The Rio Stories 1: Pacifist van de favela in De Morgen van 30 juli 2016

Pacifist van de favela

Het kind van een bourgeoisgezin werd in Gent een bekende campagnevoerder en vredesactivist. Dertig jaar later staat bar-eigenaar Pol D’Huyvetter (54) nog altijd op de barricaden, nu in Rio. Via een coöperatieve voor zonne-energie vecht hij voor de ontvoogding van zijn favela.

Wie in Rio de Janeiro komt – neem nu voor de Olympische Spelen – verzeilt vast op Copacabana. Zin in iets anders, weg van de platgetreden paden? Loop dan langs het stadion van het beachvolleybal en sla voorbij Posto 1 linksaf. Je bent in Leme, een typische wijk in Rio waar schatrijk en straatarm bij elkaar binnen kijken. Welkom in het sociale lappendeken Rio, welkom in de favela’s, als je tenminste durft door te lopen langs de steile Ladeira Ary Barroso. Als het de eerste keer is, ga dan voor zonsondergang en neem de mototaxi en vraag naar Estrelas da Babilônia, of neem de tijd om tien minuten de heuvel op te lopen.

Loop haaks op het strand de steile heuvel op. Bij de eerste kruising sla je linksaf, richting Babilônia, niet rechts naar Chapeu Mangueira, dat is een andere favela. Blijven lopen tot je links een trappenhuis met recente appartementen ziet, net vóór de (alles behalve) pacificerende politie UPP je aanstaart. Neem de trappen tot boven en zoek daar naar gele sterren geschilderd op de grond. Volg de sterren of vraag naar de bar van Pol op de Mirante. Even later loop je voorbij enkele hang-favelados over een uitgewoond voetbalpleintje.

Welkom bij Estrelas da Babilônia, de bar-restaurant-hostel van Pol D’Huyvetter en zijn Colombiaanse vrouw Bibiana Angel Gonzalez. Alle gekheid…: Babilônia is meestal erg veilig. Volgend weekend zullen ook notabelen diezelfde weg nemen, in het donker nog wel. Op zaterdag 6 augustus, niet toevallig op de openingsdag van de Olympische Spelen, wordt voor de tiende keer Babilônia Black georganiseerd, het grote feest van de favela dat tot ver voorbij middernacht doorgaat tot zonsopgang. Het feest zal beginnen met een vredesmars, een oude gewoonte van de initiatiefnemer.

Geweldloos verzet

Een Nederlandse kennis vertelde mij een jaar geleden over een Belg die boven in de favela een bar had maar zich tegelijk engageerde om zijn wijk beter te maken. Hoe de wereld toch maar een dorp is, want tien minuten na de ‘eerste’ kennismaking begon het te dagen dat ik Pol de bareigenaar kende uit een vorig leven. Een kwart eeuw geleden was ik door een weekblad gevraagd om dwarsliggers te portretteren en zo zat ik op een ochtend op een oude sofa bij een stel jonge mannen en vrouwen die er een levenswerk van maakten om elk kerntransport naar Mol tegen te houden door zich vast te ketenen, of tussentijds actie te voeren bij de raketbasis in Florennes of onverwacht over de draad te klimmen bij de vliegbasis in Kleine Brogel.

Dat was ‘Voor Moeder Aarde’, een organisatie die aanleunde bij het Vlaams Actiecomité tegen Atoomwapens. Ze predikten geweldloos verzet, maar werden gevolgd door de Staatsveiligheid. Met succes. In 1991 organiseerden ze samen met activisten uit andere landen een 5.500 kilometer lange voettocht naar Nevada, waar ondergrondse kernproeven werden uitgevoerd in Western Shoshone-gebied. Die tocht kreeg wereldwijde aandacht en even later tekende Bush sr. een moratorium op kernproeven in de woestijn. Op de sofa in Gent zat toen ook Pol D’Huyvetter, die ik 25 jaar later fel bezweet na de klimpartij naar zijn bar de hand schud.

Om een lang verhaal wat in te korten: Voor Moeder Aarde werd in 2004 de Vlaamse afdeling van Friends of the Earth, ’s werelds grootste milieufederatie. En D’Huyvetter werd iets later directeur van het campagnesecretariaat in het stadhuis van Ieper van een andere wereldwijde vereniging: Burgemeesters voor de Vrede (Mayors for Peace) met zetel in Hiroshima, voor eeuwig voorgezeten door de burgemeester van de Japanse stad die op 6 augustus 1945 om 8.15 uur de eerste kernbom ooit op het dak kreeg.

Kippenvel kreeg D’Huyvetter, toen hij ontdekte dat de Juegos Olímpicos zouden worden geopend tijdens de jaarlijkse herdenking in Hiroshima, twaalf tijdzones verder. Dus kroop hij in zijn pen namens zijn voorzitter, de burgemeester van Hiroshima. Of het geen idee zou zijn, in dit extreem gewelddadige jaar, om precies om 20.15 uur op 5 augustus (8.15 uur op 6 augustus in Hiroshima) een minuut stilte te houden voor de vrede?

“Fernando Meirelles, de regisseur van de openingsceremonie (bekend van de film ‘Cidade de Deus’, HV), was ervoor. Iedereen die ik kon aanspreken, was pro. Het immense stadion Maracanã één minuut lang stil voor vrede op aarde terwijl de hele wereld toekijkt, wat een buitenkans. Tot de burgemeester van Hiroshima antwoord kreeg van het Internationaal Olympisch Comité: ‘We hebben al een monument voor de doden in het dorp en aan het eind zullen we ook een minuut stilte houden voor de doden.’ Ze hadden er niks van begrepen. Wij wilden geen minuut voor de doden, verdorie, maar voor de vrede, om stil te staan bij de aanslagen in Brussel, Parijs, Nice… Wij wilden een positieve boodschap. Een beweging van meer dan één miljard stedelingen, in meer dan 7.000 steden in 163 landen, is met een kluitje in het riet gestuurd. Maar we geven niet op. Ze horen nog van ons.”

Te veel bloed

Het is ochtend en wat begon als een rustig gesprek over werk en leven van de campagnevoerder uit Gent, wordt heel even een tirade. We zitten in de nieuw aangelegde tuin van zijn pousada, zijn bed & breakfast waar ik binnen het uur aan de praat geraak met een Zuid- Afrikaanse, een Indiër en een Nederlander. De Estrelas is de best draaiende horecazaak in Babilônia, een van de drie favela’s (er zijn er 1.200 in Rio, HV) waar de politie de zaakjes op orde heeft.

D’Huyvetter, wereldverbeteraar en bevlogen verteller: “De zogeheten pacificatie van de favela’s is mislukt. Babilônia is een gelukkige uitzondering, samen met de favela’s van Santa Marta en Vidigal, waar bewoners een actieve rol spelen in de pacificatie. Vanaf eind vorig jaar tot maart hebben de bendes in vele andere favela’s van Rio terrein teruggewonnen. De hoofdassen zijn voor de politie, uit de zijstraten met de drugshandel blijven ze weg of ze worden beschoten. Ook bij ons was er meer geweld dan anders, al hebben onze gasten daar weinig van gemerkt, want hier staat de gewapende drugshandel erg zwak.

“Deze heuvel is in handen van de Comando Vermelho, de CV, destijds ontstaan uit het oude verzet tegen de militaire dictatuur maar later vooral actief geworden in drugshandel. De heuvel hiernaast is in handen van Terceiro Comando Puro, de TCP, en die waren beduidend sterker dan onze CV die even onder lagen. Tot de CV’s van andere favela’s hulp kwamen bieden. Heen en weer werden bendeleden vermoord, tot de BOPE (Batalhão de Operações Policiais Especiais, die eruitzien als Robocops, HV) het welletjes vond en in maart van dit jaar de zaak afhandelde. Officieel waren er twee doden; officieus twaalf en één BOPE. Niemand weet het precies, alle doden zijn langs de achterkant van de heuvel weggebracht. Zoveel bloedvergieten had de favela nooit gezien en men is daar erg van geschrokken. Nu is het gelukkig weer rustig.”

