Sportzomer 20 juni-25 juni: van goed tegen Ierland, bibberen tegen Zweden tot bang tegen Hongarije in De Morgen

MAANDAG 20 JUNI

SIRE, WE KUNNEN WEER

VOETBALLEN EN WINNEN

De dag dat de Rode Duivels de wolken van boven hun hoofd verdreven, begon de zon weer te schijnen boven Bordeaux en keerde ook de beschaving terug naar het voetbal. Koning Filip kwam vanuit Brussel en zag dat het goed was: België won met 3-0 van Ierland en zijn volk gedroeg zich voorbeeldig. Sire, we kunnen toch voetballen en ook weer winnen, maar we zijn er nog niet.

 

De Belgische nationale ploeg is opnieuw de dark horse van Euro 2016, aldus de Engelse media. Letterlijk betekent dat de outsider die niemand kent, wat ook niet correct is, want de reputatie van de Belgen was hen vooraf gegaan. Een heropstanding uitgerekend in het vervloekte Bordeaux, hoe symbolisch. In juni in de World Cup van 1998 scoorde ene Marc Wilmots in Bordeaux twee doelpunten tegen Mexico en toen stond het 2-0. Het was bloedheet en in de tweede helft zakten de Belgen in elkaar, ook omdat huidig analist en bondscoach U19 Gert Verheyen een strafschop veroorzaakte en rood kreeg. In geen tijd stond het 2-2 en na een gelijkspel tegen Zuid- Korea was de uitschakeling na de eerste ronde een feit.

Gisteren was er nooit sprake van zo’n rampscenario en alleen het derde kwart van de eerste helft kreeg je even de indruk dat België zou kunnen hervallen in de ziekte van trage opbouw en weinig stootkracht. Na de rust gaven de Ieren wat ruimte weg en kwam de 1-0 al bij al makkelijk tot stand.

Het lastigste in teamsport is deze afweging: zijn de anderen zo goed/slecht of zijn wij zo slecht/goed? In de praktijk is dat haast niet te achterhalen, maar dat het Ierland van zaterdag minder was dan het Italië van vorige week, staat als een paal boven water. Veel maakt het niet uit, het werd een droge 3-0, en dat is de verdienste van onze jongens. Zo werkt het: zij als ze hebben verloren, Onze Jongens als We hebben gewonnen.

Afval van de deli

Hoe verliep die wedstrijd tegen de Ieren? Ten eerste had Wilmots – netjes voorspeld in deze rubriek – eerder in de week aan Romelu Lukaku gemeld dat hij zou starten en dat hij zich niets moest aantrekken van de mist die hij (de bondscoach) zou spuiten. Ten tweede bracht hij Thomas Meunier in. Ten derde zette hij Mousa Dembélé voor de verdediging en Axel Witsel wel twintig meter hoger dan tegen de Italianen.

Marouane Fellaini, zaterdag nog prominent geportretteerd in l’Equipe Magazine als de onmisbare Belg, zat gewoon op de bank, samen met Radja Nainggolan. Yannick Carrasco kwam ook in de ploeg en Kevin De Bruyne speelde centraal.

Het spel verliep beter dan tegen Italië en dat mag al bij al een wonder heten. Van de drie wisselspelers was Meunier aanvallend een meerwaarde, hij gaf de assist bij de tweede goal, en speelde Dembélé zoals dat van iemand op zijn positie wordt verwacht: precies, snel en verticaal.

Maar verder was Carrasco ondermaats, won Lukaku aanvankelijk geen enkel kopduel, was Hazard balvast, alleen te ver van het doel en leed De Bruyne tot aan de 1-0 vijf balverliezen.

Maar zelfs het afval van de delicatessenzaak KDB blijft best te pruimen. Op een snelle counter leverde hij de assist voor de eerste goal. Voor de scorende Lukaku gold hetzelfde als voor De Bruyne: het zag er niet altijd even goed uit, maar oog in oog met de doelman bleef hij de killer van Everton en dat is een niet te versmaden kwaliteit. Door De Bruyne en Lukaku te laten staan, geeft Marc Wilmots aan dat hij een team wil laten groeien en dat is een absolute voorwaarde om in een toernooi te presteren.

Na de wedstrijd kwam de vraag of België nu een counterploeg is geworden. Het klopt dat de 65 procent balbezit van de eerste helft verwaterde door een 44-56 procent overwicht van de Ieren in de tweede helft, maar dat had ook te maken met wat pragmatisch kan worden omschreven als verstandig terugplooien. Zo ontstond ook de ruimte voorin voor de 1-0.

België is met deze jongens dodelijk in de reactie, dat is nu wel gebleken, maar het tweede doelpunt, dat de Ieren afmaakte, was geen counter en ook geen reactievoetbal, dat was powerplay. Liefst 28 keer – zes keer meer dan de kunstenaars van la Roja – ging de bal heen en weer. Het ging nog niet zo snel als bij de Spanjaarden, maar alle begin is moeilijk. Uiteindelijk deed Meunier wat hij bij Club al zo vaak had gedaan: hij gooide een goede bal voor de pot en Axel Witsel, die bij de nationale ploeg in geen eeuwen de penaltystip van de tegenstander nog had gezien, scoorde met het hoofd.

Voetbal weer gezellig

Doelpunt drie was vintage Eden Hazard. De tegenstander de illusie geven dat hij bij de bal kan halen, maar dan snel de man omspelen (en ook de lijnrechter) en Lukaku vinden, die weer dodelijk afwerkte. Deze wedstrijd tegen Ierland was gewoon goed, daar hoeft niet veel commentaar bij. De ingrepen van Wilmots hebben gewerkt. Nu ook nog tegen Zweden uit hetzelfde vaatje tappen en dan een level hoger tegen sterkere teams. Tot nog toe heeft geen enkele van de 24 landen een verpletterende indruk nagelaten, dus kansen om Europees kampioen te worden zijn er nog steeds.

Bepaald verheugend was het festief karakter van deze ontmoeting tussen België en Ierland. Zaterdagnamiddag in Bordeaux werd voetbal weer gezellig. Al op donderdagavond kon je Ieren en Belgen zien verbroederen. Op vrijdagavond ging dat aan één stuk door en op de dag van de wedstrijd werd het alleen maar mooier: Ieren en Belgen door elkaar, samen drinkend, grappend, etend, voetbal consumerend. Vóór de wedstrijd: applaus voor elkaars gezangen en hymnes. Na de wedstrijd kregen de Belgen felicitaties van de Ieren. Radio Gold, de lokale radio, bleef maar live tussenkomen vanuit de fanzone en zong de lof van de twee supportersclans: “Incroyable, ces Belges et Irlandais. De ene heeft de andere gemassacreerd maar ze vieren samen feest. Du jamais vu.”

Geen baby’s en koningen

Omdat niets ooit perfect is, één minpuntje nog waar we ons even druk moeten over maken. Kan de meligheid ophouden? Spelers van 74 miljoen die niet kunnen wachten om hun baby in de armen te nemen, broertjes die van plan zijn tot 2 uur met hun mama te skypen en tijdens het snikkend vieren van de goal alle tegenslag in hun leven overlopen, ik wil het niet weten. Tegenslag is relatief in hun milieu.

Die Lukaku’s laten het uitschijnen alsof hun opgroeien een kruisgang was, maar vader was een gevierd profvoetballer die ook goed zijn boterham heeft verdiend (en het daarna een beetje familiaal uithing, maar dat is hun zaak). Jordan en Romelu zijn van hun zestiende, of wellicht zelfs eerder, redelijk goed vergoed voor hun talent. Vandaag zijn ze miljonair (Jordan) en multimiljonair (Romelu).

Al dat emotionele gedoe is nergens goed voor. Een team op een kampioenschap is een peloton special forces op buitenlandse missie en daar horen geen vrouwen, kinderen, baby’s, huisdieren of mama’s bij. En al helemaal geen koningen en ministers in dit stadium van de competitie. In godsnaam, we hebben één matchke gewonnen, en de koning moet al zo nodig zijn voetballende onderdanen gaan feliciteren in de kleedkamers.

DINSDAG 21 JUNI

DE VLOEK IS UIT DE STAD

De trip van Bordeaux naar Nice verliep voorspoedig, langs vele vakantie- en bezoekplekken van mijn jeugd. Ik werd er zowaar melig van. Even overwoog ik een Lukakuutje, maar ik heb geen broer en bovendien zijn ook journalisten op missie en moeten wij ons daarom te allen tijde hoeden voor te veel emotie.

Het eerste hoogtepunt van de ongeëvenaarde sportzomer van 2016 hebben we de voorbije dagen gehad. U mag nu raden…

De winst van de Rode Duivels tegen Ierland? Neen, zoals één vogel de lente niet maakt, is die 3-0 maar een voetnoot. En laten we vooral hopen dat we niet blij zijn geweest met een dode mus.

Wouter Vandenhaute die Brugge links laat liggen en naar Antwerpen trekt? Ook niet. Een dieptepunt had ook gekund, maar de reacties op die move waren dat nog meer.

Juist! LeBron James die de eerste titel in 52 jaar naar Cleveland haalt, dát is het eerste hoogtepunt van de zomer van 2016. Ik las op de mail dat de Rode Duivels pas gisterennamiddag trainden en praatten met de pers – of wat daar (trainen en praten) voor moet doorgaan – en ik wed dat dit te maken heeft met game seven in de NBA Finals die in de nacht van zondag op maandag om 2 uur onze tijd werd gespeeld.

Er zullen er vast zijn die hebben gekeken. Voetbalspelers kunnen dat hebben, denken ze. Ik niet en mijn nacht was niet zo kort. Ik heb een pasje genomen op L’Equipe TV en kon gisterenochtend om halfzeven van een mooie samenvatting van een halfuur genieten, zonder dat ik de uitslag kende. LeBron James die in de laatste seconden eindelijk een titel schenkt aan dat vreselijke Cleveland, Ohio, waar helemaal niks te beleven is: a storybook ending.

De NBA-titel voor de Cavaliers is in meer dan één opzicht historisch. Tweeënvijftig jaar lang had geen enkel team in Cleveland ook maar iets van belang gewonnen. Niet de Cavaliers van het basketbal, niet de Browns in het voetbal en ook niet de Indians van het baseball. Er rustte een vloek op de stad. De honkballers hadden zelfs een aparte vloek voor henzelf alleen: de curse of Chief Wahoo.

Die discussies bij ons over Zwarte Pieten heb je over de oceaan met indianensymbolen, zoals AA Gent laatst kon ondervinden. Chief Wahoo stond tot 2013 prominent op de pet van de Indians. Dat jaar werd hij eraf gehaald en op het shirt genaaid/geflockt of wat dan ook, officieel om de indianen tegemoet te komen, maar eigenlijk vooral om de vloek af te wenden. Niet dus.

Het zijn twee basketballers die Cleveland, bijnaam The Mistake on the Lake (Erie), van de vloek hebben afgeholpen. LeBron James – bijnaam The Freight Train omwille van zijn imposante fysiek – en Kyrie Irving. Zij scoorden de laatste vier punten voor hun team. Als u wilt weten wie Kyrie Irving is, zoek dan eens Uncle Drew op Youtube. Heerlijke stuff. Opmerkelijk en een les voor alle teams is de verstandhouding tussen de twee supersterren James en Irving. Zij gunnen elkaar het licht in de ogen en de triomfen.

James werd most valuable player en Irving scoorde de beslissende driepunter. De overwinning in de zevende wedstrijd was des te opmerkelijker omdat die werd behaald in de Oracle Arena bij Golden State en omdat Cleveland de eerste ploeg is in de geschiedenis van het basketbal die van een 3-1-achterstand terugkwam.

U moet het mij vergeven dat ik hier even over ben doorgegaan, bij onze Rode Duivels was de laatste dagen dan ook niet veel te beleven. Alles is daar om ter best in dat trainingsoord. Het enige minpuntje betreft het sanitair voor de pers. Wij moeten daar onze kleine en grote behoeftes doen in houtzaagsel en de enige plek waar ik dat ook eens heb moeten doen was dik boven de 3.000 meter op de Matterhorn. Gecheckt: Le Haillan ligt honderd keer lager.

De spelers lijken gerustgesteld en zen. Thomas Meunier verweet de media dat ze te veel sensatie zochten, maar die is geboren en getogen in de Ardennen en speelt nu in Brugge, en dan is enige wereldvreemdheid gepermitteerd. Laat hem maar snel naar Engeland verkassen en hij zal anders piepen. De meest ervaren spelers uit de selectie veegden hun voeten aan al de heisa. Hoort erbij, was de teneur. Zij kennen het spel van prikkelen en strelen, van zalven en slaan en zij weten dat de Belgische pers uiteindelijk mild is. Morgen wordt de echte tussentijdse rekening gemaakt, in Nice.

Nice, parel van de Côte d’Azur, is altijd nice. Het stadion is nog nicer. Als u de Allianz Arena kent in München, hetzelfde maar iets kleiner. Wel mooier gelegen in dat voorgebergte van Nice. Onderweg veel Zweden en Belgen ingehaald. Ze reden allemaal in die vreselijke dingen die ze aanduiden met de verzamelnaam zwerfwagen.

Het speculeren over het verdere traject van de Rode Duivels is begonnen. Tweede worden betekent Toulouse. Derde worden is onzeker waar het dan heen gaat. Tweede worden en in Toulouse winnen, betekent doorgaan naar Lille en dat zou mooi zijn, al was het maar om tussentijds te checken of huis en huwelijk het EK hebben overleefd.

Dat euforisch sfeertje na de wedstrijd tegen Ierland baart toch een beetje zorgen. De Zweden spelen alles of niets en dan is het altijd opletten met Scandinaven en helemaal met Zweden. Zij worden soms de Nederlanders van Scandinavië genoemd, omdat ze zich altijd een tikje hautain opstellen en nooit uitgaan van verlies. Bovendien blijft de twijfel: waren wij nu zo goed of was de andere zo slecht?

Volgens de Franse ex-international, ex-wereldkampioen en tegenwoordig analist Franck Leboeuf moeten de Rode Duivels niet te hoog van de toren blazen en was de 3-0 tegen Ierland toch vooral de schuld van de Ieren. “België speelt geen voetbal als een team. Het zijn getalenteerde individuen die samen op een veld staan en spelen. Het lijkt in de verste verte niet op Duitsland en Spanje.”

Oei.

WOENSDAG 22 JUNI

HINKEN OP TWEE GEDACHTEN

De baby’s zijn gewassen en gevoed, de vrouwen en/of vriendinnen gestreeld, de mama’s en opa’s gefacetimed, de barbecue verteerd en de blessures (bijna) geheeld: de Rode Duivels zijn klaar om hun achtste finale veilig te stellen. Maar opgepast: Zlatan Ibrahimovic eist het podium op.

Het was de onnavolgbare Bert Maalderink van de NOS die Zlatan Ibrahimovic ertoe bracht om op de matchdag minus 1- persconferentie zijn afscheid aan te kondigen.

Dat ging zo.
Bert: “Zlatan, mag ik je een vraag stellen in het Nederlands?”
Zlatan knikt, maar neemt de headset voor de vertaling: “That will be difficult.”
Bert: “Zlatan, dit zou wel eens je laatste wedstrijd kunnen zijn voor het Zweeds elftal… (enzovoort, en zo verder)”

Zlatan (in het Engels): “Jawel, dit is mijn laatste grote toernooi en ik hoop dat dit niet mijn laatste wedstrijd is. Maar als we niet doorgaan, is dat inderdaad mijn laatste wedstrijd.” Waarop Zlatan Ibrahimovic zijn supporters van over de hele planeet bedankte voor al hun steun. Hij zei ook nog dat hij overal de Zweedse vlag zou meenemen en zijn afscheid ziet hij niet als een ontgoocheling. Hij voelt alleen dankbaarheid. De Zweedse pers stond erbij en keek ernaar hoe een Nederlandse journalist, die bovendien de Belgen volgt, hun scoop had afgenomen. Zelf konden ze hun superster geen vraag meer stellen want de laatste twee vragen waren voor de buitenlandse pers.

Koning en legende

Ach Zlatan, moeten we daar echt bang voor zijn? De man heeft meer praatjes dan prestaties en dat mag hij van de week nog even volhouden. Jawel, hij heeft elf landstitels behaald. Met teams die wellicht ook zonder hem kampioen waren geworden. Verder scoorde hij voor zes verschillende ploegen in de Champions League maar kwam nooit in de buurt van de beker en hij speelde twee WK’s en kwam nooit in het stuk voor. Hij speelde ook vier Europese kampioenschappen.

Nog even citeren om hem te typeren. Zomaar een quote van ‘Ibra’, toen een journalist hem vroeg wat de strijd tussen Portugal en Zweden zou kunnen beslissen, antwoordde hij: “Dat weet alleen God.” Waarop de journalist: “Dat wordt lastig om het aan Hem te vragen.” Zlatan: “Nee hoor, je zit tegenover hem.”

Toen een journalist vroeg wat hij zijn vrouw voor haar verjaardag had gegeven, antwoordde hij: “Niks. Ze heeft Zlatan al.”

Minder grappig was hij in december 2014, toen hij van zijn oren maakte omdat hij in de verkiezing van grootste Zweedse sportpersoonlijkheid op twee eindigde, na tennislegende Björn Borg. “Tweede worden is zo goed als laatste eindigen. Ik had op nummer één tot nummer vijf moeten staan.” Bij zijn afscheidswedstrijd voor PSG zei hij: “Ik kwam als een koning, ik ga weg als een legende.” Zijn twee kinderen liepen op het veld in shirtjes met achterop King en Legend.

Met het afscheid van een voetballer die de Zweden graag in het rijtje Messi en Ronaldo zien, is ook een emotioneel aspect aan de wedstrijd verbonden. Dat hoorden de Belgen toen ze op punt stonden te vertrekken naar de laatste training in de Allianz Riviera
in Nice. Jan Vertonghen had als ex-Ajax-jeugdspeler Ibrahimovic ooit weleens gezien, maar ook niet meer. “Het wordt zijn laatste wedstrijd”, grinnikte onze linksback, die met één gele kaart staat. Als België wint, kan Zweden onmogelijk door in het toernooi, want het speelde maar één keer gelijk, tegen Ierland.

Het hele gedoe rond het afscheid van Ibrahimovic zinde maar één man niet en dat was Marc Wilmots. Wel was hij ongewild grappig zichzelf (moi-je) toen hij zijn eigen afscheid, aangekondigd voor het WK van 2002, vergeleek met dat van Zlatan nu. “Hij zal zich willen amuseren, zoals ik. Mijn laatste wedstrijd was tegen Brazilië op de worldcup en ik heb de laatste tien minuten nog sprintjes getrokken. Zomaar, omdat het toch gedaan was.”

Geen bal tussen de palen

De Zweed die in de wedstrijd tegen Italië de meeste passes naar Ibrahimovic verstuurde, was een oude bekende: Erik Johansson, de dure transfer van AA Gent die nooit rendeerde en na enkele maanden werd doorverkocht aan Kopenhagen. Die jongen moet toch iets kunnen als tegen de Italianen 15 van de 26 ballen naar Zlatan van zijn voet kwamen. De accuraatheid van zijn passes bedroeg in die wedstrijd 97 procent.

Als Zweden doet wat het al het hele toernooi heeft gedaan – geen bal tussen de palen – en Ibrahimovic zichzelf kopieert van in de vorige wedstrijden – misbaar maken maar niks klaar krijgen – en de Belgen doen niet als de Ieren – een owngoal scoren – dan is er geen vuiltje aan de lucht. Voor Zweden is dit een alles-of-nietswedstrijd en daarin zijn ze meestal wel op hun best, zoals toen ze in de barrages voor Euro 2016 hun buren uit Denemarken vier goals aansmeerden over twee wedstrijden.

 

De cruciale vraag is hoe België zich gaat presenteren. Tegen Ierland is gebleken dat onze aanvallende brigade vleugels krijgt als er ruimte wordt weggegeven. Aanvallen dus? Hoeft niet. Eerste worden kan niet meer, dus winnen is overbodige luxe. Gelijkspelen is ook goed, want Ierland mag nog met 10-0 winnen van Italië, het heeft van België verloren en dat resultaat telt eerst bij gelijke punten.

Marc Wilmots en de Rode Duivels kunnen dus hinken op twee gedachten: verzekeren wat ze al hebben – dat ene punt – en kijken waar het schip strandt. Maar dat is dan weer gevaarlijk, want natuurlijk kan Ibrahimovic een stukje voetballen en hij heeft nog geen ploeg voor volgend seizoen. Nog gevaarlijker: het is al een hele wedstrijd geleden dat we onze defensie nog een blundertje hebben zien begaan, dus dat kan niet uitblijven.

“We staan stevig in de verdediging”, maakte Jan Vertonghen zijn borst nat. “We gaan aanvallen, Ibrahimovic ver van ons doel houden, 30 meter als het kan”, zei Wilmots, die afwacht hoe de blessures van Moussa Dembélé en Yannick Carrasco reageren op de training van gisteren. De andere grote vraag die hij pas bij het begin van de wedstrijd opgelost zal zien, is de instelling van Zweden. “Komen ze ons halen of wachten ze af? Wij wachten nooit af, maar ik verzeker u: zelfs zonder dat gedoe met Ibrahimovic wordt dit een heel zware wedstrijd. Als we denken dat het vanzelf zal gaan, krijgen we een oorvijg.”

 

DONDERDAG 23 JUNI

PROMENADE DES BELGES

Geen obstakels, hooguit tolpoortjes in Toulouse, Lille en Lyon voor de Rode Duivels op weg naar de finale van Euro 2016 in Parijs. Door het veiligstellen van de tweede plaats tegen Zweden met een fel bevochten overwinning en met dank aan een onverhoopt gunstig toernooischema, komt België tot 10 juni geen enkele toernooifavoriet tegen.

Zondag speelt België in Toulouse om 21 uur in de achtste finales tegen het allesbehalve imponerend Hongarije. Maar imponeren deden de Rode Duivels ook niet. Een prachtig schot van Radja Nainggolan, tegen de gang van het spel in, brak in minuut 85 de weerstand van de moedige Zweden, bij wie de afscheidnemende Zlatan Ibrahimovic een hoofdrol opeiste.

Dag op dag dertig jaar na de memorabele overwinning via strafschoppen op Spanje in de kwartfinale van de worldcup, plaatste België zich voor de volgende ronde op Euro 2016. Door geen derde te worden, ontliepen de Rode Duivels een achtste finale tegen Frankrijk.

De Rode Duivels konden in het hete Nice in de Allianz Riviera hinken op twee gedachten: winnen was mooi voor de statistieken, maar een gelijkspel was voldoende om tweede te worden en zelfs een 3-0-nederlaag betekende nóg doorgaan. Deze Rode Duivels fleuren alleen op als ze vol voor de aanval kunnen gaan. Zeggen ze. Dus speelden ze vooral in de tweede helft als bange wezels met drie linies die los van elkaar opereerden en een coach die geen oplossing aanreikte in de rust. Of misschien wel, maar dan waren ze niet bij de les.

Gevaar van Zlatan

Marc Wilmots moest sleutelen aan zijn team dat het tegen Ierland voorbeeldig goed had gedaan door drie keer te scoren en geen kansen weg te geven. Moussa Dembélé was niet helemaal fit en werd vervangen door Radja Nainggolan. Yannick Carrasco speelde wel en werd later vervangen door Dries Mertens.

