Verhaal over medicatie bannen in het wielrennen in De Morgen van zat 27 jan 2018

Als grijs no go wordt

De roep klinkt steeds harder om alle vermeende dopingsubstanties te bannen, ook als therapeutische uitzondering. ‘Het is het kind met het badwater weggooien, maar in wielrennen zijn uitzonderingen altijd verdacht.’

Een wielrenner mailde ooit met zijn dokter en vroeg: “Hey, wanneer zou ik dan best die cortisone nemen? Morgenvroeg of donderdag?”

De dokter: “Donderdag, hoe korter bij de wedstrijd, hoe beter.”

Dit mailverkeer komt uit een verhoor door de gerechtelijke politie die de dokter daarmee confronteerde en vroeg wat hij hierop te zeggen had. De dokter: “Hij zal dat wel gemeld hebben aan zijn ploegdokter zeker, hij moet daar toch een attest voor hebben.”

Met deze mooie case kun je alle kanten uit. Non-believers hebben gelijk als ze zeggen dat de renner zich in de grijze zone bevindt, en misschien zelfs bewust flirt met donkergrijs tot zwart. De cortisone in kwestie was – zo bleek uit de boekhouding van de arts – diprophos d.s., waarbij de d.s. staat voor “disposable syringe”, een ampul met wegwerpbare spuit dus. Het tijdstip – het mailverkeer dateert van 12 april 2012 – is op zich problematisch want een jaar eerder heeft de internationale wielerbond UCI de “no needle policy” ingevoerd. Spuiten mag alleen nog bij hoge uitzondering, met attest, en zelfbediening zoals bij deze renner is helemaal uit den boze.

Vergeten we de “no needle”, dan hebben believers evengoed gelijk, als ze ter verdediging aanhalen dat cortisonegebruik hier een therapeutische noodzaak betreft, want de atleet in kwestie lijdt aan een chronische ontsteking die in een drukke wedstrijdperiode alleen kan worden gecounterd met corticosteroïden. Dat die diprophos – nonkel Pros in het jargon – al decennia bekend staat als een middel om je op scherp te stellen voor een koers, is puur toeval. Of mooi meegenomen, afhankelijk van hoe je deze zaak bekijkt.

Maar als de renner een attest heeft, een TTN of toestemming wegens therapeutische noodzaak, en die had hij, dan is er toch niks aan de hand. Of wel? Rolf Aldag is tegenwoordig Performance Manager bij Team Dimension Data. Hoewel als Telekom-renner een kind van de epo-jaren 90 is hij na zijn eigen dopingbiecht in 2007 steeds in discussie gegaan over doping en de destructieve gevolgen ervan op zijn sport. Anno 2018 is hij tegen de TTN, of TUE (therapeutic use exemption) zoals die internationaal worden benoemd.

“Ik dacht vroeger: een blessure moet je kunnen behandelen, een ziekte ook. Ik ben erachter gekomen dat we dit beter niet doen. De TUE afschaffen, is het kind met het badwater weggooien, maar het kan niet anders. In wielrennen zijn uitzonderingen altijd verdacht.”

Froome en Wiggins

Het debat over al of niet toestaan van medicatiegebruik en het afschaffen van de TTN of TUE is niet helemaal hetzelfde. De meeste TTN’s worden toegestaan voor corticosteroïden en wel voor ontstekingen, banale verkoudheden of acute allergische problemen. Dat is de affaire-Bradley Wiggins die, gedekt door een TTN, tegen zijn pollenallergie een spuit kenacort kreeg net voor de Tour van 2012, die hij zou winnen.

Voor heel wat andere populaire geneesmiddelen is geen TTN nodig en die zijn vrij in gebruik: denk hierbij aan ontstekingsremmers. Niet steroïdale anti-inflammatoire middelen (NSAID’s zoals diclofenac of ibuprofen) worden in de sport bij kilo’s geslikt en kunnen hart, maag en darm- en nierproblemen veroorzaken. In de VS zijn atleten nieren kwijt geraakt ten gevolge van overdreven medicatie.

Op de keper beschouwd zou het Wereldantidopingagentschap ook de NSAID’s op de lijst moeten zetten want ze voldoen aan twee van de drie dopingcriteria: ze zijn prestatiebevorderend en ze zijn gevaarlijk voor de gezondheid. Over het derde criterium ‘tegen de geest van de sport’ kan worden gedebatteerd.

Vervolgens worden sommige geneesmiddelen in beperkte mate toegestaan door de dopingcode. Dit is de zaak-Chris Froome. Het meeste wat hierover in de pers is verschenen, houdt geen rekening met de feiten en gaat in tegen de stand van de wetenschap.

Froome heeft erg veel salbutamol gebruikt, een middel dat helpt tegen astma. Hoewel inmiddels meerdere keren uit dubbelblinde tests is gebleken dat zelfs een hoge dosis salbutamol niet de prestatie bevordert bij gezonde mensen, moest voor salbutamol tot 2010 een TTN worden aangevraagd en waren bijkomende testen nodig bij de pneumoloog. Na 2010 verviel die voorwaarde en werd salbutamol toegestaan tot een limiet van 1.200 nanogram per milliliter urine. Froome zat aan 2.000 maar werd niet uit koers genomen, omdat salbutamol een specified substance is, een stofje waarvan het WADA al lang weet dat het geen dopingmiddel is, maar dat op de lijst blijft staan om massaal gebruik tegen te gaan.

WADA is doof

De hamvraag waarrond in de komende maanden het debat zal draaien, is deze: is gecontroleerd medicatiegebruik dat de gezondheid niet schaadt, toegestaan om een atleet in competitie te houden? Geen zinnig mens die daar neen op zal antwoorden, ware het niet dat geneesmiddelen in bepaalde sporten de (soms onterechte) reputatie hebben dat ze genezen en meteen de prestatie bevorderen.

Voor de nieuwe UCI-voorzitter David Lappartient is het zonneklaar: wie in behandeling is voor om het even wat, hoort niet thuis op de fiets. Zijn diensten hebben opdracht gekregen een en ander uit te zoeken tegen volgend jaar. Ongelukkig voor hem is het niet de UCI die de dopingreglementen bepaalt, maar het Wereldantidopingagentschap WADA en dat is al tien jaar doof voor de vraag om corticosteroïden te bannen uit de sport.

 

Wielerartsen schermen soms met de argumentering dat als een sport te veel vraagt van de atleet waardoor die zich blesseert of ziek wordt, de sport diezelfde atleet niet kan bannen als hij zich moet verzorgen. “Als je alle zieken, gevallen renners en halve geblesseerden uit de koers weert, hou je niet veel over.” Dat mag worden veralgemeend: je kunt een World Cup voetbal organiseren voor corticogebruikers naast die voor niet-gebruikers.

Al zijn er weinig cijfers beschikbaar, toch vallen de aanvragen voor TTN’s al bij al mee. Voor de laatste Olympische Spelen in Rio zijn alleen cijfers voor de Amerikaanse olympische ploeg gevonden: 15 van de 558 atleten hadden een toestemming voor therapeutische noodzaak. Het Amerikaans dopingagentschap meldt dat ongeveer 5 procent van zijn atleten een TTN heeft gevraagd. Vlaanderen heeft alleen cijfers voor niet-topsporters en die zijn niet relevant.

Wantrouwen

Toen salbutamol en aanverwante middelen nog op de lijst stonden, vroeg ongeveer 7 procent van de atleten op de Zomerspelen en 11 procent op de Winterspelen een TTN aan. Daarna is dat cijfer gezakt, maar het WADA geeft geen uitsluitsel over het aantal uitzonderingen en voor welke producten.

