Verhaal over Poetin en de sport op donderdag 14 juni 2018

Vladimir Poetin, ongekroonde koning van de sport

Als man van het ruwe ijshockey heeft hij weinig met futbol, maar Vladimir Vladimirovitsj Poetin wil meetellen in de sportwereld. En dus zal/moet de World Cup in Rusland af zijn. 

In mei 2005 ontving Vladimir Poetin CSKA Moskou, de voormalige ploeg van het Rode Leger, in zijn residentie na de winst in een Europese finale. Het werd een van zijn gênantste momenten als president van de Russische federatie. Hij had zich altijd ver van het voetbal gehouden, maar omdat de eerste internationale triomf van een Russische voetbalclub ook op hem zou afstralen, was hij wel te vinden voor een uitzondering, ook al was die club het populaire CSKA, en was hij als ex-KGB’er toch meer een Dynamo-man. Wat ook hielp: zijn vriend Roman Abramovitsj (van Chelsea) was met zijn Sibneft sponsor van die ploeg.

Nadat hij de gehandtekende wedstrijdbal in ontvangst had genomen, begon hij ermee te dribbelen als was het een basketbal. Waarop de Braziliaanse spits Vagner Love – die van het derde doelpunt van de 1-3 in en tegen Sporting Lissabon – hem toonde dat voetbal eigenlijk met de voeten moet. Poetin probeerde, maar hield de bal nauwelijks anderhalve keer hoog. Tot zijn voorspelbare ergernis. De Braziliaan zou later hebben gezegd: “Mijn neefje van vier kan dat beter.”

Uber-Rus

Dat was niet de zelfverzekerde machistische Poetin die we in de sport kennen, de kraste onder de wereldleiders. 65 is hij, de über-Rus met het lichaam van een veertiger. Sport behoorde tot zijn opleiding als spion. Zijn topjaren bracht hij in een topsportland door: zes jaar lang was hij luitenant-kolonel van de KGB in de DDR, het kleine landje dat zijn eigen USSR in de jaren 80 met succes sportief naar de kroon stak en zijn trots ontleende aan opvallende sportprestaties.

Bij zijn terugkeer in Rusland in 1989 na de val van de Muur werkte Poetin in Sint-Petersburg. In juli 1998 werd hij hoofd van de FSB, de opvolger van de KGB. In augustus 1999 werd hij eerste minister onder Boris Jeltsin, met de bedoeling diens opvolger te worden na zijn aftreden aan het eind van dat jaar. In die chaotische jaren 90 kreeg de Russische sport de zwaarste klappen. Niet alleen werd de ene na de andere satellietstaat zelfstandig, ook heel wat Russische toppers vertrokken naar het buitenland en veranderden van paspoort toen elke staatssteun voor de georganiseerde sport wegviel.

Jeltsin richtte het Sportfonds op en liet een wet goedkeuren waardoor dat Sportfonds belastingvrij handel kon voeren in geestrijke dranken. Met die opbrengst moest de sport worden gefinancierd. Hij liet het Sportfonds controleren door zijn persoonlijke tennisleraar Sjamil Tarpitsjev, die hij minister van Sport had gemaakt en die vandaag nog steeds IOC-lid is.

Het afgeleide effect van dat Sportfonds was, behalve het creëren van een geldstroom voor de sport, de maffia de wind uit de zeilen halen. Waarop die maffia de beheerders van het Sportfonds begon te belagen en de ene na de andere sportbestuurder werd afgeknald. Vooral het bestuur van Spartak Moskou verloor heel wat prominente figuren.

Toen Vladimir Poetin eind 1999 tot president werd verkozen, zag hij de sport als bindmiddel en als gezondheidskuur voor de ontwrichte Russische maatschappij. Hij zette een tweesporenbeleid uit: de wereld moest naar Rusland komen om te sporten in mondiale en continentale toernooien, en Rusland zou naar de wereld gaan om die onbevreesd tegemoet te treden.