Al meteen in de eerste helft bleek dat Zweden moest winnen. Het koos vol voor de aanval, maar plooide even graag helemaal terug. De Zweden hadden in twee wedstrijden één keer gescoord, met dank aan de Ieren, want zelf hadden ze geen bal tussen de palen gekregen. In deze wedstrijd alleen hadden ze vier shots on target. Na vijf minuten was het al zover: een bal uit de kluts belandde bij Marcus Berg, die van 6 meter altijd had moeten scoren, indien de wonderbaarlijke Thibaut Courtois niet met een van zijn saves had uitgepakt.

De Zweedse bondscoach Erik Hamrén had op de persconferentie daags voor wedstrijd ongewild een knuppeltje in het hoenderhok van de Belgen gegooid door op het verschil te wijzen tussen de Italianen, die supergeorganiseerd voetballen en verdedigen, en de Belgen, die iets meer improviseren. Marc Wilmots reageerde als gestoken door een wesp, maar Hamrén had gelijk: België gaf ongewild veel ruimte weg en de Zweden – onder meer de misschien afscheidnemende Ibrahimovic – profiteerden daar slim van.

De Duivels domineerden wel licht de eerste helft (52-48 procent balbezit), schoten iets vaker op doel (negen tegen vijf) en dwongen vijf corners af tegen nul voor Zweden. Kevin De Bruyne was de gevaarlijkste man.

In de tweede helft trokken de Zweden, die moesten winnen om door te gaan, het laken naar zich toe en scoorden via Ibrahimovic een mooi doelpunt, maar afgekeurd om onduidelijke redenen. Even later trapte hij een vrije trap hard door de muur, maar daar stond Thibaut Courtois. Nog iets later: Granqvist met een kopbal en nu haalde De Bruyne de bal van de lijn. Toen de Duivels klaar leken voor de sloop, vond Eden Hazard toch een gaatje en bediende Radja Nainggolan, die van behoorlijke afstand onhoudbaar voorbij Isaksson trapte.

Weet u nog hoe zwaar die loting was op 12 december in Parijs en hoe werd gezucht bij de Belgische delegatie? In de groep bij het linke Italië en de strijders uit Ierland en Zweden, wat erg. En daarna zouden Portugal of Oostenrijk onze weg kruisen en daarna Spanje of Duitsland, hallo zeg. Neen, Euro 2016 zou geen gezondheidswandeling worden. Dat was het aanvankelijk ook niet met die eerste kansloze nederlaag tegen de inderdaad linke Italianen. Vier dagen later bleken de strijders uit Ierland geen partij en gisteren waren de Zweden ongelukkig in hun afwerking. Gelukkig maar.

Ondertussen kende het saaie toernooi op dinsdagavond in de eerste echte spektakelwedstrijd een sensationele ontknoping: Spanje miste bij 1-1 een strafschop tegen Kroatië en gaf in de Belgische thuishaven Bordeaux in de slotfase ook nog eens het gelijkspel weg (1-2 verlies). Daardoor zag Spanje zich ineens in de andere tabelhelft gekatapulteerd.

Een dag later in de vooravond werd ook naar hartenlust gescoord tussen Hongarije en Portugal. Ronaldo kreeg er twee achter de pyjamakeeper, maar de 3-3 volstond niet om eerste te worden. Portugal verdween naar de rechterhelft. In de linkertabel zit een onwaarschijnlijke concentratie Europees talent op een kluit: Spanje, Frankrijk, Engeland, Italië en Duitsland moeten onder elkaar uitmaken wie de finale speelt.

Unieke generatie

België, logerend op de Promenade des Anglais in Nice, krijgt ineens de Promenade des Belges als een rode loper uitgerold. Door het gelijkspel van Hongarije tegen een zwak verdedigend Portugal zijn de Hongaren de verrassende maar haalbare kaart voor de achtste finales zondag in Toulouse.

In de kwartfinales lijkt Wales een logische tegenstander en in de halve finale moeten Zwitserland, Polen en het verrassend sterke Kroatië onder elkaar uitmaken wie doorgaat. Bijkomend nadeel voor het toernooi: een droom van een kwartfinale, een droom van een halve finale, maar geen droomfinale tussen de voorspelde favorieten.

Marc Wilmots kan zondag bij leven en welzijn zijn vijftigste wedstrijd coachen. Gisteren ging hij Georges Leekens voorbij en is nu na Guy Thys (114), William Maxwell (75) en Constant Vanden Stock (68) de vierde trainer op de lijst met de meeste interlands. Geen enkele van zijn collega’s komt in de buurt als de gewonnen punten in aanmerking worden genomen.

Geen enkele van zijn collega’s heeft ook het geluk gehad om zo’n generatie te kunnen werken. Een unieke generatie heeft een unieke kans op de eerste prijs ooit op een groot voetbalkampioenschap. O ja, de teller inzake verdiensten staat per Rode Duivel op 291.000 euro. Het toernooi kan beginnen.

(GEEN SPORTZOMER VERSCHENEN OP VRIJDAG 24 JUNI)

ZATERDAG 25 JUNI

VAN BOER EN TUINDER

Een rode loper voor de Rode Duivels ligt netjes uitgerold op het Europees voetbalfeestje, maar onze jongens prefereren de dienstingang, geheel naar het imago van hun travaillistische bondscoach. Daar is niets mis mee, maar het moet niet gekker worden: flauw zijn de favorieten die zich als underdog voordoen. Alles minder dan een overwinning in de achtste finales tegen Hongarije, morgen om 21 uur in Toulouse, is een mislukking.

Vroeger beweerden voetballers dat ze geen kranten lazen, maar ze lazen ze toch. Soms kregen ze die zelfs gratis thuis bezorgd, in ruil voor bewezen diensten in de vorm van kleedkamerlekken. Hoe dat met deze generatie zit, is mij niet bekend. Zouden die al ooit een krant in handen hebben gehad? Het knisperen van het papier, na drie pagina’s een zwarte schijn op je vingers, die sensaties? Neen, die lezen vast digitaal.

Deze generatie ziet geen kranten, hooguit verschijnen op hun Facebookpagina artikels tussen de gelukwensen van aanbidders, en daar hebben ze dan geen tijd voor, want daar wacht alweer de Playstation of de Kolonisten van Catan. En zo, door geen kranten te lezen, hebben ze gelukkig niet meegekregen dat hun bondscoach liever tegen Spanje of Engeland zou spelen dan tegen Hongarije.

Wat een masochist zeg, die Wilmots. Jezelf Spanje toewensen. Wat bezielt die man? Alleen al zijn redenering is een psychologische analyse waard: hij speelt liever wedstrijden waarin hij niets te verliezen heeft. Wedstrijden waarin je wel iets te verliezen hebt, dat zijn wedstrijden die je moet winnen. De angst om te moeten winnen (en dus te falen), dat heet faalangst. Als je niets te verliezen hebt, kun je ook niet falen. En als je alle wedstrijden wint die je moet winnen, kom je vanzelf wel wedstrijden tegen waarin je niets te verliezen hebt.

Prendergast

Natuurlijk haalde hij er weer een voorbeeld bij uit zijn eigen fenomenale carrière, met name de laatste wedstrijd van de Rode Duivels op het WK 2002 in Japan. Hij legde toen geheel onbevangen en nogal lomp een elleboog in de nek van een Braziliaan en scoorde met het hoofd. Die goal werd afgekeurd en heet nu nog steeds de Schande van Prendergast, want zo heette de scheidsrechter. Dat het doelpunt van Zlatan Ibrahimovic afgelopen woensdag tegen de Zweden door eender welke scheidsrechter in de wereld meer niet dan wel zou worden afgekeurd, horen we daar nog iemand over? Daardoor had het 1-0 voor de Zweden gestaan en konden wij door de overwinning van Ierland tegen Italie alsnog als vierde naar huis, maar dat behoort voortaan tot de collectieve tricolore amnesie.

Jawel, de Rode Duivels zijn in hun laatste wedstrijd langs de afgrond gepasseerd en dat hebben ze hoofdzakelijk aan zichzelf en hun coach te danken. Bepaald vervelend is dat de kwaliteit van de eerste wedstrijd tegen Italië – gegroepeerd voetballen, maar toen werd geen gaatje gevonden – tegen de zwakkere Zweden was afgebrokkeld tot onoordeelkundig heen en weer draven tussen verdediging en aanval. Door het surplus aan individueel talent, leverde dat nog enkele kansen op, maar het was uiteindelijk een lucky shot – eigen woorden van Radja Nainggolan – via de broek van een Zweed die over de 1-0 zou beslissen.

Er zijn geen makkelijke wedstrijden op dit EK, zegt Marc Wilmots. Dat klopt, en zeker niet als je het jezelf moeilijk maakt. Hij verwees naar Portugal tegen Hongarije, maar de Portugezen verdedigden in die wedstrijd als preminiemen. De Spanjaarden werden door de Kroaten in bedwang gehouden, zelfs geklopt, maar hadden dat aan zichzelf te danken.

Als Wilmots echt denkt dat we daar in trappen, dat elke wedstrijd moeilijk is en dat hij graag tegen Spanje of Engeland had gespeeld, dan willen we voor hem de rekening maken. Aan de overzijde van de tabel zitten twintig mondiale en Europese titels samen. De acht landen aan onze kant hebben samen nul titels behaald.

Zijn we nu goed of zijn we niet zo goed als we denken/hopen? De buitenlandse pers is er nog niet uit. Het ene medium vindt het knap wat ‘brave little Belgium’ doet, het andere denkt dat we een hype zijn. We zijn noch het een, noch het ander. De Rode Duivels hebben de onderdelen om een Ferrari in elkaar te zetten, en af en toe lukt dat en krijgen ze die ook aan het rijden. Zelden full speed evenwel, en soms lijkt de Ferrari wel een Lada, klaar om uit elkaar te vallen.

Tegen Zweden bleek eens te meer dat de ploeg niet als één blok opereert. Wilmots stond de hele wedstrijd langs de zijlijn en wees hoe het moest: zijn gestrekte armen maakten de ruimte ertussen kleiner. Tegelijk werd de ruimte op het veld steeds groter. Luisteren ze niet naar hun bondscoach – niet altijd, neen – of staan ze gewoon niet goed?

Het mysterie van de mandekking

Er is ook het grote mysterie van de mandekking. Analisten wijzen op de inconsequentie in dat verhaal. “Mandekking kan werken, maar als je het niet goed uitvoert, wordt het een verhaal van los zand”, zegt een analist, zonder dat hij factureert.

Die veelbesproken mandekking van Marc Wilmots ontstond in augustus 2012, toen hij Nederland klopte met 4-2 en drie man – Defour, Witsel, Chadli – in de mandekking liet spelen op respectievelijk Sneijder, Van der Vaart en De Jong. Het probleem met mandekking is tweeledig. Na de afgebroken aanval van de tegenstander weet je nooit waar je uitkomt in balbezit, wat het omschakelen bemoeilijkt. Een tweede probleem is dat je bij balverlies niet als een coherent blok druk kunt gaan zetten als niet iedereen meteen bij de les is. De realiteit is deze: de meeste Duivels houden niet van mandekking en ze doen maar wat.

De analisten hadden het meteen opgepikt: vaak zetten één of hooguit twee man die druk. Mandekking lijkt in beginsel makkelijk, maar om de perfectie te bereiken vereist het van het hele team nog meer denkwerk (en loopwerk) dan zonedekking. Een trainer die overal en altijd mandekking speelt is Marcelo Bielsa, een cultcoach en een halve slavendrijver die uren en uren traint met zijn clubs tot ze het onder de knie hebben.

Marc Wilmots mist een aantal niet geheel onbelangrijke dingen om Bielsa te zijn, als hij dat al zou willen: tijd, voetbalverstand en oefenstof. En dan zegt de analist weer: “Mandekking? Hij zegt dat wel. Maar mandekking is nog iets anders dan in de zone een man kort dekken. Ik heb nog geen mandekking gezien bij de Belgen. Het is improvisatiedekking.”

Ach weet u wat? Bij elke overwinning – hoe gelukkig ook – kunnen stukjes als dit hier met het modewoord ‘zuur’ worden afgedaan en bewijst Marc Wilmots een beetje meer zijn grote gelijk. Hij weet dat het team een vreemd organisme is. Zoals een plant uit zichzelf kan ontstaan en groeien, zonder boer of tuinder in de buurt, kan ook een team autonoom groeien en bloeien. De enige voorwaarde is dan wel dat boer Wilmots de plant helemaal met rust laat.

 

Advertenties

Sportzomer 15-20 juni, tot vóór de wedstrijd tegen Ierland

15 juni

‘EVENTUEEL PRATEN MET DE BONDSCOACH’

De Russen zijn opgeschort gediskwalificeerd. We herhalen: op-ge-schort ge-dis-kwa-li-fi-ceerd. Ik weet niet wat dat exact betekent, wellicht voorwaardelijk geschorst, maar is het geen idee om Wilmots opgeschort te diskwalificeren? Flauw grapje, precies, en over Wilmots hebben we het uitgebreid in deze krant. Hij komt zelfs aan het woord.

Weet u welk land nog een opgeschorte diskwalificatie mag krijgen? Hongarije. Ik had gisteren hommeles bij een tankstation met vier Hongaarse grenswachters van Orban, althans zo zagen ze er uit. Ze reden met een chique Infinity en beweerden dat ik met mijn passagiersdeur een kras in hun pooierbak had gemaakt. Ik lachte en zei dat wij in België langs de deur van de chauffeur uitstappen. En toen begonnen ze te spotten met de Rode Duivels die hadden verloren. Ik zei: “Ik ben een journalist, geen speler en ook geen fan. Maar is Hongarije dan zoveel beter?”

Dat was er te veel aan. De volgende 20 kilometer reden ze de ene keer voor mij, de andere keer achter mij, ook soms naast mij, wat wel eens gebeurt als je van achteren naar voren moet, en telkens maakten ze obscene gebaren. Ik vond die Hongaarse nabijheid heel naar en ik zinde op een plan. Bij de péage had ik ze beet, weliswaar met een gelukje.

Ik heb zo’n automatisch bakje om door de oranje T-poortjes te rijden, maar ik koos de betaalpoort waar ik de gendarmerie zag staan. Die controleerden buitenlanders op drankgebruik, vooral Oostenrijkers en Hongaren op weg naar hun wedstrijd van gisteren in Bordeaux. Ik wuifde de flik met dienst, toonde mijn accreditatie en vertelde hem over mijn wedervaren met de grensbewakers. “Merci monsieur, bonne route”, zei de flik en trok zijn wapen. Zijn collega ook. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik hoe de vier grenswachters uit hun auto werden gesommeerd en voorovergebogen met de handen op de motorkap moesten. Oenen van Hongaren, maar ik ben wel blij dat ze gisteren met 0-2 wonnen. Je weet nooit dat ze in mijn hotel zitten.

Mijn trip terug naar Bordeaux verliep comfortabeler dan voor de Rode Duivels. Waarom sliepen die niet gewoon in Lyon, namen daar hun charter om een uur of tien, elf kon ook, vlogen dan naar Bordeaux en begonnen vervolgens aan hun bezigheidstherapie? Neen, ze vlogen meteen terug, en dat duurde en dat duurde vooraleer het vliegtuig weg was, waardoor ze pas om halfvijf in het hotel waren. Dit tart alle regels van de recuperatie na een zware inspanning. Tenzij de inspanning níét zwaar was, want per Belgische speler is gemiddeld één kilometer minder gelopen dan door de Italianen.

“Als je minder kwaliteit hebt, moet je meer lopen”, aldus Wilmots gisteren op de persconferentie. Tja, het stond eergisteren zo kort voor middernacht toch netjes 0-2 voor die Italianen die vreselijk hard liepen omdat ze niet vreselijk goed kunnen voetballen. Het is ook een kunst.

Dit wordt een toernooi waar als Belgisch journalist toch stilaan wat lol aan te beleven valt, alvast meer dan als je de groep zou winnen met de vingers in neus. Alle mogelijke scenario’s zijn nu journalistiek lekker. Alsnog eerste worden: sensationeel. Tweede worden: toch niet slecht gedaan en hoop doet leven. Derde worden: wat een sukkels, profiteren van het EK met 24 deelnemers om door te gaan. Laatste worden: mooi iedereen thuis op 23 juni. Zeggen dat je gaat winnen en in de eerste ronde naar huis moeten, daar kan je journalistiek wel wat mee.

Gebeurt niet, zeggen de ervaren collega’s, gepokt en gemazeld in het analyseren van het toevalspel voetbal. We gaan gewoon winnen van de Ieren. Mag ik daar enige reserve tegenover plaatsen? Ieren en Welshmen zijn uit dezelfde mal gegoten: het is over mijn lijk of het is niks. Wilmots heeft drie van de vier wedstrijden met inzet gewonnen, maar tegen Wales was dat maar één van de vier. Twee keer werd het een gelijkspel en de laatste wedstrijd in Cardiff werd verloren, door een ploeg die veel meer loopt dan de Rode Duivels omdat ze niet zo goed kunnen voetballen dan de Rode Duivels. We weten inmiddels hoe dat kan eindigen.

Ik ben gisteren naar de persconferenties gaan luisteren. Neen, de natie die nooit iets won en nu wel zal winnen, moet niet ongerust zijn: er is geen man overboord. Dat het doelpunt een kopie was van het doelpunt van de Italianen tegen de Schotten in een oefenwedstrijd en dat die video wel vijf keer was getoond en dat ze er toch nog intuinden, hoe zag Wilmots dat eigenlijk? “Ik denk dat de centrale verdediger (Alderweireld is dus de klos, HVDW) die bal moet hebben.”

Mij is één quote bijgebleven van alle relativerende onzin die na de wedstrijd is verkocht. Hij was niet eens cryptisch of verhullend. Hij was gewoon vernietigend. Kijkt u nog maar eens Het journaal van zeven uur gisteravond terug. Thibaut Courtois die zijn visie op de feiten geeft. Ik vat het even samen: “De Italianen waren tactisch beter, ik denk dat we met de spelers eens moeten praten.” Tot zover oké, maar dan valt een hele korte stilte waarna hij er één dodelijke zin aan toevoegt: “En eventueel ook met de coach.”

Laat het even bezinken en lees dan verder: eventueel willen ze ook met de coach over de tactiek praten. Dat is geen opgeschorte diskwalificatie maar een diskwalificatie zonder voorwaarden. Zo had Wilmots het niet begrepen, want Thibaut was bij hem gekomen en had gezegd dat hij het niet op hem had bedoeld. En bovendien, aldus Wilmots, flashinterviews zijn waardeloos. Dat is dan nog iets waar wij van mening over verschillen met de bondscoach.

16 juni

HET PESTEN VAN DE STIER

Gisteren was een jour sans. Sans soleil, animo, nieuws, spanning van een aanstaande wedstrijd. En zeggen dat we nog zes wedstrijden te gaan hebben. Tot en met de finale, want daar gaan we nog steeds van uit. Dat wordt een klus voor wie elke dag iets zinnigs moet schrijven. Jawel, het is een stuk makkelijker om deze rubriek gefundeerd lullen te vullen.

Ik ben zopas even langs de bar tabac gepasseerd om de édition spéciale van Vélo Magazine op te halen. Vélo Magazine op Euro 2016? Jawel, want over goed twee weken begint circus fiets ook weer en daar moet ook alles over worden gelezen wat er verschijnt. De Sportzomer staat niet stil en we zijn niet voor één gat te vangen. Ik zit nu twee weken in het voetbal en de heimwee naar de pure sport borrelt op.

De commentaren eergisteren en gisteren na de wedstrijd van maandag tegen Italië – voor wie onder een steen zat, de Italianen wonnen van de Belgen met 0-2 – werden door de collegae en mijzelf nog eens tegen het licht gehouden. Journalisten lezen de concurrentie, besnuffelen elkaar, zoekend naar bevestiging voor de eigen theorieën. De meest voorkomende theorie is als de struik waar elke straathond tegen pist. De struik heet Marc Wilmots en ik ben één uit het roedel straathonden.

De commentaren gaan van mild – hij mag eens wat meer laten zien – tot hard – hij kan het niet en zal het nooit kunnen. Het komt ons journalisten niet altijd goed uit, maar de waarheid zal wel ergens in het midden liggen. Er zijn ook media die het vierkant voor hem opnemen en bijvoorbeeld De Bruyne de schuld geven en die zijn meestal Franstalig, maar de verschillen in berichtgeving nu meteen communautariseren zou ook fout zijn.

Zo zijn de kranten van Het Mediahuis milder voor Wilmots dan La Dernière Heure, dat zich ernstige vragen stelt bij de uitleg van de bondscoach. De kranten van De Persgroep – uw krant en Het Laatste Nieuws – zijn het strengst en dat is geen vooraf besproken plan. Wat dat betreft zijn we een beetje als de Rode Duivels: we hebben geen echt plan en gaan af op ons buikgevoel. Grapje hoor: wij analyseren en reflecteren ons te pletter.

Persoonlijk was ik niet tevreden van mijn stuk over de wedstrijd in de dinsdagkrant. Tussen halfelf en elf er snel even 5.000 tekens inrammen over een wedstrijd die je in de tweede helft nauwelijks nog hebt gezien omdat je aan het tikken bent, het blijft een journalistiek zwaktebod. Ik vergat Thibaut Courtois te bewieroken en schreef dat ik Jan Vertonghen niet zo overtuigend vond, omdat hij werd overspoeld, maar bij de nabesprekingen hoorde ik van iedereen dat Jan Vertonghen bij de minst slechten was. Ik vond ook dat Radja Nainggolan niet mocht gewisseld worden, maar dat vonden andere dan weer wel.

Dat geeft een ongemakkelijk gevoel. Gelukkig is dit voetbal en geen zwemmen. Als een zwemmer straks 47.5 zwemt in de halve finales en 47.8 in de finale, dan moeten hij of zijn trainer niet afkomen met het excuus dat die andere banen zo verdedigend zwommen. Idem voor wie in de Tour bergop moet lossen. In voetbal zijn alle waarheden van tel en dat is dan weer wel geruststellend. Met een beetje goede wil (en een lidkaart van de Brailleliga) had je zelfs de prestatie van Romelu Lukaku tegen de Italianen goed kunnen vinden en dus waren er ook media die Nainggolan een voldoende gaven en Vertonghen een onvoldoende. Oef.

Wat je wel merkt bij het legioen mediavolgers, nu het erom gaat spannen, is een zekere reserve, een aan mildheid grenzend afwachten. Zelfs de meest kritische geesten houden een slag om de arm. U mag mij bij die kritische geesten rekenen. Waarom dan die slag om de arm? Omdat dit voetbal is. Zaterdag kan het evengoed 3-0 als 0-1 worden tegen de Ieren. Bij 3-0 zal Marc Wilmots de demonen van zijn rug hebben gecoacht. Bij 0-1 zullen de messen worden geslepen, en ook bij 1-1.

Voetbaljournalistiek is een beetje als een stierengevecht: als je de estoque tussen de schouderbladen steekt, moet het wel raak zijn. ‘Der Willi’ hoeft evenwel niet te vrezen. Uitgezonderd in Arles, wordt de stier in Frankrijk alleen maar een beetje gepest.