Sindsdien wordt de overgrote meerderheid TTN’s gevraagd voor corticosteroïden. Andere middelen zijn uitzonderingen. Uit een studie van 2012 blijkt dat een op 1.000 tot 1.500 atleten op de Spelen tot 2012 een TTN had voor insuline, omwille van suikerziekte. In de jaren 90 zijn twee TUE’s gegeven voor testosterongebruik aan atleten zonder testikels. De VS hebben wel een ander probleem, vindt Peter Van Eenoo van het Docolab in Gent. “Ik merkte tot mijn verbazing dat ze in de VS soms ADHD behandelen met amfetamine, waar ze dan ook een TTN voor krijgen, en amfetamine is toch al wat zwaarder dan rilatine bij ons.”

Als er al misbruik van de TUE/TTN wordt gemaakt, weet Van Eenoo, gaat het om corticosteroïden. “Het systeem is niet waterdicht. Je kunt toestemming krijgen voor een Sofrasolone spray en rustig een tablet prednison slikken, wat verboden is. Wij zullen het verschil tussen een spray en systemisch gebruik alvast niet merken.”

Cortico’s en hoe ze te gebruiken/misbruiken is elk jaar weer rond deze tijd een hot item in het veldrijden. Een doordacht gebruik van het juiste middel kan wonderen doen, weten soigneurs die de goeie oude tijd nog hebben meegemaakt. In het bijzonder in
een sport waarin het erop aan komt om een half uurtje boven je theewater te gaan om de wedstrijd in de juiste plooi te leggen. De verdachtmakingen over en weer – in het bijzonder als Mathieu van der Poel niet wint – zullen net als andere jaren niet van de lucht zijn.

Dat is nu net het probleem voor Rolf Aldag. “Ik zou medicatie toelaten als het wielrennen er op een normale manier zou mee omgaan, maar dat kan deze sport niet. Niet met de medicatie zelf, maar ook niet met de atleet die ze neemt, want die wordt altijd geacht een voordeel te hebben. Zou er een sport zijn waarin de atleten elkaar meer wantrouwen?

“Daarom zeg ik nu: heb je astma door in de koude te trainen, jammer, maar dat is de beperkende factor van je lichaam. Heb je een ontsteking door in de bergen te gaan klimmen bij vrieskou of heb je het aan je hiel? Jammer maar helaas, dan moet je van de fiets want jouw lichaam kan deze prestaties niet aan. Ik ben heiliger dan de paus zolang deze sport niet kan omgaan met vrijheden. We zijn godbetert januari en het enige wat ik hoor zijn geruchten over misbruikte TUE’s en motortjes in de fiets.”

 

Grijs – Nog Go

Advertenties

Column over Elise Mertens in De Morgen van zaterdag 27 jan 2018

Elise

Van de week viel iedereen in de media – selectief, voor een breed publiek, kwaliteit of populair – over elkaar heen om het meest originele verhaal te brengen over Elise Mertens, Belgiës nieuwste tennisster, met de nadruk op stér.

Ze had een mama die nerveus was, een hangertje met haar overleden grootouders die ze groette na elke overwinning, ze sprak Limburgs, trainde op de Kim Clijsters Academy, had handtekeningen verzameld van Clijsters en van Henin en o ja ze had ook een lief van 24 en die was gemakshalve ook haar trainer. Hun samenzijn was de sleutel voor hun succes, naast haar talent en haar werkkracht uiteraard, maar het was toch vooral dat lief Robbe Ceyssens geweest.

Ze vond het plezant dat hij er zat, daar in die box. Tja, het tegendeel had verwonderd en was pas een probleem geweest. Stel dat je daar aan de andere kant van de wereld zit met een man in je box en in je bed met wie je het niét fijn vindt samen te zijn, dan lijkt het mij dat je onmogelijk goed kunt tennissen. Hoewel, je wilt de kost niet geven aan de vrouwen die met een tiran aan hun zijde ook de wereldtop hebben bereikt.

Knap hoor wat die Elise Mertens heeft gepresteerd, daar niet van. Ik heb het netjes herbekeken nadat ik de uitslag al had gehoord op de radio. Dan gaat het ook een pak sneller, als je weet waar je op moet letten.

Neen, we doen deze jonge vrouw geen plezier door haar zo op te hemelen. Wat goed is, komt snel, is een klassieke uitdrukking van wie in de talentenbusiness zit, in de sport maar ook daarbuiten. Wat snel komt, verdient bevestiging, is al evenzeer waar. Nu komt het erop aan voor Elise en Robbe om te bewijzen dat zij geen one time wonder is/zijn.

Ze is een speelster voor de top 50 werd eerst gezegd. Later werd dat bijgesteld tot top 20, zelfs top 10. De laatste berichten luiden: ze kan een grand slam winnen. Dat is genoteerd. Zoals Kirsten Flipkens in deze krant een paar weken geleden zei, zijn er maar een paar echte toppers in het vrouwentennis en is de rest redelijk aan elkaar gewaagd.

Laten we toch maar een afwachtende houding aannemen. Yanina Wickmayer speelde in 2009 ook de halve finale van de US Open, verloor ook van Wozniacki overigens, en stond acht maanden later twaalfde. Ze werd in 2009 tot Most Improved Player gekroond. Ze staat vandaag 112de, na veel blessureleed en een trouw weliswaar. Resultaten behaald in het verleden zijn geen garantie voor de toekomst. Elise Mertens is tot nader order niet de erfgename van Kim Clijsters en al helemaal niet van Justine Henin.

Er is meer dan één valkuil. Afgezien van de punten die ze volgend jaar in januari te verdedigen heeft, zal Mertens door haar nieuwe status verplicht in andere toernooien moeten aantreden, en meteen moeten knallen. Elise Mertens is ook niet langer dat Belgische meisje dat vorig jaar op dat achterafeiland Hobart een WTA-toernooitje won (en dit jaar weer) en op wie niemand lette. Er bestaat nu bewegend beeld van haar en elke concurrente met een beetje juiste instelling zal onderhand wel weten waar haar zwakheden zich situeren.

Volgens Filip Dewulf – ooit halve finalist in Parijs en nu journalist, dus het loopt niet altijd goed af na zo’n halve finale (grapje) – is er tennistiek nog wat werk aan de winkel. Mertens is mentaal en fysiek sterk, kan van alles wat, heeft een goeie backhand, maar daartegenover staat een onnatuurlijke forehand, minder netspel en mindere return, aldus de conclusie van Filip.

Elise Mertens is 22, zit op een wolk en hoeft zich van dit alles niets aan te trekken. Wie dan wel? Tennis Vlaanderen misschien, want er is inmiddels die constante dat wie in Vlaanderen de tennistop haalt, vaker niét dan wel via de topsportstructuren van de tennisbond is gepasseerd. Tennis Vlaanderen heeft Elise Mertens op haar veertiende niet toegelaten tot de topsportschool waarna ze op eigen kosten (van ma en pa) aan een lange exodus begon die haar achtereenvolgens in Maaseik, Parijs en Florida en uiteindelijk in de Bonenput in Bree bracht. Op eigen houtje naar de top 20, dan heb je verdomd veel karakter.

 

DM-COL-Elise

Football Money League 2018 in De Morgen van woensdag 24 jan 2018

Premier League nooit dominanter

De Deloitte Football Money League editie 21 is uit en wat algemeen werd gevreesd, is ook uitgekomen. De top consolideert zichzelf en elk land levert wel wat in ten voordele van Engeland.

Voetbal trekt zich van de wereldeconomie geen bal aan. Terwijl de stijging in de meeste sectoren groter is dan de jaren ervoor, is die in het voetbal relatief bescheiden, met de nadruk op relatief. In economische crisisjaren werden in het voetbal soms Chinese groeicijfers opgetekend, maar in 2016-2017 stegen de gezamenlijke omzetten van de top twintig ‘slechts’ met 6 procent.

