Verhaal over Tom Simpson in De Morgen van zat 17 juni 2017

Geofferd op het altaar van zijn sport

Hij kwam om de Tour te winnen en verliet Frankrijk in een doodskist. Als de Sagan van zijn tijd won Tom Simpson grote koersen en vermaakte de massa. Onterecht leeft hij voort als ‘de dopingdode van de Mont Ventoux’.

Vandaag, 17 juni 2017, rijden 2.500 Vlamingen namens sportfederatie Sporta in allerlei formules, van licht tot heel zwaar, op en rond de Mont Ventoux. Honderdnegenenzestig begonnen om negen uur aan de klim vanuit Bédoin in het witte shirt met zwarte blokjes van het ooit mythische Peugeot-team, een hommage aan hun gevallen strijder Tom Simpson, die vijftig jaar geleden in het zicht van de top bezweek.

In het selecte gezelschap aangevoerd door Toms jongste dochter Joanne, rijdt ook Eddy Merckx naar de top, en dat uitgerekend op zijn 72ste verjaardag. Merckx was als beginnende prof twee jaar de ploegmaat van Tom Simpson.

“Een grappige collega die een stuk ouder was dan ik en die mij wilde behoeden voor de valkuilen”, aldus de grootste wielrenner aller tijden. “Hij heeft mij dat jaar wel geflikt in Parijs-Nice door weg te springen zonder mij te waarschuwen, waardoor hij kon winnen en niet ik zoals het plan was, maar dat is nooit blijven hangen. Zo gaat het in de koers. Wat hem is overkomen, dat is níét de koers.”

Een jaar later werd in de steenwoestijn ter hoogte van de plaats waar Simpson is overleden een monument opgericht. Het initiatief kwam van het Britse tijdschrift Cycling, dat in een mum van tijd genoeg giften had ingezameld voor een gedenksteen. De Tour de France zelf zou pas in 1970 terugkeren naar de Ventoux en wie anders dan Eddy Merckx won de etappe met aankomst boven op de kale berg.

Er is die historische zwart-witfoto, ter hoogte van het monument. Met de top in zicht, achternagezeten door het hele peloton, neemt Merckx al rijdend zijn pet af voor Simpson, terwijl op de voorgrond Tour-baas Jacques Goddet naar het monument klautert. Die kransneerlegging was een van de weinige keren dat de Tour de France wilde herinnerd worden aan Tom Simpson, de Brit die naar Frankrijk was gekomen om te leren koersen zoals ze dat op het continent deden en al snel beter was dan de Fransen, Italianen en Belgen.

Geen bedevaart

Op 13 juli van dit jaar zal het precies vijftig jaar geleden zijn dat Tom Simpson in de dertiende rit overleed. Vorig jaar arriveerde de Tour de France op de Ventoux. Thomas De Gendt klopte toen Serge Pauwels in een door de mistralwind ingekorte rit die de geschiedenis in zou gaan als de meest chaotische bergrit ooit nadat Chris Froome achterop een motorrijder was geknald, waarop de geletruidrager zijn fiets weggooide en in paniek de berg opliep. In 2018, het Merckx-jaar met start in Brussel, komt de Tour wellicht ook terug. Deze editie niet en dat is geen toeval.

“Le Tour au Ventoux cinquante ans après Simpson? Jamais”, zei huidig Tour-baas Christian Prudhomme in 2013 in de beslotenheid van een UCI-commissie. “Ik wil geen bedevaart voor een gedopeerde.”

Joanne Simpson weet wat er speelt. “Van in het begin zaten ze met een dilemma. Ze hadden twee opties: of de Tour had mijn pa de dood ingejaagd, of dat had hij zelf gedaan. Daarom hebben ze na een autopsie vastgesteld dat zijn dood zogezegd is veroorzaakt door de amfetamines. Conclusie: hij heeft het dus zelf gedaan. En zo hebben ze hun zwarte pagina snel kunnen omdraaien.”

Joanne Simpson is de jongste dochter van Tom. Ze was amper vier toen hij bezweek aan hartfalen net onder de top. Zij is de realist van de familie. Bij onze afspraak woensdag in Mormoiron in de buurt van Bédoin, had ik twee boeken mee over haar vader. Het pas verschenen Major Tom Simpson van uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts kende ze uiteraard, want daar had ze zelf aan meegewerkt.

Het andere boek, daar had ze alleen over gehoord. Het heet Put Me Back on My Bike, wat volgens de overlevering de laatste woorden van haar vader zouden zijn geweest, maar ook daar bestaan verschillende versies over. Het is een sterk document, met veel feiten – mooi en minder mooi – maar uiteindelijk vol respect voor Simpson. Joanne heeft het nooit gelezen.

