

Interview Marieke Vervoort in De Morgen van zat 19 dec 2015

‘Het wordt stilaan akelig’

Dat euthanasie en topsport niet samen gaan. Dat haar ziekte en topsport onverenigbaar zijn. Dat ze de media haar verhaal laat uitmelken. Moedige Marieke (36), die vandaag op het Sportgala allicht de prijs van Paralympiër van het Jaar zal krijgen, geeft op alles antwoord, dus ook op lastige vragen die nog niemand stelde.

In de hal van het huis van Marieke Vervoort in Diest hangt een mooie potloodtekening van toen ze nog kon tekenen, van toen haar handen nog deden wat haar hersenen wilden. Het is een skelet in een startblok met een stok in de hand, klaar voor de estafette.

“Pure symboliek. Het was het begin van mijn ziekte. Ik voelde mij ook een skelet en die stok is mijn ellende die ik wilde doorgeven. Het is niet gelukt. Het skelet is nooit uit het startblok geraakt en de ziekte heb ik nog vast.”

De aanvallen worden week na week heviger en frequenter, de armen willen niet meer mee, de ogen gaan achteruit, en alsof dat niet volstaat, weet paralympisch atlete Marieke Vervoort pas op 15 augustus of ze drie weken later naar de Paralympische Spelen 2016 in Rio de Janeiro kan. Ondertussen sluit ze een jaar met drie wereldtitels af door sportprijzen op te halen: eerder deze maand won ze de Vlaamse Reus en vandaag, zaterdag, krijgt ze op het Sportgala een Lifetime Achievement Award.

Wellicht word je ook paralympiër van het jaar, maar een minipoll onder de paralympische atleten leert dat ze Peter Genyn, die ook naar twee wereldtitels wheelde, op één zetten.

Marieke Vervoort: “Dat kan ik begrijpen. De tennisser Joachim Gérard, nummer één van de wereld, zou het ook verdienen. We zijn met drie sterke kanshebbers voor de titel en ik wil de anderen hun aandoening niet onderschatten, maar ik hoop er stiekem wel een beetje op omdat het weleens de laatste keer zou kunnen zijn. De anderen zijn al zeker van een ticket voor Rio, ik niet. Ik weet niet hoe mijn aandoening zal evolueren, maar ik weet zeker dat ik met een lichaam zit dat steeds minder doet wat ik wil.”

Je hebt drie wereldtitels gewonnen in Doha, maar je hebt weinig tegenstanders in je categorie, vandaar de onzekerheid voor Rio.

“Zo stond het ook in de krant na mijn overwinning op het WK in oktober in Doha: Marieke Vervoort wint goud tegen zwakke tegenstand. Dat was niet leuk om te lezen. Er waren er een paar niet komen opdagen omdat atleten in mijn categorie vaak ook een probleem hebben om te zweten en Doha was natuurlijk erg warm. Mijn concurrente Michelle Stilwell uit Canada was er ook niet. Ze was ziek, heb ik gehoord, ofwel was ze bang, want ze verliest niet graag van mij.”

Is de wereld van de gehandicaptensport (G-sport) een harde wereld?

“Met de afgunst valt het wel mee. Behalve dan in de categorie van Peter Genyn. Daar zullen ze elkaar geen geluk wensen. Er kwam er één op mij af en die zei: ‘Peter maakt de T51 kapot.’ T51 betekent dat iemand geen tricepsfunctie meer heeft. Ik zei: hoezo, hij is toch gecontroleerd, getest en geconfirmeerd als T51? ‘Sinds Peter er is, maken wij geen schijn van kans meer’, redeneren ze.

“Ik weet wat hij anders doet: Peter komt van het rolstoelrugby en heeft de aandrijftechniek van die discipline meegenomen naar de wheelers. Hij doet het met dikke gummihandschoenen, ingewreven met hars en zo slaat hij op zijn wielen en beweegt hij zich voort. Die insinuaties van bedrog zijn belachelijk. Peter is getest en bovendien staat er langs de baan ook altijd een dokter die checkt of de atleet in kwestie zich niet gehandicapter voordoet dan hij of zij wel is. Jammer genoeg zijn die er ook.

“Bij mij durft Michelle Stilwell wel eens moeilijk doen. Zij noemt mij de Belgian Bitch, wat niet aardig is. Ik snap wel dat ze het niet leuk vond dat ik ineens ook kwam meedoen en ook nog eens won. Dat was ze niet gewend. In Londen op de Spelen heb ik haar na de 200 meter een knuffel willen geven bij de medaille-uitreiking, maar ze hield haar gouden medaille voor haar gezicht zodat ik niet in haar buurt kon komen. Toen dacht ik: tijd dat ik die trut met haar vier wielen op de grond zet.”

Vier wielen?

“Drie als het een wheeler is, maar een rolstoel heeft vier wielen. Kijk maar: twee grote en die twee kleintjes hier vooraan. Toen ik de 100 meter won in Londen, en zij tweede was, stond ze met haar vier wielen op de grond.”

Het is altijd wel een gedoe met die categorieën in de G-sport.

“Ik sport met tetraplegen – mensen met een dwarslaesie, bij wie alle ledematen verlamd zijn: de benen helemaal en het bovenlichaam gedeeltelijk. In de T-klasse draait alles rond de armfunctie en de rompstabiliteit. Ik ben een T52 en die hebben haast geen rompstabiliteit, maar wel tricepsen die werken. Een T53 heeft die ook, maar als wij onder elkaar racen, dan kom ik er met mijn laesie niet aan te pas want zij hebben nog een relatief goeie armfunctie en meestal nog een beetje buik- en rugspieren.

“Trouwens, die Michelle Stilwell heeft volgens mij ook nog rompstabiliteit. Zoals zij kan zitten, dat kan ik niet. Ik zou omvallen.”

Je zei laesie, maar jij hebt toch een spierziekte?

(glimlacht) “Jazeker, progressieve myelopathie, maar daar hoort ook progressieve tetraplegie bij. Ter hoogte van de vijfde en zesde nekwervel geeft mijn ruggenmerg niet alles meer door. Dat is niet het enige: ik heb de laatste tijd ook veel aanvallen die lijken op epilepsie, maar die uiteraard te maken hebben met mijn ziekte en die mij ook vaak hele slechte nachten bezorgen. Ik heb spasmen op mijn diafragma waarbij ik bijna niet meer kan ademen. Ik kan ook zomaar het bewustzijn verliezen, zoals laatst nog bij de opnames met Kobe Ilsen voor zijn nieuwe programma.