Geen enkele economische sector presteert beter of het zou die van de smartphone moeten zijn: in twintig jaar tijd is de voetbalbusiness met 500 procent gestegen, dus verzesvoudigd. De meest kapitaalkrachtige clubs zagen acht keer meer euro’s op de rekening verschijnen.

De Football Money League van Deloitte is geen rangschikking van rijkste clubs. De focus ligt op de omzetten die worden gegenereerd inzake televisierechten, Europees voetbal, ticketing en commerciële activiteiten. Dat geeft een prima beeld van de waardeverhoudingen tussen de clubs.

Als clubbesturen vervolgens veel meer geld uitgeven dan ze ophalen, kunnen ze in de problemen komen met de financial fair play van de Europese voetbalbond UEFA. Dat Paris Saint-Germain in twee jaar tijd van de vierde plaats naar de zevende is teruggezakt, met een omzet die met 10 procent is gedaald, geeft aan dat de rek er inzake inkomsten uit is.

Grote kloof

Manchester United voert de rangschikking voor de tiende keer aan en dat ondanks een gedaalde omzet. Die daling is het gevolg van de waardevermindering van het pond tegenover de euro, naar aanleiding van de brexit. Cruciaal voor Man United om nog steeds eerste te staan, was de winst in de Europa League in Stockholm, in mei 2017.

Er zijn drie nieuwe clubs in de top twintig vergeleken met vorig jaar, maar alleen Southampton is een echte nieuwkomer die voor het eerst met de grote jongens meespeelt. Het is een van de tien Engelse clubs, die de helft van de top twintig uitmaken. Daarna houdt het overigens niet op, want ook de top veertig bestaat voor de helft uit (alle) Premier League-clubs.

In 1996-1997, het eerste jaar van de Football Money League, werd de tabel bevolkt door clubs uit acht verschillende landen. Zelfs Ajax Amsterdam stond er nog tussen, samen met een Braziliaans team. Engeland had toen vijf clubs. Vandaag wordt de dienst uitgemaakt door clubs uit de vijf grote voetballanden: naast de 10 Premier League-clubs zijn er 3 uit Duitsland, Spanje en Italië en 1 uit Frankrijk. De kloof met andere voetbaleconomieën was nooit groter.

Aan de top verloor Barcelona een plaatsje door minder sportieve resultaten, maar het zal dat volgend jaar wel goedmaken. Er zit overigens maar 1,7 miljoen euro verschil tussen de eerste twee clubs.

Italiaanse malaise

Voor het eerst zijn de tv-rechten de grootste inkomstenbron. Vorig jaar haalden de topclubs nog 43 procent uit commerciële bronnen en 39 uit tv-rechten. In 2016-2017 was die verhouding 38-45 procent in het voordeel van de tv-rechten. Die evolutie is niet te stoppen. In Duitsland is dit seizoen een lucratiever contract ingegaan en Engeland onderhandelt alweer voor de jaargang 2019-2020 en verder. Tv-rechten zijn ook de oorzaak van de terugval van Paris Saint-Germain. Zeventien ploegen doen op dat vlak beter dan de miljardenclub uit het Parc des Princes.

Italië presteerde nooit slechter. AC Milan is voor het eerst niet bij de eerste twintig in deze Money League en ook AS Roma – samen staan ze op 22 en 24 – zette een stap terug. Alleen Napoli kwam hen vervangen. Er wordt niet meteen beterschap verwacht voor de Italiaanse voetbaleconomie.

 

FML2018

Verhaal over de Russen en de OS in De Morgen van dinsdag 23 jan 2018

Russen naar de herkansing

Eind deze week krijgen we (misschien/ ongeveer) zekerheid over welke met doping besmette Russische atleten van Sotsji alsnog naar Pyeongchang mogen. De bewijslast is overweldigend, maar tegelijk is de individuele schuld lastig te bewijzen.

In het International Center Cointrin, naast de luchthaven van Genève, zijn gisteren de Neurenbergse processen van de doping begonnen. Negenendertig van de 43 gediskwalificeerde Russische atleten van de Winterspelen van Sotsji 2014 gaan er in beroep bij het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) tegen hun levenslange olympische verbanning, die vorig jaar uitgesproken is door het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Ze hopen op juridische genade. Een aantal onder hen is vier jaar later alweer in volle training voor de editie in Zuid-Korea.

Omdat het statige gebouw van dit eerbiedwaardig instituut nog nooit zoveel klagers tegelijk over de vloer kreeg, werd het vertrouwde Lausanne verlaten en uitgeweken naar Genève, zestig kilometer verderop. Organisatorisch een hele klus en qua timing helemaal een huzarenstuk. De eerste verdicten worden verwacht voor ten vroegste vrijdag of misschien zelfs zaterdag, maar er zou niet eerder dan volgende week maandag officieel worden gecommuniceerd. Dat is tien dagen voor het begin van de Winterspelen in Pyeongchang, Zuid-Korea.

Hertoginnenlijst

De atleten die beroep hebben aangetekend, worden verdeeld in twee groepen: 28 en 11 atleten moeten in een soort monsterproces voor hun rechters verschijnen. De verdediging van de atleten is simpel: wij wisten niet van doping, er is geen positieve plas en wij hebben nooit doping genomen, waarom ons dan uitsluiten? Omdat er is geknoeid met de stalen, aantoonbaar door krassen en door DNA-testen, en omdat Grigori Rodtsjenkov het zegt.

Die laatste is de ex-directeur van het Russisch dopinglab ten tijde van Sotsji en is na zijn oversteek naar de VS daar opgenomen in een getuigenbeschermingsprogramma. Met andere woorden: Grigori zal niet verschijnen in Genève, maar zal getuigen vanaf een niet nader gekende locatie per video.

De Russen zeggen dat hij de bedrieger is, ongeloofwaardig omdat hij de atleten beschuldigt om zichzelf vrij te pleiten. Grigori Rodtsjenkov beweert dat hij het dopingprogramma overzag en citeerde uit zijn zogeheten Gertsoginya-lijst. Gertsoginya is Russisch voor hertogin en dat was de codenaam voor de haast onopspoorbare anabolica-cocktail die Rodtsjenkov aan de atleten bezorgde. De labodirecteur hield een nauwgezette boekhouding bij en die heeft hij meegenomen naar de VS.

In totaal zijn 43 Russische atleten voorlopig gestraft. Slechts één aanvaardt zijn straf: bobsleeër Maxim Beloegin. Van drie biatletes is de zaak verdaagd, waardoor nog 39 Russen overblijven. Het bewijs voor hun persoonlijke schuld is lastig, zelfs onmogelijk zonder het getuigenis van Rodtsjenkov. De Russen zullen er alles aan doen om voor het TAS diens geloofwaardigheid in twijfel te trekken.

Het TAS is een instantie van rechters die puur procedureel en juridisch oordelen, weliswaar niet altijd met achtergrondkennis van sport maar dat is voor de beklaagden al vaker een voordeel gebleken dan een nadeel. Een ander aspect waarover het TAS zal oordelen, is de levenslange ban van de Olympische Spelen voor dopingzondaars. Nogal wat juristen vinden die niet-proportioneel. Leuk detail: sommige van de Russische atleten hebben Amerikaanse advocaten.

Evenveel Russen als in Sotsji?

Ook deze week zou bekend raken welke Russische atleten – behalve de al veroordeelde – naar Zuid-Korea mogen. Het land Rusland en het nationaal olympisch comité mogen dan niet welkom zijn, de atleten zijn dat wel. Volgens hun sportministerie is 80 procent van de voorgestelde noodploeg voor het eerst op de Spelen en dus onbezoedeld.