Op de barricade waar hij meer dan dertig jaar geleden voor koos tijdens zijn studie pol en soc aan de UGent, volhardt de pacifist in Pol D’Huyvetter. Hoe meer wordt geschoten in zijn wijk, hoe meer hij over vrede spreekt. “We hadden toen net met vrijwilligers een scholenproject lopen, waarbij ze een muurschildering zouden maken. Vrede en geweldloosheid moest het thema worden. Het zijn die kleine elementen waarmee wij proberen het verschil te maken.

“Zuid-Amerika is jammer genoeg het gewelddadigste continent ter wereld geworden en in Brazilië alleen sterven jaarlijks 50.000 mensen door een kogel. Het is een opbod. Een tijd geleden hadden ze ineens IS-strijders opgepakt in Brazilië die wapens probeerden te bestellen via het internet in Paraguay. Dan gaat bij mij het alarm af want dit bericht klopt niet. Ik wil die tien zien die ze hebben aangehouden. Bestaan ze wel? Of is dit het zoveelste voorwendsel om nog meer politie, militairen en paramilitairen op de bevolking los te laten?

“Dertig procent van alle militaire uitgaven van heel Latijns-Amerika wordt in dit land uitgegeven. Voor een pacifist is Brazilië dus een hele kluif, maar ik weiger het te ondergaan. Ik ga zo vaak mogelijk praten over vrede en ik geef dan altijd het voorbeeld van Costa Rica, een land waar het goed gaat en waar vijftig jaar geleden het leger is afgeschaft en de kazernes scholen en ziekenhuizen werden. Ik hoop dat er iets blijft hangen, al maak ik mij geen illusies. Met een minimumsalaris van 800 reais (iets meer dan 200 euro) verdien je al snel meer met drugs en geweld.”

Gevluchte slaven

Vandaag wordt in Rio de veelbesproken en langverwachte Linha 4 officieel geopend. Dat is de metrolijn die Ipanema verbindt met het olympische epicentrum in Barra de Tijuca. Samen met de nieuwe terminal op de internationale luchthaven is dit het grootste infrastructuurproject dat Rio voor de Spelen heeft gebouwd. Dat heeft veel jobs opgeleverd, vaak voor ongeschoolde arbeiders die ze in de favela’s bij bosjes hebben. Beneden bij Babilônia wordt bovendien het beachvolleybal gespeeld in een tijdelijke arena van 12.000 man.

Toch zijn die hele Olympische Spelen de favelados worst, weet D’Huyvetter. “Niet alleen de lagere inkomens klagen over de Spelen. Ook de middenklasse vindt dat er te veel geld naartoe is gegaan, terwijl er wekelijks berichten zijn dat leraars, brandweer of politie niet worden betaald. De mensen uit de favela hebben niks met die Spelen. Sommigen hebben meegewerkt aan de tunnels voor Linha 4, sommigen hebben collega’s verloren toen het mis ging bij de werken. Over hen zal het niet gaan bij de plechtige opening, die illusie hebben ze niet. Burgemeester Paes zal de pluim wel op zijn hoed steken.

“Ik ben realist: wij hopen op meer bezoek. Daarom ben ik elke dag open vanaf 12 uur. Maar tegelijk wens ik dat de bezoekers de favela leren kennen als een bijzondere plek waar nog veel potentieel is. Of ze het zullen zien, weet ik niet. Ik woon hier lang en voor mij – in het Frans opgevoed in een Oudenaardse bourgeoisfamilie met roots in de textiel – is het niet makkelijk om te begrijpen wat opgroeien in de favela met een mens doet. De favela’s gaan terug op de kilombos, de wijken waar gevluchte slaven en later de bevrijde slaven gemeenschappen begonnen. Die slaaf-meesterverhouding beheerst nog steeds de sociale textuur in een stad als Rio en het is niet moeilijk: hoe zwarter, hoe meer kans dat je in een favela woont.

“Veel van onze buren werken in de dienstensector. Dat betekent dat ze elke dag bij wijze van spreken de rijken hun kont gaan afvegen en ‘madame’ – zo noemen ze de rijke dames – hun koffie mogen inschenken. Met als gevolg een laag zelfbeeld. De enkelingen die
zich toch kunnen opwerken, worden niet altijd goed onthaald. Studeren aan de universiteit wordt al snel gezien als een verraad aan de roots.”

Inmiddels is de bar-restaurant-hostel het middelpunt van een sociaal-economisch initiatief dat de favela ten goede moet komen. D’Huyvetter herinnert zich nog zijn begin toen de bendes hem lieten verstaan dat ze in hem een X9, een chiche nove of een verrader, vermoedden. “Dat was even schrikken, want dan ben je echt niet gerust. Ik heb op hen ingepraat en stilaan begrepen ze ook dat ik hier wilde blijven en een leven opbouwen. Ik heb hen uitgelegd dat ik mijn bar Estrelas heb genoemd, niet omdat ik vanop mijn terras de sterren zie, maar omdat de bewoners van deze favela voor mij de sterren zijn.

Aan de ultieme ontvoogding wordt nu heel hard gewerkt. Recent is besloten dat het elektriciteitsnet geen monopolie meer is van enkele grote bedrijven maar toegankelijk moet zijn voor privé-initiatieven. Pol D’Huyvetter heeft al zonnepanelen liggen op zijn pousada, maar wil de hele favela via een coöperatieve in een groepsaankoop betrekken. Dat project werd opgepikt door de media en trok de aandacht van de regering. Enkele weken geleden werd hij samen met de verkozen voorzitter, zeg maar burgemeester, van Babilônia uitgenodigd naar Brasilia om in het parlement het project te presenteren.

“Iedereen was enthousiast. Weet je dat er in heel Brazilië nog maar 1.200 projecten zijn voor zonne-energie? (spottend) Ze hebben hier natuurlijk geen zon. Zonnepanelen zouden voor de favela een hele ommekeer betekenen. Uiteraard zou de elektriciteitsfactuur van de favelados dalen, maar daarnaast zouden ze voor het eerst in hun leven zelf produceren, en niet langer de wet van een energiemastodont ondergaan. Noem het maar het doorbreken van de slaaf-meesterrelatie.

“We krijgen van iedereen steun: Duitsers, Nederlanders, Zwitsers, de consul van Colombia, ze beloven allemaal naar onze activiteiten te komen en steunen ons met geld of directe hulp. En België? Toen het consulaat zag dat de pers ons project had opgepikt, moesten we het eens komen presenteren. Fantastisch, zegden ze, hoe kunnen we helpen? Met ons meewerken en als het kan financieel te steunen, zei ik. Jammer, maar geld hadden ze niet. We hebben sindsdien niks meer gehoord. Dan is er eens een Belg die wat doet en die van iedereen hulp krijgt, behalve van zijn eigen land.”

 

Je kunt Estrelas da Babilônia vinden via Google Maps en TripAdvisor.

Maandag:De verloren eer van het Internationaal Olympisch Comité.

Advertenties

Chasse Patate in De Morgen van 25 juli 2016

Chasse Patate

De grote sportzomer van 2016 vliegt voorbij. Twee derde hebben we al achter de rug en wat hebben we gekregen? Een onvoorspelde Europese kampioen in het voetbal en een voorspelde Tour-winnaar. Een zwak Euro 2016 en een al bij al mooie Tour de France.
Wat zat er voorlopig in voor de Belgen? Een rampzalige kwartfinale na één goede wedstrijd, de uitschakeling, het ontslag van de bondscoach en een nationale kater als nooit tevoren. Dat wat het voetbal betreft.

In de wielrennen werden twee Belgische Tour-etappes begroet als ware het gele truien op het podium in Parijs. Verder niks, behalve dan een tweede plaats voor de bolletjestrui en een tweede plaats voor de superstrijdlust. Belgische wielrenners kleuren alle wielerwedstrijden, maar in de allerbelangrijkste wedstrijd van hun universum, de Tour de France, doen ze niet mee voor de eindoverwinning, en dat is toch al een jaar of veertig een constante.