Copyright © 2015 gopress. All rights reserverd

“Het wordt stilaan akelig. Ik ben het laatste jaar weer20 procent minder goed gaan zien, wellicht door die aanvallen. De oogarts vroeg meteen of ik epileptisch was, want het ligt niet aan mijn ogen. Dat komt er ook nog eens bij.”

Even praktisch, want we zijn hier alleen. Wat moet ik doen als je tijdens het gesprek een aanval krijgt?

“Daar staat de telefoon: duw op M1 en dan op 4 voor een alarmoproep. Dan komen ze onmiddellijk, maar die kunnen ook weinig doen. In de hal staat een zuurstofbak: die op ON zetten en dan die slangetjes in mijn neus duwen. Ik heb een negatieve wilsverklaring, dus ik wil niet meer naar het ziekenhuis worden gebracht.”

Begrepen. Een professor gespecialiseerd in spierziektes zei me dat sporten met jouw aandoening niet aangewezen is.

“Hij heeft gelijk, maar voor mij is het wheelen een therapie, een manier om alle angsten, pijnen en frustraties van mij af te rijden. De nachten voor mijn wedstrijden in Doha bijvoorbeeld heb ik heel slecht geslapen, pas tegen een uur of vijf ben ik wat ingedommeld en om acht uur zat ik als een zombie aan het ontbijt. Maar dan komt de adrenaline bovendrijven en ga ik naar de wedstrijd.

“Kijk eens naar die foto. (wijst naar een foto achter mij) Zie je dat gezicht? Ik sla alles van mij af en ik vergeet heel even alles. Pakken ze mij dat wheelen af, dan nemen ze een stuk van mijn leven weg en ik ben al zoveel kwijt. Dan kan ik er beter een punt achter zetten.”

Dat je minimaal vijf relatief goede jaren hebt weggegooid door die inspanningen en dat je heftige aanvallen daar onder meer aan te wijten zijn, is dat geen argument?

“Ik snap het wel en die professor heeft zeker gelijk, maar ik heb dit nodig. Ik rust ook veel, nog dit weekend, en toch had je gisteren niet moeten komen want dan had ik niets zinnigs kunnen zeggen omdat de nacht ervoor vreselijk was. Voor de mensen die het programma Het huis hebben gezien: het kan nog veel erger. Die sport is iets waarvoor ik kies. Ik heb liever een kort en goed leven, waarin ik alles kan doen wat ik wil, dan jarenlang als een plant aan de zetel gekluisterd zijn.”

Jij mag of moet ook medicatie nemen die op de dopinglijst staat, de zogeheten therapeutische uitzondering of TUE.

“Als het echt slecht met me gaat, mogen ze mij morfine en valium geven. Na mijn gewonnen finale heb ik valium gekregen, maar daar ga je echt niet beter van presteren. Ik heb toch maar die TUE voorgelegd, want het zat in mijn systeem. De valium wordt intramusculair ingespoten en de morfine onderhuids. Daarnaast heb ik sinds kort een port-a-cath, dat is een katheter die permanent klaar zit in mijn schouder om wekelijks een infuus toe te dienen met glucose en magnesium.”

Neem je antidepressiva?

“Neen. Ik heb soms dagen waarin ik veel huil. Of met kussens gooi, maar ik ben niet echt depressief. Eén keer per maand ga ik naar de psycholoog om mijn verhaal te doen en dat lucht op. En ik drink geregeld mijn persoonlijke Dafalgan. (lacht en wijst naar een indrukwekkende verzameling flessen bubbels) Geen reden is een reden om er één te drinken, zeg ik altijd.

“Als triatleet heb ik gegeten zoals het hoort, maar waarom zou ik nu niet mogen zondigen? Weet je dat ik in de supermarkt soms opmerkingen krijg als er een zakje chips op mijn schoot ligt? ‘Mag een sporter dat wel eten?’ Ik antwoord dan: heb jij mijn lijn al eens gezien, ik mag dat eerder eten dan jij. En weg zijn ze.”

Een negatieve wilsverklaring betekent dat je niet gereanimeerd wil worden, maar jouw sportbond Parantee, wil daar niet in mee.

“Ik begrijp Parantee, maar we hadden een compromis: in Doha zouden ze mij wel hebben gereanimeerd. Als ik op stage ben op Lanzarote, is dat hetzelfde verhaal: niet reanimeren is daar strafbaar en dan brengen ze mij naar het ziekenhuis en moet ik dat ondergaan.”

Morfine, geen reanimatie of behandeling, dat staat zo haaks op topsport. Begrijp je de reserve daartegen? Je behandelende arts is een euthanasie-expert en tussendoor ga je overal medailles winnen.

“Ik begrijp dat mensen daar moeite mee hebben, maar de sport houdt mij wel in leven, dus daar is niks mis mee. Dat ik vaak over euthanasie praat en dat Wim Distelmans mijn behandelende arts is, stelt mij juist in staat om voort te leven. Zonder die zekerheid dat ik er uit kan als het echt te erg wordt, zou ik geen leven meer hebben.

“Hoe ik mezelf motiveer om door de pijn te gaan, is simpel. Ik laat de film aflopen van alles wat er met mij is gebeurd: de ziekte, mijn ongeval in 2013 (Vervoort kwam in de WK-finale van de 800 meter in 2013 ten val, red.) en die pot kokend water die ik in 2014 over mij kreeg waardoor ik drie keer bijna dood was. Zo pep ik mij op: door mij kwaad te maken tegen al het onrecht dat mij is overkomen. En ik heb natuurlijk heel veel mensen rond mij die mij helpen, zonder wie het ook niet de moeite zou zijn.”

Een hartlijder die drie zware hartinfarcten heeft overleefd en die een marathon wil lopen, verklaren we voor gek. Jij wordt bewonderd.

“Ik snap de vergelijking, maar ik ben ook een sporter. Sport is mijn enige drijfveer, de laatste uitlaatklep. Ik was een zwemster. Toen ik veertien was, is de ziekte bij mij vastgesteld. Ik ben toen overgeschakeld naar triatlon. In het begin kon ik nog peddels aandoen om te zwemmen, maar dat kan nu ook niet meer. Ik heb in Hawaï 1u17 gezwommen over 3,8 kilometer, rap hè? Daar hebben ze mij na het handbiken (de fietsproef, HV) uit de wedstrijd gehaald. Ik was vijftien minuten te laat bij de wissel. Er stond een madam met een strooien hoed die ons tegenhield: ‘There will be another year.’ Ik dacht: bitch, weet jij veel, ik heb verdorie een progressieve ziekte.

