Verhaal over de Belgische teamsportcultuur of het gebrek aan… in De Morgen van zaterdag 16 juni 2018

Waarom Belgische teams de wereld niet veroveren

De Rode Duivels, wereldkampioen… Vijftig jaar na  Eddy Merckx weer on top of the world… Het zou mooi zijn, het kan, alles kan. Maar de geschiedenis leert dat individueel geploeter ons beter ligt. Reden: een gebrek aan veroveringsdrang, volgens Johan Cruijff.

De Nederlanders zijn er niet bij en in tegenstelling tot de meeste edities zonder Belgen toen bij ons jaloezie jegens Oranje de boventoon voerde, staan de Nederlanders nu in volle bewondering.

Zo schreef de sportkrant Algemeen Dagblad vorige week: ‘… De kracht zit in de ongekende individuele klasse waarover de Rode Duivels de afgelopen jaren beschikken. In elke linie staan spelers uit de Europese top en met jongens als Courtois, De Bruyne en Hazard loopt er zelfs pure wereldklasse tussen. Ook als het een keer niet loopt, kunnen de Belgen blijven hopen op een moment van individuele klasse…’

In Der Spiegel wordt België dan weer niet bij de zes favorieten (Frankrijk, Spanje, Duitsland, Engeland, Brazilië en Argentinië) gerekend, hoewel de gemiddelde leeftijd van de Rode Duivels (27,5) ideaal is en ze met 48,2 topwedstrijden per speler en met 33,2 miljoen gemiddelde marktwaarde tot de top vijf behoren. Van alle favorieten en schaduwfavorieten heeft geen enkel land na 2014 zo weinig tegen toplanden gespeeld als België, vond Der Spiegel. Van die vier topwedstrijden werd ook maar één keer gewonnen.

Ach, wat zegt het allemaal in de spelsport met de hoogste toevalsfactor? Wat zegt dat over de vorm van de dag, van de week, van de maand, de bal buitenkant of binnenkant paal? Wat zegt de FIFA-ranking die België in 2015 en 2016 een tijdje aanvoerde en waar ze nog steeds op een mooie derde plek staan, na Duitsland en Brazilië? Ook weinig tot niks, maar er zijn met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid aannames mogelijk. Bijvoorbeeld: Panama zal geen wereldkampioen worden. Wie daar op inzet, krijgt zijn geld in duizendvoud terug. België staat twaalf tegen één genoteerd.

De spoeling is (niet) dun

Na de World Cup 2014 en het EK 2016 is dit het derde grote toernooi op rij waarin de Rode Duivels worden getipt als outsider, schaduwfavoriet of (door een deel van het eigen volk) ronduit favoriet. Analisten die zich laten leiden door de realiteit gaan meteen op de rem staan. Analisten die zich laten leiden door emoties – en daar ook voor uitkomen – zien het anders.

Neem nu Jan Mulder. Hij is een believer en heeft nog één groot mysterie te ontrafelen: “Welke microbe is het die ervoor zorgt dat de Rode Duivels niet presteren op zo’n kampioenschap?” Je zou de vraag anders kunnen stellen: welke microbe, of is het misschien een virus, zorgt ervoor dat sommige Belgen ineens denken dat de wereldtitel voor het grijpen ligt?

Is dat dan niet realistisch? Neen dat is niet realistisch en wel om verschillende redenen. Oké, België heeft goede voetballers en die spelen in topcompetities in toplanden. Thibaut Courtois, Eden Hazard en Kevin De Bruyne zijn wereldtop, maar ze komen uit de loodzware Premier League. Hoeveel rek zit er nog op? Vincent Kompany is ook wereldtop, als hij fit is, maar hij is nog zelden fit en dat geldt ook voor Thomas Vermaelen, die bij FC Barcelona goed meekan, als hij fit is.

Romelu Lukaku is een vreemd geval. Hij is de beste garantie op doelpunten in de Belgische spits, maar scoorde in Engeland zelden tegen een topploeg. Axel Witsel is ook een vreemd geval: onmisbaar, maar heeft zichzelf wel verbannen naar China. Al kan dat ook een troef zijn, want die heeft nog goesting te koop, net als die andere Chinees Yannick Carrasco. Nogal wat andere spelers zaten een groot deel van het seizoen om diverse redenen op de bank. Ook dat kan evengoed een voordeel, dan wel een nadeel zijn.

Slotsom: de spoeling is niet dun, maar als één of meerdere sterkhouders het laten afweten, hebben de Rode Duivels een probleem.

Dat België een wereldelftal heeft en alleen nog even die prijs moet gaan ophalen, is een vergissing. Andere landen hebben ook wereldspelers en zelfs meer dan België, maar dit plotsklaps omhooggevallen voetballand rekent zich rijk omdat het contrast met de armoede van vroeger zo groot is.