De enige uitzondering is Jurgen Van den Broeck, wiens levensdoel om een goed klassement te rijden vloekte met de Vlaamse klassieke eendagscultuur; gehoon was zijn lot. Was ik maar een Nederlander, zal hij al vaak hebben gedacht. Bauke Mollema heeft behalve ooit een etappe in de Vuelta ook niks van belang gewonnen in zijn carrière, maar kreeg deze Tour weer de nodige egards omdat hij ten minste voor het hoogste durft te gaan. In de derde week van de Tour ging het finaal fout, maar dat zal hem niet beletten om zijn droom te blijven najagen. Ook Steven Kruijswijk en Tom Dumoulin gingen het voorbije jaar ten onder toen ze op winst stonden in grote rondes.

Het blijft opmerkelijk dat het platste land met de langste bevolking ter wereld er wel in slaagt om in langere etappewedstrijden mee te doen om de overwinning en België niet in de buurt komt. Waren Mollema, Kruijswijk en Dumoulin Belgen, hun talent zou zijn verknoeid van de Omloop in maart tot Putte-Kapellen in oktober.

Olympische Spelen in mineur

We krijgen nog een olympische wegrit en daarvoor hebben we vier kopmannen en één werkmier, aldus bondscoach Kevin De Weert. Laurens De Plus is 20 en mag na 170 kilometer afstappen. Wat daarna gebeurt, is niet duidelijk, maar zal ongetwijfeld het voorwerp uitmaken van een boeiende rondetafel waarbij finaal geld zal worden geboden.

Een gok? Nadat de werkmier is uitgewerkt, zullen de Belgen elkaar tegenwerken op zijn Belgisch, met uitzondering dan van Serge Pauwels. Dat is met afstand de meest beschaafde en voluntaristische van alle renners die naar Rio afreizen en ik heb hem daar vorig jaar tweede zien worden. Dat is geen garantie op een herhaling, maar hij weet tenminste wat het is om de Vista Chinese een paar keer te moeten oprijden. De Vista lijkt geen spek voor de bek van powerboys als Greg Van Avermaet of Philippe Gilbert, hooguit voor Tim Wellens en Serge Pauwels in een superdag.

Twee derde van de grote hete sportzomer is voorbij. De start volgend weekend van de Belgische voetbalcompetitie even buiten beschouwing gelaten, zijn die Olympische Spelen het derde grote luik van deze sportzomer. De zestien dagen van eeuwige sportglorie beginnen op vrijdag 5 augustus met het nationalistisch vlaggengezwaai van de openingsceremonie en het boegeroep naar de Russen.

Als u dit leest, ben ik al in Rio. Tenminste, bij leven en welzijn, want ik tik dit stukje onderweg nadat ik in Frankfurt Airport drie uur op de vloer heb geslapen tegen het raam van Tommy Hilfiger. De Verspätung van vlucht LH 500 is nu al opgelopen tot zestien uur. Op een Libisch strand in een te klein gummibootje worden geduwd, zal ongetwijfeld veel erger zijn, maar voor wie zoals ik de laatste keer in een luchthaven was om 8 uur op 22 maart én in Zaventem neemt de afkeer van luchthavens ontzagwekkende proporties aan.

Misschien dat Rio de Janeiro soelaas zal brengen en het gemoed alsnog tot rust komt. Misschien ook niet, want dit worden de Spelen van scherp zijn. Nooit in de dertig jaar dat ik professioneel de Olympische Spelen volg, zullen die onder een slechter gesternte zijn begonnen. Boven op de muggen, de onafgewerkte werken, de verwachte transportproblemen, de vervuiling (niet mijn zorg om eerlijk te zijn, voor die twee keer dat ik zal kunnen pootjebaden) en de jeugdbendes, komt nu ook nog eens de terreurdreiging. IS in Brazilië heeft alle politie, militairen en paramilitairen in verhoogde staat van paraatheid gebracht. Daar kan ik mij weinig bij voorstellen, want ze liepen daar al rond als Special Forces die Raqqa wilden veroveren.

Ik beloof u te berichten over het bloed, zweet en tranen van onze en andere atleten, maar ook over de Spelen als geopolitiek verschijnsel. Een voorspelling: over een maand, op 22 augustus, als alles voorbij is in Rio, passen de begrippen anachronisme en olympisme in één zin. Nog meer ramptoerisme: ook sportief staan de sterren niet bepaald gunstig. Nooit in de laatste dertig jaar zijn de Belgen afgereisd met minder sportresultaten behaald in de voorafgaande jaren. Jawel, dit land hééft een aantal kanjers – Charline Van Snick, Evi Van Acker, Philip Milanov en collegae – maar over het algemeen is onze spoeling topsporters met medaillekansen te dun. Aan de meer dan honderd Belgische atleten om het tegendeel te bewijzen.

Deze rubriek gaat een weekje op Copacabana in tapering om de laatste hand te leggen aan de olympische voorbereiding. Afspraak op maandag 1 augustus.

 

Froome is niet saai, in De Morgen van 23 juli 2016

Froome 2.0 is niet saai

Even kwam de gele trui van Chris Froome in gevaar, na een valpartij aan de voet van de Mont Blanc. Maar hij veerde snel recht, sprong op de fiets van Geraint Thomas en reed vol schaafwonden alsnog naar de negende plaats, op 36 seconden van ritwinnaar Romain Bardet. Wat maakt Froome en Sky zo superieur in de Tour?

Wielrenner Laurens ten Dam van Giant-Alpecin had een tweetje na de tijdrit van donderdag: ‘What can you do? @chrisfroome. Congrats. I might have eggs and avocado too tomorrow!’ Ten Dam verwees daarmee naar een eerdere tweet van Chris Froome zelf, met een fotootje van zijn ontbijt: gepocheerde eieren, avocado en zalm, zijnde vetten en eiwitten, maar geen koolhydraten.

Sportbestuurder Marc Madiot van La Française des Jeux stelde dan weer vast dat deze Tour historisch had kunnen zijn, als de Sky’s er niet bij waren geweest. Quel dérangé, was de reactie van een Franse enkeling. De meesten van zijn landgenoten vonden hem helemaal niet gestoord, maar knikten instemmend.

Het is van alle tijden dat een dominantie in een fysiologische sport als wielrennen als bedreigend wordt ervaren en zo snel mogelijk moet stoppen. Bedreigend voor de organisatie die voorspelbaarheid kan missen, want voorspelbare sport stoot kijkers af. Dus deed Tour-organisator ASO er dit jaar weer alles aan om het Froome en co. lastig te maken: aankomsten na afdalingen, kortere tijdritten, klassieke etappes, noem maar op.

Bedreigend voor de media die ook voorspelbaarheid kunnen missen en die bij Team Sky te maken krijgen met een mediabeleid dat meer lijkt op dat van de Premier League dan van de Planeet Koers, die leeft bij de gratie van de aanraakbaarheid. Bedreigend voor het publiek, ten slotte, omdat Chris Froome en de Sky’s van wielrennen een saaie sport zouden hebben gemaakt.

Met excuses voor wie is opgegroeid met de plofkip Marco Pantani en bij uitbreiding de hele epo-generatie die aanval na aanval konden verteren, maar misschien kan een geschiedenisboek helpen. Jacques Anquetil en Eddy Merckx werd ook verweten dat ze van de Tour een te voorspelbare competitie maakten. Met vijf keer Anquetil en vijf keer Hinault – die ook zelden spannend won – konden de Fransen nog leven, want dat waren Fransen, maar wat heeft Merckx allemaal niet naar zijn hoofd geslingerd gekregen in Frankrijk. Op de Puy de Dôme hebben ze hem zelfs van zijn fiets willen stampen, later opgeblazen tot een slag in de lever als kwam hij van Mike Tyson, maar onmiskenbaar een daad van agressie. Recentelijker was er uiteraard de dominantie van Lance Armstrong die panache mixte met Amerikaanse trash talk, ongezien in het brave wielrennen en uiteindelijk een dodelijke cocktail voor hemzelf.