“Ik kreeg kort daarna een heftige opstoot en het was gedaan met triatlon. Gaandeweg heeft die ziekte steeds meer van mij afgepakt en dat laatste laat ik mij niet meer afnemen. Tot het niet meer gaat. Precies omdat die euthanasiepapieren geregeld zijn, ben ik gerust en heb ik nu veel meer levenswil. Anders had ik al lang zelfmoord gepleegd.”

Moet jij Sportvrouw van het Jaar worden?

 

“Neen, maar ik vind wel dat ze de verschillende categorieën evenwaardig moeten behandelen. Niet eerst dé sportvrouw, dan dé sportman en vervolgens o ja, we hebben ook nog de paralympiër van het jaar. Ik wil ook dat de artikels in de kranten een dag later even groot zijn.

“Delfine Persoon verdient die titel van sportvrouw. Wat die al heeft gepresteerd… Voor sportman weet ik het niet, maar bij een voetballer stel ik mij toch vragen. Laatst las ik nog een artikel over het geld dat ze willen omdat hun portret op glazen staat of zo. Ik word ziek van die sommen. Straks moet ik naar het programma Beste kijkers en normaal krijg je daar geld voor. Behalve ik, want ik krijg een uitkering en als ik dat aanvaard, kan ik geschorst worden. Van Het huis heb ik dan maar een iPhone 6 Plus cadeau gekregen.”

De media weten je wel wonen. Je draineert alle aandacht voor paralympische sport.

“Waarom ik mijn ziekte niet onder stoelen of banken steek? Omdat ik de mensen wil tonen dat ik mij niet laat doen. Door het sporten heb ik een goeie uitlaatklep en kan ik mijn frustraties kwijt. Ik ben drie keer teruggekeerd van niks; ik denk dat ik een voorbeeld van wilskracht kan zijn. Ik weet zeker dat ik mensen met een handicap inspireer.

“En die aandacht? Ze komen naar mij toe en ze willen mijn verhaal horen. Ik haal ze niet naar hier. Heb ik jou gebeld dan? Neen, jij hebt mij gebeld.”

Marieke Vervoort

Column Prijzentijd in De Morgen van zat 20 dec 2015

Prijzentijd

Het is weer prijzenweekend. Het Sportgala dus. Niet langer op Eén en dat hebben de Belgische sporters, het Sportgala en organisator Golazo geheel aan zichzelf te danken. De voorbije editie hing aan elkaar van de onnozeliteiten en toen vervolgens ook nog eens de kijkcijfers niet echt meevielen en er door de VRT moest worden bespaard, was de keuze aan de Reyerslaan snel gemaakt.

Marieke Vervoort krijgt de Lifetime Achievement Award en wordt wellicht ook Paralympiër van het Jaar. Volgens insiders zou dat haar wheelende collega Peter Genyn moeten zijn, maar Marieke ziet dat anders.

Coach van het Jaar zal wel Marc Wilmots worden, terwijl Hein Vanhaezebrouck de enige echte Coach van het Jaar is. De echte prijs voor beste coach heeft hij al gekregen en die heet de Raymond Goethals-trofee, genoemd naar een extreem verdedigende coach die twee keer actief betrokken was bij omkoping, maar dat geheel terzijde.

Komen we bij de Sportploeg van het Jaar. Hier heb ik mijn wildcard gebruikt en niet de Rode Duivels ingevuld, maar wel drie andere ploegen. Weggegooide stemmen natuurlijk, want de nationale voetbalploeg is net op tijd nummer één van de wereld geworden. Weliswaar in een heel rare ranking en zonder echt goed te voetballen, maar dat maakt allemaal niet uit. Of het zou alsnog de Davis Cup-ploeg moeten worden.

In Nederland hadden ze deze week eerst de Sportman van het Jaar, dan het Talent van het Jaar, dan het Sportbeeld van het Jaar (goed gevonden) en als laatste en dus belangrijkste prijs, de Sportvrouw van het Jaar. Dat had alles te maken met de genomineerden en de impact van hun prestaties op de bevolking van dat kleinste grote sportland, maar Dafne Schippers als hoogtepunt van het beste Nederlandse sportjaar ooit was wel een statement.

De uitkomst van onze Sportvrouw van het Jaar is een dubbeltje op zijn kant. In Nederland zou bokster Delfine Persoon ongetwijfeld winnen, maar in Nederland stemmen de Friezen niet alleen op Friezen en de Limburgers niet alleen op Limburgers en liggen er tussen Limburg en Friesland nog wel regio’s met sporters.

Nederlanders zoeken over de accenten- en taalgrenzen heen naar hun beste prestatie overall. Dat doen wij nooit. De Franstaligen kiezen (haast) altijd voor een Franstalige, de Nederlandstaligen denken iets breder en durven weleens iemand van over de taalgrens een puntje (of twee) geven. Sportvrouw van het Jaar wordt wellicht judoka Charline Van Snick, omdat zij de enige Franstalige is bij de genomineerden en daar met alle stemmen gaat lopen en ook in Vlaanderen punten krijgt. Terecht, want Van Snick is een kanjer onder de kanjers.

En dan de Sportman van het Jaar. Volgens de media staat het al vast dat het Kevin De Bruyne wordt. Ik heb De Bruyne één puntje gegeven, Dirk Van Tichelt twee, Louis Croenen drie, Pieter Timmers vier en Philip Milanov vijf. Sport draait om prijzen winnen, om medailles halen. Milanov verdient dus om op één te staan met zijn zilveren medaille op de wereldkampioenschappen. Dat was in atletiek, in discuswerpen, voor als u dat niet wist. Overigens hoorde ook de wereldkampioen taekwondo Jaouad Achab bij die laatste drie en had hij moeten winnen.

Het is een raadsel waarom Kevin De Bruyne Sportman van het Jaar zou moeten worden. Wat heeft die dan gewonnen, behalve de Duitse beker? Ach ja, de jackpot natuurlijk! Door zijn transfer van Wolfsburg naar Manchester City, voor een onbetamelijke 74 miljoen euro, is hij de duurste Belgische speler ooit en hij heeft ook een mooi salaris van 320.000 euro per week geregeld. Hij verdient per dag wat Philip Milanov de Vlaamse gemeenschap in een heel jaar kost aan salaris, en dat is hem gegund, maar dat is nog geen goede reden om hem Sportman van het Jaar te maken.