Een vierkoppig panel van het IOC, geleid door de Française Valérie Fourneyron, beslist deze week welke Russen straks welkom zijn. Pas op 28 januari wordt het oordeel over die lijst bekendgemaakt. Rusland maakt zich sterk dat het met meer dan 200 atleten naar Pyeongchang zal kunnen afreizen onder de benaming Olympic Athletes from Russia.

Dat lieten de Russen niet aan hun hart komen. In een eerste oefening waren ze al op een preselectie van 500 atleten uitgekomen. Vervolgens werd de lijst uitgedund tot 389. In Sotsji waren ze nog met meer dan 300, maar zelfs als Rusland erin slaagt om een delegatie van 200 mannen en vrouwen af te vaardigen, is dat een blamage voor het Internationaal Olympisch Comité.

 

Russen naar de herkansing

Col over FCA-FCB in De Morgen van maandag 22 jan 2018

Kampioenengeluk

Het is halfzeven, tijd om te vertrekken naar hopelijk een voetbalwedstrijd en geen loopgravenoorlog. En nog snel even de extrasportieve activiteiten gecheckt rond de clash van gisterenmiddag: voorlopig geen doden, zelfs geen bloedneuzen gemeld, mooi zo.

Die gewapende voetbalvrede had natuurlijk wel wat voeten in de aarde. Op de Bosuil werden alle losse elementen op de werfzone weggehaald en werd zelfs een tijdelijke muur uit betonblokken opgetrokken. In het stadion waren de scheidingswanden rond het bezoekersvak verhoogd, om contact tussen de supportersgroepen te beperken. Daarnaast of daartussen: 500 politieagenten en 150 stewards. Blijkbaar heeft het gewerkt, maar of we daarmee een goede richting zijn ingeslagen, is maar zeer de vraag.

Of we ook veel opschieten met pesterijen als die van Antwerp-voorzitter Paul Gheysens, die klacht indiende tegen het bestemmingsplan voor de gronden van het nog te bouwen Club-stadion (waar hij zelf toevallig een klein deel van bezit), is al even twijfelachtig. Dat Club-voorzitter Bart Verhaeghe, tevens grote baas van de voetbalbond, eerst zijn Eurostadion-project mee heeft gekelderd, zal wel hebben meegespeeld. Nooit in de geschiedenis van het Belgisch voetbal was er meer vijandigheid onder de topclubs en hebben die elkaar minder gegund op en naast het veld.

Met een nakend 2-0-verlies op de Bosuil leek de deconfiture van het onoverwinnelijke FCB ingezet. Daarna zondag verliezen bij Gent en nog wat steken onderweg laten vallen en dan de punten halveren en we hadden weer spannende play-offs, waarin Anderlecht in extremis aan het langste eind zou kunnen trekken.

Zo had het kunnen lopen, maar dat feest/ horroscenario (schrappen wat niet past) ging niet door. In Antwerpen hebben de plaatselijke clubs blijkbaar de grootste moeite om een 2-0-voorsprong vast te houden. Het overkwam Beerschot Wilrijk een week eerder tegen Cercle Brugge, dat in extremis nog met 2-3 ging winnen. Zo gek was het gisteren niet, al had Jelle Vossen met iets meer geluk bij zijn laatste actie misschien nog wel een vrije schietkans gekregen. Gelukkig ging ook dat niet door, want een videoref had de 2-2 van Ruud Vormer altijd afgekeurd voor buitenspel. Daar dient eerlijkheidshalve bij vermeld dat diezelfde videoref eerder in de wedstrijd een hands van Jelle Van Damme had bestraft met een penalty. In dat geval was het misschien veel sneller 2-1 geworden en dan weet je met het Club anno 2017-2018niet waar je uitkomt.

Zou Hein Vanhaezebrouck toch gelijk hebben en heeft Club al het hele seizoen het geluk aan zijn kant? Gisteren kwam het alvast geen meter vooruit in de Deurnese loopgraven, maar kreeg in de laatste vijf minuten van de wedstrijd twee doelpunten cadeau van een verder feilloze Antwerpse afweer. Dat heet dan kampioenengeluk en dat krijg je niet zomaar, dat dwing je af.

Aanvallend stelt Antwerp niks voor. Het is niet eens voetbal dat ze in balbezit spelen. Een hijs, een hos, een lel en met zo veel mogelijk sterke jongens erachteraan. Voetbal is gebaat met sterke jongens, maar voetbal is ook gebaat met een opbouw. Antwerp bouwt niet op, het breekt af tot op de grond, waarvoor hulde, want dat is ook een kunst.

Sommige grote clubs doen dat ook, maar die proberen in balbezit ten minste nog een patroontje op de mat te leggen. Antwerp beperkt zich tot profiteren van de fouten van de tegenstander en van de standaardsituaties die onvermijdelijk zullen volgen. Het is wat het is, maar om die Bosuil met zijn 13.000 zitplaatsen vol te krijgen – zelfs gisteren waren nog lege plekken – zal toch uit een ander vaatje moeten worden getapt.

De wedstrijd van gisteren heeft getoond hoe je Club kunt lamleggen, maar dat recept was al min of meer gekend: belet Hans Vanaken en Ruud Vormer het voetballen met alle mogelijk middelen en je hebt een kans. Antwerp deed dat met een man-op-manverdediging, waardoor ze in balbezit in een soort organisatorisch vacuüm verdronken en hun toevlucht moesten nemen tot de lange bal. Wie Vanaken-Vormer en niet te vergeten Nakamba (die beter is dan Clasie, hallo Leko) in de zone kan vastzetten, maakt een kans op winst. Voorlopig zijn die ploegen alleen buiten onze landsgrenzen te vinden.

 

 

Kampioenengeluk

Column over Ghelamco Arena ‘schandaal’ in De Morgen van zaterdag 20 jan 2018

Onzin hors catégorie

Na het megaschandaal rond de illegale Ghelamco Arena, het onrechtmatig bevoordeelde KAA Gent en de corrupte stad Gent, stelt deze rubriek volgende herstelbetalingen voor:

1. De Ghelamco Arena wordt afgebroken door een West-Vlaams slopersbedrijf en de onderdelen worden naar de Blankenbergse Steenweg in Brugge versleept, waar ze zullen dienen voor funderingen van de plaatselijke voetbaltempel, als die er ooit komt.

2. De titel van het seizoen 2014-2015 wordt alsnog bij meester Walter Van Steenbrugge van de vzw Brugse Stropkes ingeleverd, die hem vervolgens na zijn eigen triomftocht door de Gentse kanalen gaat afleveren daar waar deze titel rechtmatig thuishoort, in Brugge.

Als u op een andere planeet heeft gewoond: er is een boek verschenen. Niet bij een uitgever, want aan die kopij wilden echte uitgevers zich niet branden, hoewel meester Walter persoonlijk met het boek is gaan leuren. Het is geschreven en uitgegeven door zijn vriend Ignace Vandewalle, een van die West-Vlamingen die nooit hebben kunnen verkroppen dat Benito Raman van KAA Gent in mei 2015 in Jan Breydel zijn club in extremis op 2-3 zette en zo de weg bereidde voor de titel. Waarna de Gentse triomf door de wateren van het middeleeuwse Gent volgde en ook nog eens 28 miljoen of zo werd opgehaald in de Champions League.

Waren we nog vergeten: KAA Gent geeft uiteraard ook die 28 miljoen mee met meester Walter en dit ter compensatie voor zijn niet- aanvaarde klacht bij de Europese Unie tegen het stadion, de stad en de club KAA Gent.