Ook de buitenlandse media waren overigens niet mals voor Wilmots en zijn wonderteam, behalve dan L’Equipe dat Wilmots een
6 gaf, maar daar loopt een lijntje zo fijn als van een kabelbaan. Wie oprecht nog het meeste in de Rode Duivels blijven geloven,
zijn de Nederlanders. Elke dag zie ik in Le Haillan de bevlogen lijnreporter Bert Maalderink en Studio Voetbal-coryfee Tom Egbers verschijnen. Elke dag hoor, en elke dag probeert Bert onze bondscoach enkele vraagjes te stellen. Dat lukt niet altijd even goed omdat wij Belgen natuurlijk nogal snel denken dat ‘Ollanders’ ons in de maling willen nemen. Eergisteren trok Maalderink – onderbroken

door de persattaché van de bond na vraag één – zijn stoute schoenen aan en liep Wilmots achterna. Er werd wat heen en weer geargumenteerd en vanaf afstand leek het alsof ze een vergelijk hadden gevonden. Gisteren kon Maalderink vier vraagjes stellen, voor hij werd onderbroken.

Dat de Nederlanders ons meer op handen dragen dan wij hen, zouden we dat niet beter beginnen geloven? Tom Egbers haalde er overtuigende cijfers bij: 42 procent van de Nederlanders wil dat de Belgen winnen. We staan daarmee op één. Naar België-Italië keken 3,2 miljoen Nederlanders, dat is haast drie keer meer dan er Vlamingen keken. Ze zijn ook met drie keer meer, maar nooit in de geschiedenis van de Nederlandse tv is door meer mensen naar een voetbalwedstrijd zonder Oranje gekeken dan naar België-Italië. Laten we dat vertrouwen van het kleinste grote voetballand toch maar niet opnieuw beschamen.

17 juni

HUNNEN VAN OVER HET WATER

U vindt het vast niet erg dat we een dagje Rode Duivels skippen? U zult de komende drie dagen niks anders lezen of horen of zien. U wilt misschien ook niet weten dat ik van hotel ben veranderd omdat het vast tapijt in de kamer naar urine stonk en de hotelbaas daar maar niks aan wilde doen. Ik schrijf het toch, omdat er af en toe kritiek is op booking.com. Welnu, dat hebben ze goed geregeld voor mij want er was een voorafname op mijn creditcard en de hotelbaas deed moeilijk. Hulde aan Clara van de telefoon. Ik zit nu aan de andere kant van de rocade, maar in een Mercure. Ook geen paleis, maar ça va, quoi.

Waar het veel minder ça va mee gaat, is dat Euro 2016. 323 voetbalfans zijn ondervraagd sinds het begin van Euro 2016. 196 voetbalfans zijn opgepakt sinds het begin van Euro 2016. Acht voetbalfans zijn al opgesloten in de gevangenis sinds het begin van Euro 2016 en drie kregen een gevangenisstraf met uitstel. 43 Russische voetbalfans zijn gisterennamiddag voor de rechter verschenen in Marseille. Twintig Russische voetbalfans worden over de grens gezet en zitten in afwachting ergens in een gesloten centrum, wellicht tussen afgewezen asielzoekers.

Maar het allerallerergste, meest absurde en apocalyptische nieuws kwam toch uit Lens: daar waren gisteren de scholen dicht omdat Engeland er tegen Wales moest voetballen. Laat het even bezinken en lees het dan nog eens: de kinderen kregen geen les, de ouders moesten een oplossing zoeken of zelf thuis blijven, omdat in hun stad een voetbalwedstrijd werd gespeeld. Jammer genoeg een wedstrijd tussen een stel randdebielen en hun achtergestelde, ook al niet te best opgevoede buren: Engeland tegen Wales.

Als Euro 2016 en de aanstaande brexit het proces kunnen versnellen om van die archaïsche home nations af te geraken, dan heeft het toernooi toch iets goeds opgeleverd. Het is belachelijk dat Groot-Brittannië als één land optreedt in alle grote sporten en competities, maar in het voetbal (en in het rugby) als Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland. Schotland is er niet bij want te zwak, Wales
zat bij ons in de zwakke groep en Noord-Ierland stelt niks voor. Als de Britten uit de EU stappen, zou dat een eerste mooie straf zijn: voortaan is het Great Britain of het is thuis blijven. Dan komt er bij het volgend kampioenschap maar één bende Hunnen van over het water en dat zal al heel wat overzichtelijker zijn.

Het blijft verbazen hoe een maatschappij zo verslingerd kan geraken aan een oneerlijk amusement waarbij een significant deel van de consument zich ook nog eens schofterig gedraagt. Het voetbal mag zich weer eens bezinnen over zijn maatschappelijke kosten en de druk die zo’n toernooi legt op het organiserend land en het deel van de bevolking dat geen boodschap heeft aan voetbal.

Dat geldt ook voor de Olympische Spelen straks, alleen heb ik daar nog nooit meegemaakt dat de fans van Michael Phelps op het gezicht willen slaan van de fans van Chad le Clos. Neen, die staan gewoon naast elkaar te juichen of te treuren.

Nieuwe spelregels

Dit is het EK waarin veel van wat fout kan gaan in voetbal ook fout gaat. Zoals het hooliganisme dat gewoon sluimerde en nooit weg was, maar ook de amusementswaarde of het gebrek daaraan. Veel strijd ja, maar veel soeps? Neen. België-Italië was wellicht de meest aantrekkelijke wedstrijd van het toernooi. Er werd twee keer gescoord. Er vielen al drie monsterscores te noteren op dit toernooi: drie wedstrijden waarin zowaar drie doelpunten werden gescoord.

We draaien halfweg de groepsfase aan een gemiddelde van ruim onder de twee doelpunten, terwijl bij de vier vorige Europese kampioenschappen het gemiddelde altijd rond 2,5 tot 2,75 doelpunten per wedstrijd lag. Er wordt niet gescoord omdat er geen zwakke teams meer zijn, luidt de boutade. Natuurlijk zijn er nog zwakke teams, maar er zijn geen teams meer die geen negentig minuten meer kunnen lopen en er hun kop niet voor leggen.

Zwakke teams zijn vandaag teams die alleen maar kunnen lopen en verdedigen en geen adem overhouden om aan te aanvallen. In het Frankrijk van Euro 2016 – frisse temperaturen en af en toe regen – zijn die bovendien in het voordeel. In warm weer had IJsland nooit gelijk gespeeld tegen Portugal en had Albanië het niet zo lang uitgehouden tegen Frankrijk en misschien hadden de Italianen tegen de Rode Duivels dan ook geen 119,702 kilometer gelopen, het toernooirecord tot nog toe.

Er zal de komende tien jaar iets moeten veranderen aan de regels. Er zijn geen teams meer die je alleen met een surplus aan techniek en klasse op een hoopje speelt. Iedereen staat georganiseerd. Iedereen van Reykjavik tot Tirana is op en top voorbereid. Iedereen heeft geleerd om alles uit de wedstrijd te halen. Niet iedereen is bekommerd om ook iets in de wedstrijd te stoppen en rekent op die ene uitschieter, zoals IJsland tegen Portugal.

Om voetbal eerlijker te maken, zal het moeten streven naar meer goals en daartoe dringen volgende maatregelen zich op:

# drastisch: weg met het buitenspel (jawel, Jan Mulder heeft gelijk),

# minder drastisch: de verplichting om twee man op de aanvalshelft te houden,

# makkelijk in te voeren: een categorie opzettelijke fouten tegen het spel in het leven roepen en optellen zoals in het basketbal; drie keer spelbederf op eigen helft = strafschop.

Het was godgeklaagd hoe de Italianen bij elke gevaarlijke uitbraak van de Belgen aan een speler gingen hangen. Ze kregen drie keer geel, maar wel telkens voor een andere speler, zo link zijn ze dan ook nog.

18 juni

ADHD-COACHING

Rule one in het handboek van een trainer-coach: never fuck your athlete. Behoeft geen uitleg.

Rule two: stick to the plan. Hou je aan de het plan.

Rule three: walk your talk. Doe, wat je zegt dat je gaat doen.

De inleiding van het handboek heeft als titel: You know what you are doing, do you? Met andere woorden: je snapt het vak hopelijk?

Excuus voor het Engels, maar coaching is een door de Amerikanen geperfectioneerde kunst. Er is niet het minste vermoeden dat Marc Wilmots zondigt tegen regel 1. Regels 2 en 3 veronderstellen dat hij een plan heeft. Dat is één voorwaarde en de tweede is dat hij zich aan dat plan zou houden en dienovereenkomstig consequent zou handelen. De volgers van de Rode Duivels twijfelen daar sterk aan. Hoe onze bondscoach alle kanten opschiet met zijn uitleg, dat slaat echt nergens op.

Vorige week, drie dagen voor de wedstrijd tegen Italië trainde Wilmots ineens om 18 uur in plaats van ’s ochtends. “Ik wil spelers wat extra recuperatie gunnen, kunnen ze lekker uitslapen.” Het werd een pittige training, maar de dag erna werd alweer om 10 uur flink doorgetraind en dat op twee en een halve dag voor de wedstrijd.

Vreemd.

“Ze zien al zoveel voetbal en nu willen ze zelfs naar de wedstrijden kijken, daarom trainen we weer ’s ochtends”, was zijn uitleg. Of is misschien gewoon de vraag ingewilligd van de golfers die graag eens 27 holes zouden slaan in plaats van 18?

Vreemd.

In de dagen voorafgaand aan de wedstrijd tegen Italië zei hij dat hij de ploeg al een maand in zijn hoofd had. Na de wedstrijd sprak hij ineens totaal anders. Over de spitsenpositie had hij nog zitten kniezen over wie daar nu wel moest staan, en dat tot een uur voor de wedstrijd.

Vreemd.

Neem nu die spitsen. Een paar weken geleden zei hij: “Romelu Lukaku is mijn eerste spits, hij mijn vertrouwen.” Lukaku speelde één ongelukkige wedstrijd en zal misschien vandaag niet starten. Als hij wel start, is het te hopen dat die jongen geen kranten heeft gelezen of dat de bondscoach hem al dagen van tevoren heeft verzekerd dat hij niks moet vrezen want dat het allemaal bij het schouwtoneel hoort van tegenstanders op het verkeerde been zetten. Hoe ook, Lukaku zal niet op zijn gemak lopen en dat is eerder te wijten aan het theater rond hem dan aan hemzelf.

Vreemd.

Dat hij Jason Denayer tot vervanger van Vincent Kompany promoveerde en hem daarna afserveerde op de rechtsachter, kan ook vreemd overkomen, maar niemand gelooft dat Denayer het gewenste niveau van de Rode Duivels haalt. Hoe hij de ervaren Nicolas Lombaerts en zichzelf in een patstelling maneuvreerde door hem buiten zijn 23 voor de UEFA te houden, waardoor hij nu met de onervaren Christian Kabasele in de selectie zit, werd door een international als volgt becommentarieerd: “Wilmots is nooit de primus van de klas geweest.”

Vreemd.

Divock Origi was de man voor op rechts, maar hij werd tegen Italië in de plaats van Romelu Lukaku in de spits gedropt, geheel tot zijn eigen verbazing.

Vreemd.

“Kevin De Bruyne is mijn nummer 10”, zei hij. Tot de laatste oefenwedstrijd wel. De Bruyne speelde daar op rechts, omdat Hazard naar het midden kwam, en begon ook op rechts aan het toernooi. Tegen Italië liep het voor geen meter.

Vreemd, en al bij al ook niet. Het lijkt heel erg op ADHD-coaching, maar dat is geen aanvaardbare reden want daar bestaan pilletjes voor.

Die reactie op de opmerking dat de Italianen 10 procent meer hadden gelopen. “Als je niet goed kan voetballen, moet je meer lopen.” Ja hallo, het was wel 0-2 voor de Italianen. Had hij nu nog gezegd dat je met een 3-5-2 méér moet lopen. En weet hij dan niet dat alle moderne trainers voetbal a running game noemen?

Vreemd.

En dan de opmerkingen van de spelers. Thibaut Courtois die van het veld gaat en zegt dat België tactisch is overklast en dat ook nog eens herhaalt in de mixed zone en er bij zegt dat de spelers eens over de tactiek zullen moeten praten. “Eventueel ook met de coach.”

Michy Batshuayi op de persconferentie: “Neen er was geen debriefing van de wedstrijd tegen Italië. Ik weet niet wanneer die is. Wellicht komt die nog.”

Simon Mignolet op de persconferentie: “Wij kennen de kwaliteiten van de Ieren.” Ja maar, repliceert een gevatte collega, kent Marc Wilmots die ook? En Mignolet die zijn lach niet kan bedwingen.

Gisteren stond in de krant dat de spelers hun inbreng zouden hebben in de tactiek. Ook gisteren sprak hij dat tegen op de persconferentie. “Ik ben verantwoordelijk.”

Allemaal vreemd.

Niemand vermoedt in Marc Wilmots een Marcelo Bielsa, José Mourinho, Pep Guardiola of godbetert een Louis van Gaal, ook geen Hein Vanhaezebrouck om het Belgisch te houden. Niemand eist van hem tactische hoogstandjes, want het blijft interlandvoetbal, maar mag het ietsje meer zijn? Mag het iets consequenter? Iets doordachter? Kan er sneller worden ingegrepen in de wedstrijd als het niet goed staat?

Oké, misschien is hij tactisch geen kraan, dat was hij ook niet als speler en wie in zijn staf zou hem tactisch kunnen bijsturen? Kan hij er dan ten minste voor zorgen dat de juiste mannetjes op de juiste plaats staan? We willen niet te veeleisend zijn, ongeveer juist is ook al goed, zodat die hun plan kunnen trekken en zelf eventueel bijsturen.

En ten slotte: kan hij in godsnaam stoppen met zeuren over het gebrek aan grinta in zijn ploeg? Als de voetballer Wilmots íéts op overschot had, dan wel grinta. Maar als hij er al niet in slaagt dat over te brengen op zijn spelers, is enige verwondering en ongerustheid gepermitteerd.

Interview doping Peter Van Eenoo in De Morgen van 16 juni

‘Ik wil voorlopig geen RUSSEN  meer zien’

 

Wat een sportzomer met het EK, de Tour en de Olympische Spelen, maar de echte winnaars kennen we pas over een jaartje of acht. Wat is dat toch met die doping? Was dat niet haast verdwenen? En zijn die Russen echt zo corrupt dat we hen moeten uitsluiten? Morgen weten de Russische atleten of ze naar Rio kunnen. Het ultieme dopinginterview, met de professor-jager Peter Van Eenoo.

Het meest recente, erg spannende dopinghoofdstuk begon voor één keer niet met wielrennen, zoals soms makkelijk wordt aangenomen. Terwijl het wielrennen sinds 2001 grip kreeg op het ongebreideld dopinggebruik en als eerste bond op de bloeddoping epo controleerde, bleven atleten uit andere sporten vrolijk en ongehinderd doorgaan. Op de Olympische Winterspelen van 2002 in Salt Lake City werden vijf gouden medailles afgenomen, een primeur voor de Spelen.

Kort daarna kwam atletiek in het vizier met een Griekse tragedie rond de Zomerspelen van Athene in 2004 waarbij atleten om controles te ontlopen, vluchtten met een motorfiets en een ongeval veroorzaakten. Van de Kenianen kwamen we vervolgens te weten dat ze nooit werden gecontroleerd in eigen land en dat duurde tot dit jaar. Idem voor de Jamaicanen. Precies die twee landen liepen alles aan flarden op de lange afstand en de sprint. Terwijl het Wereldantidopingagentschap WADA zich op de borst klopte voor de geslaagde jacht op Lance Armstrong, ging in andere sporten het bedrog vrolijk voort.

Zowel vóór de Zomerspelen van Peking en Londen werden tientallen Russische sporters buiten competitie gecontroleerd en geschorst. Jammer, vonden de Russen, maar ze zagen het probleem niet. Op de Winterspelen van Sotsji werd ineens geen enkele Rus meer betrapt en ze verdrievoudigden en passant hun medailletotaal. Thuisvoordeel nam daar wel heel absurde vormen aan. Met de hulp van het lokale dopinglab en de geheime dienst FSB werden verdachte Russische urinestalen stelselmatig verwisseld en het hoofd van het lab fabriceerde zelf dopingcocktails. In de hoogste regionen van de internationale atletiekbond hadden de Russen hun mannetjes omgekocht, onder wie de Senegalese voorzitter Lamine Diack en zijn gevolg, om positieve tests te laten verdwijnen.

Ondertussen werd rond Nieuwjaar een Russisch dopingproduct (meldonium) op de lijst gezet en liepen bijna alleen maar Russen tegen de lamp, met Maria Sjarapova als bekendste naam. Als klap op de vuurpijl werden bij het hertesten van de verdachte stalen van Peking en Londen nog eens heel veel Russen betrapt.

Zijn Russen te veel, te vaak, te gedopeerd om naar Rio de Janeiro te mogen? De internationale atletiekbond beslist morgen.

Toen in het Russisch lab bedrog werd gepleegd bij de Olympische Winterspelen in Sotsji zat Peter Van Eenoo er met zijn neus bovenop en hij zal ook in Rio op de eerste rij zitten. Van Eenoo is sinds 2010 hoofd van het Docolab in Gent en hij was tot februari van dit jaar voorzitter van WAADS, de World Association of Anti-Doping Scientists of de club van erkende dopinglabo’s.

Wat de Russen hem al die jaren hebben gelapt, daar is hij nog niet goed van, en toch is professor doctor (bio)ingenieur Peter Van Eenoo van de vakgroep Klinische Biologie, Microbiologie en Immunologie aan de UGent na de recente dopingonthullingen on a high.

Peter Van Eenoo: “Het is goed dat we dit de lezers eerst inpeperen: de dopingbestrijding heeft er nooit beter voorgestaan. Al die onthullingen van atleten die jaren na de Spelen van Peking en Londen alsnog worden betrapt, zijn het bewijs van de kwantumsprong in de opsporing van de populairste middelen. Iedereen heeft het altijd over epo en nu ook al over genetische doping, maar vooral spierversterkers of anabole steroïden worden over alle sporten gebruikt, en dat blijkt nu ook weer.

“Voor sommige producten hebben we de detectietijd kunnen verlengen met een jaar. Wij sporen bij steroïden vaak de metabolieten of afbraakproducten op, want die blijven langer in het systeem zitten. In 2006 heeft het lab in Keulen een langetermijnmetaboliet gevonden voor Dianabol. Onze Russische collega’s, jawel de Russen van het fameuze lab van de Olympische Spelen van Sotsji, vonden in 2012 dezelfde metabolieten voor Oral-Turinabol (het anabolicum dat door de DDR is ontwikkeld, HVDW). En wij in Gent vonden langetermijnmetabolieten voor stanozolol (het anabolicum waar Ben Johnson in 1988 op werd betrapt, HVDW). Wellicht zijn het onder meer die producten die in de urinestalen van Peking en Londen zijn gevonden.”

Dus die corrupte Russische collega’s van u die urinestalen verwisselden en moeilijk opspoorbare doping fabriceerden, waren wetenschappelijk sterk?

Van Eenoo: “En of. Dat was een toplabo, met een hoog niveau van research. Mijn collega-labhoofd Grigory Rodsjenkov was ook altijd goed op de hoogte van de dopingpraktijk, zelfs zo goed dat we ons af en toe vragen stelden. Hij is ook een keertje opgepakt voor dopinghandel en zijn zus is toen in de gevangenis gevlogen terwijl hij vrijuit ging. Rodsjenkov heeft daarna zelfmoord proberen plegen, hoewel. Toen hij zijn afscheidsmail verzond naar enkele labhoofden stond daar letterlijk in: ‘Ik zit nu in de VS, veilig en wel voor ze mij nog eens proberen te zelfmoorden.’

“Ik heb de Russen goed leren kennen toen ze in 2013 tijdelijk hun accreditatie kwijt waren geraakt en ik in het auditcomité zat dat hen moest doorlichten. Later was ik ook actief in Sotsji tijdens de Winterspelen en ik was onder de indruk van hun professionalisme. Toen vorig jaar dat eerste negatieve rapport over het Moskouse lab uitkwam, stond dat bol van de veronderstellingen. Ik kon daar niks mee en als voorzitter van het WAADS heb ik hen verdedigd.

“Ze hadden daar nog twee toppers, zoals Timothy Sobolevski. Die is net als Rodsjenkov naar de VS vertrokken. Hij werkt nu op het dopinglab in Los Angeles. Timothy was ook een speciaal geval, althans in Rusland, want hij is homo en zijn vriend werkte daar ook. Rodsjenkov zei mij wel eens dat hij geregeld onder zijn voeten kreeg van autoriteiten omdat hij die relatie duldde. Timothy heb ik nog gemaild dat ik het jammer vond dat hij in LA zat en dat hij altijd welkom zou zijn bij ons in Gent. Dat was vóór Rodsjenkov hun hele fraudesysteem heeft bekend. Tot ik weet wie actief heeft meegewerkt en wie whistleblowers waren – ik hoop ook Timothy – wil ik voorlopig geen Russen meer zien. Ze hebben ons bedrogen, terwijl we erop stonden te kijken.”

In de topperiode van het epo vond een professor van de UGent dat de dopinganalyses achterliepen omdat de beste wetenschappers er geen interesse voor hadden.

“Hij had niet helemaal ongelijk. Ik vraag mij af waarom het twaalf jaar moest duren voor we epo vonden. De techniek die we nu toepassen om epo op te sporen, is er een die de moleculaire biologen al in de jaren 90 hebben ontwikkeld. De analytische chemici hebben zichzelf te lang beschermd, begrijpelijk nadat ze de strijd hadden gewonnen van de farmacologen. Maar nu is het tijd voor moleculaire biologen en biochemici, zeker als we straks met de genetische doping worden geconfronteerd.

“Je kunt de labo’s van nu wel niet meer vergelijken met toen ik negentien jaar geleden er binnenstapte. Vergelijk het met de auto’s. Dat waren toen ook goeie auto’s, maar vandaag zijn er airbags, kreukelzones, gps, cruisecontrol, allemaal uitvindingen die het rijden makkelijker en veiliger maken.”

Hoe werden die stalen van Peking 2008 en Londen 2012 bewaard en hoe werden die geselecteerd om te hertesten?

“Na de Spelen zijn de A-stalen opnieuw verzegeld en samen met het B-staal opgeborgen. Het lab in Lausanne bewaart die en vriest urine in bij -20, bloed en serum wordt bij -80 bewaard. Wij bewaren in Gent ook stalen op die manier en op 5 vierkante meter kun je straks de hele Olympische Spelen van Rio stockeren.

“Ik heb het vermoeden dat ze vooral stalen hebben hertest van atleten die in Peking en Londen een prijs hebben gepakt, en ook van atleten die nog in Rio zullen aantreden. Daarnaast waren sommige urine- en bloedstalen wellicht toen al zo verdacht dat ze apart zijn gelabeld, in afwachting van een verfijndere methode om die opnieuw te testen. Ook de nieuwste epo-methode, de SAR-Page, is erg succesvol.”

Het Russisch labohoofd Grigory Rodsjenkov beweerde dat hij een cocktailtje van anabolen had gemaakt voor de Russische atleten, in te nemen met alcohol. Waarom?