In 2012 was Vincent Kompany de beste speler van de Premier League, kampioen met Manchester City en de verpersoonlijking van de heropstanding van de Rode Duivels, maar hij kwam niet eens in de laatste drie voor. Er is geen enkele objectieve of sportieve reden om Kevin De Bruyne die prijs te geven. Laat hem eerst maar eens op een groot toernooi excelleren zoals die andere genomineerden.

Column The Bid en The Loting op demorgen.be van 14 dec 2015

Stereotypen

Eindelijk weten we waarom het Holland-België bid voor de WK’s van 2018 en 2022 het niet heeft gehaald. Dwalers zijn het, die dachten dat het aan de tandem Harry Been en Alain Courtois lag. Natuurlijk was de ene te veel pilaarbijter en de andere te veel van de Franse slag en wogen ze zelfs opgeteld veel te licht, net zoals de kandidatuur met Van der Valk-bunkers als teamhotels en luchtkastelen als stadions, maar daar lag het dus niet aan.

We hebben gewoon te weinig de portemonnee getrokken, zo viel dit weekend tussen de regels te lezen in De Volkskrant. Na lange gesprekken met vele betrokkenen (Nederlanders) heeft die krant uitgeplozen dat aan een Afrikaanse stemmenronselaar – ene Diallo uit Guinea – 10.000 euro was betaald. Conclusie, volgens de krant: The Bid – zo heette die waangedachte – heeft smeergeld betaald om stemmen te kopen en heeft dus onethisch gehandeld.

10.000 euro om Afrikanen om te kopen, van stereotypering gesproken. Ze kunnen er daar wat van, maar met 10.000 euro – het equivalent van de kraaltjes en spiegeltjes van Stanley en Livingstone – geraak je nog geen halve Afrikaan ver.

Nog een stereotype: je moet al een gierige Hollander zijn om te geloven dat je met 10.000 euro een stem kan kopen. De Belgische repliek dat het om een onkostenvergoeding ging voor twee bezoeken aan Brussel  – ongetwijfeld in business class – lijkt de logica zelf. Nooit gedacht dat The Holland-Belgium Bid vijf jaar na datum nog eens het voorwerp zou zijn van journalistiek, maar het was zonde van de dure pagina’s.

We denken dat we terecht op één in de FIFA-ranking staan en we denken dat we Europees kampioen kunnen worden? Prima, laten we daar ook naar handelen en vooral naar voetballen

The Bid is de enige kandidatuur die ooit een eerste ronde overleefde en in de tweede ronde minder stemmen kreeg dan in de eerste. Het was een nooit geziene luchtfietserij die de overheden veel geld heeft gekost en het zou goed zijn als we dat voor eens en voor altijd archiveerden als een waanidee.

Toen die kandidatuur in 2009 werd ingediend, zaten de Rode Duivels diep. Op de FIFA-ranking van die tijd stonden ze 65ste en waren van Albanië tot Zwitserland een vogel voor de kat. Geen zes jaar later staan ze op één en eergisteren werden ze door zowat alle Europese landen bestempeld als te vermijden en als kandidaat voor de finale en dus de ultieme winst op het Europees Kampioenschap van volgende zomer.

Italië vond het niet leuk om op 13 juni tegen België in de Lyonese wei te moeten en daar kunnen we ons iets bij voorstellen. De uitkomst van de loting en de samenstelling van groep E werd aanvankelijk als interessant bestempeld. Vervolgens als een uitdaging. Even later was het: niet van de poes. Daarna: zwaar. Uiteindelijk werd het een loodzware loting.

Natuurlijk had die lichter gekund, bijvoorbeeld als we al onze tegenstanders zelf hadden mogen kiezen, en liefst allemaal uit potje vier, maar dat was jammer genoeg tegen de regels. We kregen een land uit respectievelijk potje 2, 3 en 4 en dat werden Italië, Ierland en Zweden.  Italië is een team met een verleden, maar het heeft geen stervoetballers meer. Staat 15de op de FIFA ranking. Ierland is een team met een groot hart en mooie fans, maar geen goeie voetballers. Staat 31ste op de ranglijst. Zweden ten slotte is een team met één goeie voetballer en het staat 35ste.

België staat eerste en moet dus van niemand bang zijn. We denken dat we daar terecht staan en we denken dat we Europees kampioen kunnen worden? Prima, laten we daar ook naar handelen en vooral naar voetballen. Gedaan met underdogje spelen, gedaan met kijken waar het schip strandt, gedaan met op voorhand indekken over hoe mooi een halve finale kan zijn. Dit is een ideale loting om meteen scherp aan een tornooi te beginnen. Exact honderd jaar nadat de wereld ons bedacht met Brave Little Belgium is het tijd om daar een nieuwe lading aan te geven: zonder loopgraven, gewoon durven aanvallen.

Column Buffalo in De Morgen van zat 12 dec 2015

Buffalo

Na de Buffalo-tsunami in de algemene krantenkaternen – drie extra pagina’s in De Morgen, twee bij de vrienden van De Standaard en een psychoanalyse van de Gentse trainer in Het Laatste Nieuws – nu ook nog eens een column. Jawel, want er verscheen nogal wat onzin.

Die kwalificatie van AA Gent. Was die lovenswaardig? Uiteraard. Maar wereldschokkend? Niet echt. In elke editie van de Champions League halen er altijd wel een paar ploegen uit kleinere voetballanden de laatste zestien. Deze keer AA Gent, dat van bij de loting was ingedeeld in de financieel minst kapitaalkrachtige van alle poules. Als de tegenstanders een slechte herfst hadden, stegen de kansen van Gent aanzienlijk, en wat wilde het toeval: Valencia en Lyon zaten net in een dip, ook in de eigen competitie. Zenit uit Sint- Petersburg was dan weer outstanding, maar kwam bij Gent verliezen toen het al zeker was van de eerste plaats. We zullen straks zien wat dat outstanding Zenit waard is in de tweede ronde. De Europa League-groep van Anderlecht, met Tottenham en Monaco, woog financieel zwaarder dan die van Gent.