In het genre ‘onzin’ is De illegale Ghelamco Arena hors catégorie. Van de drie majeure verwijten blijft nauwelijks een fractie overeind en dan moet je nog vooringenomen zijn. Er was geen aanbesteding, beweert het boek. Die was er wel, zegt het stadsbestuur, en
ze dateert uit 2006. Niemand had interesse. Dat is te checken. Er is drie keer een eerste steen gelegd, dat zegt genoeg. Bovendien hoefde een aanbesteding niet eens.

De stad heeft sinds 2014 een de gratis skybox, dus niet betaald, want dan was het ook niet goed) 5.000 of wat euro’s belastinggeld opgesoupeerd. Het is niet duidelijk of dat 5.000 euro per seizoen is, dan wel over de laatste drie seizoenen. Aan 20 wedstrijden per seizoen is dat respectievelijk 250 euro of 83 euro per wedstrijd/bacchanaal/ paars-groen ballet. (LATER RAAKTEN ANDERE BEDRAGEN BEKEND, MAAR OOK GEENSZINS WIJZEND OP MISBRUIK)

Ten slotte wordt de stad verweten dat ze voor 3 procent aandelen bezit in een vennootschap rond de club en 350.000 euro renteloze lening voor de bouw van het jeugd- en oefencomplex heeft kwijtgescholden, wat niet is aangegeven aan Europa. En dat Farys een stuk van het stadion heeft gekocht.

Als een club wordt verkocht aan een buitenlander of een rijkaard vreemd aan die club, wordt al snel getoeterd over lokale verankering. Dan verwijst men naar de Duitse voorbeelden, waar de fans en de lokale overheid zich verenigen met het lokale bedrijfsleven binnen het bestuur van de club. Alle studies bewijzen dat de lokale overheden een rol te spelen hebben op vlak van infrastructuur als daar maar een marktconforme huur tegenover staat. KAA Gent betaalt een miljoen euro huur.

Vergelijken we met Brugge. Club is in 1975 door het stadsbestuur van het faillissement gered door de bouw van het Olympia-stadion. In 2000 maakte Club nog eens de oude gronden van De Klokke ten gelde en in dat jaar werd het Brugs stadion gemoderniseerd op kosten van Euro 2000. Club (en ook Cercle) betalen geen huur in het Jan Breydelstadion.

Als tien jaar na Euro 2000 in Gent de club die veel te danken heeft aan de stad, en de stad die veel te danken heeft aan de club, zich samen engageren om een stadion te bouwen, is dat ineens illegaal. Niet dat de stad kapitalen heeft verloren aan het stadion, integendeel, aan het eind van de rit zal ze er 10 miljoen euro beter van zijn geworden. Ook de stad zelf is erop vooruitgegaan. In 25 jaar is Gent getransformeerd van een industrieel-archeologisch museum tot de meest aantrekkelijke en meest authentieke stad in Vlaanderen, met een unieke voetbalclub die de Gentenaars verenigt en de stad in de picture zet.

De vroegere site van de Groothandelsmarkt, ooit een gore uithoek, is een schoolvoorbeeld van slimme stadsontwikkeling, met een extra uitvalsweg en een landmark op de kruising van twee belangrijke Europese verkeersaders. Eén foutje wel: ze hadden nooit zoveel ledlampjes aan dat stadion mogen hangen. Dat blauw licht verblindt en wekt jaloersheid op.

Hoe kan een slecht, onzorgvuldig boek deze lading krijgen? Simpel: door onzorgvuldige journalistiek. Journalistiek is wikken en wegen. De boodschapper moet de boodschap checken en zich afvragen voor welke kar hij wordt gespannen. Dat media zonder het boek te hebben gezien op diezelfde kar springen, tart alle verbeelding.

Wat helemaal klopte aan dit boek, was de timing: met de aankomende gemeenteraadsverkiezingen is elk groot, minder groot, klein, minuscuul of zelfs onbestaand schandaal een uitvergroting waard en al helemaal als er socialisten bij betrokken zijn. Versterkende elementen waren, niet in volgorde van belangrijkheid: afgunst ten aanzien van een succesvolle voetbalclub, bloedende supportersharten, afkeer van Ghelamco en Paul Gheysens, vooringenomenheid en gebrekkige kennis van de sporteconomie.

Een boek in eigen beheer is een per definitie een zwaktebod. De illegale Ghelamco Arena is een slecht geschreven boek van een mislukt politicus, mislukt cafébaas en nu ook mislukt schrijver, die voor zijn eerste boek nog een uitgever kon belazeren, maar voor dit schrijfsel bot ving.

 

Het is een detail tussen alle andere fouten door, maar van wie de naam van een hoofdpersonage als KAA-Gent manager Louwagie vijftien keer als Louagie schrijft, mag je hooguit een blindenstylo kopen, zeker geen ‘onthullend’ boek.

 

20180120_De-Morgen_p-19-mail

Interview Kirsten Flipkens in De Morgen van zaterdag 17 jan 2018

‘Ik heb mijzelf gemaakt’

De carrièreplanning van Kirsten Flipkens (32)? Tot in de eeuwigheid tennissen. Daartoe werkt ze hard aan haar geplaagde lichaam. Afgeschreven in 2011, sportvrouw van het jaar 2013, maar nog altijd goed voor een stunt. ‘Van elke speelster weet ik hoe je er kunt van winnen.’

Van de week gaf Kirsten Flipkens nog op in Hobart, liet de schouder behandelen en wilde geen risico nemen in het vooruitzicht van de Australian Open. Met diezelfde schouder was ze een uurtje bezig geweest op die doordeweekse kille winterdag in het tenniscentrum in Wilrijk toen ze ging zitten voor een van haar schaarse interviews. “Ik ben Kim of Justine niet, dus ik ben wel beschikbaar, maar ik zit er niet op te wachten.”

Aan de trap naar de kantoren van Tennis Vlaanderen hangen foto’s van elke Vlaamse tennisser (m/v) die het centrum is gepasseerd. Ook Kirsten Flipkens. Wie klaar is, hangt er met zijn hoogste ranking. Van wie nog actief is, hangt alleen de foto en nog geen ranking. Behalve van Kirsten Flipkens. Die is nog niet klaar, maar onder haar naam staat het getal 13, de plaats die ze op de WTA-ranglijst bezette in haar gezegende jaar 2013. Alsof Tennis Vlaanderen wil zeggen: “Flipper is klaar, maar ze weet het nog niet.”

Ze tilt er niet zwaar aan. “Het was mij daarnet ook opgevallen. Nu goed, ik ben 32 geworden, de kans dat ik nog beter doe dan die dertiende plaats, is ook niet echt groot.”

Wel vreemd dat je hier nog traint. Uitgerekend hier hebben ze jou al een paar keer afgeschreven.

Kirsten Flipkens: “Ja, maar daar heb ik mij nooit bij neergelegd. De eerste keer was ik junior, had Wimbledon gewonnen. Ik kreeg meer en meer last aan de rug en ineens zei de kine dat het nooit meer goed zou komen. Fin de carrière. Ik kan je verzekeren dat zoiets hard aankomt op die leeftijd.”

Wat heb je precies?

“Ter hoogte van L5-S1 (de lage rug, HV) zit een extra beentje en dat zorgde voor al die ellende. Na die diagnose hier bij de VTV (tegenwoordig Tennis Vlaanderen, HV) ben ik uiteindelijk bij dokter Hermans in Bonheiden terechtgekomen en die wilde niet meer infiltreren. Hij stelde voor om samen met mij naar de bekende Duitse arts Müller-Wohlfahrt in München te rijden.

“Die was categoriek. Ik had twee opties: of mijn bekken openbreken en dat beentje weghalen, maar dan mocht ik tevreden zijn als ik twee jaar later kon wandelen, of onder een scan een verdovende spuit op die plek toedienen en daarna volle bak gaan tennissen om te zien of het hielp.”

Makkelijke keuze.