“Op een dag belde mama mij. ‘Joanne’, zei ze, ‘er is een boek uit van ene Fotheringham over je daddy. Don’t you ever read that book. It’s full of lies.’ Ik snap haar wel dat ze niet graag hoort dat papa ook fouten heeft gemaakt, dat hij doping heeft genomen, maar ik zie hem als een kind van zijn tijd, een slachtoffer van een cultuur.

“Ze namen allemaal amfetamines in die tijd, het zou pas vreemd zijn geweest als mijn papa dat niet had gedaan, ja toch, maar is hij daaraan doodgegaan? Ik denk het niet, maar ik heb jaren achter de waarheid gezocht. Ik heb via een advocaat het autopsierapport laten opvragen, maar dat zou vernietigd zijn. Ik denk dat ik het boek van Fotheringham toch eens ga lezen.”

Hoezeer Tom Simpson de wielermassa beroerde en wat hij betekende voor zijn sport, dat kwam allemaal samen in 1965. Dat jaar werd hij wereldkampioen in Spanje door Rudi Altig te kloppen. Kort daarna gaf hij een lang interview aan het Britse boulevardblad People en sprak open en bloot over het kopen en verkopen van koersen, over de dunne lijn tussen tonics (versterkers) en doping, en fileerde en passant ook enkele concurrenten. De Franse pers vertaalde de serie interviews, die drie weekends na elkaar voor opschudding zorgden, en suggereerde dat Simpson zijn WK-titel had gekocht. “Het cyclisme zal hem nooit vergeven”, concludeerde L’Equipe. Vijf dagen later won hij in Simpson-stijl – met een waanzinnige aanval – de Ronde van Lombardije.

Copyright © 2017 gopress. All rights reserved

Simpson maakte er zich van af met de melding dat zijn woorden waren verdraaid. Hij kwam er mee weg en bleef de allemansvriend, de exoot die een kampioen onder de kampioenen was geworden, eloquent in verschillende talen, aanvalslustig als geen ander en bovendien succesvol. In 1961 won hij als 23-jarige al de Ronde van Vlaanderen. Kort daarna werd hij Gentenaar.

Geen collega – levend of dood – die een kwaad woord over Simpson sprak of spreekt. Ook de jonge Merckx niet, want enkele dagen na zijn stunt in Parijs-Nice reed Simpson zich de ziel uit het lijf om zijn jonge collega aan zijn tweede overwinning op rij in Milaan-San Remo te helpen. Simpson had die zelf al in 1964 gewonnen, maar Parijs-Nice nog nooit. Winst in zijn eerste rittenkoers ooit was een prima voorteken voor zijn grote doel van 1967: de Tour de France winnen als kopman van de Britse ploeg.

Plaag van het peloton

Het exacte antwoord op de vraag wat haar vader precies is overkomen op die fatale dertiende juli 1967 zal Joanne Simpson nooit krijgen. Daarom alleen al is het onterecht om Tom Simpson als dopingdode te brandmerken. Jawel, hij had doping in zijn achterzak van zijn shirt en hij had wellicht doping genomen, maar is hij daaraan doodgegaan? Als het de wijdverspreide amfetamines waren, de plaag van het peloton vanaf de jaren 50 tot diep in de jaren 70, waarom is hij dan als enige bezweken?

Amfetamines hadden hun reputatie verworven tijdens de Tweede Wereldoorlog als energiepil voor de soldaten op het slagveld en de piloten in hun vliegtuigen. Ze werden vanaf de jaren 50 massaal geslikt in de sport en later ook in de maatschappij als eetlustremmer.

De beste, duurste versie was Tonedron (bijnaam tonton), die werkte op middellange termijn. Wilde je direct effect, dan nam je Pervitine (bijnaam tintin). Bij Simpson is Tonedron gevonden in zijn shirt en getuigenissen van ex-ploegmaats en verzorgers zijn eenduidig: hij was zoals veel renners van zijn generatie behoorlijk afhankelijk van de pillen om te presteren.

Maar er was meer aan de hand die dag of die week. Het was een zware Tour – 4.800 kilometer lang – en Simpson had een paar dagen eerder diarree opgelopen. Zijn mecanicien Harry Hall, die hem tijdens die klim terug op zijn fiets had geholpen en erbij was toen hij neerzeeg, had bij de start van de etappe nog getuigd hoe hij na de vorige rit met een tuinslang de spetters stront van zijn kader had moeten spuiten.

Zijn ploegleider bij Peugeot had hem die ochtend bij de start gezien en zag diepliggende ogen in een grauw gelaat: hij gaf hem de raad niet te diep te gaan. Simpson stond bekend als iemand van tot het gaatje en ver daar voorbij. Een jaar eerder was hem in de Vuelta een appelflauwte overkomen. Fietsen tot je erbij neervalt is evenwel geen kunst, maar een medisch probleem. Vandaag zou Simpson uitgebreid worden getest en misschien zelfs zijn vergunning worden geweigerd, want flauwvallen bij zware inspanningen wijst vaak op een hartprobleem.