“Om het detectievenster te verkleinen. Dat is ook wat dokter Ferrari als tip gaf aan Lance Armstrong en zijn collega’s. Zij moesten testosteron innemen met olijfolie. Grigory raadde blijkbaar alcohol aan. De mond heeft enorm veel doorbloeding en als je die producten walst in de mond, met alcohol of met olijfolie, krijg je een betere resorptie en dus een snellere uitscheiding en zo heb je meer kans om onder de radar te blijven.

“Van dat trucje lig ik niet wakker. Oké, in plaats van twee weken na inname ben je misschien maar vier of vijf dagen positief, maar in een goede dopingbestrijding komt het er op aan genoeg onverwacht bij de atleet langs te gaan. Een atleet die het gevoel heeft dat hij te allen tijde kan worden gecontroleerd, zal zich niet doperen. Ik weet dat we daar flirten met de grens van de privacy, maar het is de enige manier op de druk op te voeren.

“Ik zou zo een vijftiental landen kunnen opnoemen waarvan ik weet dat ze niet goed genoeg buiten competitie controleren. Er is dan ook nog eens geen samenwerking tussen de nationale of internationale dopingautoriteiten en de sportbonden. Ik stuur daar elk jaar een lange mail over naar Wereldantidopingagentschap WADA.”

Stel dat u naar de dark side zou overstappen zoals uw Russische collega, zou u een gedopeerde atleet onder de radar kunnen houden?

“Natuurlijk. Ik zou klassiekers gebruiken zoals anabole steroïden of een bloedtransfusie en ik zou onvindbaar zijn voor de controleurs. In de rangschikking ‘aantal testen per olympische deelnemers’ staan wij van alle landen op vier. Daarom dopeer je je niet in Vlaanderen, want hier wordt vaak en goed gecontroleerd. Wel in het buitenland, en liefst ver zoals in Ethiopië of de Marokkaanse bergen, maar Tenerife is ook al oké. Vervolgens pas je ook je whereabouts (verplichte melding van verblijfsgegevens, HVDW) heel laat aan.

“Wielrenner Levi Leipheimer is ooit op een congres van het Amerikaanse antidopingagentschap USADA komen uitleggen hoe hijchet deed. Hij paste alles heel laat aan, maar op dat nieuwe verblijf waar de controleur onmogelijk geraakte, was hij natuurlijk niet. Stonden ze toch op de aanvankelijk opgegeven plek, dan deed hij gewoon niet open want volgens zijn verblijfsgegevens moest of mocht hij daar niet zien. In het slechtste geval krijg je een gemiste whereabout. Niet erg, want pas bij drie missers wordt het een zaak. Als je niet open doet en je gaat daarna naar de bakker en je loopt Hans Cooman (de bekendste dopingcontrole-arts van de Vlaamse Gemeenschap, HVDW) tegen het lijf, dan heb je wel een probleem.

“Bij de dopingautoriteiten heb je nu specialisten die de verdachte profielen er uithalen. USADA heeft een ex-FBI-man in dienst die niks anders doet dan data analyseren. De International Standard for Testing heet sinds dit jaar niet voor niks de International Standard for Testing and Intelligence. Een goeie doping-intelligence en controle kost geld, en er is te weinig geld.”

De juiste dingen met mate doen en opletten, dat was de methode Bruyneel-Armstrong?

“Er was niks gesofisticeerds aan de dopingtechnieken van Armstrong, Bruyneel en US Postal. Ze hielden het eenvoudig en ze letten vreselijk goed op. Het enige ingenieuze dat ik in de doping ben tegengekomen en waar ik het fijne van wil weten, is hoe de Russische geheime dienst in 2014 op de Olympische Spelen in Sotsji ’s nachts te werk is gegaan om die urinestalen te verwisselen. Ik denk dat ze in Rusland de deksels en mogelijk de flesjes volledig hebben nagemaakt. Daar hadden ze de tijd voor, want ze hebben wellicht niet toevallig hun flesjes maanden voor de Spelen al besteld. Een andere mogelijkheid is dat het verzegelde systeem niet helemaal safe is. Dat hebben we nog al eens gehad met een andere verpakking. De stalen gingen toen nog in een verzegelde plastic tas maar als je die in voldoende heet water onderdompelde, kon je het staal er zo uitnemen en verwisselen.”

Wordt vandaag minder doping gebruikt dan vroeger?

“Het aantal betrapte atleten blijft wereldwijd gelijk. Al is epo misschien een uitzondering. Dat wordt door steeds minder duursporters gebruikt en de hoeveelheden zijn nog slechts een fractie van twintig jaar geleden. Voor de meeste producten gaat het nog om nano- doses die alleen worden gebruikt op plaatsen waar de controleurs minder makkelijk geraken. Jammer genoeg zijn er nog steeds regio’s waar het onmogelijk is om gepakt te worden. Iraanse gewichtheffers riskeren alleen betrapt te worden als ze naar het buitenland gaan. Dat ging tot 2004 ook op voor Griekse atleten.”

Is een Europees kampioenschap voetbal dopinggevoelig?

“Het merendeel van de betrapte voetballers komt uit het zaalvoetbal en scoort op sociale drugs, zoals cannabis. Voetbal is een combinatiesport en daarom minder dopinggevoelig. Anderzijds controleren de UEFA en de FIFA niet genoeg. De internationale wielerbond UCI nam in 2014 9.397 stalen af; de UEFA 2.318, de FIFA test alleen op kampioenschappen en dat is jezelf er makkelijk van af maken. (lacht) Telkens als ik dat ergens zeg, heb ik iets later Michel D’Hooghe aan de telefoon.”

Het Wereldantidopingagentschap WADA maakt veel lawaai maar is alles behalve performant.

“Absoluut. Zo weigeren ze bijvoorbeeld om de sportbonden een verplicht aantal dopingtesten op te leggen. Ze bepalen wel het percentage bloedcontroles. Maar 10 procent van tien stalen of van tienduizend stalen is een groot verschil. Elk jaar stuur ik daar een mail over, maar ze durven gewoon niks op te leggen aan de bonden die samenspannen binnen het WADA.

“Dat gedoe met meldonium (het product van Sjarapova, HVDW) is ook zoiets. Het was een blunder van het WADA om dat product vanaf 1 januari op de lijst te zetten en meteen te betrappen zonder te weten hoe lang het opspoorbaar is. Nu, als je de formule van meldonium ziet, denk je dat dit na een paar dagen uit het systeem is. Bij nader inzien blijkt er soms maandenlang een restproduct te blijven hangen.”

Wielrennen is de sport die het meeste en het beste heeft gecontroleerd, maar…

“… zij hebben de naam dé dopingsport te zijn. Dat frustreert mij.Het is niet omdat wielrennen als enige een duidelijk zicht had op het dopinggebruik door hun controle van het hematocriet dat zij daarom de enige eposport waren. Alle duursporten hadden dat probleem en atletiek is veel te lang vrijuit gegaan.De internationale atletiekbond had in 2014 ook maar 3.800 controles.”

In mei heeft oud-UCI-voorzitter Hein Verbruggen zijn proces gewonnen tegen de Ierse journalist Kimmage, die hem de dopinghelper van Armstrong had genoemd.

“Ik zit er toch al haast twintig jaar middenin en ik heb nooit het minste vermoeden gehad laat staan bewijs gezien of van collega’s gehoord dat Armstrong of andere renners de hand boven het hoofd is gehouden door de UCI.”

Dick Pound, toen voorzitter van het WADA, heeft ooit een collega van u met ontslag bedreigd als hij de UCI niet wilde beschuldigen in de affaire-Armstrong.

“Dat klopt, ik ken dat dossier. Dat ging over Martial Saugy van het dopinglab in Lausanne. Dat is een van de redenen dat wij aanvankelijk het lab in Moskou bij de eerste beschuldigingen zo zwaar hebben verdedigd. Wij weten dat bij het WADA bepaalde agenda’s spelen. Wij labo’s zijn hun speelbal; ze denken dat ze met ons alles kunnen doen. Saugy heeft gelukkig voet bij stuk gehouden.

“Denken ze bij het Internationaal Olympisch Comité aan een remake van het WADA? Welnu, dan wil ik hen wel eens komen uitleggen wat er allemaal fout gaat en hoe het zou moeten. De dopinglabo’s zijn het echt kotsbeu. Nu wil het WADA ook al stalen uit onze labo’s komen weghalen, zonder dat de sportbonden dat weten. Een paar maanden geleden waren we bijna aan het staken. (lacht) Inderdaad, wij ook al.”

Bent u ook in Rio?

“Jawel, voorlopig ben ik daar het vicehoofd van het olympisch labo, maar ik probeer van alles om onder die twijfelachtige eer uit te geraken. Laat mij maar analyseresultaten interpreteren.”

 

Peter Van Eenoo en de Russen

De Sportzomer, voor en na België-Italië

Maandag 13 juni

Starten met zwaarste examen

Nooit eerder heeft België zo uitgekeken naar een grote sportieve triomf. De sportwoestijn wil voor één keer geen underdog zijn en Italië móét vanavond voor de bijl. Wilmots, Hazard, De Bruyne: jullie land smacht.

Er was gisteren opbeurend nieuws in Lyon: de Italianen hebben geen zin in het prachtige Stade des Lumières. De Belgen wel, die hebben er getraind. Niet zo de Italianen. Die arriveerden pas laat in de namiddag in Lyon, reden onmiddellijk naar het stadion, en omdat de UEFA hen daartoe verplichtte, wandelden ze om halfacht eventjes over de piekfijne grasmat. Daarna praatten de captain en de coach met de pers, en toen waren ze weg. Bang voor spionage. Zegt men.

België heeft meer angst van Italië dan omgekeerd en misschien terecht: sinds 1972 hebben de Rode Duivels niet meer gewonnen van Italië in wedstrijden met inzet. De laatste keer dat ze op een toernooi oog in oog stonden, dateert van de desastreuze Euro 2000. België verloor thuis kansloos met 0-2. Opmerkelijk, maar de twee bondscoaches van vanavond stonden in die wedstrijd op het veld.

“Bedankt om me daaraan te herinneren”, lachte Marc Wilmots gisteren op de laatste persconferentie. Het was een ontspannen bondscoach, die geregeld grapte, vaker alvast dan in Le Haillan, waar hij het met hoofdzakelijk Belgische pers moet doen. Hij strooide met gemeenplaatsen, probeerde niets weg te geven van de eigen plannen en loofde de tegenstander. “Het slechtste Italië ooit? Dat kan de ploeg extra motiveren. En heb je gezien hoe alle landen er hier tegenaan gaan? Ik had liever later in het toernooi tegen de Azzuri gespeeld, om te kunnen groeien. Nu moeten we er meteen staan.”

Nooit tegen top 20

Van de Rode Duivels wordt verwacht dat ze heel ver geraken, misschien zelfs Europees kampioen worden. Waarop is die premisse gebaseerd? En waarop baseert de bondscoach zich om zijn parcours als zeer goed te bestempelen?

Gedeeltelijk op die zes maanden dat België eerst stond op de FIFA-ranking. Vandaag is dat de tweede plaats, want Argentinië is ons voorbij. De FIFA-ranking is wat hij is, met al zijn tekortkomingen, maar je staat er beter hoog dan laag. Sinds 25 mei 2012, het begin van de Wilmots-era, hebben de Rode Duivels 46 interlands gespeeld, 25 met inzet, 21 vriendschappelijk. 31 keer werd gewonnen, 8 keer gelijkgespeeld en 7 keer verloren. Van de wedstrijden met inzet werden er drie op de vier gewonnen; een winning-percentage van 75 is in voetbal uitmuntend.

Het waren niet allemaal Andorra’s, maar toplanden hebben we ook niet gezien. Geen enkele van de 25 tegenstanders in de wedstrijden met inzet staat in de top 20 van de FIFA-ranking. Oké, om correct te blijven, staat Bosnië en Herzegovina precies twintigste en daartegen werd één keer gelijkgespeeld en één keer gewonnen. Wales staat 25ste en dat leverde in vier jaar en twee kwalificatiecampagnes twee gelijke spelen, één keer verlies en één keer winst op.

Aanvallen of afwachten

De World Cup, die was toch goed? Ja, maar de tegenstanders van toen staan nu respectievelijk 29ste, 31ste, 32ste en 50ste. De kwartfinale werd verloren van de huidige nummer één Argentinië, maar nipt. De vriendschappelijke wedstrijden dan maar? Normaal gezien tellen die niet, maar dat zijn de enige mooie overwinningen tegen grote voetballanden onder Wilmots. Tegen Colombia werd kansloos thuis verloren, maar Italië werd met 3-1 afgetroefd, en in Frankrijk werd op 7 juni van vorig jaar met 3-4 gewonnen. Even stond het 0-3 en vijf minuten later 1-4 na een demonstratie van Eden Hazard.

Vooral die wedstrijd zonder belang aan het eind van een lang seizoen is verantwoordelijk voor het bijna-Oranje voluntarisme – la générosité, aldus Wilmots – waarmee de Rode Duivels en hun supporters naar Frankrijk zijn gereisd. Daarnaast is er onmiskenbaar het aanwezige potentieel. Haast alle Belgische internationals spelen in het buitenland bij topploegen, en wie er nog niet speelt, zal er ooit terechtkomen, alle kritiek op Jordan Lukaku en Thomas Meunier ten spijt.

De druk op Wilmots is groot om met deze buitengewoon getalenteerde selectie voluit voor de aanval te gaan en niet te vervallen in het oud-Belgische afwachtende recept. Verwacht wordt dat hij vanavond toch met een versterkt middenveld met Radja Nainggolan, Axel Witsel en Marouane Fellaini begint. Dat is ook te begrijpen, in het besef dat de verdediging door blessures helemaal is herschikt. Of het wat oplevert, valt nog te bezien. Of Hazard en De Bruyne elkaar niet voor de voeten lopen, ook. En vindt Lukaku voorin zijn weg?

De achttienduizend Belgen, precies een derde van het Stade de Lumières, zullen er niet om malen of het met champagnevoetbal is, als er maar wordt gewonnen. Winst zou de laatste reserves bij de bevolking kunnen wegnemen. Verlies zou nog meer twijfel zaaien dan er al is. Gelukkig is dit geen do or die-wedstrijd, want zelfs verlies heeft niets te betekenen. Hazard: “Dat klopt, maar je start wel liever met een overwinning.”

Nog dit. Dit naar verluidt barslechte Italië, het slechtste ooit, staat twaalfde op de FIFA-ranking en is in die vier jaar Wilmots, na Argentinië op de World Cup, de hoogst geklasseerde tegenstander.

 

Eigen schuld, dikke bult (column)

De reis van Bordeaux naar Lyon verliep voorbeeldig. Vanaf nu gaat het bergaf. Geen rustieke chambre d’hôtes meer waar ze mij de suite gaven omdat ik meteen een week bleef, maar zakenhotels op de middenberm van de ringweg, de rocade. Dinsdag rijd ik terug naar Bordeaux en de verleiding zal groot zijn om te stoppen in Bergerac, Fronsac, Libourne of toch maar weer Saint-Emilion. Of de Périgord, wat is dat een mooie streek. Mijn chambre d’hôtes is volzet met voetbaltoeristen, dus wordt ook Bordeaux bis een rocade- hotel. In Nice zit ik straks in de Novotel Cap 3000, aan de zee. Ik hoop tegen dan op mooi weer want het is hier nog niet veel soeps geweest.

De hele vijfhonderd kilometer door centraal Frankrijk heb ik gedacht aan de ongelukkige Nicolas Lombaerts die vrijdag werd gevraagd zijn biezen te pakken omdat zijn dossier een beetje te veel een item werd in base camp Belgium. Ik stuurde Nicolas een sms’je met de raad om met vakantie te gaan of in zijn nieuwe tuin te werken :-). De inhoud van zijn antwoord loog er niet om, maar het behoort tot het colloque singulier van Groot-Oostkamp.

Het toernooi is begonnen en zoals elk toernooi kan ik niet aan de verleiding weerstaan om ook de pre game notes van Albanië- Zwitserland, het Europees equivalent van Zoetenaaie-Boezinge, he-le-maal uit te pluizen en daarna de klotewedstrijd uit te zitten. Ik heb zoals elke zomer (voor de Tour de France) een tijdelijk abonnement op Le Monde en Libération (la noblesse gauchiste oblige, forcément) en een 4G-abonnement van wel 10 gigabyte. Le Monde en Libé zijn kranten die verder kijken dan hun voetbalneus en dus stond de iPad sinds gisteren niet stil: rellen in de Vieux-Port, deel één, deel twee, deel drie, deel vier.

Ik ben niet zo goed in pronostieken en daar waag ik mij dus niet meer aan, want Frankrijk-Roemenië had ik als saai voorspeld, terwijl het wel degelijk een boeiend kijkstuk werd. Maar dat de Engelsen voor extrasportieve ellende zouden zorgen, had ik juist.

“Traangas, fuckin’ tear gas. Wat hebben we dan gedaan?” Dat vroeg een Engelse hooligan zich in Marseille af. Niks jongen, jullie hebben niks misdaan. Oké, wat terrassen en straatmeubilair vernield, onschuldige omstaanders lastiggevallen, je een delirium gezopen en de boel ondergekotst, wat moslims lamgeslagen, de Fransen uitgelachen omdat IS daar vorig jaar 147 terreurdoden had gemaakt en de Russen geprovoceerd, maar verder hebben jullie je voorbeeldig gedragen.

Resultaat: de Russen antwoordden met nog meer geweld. De balans is vreselijk: mensen die zogezegd naar sport kwamen kijken, hebben geen minuut voetbal gezien en vechten voor hun leven. De Engelse tabloids spreken uiteraard schande: de rellen zijn de schuld van Frankrijk, van de Russen en van de politie natuurlijk. Niet van hun lezers, hoewel die drie nachten op rij de Vieux-Port hebben geterroriseerd. Engelsen en Russen kunnen misschien samen klacht indienen bij een Engelse rechtbank tegen de Franse politie. Die zal worden veroordeeld omdat ze ongetwijfeld ergens een straatje niet te best had afgesloten.

Als het om supportersgeweld gaat, hebben die Engelsen ze toch niet alle vijf op een rij. Laatst werd ik gebeld door de Liverpool Echo omdat ik had durven suggereren dat de 96 doden van Hillsborough in 1989 toch vooral own goals waren van de Liverpool-fans, hoewel een volksjury de politie de schuld had gegeven.

De journaliste werd met de vraag nerveuzer en toen we er niet uitkwamen, stelde ze nog een laatste vraag. Of ik iets te zeggen had aan de slachtoffers. “Neen”, zei ik, “want die zullen mij niet horen, tenzij je ook in dié sprookjes gelooft.” En voor de mensen in Liverpool? Ik werd wat giftig. “Als mijn column helpt om jullie pro-brexit te laten stemmen, be my guest.” Ze schreef alles netjes op, behalve die laatste twee antwoorden zag ik. Een week later sloegen Liverpool-fans in Basel alles wat ze tegenkwamen kort en klein, en vielen ze in het stadion ook nog eens de Sevilla-fans aan. Case proven.

Frank Raes zei bij het begin van Rusland-Engeland dat het in het stadion rustig was, in tegenstelling tot erbuiten. Hij sprak een beetje voor zijn beurt, want na de 1-1 hebben de Russen zich nog eventjes gerevancheerd. Russians are trampling children, tikte het Engelstalig twittervolkje haastig. Tja, wat wil je? Eigen schuld dikke bult, nog maar eens. Geen discriminatie: dat de Russen én de Engelsen er maar snel uit liggen.

Het probleem van mondiale en continentale events is precies dat uitschot dat zich een reisje boekt bij een low cost carrier en er niet om maalt dat ze aan geen wedstrijdticket geraken, of er alsnog eentje te pakken krijgen op de zwarte markt. Eten is niet nodig, want ze hebben een speklaag waar ze weken kunnen op teren. Alcohol is het enige wat ze nodig hebben om te functioneren. En geweld.

De lokale economie vindt het best dat fans komen zonder ticket. Ze omheinen pleinen, zetten grote schermen op, noemen dat fanzones en rekenen woekerprijzen. De lokale horeca klaagt als een café wordt verbouwd, maar doet er alles aan om zoveel mogelijk omzet te draaien. Het is vragen om ellende. Natuurlijk vaardigen de meeste landen gezellige mensen af, ook als ze geen ticket hebben. Maar wie van over de Noordzee komt, of uit het oosten, hangt al te vaak het beest uit. Het wordt tijd dat de UEFA nog eens een voorbeeld stelt en de Engelsen en Russen uitsluit, maar dat gebeurt natuurlijk nooit.

“Dat is geen voetbal, dat zijn geen voetbalsupporters,” zei Wesley Sonck in de late night VRT-show ‘Panenka’. Jammer genoeg is dit wel voetbal, beste Wesley, zijn dat wel voetbalsupporters. Geweld zit in het DNA van voetbal, op en naast het veld. Op het rugby komen evenveel fans af, zijn de tickets nog duurder en toch gebeurt dit nooit.

Dinsdag 14 juni (column na de wedstrijd)

IS HIJ ER TOCH WEER INGETUIND

Zijn we er toch weer ingetuind… Aldus de befaamde commentator Herman Kuiphof nadat Nederland de WK-finale van 1974 had verloren van West-Duitsland. Is hij er toch ingetuind, had Kuiphof gisterenavond rond kwart voor elf gesproken, als hij een Belg was geweest en nog zou leven én de Rode Duivels van Marc Wilmots had gezien tegen Italië.

En hij was nog zo gewaarschuwd, onze bondscoach, maar we zijn toch weer in die val gelopen. Toch weer vervallen in die oude Belgische kwaal van te traag opbouwen, waarna we een klein maar o zo fataal foutje maakten en de tegenstander een doelpuntje cadeau gaven. Wat zijn die Italianen link, maar dat wisten we toch, coach?

Belgique-Italie 0-2, zo stond het na negentig minuten in het indrukwekkende Stade des Lumières in Lyon op de jumbotron na de eerste wedstrijd van idealiter zeven in het toernooi. Een diepe bal van Leonardo Bonucci in de rug van Toby Alderweireld en Laurent Ciman werd perfect aangenomen door Emanuele Giaccherini van Bologna. Courtois was kansloos. In blessuretijd speelden de Italianen de verdediging nog maar eens op een hoopje en maakten het af. De andere wedstrijd in groep H, Ierland tegen Zweden, eindigde op 1-1, waardoor het zaterdag al een beetje erop of eronder is voor de Rode Duivels willen ze hoog eindigen in deze groep.

Het werd een fantastische wedstrijd, de beste van het toernooi tot nog toe, maar de vrees is uitgekomen. De Belgische elf voetbalden de helft van de tijd te traag, over te veel stationnetjes en de Italianen liepen zich in hun 3-5-2 de ziel uit het lijf. Hun belofte dat ze conditioneel in orde waren, hebben ze waargemaakt. Ze liepen samen 10 kilometer meer dan de Belgen en gaven een kwart minder passes. Diepgang en breedte was the name of the game van Conte’s elf en hun andere belofte om de wankele Belgische verdediging onder druk te zetten, kwamen ze ook na.

Wilmots had laten uitschijnen dat hij de Italianen wel eens zou kunnen verrassen. Veel surprises van de chef hebben we niet gezien, of het waren mislukkingen. In de verdediging haalde hij het Spurs-duo Vertonghen-Alderweireld uit elkaar. Hij zette Vertonghen links en Thomas Vermaelen centraal. Rechts stond Laurent Ciman, verdediger van het jaar in de Noord-Amerikaanse competitie. Het bastion bleek een kaartenhuisje. Marouane Fellaini kreeg de voorkeur op Dries Mertens met het oog op duel- en kopkracht.