“Precies. Ik ben met een bang hartje teruggereden naar België en een dag later hebben we die spuit gezet. Ik ben zoals opgedragen volle bak gaan tennissen en ik voelde niks. Het hielp dus. Vervolgens hebben ze drie spuiten cortisone op diezelfde plaats ingespoten.”

Dus krijg jij om de zoveel maanden de volle lading cortisone?

“Neen. Het is bij die ene serie spuiten gebleven. Ik ben toen als een gek gaan werken op rugversterkende oefeningen. Ik moet ongeveer de eerste geweest zijn in België die continu bezig was met core stability en wellicht een van de eersten die in de Redcord (een toestel voor stabilisatieoefeningen, HV) zijn gaan hangen bij David Bombeke (befaamde sportkine, HV).

“Ik blijf uiteraard een zwakke rug hebben, en ik word ouder, maar ik doe er alles aan om die zo sterk mogelijk te houden. In het begin ging ik niet meer lopen, om die schokken te vermijden. Ik zal mij nog altijd niet wagen aan een marathon, maar inmiddels maakt lopen weer de helft uit van mijn conditietraining.”

En de les die je hieruit trekt?

“Geef niet te snel op. Haal een tweede opinie, derde opinie, tot je iets hoort waarvan je denkt, oké hier gaan we voor. Zopas heb ik nog een aankomend talentje dat sukkelt met haar rug de raad gegeven om bij mijn dokter te gaan. En werk hard aan je lichaam. Harder naarmate je ouder wordt, want nu is ook mijn schouder vorig jaar beginnen opspelen en daarom geven we die extra aandacht.

“Ik ben elke dag bezig met gezond blijven. In de zeven weken voor het seizoen deed ik één uur per dag alleen schouderoefeningen. Dat is geen corvee, echt niet. Ik geniet van met mijn lichaam bezig te zijn, hoewel ik ook heb genoten in die drie weken vakantie toen ik niks heb gedaan behalve met de familie eens lekker gaan eten en met de vrienden iets gaan drinken. Op reis gaan? Neen, dat is aan mij niet besteed. Ik ben al een heel jaar van huis weg. Tweehonderd dagen in 2017 on the road, dat volstaat.”

Sabine Appelmans dacht dat jij nog lang in het tennis zou blijven. Anders dan haar generatie, zei ze.

“Ik blijf tennissen zolang ik het fysiek aankan. Pas als ik er tegenop zie om weer mijn koffer te maken voor vijf weken buitenland, is het genoeg geweest. Deze trip naar Down Under, daar keek ik alweer naar uit. Ik ben op tweede kerst vertrokken naar Auckland, naar het mooie weer. Ik schat dat ik vier weken zal weg zijn. De langste tijd van huis is in juli en augustus voor de Amerikaanse toernooien.”

Heb je iets dat je altijd als eerste in je koffer stopt?

“Bedoel je een teddybeer of zo? (lacht) Neen, daar heb ik geen last van. Wat ik als eerste in de zak stop, zijn vitamines, recuperatiedrank en uiteraard mijn medicatie. Behalve die rug en de schouder, heb ik ook last van een traagwerkende schildklier.

“Ik heb nog de tijd meegemaakt van de dvd’s, maar nu kun je Netflix overal streamen, dus dat scheelt ook in gewicht. Sabine is zelfs beginnen spelen vóór e-mail ingeburgerd was. Zij vertelde mij dat ze nog faxen naar huis moest sturen om te melden hoe het ging. Vandaag heb je zó contact met thuis. Dus die laptop gaat ook altijd mee.”

Op het circuit ben jij allemansvriendin, niet?

(aarzelend) “Ik denk dat ik graag gezien ben. Ik loop ook al veertien jaar op het circuit rond en ik ken inmiddels zowat iedereen. Als iemand een probleem met mij heeft, zal dat niet aan mij liggen. Met de ene heb je al meer contact dan met de andere. Mijn goeie vriendin was Ana Ivanovic. Was, want ze is gestopt en ze woont nu met haar man Bastian Schweinsteiger (Duits voetballer, HV) in Chicago, waar hij speelt.

“Dominika Cibulková en Petra Kvitova zijn twee speelsters met wie ik het erg goed kan vinden. En dan zijn er anderen met wie je minder contact hebt. Maria Sjarapova is nogal op zichzelf en die zal jou niet even gauw in het hotel aanschieten om samen iets te eten. Dat is haar goed recht.”

Op de ranking staan jullie bij elkaar in de buurt.

“Nu ja, iedereen weet dat Sjarapova normaal in de top vijf thuishoort, maar na haar meldonium-schorsing is ze teruggezakt. Ik sta 75ste. Is dat mijn plaats? De ranking liegt niet. Wil ik daar aan het eind van 2018 staan? Ja, daar zou ik voor tekenen. Ik ben negen jaar geleden in de top honderd gekomen en het zou mooi zijn als ik daar tien jaar kan van maken. Ik kan beter dan 75, maar er moet niet veel gebeuren – een blessure bijvoorbeeld – en ik val uit de top honderd.”

Je dubbelt ook meer dan ooit.

“Ja, dat is ook bewust. Als aanvulling is het welkom. Een aardige bijkomstigheid is het verhoogde prijzengeld. Ik denk dat ik in het dubbel toch gauw 20 procent heb verdiend van mijn prijzengeld. Ik dubbel vooral graag omdat het in ploeg gebeurt. Vroeger heb ik gevoetbald en gebasketbald, ook in ploeg dus. Single-tennis is een eenzaam verhaal, alleen op die baan.”

Wie is de beste van het moment?

(lacht) “Zelfs als ze niet speelt, is dat Serena Williams. Het is niet simpel om haar te kloppen. Behalve bij de nieuwkomertjes weet ik van elke speelster hoe je er kunt van winnen, maar Serena is een ander paar mouwen. Ja, je hebt groot gelijk: haar laten lopen. Maar hoe laat je haar lopen als ze serveert tegen 200 per uur? En als je zelf op je tweede opslag een kanonbal terugkrijgt. Niet simpel.

“Ik heb een goed contact met Serena. Niet dat ze mij vraagt om met haar te trainen, maar we hebben een paar keer tegen elkaar gespeeld en als ik haar tegenkom, maak ik altijd wel een praatje. Sommige vrouwen op het circuit durven zo’n Serena niet aan te spreken, maar je moet gewoon doen tegen die sterren.”

Ben jij moeilijk in de begeleiding? Je had even Xavier Malisse, maar dat was weer snel voorbij.

“Neen, ik ben niet moeilijk. Je kunt mijn trainers op één hand tellen. Malisse tel ik niet mee, dat was maar vier weken. Ik durf te zeggen, zelfs al klinkt dat arrogant, dat ik mijzelf heb gemaakt. Ik heb er zelf voor gekozen om op mijn zeventiende de fuiven te laten schieten, om een trainer te kiezen, om een goeie kine erbij te halen.

“Ik wissel nu ook mijn begeleiding af. Ik ben nu onderweg met een conditietrainer omdat ik daar nu het meest aan heb. Niemand moet mij vertellen hoe ik moet tennissen, dat weet ik ondertussen al, maar geregeld gaat mijn tennistrainer wel mee om wat dingen bij te sturen. Maar eerst die conditie en dan pas het tennis.”

Er was dit jaar een en ander te doen rond equal pay. Weet jij wie er eind 2017 75ste stond bij de mannen?

“Steve Darcis, of staat die op 76. Dusan Lajovic? Ik zou niet weten wat die heeft verdiend, maar mannen krijgen doorgaans 40 procent meer betaald.”

O ja? Jij hebt 515.000 dollar (431.000 euro) bruto verdiend en Lajovic 451.51€, dat verschil valt wel mee.