Laten we maar besluiten dat de goden Gent erg gunstig gezind waren, maar laten we daar onmiddellijk aan toevoegen dat je geluk ook moet afdwingen. Je wint geen drie keer en je speelt ook niet nog eens gelijk, als je niet gelooft in je kansen. Het aanvallend voetbal van AA Gent heeft geloond en dat is het verschil met Anderlecht, Genk en langer geleden Brugge. Die hebben/hadden minimaal evenveel talent, maar pasten zich ook te veel aan. Ze deden mee om niet af te gaan; Gent deed mee om te voetballen en te winnen.

Waarmee we bij Hein Vanhaezebrouck zijn aanbeland. Die kreeg de wind van voren omdat hij niet bijster enthousiast reageerde op de kwalificatie van zijn team voor de tweede ronde. Hein heeft zijn prioriteiten op orde, hij is zeker niet blasé en juichen kan hij ook. Toen hij op 21 mei de titel won, wist hij met zijn geluk geen blijf en liep ook hij als een razende over het veld. Deze kwalificatie zat eraan te komen en hij was al met zijn gedachten bij vanavond: STVV uit, altijd lastig. Edmilson doormidden schoppen of kopen, of allebei; van een dilemma gesproken.

Nog zo’n item volgens de media: de hele wereld kent nu AA Gent en weet dat de beste speler van Gent de trainer is. Conclusie: Gent zal Hein Vanhaezebrouck moeilijk kunnen houden. Ten eerste: de hele wereld kent nu misschien de naam Gent, maar denkt daarbij aan het klassieke lelijke eendje dat in de volgende ronde onder de voet wordt gelopen. Dat is onterecht, en het fenomeen Vanhaezebrouck verdient wel degelijk een nadere studie.

Ten tweede: er zijn maar heel weinig clubs in Europa waar ze zitten te wachten op de West-Vlaamse Guardiola, omdat maar heel weinig clubs geloven in een aanvallend concept. Ten derde: als ze al een trainer van een kleine clubje zullen halen, heet die Phillip Cocu. Die wist zich met PSV ook te plaatsen, ten koste van Man United nog wel, en heeft zelf bij FC Barcelona gevoetbald. Ten vierde: als geen ander beseft Hein Vanhaezebrouck alles wat hiervoor staat.

De allergrootste onzin was natuurlijk dat fabeltje dat heel België gesupporterd zou hebben voor de Buffalo’s. Van hypocrisie gesproken. De traditionele topclubs zijn gewoon stikjaloers op AA Gent. Te beginnen met Anderlecht, dat al langer behoorlijk zenuwachtig wordt van de lof waarmee Gent nu al maanden wordt overladen. In West-Vlaanderen en daarbuiten, waar blauw-zwart het bruto gezinsgeluk bepaalt, kan men Gent en de Buffalo’s niet meer horen of zien. Verdrongen worden naar de kolommen naast de overlijdensberichten, dat steekt.

Al even hypocriet was de Gentse tegenreactie dat ze na hun kwalificatie en de steun die ze vanuit heel België hadden ontvangen nu op hun beurt zouden duimen voor Club en Anderlecht. Misschien dat ze wel duimden voor een kwalificatie, maar dan alleen omdat Europees voetbal bij het begin van de play-offs eerder een nadeel dan een voordeel is. Toch even goed opletten op 17 januari en 7 februari: Gent-Anderlecht en Club-Gent worden twee wedstrijden op leven en dood, met als inzet de hiërarchie aan de top.

Verhaal over de testing van Froome in De Morgen van 5 dec 2015

Met dit lichaam win je de Tour

Nog tijdens de Tour de France, waarin hij urine over zich kreeg, ging de vrouw van Chris Froome (30) op zoek naar een lab dat hem wilde testen. Bedoeling: eens en voor altijd aantonen dat hij een cleane atleet is. Daar zijn ze in geslaagd, of niet, afhankelijk van wat je wilt geloven.

In Londen – uiteraard, want Sky en co. wantrouwen de kunde van iedereen die geen Engels spreekt – bij het Human Performance Lab van GlaxoSmithKline vonden ze een gewillige medewerking. Gisteren publiceerde het blad Esquire in een verhaal over Chris Froome die waarden waar de hele wielrennerij op zat te wachten. Binnen afzienbare tijd verschijnen de testen in een wetenschappelijk artikel.

Wat is bewezen?

Dat Chris Froome over buitengewone fysiologische capaciteiten beschikt, maar daarvoor heb je geen labo nodig. Hij werd getest drie weken na de Tour, tijdens het gekkenhuis van de na-Tourcriteriums, en voelde zich een beetje moe. Hij woog alweer 3 kilo meer (tijdens de Tour 66 en bij de test 69 kg) en haalde een VO2max van 85. Na omzetting van testresultaten naar zijn Tour de France-gewicht komt men uit op een maximale zuurstofopname (VO2max) van 88,2 milliliter zuurstof per minuut, per kilogram lichaamsgewicht. (ZIE GRAFIEK IN PDF HIERBIJ)

Kilo’s zijn zeer belangrijk, want in 2007 is Chris Froome in Lausanne getest toen hij nog als coureur uit de derde wereld de steun genoot van de Internationale Wielerunie (UCI). Toen scoorde hij al een VO2max van 80,2, maar met een gewicht van 75,8 kilogram en haast 17 procent vet. Door te vermageren is die 88,2 perfect haalbaar. De reeds bekende stelling blijft hierdoor overeind: Froome was een supertalent dat aanvankelijk nog niet goed genoeg met de fiets kon rijden en vooral met krachten smeet.

Kun je met zijn waarden zo snel omhoog rijden in de Tour?

Jazeker. Uit de tests blijkt dat hij een vermogen van 419 watt zou kunnen volhouden tijdens een klim van 20 tot 40 minuten. Als men dat deelt door zijn kilo’s, komt hij uit bij 6,25 watt per kilogram lichaamsgewicht. Dat ligt nog iets onder de maximale waarden van Pantani en Armstrong die tot 7 watt gingen, maar met de bewezen hulp van epo.

Hier treedt de eerste twijfel op. Wat was het precieze lichaamsgewicht van Froome tijdens de Tour? Sky wil geen data aanleveren over zijn wedstrijdgewicht en nogal wat waarnemers twijfelen aan die 66 kilogram en schatten die een stuk lager in. Minder gewicht zou het vermogen aantasten. Toen hij nog dikker stond, in 2007, lag zijn piekvermogen trouwens hoger dan nu. Minder wegen en toch veel watt duwen, kan dat? Altijd weer wordt dan verwezen naar (de overigens volstrekt legale) ketonen als hulpmiddel.