‘Tom, ne fais pas le con’

Het was die dertiende juli ook nog eens bloedheet en in die tijd bestond de regel dat er twee flessen van een halve liter op de fiets mee mochten en nog eens twee mochten worden aangereikt bij de bevoorrading, maar alleen in hele lange ritten. Drank vanuit de volgauto was verboden en motoren met gekoelde blikjes cola en waterflesjes reden er toen ook niet rond. Bovendien deed in het peloton nog steeds het riedeltje de ronde dat veel drinken nergens goed voor was, behalve om dikke poten te krijgen en dat wilde je niet, renner zijnde.

In Bédoin aangekomen bestormde het dorstige peloton het Café de l’Observatoire en plunderden de helpers voor hun kopmannen het café. Simpson kreeg cola van zijn helper Colin Lewis en ook een halflege fles cognac die hij ook uitdronk, rekenend op verdoving door de alcohol. Die hele rit naar de voet van de reus van de Provence had hij afgezien en zijn droom om de Tour te winnen, was gaan vliegen. Maar dit was Tom Simpson: nooit opgeven was zijn handelsmerk. De uitdroging had haar sloopwerk al verricht. De elektrolyten, broodnodig voor de samentrekking van de spieren, waren samen met het vocht verdwenen en niet aangevuld. Het hart is ook een spier en uitdroging kan hartritmestoornissen veroorzaken.

Lucien Aimar, de uittredende winnaar, merkte in de klim na Chalet Reynard dat Tom Simpson helemaal op was. “We zagen af bij de beesten, maar hij wilde mij steeds weer losrijden, nam vijf meter en zakte dan zwijmelend terug tot bij mij. Ik zei: ‘Tom, ne fais pas le con, on reste ensemble.’ Hij wilde niet luisteren. Arme jongen, ik hield van Tom, wij hielden allemaal van Tom.”

Toen hij daar lag, als geofferd op het altaar van zijn sport, dachten alle renners die voorbijreden: o jee, zie daar Tom, weer eens te diep gegaan. Er is een poging tot reanimatie geweest door ene dokter Dumas. Volgens de overlevering maakte die fouten, maar ook dat klopt niet. Tom Simpson had vandaag misschien gered kunnen worden door een defibrillator, maar die hadden ze toen niet. De hartmassage en beademing haalden niks meer uit. Tom Simpson stierf die dag door een combinatie van factoren, maar niemand die ooit zal weten waar het echt aan lag.

Niet langer haatplaats

Behalve een bezoek aan het pas opgerichte monument samen met haar zus, mama en haar nieuwe man Barry Hoban, de beste vriend en een collega van Tom, is Joanne Simpson voor het eerst teruggegaan naar de Ventoux in 1997, twintig jaar na zijn dood.

“Over daddy werd nog veel gepraat, maar de Ventoux, dat was voor ons Simpsons een no go-zone. Ik ben toch gegaan, na een jaar trainen. In twee uur was ik boven. Sindsdien doen we elke vijf jaar iets. In 2002 zijn we vanuit Gent vertrokken. Dertien etappes, ook geen toeval. Papa is op de dertiende gestorven in de dertiende etappe, met rugnummer 49 in ’67, wat telkens opgeteld ook dertien is.”

In 2007 bouwde ze trappen. Er waren er al twee, ze goot er elf bij, samen dertien. Kostprijs 15.000 euro. Daarvoor heeft ze vijf jaar lang elke avond tijdens de Gentse Zesdaagse de hand opgehouden. Ze kreeg van de Belgen 2.000 euro samen. Tot Cycling een artikeltje wijdde aan haar levensdoel en de Britse lezers in geen tijd 13.000 euro stortten, waarna ze de trappen kon laten afwerken. In 2012 beklom Joanne de Ventoux van de drie kanten en dat in één dag. Ze is daarmee Cinglé du Ventoux. En dit jaar staan er twee events op het programma.

“We hebben de trappen met graniet kunnen bekleden. Zomaar geschonken en gratis geplaatst, met gratis lijm, en nog wat hulp van andere mensen en van Sporta, dat de Memorial Tom Simpson organiseert.”

Zelf organiseert ze op 13 juli, de dag van zijn dood, een rit naar de top. Tweehonderd mensen zullen er zijn, onder wie ook twintig Australische familieleden. “En nadien houden we een groot feest.”

Vijftig jaar na die fatale dertiende juli die de levens van een jonge familie, maar ook van de jonge Britse wielernatie en bij uitbreiding de hele wielerwereld, even deed stilstaan, is de Ventoux niet langer de haatplaats van de Simpsons. Op de boekvoorstelling van Major Tom Simpson, een legende leeft voort klonk het zelfs zo: “Welke betere plek om dood te gaan voor een coureur dan de Ventoux?”

 

Tom Simpson

Advertenties