De referentie was 1988, het laatste gloriejaar van de grote sportnatie USSR. Toen speelde de nationale ploeg – de sbornaja – de finale van het EK voetbal, die ze verloor van een groots Nederland met Ruud Gullit en Marco van Basten. Enkele maanden later haalde de Russische olympische ploeg het hoogste aantal medailles ooit op de Olympische Spelen: 132. Ze klopte de collega’s van achter het IJzeren Gordijn, de DDR (104). De VS (94) werden weggeblazen.

Dat waren nog eens tijden. En hoewel die waren vervlogen en het topsportweefsel haast onherstelbare schade had opgelopen, werkte Poetin onverdroten aan de revival van de Russische sportbeer. Daarnaast zag hij ook opportuniteiten in de sportpolitiek, de zogeheten soft power van de wereldpolitiek.

De invloedssfeer vergroten bij de sportbonden was iets waar grote concurrent Amerika erg in tekortschoot en -schiet. Tussen 2001 en vandaag heeft geen enkel ander land zo veel grote mondiale en continentale kampioenschappen georganiseerd als Rusland. De Duitse onderzoeksjournalist Jens Weinreich zet Rusland op één in zijn Olympic Power Index. “Geen land is zo machtig als het om de combinatie van sportpolitieke macht, de organisatie van grote evenementen, medailles en financiële inbreng gaat. Vladimir Poetin is de ongekroonde nummer een van de wereldsport.”

Transparantie

In 2007 vloog Poetin naar Guatemala om op een IOC-congres in het Engels en in het Frans de IOC-leden ervan te overtuigen voor Sotsji te stemmen als olympische winterstad van 2014. Dat leverde de cruciale vier stemmen op waarmee de Koreanen van Pyeongchang werden geklopt.

De verkiezing van Rusland als gastland voor de World Cup van 2018 of 2022 vond plaats eind 2010. Poetin was tussen 2008 en 2012 weer eerste minister na een één-tweetje met Dmitri Medvedev, die toen president werd en nu weer eerste minister is. Met een duidelijke overwinning kreeg Rusland de organisatie van 2018 ten koste van Spanje en Portugal. Engeland vloog er al in de eerste ronde uit, nog voor België en Nederland als gezamenlijke gastlanden moesten afhaken.

Het grote lobbywerk achter de schermen was al in 2006 begonnen, toen Poetin de toenmalige grote FIFA-manitoe in zijn datsja buiten Moskou inviteerde, waarna Sepp Blatter de leden van het uitvoerend comité (exco) bewerkte ten voordele van de Russische kandidatuur. Dat deden de Russen ook, en zo kwam onze landgenoot dr. Michel baron D’Hooghe, toen lid van het FIFA-exco, even in opspraak omdat hij een schilderij had aanvaard van een Russische lobbyist die hem in Brugge was komen opzoeken.

Rusland was anders wel een logische keuze als zesde voetbaleconomie van de planeet, maar dat er corruptie aan te pas is gekomen, is ook duidelijk. Het tegendeel had verwondering gewekt met de FIFA van toen. Al in 2009 namen de Britten contact op met een voormalige MI6-spion, ooit gestationeerd in Moskou, om die corruptie bloot te leggen. Toen Christopher Steele (die later ook het rapport over Trump en de Russen schreef) klaar was met zijn onderzoek, kon hij haarfijn aantonen dat de FIFA-exco-leden corrupt waren (zie De Morgen van gisteren). In de VS leidde dat tot aanklachten en uiteindelijk ook tot veroordelingen. In Europa keek men de andere kant op.

Een andere compagnon de route van Poetin in het een-tweetje met Qatar, dat voor 2022 als gastland werd gekozen, heette sjeik Ahmad Al-Fahad Al-Sabah, een Koeweiti die voorzitter is van ANOC, de koepelbond van alle nationale olympische comités. De Sjeik, zoals hij in de sportcoulissen heet, was met instemming van Poetin ook kingmaker bij de verkiezing van Thomas Bach als olympische president, en bij die van Gianni Infantino als opvolger van Blatter bij de FIFA. De Sjeik moest vorig jaar als lid van de FIFA Council zelf opstappen na klachten van corruptie.