Marginal gains

Team Sky en Chris Froome zijn een beetje Molteni en Merckx en US Postal (later Discovery Channel) en Lance Armstrong. Een sterke kopman leeft bij de gratie van een sterke formatie rond hem, waarin de strijd om het geel de enige prioriteit is. Geen baroudeurs op zoek naar eigen succes, discipline is het ordewoord. Merckx haalde ooit Martin Van den Bossche terug door hem niet als eerste over de Tourmalet te laten gaan, omdat hij wist dat Van den Bossche zou vertrekken bij hem.

Chris Froome was ooit zelf bijna dissident toen hij in de Tour van 2012 zijn eigen kopman Bradley Wiggins in verlegenheid bracht in de Alpen. Maar hij werd gesommeerd zich in te houden, tot ergernis van zijn vrouw Michelle Cound die net Twitter had ontdekt. Armstrong heeft – voor zover bekend – nooit echte dissidenten gehad in de ploeg, tenzij misschien heel even Tyler Hamilton.

Naast teamdiscipline – de kopman is heilig – hebben alle grote formaties uit het verleden ook de drang naar perfectie, naar verbetering gemeen. De Britten hebben het kind een naam gegeven – marginal gains, hier en daar enkele procenten winnen – maar Merckx en Armstrong waren niet anders.

Sky zou computergestuurd zijn, nog zo’n verwijt. In een wereldje van grootmoederwijsheden lijkt ook een handmixer al snel op een computer. Wat zou er computergestuurd zijn aan Sky? Hun training op basis van vermogensmeters? Die hebben de andere ploegen ook. De andere ploegen weten ook dat het gaat om de watts per kilogram lichaamsgewicht en niks belet hen om die aanpak te kopiëren. Neen, het moest gaan om een geheim middel.

In mei 2015 verscheen in deze krant een verhaal over ketonen als nieuwe brandstof en de vraag werd gesteld of dat misschien het geheime middel was achter de power die een iel mannetje als Froome kon ontwikkelen. Zoals toen in het verhaal stond: er ís met ketonen gewerkt in de Britse topsport én bij Sky maar het is niet zeker dat dit een effectief middel is, laat staan een geheim middel, en het is onduidelijk of het nu nog wordt gebruikt.

Speciale voeding

Waarin Froome en Sky wel verschillen van alle voorgaande dominante formaties, is hun voeding. Dat zie je aan de gabarits van hun renners. Zet Team Sky in T-shirt en jeans op een rubberbootje op de Middellandse Zee en je vermoedt uitgewoonde vluchtelingen die in geen weken een deftig maal hebben gezien. Dat klopt, ze zien ook geen deftig maal, toch niet wat wielrenners als deftig bestempelen. Die aanpak heet fuel for work, in mei nog beschreven in een studie, mede gesponsord door het sportvoedingmerk van Team Sky: je laadt je verbrandingsoven met wat je nodig hebt voor de inspanning en je eet vooral maar zoveel koolhydraten als je zult verbranden, want overbodige koolhydraten zijn ballast.

 

Trainen zonder koolhydraten kan ook en je vermagert bovendien. De voeding om te vermageren, de gerichte training met één doel – de Tour – en een strenge selectie van de helpers – zoals Merckx en Armstrong – moeten resultaat opleveren. Deze Tour kwam daar nog eens een voortschrijdend inzicht bij over hoe moet worden gekoerst. Waar het de enige zorg van Bradley Wiggins was om zo snel mogelijk voorin te rijden om na een tijd niemand meer te zien, beweegt Froome zich als een vis in het water voorin in het peloton en heeft hij ook geleerd te koersen als een klassieke wielrenner. Froome 2.0 is aanvallen in de afdaling, een miniwaaiertje opzetten met Peter Sagan. Neen, Froome 2.0 is niet saai.

Saai is het antwoord, of het gebrek aan antwoord, van de andere ploegen. Die verstoppen zich achter de 35 miljoen euro die Sky ter beschikking heeft en waarmee het alle beste renners zou kopen. Is dat zo? Richie Porte reed bij Sky en nu voor BMC. Oké, hij vertrok voor het geld en hij staat nu op vijf minuten. Wout Poels reed twee jaar geleden voor Patrick Lefevere. Hadden ze hem aan boord gehouden en toen een ploeg rond hem gebouwd, Etixx-QuickStep deed misschien mee voor het geel. Met de nadruk op misschien, want helpers in de bergen hebben een snipperdag tijdens de andere ritten. Het is niet omdat Poels de tweede beste is na zijn kopman dat hij ook na 21 ritten tweede zou zijn in Parijs.

Fenomenale waarden

Met Chris Froome is in de zomer van 2011 geleurd. Niemand wilde hem. Ook Johan Bruyneel kreeg hem aangeboden. Fenomenale waarden, zei Sky-teambaas Dave Brailsford, maar wij krijgen het niet omgezet in prestaties. Een maand later werd hij tweede in de Vuelta na de hoogst verdachte Juan José Cobo en vóór Bradley Wiggins en Bauke Mollema zowaar. Waarna Brailsford een jaar later voor de Tour ging met Wiggins als kopman en Froome als gefrustreerde meesterknecht.

Na afloop van de Tour van 2012 kwam Sky’s meester-trainer Tim Kerrison met een powerpointje over de vermogenswaarden van de helper Froome en hij werd de nieuwe kopman. In 2013 won hij de Tour, in 2014 viel hij, in 2015 won hij weer, net als morgen bij leven en welzijn. Froome is 31 en kan Anquetil, Merckx en Hinault evenaren en dat zou niet meer dan terecht zijn.

De Russen komen (niet/ wel) in De Morgen van 22 juli 2016

De Russen komen (niet/ wel)

 

Joepie, de Russische sporters uit de atletiek mogen niet naar Rio. Op een handvol na dan en die zullen geen deuk in een pakje boter lopen, gooien, trappen, springen of wat dan ook. Dat scheelt alvast achttien medailles, want dat aantal wonnen de Russen in Londen 2012. Acht van de achttien waren van goud. Met 82 medailles in totaal was de Russische federatie het derde land in aantal medailles, pas het vierde als de olympische telling (goud boven alles) wordt aangehouden.

Overigens wonnen de Russen in Londen negen medailles meer dan vier jaar eerder in Peking, wat toen als de terugkeer naar eerdere glorieuze tijden werd begroet. Te vrezen valt dat die stijging nu postuum zal worden tenietgedaan. Een nieuw historisch dieptepunt na de 63 medailles in Atlanta in 1996 wenkt.

Het Wereldantidopingagentschap (WADA), de Amerikanen, de Canadezen en de Britten – de Angelsaksische connectie zeg maar – bejubelen ongetwijfeld de beslissing van het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) om de schorsing van de Russische atletiekbond door de IAAF te handhaven. Ze hopen nu op een uitbreiding van die schorsing naar de hele Russische olympische equipe door het Internationaal Olympisch Comité (IOC), maar zo’n vaart zal het niet lopen.

Het buikgevoel zegt nu wel: voor eens en voor altijd afrekenen met die Russen. Maar de logica zegt: het moet wel juridisch kloppen. De uitspraak van het TAS volgt die logica: de IAAF heeft correct gehandeld in het schorsen van de Russische atletiekfederatie ARAF en derhalve kan die bond of het Russische nationaal olympisch comité geen atleten afvaardigen, tenzij die atleten kunnen bewijzen dat ze afdoende zijn gecontroleerd. Waarna een zinnetje volgde dat er wel heel weinig tijd was om de onschuld te bewijzen.

Onschuld bewijzen is een aanfluiting van een basisrecht: niet onschuld, maar schuld moet worden bewezen. WADA, TAS, IAAF en IOC kunnen zich nog aan een zaak bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens verwachten, maar dan moeten de Russen wel eerst in beroep gaan tegen het TAS bij het Zwitsers gerecht en daar zijn ze zelden gehaast. Meer zelfs, de Zwitsers zijn dat TAS zo moe als koude pap.