Een blik op de statistieken van dit toernooi had Wilmots wijzer kunnen maken. Dit wordt het Europees kampioenschap van weinig goals, minder dan twee gemiddeld. Maar toch had hij kunnen zien dat je kansen op een doelpunt aanmerkelijk groter worden naarmate je ballen in het aanvallende derde van het veld krijgt en vervolgens zoveel mogelijk ballen tussen de palen trapt. Italië had er zes tussen de palen, België twee. Samengevat: aanvallen loont.

Een verslag van de wedstrijd kan worden samengevat in één zin: achter haast elke aanval van de Italianen zat een concept, een idee, daar was over nagedacht. Achter de aanvallen van de Belgen zat veel goede wil, erg veel goede wil, maar het waren flitsen in plaats van ideeën. Ook toen een kwartier voor tijd België op volle aanvalssterkte in het veld stond met Divock Origi, Dries Mertens en Yannick Carrasco tussen de lijnen, was het spel al te veel op toeval en powerplay gebaseerd. Ergernis was al in de ploeg geslopen en de defensie stond nog steeds te trillen op de benen.

Bondscoach Marc Wilmots gaat vier moeilijke dagen tegemoet waarin hij met nog meer aplomb zijn punt zal proberen te maken. Misschien dat hij nog eens moet uithalen, de pers nog eens de schuld geven, zoals zaterdag in L’Equipe toen hij zijn slechte relatie met Het Laatste Nieuws ten top dreef. Een behoorlijk contraproductieve demarche, misschien bedoeld om een gemeenschappelijke vijand te creëren? Daar loopt deze groep niet in, want die weten ook dat hun sportieve baas niet uitblinkt als strateeg.

De smeekbedes vooraf aan het adres van Wilmots waren nochtans terecht en vooral oprecht. Waarom geen aanvallende backs? Waarom het Spurs-duo Vertonghen-Alderweireld uit elkaar halen? Waarom Fellaini en geen Mertens of Carrasco? Als je verdediging niet stevig is, waarom niet aanvallender voetballen, Wilmots?

Oké, even met de voeten op de grond: een ramp is deze nederlaag niet. De Nederlanders verloren hun eerste wedstrijd op het EK van 1988 en wonnen daarna alles tot en met de finale. Aanvankelijk had Rinus Michels Marco van Basten op de bank gelaten omdat hij uit blessure kwam. Daarna speelde Van Basten alles en scoorde twee wereldgoals. Omgooien die handel, Wilmots, en snel, want dit was niet te best.

 

De revanche van La France, begin EK in De Morgen van 10 juni 2016

La France op revanche

Het zestiende Europees voetbalkampioenschap wordt vanavond door de thuisploeg afgetrapt in een nooit geziene sfeer van verlammende angst en draconische veiligheidsmaatregelen. Les Bleus zijn favoriet maar Frankrijk is door scha en schande geleerd. Nooit eerder voelde la patrie zich zo beroerd; aan Euro 2016 om les enfants weer blij maken.

Hans Vandeweghe

2015 was een rotjaar voor la douce France en voorlopig hebben ze er weinig redenen om zich in 2016 veel beter te voelen. In januari vorig jaar was er Charlie Hebdo: zeventien doden, plus drie omgelegde terroristen. In november was er de Bataclan en alle andere aanslagen, onder meer bij het Stade de France: 130 doden en 7 zelfmoordterroristen. Dit jaar was er Zaventem en Brussel – en als het bij ons regent, druppelt het in Parijs. Maar ook – van een andere orde – de voortdurende stakingen van links tegen een linkse regering.

Ondertussen verloor Frankrijk onderweg zijn UEFA-voorzitter en legendarisch voetballer Michel Platini, beschuldigd van platte corruptie. Ook dat is van totaal ondergeschikte orde vergeleken bij het voorgaande, maar het speelt mee in de algemene perceptie.

Met dat lijstje geconfronteerd op een bijeenkomst vorig weekend voor buitenlandse pers in Clairefontaine, boog bondscoach Didier Deschamps deemoedig het hoofd. “C’est vrai. We zijn de laatste tijd niet verwend met goed nieuws in dit land. Maar ik ga dit niet gebruiken om te motiveren. De ploeg motiveert zichzelf en weet dat falen geen optie is. Maar euh – “y-a-t’il des belges dans la salle?” – dat land heeft ook zijn deel gehad en toch staan ze hier als zelfverklaard favoriet. Eh bien, het is aan ons om op dezelfde manier te reageren. Voetbal is onlosmakelijk verbonden met de maatschappij, maar als het toernooi eenmaal is begonnen, neemt de sport de bovenhand en vergeten we hopelijk wat er allemaal fout is gegaan.”

IJdele hoop, monsieur Deschamps, een typisch voorbeeld van de struisvogelmentaliteit die topsport eigen is. Uit alle gesprekken met Jean en Jeanette de la Rue blijkt dat het Franse zelfbewustzijn, soms grenzend aan pretentie, een stapje terug heeft moeten doen. On a gagné? Neen. On va gagner? Misschien. On verra bien? Ja. Et on espère, men hoopt dat alles goed gaat.

Eerder deze week overheerste in de Gare de Saint-Jean in Bordeaux vooral gelatenheid bij de vaststelling dat de helft van de tgv’s naar Parijs was afgeschaft. Frankrijk staat stil en kijkt ernaar hoe de zo vaak vervloekte centrumlinkse regering van Hollande uitgerekend door de linkse vakbondsvleugel in een patstelling wordt gedrongen. Dat dit uitgerekend moet gebeuren als miljoenen Europeanen voor het grote voetbalfeest naar la France komen afgezakt. “Eh bien, dat ze er mee leren leven, zoals wij. Het is te hopen dat Alain Jupé president wordt. Die heeft Bordeaux getransformeerd tot deze prachtstad en dat mag hij ook met Frankrijk doen.”

Divers, maar niet ‘bruin’

Op 1 juni leek het heel even of ook Les Bleus, inmiddels veilig in hun Euro-bubbel, in de malaise zouden delen. Die dag stond in de Madrileense sportkrant Marca een interview met de thuisgelaten international Karim Benzema. De teneur loog er niet om: “Het heeft er alle schijn van dat Didier Deschamps zich heeft laten beïnvloeden door een deel van de Franse bevolking die duidelijk racist is. Het is toch geen toeval dat de banlieues (de achtergestelde voorsteden, van Parijs en andere grootsteden, met veel migranten, HVDW) niet zijn vertegenwoordigd in de nationale ploeg, uitgerekend nu het Front National hoogdagen beleeft?”

Frontvrouw Marion Le Pen had het interview eerder gelezen dan de bondscoach en zich blauw geërgerd aan zijn uitlating dat hij dan misschien beter voor zijn ‘echt land’ Algerije moest gaan spelen, want Frankrijk was toch maar zijn sportief adoptieland, aldus Benzema. “Een schande”, tweette Le Pen, “geboren en gevormd in ons land is hij nu een multimiljonair die op Frankrijk spuwt.”

Het spel zat op de wagen en Didier Deschamps verslikte zich in zijn koffie in zijn Oostenrijkse afzonderingsoord in het Stubai-dal. In allerijl werd de communicatiecel bij elkaar geroepen en werden de draaiboeken crisiscommunicatie geraadpleegd. Iets later die dag bleek dat de selectie een vleesgeworden crisiscommunicator in huis had. Het was toevallig die dag de beurt aan de Bayern-supersub Kingsley Coman om de pers te woord te staan. Hij kreeg de vraag of hij de propos van Benzema had gelezen. Jawel, zei Coman, en haalde in zijn eentje de angel uit het hele verhaal. “Hoezo, de banlieues niet vertegenwoordigd. Waar komen ik en die andere donkere jongens dan vandaan? C’est du grand n’importe quoi!”

De Franse selectie telt 23 spelers, van wie er dertien een kleurtje hebben anders dan blank. Alleen Adil Rami is van Noord-Afrikaanse origine en Dimtiri Payet van West Ham komt van La Réunion. Alle elf anderen hebben Afrikaanse roots. Karim Benzema is overigens niet geselecteerd omdat hij in verdenking is gesteld in een zaak waarbij hij zou hebben deelgenomen aan afpersing van collega- international Valbuena, van wie een sekstape zou circuleren. Die twee kunnen nooit meer door één deur en dus ook niet meer in één ploeg. Later kwam Benzema met dank aan hele foute vrienden ook nog zijdelings in opspraak in een grote drugshandel.

Genoeg redenen om hem thuis te laten, hoe getalenteerd ook. Coman had gelijk: het was ook grote onzin, een typisch voorbeeld van slachtoffercultuur maar wat kwam het Deschamps en co. verdomd goed uit dat in de laatste oefeninterland tegen Schotland de (blanke) Arsenal-spits Olivier Giroud vlot scoorde. Bondscoach Didier Deschamps had eindelijk eens een goeie nachtrust na die wedstrijd en thuis meldde men hem dat ook alles oké was. Rond de affaire-Benzema hadden onverlaten zijn huis met graffiti besmeurd. Hij dacht toen wat veel coaches denken: is het dat allemaal wel waard?

Fiasco van Knysna

De geschiedenis zal het uitwijzen of het de ellende waard was. Met de Franse nationale voetbalploeg is het op een groot toernooi vaak alles of niks. Op de laatste World Cup van 2014 in Brazilië viel de kwartfinale tegen latere wereldkampioen Duitsland al bij al nog mee. Bij Euro 2012 werd ook de kwartfinale gehaald.

 

De twee toernooien daarvoor gingen onherroepelijk de mist in, want dat is een constante bij de Fransen: als het mis gaat, gaat het meteen goed mis. Op Euro 2008 werden de Fransen laatste in hun groep, onder meer na een 4-1-nederlaag tegen Nederland. De World Cup in 2010 in Zuid-Afrika was een nog grotere afgang en staat in het collectief geheugen van de Fransen gegrift als een horroreditie. In een niet eens moeilijke groep met Uruguay, Zuid-Afrika en Mexico slaagden les Bleus er in om maar één keer te scoren en één puntje te halen. Ze werden kansloos uitgeschakeld.

Dat toernooi is inmiddels bekend als het fiasco van Knysna, genoemd naar het Zuid-Afrikaanse basiskamp van de nationale ploeg. Spits Nicolas Anelka zou de bondscoach, toen Raymond Domenech, hebben uitgescholden voor enculé en nog wat fraais. Dat gebeurde in een kleedkamer, maar verscheen een dag later in de pers. Anelka werd door Domenech naar huis gestuurd, waarop de selectie in staking ging. Honteux, schreeuwden de Fransen, weer eens aangevuurd door het Front National, niet het minst omdat Anelka ‘een zwarte met te veel praatjes’ (functioneel journalistiek woordgebruik) was. Anelka had ook veel praatjes, maar Domenech was gewoon een zwakke bondscoach. Bij deze World Cup steunt hij overigens de actie ‘Je ne supporte pas les bleus’, een campagne tegen huiselijk geweld. En hij analyseert wel eens een wedstrijd, maar niemand die luistert.

Ramadan

Frankrijk hoopt. President François Hollande ook. Hij weet dat een sportieve triomf en het daarmee verbonden gestegen bruto nationaal geluk afstraalt op de regering. Vorige week kwam hij Les Bleus uitzwaaien en sprak de woorden: “Afspraak op het Elysée op 11 juli.” Elf juli is de dag na de finale. Frankrijk heeft de geschiedenis tegen, maar tegelijk ook mee. Een organiserend land wint hoogstzelden een eigen toernooi. Sinds het EK met een finaleronde wordt afgewerkt (vanaf 1980) zijn achttien EK- en WK-eindrondes gespeeld en daarvan zijn er slechts twee door het organiserend land gewonnen. Twee keer was dat Frankrijk: in 1984 met Platini als sterspeler een Europese titel en in 1998 met Zinédine Zidane de wereldtitel.

Meer nog dan op sportief succes hoopt Frankrijk op een toernooi zonder incidenten. In de eerste plaats geen gedoe met dolgedraaide fans – de Engelsen zijn uiteraard de Hunnen met dienst voor wie men niet onterecht het meest bevreesd is – en ook niet met terreur. In alle stilte hoopt men dat tijdens de ramadan niet alleen wordt gevast in de eetkamer, maar ook in de achterkamer waar bommen en ander tuig worden vervaardigd.

Alleen is op 6 juli de ramadan afgelopen en dan worden nog drie wedstrijden gespeeld, waaronder de finale in het Stade de France in Saint-Denis, dat ook al onder vuur lag op 13 november van vorig jaar. Het gevaar komt evenwel uit alle hoeken, en niet alleen uit die van IS en co., zoals nog is gebleken met het onderscheppen aan de Oekraïense grens van het voor Franse fascisten bedoelde wapenarsenaal.

Zeven miljoen bezoekers, van wie twee miljoen in de tien stadions en de rest op honderd andere te beveiligen plaatsen, dat is niet zomaar te controleren. In de stadions en fanzones zijn tienduizend privébewakers actief. Daarbuiten zijn 70.000 professionele ordehandhavers van dienst. De nationale interventietroepen RAID en GIGN hebben rond elk stadion hun eigen beveiligde perimeter van waaruit ze met drones en ander gesofisticeerd tuig onze veiligheid in de gaten houden.

Het is een groot geluk bij een ongeluk voor de organisatie en voor Frankrijk dat dit het eerste EK is waarbij de UEFA een joint venture heeft aangegaan met het gastland en zelf 95 procent inbrengt in de daartoe opgerichte tijdelijke vereniging. De UEFA is een rijke bond die in de nasleep van de corruptieaffaires van de voetbalbobo’s ook van zijn pluimen heeft gelaten. Er zal op geen euro worden gekeken om via een vlekkeloos Europees kampioenschap het blazoen wat op te smukken.

Maar wat is een goed Euro 2016? Laten we het houden op een Euro 2016 zonder rellen, zonder aanslagen, met goed voetbal, en met Frankrijk dat zoals op 7 juni van vorig jaar de finale van België verliest met 3-4.

De Sportzomer, week 1, vanuit Bordeaux in De Morgen van 7 tot 11 juni 2016

DINSDAG 7 juni

BORDEAUX EST PRÊT,

NU DE RODE DUIVELS NOG

In afwachting van de landing van de Rode Duivels vanavond hebben wij de streek verkend. Bordeaux weet u liggen, daar in het zuidwesten van Frankrijk? Bordeaux is bekend van de wijn die links (médoc, margaux en co), rechts (saint-émilion) of ten zuiden (sauternes) van de stad de duurste wijnen in de wereld oplevert.

Die wijn is overigens niet de reden dat Bordeaux zo’n mooie stad is waar de 17de- en 18de-eeuwse rijkdom van afspat. Die pracht en praal heeft zijn oorzaak in de historische havenfunctie van Bordeaux, dat zich had gespecialiseerd in de slavenhandel en de import- export van door slaven geteelde producten uit de overzeese gebieden.

Die wijn is ook niet de reden dat de Belgen Bordeaux hebben uitverkoren als basiskamp. Een keuze waarin zelfs de meest kritische geesten onder de media zich kunnen vinden, hoewel Rode Duivels-volgers slechte herinneringen hebben aan de stad. Op de World Cup in 1998 leidden de Rode Duivels in een toen bloedheet Bordeaux met 2-0 bij de rust tegen Mexico, om uiteindelijk maar 2-2 gelijk te spelen. Dat puntje kostte hen de kwalificatie.

Maar we waren de streek aan het verkennen. Zeven kilometer ten noordwesten van Bordeaux ligt Le Haillan, een net slaapstadje. In Le Haillan heeft de plaatselijke voetbalclub van Les Girondins de Bordeaux een kasteeltje omgebouwd tot administratief centrum van de club, inclusief jeugdschool en ontelbare voetbalterreinen in alle mogelijke maten en aankledingen. Daar zullen de Belgen trainen.

Check Le Haillan.

Haast alles was klaar om vanaf morgen de meute perslui die de Rode Duivels volgt te ontvangen in het Jupiler Press Center. We hebben onze lunch al voor 5 juni moeten reserveren voor 8 juni, zo gaat dat nu eenmaal in Frankrijk. Ook het oefenveld lag er tiptop bij.

De streek ten noordwesten van Bordeaux stond vroeger vol met druiven – voor de wijn, we zijn tenslotte in Bordeaux – maar de stad breidde zich alras uit en de wijn is in de rand van Bordeaux verdwenen. De mooie en naar Franse normen kraaknette dorpen zijn gebleven. Nog eens een tiental kilometer verder naar het noordwesten, maar dan al in de dennenbossen, ligt Le Pian-Médoc. Dat is een onooglijk dorpje met een van de bekendste golfterreinen van Frankrijk, le Golf du Médoc. Daar in het Resort Hotel & Spa Golf du Médoc van Sofitel zullen de Belgen hun intrek nemen.

Check Le Pian-Médoc.

Gisteren zijn we daar even langs gereden op de fiets. De bladblazers en hogedrukreinigers bereidden de komst van onze tricolore keurtroepen voor. Het hotel heeft maar vier sterren en dat zijn onze miljonairs niet meer gewend, maar het is niet bepaald een plebejisch onderkomen, verre van zelfs. Het is rustig, het is ver van alle vertier, om de muur te doen zal een golfkarretje niet volstaan en – belangrijk – het is te beveiligen tegen gevaarlijke individuen als journalisten en supporters. Ik ben er nu geweest op de koersfiets, maar vanaf vanavond mag dat niet meer.

Neen, misschien weet Marc Wilmots niet goed wie Hazard waar heeft gezet – hijzelf of Eden zelf – of wie nu voor het slot op die verdediging moet zorgen en wie naast Lukaku in de spits goals moet maken, maar van logistiek heeft hij duidelijk kaas gegeten. De Belgen slapen goed, trainen straks goed (althans op een goede plaats) en zijn in een wip op l’Aéroport de Bordeaux-Mérignac, ook ten westen van Bordeaux.

Wilmots kent de streek. Hij speelde in 2000-2001 38 wedstrijden voor Les Girondins en scoorde elf keer, alvorens naar Schalke te verkassen. Wilmots was de vierde Belg, na Enzo Scifo, Patrick Vervoort en Gilbert Bodart. Toen hij er voetbalde, kocht hij een huis in de bossen van Saint-Aubin de Médoc dat hij nadien niet verkocht en aanhield als vakantiehuis.

Ook het Nouveau Stade de Bordeaux, waar de Rode Duivels volgende week zaterdag om 15 uur tegen de Ieren hun tweede wedstrijd spelen, ligt strategisch goed. Dat stadion heet overigens Stade Matmut, genoemd naar een mutualiteit. Het Bond Moyson-stadion, als u het wilt vertalen naar de Belgische situatie.

Check Le Nouveau Stade.

Het afhalen van de accreditatie verliep van een leien dakje, hoewel men moeilijk deed over de ‘h’ in Ghent dat ik bij birth place had ingevuld, terwijl op mijn identiteitskaart wel degelijk Gent stond. “Ik vrees dat ik u misschien niet zal kunnen accrediteren”, probeerde een aardig meisje. Waarop ik, vele oorlogen gestreden met dat soort volk dat altijd vervelend moet doen, voor mijn doen uitzonderlijk rustig bleef en zei: “Probeer het misschien nog eens en dan zal het wel lukken. En anders roept u maar uw baas.” En kijk: het lukte zowaar.

Check Bordeaux.

Ook Bordeaux is klaar. De fanzone op de Place de Quinconces, het grootste stadsplein van Europa beweren ze hier, is ook zo goed als klaar. Mij lijkt het wat groot en moeilijk te beveiligen, of zien we nu spoken? Wales speelt zaterdag tegen Slowakije en zelfs als alle inwoners van die twee landen naar de oevers van de Gironde afzakken, zal er nog plaats zijn. Later in de week speelt Oostenrijk tegen Hongarije en volgende week dan België-Ierland en Spanje-Kroatië. Ze krijgen hier ook nog één kwartfinale, maar die is niet bekend.

 

Tussentijdse check Rode Duivels.

Iets minder oké. Dit is samengevat de stand van zaken die u hiernaast uitgebreid leest: Wilmots zegt dat hij de baas is, maar op het veld doen de spelers hun goesting. Het is bij de nationale ploegen nooit anders geweest en we hebben ook nooit iets gewonnen, maar deze keer wordt het anders. Hoe dan wel, valt nog te bezien en zal u bij leven en welzijn, met af en toe een glas wijn ter ondersteuning, uitgebreid kunnen lezen in deze kolommen.

WOENSDAG 8 JUNI

VAN DE LINKERTEEN

EN DE RECHTERSCHEEN

 Er zou EK-koorts in het land zijn, las ik op de frontpagina van deze krant. Dat is dan alvast één voordeel van niet in hét land te zijn, en voorlopig het enige. Hier in Le Taillan – mijn hoogstpersoonlijke uitvalsbasis is de B&B van het Domaine de Ginouilhac, een aanrader – is van koorts geen sprake. De doos Dafalgan Forte die ik daags voor afreizen heb gekocht, is onaangebroken. Ik eet goed, ik slaap goed, ik ga goed naar het toilet, en dat allemaal op kosten van de baas, wat moet een mens meer? Goed schrijven allicht; de juiste afstand bewaren maar toch weer niet te ver en zeker niet te dicht, far from the maddening crowds.

Het is hier rustig. Hoewel, volgende week zouden nog wat Ieren komen en dat geeft wel koorts bij de mevrouw van de B&B die mij tot haar afgrijzen hoorde beweren dat ze geen woord zou snappen van die Ieren. Laat staan van de Oostenrijkers, die ook volgende week hebben geboekt.

Gisterenavond zijn de Rode Duivels geland op Mérignac, de luchthaven ten westen van Bordeaux, en op de tarmac stond hun bus klaar om per direct naar het afzonderingsoord in Le Pian-Médoc te worden gebracht. Althans, dat vermoed ik, want ik was er niet bij. Ik zat toen voor een journalistieke tapering op het terras van La Corniche naast la dune de Pyla, volgens veel gidsen het mooiste terras van Frankrijk naast de grootste duin van Europa. Ik had de iPad mee met daarop veel digitale lectuur en ook nog enkele klassieke papieren dragers van informatie.

Euro 2000 in eigen land niet meegerekend is dit mijn eerste EK voetbal sinds 1988, dat ik toen volgde voor Knack. Ik zag Nederland verliezen in Keulen van Rusland in de eerste wedstrijd. Maar ik zag ook Nederland later winnen van Ierland en vooral van Duitsland en ik was in Amsterdam het weekend van de finale, toen Rusland wel werd geklopt. Een dag later stond ik op het Museumplein voor het grote feest. Om meerdere redenen was dat voor de rest mijn leven een bepalend weekend.

Ik herinner mij van 1988 vooral de spanning die er rond het Nederlands elftal hing. Captain Ruud Gullit en bondscoach Rinus Michels hadden een gemeenschappelijke vijand voor het team gecreëerd: de bobo. Op dat toernooi is door Ruud Gullit de term bobo – een afkorting van BOnds-BOns – uitgevonden. Dat zegt men, maar ik heb bij het onvolprezen Sport International nog heel kort samengewerkt met de ook al onvolprezen Joop Niezen en die beweert dat hij al halfweg de jaren 70 bobo voor het eerst heeft gebruikt in een verhaal in Voetbal International.