Wat is niet bewezen?

De melding dat hij 419 watt kan duwen gedurende 20 tot 40 minuten, is volgens de wetenschapper Ross Tucker van The Science of Sport een manke benadering van het fenomeen ‘volgehouden vermogen’ omdat er een wezenlijk verschil is tussen 20 minuten, waarin je ook anaeroob (met productie van lactaat) kunt gaan, en 40 minuten waarin dat haast onmogelijk is.

Voorts blijft het vervelend dat hij deze test heeft afgelegd in een periode dat hij duidelijk niet op zijn best was. Het alternatief – testen in de aanloop naar de Tour of tijdens de Tour, pakweg op een rustdag – zou pas een goed beeld geven, maar is praktisch onhaalbaar.

De grootste twijfel blijft rond het seizoen 2011, waar Froome op het punt stond te worden verkast naar een ander ploeg maar ineens een fenomenale Vuelta reed. Een jaar later was hij beter als helper dan Tour-winnaar Wiggins. Over die periode zijn geen bloedwaarden vrijgegeven en critici blijven dat catalogeren als ‘de donkere kant van de maan Froome’.

Wat kunnen we hiermee?

Het wielrennen zal moeten beslissen wat het wil: aan de ene kant zijn er stromingen die pleiten voor maximale openheid en een soort vermogenspolitie die inspanningen monitort en meteen ook als verdacht labelt. Dat veronderstelt dat we van elke renner genoeg labodata hebben om die af te zetten tegen een prestatie. Een normale klim binnen het fysiologisch bereik van Froome kan hoogst verdacht zijn bij een zware jongen als pakweg Greipel.

Dat veronderstelt ook dat we de medische gegevens van alle renners kennen, zoals bloedwaarden, gewicht en dergelijke meer en dat lijkt meer dan een brug te ver. Misschien niet, zeggen de voorstanders, want we vragen we nu aan de renners om hun onschuld te bewijzen met het bloed- en straks het steroïdenprofiel, waarom dan ook geen vermogensprofiel?

Conclusie?

Professor Peter Hespel van de Bakala Academy, die honderden renners heeft getest, is formeel. “Er zitten zwarte gaten in zijn traject, maar vooral zijn test uit 2007 geeft een mooi beeld van wat zijn potentie inhield en die heeft hij ook waargemaakt. Een 22-jarige Keniaan met 17 procent vet, die een VO2max heeft van 80, zou van ons ook meteen een mooi contract krijgen. Zo’n supertalent ben ik nog nooit tegengekomen. Er zijn veel meer redenen om hem te geloven dan hem niet te geloven.”

Interview Thomas Buffel in De Morgen van 5 dec 2015

Strijden, op de grasmat en thuis

Ruud Gullit deed het bij Feyenoord en hij ging weg. Glen De Boeck deed het bij Cercle Brugge en hij ging weg. Peter Maes doet het bij Genk opnieuw: hem op de bank zetten. Deze keer gaat Thomas Buffel (34) niet weg. ‘Ik zit in de winter van mijn carrière, maar ik berust niet voor Genk zijn flair terug heeft.’

Thomas Buffel was de eerste van een generatie Belgische voetbaltalenten die tot toppers zijn afgewerkt in het buitenland. Zestien was hij en gegeerd door alle Belgische topclubs toen hij naar de jeugd van Feyenoord Rotterdam vertrok om bij een pleeggezin te gaan wonen. Hij werd uitgeleend aan satellietclub Excelsior, tot Feyenoord hem terughaalde en hij de ster van het elftal werd. Hij hield er Robin van Persie weg van de positie 10, door Bert van Marwijk voor hem gereserveerd. Maar toen Ruud Gullit kwam, zat hij te vaak op de bank naar zijn zin.

De Spurs toonden interesse, maar het werden de Rangers uit Glasgow. Ook daar was hij geliefd en schitterde hij, tot een dubbele knieoperatie hem anderhalf jaar weghield van de velden. In 2008 keerde hij terug voor een seizoen Cercle Brugge, tot ook Glen De Boeck hem vaker dan hem lief was op de flank en zelfs even op de bank zette. Waarop Hein Vanhaezebrouck (nieuw bij Genk) hem maar al te graag ruilde voor Hans Cornelis en Jelle Vossen.

Twee jaar later werd hij kampioen met Racing Genk en zo werd, na vertrek van alle sterren, de jongeman met het accent van de andere kant van het land de verpersoonlijking van het blauwe bloed. Vorig seizoen werd hij door de supporters voor de derde keer tot beste speler gekozen. Vijfendertig keer zat hij bij de Rode Duivels.

Thomas Buffel is al zestien jaar weg van zijn roots, maar blijft een West-Vlaming en die verschrompelen bij te openlijke lofbetuigingen. Een subtiel gebaar van waardering is meer aan hem besteed. “Behalve het kampioenenjaar, toen we hier nog Thibaut Courtois en Kevin De Bruyne hadden, heb ik van de supporters altijd wel een schoen gekregen: drie keer goud, één keer zilver en één keer brons.

“Toen we het hier thuis zwaar hadden, met mijn vrouw ziek en de tweeling net geboren, arriveerde op een dag een pakje. Daarin twee mini-shirtjes, met achterop de namen van Fausto en Maceo. Daarbij een kaartje: ‘We zullen je nooit vergeten, je blijft altijd welkom.’ Getekend: Feyenoord. Dat was even slikken. Pure klasse.

“Daar kunnen veel clubs van leren, ook Genk. Er zijn hier vorige zomer een aantal mensen moeten opstappen. Op zich is dat niet verkeerd want soms moet je veranderen, maar de manier waarop zoiets gebeurt, is ook belangrijk. Mensen die twintig jaar voor je club hebben geleefd, waardeer die toch. Geef ze bijvoorbeeld een abonnement voor het leven en laat ze afscheid nemen in een vol stadion voor een wedstrijd. Kleine gestes zijn soms onbetaalbaar. Het profvoetbal is een harde wereld, dat weet ik ook wel, maar het kan allemaal een beetje menselijker.”

Barometer van de ploeg

Dit is het verhaal van een gelouterd man van 34, een man van weinig woorden en van des te meer daden, zoals afgelopen woensdag in de bekerwedstrijd tegen Charleroi. 0-1 achter. Op de bank gestart. Spits eraf, Buffel erin. Wat doet Buffel? Scoren: 1-1, in de bovenhoek. Eerste in de rij in de penaltyreeks na afloop: Buffel, feilloos. Genk door. Hij haalt zijn schouders op.