Russisch paspoort

Het buikgevoel zegt dat de Russen op hun plaats moeten worden gezet en dat president Vladimir Poetin en minister van Sport Vitali Moetko de middenvinger mogen krijgen voor zoveel misprijzen voor de internationale sportregels. Oké, maar dan de praktijk. Hoe moet dat gaan? Om de link te leggen met de aan gang zijnde Tour de France: moet Ilnoer Zakarin worden uitgesloten van Rio? In 2009 kreeg hij twee jaar aan zijn broek voor methaandienone, beter bekend bij bodybuilders als Dianabol, overigens een Amerikaans middel. Dat is een van die anabolen waarvan de dopingbestrijding deze eeuw nieuwe metabolieten (afbraakproducten) heeft opgespoord.

Zakarin liep tegen de lamp, heeft zijn straf uitgezeten en rijdt nu een dijk van een Tour. Hij verblijft hoofdzakelijk in West-Europa, is dit jaar al twaalf keer out of competition gecontroleerd door allerhande instanties die controles doen in het wielrennen en dat zijn er nogal wat. Er is geen enkele objectieve reden om deze man van de Olympische Spelen weg te houden, behalve als het bezit van een Russisch paspoort een objectieve reden is. De internationale wielerunie UCI heeft daar ook weinig zin in want dan komt ze in het vaarwater van Katjoesja-baas Igor Makarov en die heeft in 2013 de verkiezing van UCI-voorzitter Brian Cookson gefinancierd.

Met de schorsing van de Russische atletiek kan het volstaan en zou al heel wat boosdoenerij uitgeschakeld zijn. Tussen 2013 en vandaag hadden de Russen 181 dopinggevallen; 98 daarvan kwamen uit atletiek. Zwemmen en gewichtheffen zijn de tweede en derde sport op de dopinglijst met twaalf en elf gevallen.

Ter vergelijking: de Verenigde Staten hadden 129 dopinggevallen over dezelfde periode en als je onze Russische vriend Zakarin schorst omdat hij Rus is en het Russisch wielrennen acht positieve gevallen had tussen 2013 en vandaag, dan moet je de Amerikaanse wielrenners ook schorsen want die hadden over dezelfde periode achttien positieven.

Een voorspelling voor zondag, als het IOC zich over de zaak buigt: dat speelt de bal door naar de internationale sportfederaties en die zullen zich twaalf dagen voor de start van de Spelen niet wagen aan een collectieve schorsing van de Russen. Het zou te gek voor woorden zijn dat de Russische volleyballers en volleybalsters hun medaille niet mogen verdedigen in Rio omdat hun landgenoten- atleten vergeven zaten/zitten van de doping.

Geen Russen en ook geen WADA in Rio in De Morgen van 19 juli 2016

Geen Russen èn geen WADA in Rio

Nu de internationale sportgemeenschap om de algemene uitsluiting van de Russen voor de Olympische Spelen van Rio roept, beleeft de olympische wereld de grootste crisis sinds de boycots van de jaren tachtig. Het is oorlog tussen Rusland en het Westen, dat door Moskou wordt verweten een hetze te voeren tegen de onschuldige Russische sporters. De geopolitieke fall-out van deze crisis is niet te overzien en ook niet opgelost in enkele jaren: zelfs het WK voetbal van 2018 is bedreigd.

Het Wereldantidopingagentschap (WADA) – zelf niet vrij van schuld – vraagt de uitsluiting van de hele Russische atletendelegatie voor Rio op basis van het McLaren-rapport dat gisteren werd voorgesteld en dat bewijzen heeft gevonden van georganiseerd staatsbedrog in minstens twintig zomersporten.

Dat laatste is opmerkelijk, want oorspronkelijk begon dit schandaal met de Winterspelen van Sotsji, waar stalen zouden zijn verwisseld of opengemaakt, waarna de urine werd verwisseld. Maar McLaren onderzocht ook de stalen van het WK atletiek in Moskou en de Universiade in Kazan, allebei in 2013. Telkens kwamen ze tot de vaststelling dat er met de stalen was geknoeid, telkens was de overheid op de hoogte en telkens was de FSB – de opvolger van KGB – betrokken. In enkele gevallen was zelfs de onderminister en de minister van Sport van alles op de hoogte.

“Hoog tijd voor een sterk signaal,” zegt onze sportminister Philippe Muyters, die zelf lid is van de foundation board van het WADA. “Aan het IOC en de internationale federaties om te zorgen dat de bedriegers eruit gaan.”

Russen buiten, dan maar? Welnu, de kans is eerder klein tot onbestaande dat we op 5 augustus tijdens de openingsceremonie in het mythische Maracaña géén bordje met daarop Rússia zullen zien, gevolgd door een legertje rood-wit-blauwe atleten. In dit verhaal is het laatste hoofdstuk nog niet geschreven en donderdag zullen we al meer weten als de zaak van Rusland voor het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) komt in Lausanne. Daar zal worden gepleit door juristen en niet door dopingjagers en zij zullen erop hameren dat alleen bewezen schuldigen mogen worden gestraft.

Dat was ook het scenario dat ze bij het IOC in gedachten hadden, want die zouden liever wél Russen in Rio zien, al was het maar om de sportieve vrede min of meer te vrijwaren. Laat het WADA maar jammeren en laat iedereen maar vragen om de Russen uit te sluiten, redeneerde het IOC, het TAS zal de juridische logica hanteren en dan moeten wij de uitspraak van het TAS volgen.

Tot eergisteren iets vreemds gebeurde: een dag vóór het McLaren-rapport kwamen de Amerikaanse dopinginstantie USADA en het Canadees centrum voor ethiek in de sport (CCES) out of the blue met de vraag om Rusland uit te sluiten van Rio. Een voorafname
op het rapport, zo blijkt nu. Meteen kwam een tegenreactie van IOC-voorzitter Thomas Bach, die – dat moet u weten – in 2013 met de uitdrukkelijke steun van Poetin als opvolger van Jacques Rogge is gekozen. Bach had het rapport duidelijk nog niet gekregen en de anders nochtans erg voorzichtige advocaat verklaarde: “Je moet geen badmintonners straffen omdat wintersporters in Sotsji hebben gesjoemeld.”

Die uitspraak had hij beter niet gedaan, want die krijgt hij als een boemerang terug. Als de sportpaus Thomas Bach zo te kakken wordt gezet, kan dat niet anders dan uit het brein komen van de founding father van het WADA, de eeuwige stokebrand Dick Pound. Die gebruikt dit Russische dopingschandaal om het hele Internationaal Olympisch Comité de kant in te rijden. Pound is nota bene zelf lid van het IOC, maar compleet uitgerangeerd sinds hij de verkiezing tegen Rogge in 2001 voor het presidentschap verloor. Hij beet zich toen vast in het WADA.

Dat Wereldantidopingagentschap met zetel in Montreal gedraagt zich nu als een instelling boven alle verdenking, maar dat is dan weer erg fout. Zelden heeft een internationale sportinstantie meer geblunderd en minder gedaan met meer geld, dan het WADA. Daarom rijpten bij het IOC stilaan de geesten om na de Spelen van Rio de internationale dopingbestrijding anders te organiseren en ook het WADA te hervormen.

Dat is tegen de zin van Pound, die probeert te redden wat er te redden valt, maar de ongemakkelijke waarheid is deze: alles wat nu in mooie rapporten verschijnt, wist het WADA al sinds 2011. Toen werd de eerste Russische spijtoptant die het hele atletiekschandaal aan het licht bracht, door een WADA-official doorgestuurd naar de Duitse zender ARD met de melding “hier beginnen wij bij het WADA niet aan”. En al in januari 2014, een maand voor de befaamde Winterspelen van Sotsji, wist de scientific director van het WADA van ongeoorloofde externe inmenging in het labo van Sotsji. Ook dat staat in een rapport dat namens het WADA is opgesteld. Rodtsjenkov, de labodirecteur en later spijtoptant, zei toen letterlijk: “Men verplicht mij ‘dingen’ te doen.” Het werd niet uitgezocht. Rusland niet in Rio, volledig mee eens, maar het WADA heeft daar evenmin iets te zoeken.