Eergisteren heb ik een visje gegeten met zo’n bobo en dat viel best mee. U moet niet altijd alles geloven wat in de gazet staat over bobo’s, ook niet in deze gazet. Enkele (meestal verkozen) uitzonderingen niet te na gesproken, zijn bobo’s vandaag hoogst competente professionals die weten dat ze in de schaduw opereren en de hoofdrol aan het sportieve moeten laten. En dat de voetbalbond financieel slecht zou boeren, heeft u vast ook gelezen. Ook dat is niet de hele waarheid, maar halve waarheden komen de bron ongetwijfeld erg goed uit.

Samengevat: behalve wat binnen de contouren van deze rubriek staat uiteraard, moet u niet alles geloven wat u zult horen of lezen over dit Europees kampioenschap. Ik voorspel een overkill aan analyses, aan samenzweringstheorieën, aan kleine dingen die mythische proporties zullen aannemen, aan ergernis heen en weer. Dat alles voor een simpel spel waarin maar één voorspellende factor is van wie wint: het aantal keren dat je op het doel schiet en binnen het doelkader. Tot die ene statistiek is voetbal te herleiden, maar daar heb ik het later nog wel eens over.

Vandaag trainen de Belgen in het oude stadion van Bordeaux, het Chaban-Delmas. En daarvoor worden speciale accreditaties uitgereikt, want de organisatie verwacht een toevloed aan geïnteresseerden en in haar obsessie om elke beweging van de linkerteen van Hazard en de rechterscheen van De Bruyne te verslaan, zal ook de Belgische pers massaal aanwezig zijn.

Massaal is een behoorlijk understatement. Ik vroeg aan de bobo van het visje of er een persdiner zou zijn, want dat herinner ik mij van vorige gelegenheden. Hij vroeg of ik een tip had, waar hij een restaurantje kon vinden voor meer dan honderd man. Ik herinner mij een trip in 1993 naar Wales, met de Rode Duivels. Wij zaten samen in het vliegtuig met de ploeg. Er waren hoop en al vijftien journalisten mee en dat in een tijd dat er nog tien verschillende (en niet vier zoals vandaag) grote krantengroepen waren in België.

Ik zat op het vliegtuig geprangd tussen de tv- en radiocoryfeeën Rik De Saedeleer en Jan Wauters die mij op de heenreis de tactische ins en outs van de ploeg uit de doeken deden en mij op de terugreis kapittelden omdat ik niet had meegedaan met de bashing van Philippe Albert die een foutje had gemaakt, waarna drie stationnetjes later een doelpunt was gevallen op een vrije trap.

Journalisten in den vreemde hebben de neiging samen te klitten, alles dood te analyseren en elkaars theorieën te besnuffelen. Dat zal hier niet anders zijn, behalve dat ik het gevoel heb dat er deze keer een vreselijk opbod zal ontstaan tussen de verschillende mediagroepen. Waar een week geleden Italië nog het kreupele broertje was, is het nu opgestaan. En waar wij vorig week nog het EK zouden winnen met één been achter oren en de vingers in de neus, is de jonge grote voetbalnatie der Belgen ongerust.

Laat u niet gek maken. Zo zijn onze problemen verwaarloosbaar vergeleken met die van Frankrijk. Hun mascotte Balthazar – de haan die anders altijd aanwezig is samen met zijn baasje Clément d’Antibes – mag van de UEFA het stadion niet binnen. Dat is pas zorgwekkend nieuws.

 

DONDERDAG 9 JUNI

CRU BOURGEOIS HASPENGOUW

De Apocalyps lijkt nabij. Gisteren kregen we het dwingende advies om minimaal één uur voor het begin in het stade municipal Chaban- Delmas aanwezig te zijn. Voor een training, godbetert. We kregen zelfs een persticket en een persparking. Oké, het was een ‘open’ training en er zouden 20.000 gekke Bordelezen op afkomen.

Monsieur Marc Wilmots werd door de speaker tot drie keer toe bedankt en zo werd de training ook een beetje een huldebetoon aan dat ene jaar dat onze keuzeheer voor de plaatselijke Girondins voetbalde, en daar zal hij geen bezwaar tegen hebben gehad. Hij waakte hoogstpersoonlijk over de kwaliteit van de training en liep licht gebogen over het veld als een ploegbaas in zijn fabriek. Wilmots quoi.

Twintigduizend Bordelezen hebben we niet geteld, het waren er misschien de helft. Twintig- of tienduizend, dat maakt niet uit, er waren ook hele redacties afgevaardigd om te zien in welke bezetting de Rode Duivels zouden evolueren in het te verwachten onderlinge partijtje. Beneden stonden de 400- en 600-millimeterkanonnen van Nikon en Canon in slagorde opgesteld, in de hitte wachtend. Te vrezen valt: op een calamiteit.

Dat was al de tweede training gisteren, wat trainingstechnisch een beetje vreemd kan overkomen aan het eind van een zwaar seizoen op een paar dagen voor een wedstrijd, maar dat soort rariteiten zie je wel meer in het voetbal. De eerste training heb ik gemist omdat – eerlijk duurt het langst, want zoiets komt toch uit – een afspraak voor een bezoek aan het Château de Croizille in Saint-Emilion niet nog een keer kon worden verschoven.

Het werd een vruchtbaar bezoek. Château de Croizille had een actie: drie kopen en zes krijgen, ook voor de uitzonderlijke millésimés van 2005, 2009 en 2010. Het is 2005 geworden, direct op dronk.

Het domein is bovendien eigendom van de familie De Schepper van Rabotvins uit Gent, wat een band schept, en onze eigenste Dirk Rodriguez van het onvolprezen DM.vino had mij daar naar binnen geloodst. Enfin, ik troostte mij met de gedachte dat La Croizille een bewezen saint-émilion grand cru is, terwijl de Rode Duivels hooguit aanspraak kunnen maken op de classificatie cru bourgeois in Haspengouw. De upgrade van onze nationale elf, meteen naar premier grand cru classé, is gepland voor dit toernooi.

Ik heb – maar dat wist ik op voorhand – niks gemist. Het is te zeggen, ik heb gemist dat de als streng gepercipieerde do’s en dont’s voor de media nog wat zijn aangescherpt. Spelers die zich naar het spreekgestoelte begeven na een training – twee of drie per training – mogen niet worden aangesproken vóór ze hebben plaatsgenomen voor de sponsorborden. Dat de pers niet echt klaagt, is in hoofdzaak te wijten aan het onderkomen dat de voetbalbond in samenspraak met Jupiler in Le Haillan bij het trainingsveld heeft opgetrokken. State of the art, zonder meer. Ruimte zat, drank à volonté, betaalbaar eten en een stoeltje voor iedereen die dat wil. Het is voor de media zoals voor de Rode Duivels zelf: aan de logistieke randvoorwaarden zal het niet liggen als er niet wordt gepresteerd.

De af en toe gesloten training – maar deze ochtend is die alweer open – wekt lichte ergernis op en die zal toenemen naarmate de resultaten achterwege blijven. Gesloten trainingen zijn minder vreemd dan ze lijken. De meeste teamsporten, per definitie tactische sporten, sluiten hun training af voor het publiek en voor de pers. Het Belgisch voetbal liep wat dat betreft een beetje achter. Nog niet zo heel lang geleden was het zelfs usance in onze regio om alles open en bloot te trainen, wat slimme trainers ertoe bracht om een spion naar de training van de aanstaande tegenstander te sturen. Dat is allemaal verleden tijd.

Belgen zijn doorgaans nuchtere mensen en dat geldt ook voor voetballende Belgen, zelfs al verdienen ze per week het jaarsalaris van een kaderlid in een groot bedrijf. Belgen hebben ook de gezonde eigenschap om zich onzichtbaar te maken als het kan en te tonen als het moet. Daarom is het zo ontstellend verbazingwekkend wat die Marouane Fellaini met zijn haardos heeft uitgevreten. Is er dan echt niemand in zijn entourage die hem kon adviseren met een simpel “Neen Marouane, Carlos Valderrama imiteren, is echt niet oké. Niet doen, niet kleuren, die kroeskop gewoon zwart laten.”

Als incontournabele spelers als De Bruyne of Hazard zoiets zouden doen (maar die doen dat niet), lopen ze minder risico dan een omstreden figuur als Fellaini, die zowel bij zijn Manchester United als bij de Rode Duivels als een breekijzer wordt gebruikt, voortaan dus een geblondeerd breekijzer. Waarlijk, het is geen gezicht.

Volgens het Zwitsers onderzoeksbureau CIES Football Observatory zou de Belgische nationale ploeg 550 miljoen euro waard zijn op de transfermarkt. We zouden daarmee het vijfde team van Euro 2016 zijn. Engeland staat op één en zou 751 miljoen euro waard zijn, maar dat komt vooral omdat goede spelers met een Engels paspoort een schaars goed zijn. Frankrijk, Spanje en Duitsland zijn twee, drie en vier. Eden Hazard zou onze duurste speler zijn en de vijfde duurste van Europa met een waarde van 78 miljoen euro. Als de mannen van CIES Fellaini hebben gezien, vallen we gegarandeerd uit de top tien.

Ten slotte was de training van gisterennamiddag maar goed voor één vaststelling en die zal tot en met zaterdag de talk of the town zijn onder de Belgische volgers: de toekomst van Nicolas Lombaerts bij deze selectie ziet er niet rooskleurig uit. Gisteren trainde hij bij het één-keer-tikken-in-kleine-ruimte met een blauw shirt, als enige. Hij was de passe-partout met dienst.

Zonde. Eerst moest mijn voornaamste dorpsgenoot zo nodig trainer van Club Brugge worden, een andere was al geen international meer, onze nieuwste bekende dorpsgenoot moest een paar weken geleden al afhaken en aanstaande dorpsgenoot Nicolas Lombaerts dreigt nu ook te worden gecut. Groot-Oostkamp had even een centraal duo in de verdediging; nu rest er alleen nog een journalist.

 

VRIJDAG 10 JUNI

MARC ‘SCHEISSEGAL’ WILMOTS SUPERSTAR

Hoe het gaat? Prima. De dag van gisteren in het leven van uw Rode Duivel-volger verliep als volgt. Ontbijt om half negen. Om half tien de fiets op en 5,74 kilometer per racefiets naar het oefencentrum van La Haillan afgelegd. Ter plekke de fiets vastgelegd aan de mountainbike van een heel aardige collega van de andere mediagroep en dan twee uur naar de training gekeken, ook met de collega’s. Vervolgens een uur persconferenties gevolgd. In wezen interesseren die mij niet, maar ik heb alle begrip voor wie dat verplicht wel interesseert.

Daarna 14 euro betaald voor de lunchbox en vastgesteld dat er een Grieks slaatje en een broodje rosbief in zat, plus het chocodessertje en een appel die op de terugweg uit mijn rugzak is gevallen op een rotonde, waarna de appel is overreden. Het was een uit Zuid-Afrika geïmporteerde appel met een gigantische ecologische voetafdruk, wat het net even iets minder erg maakt. Daarna op de fiets terug naar mijn eigen oefencentrum in Le Taillan, alwaar ik meteen in het zwembad ben gaan liggen en daarna het stuk heb getikt dat u vooraan in de krant heeft gevonden.

Het was dan al 17 uur en tijd voor de pauzeknop en een hernieuwde plons. Het water was 28 graden en dat ik er gisteren bij het oprollen van het afdekgordijn een stinkende dooie pad heb uitgehaald, dat heb ik even uit mijn geheugen moeten verdringen. Om half zes ben ik aan dit stukje begonnen. Ik begin stilaan zin te krijgen in dit Europees kampioenschap. Oké, een journalistiek feest is het niet, maar die surrealistische taferelen boeien wel. Speler A komt ‘beuh’ zeggen. Speler B komt ‘beuh’ zeggen. Speler C komt ook ‘beuh’ zeggen. Dat zijn door de bond geselecteerde spelers. Gisteren waren dat er drie van wie ik denk dat geen enkele zal starten, maar zoals u al hebt gemerkt, ben ik geen insider.

Lombaerts’ hijs

De enige speler voor wie ik wel nog eens wil gaan zitten, zal nooit mogen komen. Dat is natuurlijk mijn aanstaande buurman Nicolas Lombaerts, over wie u wellicht heeft gelezen dat hij scherp heeft getraind en van wie de perceptie is ontstaan dat hij onvrede heeft over zijn rol als gedoodverfde afvaller. Ik heb hem ook Michy Batshuayi een hijs zien geven, maar misschien was hij wel gewoon te laat. Dat zouden we hem moeten kunnen vragen en dan zou ik hem meteen kunnen vertellen dat het met zijn huis in aanbouw goed opschiet.

Vroeger, zo zei een collega die al van 1994 met de Rode Duivels op pad is, waren er twee persconferenties per dag en kwamen alle spelers. Tenzij ze boos waren. Dan kwamen ze een paar dagen niet. Vroeger kon je alles vragen. Vandaag ook nog, maar ze antwoorden niet altijd, of ze draaien rond de pot. Al leken Yannick Carrasco, Moussa Dembélé (wiens dorst ik heb gelest door hem een flesje water toe te werpen) en Thomas Meunier mij wel stuk voor stuk potentieel heel interessante gesprekspartners. Keurig taalgebruik, correcte vervoegingen, correcte betrekkelijke voornaamwoorden, toch een heel verschil voor iemand die ooit nog Luc Millecamps als international op café in Zulte heeft geïnterviewd.

Na die drie spelers verscheen de bondscoach. Ik heb Marc Wilmots twee keer geïnterviewd en ontelbare keren opgevoerd in columns. Het onvolprezen Gopress meldt mij onder meer een column met het veelzeggende kopje ‘Neanderthalerbal’. Dat was toen hij de prijs kreeg van beste Belgische voetballer in het buitenland. Ik kan het niet helpen dat ik elegantie een voorwaarde vindt om een voetballer goed te vinden, al wil ik daar voor Wilmots XXL, beter bekend als Fellaini, weleens een uitzondering voor maken.

Mijn laatste interview met Wilmots dateert van voor hij bondscoach was. Hij was net senator af – het geld dat hij daar had verdiend, ging naar een goed doel. Chapeau – en had ook net zijn Pro Licence gehaald in Keulen en Bordeaux, waar hij – zo vernamen we toen in 2007 – nog steeds een huis had. Hij praatte zonder remmingen, maar hij was toen ook analist, en dat helpt.

Gisteren op de persconferentie viel hij erg mee. In zoverre zelfs dat ik zal proberen om elk optreden van ‘de Willie’ bij te wonen.
Stel je hem een vraag, dan antwoordt hij. Stel je hem een rare vraag, dan vraagt hij waarom je dat vraagt, en antwoordt hij ook. Het overkwam gisteren een man van de NOS, ik meende Bert Maalderink te herkennen. Of hij ook spanningen had met analisten, zoals de Nederlandse bondscoach die gewoontegetrouw heeft. “Neen, ze schrijven en zeggen wat ze willen. Ik ben ook analist geweest. Niet lezen, niet luisteren, vooruit kijken en het belang van de ploeg voorop stellen.”

Frexit

Ten behoeve van een Duitstalige journalist ging hij naadloos over in Duits, net als zijn Nederlands een heerlijke mix van alle moderne en antieke Germaanse talen die tussen de Krim en de Noordzee worden gesproken. Hij verknoeide zelfs een goed antwoord voor de tv door er ergens de volkse uitdrukking “das ist mir scheissegal” – het kan mij geen kloten schelen – tussen te gooien. Dat kan bij de immer keurige Duitsers vast niet op het scherm.

Zijn optreden duurde een tiental minuten en had een veel hogere amusementswaarde dan dat van de drie spelers voor hem. Daardoor sta ik nu helemaal achter Marc Wilmots. Ik wil best de analisten geloven die zeggen dat hij niet genoeg traint op offensieve looplijnen en het blok middenveld-aanval, maar zijn rechttoe rechtaan stijl maakt veel goed. Voorlopig is Wilmots de ster van deze ploeg.

Wie zal het EK winnen? Ik denk Spanje. Wie zal ontgoochelen? Ik denk Frankrijk, waarna het land een frexit overweegt. Wie gaat verrassen. Ik hoop IJsland. De Rode Duivels? Kwartfinale. Vanavond begint het met Frankrijk tegen Roemenië. Slaapverwekkend saai, daar kunt u gif op innemen.

 

ZATERDAG 11 juni

HET DILEMMA VAN DE RARITEIT

Met op de achtergrond de internetradio op Radio 1, met allemaal Franse chansons, is het wegdromen. Voor het eerst een beetje slecht geslapen. De schuld ligt bij een lange piekerfase rond 2 uur. Ik kreeg Nicolas Lombaerts niet meer uit mijn hoofd en hoe dichter het uur U nabij kwam – hier l’heure H – des te nerveuzer ik werd.

Over zijn lot is beslist, hoor ik nu net tussen France Gall en Claude François. Geen van zijn collega’s heeft donderdagnacht een been verloren en dus is hij gisteren naar huis vertrokken. Het was een complexe zaak waar het laatste woord niet over is gezegd. Lombaerts is na zijn seizoenseinde bij Zenit iets vroeger komen aansluiten dan voorzien. Een beetje met tegenzin, want hij rekende erop om nog wat te kunnen recupereren/revalideren thuis om dan op de afspraak te verschijnen, maar de staf wilde hem sneller in de buurt. Omdat hij niet voluit kon trainen, werd een MRI genomen en op basis van die MRI besloot het medisch compartiment dat minstens drie weken revalidatie nodig waren om het scheurtje te laten genezen.

Lombaerts zelf dacht dat het sneller kon gaan en dat hij fit zou zijn tegen het begin van het toernooi. Eergisteren leverde hij daarvan het bewijs, maar dat is een impressie met een flinke slag om de arm. Voor hetzelfde geld kon hij gisteren zijn bed niet uit zonder een overdosis Diclofenac en een maagbeschermer, maar dat is niet meer te checken sinds het spelershotel een no-gozone is.

In voetbal is subjectiviteit de norm, uit traditie en door gebrek aan objectieve data. Als er dan eens een objectief gegeven als een scan beschikbaar is, kun je de staf niet verwijten dat ze daarop afgaan. Het zou belachelijk zijn als je eerste twee orthopedisten – samen
28 studiejaren – meeneemt om vervolgens hun advies in de wind te slaan. Anderzijds was Lombaerts geen risicopatiënt zoals die ene collega-Rode Duivel die zelfs met een gebroken been nog zou spelen.

Door Lombaerts te degraderen tot reservejoker is Wilmots nu zijn enige centrale verdediger kwijt van wie hij weet dat hij altijd zijn job doet, met uitzondering van die ene keer in de Champions League tegen Laurent Depoitre en AA Gent. Waarvoor alsnog dank.

Nicolas is 31 jaar. Dan wil je geen groot toernooi meer missen en al helemaal niet als je voor het eerst uitzicht hebt op een onbetwiste basisplaats.

Ach, het is allemaal praat na de vaak en bij mij speelt ook enige jaloezie. Gisteren was Lombaerts al in ons beider Hertsberge, at hij misschien een visje op het terras van ’t Boshuis, deed hij een klapke met de Georges (L., ex-bondscoach) terwijl ik dit weekend en de komende twee weken als een razende tussen Bordeaux en Lyon en tussen Bordeaux en Nice pendel.

Ik moet maandagavond in real time een stuk tikken over de wedstrijd tegen Italië en als ik daaraan denk, protesteren de darmen nu al. Het gebrek aan objectieve criteria om een sportprestatie te beoordelen is een groot gemis, in het bijzonder bij voetbal en helemaal bij avondwedstrijden waar je moet tikken en kijken.

Sommige kranten zullen iemand afvaardigen die op een kwartier voor het einde van de wedstrijd punten geeft aan alle spelers. Dat schiet alle kanten op: soms krijgt een speler in de ene krant een 4 en de andere een 7, afhankelijk van wat ze in het Engels zo mooi confirmation bias noemen, in het schabouwelijk Nederlands voorkeur voor bevestiging. Gewoon omdat een eerder ingenomen stelling wordt bevestigd, of ook gewoon door een simpele bias of vooringenomenheid. Stel dat ik Lombaerts punten had moeten geven en ik gaf een 4; dat had een tijdelijke wegomlegging op mijn loopparcours tot gevolg gehad.

Een paar weken geleden was er bezoek van twee burgies van de KU Leuven. Voor hun thesis hadden ze een realtime analysetool ontwikkeld voor voetbalwedstrijden. Waarlijk alles hadden ze in kaart gebracht. De voorwaarde is wel dat een batterij goed opgeleide data-inputters in de tribune zit, maar dat kan in voetbal het probleem niet zijn. Ik kan niet wachten om dat ding te zien werken in wedstrijden.

Voetbal blijft aanhikken tegen dat ene blijkbaar onoplosbare probleem: het belangrijkste in een voetbalwedstrijd, doelpunten scoren, komt het minst voor. De laatste twee seizoenen werden in de Premier League gemiddeld 2,8 doelpunten per wedstrijd gescoord. Dat is niet veel, dat is zelfs weinig. En omdat statistiek leeft van grote getallen, dient zich hier een immens probleem aan. Koppige statistici hebben echter een verband ontdekt tussen het aantal doelpunten en de totale doelpuntenverhouding, Total Shots Ratio of TSR.

Van alle data zou dat de enige parameter die steek houdt om een overwinning of een nederlaag te duiden. De voorspellende waarde van het aantal keren dat je op doel schiet, afgezet tegenover het totaal aantal doelpogingen in een wedstrijd, lijkt ook niet bepaald hersenchirurgie.

Maar, een team dat twintig keer van achter de middellijn op doel schiet en de ballen meters voorbij het doel ziet waaien, wordt in TSR nog altijd beter gewaardeerd dan een team dat in elke helft een kans uitspeelt, twee keer tussen de palen schiet en met 1-0 wint. TSR is meteen het bewijs van hoe groot de achterstand van voetbal is op andere sporten. Door alle schoten op doel gelijk te waarderen, schiet de statistiek zijn doel voorbij, met excuses voor de lullige woordspeling.

Voetbalverslaggeving en de analyses – al of niet belicht met het lampje – worden pas relevant als het dilemma van de rariteit en als gevolg daarvan de willekeur van doelpunten correct kan worden geduid. We hebben hoop. Baseball hadden hetzelfde probleem met slaggemiddelde en heeft pas honderd jaar later een gecorrigeerde statistiek geïntroduceerd. Vandaag werken voetbalstatistici in alle stilte aan een verbeterde TSR. In afwachting steken we in de perstribunes en in de studio’s collectief onze natte vinger op en voelen aan onze buik.

 

De Sportzomer 7-11 juni-mail

Verhaal over Ali in De Morgen van 6 juni 2016

MANDELA VAN DE SPORT

Misschien is hij niet de grootste atleet aller tijden, maar niemand oversteeg de sport meer dan Cassius Clay, later Muhammad Ali. Hoe de eerste bad nigger van de sport, met vreemde opinies over homo’s, blanken en joden, een knuffelbeer en ’s werelds meest herkenbare sporticoon werd.

`The Peachtree. July 20, 9 am. Be there. You are invited to meet the man.’

