Interview Tessa Wullaert in De Morgen van zaterdag 8 juli 2017

‘Als ik dertig ben naar Barcelona, dat lijkt me wel wat’

Anders dan de dominante Rode Duivels gaan de Red Flames stevig verdedigen en dan proberen uit te breken. Voor dat laatste en de daarmee hopelijk gepaard gaande goals wordt op het EK (start 16 juli) gerekend op Tessa Wullaert, Belgiës beste speelster ooit.

Met excuses, maar behalve een volledig aangeklede Imke Courtois had ik nog nooit een voetbalspeelster van enig niveau van dichtbij gezien, laat staan haar onderstel in volle glorie, en dus floepte ik het er bij onze afspraak op een zomerse blotebenendag tegen Tessa Wullaert zomaar uit: “Jij hebt eerder de benen van een atlete voor de halve fond dan van een voetbalspeelster.” “Ja, ik weet het. Ik loop ook goed”, antwoordt de voetbalster en -stér, “maar ik zou wat steviger moeten worden. Veertien procent vet is wat weinig en spiermassa kweek ik sowieso moeilijk. Ik heb al van alles geprobeerd.”

De toon was gezet, prettige kennismaking met Belgium’s finest, de vrouw die middels een messiaans doelpunt dat te bewonderen is op YouTube (zoek op ‘Tessa Wullaert’s amazing solo goal’) haar team Wolfsburg op weg zette naar de Duitse landstitel. Sindsdien is ze ook hot in eigen land.

Ik zie je overal opduiken: bij trainingen, op de televisie, op toernooien. Is dat niet wat druk?

“Mijn ouders maken zich ook zorgen: ‘Rust eens een beetje, Tessa, want straks is het EK daar.’ Ik vind het best zo. Als ik in België ben, wil ik niet een halve dag in de zetel thuis blijven liggen. Zo’n interview als dit is ontspanning en ik heb die afwisseling echt nodig, want in Wolfsburg is het één keer trainen per dag en dan niets. Of soms twee keer en niets.

“Die rust krijg ik wel na het EK. Als we uitgeschakeld zijn, krijg ik twaalf dagen vrij van de ploeg en dan boek ik meteen een vlucht om samen met mijn vriend op reis te gaan. Maar het is te hopen dat we niet te snel zijn uitgeschakeld.”

Schat eens jullie kansen op een tweede ronde in?

“Ik denk dat we geen al te moeilijke poule hebben, maar makkelijk wordt het ook niet. Als je tegen Frankrijk, Engeland of Duitsland moet, dan weet je dat je voor de tweede plaats gaat. Maar Nederland kennen we erg goed. Denemarken kennen we ook, net als Noorwegen: ik heb ploegmaats die voor die landen spelen.

“Sowieso hebben die landen meer talent dan wij, maar dat weten we ook. Wij spelen met de nationale ploeg countervoetbal, een beetje zoals Atlético Madrid tegen sterke tegenstanders, jawel. Als ons verdedigend blok goed staat en we kunnen snel uitbreken, wat onze specialiteit is, dan kunnen wij iedereen aan. Ik vind het best zo, al speel ik met Wolfsburg totaal anders. In Duitsland hebben wij altijd de bal en verdedigen de anderen tegen ons. Wat niet wil zeggen dat ik niet moet lopen: ik haal als spits 11 kilometer per wedstrijd.”

Welke grote scholen zijn er in het wereldvoetbal bij de vrouwen?

“De Amerikanen spelen op kracht en gaan altijd in duel. Het Europese voetbal is meer een spel van passing. Brazilië speelt bij de vrouwen zoals bij de mannen: op techniek en met flair. De Aziaten spelen totaal anders: die blijven lopen en bewegen en tikken de bal supersnel rond. We hebben in het voorjaar tegen Noord-Korea gespeeld en die hebben ons ‘overlopen’. Overal waren die met twee tegen één.”

Jij retweette laatst een studie dat 80 procent van de vrouwelijke voetbalspeelsters aangaf een toegenomen zelfvertrouwen te hebben door de sport. Geldt dat voor jou ook?

“Ik heb mij nooit moeten optrekken aan die sport. Ik heb altijd geweten wat ik wilde, zelfs al waren mijn ouders tegen of is mijn vriend het niet eens. Als ik denk dat het goed is voor mij, dan doe ik dat.