Proficiat Froome in De Morgen van 16 juli 2016

Proficiat, Chris Froome

Twee grote mijnheren gezien, gisteren in de Tour de France. Chapeau voor Tom Dumoulin. Na een uurtje tegen 180 hartslag het gesprek over zijn tweede ritwinst beginnen met het droeve nieuws van Nice met de juiste toon, het juiste timbre, de juiste woorden; doe het hem maar eens na. Een mooie, slimme, sterke renner en het is te hopen dat ze bij Giant-Alpecin of de opvolger daarvan het verstand hebben om hem in het vervolg als kandidaat-Tour-winnaar klaar te stomen.

Dat Tom Dumoulin op een behoorlijk lastig parcours na vier snipperdagen maar één luttele minuut sneller is dan de geletruidrager, die nog fietsend, lopend en sakkerend vol aan de bak moest op de Mont Ventoux, zegt nóg meer, maar dan over Chris Froome. Even wars van de stijl van Froome en van de sympathie voor dat onderhondje van de Andes, maar wat een kanjer is die Froome. Wat een grote mijnheer.

Doodzonde, die reacties in de nasleep van het pandemonium van de Ventoux. Het publiek dat eerst de boel had verkloot, stond na de rit Chris Froome uit te jouwen. Er circuleerden foto’s van verklede omstaanders die de lopende Froome vierkant in zijn gezicht uitlachten. Afvoeren, vierendelen en voederen aan de wolven van de Provence, dat schorem. Gisteren bij de start, onderweg en bij aankomst was het gejoel en gefluit weer niet van de lucht.

Dat was de echte schande, maar daar werd in de jammerende commentaren in de media nauwelijks over gesproken. Wel: ‘Froome verdiende diskwalificatie (omdat hij liep zonder fiets).’ ‘Klassenjustitie.’ ‘Wat als dit alleen met Mollema was gebeurd?’ ‘Ze vinden de reglementen ter plekke uit om hem zijn gele trui terug te geven.’ ‘De wil van de rijkste ploeg is wet.’ ‘Wat als er eentje lek rijdt straks?’

Correcte jurybeslissing

Ik viel van de ene verbazing in de andere en daarom belde ik een UCI-commissaris met aanzien en met Tour-ervaring op het hoogste niveau. Zijn oordeel was duidelijk: er zijn de letterlijke reglementen en er is de geest van het reglement en volgens de geest van het reglement was dit een goede beslissing. Je neemt Froome zijn geel niet af, waarvoor hij ook nog eens winst aan het boeken is, omdat zijn groepje pal op een remmende motor rijdt en hij als enige niet verder kan. Het is niet eerlijk en je kunt dit niet vergelijken met een val of een lekke band: een uitzonderlijk voorval wettigt uitzonderlijke maatregelen, zeker op 1,2 kilometer van de streep. Sommige renners waren minder opgetogen.

Alejandro Valverde en Nairo Quintana deden lekker Spaans hypocriet en vonden dat dit nu eenmaal bij het wielrennen hoorde. Bauke Mollema was milder en vond wel dat Froome en Porte in zijn tijd mochten worden geklasseerd. Hij had dan weer problemen met de faveurs die een weggereden Quintana te beurt vielen en voor die redenering viel iets te zeggen. Al bij al was hij veel gematigder dan zijn landgenoten in De avondetappe, waar net niet de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken werd gevraagd de Franse ambassadeur te interpelleren over zoveel onrecht.

Waar hebben we het in godsnaam over? Dit is alsof in het voetbal een verdediger en een doelman worden getroffen door een vuurpijl vanuit de tribune. Wat zouden we doen met de aanvaller die doorloopt en scoort? Lynchen, juist, en terecht. Wat deed Mollema? Doorrijden. Omdat hij toevallig zo gelukkig was om boven op de ter aarde gestorte ellende genaamd Froome en Porte te vallen. In het voetbal, toch niet direct een sport die bekend staat om zachte zeden en solidariteit, trappen ze bij minder malheur de bal buiten. In het verhevigde leven wielrennen rijden ze lekker hard door. De ene zijn dood/val, is de andere zijn brood.

Had Mollema moeten wachten, het equivalent van de bal buiten trappen? Misschien. Kun je het hem verwijten dat hij niet heeft gewacht? Neen, dat was de adrenaline van het moment, zoals je ook Froome niet mocht verwijten dat hij op zijn schoenplaatjes de Ventoux naar boven liep. Daarom was de jurybeslissing een wijze beslissing, want Mollema was in een normaal koersverloop samen met Froome en Porte over de streep gekomen. Dit voorval had niks vandoen met reglementen uitvinden of met de wil van de rijkste ploeg.

Misschien was het wel een klein beetje klassenjustitie maar die hoort bij topsport. Lionel Messi of Cristiano Ronaldo krijgen sneller de fout mee dan om het even wie. Er waren wedstrijden dat de verdediger niet naar Michael Jordan mocht kijken of er werd al gefloten. In bescherming worden genomen, moet je verdienen.

Gisteren heeft Froome zijn krediet nog een beetje opgekrikt door zijn concurrenten op bijna een minuut (Mollema, wonderbaarlijk sterk) of veel meer (Quintana, drie minuten) te zetten. Het viel allemaal een beetje tussen de plooien van de ellende door, maar als we weer bij onze zinnen zijn, wordt het dan geen tijd om deze atypische renner in de armen te sluiten? Laten we hem een knuffel geven, zachtjes prevelend: “Sorry Froomy, voor alles wat we over jou hebben gezegd en geschreven. Of het nu bergop, bergaf, vlak of rechtdoor is, het ziet er niet uit hoe je op die fiets zit, maar je kleurt deze sport als geen ander. Je bent samen met Peter Sagan de grootste. Proficiat met de derde Tour.”

Amateur Sport Organisation in De Morgen van 15 juli 2016

AMATEUR SPORT ORGANISATION

Ik kijk naar een foto getweet door Martijn Hendriks van de NOS en de tranen schieten mij in de ogen. Richie Porte ligt links op de grond en iets verder ligt Chris Froome, in een gelijkaardige houding, op de rechterschouder bijna in foetushouding. Allebei zijn ze tegen dek gegaan, zoals dat zo mooi heet in rennerstaal. Rechts van hen staat een televisiemotor dwars over de weg. Bauke Mollema ligt erbij. Bijna. Hij is nog aan het vallen en zet zijn rechterhand, die een fractie later de grond zal raken. De foto toont niet wat er voordien is gebeurd. Alleen de fiets van Mollema wil iets zeggen. Hij staat dwars over Froome, al in de richting van bergaf. Hij zegt: “Mannen, het is goed geweest in dit zothuis, ik ben er hier mee weg.”

Romain Bardet had aan een paar zinnen genoeg om de waanzin van de Ventoux en de Tour de France neer te sabelen. “Ik ben Froome op 700 meter van de finish voorbijgereden. Hij liep met de fiets aan de hand als een triatleet in de wisselzone. Sorry, maar zo kunnen wij ons beroep niet uitoefenen. Als je niet meer ziet waar je moet rijden, dan wordt het te gek.”

Topsport noemen ze dat dan. Topsport hoort minimale eerlijkheid na te streven en moet vooral zorg dragen voor de atleten. In het wielrennen vallen ze zich met wat meeval een breuk, als het even tegenzit vallen ze zich dood of in een coma. En als de renners niet vanzelf vallen, bestaat nog altijd de levensgrote kans dat ze van de weg worden gereden door een motor, door een gekke toeschouwer of door allebei.

Die arme Stig Broeckx krijgt die mooie etappe die eindigde in een nachtmerrie aan zich opgedragen. Kan het nog symbolischer, nog cynischer? Wielrennen is topsport, maar evengoed een klotesport zoals het zijn menselijk kapitaal behandelt.

Gelukkig werd Chris Froome na drie kwartier soebatten uiteindelijk alsnog in het geel gehesen, met nog meer seconden voorsprong dan bij de start. Niet meer dan terecht, hoewel er altijd wel weer zijn die vinden dat chaos bij deze sport hoort. Neen, echt niet. En dat het überhaupt drie kwartier moest duren voor de heren van de jury tot die voor de hand liggende beslissing kwamen, is op zich al absurd. Wat er gebeurde op de Mont Ventoux is géén spektakel maar pandemonium, de totale ontreddering, de schande ver voorbij.