Het was 1996, de dag na de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Atlanta. Meer stond er niet op de (toen nog) fax die ’s avonds laat onder de deur van de hotelkamer was geschoven, maar de twintig of wat olympische journalisten die waren uitgenodigd om ‘de man’ te ontmoeten, waren trouw op post.

Enkele uren eerder was zwemster Janet Evans bij de openingsceremonie van de Olympische Spelen naar een platform gelopen met de olympische toorts in de hand. Ze leek uitverkoren om als laatste de vlam te dragen en aan te steken, maar plots verscheen hij uit het donker als een deus ex machina. Hij liep licht gebogen, zijn grijzende donkere hoofd leek omgeven door een halo. Eerst trilde alleen zijn linkerhand, vervolgens schudde zijn hele lichaam. ‘Aaaliiii’, ging als een zucht door het hele stadion.

Ze hadden het hem makkelijk gemaakt. Hij moest zijn toorts – zoals we later vernamen werd die vanop afstand bestuurd – alleen maar laten zakken tot een ook al vanop afstand bestuurde installatie die de grote olympische toorts boven het Centennial Stadium zou aansteken. Niks kon nog fout gaan, behalve een plotse collaps van de gesloopte kampioen daar hoog op dat platform, maar het ging goed.

In het naprogramma stemde hij in om enkele journalisten te zien en een handvol IOC-leden, waarna hij zou terugvliegen naar Phoenix, Arizona, waar hij de meeste tijd doorbracht. De ontmoeting heeft nooit plaatsgevonden. Ali kwam uit de lift gestapt, ondersteund door twee assistenten, kreeg de keuze tussen een rollator en een rolstoel, en keek gemaakt boos toen de flitslichten maar bleven ratelen. Daarop zwaaide hij naar de journalisten die het dichtst bij hem stonden, prevelde enkele woorden en draaide zich weer om naar de lift. De meet-and-greet was voorbij. Collega Steve naast mij vond het vreselijk: “Het is te hopen dat die niet voor het einde van de Spelen doodgaat, of we tikken ons helemaal krom.”

‘Punch drunk’

Muhammad Ali, olympisch kampioen in 1960 en drie keer houder van de wereldtitel van de zwaargewichten, bleef leven en heeft het nog bijna twintig jaar uitgehouden. Ali leed aan parkinson, maar dat is niet helemaal correct. De symptomen van dementia pugilistica – boksersdementie – zijn dezelfde als die van parkinson, maar eigenlijk gaat het om een chronische traumatische encefalopathie (CTE), een degeneratie van de hersenen.

De bokser Ali is punch drunk geslagen en parkinson is daar maar een van de symptomen van. Vooral de kampen tegen Frazier, Foreman, Spinks en Norton tussen 1971 en 1978 hebben een zware tol geëist. In 1980 en 1981 verloor hij bij zijn derde comeback nog twee keer, onder meer van vroegere sparringpartner Larry Holmes.

Hoe erger zijn functies aangetast en hoe zeldzamer zijn publieke verschijningen, des te populairder werd Muhammad Ali. Dat is bepaald vreemd voor iemand die ooit vijand nummer één was van blank Amerika of held nummer één van de zwarten, en zelf een hele tijd niets deed om de rassen te overstijgen of te verenigen, wel integendeel.

Medaille in de rivier

Ondertussen heeft hij het aura gekregen van de Nelson Mandela van de sport, de activist die verzoener werd, maar Ali is nooit teruggekomen op enkele opmerkelijke uitspraken. In augustus 1969 interviewde de Brit David Frost een hitsige Ali die blanken en joden duivels noemde. Hij was of hij speelde het prototype van de black angry man, de bad nigger van de sport. “Alles wat misgaat – roken, drinken, gokken, prostitutie, drugs, homoseksualiteit… – heeft de zwarte man van de blanke geleerd.” Ali kende de oplossing voor die negatieve invloed: complete rassenscheiding. In hetzelfde interview zei hij: “Een zwarte man die met een blanke vrouw slaapt, verdient te worden gedood.” Hijzelf bleef erg actief en trouwde met vier (zwarte) vrouwen, met wie hij negen kinderen kreeg.

Tijdens dat interview zat Ali diep, erg diep, wat zijn fanatisme kan verklaren. Twee jaar eerder had hij als aanhanger van de Nation of Islam een iconische uitspraak gedaan die hem zwaar zou worden aangerekend. “I ain’t got no quarrel with the Vietcong; no Vietcong ever called me nigger.” Die uitspraak, tot daaraan toe, maar toen hij op basis van zijn in 1964 verworven status van moslim ook nog eens legerdienst weigerde, was het hek van de dam. Dienstweigeraar Ali kreeg in 1967 vijf jaar gevangenis, een straf die niet werd uitgevoerd omdat hij in beroep ging. 43 maanden – tussen zijn 25ste en 29ste, dus de mooiste jaren van zijn boksleven – kon hij niet in de ring.

Er hangt nog steeds een mysterie rond die oproeping voor het leger. Na een eerste test was – toen nog – Cassius Clay afgewezen. Hij kon maar moeilijk lezen en nog moeilijker schrijven en kreeg de classificatie 1-Y mee, met een IQ van 73, wat niks anders is dan te dom (zelfs voor kanonnenvlees). Twee jaar later – met de VS die meer soldaten nodig hadden – kreeg hij een intellectuele upgrade tot 1-A, fit for military service. Plots werd de islam een item.

De radicalisering (zo noemde men dat toen in de VS) van Cassius Clay was al begonnen toen hij zo’n twee jaar na zijn olympische titel in Rome 1960 onder invloed kwam van Malcolm X, leider van de Black Panther-beweging en lid van de Nation of Islam van Elijah Muhammad. In Louisville, Kentucky, de meest noordelijke van de zuidelijke staten, maar raciaal niet minder gesegregeerd, zou de jonge Clay kort na zijn olympisch goud een slechte ervaring hebben gehad met een blanke restauranthouder die hem de toegang zou

Copyright © 2016 gopress. All rights reserverd

hebben geweigerd. Een andere biografie beweert dat hij op een avond was aangevallen door een racistische motorbende. Gevolg: hij wilde niets meer weten van de blanken en zijn slavennaam Cassius en gooide zijn gouden medaille in de rivier Ohio.

De avond van de openingsceremonie zou een goede bekende van Ali, NBC-presentator Bob Costas, in de live-uitzending zijn mond voorbij praten en het hele voorval reduceren tot Ali die zijn medaille gewoon was verloren en daar later een verhaaltje rond heeft gefabriceerd. Wat dan weer door het Ali-gevolg heftig werd tegengesproken. Ali zelf kon op dat moment nauwelijks nog meer uitbrengen dan “I’m the greatest” of “Float like a butterfly, sting like a bee” en was een karikatuur van zichzelf geworden. Overigens verliet Ali de Nation of Islam in 1975, nadat Elijah Muhammad was vermoord. In 2006 bekeerde hij zich tot het universeel soefisme, een kleine, mystieke stroming binnen de islam die toenadering zoekt tot andere godsdiensten.

Bij Saddam

Als bokser was Muhammad Ali de beste zwaargewicht aller tijden. Volgens sommige kenners was Sugar Ray Robinson een nog betere bokser, maar dat is appelen met peren vergelijken. Voor de beste sporter aller tijden komt dan weer de basketbalspeler Michael Jordan eerder in aanmerking.

Ali had een mooie, maar ver van perfecte carrière opgebouwd toen hij in 1979 stopte. Dat hij de enige zwaargewicht is die drie keer de wereldtitel veroverde, betekent ook dat hij hem drie keer verloor, zij het de eerste keer omdat hij dienstplicht weigerde. Zijn comeback in 1980 was er te veel aan. Hoewel hij als individueel sporter zijn carrière volledig zelf in de hand had, verloor hij ook na zijn eerste comeback nog een paar cruciale kampen.

Jordan is de enige die na een comeback reïncarneerde tot een nog betere versie, maar heeft zich beperkt tot geld verdienen. Hij hield zich altijd ver van de rassenkwestie, in zoverre zelfs dat hij als all American hero de rassen oversteeg. Dat is de zwarte moslim Ali nooit gelukt. Hij werd groot in een periode dat zwarte sportlui werden achtergesteld, ook inzake sponsorcontracten. Jordan verdiende in topjaren 75 miljoen dollar per jaar. Ali kreeg nog geen vijftigste van dat bedrag, maar zwichtte wel voor het geld van enkele blanke businesslui uit Atlanta om uitgerekend in die racistische stad in 1970 zijn comeback te wagen en Jerry Quarry te kloppen.

Ali was de erfgenaam van sprinter Jesse Owens en honkballer Jackie Robinson en misschien wel de voornaamste pion in de zwarte ontvoogdingsstrijd via de sport. Hij nam voortdurend politieke standpunten in, waarvan de bekendste tegen de Vietnam-oorlog, en beïnvloedde zo hele generaties jonge zwarte atleten. Daaronder ook basketbalspeler Lew Alcindor, die ook moslim werd en als Kareem Abdul-Jabbar in 1968 zou weigeren als zwarte onder het blanke Amerikaans Olympisch Comité op te treden op de Spelen van Mexico.

Ali’s laatste politieke daad dateert van 1990, toen hij in een wanhoopspoging naar Bagdad vloog om Saddam Hoessein ervan te overtuigen Amerikaanse gijzelaars te laten gaan. Hij moest een week wachten op Saddam, kwam zonder medicatie te zitten, maar haalde zijn slag thuis: Saddam wilde hem zien omdat de tv-zenders mee waren en gaf hem alle vijftien gijzelaars mee naar de VS. Kort daarna zou wel de eerste Golfoorlog uitbreken.

Geen sporter is voor de zwarte Amerikaan van groter sociaal belang geweest dan Muhammad Ali. Blijft die ene schandvlek: een bijna goddelijk mooie atleet met een spectaculaire, aansprekende stijl heeft een hersenletsel overgehouden aan zijn wrede sport en is nu te jong overleden.

Verhaal over IJsland in EK-bijlage van De Morgen van 4 juni 2016

Nooit heeft een kleiner land meer sporttalent voortgebracht. Hoe het onherbergzame IJsland met zijn 329.000 inwoners van de schaarste een deugd maakte en de sensatie van de kwalificatie werd. Wie stopt die Vikingen met hun Zweedse hoofdman?

“I had sex with an elf in Iceland.’ Dat is het eerste T-shirt dat een toerist ziet in de winkelstraat van hoofdstad Reykjavik. Het tweede is dat van de nationale elf, de trots van de rots, het land van vuur en ijs. De Italiaanse kledingmaker Errea presenteerde het EK-shirt op 1 maart van dit jaar met een toepasselijke, maar enigszins voorspelbare spot: een vuurbal werd tegen een ijswand getrapt, waarop het ijs brak en het blauwe shirt met lange rood-witte strepen werd onthuld. Voor de geïnteresseerden: het bestaat ook in wit en in fluo.

Toen begin mei de vijf maanden durende competitie op gang werd getrapt, leefde het EK voetbal nog niet in de straten van de IJslandse steden en dorpen. Ondanks de vroege dooi, met dank aan El Niño, was het voor uitbundigheid nog te koud. Knattspyrnu – voetbal dus, maar fotbolti mag ook – heeft het vulkaanland wellicht wereldwijd op de kaart gezet, bij afstammelingen van de Noormannen hoort enige onderkoeldheid.

Ergens leeft de stille hoop op een kopie van de successen van de nationale handbalploeg, die in 2008 op de Olympische Spelen in Peking zilver won, want toen gingen de coole en koele IJslanders wel uit hun dak: 85 procent keek naar de finale en 40.000 mensen – een halve hoofdstad – verwelkomden de handballers. Dat olympische zilver was tegelijk een emotionele ontsnapping uit zware tijden. De bankencrisis speelde al volop en twee maanden later zouden de IJslandse banken failliet gaan: de lokale beurs zakte met 90 procent. Nog eens twee jaar later hield IJsland Europa opnieuw in zijn greep, toen de vulkaan Eyjafjallajökull uitbarstte en zes dagen lang het vliegverkeer in Noord- en West-Europa stopte. Neen, vanuit IJsland kwam deze eeuw nog niet veel goeds onze richting uit. Tot nu.

“Ik ben blij dat ons resultaat in groep A beter is onthaald dan onze vulkaan.” Omar Smarason, marketingdirecteur en mediaverantwoordelijke van de IJslandse voetbalbond KSI, excuseert zich voor zijn sarcastische repliek. Hij is het moe – “ik ben liever eerlijk” – om telkens buitenlanders te woord te staan. “Wij zijn geen one year wonder. We hadden al goede jeugdelftallen en we hebben die nu weer, en we hadden er met strakarnir okkar (‘onze jongens’) al bij moeten zijn op het WK in Brazilië.”

Dat is niet gelogen. IJsland werd tweede in een groep met Zwitserland, waartegen het in een memorabele wedstrijd in Bern 4-4 gelijkspeelde na een 4-1-achterstand. Ze kwalificeerden zich voor de play-offs en moesten daarin tegen voetbalgrootmacht Kroatië in het veld. Het werd 0-0 in Reykjavik, maar 2-0 in Zagreb.

Smarason: “Een deelnemer met welgeteld 329.000 inwoners op het grootste sportevenement van de planeet, dát was pas een stunt geweest. We hadden al eens met 1-1 gelijkgespeeld tegen wereldkampioen Frankrijk in 1998 en in 2004 klopten we de latere wereldkampioen Italië, telkens in wedstrijden met inzet. Deze kwalificatie nu, met Euro 2016, zat er aan te komen.”

IJsland begon thuis tegen Turkije meteen met 3-0-winst. Vervolgens ging Letland in Riga met 0-3 voor de bijl en op 13 oktober 2014 wonnen ze met 2-0 van Nederland, dat een paar maanden eerder nog de halve finale van het WK had gespeeld. In Tsjechië ging het mis, maar dat werd rechtgezet in de return in IJsland. Kazachstan uit: winst. Nederland uit: winst.

Twee speeldagen voor het einde was het onooglijke IJsland al zeker van zijn primeur: deelname aan de Europese eindronde. Dat ze geen eerste van de groep werden, was te wijten aan twee gelijke spelen thuis tegen Kazachstan en Letland en het verlies in de laatste wedstrijd in Turkije.

‘Duglegur’, hard werken

Hoewel het drie keer de oppervlakte van België heeft, is IJsland geen groot land en staat het ook niet direct te boek als een groot sportland. In de stand van olympische medailles per inwoner halen ze evenwel de top, samen met andere kleine sporteilanden als de Bahama’s (met een vergelijkbaar inwonersaantal). De sport of competitie waarin IJsland tot vandaag nog het meest uitblonk, was niet voetbal of handbal, maar The Strongest Man, waarin alleen de Verenigde Staten meer medailles wonnen. Jon Pall Sigmarsson en Magnus Ver Magnusson zijn internationaal de populairste IJslandse sporters, en worden zelfs voor commercials gevraagd tot in de VS, waar ze al lang op zoek zijn naar het geheim van die sterke mannen van die gigantische vulkanische rots in de Noordelijke Atlantische Oceaan.

“IJsland is een land van harde mannen, voor geen kleintje vervaard. Wij IJslanders zeggen dat we in het mooiste land ter wereld wonen, en dat kan kloppen. We zeggen ook dat het de beste plek is om te wonen. Ja, in de zomer, maar dan slaap je niet van het licht, en in de winter zie je soms dagen géén licht. De koude, de regen of de sneeuw en het ijs: een weekje kan ik het er nog wel uithouden.”

Dat zegt ex-voetballer Arnar Vidarsson die we opzoeken in Lokeren, waar hij trainer is van de beloften en waar met Sverrir Ingason vandaag ook een international speelt die straks op het EK is. Vidarsson geeft toe dat hij trots is op zijn land en zijn voetballers. Hij knikt als we het woord ‘duglegur’ in een slechte uitspraak van onze nota’s aflezen. “Dat typeert ons. Het betekent: je best doen, altijd en overal. Hoe dat komt? Door het isolement op dat eiland. Wij zijn afstammelingen van de Vikings en dat merk je aan alles. Ons land heeft ons gehard. IJsland is nu modern en relatief rijk, maar ooit was het arm. Mijn grootouders zijn opgegroeid in plaggenhutten die in de modder stonden, zonder water of stroom. De jeugd van nu heeft het makkelijker. IJsland is een luxeland geworden, mede doordat de VS ons als eerste testmarkt zien voor hun Europese producten.”

Jonge republiek

IJsland is nog maar een goede zeventig jaar helemaal onafhankelijk van Denemarken, terwijl het eerder bijna zeshonderd jaar deel was van Noorwegen. Om correct te zijn, IJsland was al sinds 1918 een soevereine staat, maar dan in een duo-koninkrijk naast Denemarken, onder dezelfde koning. Tijdens de bezetting van Denemarken door nazi-Duitsland riep IJsland in 1944 de republiek uit. Het hielp dat het tijdens die oorlog zelf een strategische uitvalsbasis was voor de geallieerde troepen.

Twee jaar na de echte onafhankelijkheid zou het IJslandse elftal een eerste keer aantreden, tegen Denemarken, en de IJslanders sloofden zich uit om het de Denen naar de zin te maken. Ze vergastten hen zelfs een dag voor de wedstrijd op een slopende dagtrip op paarden langs de vulkanen en geisers. Desondanks werd het 0-3. Een jaar later werd de voetbalbond – de Knattspyrnusamband Islands of KSI – opgericht en in dat jaar maakte Albert Gudmunds-son tegen Noorwegen het eerste internationale doelpunt. Op 2 juli 1948 volgde de eerste interlandoverwinning, toen Finland met 2-0 werd geklopt.

Inmiddels was ook een clubcompetitie ontstaan en Valur uit Reykjavik zorgde als eerste club voor ophef door in 1968 het grote Benfica van Eusébio op 0-0 te houden. De eerste Europese winst volgde in 1985: Valur klopte Nantes met 2-1. Toen speelde de grote Arnor Gudjohnsen al voor Anderlecht en een jaar eerder had heel IJsland gehoopt dat hij van de bank zou mogen komen in de finale van de UEFA Cup, maar helaas. Paul Van Himst bracht hem niet in en Anderlecht verloor.

Talent zat

Arnors grootste prestatie zou er in bestaan dat hij heel jong vader werd van Eidur, en die werd een nog betere voetballer, want hij haalde het eerste elftal van Chelsea en Barcelona. Op 24 april 1996 speelden vader en zoon samen in een interland tegen Estland, een ijkpunt in de sportieve geschiedenis van het land. Om precies te zijn kwam Eidur zijn vader Arnor vervangen.

Eidur – 37 inmiddels – maakte dit seizoen vol in Noorwegen bij Molde FK met als enige bedoeling om twintig jaar na zijn debuut weer bij de EK-selectie te zijn. Weze het als bankzitter, want tegenwoordig heeft IJsland heel veel jong talent, nadat het in 2011 al de Europese eindronde haalde bij de U21. Alfred Finnbogason (bij Lokeren in 2011-2012 en nu van Real Sociedad, maar uitgeleend aan FC Augsburg), Gylfi Sigurdsson (Swansea), Johann Gudmundsson (Charlton) en captain Aron Gunnarsson (Cardiff City) zijn wellicht niet de meest gewilde Panini-plaatjes, maar dat kan veranderen als ze op 14 juni om 21 uur in Saint-Etienne in de allerlaatste wedstrijd van de eerste speelronde van de poules Portugal een hak zetten, zoals ze eerder met Nederland en Turkije deden.

Het bijzondere microklimaat voor sport in IJsland is een samenspel van verschillende elementen waarvan andere landen veel kunnen leren. De grondstof was er: IJslanders zijn buitenmensen in een hard landschap met een hard klimaat en hebben altijd fysiek talent gehad. Bewegen zit in de Viking-genen van de IJslanders en hun opmerkelijke wilskracht en discipline is daar onlosmakelijk mee verbonden. De socioloog Vidar Halldorsson bestudeerde de IJslandse volksaard en kwam tot de opmerkelijke vaststelling dat IJslanders meer gedreven worden door intrinsieke motivatie dan andere volkeren. Komt daarbij dat ze opmerkelijke teamspelers zijn.

IJsland heeft een echte sportcultuur. Neem nu Vestmannaeyjar, een gemeente op de gelijknamige ‘Westmaneilanden’, 11 kilometer voor de kust. De sportinfrastructuur laat zich als volgt samenvatten: één indoor voetbalhal, vier outdoor voetbalvelden, vijf hallen voor handbal of basketbal, een zwembad en een golfterrein. In Vestmannaeyjar wonen 4.200 mensen.

Sport staat centraal in de ontspanning van de bevolking en dat begint bij de sportvereniging. In Hafnarfjordur, een voorstadje van hoofdstad Reykjavik, heet het team FH of Fimleikafelag Hafnarfjordur, wat zoveel wil zeggen als gymnastiekclub. Onderweg van de luchthaven op het schiereiland Keflavik naar Reykjavik rij je langs het sportcomplex dat de gemeente heeft gefinancierd.

Indoor kids

FH biedt vier sporten aan: voetbal, atletiek, handbal en schermen. Eerste verschil met het Europese vasteland: het is niet ongewoon dat een kind aan verschillende sporten doet. 90 procent van de tienjarige IJslandse kinderen beoefent minstens twee sporten. De kostprijs is te overzien. Ouders betalen 320 euro lidgeld per jaar voor een kind van 3 tot 10, tot 530 euro per jaar voor een 14- tot 19- jarige. De gemeente geeft voor elk kind een sportvoucher van 190 euro per jaar.

Arnar Vidarsson zat bij FH: “Ik speelde voetbal, handbal en basketbal en ik trainde negen keer per week, twee keer op weekenddagen en elke avond van de week. In het basketbal heb ik leren verdedigen en in het handbal leren bewegen en hard worden, want handbal is echt een harde sport. Later ben ik ook gaan golfen. In de zomer voetbalde ik buiten, soms op gras maar ook vaak op gravel. In de winter was het zaalvoetbal in kleine zalen, want ik ben van voor de grote voetbalhallen.”

In 2000 werd de eerste indoorhal gebouwd op IJsland: een volledig voetbalveld, met kunstgras, beschut tegen de gure weerelementen. In de jaren daarna – niet toevallig gelijklopend met de financiële bubbel die in IJsland werd opgebouwd – werden nog eens zes van die hallen over het hele land gebouwd en twaalf hallen met een half veld. Plots kon het hele jaar door gevoetbald, of minimaal getraind worden in ideale omstandigheden. Outdoor werden 23 voetbalvelden en 136 miniveldjes in kunstgras aangelegd. Die laatste liggen in woonwijken bij scholen en zijn verlicht.

Arnar Bill Gunnarsson van de KSI: “Al die infrastructuur is meestal eigendom van de gemeente, die ze aan de club leent en zelf de uren opvult. Dat zorgde voor een generatie technisch betere voetballers. Jawel, opgegroeid op kunstgras. Wij noemen ze soms de ‘indoor kids’ en zij maken vandaag de dienst uit in het nationale elftal.”