“Ik heb wel belangrijke doelpunten gemaakt, bij Feyenoord, Rangers en ook bij Genk. Het is mijn werk. Vroeger nog meer, op de
10. Toen had ik nog dat echte killersinstinct. Door naar België terug te keren, ben ik moeten uitwijken naar de flank. Ze vonden dat creatieve spelers er meer ruimte kregen. Dat heeft ook gerendeerd. In het kampioenenjaar met Genk speelden we 4-4-2 met Kevin De Bruyne en ikzelf op de flanken. Dus ben ik beginnen te werken aan assists en voorzetten. Maar als ik nog eens in een kansrijke positie kom, weet ik nog steeds wat ik moet doen.”

Als hij nog eens in een kansrijke positie komt, met de nadruk op áls. Onlangs nog werd hij in een analyse van KRC Genk omschreven als de barometer van de ploeg, de naam die als eerste op het tactisch bord stond. Twee weken later zat hij in de belangrijke wedstrijd thuis tegen AA Gent op de bank en afgelopen woensdag opnieuw. Weer haalt hij zijn schouders op. We moeten er niet te veel spel van maken, dat doet hij zelf ook niet, maar hij legt het wel graag uit en in die uitleg zit het lot van de ouder wordende voetballer besloten.

“Ik werd ziek voor de wedstrijd op Club Brugge, kan iedereen gebeuren. Onmogelijk om te spelen met die keelontsteking. De week erna waren er interlands en had ik verder kunnen uitzieken. Misschien had ik dat zelf moeten aangeven, misschien had de staf mij preventief moeten laten rusten, ik laat dat in het midden. Ik vloog erin op training en ik herviel.

“Voor de beker had ik weer een dilemma. Ik had getraind tot aan de wedstrijd tegen Gent, had mij twee keer opgewarmd, was pittig ingevallen en de dag erna was er weer training voor wie niet had gespeeld. Ook pittig. Ik ben toen terug naar binnen gegaan, want ik had wat last. Ik ben op een punt aanbeland dat ik weet wat ik moet doen om in vorm te zijn en dat ik ook weet wat ik moet doen om goed te zijn: op tijd rust nemen.”

 

De vraag is of Genk in staat is om aan monumentenzorg te doen en of die wil bestaat. De ploeg kocht in het tussenseizoen Neeskens Kebano en Leon Bailey. Bailey is linksvoetig maar staat op rechts, waar Buffel staat/stond. Kebano kan in de spits maar staat links. In de spits staat Igor de Camargo, die echt op zijn laatste benen loopt. Op de bank zitten Peter Maes en Peter Balette, twee aanjagers die nieuw zijn bij een club die goed aan het seizoen begon, maar na een mindere periode ook de hete adem in hun nek voelen.

Buffel is op

Dat alles resulteert in een nieuw gegeven voor Thomas Buffel en een verplichte gewenning voor zijn lichaam. “Ik was gewend aan het ritme van wedstrijd, rusten, opbouwen, wedstrijd. Ik heb mijn natuurlijke snelheid en loopvermogen en ik bleef fit door wedstrijden te spelen. Was er een mindere, dan bleef ik staan en volgde er automatisch weer een betere. Als ik minder wedstrijden speel, moet ik meer en harder trainen. Na Club Brugge uit en thuis tegen Gent, had ik gehoopt te spelen tegen Charleroi.

“Buffel is op. (flauw lachje) Al van in het begin van het seizoen hoor ik dat waaien. Vroeger had je daar geen last van, maar met de sociale media ben je daarvan meteen op de hoogte. Nu, ik berust niet. Ik lig nog anderhalf jaar onder contract. Als ik stop bij Genk, is er zelfs een afscheidswedstrijd voorzien, maar ik ben niet aan het uitbollen.

“In de mindere jaren heb ik mij staande gehouden, maar ik ben wel deel van dat minder goede verleden dat men zo snel mogelijk wil vergeten. En alles wat nieuw is, is sowieso beter. Het zou voor mij ook makkelijker te zijn om als oudere speler te excelleren in een elftal dat draait. Daar op rechts weet ik echt wel hoe ik vrij moet komen om een voorzet te geven. Zelfs op links had ik het na een tijd ook door.

“Het is jammer hoe Genk is afgegleden. Oké, kampioen speel je niet elk jaar, en we hebben nog enkele goede jaren gehad, maar daarna zijn vergissingen begaan, zoals transfers waarbij ik op voorhand mijn bedenkingen had. Eventjes hebben we met Ilombe Mboyo een opflakkering gekend en daar is het fout gegaan. Dat was oogverblinding en men besloot geen nieuwe spits te halen. Daarna is het verhaal Mboyo gekend zeker? Dat is de les van de laatste jaren in België: alle succesvolle ploegen hadden een diepe spits, type Mitrovic of Depoitre. Wij hadden die niet.”

Inspiratie

Wordt Thomas Buffel trainer? Voor alle zekerheid heeft hij recentelijk in anderhalf jaar tijd drie trainersdiploma’s behaald. “Alleen de Pro License nog, maar dat kan niet terwijl je nog voetbalt. Daarvoor moet je naar het buitenland. Ik weet ook niet of ik het comfort van een vrij weekend en een leuke avond met het gezin wil opgeven voor een job als trainer of technisch directeur. Die denken vaak dat ze zeven dagen op zeven, twaalf uur per dag op de club moeten zijn om hun werk goed te doen en op den duur verwacht het bestuur dat ook.”

Privé staat centraal. Op dat vlak heeft Thomas Buffel zoveel te verduren gekregen dat het een wonder is dat hij nog steeds dit niveau haalt. Na de vroeggeboren tweeling Fausto en Maceo bleef zijn vrouw Stephanie ziek achter. Darmkanker was het harde verdict en er volgde een zware behandeling, die tot vandaag duurt. Kort na de geboorte was er nog een heftig moment toen de longen van een van de kindjes door een RS-virus zo aangetast waren dat het lag te stikken. Buffel reanimeerde zijn pasgeboren zoontje zelf en stoof ermee naar de kliniek. Alles kwam goed. Ze zijn 2 jaar nu. De ene is een voetballer en de andere is gek van zijn loopfietsje, waarmee hij tijdens het interview razende rondjes rijdt.