“Dan heeft die jongen slecht gespeeld op de grandslamtoernooien, dat kan niet anders. Of niet gedubbeld. Ik vind dat er nog grote verschillen zijn. Als de mannen op kleinere toernooien in de eerste ronde verliezen, krijgen ze nog 3.3€. Bij de vrouwen is dat 1.500, daar kun je je onkosten niet van betalen. Er is natuurlijk een verschil tussen mannen- en vrouwentennis: wij hebben Serena en Maria als sterren, de mannen hebben vijf echte iconen.”

Ik heb de lijst van de oudste speelsters op het circuit uitgeprint. Alstublieft.

(grist ze weg) “Hein, zijn er maar acht ouder dan ik? Ho zeg, dat heb ik mij nooit gerealiseerd. (tegen Alison Van Uytvanck, met wie ze na het gesprek gaat trainen) Ik ben de negende oudste speelster van het circuit. Oké, steek dat maar rap terug weg.”

Alison Van Uytvanck: “Hoe oud ben jij dan?”
Kirsten: “Net 32 geworden.”
Alison Van Uytvanck: “Ach, jij kunt nog tien jaar mee.” Kirsten Flipkens: “Dat wil ik je niet aandoen.”

 

In geen sport kan de vrouw zoveel geld verdienen als in tennis en toch komt zo weinig jong talent bovendrijven. Hoe komt dat?

“Is dat zo? De tijd van een Sjarapova die op haar zestiende Wimbledon won, of nog verder terug van de tiener Martina Hingis, is voorbij. De sterkste speelsters zijn tussen 25 en 30, maar Serena Williams is 37 en nog steeds de beste. Bekijk de gemiddelde leeftijd van de top 100 twintig jaar geleden en nu, ik weet zeker dat die veel hoger ligt.

“Tennis is veel meer een verhaal van fysiek en kracht geworden. Daarnaast is het materiaal ook veranderd. Alle speelsters zijn veel fitter en professioneler. Als er een paar aan powertraining doen, dan moet de rest volgen.”

Verbaas je jezelf niet dat je nog standhoudt?

“Ja, eigenlijk wel. Soms sta ik daar bij stil: 32 jaar al, maar ik voel mij niet oud. Ik verzorg mij goed, ik train harder dan ooit, terwijl ik in het begin eerder een speelvogel was. Het is ook allemaal zo relatief. Weet je, ik zal nooit meer vergeten hoe ik hier op mijn 26ste te horen kreeg dat de bond geen budget meer voor mij had en dat ik kon beschikken. Dit was hier mijn thuis en ineens hadden ze mij niet meer nodig. Dat komt heel hard binnen.

“Ik had toen net een probleem gehad met bloedklonters waarvoor ik ook medicatie moet nemen. Dat was ik nog vergeten. Ik had al die rug, die schildklier en dan kwam die diagnose: een klonter in mijn bloed. Had ik niks gemerkt en was die klonter naar boven gegaan, dan was ik er misschien niet meer.

“Maar goed, dan sta je daar, helemaal teruggezakt tot nummer 262 van de wereld, en je gaat overal toernooien spelen. Ik herinner mij in de zomer een toernooi in Craiova: 35 graden, geen airco in een kamer van drie bij drie, joelende straathonden onder mijn venster en bruin water dat uit de kraan kwam. Maar ik hield vol en een jaar later stond ik in de halve finale van Wimbledon.”

Hebben ze zich ooit geëxcuseerd dat ze je de wacht hebben aangezegd?

“Neen, maar nadat ik in april 2012 weg moest, werd ik datzelfde jaar nog Vlaams tennisspeelster van het Jaar. Ik reisde met Kim Clijsters naar de VS, dat waren haar laatste toernooien en ze is toen gestopt op de US Open. Wij hebben daar samen een leuke week beleefd. Na de US Open had ik heel weinig getraind en toen kreeg ik de melding dat ik naar Quebec kon. Zonder veel training en verwachtingen ben ik vertrokken. Lap, won ik toch wel dat toernooi zeg. Het kan raar lopen in de sport.”

Neem je nog overal handdoeken mee?

“Jaaaa. Voor mijn mama, maar dan alleen van de grandslamtoernooien. Ik ben niet de enige. En de handdoeken van de mannen verschillen soms van die bij de vrouwen en dan doen we aan ruilhandel tussen de mannen en de vrouwen. (lacht) Wij tennissers zijn ook maar gewone mensen, hoor.”

Flipkens

Copyright © 2017 De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden

Copyright © 2017 gopress. Alle rechten voorbehouden

Column Nobelprijs in De Morgen van zaterdag 13 jan 2018

Nobelprijs

Als alles goed gaat, geraken de Noord-Koreaanse kunstschaatsers Ryom Tae-ok en Kim Ju-sik over enkele weken zonder kleerscheuren door de gedemilitariseerde zone, lokaal bekend als DMZ Chosun. Een busritje door de Zuid-Koreaanse Alpen verder ligt Pyeongchang, waar de Olympische Winterspelen worden gehouden.

Eergisteren viel dan nog het nieuws in de mailbox dat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) niet opgeeft in zijn poging om ook een eengemaakt Koreaans ijshockeyteam bij de vrouwen het ijs op te sturen. We zullen meer te weten komen na zaterdag 20 januari, als Noord en Zuid onder voorzitterschap van sportpaus Thomas Bach elkaar treffen in Lausanne. Daar zal ook worden besproken of het niet het uitgelezen moment is om weer eens samen op te marcheren bij de openingsceremonie.

Dit is geen primeur. De twee Korea’s ondernemen af en toe heftige pogingen om het goed te maken. Zo ook na de boycot van het noorden van de Spelen in het zuiden (Seoel 1988). In 1991 traden ze onder één Koreaanse vlag op bij het WK tafeltennis in Chiba en het WK voetbal voor de U20. Later zijn ze in Sydney in 2000 en in Athene in 2004 als een eengemaakt team opgestapt in de openingsceremonie. Ze werden toen op groot gejuich onthaald.

Na de editie in Turijn 2006 lukte het nooit meer om hen samen te laten opmarcheren. Dat zorgde nimmer voor grote problemen, want door de internationale landcodes KOR voor het zuiden en PRK (People’s Republic of…) voor het noorden bleven ze uit elkaars vaarwater.

De Noord-Koreanen voorstellen als de wereldvreemde houten klazen van de sport, die voor het eerst uit hun isolement komen, is een brug te ver. Sinds hun eerste verschijning op de Zomerspelen van München 1972 won Noord-Korea 54 medailles. België won er 43 sinds 1972 en deed aan twee extra Zomerspelen mee, want Noord-Korea boycotte samen met het Sovjet-blok LA 1984 en Seoel 1988.

In Winterspelen zijn ze nog slechter dan België en dat die twee kunstschaatsers überhaupt in Pyeongchang zullen aantreden, is een half wonder. Het duo had zich op 29 september eigenhandig gekwalificeerd in Oberstdorf, onder meer met een korte kür op muziek van The Beatles. Een dag later werden de nationale olympische comités verwacht hun nominaties bekend te maken. Behalve Kim Jong-un, die af en toe op een knop drukte en het daaropvolgend langdurend orgasme van de nieuwslezeres, bleef het de weken daarna evenwel oorverdovend stil in Pyongyang. De deadline voor de olympische aanmelding werd gemist, maar geen nood, de buren waren clement: een wildcard kon ook nog.

En toen begon Trump van jetje te geven en dat vond iedereen erover. “Mijn knop is groter dan die van rocket man.” Zou het die zin kunnen zijn die Noord- en Zuid-Korea deed besluiten om zelf nader tot elkaar te komen? Het contrast tussen Seoel 1988 en Pyeongchang 2018 valt wel op: voor de verkiezing van Seoel als olympische stad hadden de Noord-Koreanen nog mee aan de kar getrokken, maar toen de Spelen er eenmaal landden, gaven ze niet thuis. Integendeel, in november 1987 haalden ze middels een door twee Noord-Koreaanse agenten gesmokkelde bom Korean Air-vlucht 858 uit de lucht. Een van de agenten (de vrouw) kon niet op tijd de cyanide inslikken en bekende.