Bondscoach-tandarts

Naast het atletisch potentieel, de mentale ingesteldheid en de infrastructuur, kwam vanaf 2002 ook nog eens een kwalitatieve opleiding. Even leek het wel of heel IJsland voetbaltrainer wilde worden. Gymleerkrachten, kinesitherapeuten, geïnteresseerden, ex- voetballers, allemaal volgden ze trainerscursus. Volgens de meest recente telling heeft IJsland minimaal 630 trainers met een UEFA B-licentie, en daarnaast nog eens 200 A-trainers. Die worden allemaal door de gemeente of de club een salaris betaald waarvan

men kan leven. Sommige coaches doen er nog wat bij, zoals assistent-bondscoach Heimir Hallgrimsson, die tandarts is op de Westmaneilanden. Na het EK wordt hij hoofdcoach van de mannen en zal hij zijn praktijk opgeven, iets wat hij eerder tijdens de vijf jaar als coach van de vrouwenploeg steeds weigerde.

Helemaal opmerkelijk is de talentdetectie, want die bestaat niet. Eerst staat de algemene atletische en technische ontwikkeling van het spelende kind voorop, pas vanaf 13 jaar gaat de IJslandse bond de kinderen van dichtbij bekijken. Arnar Vidarsson: “Het unieke aan het IJslandse model is de brede selectie. Dienen zich in een club honderd kinderen aan per jaargang, dan zullen die allemaal trainen en spelen. Niet zoals bij de ploegen hier, met twee keer de zestien beste spelers, en de rest die mag opkrassen omdat ze niet goed genoeg zijn. En alle IJslandse voetballertjes krijgen te maken met goed opgeleide trainers.”

Spelers worden ingedeeld in ploegen volgens hun kunnen: de beteren spelen en trainen met de beteren, de minder getalenteerden met de minder getalenteerden. Ook die met twee linkervoeten spelen met elkaar. Supergetalenteerde 16-jarigen worden aangemoedigd om in de lokale competitie met de A-elftallen mee te spelen. De besten vertrekken ten slotte naar Europa.

Gunnarsson: “We hebben een schaarstemodel, dus moeten we voorzichtig omspringen met onze voetballertjes. Het gebeurt vaak dat we een spelertje eerst niet opmerken en later zien opduiken in selecties, terwijl die in andere landen al was verdwenen uit het voetbal. Wij laten de spelers ook vooral rijpen in hun clubs. Slechts vijf weekends per jaar zullen we ze samenbrengen en wij dringen ook niet een bepaalde tactiek op. We hebben vertrouwen in de clubcoaches, want die hebben wij opgeleid.”

Talent, zowel fysiek als mentaal. Infrastructuur. Opleiders. Geen talentdetectie, want talent biedt zichzelf aan. Dat is heel wat, maar kan niet alle succes verklaren van een land met ocharme 75 profs die in 14 verschillende landen hun boterham verdienen.

Schapenkloten

Arnar Vidarsson plakt één naam op het succes van de nationale elf: de 67-jarige Lars Lagerbäck. “Lagerbäck is een Zweed die profclubs trainde en de nationale ploegen van Zweden en Nigeria. Toen IJsland hem vroeg, had hij maar één voorwaarde: ze moesten het op zijn manier doen. Hij professionaliseerde de bond en de nationale ploeg. In mijn tijd was een nationale selectie vakantie.
Wij logeerden in mooie hotels en aten drie keer per dag buffet met lokale IJslandse delicatessen zoals de tong, ogen en kloten van schapen. Lekker, vooral met zoete aardappel, maar geen eten voor sporters.”

Op 1 januari 2012 trad Lagerbäck aan. In april 2012 stond IJsland nog 128ste op de FIFA-ranking. Na de kwalificatie in september van vorig jaar stonden ze op 23. Het systeem-Lagerbäck was niet alleen funest voor de omzet van de hotelbuffetten, maar ook voor de tegenstander. Lagerbäck speelt een consequente 4-4-2 met zoneverdediging. Vidarsson: “Nederland heeft wel drie keer het systeem omgezet, maar er was geen doorkomen aan. Dat was het werk van Lagerbäck.”

Wat kunnen we op het EK van IJsland verwachten? De assistent-bondscoach-tandarts Heimir Hallgrimsson was laatst in Schotland op een trainerscolloquium waar ze aan zijn lippen hingen en hij had een mooie uitsmijter: “Succes is voor ons een reis, geen einddoel”.

Hij verwacht dat ze verder kunnen raken dan de groepsfase. In poule F met Oostenrijk, Hongarije en Portugal zijn ze alvast niet kansloos. Oostenrijk en Hongarije zijn haalbaar en Portugal zal hen onderschatten. En de IJslander zelf? Arnar Vidarsson is serieus: “Wij zijn overlevers. En IJslanders vinden zichzelf fantastisch. Dus toch maar oppassen voor ons.”

Verhaal EK en de Rode Duivels in EK bijlage De Morgen van 4 juni 2016

Ducttape voor de failed state

Wé gaan er in de eerste ronde uit. Of wé halen de halve finales. Minstens. Dat wil de Europese voetbalgeschiedenis, maar met deze Rode Duivels en deze bondscoach kan het alle kanten uit. De geplaagde natie die nooit iets wint, hunkert alvast.

Zie hoe de commerciële partners elkaar verdringen op de site van de KBVB: Adidas, BMW, Carrefour, Coca-Cola, GLS, ING, Jupiler, Luminus, Proximus, PWC, Nationale Loterij (Scooore!) en bouwonderneming Verelst. Maar waar zijn Pattex, Rectavit of wielermerk Soudal? Sportkleding, supermarkten, bieren, tot daar aan toe, maar als één product zich met onze nationale elf moet kunnen vereenzelvigen, dan is het lijm. Of bindmiddel: een merk van maizena als sponsor, dat zou pas a match made in heaven zijn.

Toen we ons kwalificeerden voor dit Euro 2016, nog wel via een ongecontesteerde eerste plaats in groep B, en vervolgens ook voor een maand of zes het nummer één van de wereld werden, was België nog gewoon België. Oké, niet de natie van de efficiëntie of van l’union fait la force en sportief een woestijn, maar met imago of sportresultaten koop je toch geen brood.

Vandaag is (zou) België een failed state (zijn). Onze luchthaven en metro gebombardeerd, onze spoormannen, luchtverkeersleiders en cipiers in staking of ziek of allebei, betogingen en gemor van plebs tot elite. En dan die ene, allesvernietigende conclusie: dit
land functioneert niet meer, niks nog om trots op te zijn. Niks, behalve… de Rode Duivels. Zij zijn de ducttape waarmee Wallonië en Vlaanderen over Brussel heen aan elkaar zijn geplakt, het bindmiddel waarmee de nationale mayonaise nog pakt, het enige tricolore instituut waarvoor zelfs N-VA’ers (in het geheim) supporteren.

Beste Duivels, deze natie die nog nooit iets won en hopeloos verdeeld is, hunkert naar een succesje. Het mag ook Succes zijn, mét hoofdletter, al was het maar om uit het zelfbeklag te kunnen ontsnappen en tijdelijk wat verbondenheid te voelen. Na die zeven glorieuze wedstrijden worden we snel weer onze ruziemakende, bange, verdeelde zelf. Beloofd.

Na het EK is de Tour aan de beurt en daar winnen we niks behalve kruimels. Nog iets later gaan we naar de Olympische Spelen met 130 atleten en zullen we ook maar drie of vier medailles meebrengen. Neen, we zijn geen goed sportland, ook niet als we op 10 juli in Saint-Denis in de finale van Euro 2016 staan en zelfs niet als we daar winnen.

Het is elk schrikkeljaar een drukke sportzomer, voor de eurocentrist tenminste. Deze sportzomer ligt het Belgische hoogtepunt in het begin en dat is nieuw. In geen tijd zijn we van een sukkelland een voetbalnatie geworden; van plaats 66 in 2009 op de FIFA-ranking zijn we in november 2015 nummer één geworden van alle landen op de planeet voetbal. Weliswaar zonder van één topland te winnen in een wedstrijd die er toedoet. Inmiddels is Argentinië ons weer voorbij, maar we zijn nog steeds het nummer één van de 24 Europese landen die naar Frankrijk afreizen om te strijden voor de vijftiende Europese Trophée Henri Delaunay.

Blamage wegwissen

Van alle sportieve schrikkeljaren was 2000 het allerdrukst. Toen organiseerden wij zelf samen met Nederland het EK voetbal en dat was een geluk, want zo mochten we ook nog eens meespelen. Jammer, maar we gingen er al na de eerste ronde uit en dat was nog geen enkel organiserend land overkomen. Met vijf deelnames op vijftien toernooien – dit 2016 meegerekend – is het EK voetbal en België niet bepaald een geslaagd huwelijk, al hebben we in 1972 in eigen land de halve finale gehaald en speelden we in 1980 in Italië zelfs de finale.

We verloren toen in Rome met 2-1 van West-Duitsland, iets wat wel meer en betere voetballanden ook is overkomen. Na 1984 hebben we ons zeven edities op rij nooit meer via sportieve prestaties kunnen kwalificeren. Hoewel met minder Europese deelnemers, ging de World Cup ons vreemd genoeg beter af: van de laatste negen edities misten we er maar twee.

Wat verwacht het geplaagde land van deze Rode Duivels? Simpel: beter doen dan in Brazilië in de zomer van 2014, dus beter dan de kwartfinale. Na die World Cup bleef deze natie op een voetbalhongertje zitten. In de groepsfase ging het er erg zuinigjes aan toe: 2-1 tegen Algerije en twee keer 1-0 tegen Rusland en Zuid-Korea. Maar vooral niet met het voetbal dat op basis van het beschikbare talent kon worden verwacht. Met negen punten pakten de Rode Duivels makkelijk groepswinst en moesten in de achtste finale tegen de VS.

Zevenentwintig keer schoot België in die wedstrijd op doel: Tim Howard pakte haast alles, tot hij zich in de verlengingen twee keer gewonnen moest geven, maar ook de Amerikanen scoorden en kregen in die loterij zelfs reuzenkansen op 2-2 en strafschoppen. Vervolgens keken we met Argentinië de eerste echte grote tegenstander in de ogen en verloren met 1-0.

Tricolore pletwals

Conclusie na vijf duels: zes doelpunten gescoord, drie tegen, geen antwoord op een laag verdedigend blok, te weinig kansen gecreëerd door gebrekkig samenspel voorin, en vooral niet lucide genoeg om de wedstrijd open te breken en naar de hand te zetten. Samengevat: geen herkenbaar concept.

Jammer maar helaas, de voorbije twee jaar laat weinig vermoeden dat de ploeg stappen heeft gezet. Onze kwalificatiegroep met Wales, Bosnië en Herzegovina, Cyprus, Israël en Andorra was de zwakste. In tien wedstrijden werd zeven keer gewonnen, twee keer gelijkgespeeld en één keer verloren.

Tegen de vleesgeworden verbetenheid Wales – drie voetballers aangevuld met slagers op noppen – hebben de Rode Duivels nooit een oplossing gevonden en pakten ze één op zes. De bakkers, kelners en postbodes van Andorra buiten beschouwing gelaten, waren alleen de wedstrijden thuis tegen Cyprus, Israël en Bosnië en Herzegovina degelijk – zonder meer, want van een tricolore platwals was nu ook weer geen sprake. Aan het eind van de campagne overheerste een gevoel van opluchting: de klus was eenvoudig geklaard, maar de voorspelde en intrinsieke brille was ver te zoeken. Het individuele talent volstond, toen nog wel.

Het voetbal van deze Rode Duivels is in niks meer te vergelijken met het uiterst laffe spel onder Raymond Goethals in de jaren 70 en het altijd afwachtende onder Guy Thys in de jaren 80 en 90, maar kan iemand zeggen voor welk voetbal onze nationale elf vandaag staat? Realistisch aanvallend, zegt bondscoach Marc Wilmots. Realistisch georganiseerd in de verdediging, voluntaristisch-intuïtief in de aanval. De Duivels hebben sinds 2014 in alle wedstrijden, behalve die verloren kwartfinale op het WK tegen Argentinië, hun tegenstander gedomineerd met balbezit. Zelfs tegen Argentinië was het in procenten 49-51, dus ongeveer gelijk.

Willen is nog niet gelijk aan kunnen. Balbezit impliceert het spel maken en laat dat nu net het moeilijkste zijn van het hele voetbal. Wat doe je in balbezit om tot scoren te komen? Hoe schuif je als blok? Hoe draag je er tegelijk zorg voor dat je achterin niet te veel ruimte en vooral geen kansen weggeeft? Zo viel het doelpunt van Argentinië en zo werden de Rode Duivels uitgeschakeld op de World Cup: Gonzalo Higuaín die met een gelukje de bal kreeg en van de kleine ruimte die Kompany had gelaten, gebruikmaakte om in één tijd te schieten. Zo vielen ook alle tegendoelpunten in de kwalificatie voor Euro 2016: steriel aanvallen, niet scoren en achterin heel even een onoplettendheid.

Het valt op dat zelfs Nederland, uitvinder-exporteur van het veroveringsvoetbal, de laatste drie toernooien vanuit een versterkte verdediging speelde. Het was niet om aan te zien, niet in Zuid-Afrika in 2010 (ondanks de finale), niet op Euro 2012 (laatste in de groep) en niet in Brazilië (halve finale). Zou België een ‘Oranje light’ kunnen worden: aanvalleuh, de echte voetballiefhebber charmeren, maar geen prijs halen? Overigens won Nederland zijn enige prijs – Europees kampioen in 1988 – niet met extreem aanvallend voetbal, maar met een sterk verdedigend blok, een bikkelend middenveld en voorin twee geniale spitsen.

Interlandvoetbal is minder inventief dan clubvoetbal, maar niet noodzakelijk makkelijker. Je speelt aan het eind van een slopend seizoen een spel dat matcht met het beschikbare materiaal en we hebben materiaal, punt uit. Op deze selectie valt weinig aan te merken. België heeft talent voor drie middenvelden van internationale allure. Voorin neemt Wilmots drie spitsen mee – een kaatser (Benteke), een hordenloper (Lukaku) en een sprinter-combinatieman-dribbelaar (Batshuayi). Dat wijst op minimaal de ambitie om te scoren.

Achterin heeft Wilmots twee vleugelbacks uit de Belgische competitie geselecteerd. Als reserve, zo was het plan, maar met al die blessures in de verdediging zullen Thomas Meunier en Jordan Lukaku misschien meer spelen dan gedacht, en dat is geen slecht plan. Het zijn de enige twee uit de selectie die makkelijk de achterlijn kunnen halen en vervolgens in één moeite terugkeren om te verdedigen. Aan ambitie ontbreekt het niet, maar het zal nog altijd de intentie en vooral de intensiteit zijn waarmee ze tussen de lijnen komen, die bepalen welke kant het opgaat.

België is een van de hofleveranciers van de Premier League, maar of dat nu goed nieuws is? Engeland staat niet bekend om slim voetbal, wel om een slopende competitie. Een meevaller zijn de blessures/dipjes van Kevin De Bruyne, Eden Hazard, Divock Origi en Christian Benteke geweest. Geblesseerde en gefrustreerde atleten, of een combinatie van dat alles, hebben vaak meer honger dan gelauwerde, leeggespeelde vedetten.

Eden De Bruyne

We hebben twee spelmakers bij de Rode Duivels: één die vanuit stilstand creëert (Eden Hazard) en één die alles op snelheid uitvoert (Kevin De Bruyne). Het is duidelijk dat de sleutels van de Duivels nu in handen zijn van De Bruyne, maar Hazard is omwille van het evenwicht tussen de coryfeeën tot captain gepromoveerd. Dat kan Hazard alleen maar ten goede komen. Hij wordt zo geresponsabiliseerd en kan flaneren tussen de linies om dicht bij het doel zijn weergaloze acties uit te voeren. Als hij daar zin in heeft.

De afwezigheid van Kompany zal zich laten voelen in de ambitie van de spits van de tegenstander, die het fijner zal vinden om tegen Jason Denayer van Galatasaray of een ander te staan, dan te moeten buffelen tegen de captain van Manchester City. De typeverdediging zal een variant zijn op Alderweireld, Denayer, Vermaelen en Vertonghen, met de twee centrale verdedigers van Tottenham op de vleugels, al kan dat allemaal snel veranderen.

Aan beide uiteinden van de ploeg staat de startende naam vast: Thibaut Courtois in doel en Romelu Lukaku in de spits, waarbij die laatste het meest onder druk staat, vooral als hij niet tot scoren komt. Het controlerende middenveld met Marouane Fellaini, Radja Nainggolan en Axel Witsel valt niet alleen op door hun kapsels, maar ook in daadkracht, al zal Witsel altijd wel zijn dosis kritiek krijgen uit de hoek van Vlaamse analisten. Ter vergoelijking: alles wat hier staat, is geschreven na de met 2-1 gewonnen oefenpartij in Zwitserland.

Bloedheet

We moeten tegen Italië, Ierland en Zweden, in die volgorde. Drie keer in steden waar het in juni vaker bloedheet dan wel lentefris is en wij spelen niet op reserve. Italië is een uitgekookt, maar geen uitgebalanceerd team. De Ieren zijn vechters en die tref je best zo laat mogelijk, als ze al een keertje hebben verloren en homesick zijn. Zweden ten slotte, dat zijn tien atleten en één kunstenaar die zichzelf tot legende heeft gedoopt en nog een ploeg zoekt.

Er is niet één recept om tot de achtste finale door te dringen. Dat kan overigens al als je derde wordt in de groep, dus dat mag niet misgaan. Tegen elk land een andere tactiek om tot scoren te komen, ligt dat binnen de capaciteiten van deze technische staf?
Daar wordt buiten en binnen het team aan getwijfeld. “Verdediging en middenveld trainen gericht, in de aanval doen we maar wat”, sijpelt door uit de groep, en dat was niet anders in Brazilië. Dat is behoorlijk vervelend nu nogal wat spelers tegen hun voet worden geposteerd en de neiging zullen hebben om ruimtes dicht te lopen. Zoiets vereist het inslijpen van looplijnen, maar omdat het daaraan ontbreekt (en de pers dat niet meer zou zien), zijn haast alle trainingen gesloten, met uitzondering van de bezigheidstherapie.

Euro 2016 wordt zwaarder voor de media dan voor de spelers, let maar op.

 

Wie is de gemiddelde Rode Duivel?

Eind 2015 was hij net geen 26 jaar oud, als we Vincent Kompany uit de berekeningen weglaten. We zijn niet bij de meest ervaren teams. Van de eerste vijftig landen op de FIFA-ranking waren maar negen landen jonger, van de Europese landen alleen Engeland. De Rode Duivel is 1m84 lang en weegt 76 kilo. Hij is 13de in lengte, maar slechts 25ste in gewicht. Hij weegt gemiddeld minimaal twee kilo minder dan om het even welke EK-speler van dezelfde lengte, wat kan worden verklaard door de leeftijd, hopelijk niet door een atletisch deficit. Puur cijfermatig wordt het WK van 2018 hét toernooi van deze selectie.

 

Column Meester Tafelspringer in De Morgen van 4 juni 2016

Meester Tafelspringer

Donderdag was weer zo’n dag dat het wereldnieuws met schokgolven op ons af kwam. Op het erf van Marc Coucke, Pairi Daiza in de volksmond, werd een pandajong geboren en daarvoor onderbrak Radio 1 de uitzending. In Gent en Brussel beefde de aarde toen de vzw Bruges Stropkes, bij de hand genomen door meester Walter Van Steenbrugge, klacht indiende bij de Europese Raad voor Mededinging wegens ‘ontoelaatbare overheidssteun aan bouwondernemer Ghelamco’. Zondag wijdt Panorama daar zowaar kostbare zendtijd aan.

Ghelamco is het bedrijf van Paul Gheysens dat de helft van Warschau heeft volgebouwd en de Ghelamco Arena in Gent heeft opgetrokken. Gheysens wil ook het Eurostadion bouwen in de rand van Brussel, waar de haring van Club- voorzitter Bart Verhaeghe maar niet wil braden. Verhaeghe wil daar vijf kilometer verder zijn Uplace, maar stuit op allerlei tegenkanting en dat zit hem hoog – niet geheel onterecht.

De klacht is als bij toeval ontsproten aan het brein van de Bruges Stropkes, een zelfhulpgroep voor West-Vlaamse migranten en Gentse baby’s die blauw en zwart zijn uitgeslagen omdat ze te lang in het geboortekanaal hebben vastgezeten. Ondanks de titel zijn die woedend. Hun toorn richt zich nu tegen het nog te bouwen stadion op Parking C aan de Heizel, dat er over een jaartje of drie zou moeten staan. In één moeite pakken ze ook de Ghelamco Arena aan, die AA Gent een commerciële boost heeft gegeven en naar de eerste titel in 115 jaar leidde.

De indieners van de klacht verdoen hun tijd en hun geld, want ze kennen blijkbaar de gewijzigde houding van de Europese Unie ter zake niet. Er was een periode dat de EU op erg gespannen voet leefde met het voetbal en dat heeft onder meer geleid tot het Bosman- arrest. De EU kreeg eind vorige eeuw een heel dossier over illegale overheidssteun aan het Belgisch voetbal, onder meer van de Franse spelersvakbond, en heeft dat naast zich neergelegd. Het ging over verlaagde sociale zekerheid, haast geen belastingen en een groepsverzekering die al bij 35 jaar kon worden opgenomen.

Samengevat: een onwaarschijnlijke bevoordeling van één beroepsgroep binnen eenzelfde economische regio en een fenomenaal voordeel voor één lidstaat tegenover andere lidstaten. Dat voordeel is ook vandaag nog aan de orde. Als die actie van Van Steenbrugge & de Stropkes ooit iets zal opleveren, dan misschien het openen van die doos van Pandora waarmee het Belgisch voetbal nog verder van huis zou zijn.

Maar wat denkt u? Als de EU in tijden van oorlog geen zin had om België voor flagrante staatssteun aan zijn nationaal voetbal te veroordelen, terwijl ze in 2001 wel meer dan 285 miljoen euro socialezekerheidsvoordelen van de Maribel-regeling van de staalsector terugvorderde, maakt een klacht over één stad die een beetje meer helpt dan een andere een kans? Neen, in de verste verte niet. Bovendien heeft de EU vanaf december 2009 via het Verdrag van Lissabon een soort niet- aanvalspact onderschreven met de sport. Zelfs de Financial Fair Play-regeling die de facto neerkomt op het afsluiten van de markt voor de grote spelers en die bijgevolg een inbreuk is op het vrij verkeer, wil de Europese Unie niet onderzoeken. De klacht van 2013 werd vorig jaar heen en weer gepingpongd tussen het Belgisch gerecht en het Europees Hof, waarna ze verticaal werd geklasseerd.

Ghelamco, KAA Gent en de stad Gent denken hard na over een tegenklacht. Kan het nog gekker zeg? Klacht bij wie dan? Bij de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal misschien, want in 1975 heeft Club Brugge van de lokale overheid een geheel nieuw stadion cadeau gekregen. Of bij de Europese Unie voor de verbouwing voor Euro 2000 van het Jan Breydelstadion, op kosten van de overheid.

Neen, over die klacht heeft de sympathieke meester Walter niet goed nagedacht en dat overkomt hem wel eens meer in zaken die het vredegerecht overstijgen, zoals in Operatie Kelk. Voor het volledige judiciële trackrecord van Meester Tafelspringer verwijzen we u graag naar de column van Kaaiman in De Tijd: Brussel en RSC Anderlecht enerzijds en Gent en KAA Gent anderzijds kunnen op beide oren slapen.