De World Cup in Rusland is een dure affaire geworden, maar dat waren de Olympische Winterspelen nog meer. Sotsji 2014 zou om en nabij 41 miljard euro hebben gekost. De World Cup zou 10 miljard euro kosten. De helft ervan wordt betaald door de overheid, de andere helft door bedrijven, waarvan het merendeel in handen is van de staat. Telkens met de nadruk op ‘zou’, want erg veel financiële transparantie is men in de Russische federatie niet gewend.

Er wordt gespeeld in elf van de grootste steden, waar de stadions nieuw zijn gebouwd of een facelift hebben ondergaan. Om alles klaar te krijgen, werden zelfs Noord-Koreaanse arbeiders geïmporteerd.

De grote weldoener van beide organisaties was en is Gazprom, een bedrijf dat voor net iets meer dan de helft in handen is van de Russische staat en dat in 2014 voor ongeveer 70 miljoen euro FIFA Partner werd. Eenzelfde bedrag telde het neer voor de sponsoring van de Champions League. Daarnaast staat het op de shirts van Schalke 04 en heeft het een contract met het Chelsea van Roman Abramovitsj. Ten slotte is Gazprom de eigenaar van Zenit Sint-Petersburg.

Berlijn 1936 en Hitler

Ook andere investeerders-oligarchen als Dimitri Ribolovlev (van AS Monaco, Cercle Brugge en de pas ontdekte Da Vinci), Alisher Oesmanov (Arsenal), Suleiman Kerimov (Anzi Machatsjkala), Jevgeni Giner (CSKA Moskou) en Leonid Fedoen (Spartak Moskou) kwamen aan boord, allemaal onder zachte dwang van vadertje Rusland en Vladimir Vladimirovitsj.

De aanloop naar Sotsji verliep rustig. Die naar de World Cup minder. Enkele weken na het vertrek van de laatste olympiër uit de stad waar volgende week maandag de Belgen hun WK openen tegen Panama, hielpen de Russen een militair handje in Oost- Oekraïne. Na de annexatie van de Krim volgde het neerschieten van vlucht MH17, en in 2016 de beïnvloeding van de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Tussendoor speelt Rusland als verdediger van Assad volgens het Westen al jaren stoorzender in Syrië. Ten slotte was er in maart van dit jaar de mislukte vergiftiging van Sergej Skripal en zijn dochter, waardoor ook de gelukte vergiftiging van Alexander Litvinenko met polonium uit 2006 in herinnering werd gebracht. De Russen ontkenden alles.

In die letterlijk en figuurlijk vergiftigde sfeer gaat vandaag bij de paria van de internationale politiek de 21ste World Cup van start. De felste kritiek komt uit het door Russische voetbalhooligans gehate Engeland. Minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson vergeleek het afreizen naar de World Cup in Rusland met deelnemen aan de Olympische Spelen van 1936 in het Berlijn onder Hitler. Dat hakte er aardig in bij de Russen, die van alle landen het zwaarst hebben geleden onder het nazisme. Een Russische twitteraar had al snel een antwoord klaar: de foto van de Britse voetbalploeg die de Hitlergroet brengt voor een olympische wedstrijd in Berlijn in 1936, waar de communistische USSR niet was.

First things first. En first is voetbal, zeker als de wereld samenkomt voor de World Cup. Voor de Russen zelf zou het al heel wat zijn als de sbornaja de eerste ronde kan overleven.

In 2008 raakten ze op het EK nog tot in de halve finale, maar op alle andere toernooien – als ze al van de partij waren – gingen ze compleet de mist in. Dat is geheel naar het evenbeeld van de totale Russische sport. De Russen zijn het winnen in de sport verleerd. Poetin mag dan de machtigste politicus in de mondiale sport zijn, in de sportarena is Rusland een meeloper onder de grote landen, en op dit WK zelfs de nationale ploeg met de laagste ranking (65ste) van alle deelnemers.

 

Poetin en de sport

 

Advertenties