“Als ik die gastjes hier nu gezond zie rond-lopen, kan ik mijn kleine voetbalproblemen wel relativeren. Voetbal is superbelangrijk, maar het gezin, de familie en de vrienden zijn dat ook en steeds meer. Mijn vrouw is ziek, ja, en ze krijgt chemo en dat is soms zwaar, maar ik wil mij daar niet achter wegsteken. Zo van ‘kijk eens hoe goed ik presteer in deze omstandigheden’, is echt niet aan mij besteed. Anderzijds kan ik niet wegsteken dat Stephanie voor mij een inspiratiebron is. Als ik zie hoe zij vecht om beter te worden, dan is wat ik meemaak – diepgaan en soms pijntjes verdragen om er alles uit te halen dat laatste anderhalf jaar – echt wel peanuts.”

Tot juni 2017 loopt het contract van Thomas Buffel bij Genk, waar hij op 1 september 2009 als deel van een ruil kwam aanwaaien. Drie keer verlengde hij met twee jaar en dit wordt zijn laatste kunstje. Plannen wil hij niet echt maken, maar in zijn hoofd zit alvast ook een boek.

“Niet zomaar een biografie, iets heel aparts. Aan de hand van mijn carrière zullen de lezers ontdekken wat belangrijk is geweest voor mij. Ik ben zelf geen lezer van lange grijze lappen, dus wil ik het met kadertjes en videomateriaal. Het zal voor mij ook een gelegenheid zijn om aan het eind gekomen nog eens alle mensen terug te zien die voor mij belangrijk zijn geweest, te beginnen met het pleeggezin in Rotterdam.”

Column Vlaanderen volgens G in De Morgen van 5 dec 2015

Vlaanderen volgens G.

Vorige week is de honderdste Ronde van Vlaanderen voorgesteld. Op Brussels Airport nog wel, waar tegelijk ook een campagne van start ging op Pier B. Dat is de niet-Schengenvleugel, waarlangs ook een half miljoen Angelsaksen België binnenkomen. Minister Ben Weyts citeren wij even: “Onze wielercultuur is een fantastische troef, die ik internationaal in de kijker wil zetten. Al meteen van bij hun aankomst worden bezoekers uit de hele wereld ondergedompeld in het wielrennen.”

Ben Weyts kent weinig van sport, maar dat is zijn schuld niet. Onze wielercultuur van modder en kasseien staat haaks op het moderne wielrennen en kan dus bezwaarlijk cultuur worden genoemd. Erfgoed is beter, maar anachronisme is nog het dichtst bij de realiteit.

Laten we even meedenken met de Vlaams minister van Toerisme. Kunnen we Pier B bijvoorbeeld niet vol hangen met teksten van Geraint Thomas? Dat is ook een wielrennen, een Angelsakser, een Welshman nog wel, en hij is heel bekend bij de Engelssprekende wielerfans. Thomas heeft pas een boek uit en dat heet The World of Cycling According to G., naar het bekende The World According to Garp.

Het is nog niet helemaal uit, maar het hoofdstuk ‘Belgium’, dat begint op pagina 197 en eindigt op 205, heb ik wel meteen uitgeplozen. G. is een bewonderaar van onze passie voor de koers, maar niet bepaald een fan van Vlaanderen blijkt uit dat hoofdstuk. Leest u even mee.

World of Cycling

“Het land is bevroren in de tijd. De wind waait er hard en de hangsnor viert er hoogtij. De marktplaatsen in de stadjes komen uit films. Je verwacht dat er elk ogenblik een tank om de hoek komt rollen en zijn kanon richt op de kerktoren…

“In elk café, in elke krantenzaak kun je de voorbije en aanstaande koersen analyseren. De kranten staan vol over de koers. De renners gaan erin op en testen elkaar, altijd in rotweer, meestal met sneeuw ergens in de lucht. Bijna altijd zijn het de inboorlingen (natives schrijft hij, HVDW) die winnen…

“Het is er vaak niet leuk om te koersen. De races zijn altijd stress, er is overal straatmeubilair, renners rijden op de trottoirs en fietspaden om vooraan te zitten en ontwijken daarbij kinderen, honden en gehandicapten. De Vlamingen houden daarvan. Dit is wat ze kennen…”

“Die koersen kweken het karakter van de Vlaamse renners. Ze klagen nooit. Ze praten zelden. Ze hunkeren naar de wind schuin op kop. Hoe slechter het weer, hoe blijer ze zijn. Vlaamse renners kunnen afzien als geen ander. En ze vloeken constant. Ze zeggen heel lelijke dingen die alle buitenlandse renners hebben geleerd en die ik niet zal herhalen omdat mijn accent niet juist is. ‘Wiggo’ (Bradley Wiggins, HVDW) is de expert bij wie je moet zijn. Hij is er geboren, dat helpt…

“Je komt beneden voor ontbijt en het enige wat je vindt, zijn zwarte taaie sneden brood met vlees en kaas. Alles is gefrituurd en in alles zit vlees. Populair is gefrituurd vlees. Voor de race kregen we altijd een kom spaghetti met kaas erover. Het smaakte naar stro…

“Weet je nog toen je je grootmoeder bezocht en alles leek vijftien jaar teruggezet in de tijd? Zo zien Belgische renners eruit. Kledij
die jaren geleden al niet meer in de mode was en een haarsnit van het vorig decennium. De Fransen kunnen niet koersen als de Vlamingen, maar de Vlamingen kunnen zich niet kleden als de Fransen. Vlamingen zijn snel tevreden over hun kledij en dat komt door het weer: die anorak zal het wel doen tegen de regen, redeneren ze, en die waterdichte broek ook, want het regent toch…

“Vlaanderen. Als ik mijn ogen sluit, zie ik rijen donkere, krom-gewaaide bomen, smalle natte wegen, grijze lucht met regen, op komst of juist uitgevallen, maar altijd regen, geploegde velden en koeien die er koud uitzien. Daartussen het occasionele hoerenkot…”

Beste Engelsen, Amerikanen, Ieren, Noord-Ieren, Welshmen, Schotten: koop het boek van Geraint Thomas en kom via Pier B naar Vlaanderen, het Midden-Aarde van de koers. Breng vooral uw fiets mee en wees niet bang voor onze terroristen, maar pas op voor onze tanks, onze koude koeien, onze hang- snorren, ons eten, onze achterlijke kleren en kapsels en zeker voor al onze hoerenkoten.