Opvallend toch hoe die Bach zich ineens zelf zo actief om dat dossier bekommert. Die kent zijn klassiekers en weet dat het IOC ooit op een detail na de Nobelprijs voor de Vrede heeft gemist. Ook dat had te maken met gedoe op het Koreaanse schiereiland. In de olympische kromme gedachten zit het ingebakken dat de toekenning van de Spelen van 1988 een trigger was voor de democratisering van Zuid-Korea en het aftreden van de militaire junta in 1987. Eerder dan de Spelen was het doodmartelen van de student Park Jong- chul de echte aanleiding voor de brede burgerbeweging die daarna op gang kwam.

Dat belette de toenmalige IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch – de geestelijke vader van Bach – niet om het IOC als katalysator in dat proces te bestempelen en alle registers open te trekken om die gedachte ingang te laten vinden. Zelfs het pr-bureau Grey werd ingeschakeld en Noorwegen, waar de Nobelprijs wordt uitgereikt, kreeg met Lillehammer tegen alle logica en prognoses in de Winterspelen van 1994. Driewerf helaas, Samaranch’ plannetje mislukte omdat het uitlekte in de Noorse pers.

Als Noord- en Zuid-Korea effectief dichter bij elkaar komen, en als die klojo uit het Witte Huis daadwerkelijk buitenspel wordt gezet door die Winterspelen in Pyeongchang, wie weet mag het IOC op herkansing en wie weet kan die Nobelprijs dan alsnog richting Lausanne.

 

Nobelprijs

Column Genderhopping in De Morgen van zaterdag 6 jan 2018

Genderhopping

Van de week een nieuw werkwoord gehoord: genderen. Iemand op de radio sprak de zin uit: “Ik ben het beu om steeds weer gegenderd te worden.” Hij wilde graag zij zijn, maar had nog ‘hij’ op de identiteitskaart staan en dat leverde hem/haar problemen op.

Een uur later las ik dat Jezus in Zweden niet langer een man is. Niet langer ‘han’, een man, of ‘hon’, een vrouw, maar ‘hen’. Dat was een gevolg van het gelijkheidsbeginsel, iets in de grondwet in Zweden. Voor wie dacht dat 2017 het jaar van de onnozeliteiten was, beste lezers (v/m/x), we doen in 2018 onversaagd verder.

In België kan iedereen voortaan bepalen of hij/zij een zij of een hij is. Persoonlijk heb ik daar geen last van: ik weet onderhand wel wat ik ben en ik vind het wel makkelijk een hij te zijn. Jawel, een hij, ondanks – zoals ik in een column las – de versnelde vervrouwelijking van de maatschappij en het afnemen van het belang van kracht in ons dagelijks leven en het omgekeerd evenredig toenemen van het belang van intelligentie (alsof dat dan automatisch de vrouw ten goede komt, maar dat is een andere discussie). Woeha. Ik kom gelukkig uit de sport, a man’s world met de kracht als discriminerende factor tot in de eeuwigheid, en een opdeling mannen en vrouwen die al 150 jaar bestaat en er altijd zal zijn. Tenzij… Maar dat leest u aan het eind van dit stukje.

Laatst kwam iemand van Çavaria op een sportwetenschappelijk congres pleiten voor het vrijelijk bepalen van het geslacht bij sportwedstrijden. Met andere woorden: niks onderzoek, niks testing. Wie zich een beetje meer man dan vrouw voelde, ging bij de mannen sporten. Wie zich een beetje meer vrouw dan man voelde, maar toch alles nog in de broek had hangen, kon voortaan bij de vrouwen sporten. Een aanwezige sportwetenschapper maakte brandhout van die wens. Terecht.

In een verhaal in deze krant (DM 3/1) stond dat de voorbije veertien jaar ongeveer duizend Belgen van geslacht zijn veranderd. In twee derde van de gevallen van man naar vrouw. Eén derde ging van vrouw naar man. Die laatste categorie kunnen we meteen vergeten: zij vormen geen bedreiging voor de georganiseerde sport. Vrouwen die bij mannen gaan sporten, blijven vrouwelijke prestaties leveren en die zijn – sorry voor de wetenschap – minder.

Het omgekeerde is een ander verhaal. Duizend geslachtsveranderingen, waarvan 660 van mannen naar vrouwen, in veertien jaar is ook geen gruwelijk getal. Omdat daar vroeger heel strenge medische eisen aan werden gesteld, en voortaan niet langer, kunnen we ervan uitgaan dat dit aantal zal stijgen.

Iedereen doet wat hij/zij wil en in een verkeerd lichaam zitten, zal ongetwijfeld lastig zijn, maar de geslachtsbepaling zonder medische tussenkomst aan de vrijheid van het individu overlaten, is dat niet wat overdreven? Niet dat ineens aan genderhopping zal worden gedaan, maar alvast één geciteerde vond het jammer dat niet zomaar kon worden teruggekeerd naar het oorspronkelijke geslacht als die verandering niet beviel. Een beetje zoals bij Zalando: stuur je nieuwe geslacht gewoon terug, binnen de veertien dagen.

Voor de maatschappij is dit hooguit verwarrend, in de sport zet dit de deur open voor competitievervalsing. De kans dat straks meerdere zelfverklaarde mannelijke transgenders zonder operatie of hormoonbehandeling in de vrouwensport terechtkomen, is reëel. Dat ze met weinig zijn, doet er niet toe, één geval kan een hele wereld op de kop zetten.

In het verlengde daarvan ligt de problematiek van de hyperandrogene vrouwen. Type Caster Semenya, die geen prijs liep toen haar testosteron tot normale vrouwelijke waarden werd teruggedrongen, maar olympisch goud won in Rio toen dat niet meer moest. (Vandaag is een testosteronlimiet nog steeds verboden, maar er is nieuw wetenschappelijk onderzoek en het Sportarbitragetribunaal neemt de zaak in behandeling.)

Testosteron is verantwoordelijk voor het verschil (in kracht) tussen mannen en vrouwen, al is er recent een feministisch- fundamentalistische stroming die dat tegenspreekt en het verschil in kracht wijt aan millennia van onderdrukking. Nogmaals, de onzin is de wereld nog lang niet uit.

De wetenschap zegt dat wie ooit veel testosteron heeft gehad, daar nooit helemaal van af geraakt. Met andere woorden: eens een man geweest, altijd een beetje man, dus altijd een voordeel in de sport, ook al is een en ander omgebouwd en is er achterna een sloot oestrogenen ingepompt.

Alle begrip voor het ongetwijfeld politiek correcte standpunt van de genderneutraliteit en als (sport)man zou ik mij niet aangesproken mogen voelen. De feminist in mij wil de (sport)vrouwen toch waarschuwen voor de gevolgen, want vreemd genoeg zien vooral vrouwen genderneutraliteit als deel van de strijd tegen de blanke man van middelbare leeftijd, die eeuwenlang alles voor hen heeft beslist.

Ze dwalen. Als we straks vrijelijk ons geslacht mogen bepalen, is het afgelopen met de vrouwensport. Dan bestaat alleen nog mensensport en winnen de vrouwen geen platte prijs meer. En transgenders evenmin. Bij nader inzien is een eengemaakte categorie mensensport misschien toch zo geen slecht idee want dan wordt equal play, equal pay gewoon no play, no pay en zijn we van die discussie ook verlost.

 

Genderhopping