Column Roodhuiden in De Morgen van zat 24 juni 2017

Roodhuiden

 

Het is typisch voor de media om veel heisa te maken van een onnozeliteit. U kent dat ongetwijfeld. Neem nu de staatszaak uit 2014 rond de Washington Redskins. Dat is een team uit de National Football League en het favoriete team van de advocaten in de hoofdstad. Voor elke twaalf inwoners van DC is er een advocaat, dus de Redskins hebben een grote achterban. Wat ook weer verwonderlijk is, want ze hebben in geen 27 jaar een prijs gehaald.

Die achterban was in 2014 totaal verbouwereerd toen het er ineens naar uitzag dat hun geliefde team van logo en naam zou moeten veranderen. Een commissie die moest beslissen over de handelsmerken en aanverwante symbolen had verordonneerd dat de naam Redskins, het indianenlogo en nog vier andere symbolen niet werden beschermd omdat ze minachtend (disparaging) waren voor de Amerikaanse indianen, ook weleens aangeduid als Native Americans.

De New York Times (uiteraard, want tegen Washington), maar ook de Washington Post zelf waren beide op de hand van de beslissing en kwalificeerden de naam Redskins als racistisch en evenzo verwerpelijk als de termen ‘negers’ en ‘spleetogen’ voor zwarten en Aziaten. De indianen juichten voor zoveel wijsheid, wat ook weer begrijpelijk was, want geen etnie werd/wordt in de Verenigde Staten slechter behandeld, en dat wil wat zeggen.

De vraag of roodhuid dan wel een belediging is, werd uiteraard gesteld en het kwam tot een felle discussie. Een belediging was dat niet echt, want indianen hebben dan wel een getaande maar geen rode huid. Die hebben ze alleen als ze zich boos maken en dan niet van een plotse aandrang van opstijgend bloed, maar omdat rood een van de oorlogskleuren was waarmee ze zich in onverdachte tijden beschilderden toen de blanken een beetje te opdringerig werden. Die uitleg is omstreden, maar minder omstreden is de vaststelling dat sommige stammen gewoon zichzelf als roodhuiden omschreven, zonder een blanke in de buurt.

De luizenkam werd bovengehaald. Op slag werden ook de Cleveland Indians een target. Die baseballploeg moest ook maar meteen van naam en logo veranderen want die deden dan weer aan cultural appropriation, nog zo’n hyperpolitiek correct standpunt. Culturele toe-eigening is verwerpelijk vinden minderheden in de VS. Zo mag een niet-zwarte het haar niet in cornrows vlechten. Of latino’s dat mogen, daar beraadslaagt de jury nog over: de ene zwarte vindt van wel, de andere van niet omdat cornrows uit Afrika stammen en latino’s niet.

Om het nog absurder te maken kwam zelfs voetbalclub KAA Gent in beeld na de titel van 2015. Die hadden (en hebben nog steeds) een Sioux-indiaan met een verentooi als logo en ook dat was niet correct volgens de racistische meetlat. Hoewel één Vlaams medium hard zijn best deed om aan de boom te schudden, lag Gent toch een beetje ver van welk reservaat dan ook en was het brandje snel geblust. Al bij al nog een geluk voor de Gentenaars dat die indianen niet wisten dat de roepnaam Buffalo is ontleend aan Buffalo Bill, op zijn hoogtepunt een notoire buffel- en indianendoder.

Voor de discussie rond de Redskins en andere symbolen, die nog onder de oppervlakte smeulde, is er nu ook een oplossing met dank aan het Amerikaanse hooggerechtshof. Dat heeft namelijk besloten dat de eerdere beslissing om het indianenlogo, de naam Redskins en de vier andere symbolen niet te beschermen ongrondwettelijk is.

Die beslissing was in strijd met het veelbesproken First Amendement. Dat zegt dat … het Congres geen wet zal aannemen die betrekking heeft op een staatsgodsdienst, of de vrije uitoefening van godsdienst verbiedt; of de vrijheid van meningsuiting of de persvrijheid beperkt; of het recht van het volk beperkt om vreedzame bijeenkomsten te beleggen, en verzoekschriften voor een herstel van grieven tot de regering te richten …

Uit deze paragraaf moet u de vrijheid van meningsuiting onthouden. Met andere woorden: ook al is iets beledigend, de overheid moet daar niet in tussenkomen en zeker niet de vrijheid van meningsuiting onderdrukken.

De New York Times en de Washington Post die eerst op de hand waren van de beslissing om géén intellectueel eigendomsrecht toe te kennen aan foute symbolen, hebben ook deze beslissing van het hooggerechtshof bewierookt. Hun conclusie was ondubbelzinnig: grondwettelijkheid en beleefdheid gaan niet noodzakelijk samen. Voor de Redskins hadden ze ook een advies: jullie hebben nu gewonnen, maar wees nu eens wijs en verander die naam.

 

COL-Roodhuiden

Advertenties