“Mijn zelfvertrouwen heeft wel vorig jaar een tikje gekregen toen ik in Wolfsburg op de bank belandde en altijd maar commentaar kreeg van de trainer: dat was niet goed, dit moest beter. Ik dacht: kan ik nu niet meer voetballen of zo? Ik zat zelfs een paar keer in de tribune bij een wedstrijd en toen had ik het lastig en heb ik veel naar huis en met mijn vriend gebeld. Je zit daar maar alleen en als die twijfel toeslaat, is het goed om anderen te horen. Die zeiden allemaal hetzelfde: dat de trainer het niet voor je heeft, daar kun je niets aan doen, maar blijf trainen voor jezelf en het komt wel goed. Dit seizoen heb ik heel veel gespeeld en ik denk niet dat ik nog eens zo’n dip zal meemaken.

“De momenten dat ik er moest staan, stond ik er, zoals tegen Potsdam, toen ik die mooie goal maakte. Ik weet ook niet meer zo goed hoe ik het heb gedaan, en het was dan nog met links in het dak van het doel, terwijl ik rechtsvoetig ben. Ach, ik weet wat ik kan en
ik heb besloten om geen uitleg meer te vragen aan de trainer. Het is een typische Duitser: ‘darum und darum’ en voorts niet te veel woorden aan vuil maken. Ives Serneels bij de nationale ploeg is makkelijker om mee te communiceren.”

Je bent wel ver geraakt voor iemand die tot voor kort nog voetbalde voor de lol.

“Ik ben er echt ingerold. Ik bleef eerst zo lang mogelijk bij Zulte Waregem, omdat ik in Kortrijk studeerde. Daarna heb ik een jaartje Anderlecht geprobeerd, maar die trainingen waren niet goed. Toen kwam Standard en daar is het begonnen. Ik ging tot 15 uur naar school en om 16 uur vertrok ik naar Standard. Vier keer per week de noorderring van Brussel op het spitsuur. Ik had boterhammen mee en vanaf Bertem carpoolde ik. Ik kon daarna nog wat slapen en in de auto mijn boterhammen eten die mama had klaargemaakt. Om 23 uur was ik weer thuis. Zwaar, zegt iedereen, maar voor mij was dat niet zwaar. Wat ik voor het voetbal moest laten, zag ik nooit als een opoffering. Waar ik wel moeite mee had, was de combinatie werk/trainen, zo heb ik gemerkt toen ik mijn stage deed. Ik was moe op training van het werken en omgekeerd. En dus was de keuze snel gemaakt: profspeelster worden.”

Beschrijf de speelster Tessa Wullaert eens?

“Die rendeert het best op de tien (de positie achter de spits, HVDW). Spits kan ik ook, door mijn snelheid. Maar ik ben technisch goed, ik ben snel en ik heb het inzicht om iemand te bedienen. Als ik maar kan lopen waar ik wil. Bij Wolfsburg sta ik op de flank en dat ligt mij minder. Ik ben er wel graag gezien. Laatst stond ik echt versteld: per maand worden een kleine honderd shirts met mijn naam erop verkocht. Voorts blijft het heel rustig. Wolfsburg is down to earth. Zelfs als Koen Casteels uit gaat eten, zal hij nooit worden lastiggevallen. Duitsers zijn daarin heel discreet.”

Je hebt ambitie. Is dat iets wat je van thuis hebt meegekregen?

“Dat weet ik niet. Mijn karakter is: als ik iets doe, wil ik het goed doen. Ik denk dat ik dat van mijzelf heb. Ik ben niet echt opgegroeid in een gezin waar presteren centraal stond. Ik heb een jongere broer van 18, Jarne, die voetbalt bij Wielsbeke. Mijn mama is verpleegster en mijn vader buschauffeur voor De Reisvogel. Om hen te typeren: tien jaar geleden hebben ze een pleegkind opgenomen voor een kort verblijf. Dat was Bram, een jongetje dat zijn hele eerste jaar heeft gemist in zijn ontwikkeling en die nu een mentale achterstand heeft. Welnu, Bram is na tien jaar nog steeds bij ons en inmiddels een deel van ons gezin. Dat was oorspronkelijk niet de bedoeling, omdat je je niet te veel mag hechten aan kinderen van wie je weet dat ze ooit terug moeten naar hun ouders. In het geval van Bram is dat anders: de situatie met zijn moeder, die hij twee keer per maand ziet, is nog slechter, dus blijft hij bij ons. Overdreven ambitieus zijn wij dus niet, maar mijn ouders zijn wel ontzettend moedig dat ze dit hebben willen doen en ook volhouden. Ik bewonder hen daarvoor.

DM-VER-Tessa WullaertDM-VER-Tessa Wullaert“Soms komt Bram mee naar Wolfsburg. Dat vindt hij prachtig. Hij begrijpt uiteraard niet alles wat zijn grote zus doet, maar hij heeft op school bijvoorbeeld verteld over mijn Gouden Schoen en als ik op televisie kom, zit hij ook op de eerste rij. Hij speelt nu ook voetbal bij een G-ploeg en vandaar dat ik ook ambassadrice ben voor de Special Olympics.”