Te weinig dranghekken

De schade voor het al geteisterde wielrennen is na deze nieuwe farce onherstelbaar. Nooit is de nummer één van een sport meer voor schut gezet dan Chris Froome. Net had hij op weergaloze wijze zijn naaste concurrent op achterstand gezet en was op die vreselijke Ventoux zijn derde Tour de France aan het winnen, toen Richie Porte, Bauke Mollema en hijzelf op die motor van de televisie knalden.

Froome moest eerst lopend met een kapotte fiets verder, dan lopend zonder kapotte fiets, kreeg vervolgens een belachelijk klein geel Mavic-fietsje – het enige wat klopte aan dat fietsje was de kleur – en ten slotte reed hij op zijn eigen reservefiets naar de streep. En dat alles live on tv, world wide, al valt dat laatste nogal tegen in het geval van de Planeet Koers. Misschien nog een geluk dat alleen rusthuizen en Vlamingen naar koers kijken.

Ridicuul was het, Froome als de postmoderne versie van Eugène Christophe die in de Tour de France van 1913 in de afdaling van de Tourmalet zijn voorvork brak, veertien kilometer naar beleden liep en zelf in Sainte-Marie-de-Campan zijn fiets repareerde. De geletruidrager die op dat moment zijn geel kwijt was, schudde het hoofd toen hij over de meet kwam. Brave Froome. Ik weet niet wat hij daarna heeft gedaan, tot aan zijn bevrijdend sms’je ‘Still in the yellow jersey’, maar in zijn plaats was ik Christian Prudhomme en al die andere patjepeeërs van Amaury Sport Organisation op hun gezicht gaan slaan.

Van ASO zegt men dat het de meest professionele partij in het wielrennen is. Welnu, de afkorting ASO staat voortaan voor Amateur Sport Organisation. De officiële Twitter-account meldde zelfs even ‘Froome running on the Ventoux’. Gewoon, alsof dat de bedoeling was. Hoe verzin je het om een beklimming in te korten, maar niet te anticiperen op al die ramptoeristen die in de laatste zes geschrapte kilometers stonden maar geen renner zouden zien en dus maar afzakten naar de laatste kilometers vóór Chalet Reynard? Dat kon een kind voorspellen. Hoe verzin je het om maar één kilometer dranghekken te plaatsen op een berg die bijna instortte van het publiek? Ook dat was te voorspellen.

O ja, nummers één en twee op de onthoofde Ventoux waren Belgen, maar voor de moedige Thomas De Gendt en Serge Pauwels was geen aandacht. Alle miserie die het wielrennen over zich afroept, is altijd te voorspellen en steeds weer herhaalt de geschiedenis zich en niemand die er lessen uit trekt.

Le Relais du Ventoux in De Morgen van 14 juli 2016

LE RELAIS DU VENTOUX

Al bijna veertien dagen schudden de volgers van de Tour de France meewarig het hoofd als ze hun gratis L’Equipe in het Village de Départ ophalen. Misschien dat de rit met aankomst op de Mont Ventoux vandaag op de één staat, maar tot gisteren was het nog al voetbal dat de klok sloeg, terwijl Euro 2016 echt al van zondag afgelopen is en bovendien op een Franse kater eindigde. Dinsdag stond er nog: Envie de les revoir. L’Equipe die de ploeg zo achter de veren had gezeten in de poulefase was helemaal om en had ineens zin om De Jongens terug te zien. Hoe snel het toch kan keren.

Als commercieel product tegen de vox populi ingaan, is geen goed idee. Volgens dezelfde logica zette diezelfde krant ooit zijn dopingspecialist in de koelkast. Liever geen te slecht nieuws over wielrennen, luidde de boodschap, want van slecht sportnieuws worden ook de sportkranten niet beter. Hij zocht het dan maar in het voetbal en het rugby, en ging in 2014 moegetergd weg. Nu is de journalist van weleer strategisch hoofd van de controles bij het Franse antidopingagentschap.

Gisteren stond Unai Emery op de frontpagina. Dat is een Spanjaard die de nieuwe trainer wordt van PSG en dat is dan weer een hele rijke voetbalclub in handen van hele rijke Arabieren en met hele rijke Arabieren is het goed garen spinnen, weten ze als geen ander bij ASO, eigenaar van L’Equipe én van de Tour de France. Als in het Midden-Oosten twee mannen in lycra op twee wielen bij elkaar in de buurt rijden, wees er maar zeker van: ASO heeft het georganiseerd.

Gisteren bracht L’Equipe een klein beetje goed nieuws: de Tour de France kreeg een upgrade van economy naar business. Tijdens Euro 2016 begon die bij pagina 30 of zo, gisteren was dat al pagina 12. Maar nog steeds krijg je vieze vingers van al het bladeren. Twaalf pagina’s over de grootste wielerwedstrijd van de planeet en dat voor een organiserende krant, bovendien een sportkrant.

Aankomst aan Chalet Reynard

Vandaag begint de Tour echt en vandaag kan hij ook al gedaan zijn, maar daar ziet het niet naar uit. De rit naar de Mont Ventoux is er een voor avonturiers die redelijk bergop kunnen rijden. Het komt erop aan onderweg de wind te verteren en vervolgens die 16 kilometer vanaf Bédoin naar Chalet Reynard te overleven. Beneden heb je beter minimaal vijf minuten voorsprong.

Normaal moesten de renners helemaal tot boven rijden, tot aan de witte televisiepyloon, maar door hevige rukwinden heeft ASO beslist de etappe in te korten. De elf kilometer door het bos worden wel de zwaarste van deze Tour.

De aanloop duurt 150 kilometer en is relatief vlak met twee hellinkjes. Het eerste is de Côte de Gordes na 131 kilometer in het gelijknamige, mooie Provençaalse dorp. Als de renners goed kijken, zullen ze boven op de top een bekende zien staan: oud-UCI- voorzitter Hein Verbruggen woont in Gordes. De Côte de Gordes is 3,3 kilometer aan een gemiddelde van 4,8 procent, een veredelde Edelare als het ware, maar toch vierde categorie. Haast onmiddellijk daarna begint de Col des Trois Termes, een kuitenbijtertje van derde categorie maar kort: 2,5 kilometer aan 7,5 procent.

Vervolgens wordt 15 kilometer gedaald tot in Le Comtat Venaissin, de groenten- en fruittuin van het zuiden. De streek is een aanrader om per fiets te verkennen, maar niet als je jezelf al elf etappes hebt afgejakkerd, zoals die 190 jongens. Vanuit het stadje Mazan loopt het stilaan gestaag op tot Bédoin. Daar is de poort naar de hel en die staat wagenwijd open, zowel vooraan als achteraan.

Duel Froome-Quintana?

In Le Relais du Ventoux, lange tijd het enige café in het dorp, stapten op 13 juli 1967 in een bloedhete etappe heel wat renners af om zich te laven aan water van de tap, gevolgd door een flinke slok cognac, kwestie van de pijn niet te voelen. Onder hen Tom Simpson. Twee uur later was hij dood. Volgend jaar is het vijftig jaar geleden.

Op vrijdag 16 juni 2017 ga ik daar rijden en wil ik eindelijk eens te stoppen aan zijn stèle, iets wat mij de vorige tien keer dat ik naar boven reed nooit een goed idee leek omdat de kramp niet veraf was of de wedstrijdklok ongenadig tikte.

Wie wint vandaag? Niet Froome en niet Quintana, schat ik. Een baroudeur misschien, een stoere avonturier die zijn vluchtgezellen in het donkere bos op de stroken van 13 procent heeft achtergelaten. Wie rijdt wie los? Froome niet Quintana en Quintana niet Froome. De eerste echte confrontatie volgt wellicht morgen in de tijdrit.

Froome en Quintana zijn elkaar twee keer tegengekomen dit jaar. In de Ronde van Catalonië won de Colombiaan met 46 seconden voorsprong. In de Ronde van Romandië won hij ook, maar pakte Froome na pech in de eerste etappe wel de koninginnenrit. Twee keer hebben de twee beste ronderenners van het moment dit jaar tegen elkaar gekoerst en dan nog in wedstrijden die er niet toe deden. Zo zul je wielrennen niet snel terug op de één van L’Equipe krijgen.