De absolute top in het vrouwenvolleybal en -basketbal verdient net geen 1 miljoen euro netto en de betere speelsters halen tussen 200.000 en 500.000 euro. Is dat bij jullie ook?

“Neen, dat is heel wat minder in het voetbal. De best betalende ploegen in het vrouwenvoetbal zijn Lyon, Manchester City en op respectabele afstand Wolfsburg. De betere speelsters komen aan tienduizenden euro’s per maand. Dat verdien ik niet, voor alle duidelijkheid, maar ik kan wel mooi sparen. Gelukkig, want als ik er niets zou aan overhouden, dan hoeft dat profbestaan voor mij niet.”

Pas op, echt werken is nog wat anders dan voetballen, hoor. En minder plezant.

“Iedereen denkt dat voetballen plezant is, maar er zijn ook mindere kanten. Je staat onder druk, je moet er naar leven, je moet er naar eten en je moet alles achterlaten. Ik ken een meisje dat is afgehaakt, het was niets voor haar. Ik heb een vriend en hij in België en ik in Duitsland, daar hou ik niet van. FaceTime is ook maar FaceTime. Er moet de komende jaren iets veranderen. Dit duurt al twee jaar en dat kan nog maximaal een jaar. Hij weet dat, maar er zit schot in de zaak.

“Denk nu niet dat ik ga stoppen met voetballen, integendeel. Ik weet wat ik wil: ik wil nog naar Engeland, Barcelona en China. China heeft al een aanbieding gedaan, maar daar was geen sprake van. Het niveau is daar veel te laag en enkel voor het geld zou te gek zijn op mijn leeftijd. Barcelona lijkt mij wel wat als ik dertig ben om ook nog wat in een leuke stad te genieten.”

Dáárom heb jij toerisme gestudeerd.

(lacht) “Neen, dat was omdat ik niet zonder diploma wilde vertrekken. Als het tegenslaat, sta je daar. Ik zie mij ook nooit in het toerisme werken. Hoewel, nog wat voetballen en dan iets doen in dat hotel in het trainingscentrum in Tubeke, dat lijkt mij nog wel wat. Of stewardess, dat zou ik ook nog wel een tijdje willen doen.

“Werken in het vrouwenvoetbal, dat is mijn droom. Ik heb al een paar trainersdiploma’s, maar nu ligt dat stil omdat ik niet naar de lessen kan. De opgang van het vrouwenvoetbal is ook in België niet meer te stoppen. Er komt betere jeugd aan, vooral door de topsportschool, en we zitten nu met een lichte hype rond dat EK. Mijn angst is alleen: wat als we nu eens alles verliezen, blijft dat dan duren? Nu wil iedereen interviews en fotosessies, maar zal het dan allemaal weer stilvallen?”

Wat heeft het vrouwenvoetbal nodig? Tennis, golf, basketbal en volleybal hebben een hoger sportief aanzien.

“Dat kan wel kloppen, maar vrouwenvoetbal is aan het groeien. Voetbal is de grootste sport ter wereld. Andere reglementen? Onze doelvrouwen zijn over het algemeen wat kleiner, maar ik kan als spits toch moeilijk kleinere goals vragen? Een korter veld vind ik ook onzin. Wij moeten ons aanpassen aan de sport, niet omgekeerd. Maar vooral de sportliefhebber zal zich moeten aanpassen en aanvaarden dat wij ook spektakel kunnen brengen. Ik ben Messi niet, maar ik ben er ook vier gepasseerd bij die ene goal. Dat soort acties zie je dus bij ons ook.

“Trager en minder krachtig, dat klopt. Ik vind het jammer dat wij altijd worden vergeleken met de mannen. Natuurlijk ben ik jaloers op mijn vriend als hij gaat lopen. Hij heeft dan twee maanden niets gedaan en ik zit in volle voorbereiding en hij loopt moeiteloos mee. Of de kracht waarmee hij op doel schiet. Wij spelen hetzelfde spel, maar met andere wapens.”

Nooit een voetballer aan je muur gehad?

“Neen, nooit een voetballer, ook nooit een voetbalspeelster, zelfs nooit een sporter. Spreuken, dat wel. Laatst vond ik er nog een in het hoekje van mijn kamer thuis. Ik had die op een bord geschreven: ‘No dream is too big.’Daar sta ik nog steeds achter.”

 

 

DM-VER-Tessa Wullaert

Advertenties