20160714_De-Morgen_p-26-mail

SPECIAL ONE over Sagan in De Morgen van 13 juli 2016

SPECIAL ONE

We hebben de tiende etappe gehad. Vandaag gaan we over de helft en in kilometers zitten we er al ver over. In belasting en vermoeidheid zitten we nog maar aan één derde. Dat is de wet van de verminderde recuperatie, een wet die hier ter plaatse is uitgevonden maar daarom niet minder waar is. Dat is de Tour. Dat is koers, een sport met regels, gebruiken, tactieken, normen en waarden als geen andere sport. Niet beter, niet slechter, gewoon anders.

De Tour de France is een etappekoers en dat is op de ingewikkelde planeet koers een uiterst complex gegeven. Als u de Belgische tv heeft gekeken en de Belgische kranten gelezen, dan had u eind vorige week vast de indruk dat wij Belgen de Tour gingen winnen, niet? Greg Van Avermaet won een rit en kreeg hele katernen aan hem opgehangen. Als u dit weekend toevallig bij de noorderburen afstemde, omdat ze daar wel het geld hadden voor hun Avondetappe naast Studio France, dan dacht u vast dat de Nederlanders met Tom Dumoulin de nieuwe Tour-winnaar hadden. Neen dus. Er staat straks geen Belg op het podium in Parijs en ook geen Nederlander, al kunnen de Nederlanders in de toekomst wel iets ambiëren met Steven Kruijswijk, die zo ongelukkig in het roze in de Giro in een sneeuwmuur belandde.

Deze Tour is een wedstrijd met nog twee topkandidaten op de eindoverwinning: Chris Froome en Nairo Quintana. Die tweede rijdt op het wiel van Chris Froome, zoals Joop Zoetemelk destijds. In afwachting van hun onderlinge debatten wordt deze Tour beheerst door onder-wedstrijdjes waar we ons druk over maken. Onnodig druk.

De mensheid vermaken

Ruwweg zijn er vier types renners in deze Tour. Buiten categorie zijn de kandidaat-eindwinnaars. Ze waren met drieënhalf, nu nog met tweeënhalf. Aan de andere kant van het spectrum zijn er de volstrekt kanslozen, de knechten van de kopmannen en van de superknechten. Werkmieren en sherpa’s tegen een minimumsalaris, zonder enige ambitie, tenzij het gelletje op het juiste moment bij de juiste man krijgen. En Parijs halen natuurlijk, waarna de parochie hen zal fêteren als winnaars.

Vervolgens zijn er de betere knechten, die diep vanbinnen denken dat ze ook kunnen winnen maar door een speling van het lot in een dienende rol werden geduwd. Zij durven weleens mee te gaan in een ontsnapping, als ze het zot in de kop krijgen of daartoe aangemaand door de volgauto. Zelden leidt dat tot succes.

Dan zijn er de special ones en daarvan heeft elke ploeg er minimaal één. Af en toe moeten ze kopwerk doen, bijvoorbeeld als een sprinter denkt een kans te hebben. Af en toe moeten ze ook knechten, maar ze hebben vooral een aparte opdracht. Er zijn er die een trui ambiëren en naast die onbereikbare gele heb je die in alle kleuren. Numero uno onder de special ones is Peter Sagan. Die rijdt gewoon zijn eigen Tour. Hij wil het groen en hij wil etappes winnen en hij wil de mensheid vermaken.

Elke ploeg heeft renners die geen boodschap hebben aan het classement général, maar die bij de bekendmaking van het parcours in de herfst al hun etappes aanvinken. “Hier wil ik proberen te winnen, baas!” Vervolgens komt het erop aan je ploeg te overtuigen dat je belooft je in het ploegenwerk in te schrijven, als je maar op tijd en stond je eigen kans mag gaan. Als hun kopman voor geel door het ijs zakt, lachen die renners in hun vuistje.

Die categorie neemt af en toe een snipperdag. Juister: af en toe nemen ze géén snipperdag. De sprinters nemen de meeste snipperdagen. Alleen als het aan het eind vlak is en er geen brug meer op een slecht moment opdoemt, zie je hen vooraan. In alle andere ritten kruipen ze goed beschut in het peloton of de gruppetto en horen het wel over de intercom wie wat heeft gewonnen.

Al die types renners, elk met hun eigen agenda en hun intermenselijke relaties, rijden drie weken aan een stuk door elkaar. Wielrennen is een ingewikkelde sport, maar er is één certitude en die heet Peter Sagan. Sagan doet altijd zijn stinkende best, rijdt altijd om te winnen, neemt nooit een snipperdag, hooguit een vrij uurtje als het te steil bergop gaat en gisteren was hij weer de aanstoker van de ontsnapping die standhield. Hij reed vervolgens het meest op kop, haalde alle kandidaat-linkeballen terug en werd uiteindelijk ook nog eens tweede. Eenenveertig keer bij de eerste vijf in een Tour-rit, doe het hem maar eens na.

 

20160713_De-Morgen_p-23-mail

Wat de Vlaamse sport echt nodig heeft in De Morgen van 12 juli 2016

Wat de Vlaamse sport echt nodig heeft

Met de Code Muyters wil de Vlaamse minister van Sport achterkamerpolitiek bij Vlaamse sportbonden aan banden leggen. Bestaan die achterkamers? Is er vriendjespolitiek? Wordt er gesjoemeld? Ja, ja en ja, maar lang niet bij alle bonden. Zal de Code Muyters helpen? Een beetje.

Neem nu de twee grootste sporten van het land, voetbal en wielrennen. Die hebben hun Vlaamse sportbond vrij recent geïnstalleerd als melkkoe voor de Vlaamse subsidies. De echte beslissingen – niet altijd maar soms ook in achterkamers, tegen al of niet onbillijke vergoedingen – worden genomen in de koepelbonden KBVB en KBWB.

Binnen het Vlaams wielrennen zijn rond Wielerbond Vlaanderen meer dan tien vzw’s actief, allemaal baronieën van lokale potentaatjes die de dienst uitmaken in het hoofdbestuur van de Vlaamse bond, er zorg voor dragend dat wat binnen hun vzw gebeurt, onttrokken wordt aan de controle van de subsidiërende overheid.

Incompetente bestuurders

Soms zijn ze bestuurder en tegelijk gesalarieerde in een andere vzw, die zich van de Code Muyters niks moet aantrekken. Corruptie of belangenvermenging bestaat dus, maar die zal door die code niet worden aangepakt. Zoals er ook morgen en overmorgen nog sportbonden worden geduld die gerund worden door één familie.

Goed bestuur is meer dan uitwassen bestrijden. Goed bestuur is het aantrekken van goede bestuurders en daar schieten onze sportbonden collectief in te kort. Enkele bonden niet te na gesproken, lijdt het Vlaams sportbestuurderslandschap aan een acute bloedarmoede en dat gebrekkig beheer weerspiegelt zich onder meer in een manke dienstverlening en in de resultaten of het gebrek daar aan in de topsport.

Een jaarverslag en een beleidsplan op de site? Dat gebeurt al. Minstens 25 procent vrouwen? Lovenswaardig, maar zal dat de competentie verhogen? De directeur op functioneringsgesprek? Die loopt sowieso op eieren en ondergaat nu al de willekeur van zijn soms incompetente bestuurders. Wat de Vlaamse sport nodig heeft, is het hele landschap dat op de schop gaat.

Onder curatele

Schaalvergroting heeft de Vlaamse sport nodig en een sterke controle en aansturing vanuit Sport Vlaanderen in combinatie met politieke moed van de minister om hardleerse sportbonden onder curatele te plaatsen en te beknotten op hun subsidies.

Waar de Vlaamse sport nog meer nood aan heeft, is een nieuwe juridische entiteit op maat van sportbonden in plaats van de huidige vzw, al was het maar om de macht van de raad van bestuur te beperken. Als minister Muyters echt het verschil wil maken, dat hij zich daar hard voor maakt.