Er zit ook een fout kantje aan die hunkering naar Belgisch voetbalsucces: jaloezie. Het heeft altijd gestoken hoe Nederland wereldwijd bewondering oogstte met hun veroveringsvoetbal. Nu Nederland er niet bij is na al drie kansen op een wereldtitel, is het de beurt aan België. Beter doen dan die Hollanders is de wens van velen.

Twee olympische teammedailles

Dit is geen poging tot pessimisme. Niet elk land kan wereldkampioen worden, maar België wel. Alleen, België heeft geen traditie in succes in teamsporten. We springen al een gat in de lucht als om het even welke nationale ploeg zich kwalificeert voor een continentaal of wereldkampioenschap. De bronzen Europese medaille van de volleybalvrouwen werd gevierd als een exploot. In het hockey, waar de mannen sinds 2013 een abonnement hebben op zilver (vier stuks) en de vrouwen vorig jaar ook voor het eerst op het Europese podium stonden, is nu wel sprake van gewenning.

Dé referentie voor ploegsporten zijn de Olympische Spelen. Sinds 1988 heeft België twee olympische teammedailles behaald, met de hockeymannen die de finale verloren in Rio 2016 en in het atletiek in Peking met de zilveren 4×100, die jaren later van goud bleek te zijn. Behalve hockey (vier deelnames) kon nog maar één keer een Belgisch team uit een andere sport zich voor de Spelen kwalificeren: de voetballers, de basis van de huidige ploeg, verloren in 2008 in Peking de kleine finale met 3-0 van Brazilië.

Nederland, een vergelijkbaar land met weliswaar 60 procent meer inwoners, heeft op de Olympische Spelen sinds 1988 36 teammedailles behaald, waarvan 10 gouden. Hockey is de slokop, maar zelfs als je die 12 stuks weghaalt, blijven nog 24 medailles over in allerhande sporten en disciplines, gaande van waterpolo, over zwemestafettes, achtboten in het roeien, beachvolleybal, dressuur, jumping en vooral het zilver en goud van de volleybalmannen. In Rio was Nederland wat minder op dreef met ‘maar’ drie teammedailles. Ze stonden er wel met hun handbal- en volleybalvrouwen die twee keer vierde werden.

Voetbal op de World Cup dan. Wij zijn er in Rusland wel bij, Nederland niet. Zowel Nederland als België konden zich voor acht van de laatste twaalf WK’s plaatsen. België werd één keer vierde (1986) en haalde in 2016 de kwartfinale. Oranje speelde drie finales (1974, 1978, 2010) en twee halve finales (1998, 2014). In alle drie de finales had Nederland met wat meer geluk kunnen winnen. Dat was een unicum geweest, want in de moderne geschiedenis van het voetbal wonnen alleen grote klassieke voetballanden wereldtitels. Voor we het vergeten: Nederland is wel Europees kampioen voetbal geworden in 1988, waar België de verloren finale van 1980 tegenover kan zetten.

Waarom zijn wij geen land van teamsport en waarom is Nederland vaak wel goed in teamsport? Sportpsycholoog Paul Wylleman van de VUB is in dienst bij het Nederlands olympisch team, als prestatiemanager. Hij heeft zeer snel gezien waar Nederland voorloopt op België: “Schiet mij zo te binnen: samenwerking, innovatie, en de permanente wil tot verbetering. Nederlandse coaches werken samen, over de sporten heen, en ik zie een betere en voortdurende coachopleiding, een meer doordachte doorstroming van talent uit de jeugdteams en een beleid dat gericht is op vernieuwing, ook in mijn vak.”

Waterbeheersing

Als Nederland zelf op zoek gaat naar oorzaken voor hun succes, dat ze niet altijd als dusdanig percipiëren, komen ze uit bij inspirerende bondscoaches die het belang van het team konden laten prevaleren op dat van het individu (het olympisch succes in het volleybal), tot dieper liggende cultuurhistorische redenen, minder vergezocht dan men misschien wel denkt.

Zo is Nederland van oudsher een land dat zich in isolement tegen vreemde mogendheden heeft verzet, tegelijk een strijd voerde tegen het water en ook nog eens de wereldzeeën bevoer. Dat laatste was volgens professor voetbaldokter Johan Cruijff de enige echte reden waarom Nederland zo graag aanvallend voetbal speelde. En ook de reden waarom de Belgen laf voetbal speelden (althans in zijn tijd), omdat België doorheen de geschiedenis nooit veroverde maar altijd onder de voet is gelopen. Aldus Cruijff.

Het gemak waarmee Nederlanders zich ten dienste stellen van het collectief, kan worden gezocht in de geschiedenis, met name in de waterbeheersing. Nederlanders konden niet zonder elkaar om de dijken, sluizen, grachten en polders te beheren. Als er één zijn werk niet deed, stond de hele polder (waterschap in Nederland) onder water, inclusief de woningen. In Nederland ligt nu nog steeds 26 procent van het land onder de zeespiegel, soms zelfs dichtbevolkte gebieden.

Maar België is toch ook een collectivistisch land? Wel als het herverdelen ons van hogerhand wordt opgelegd, niet als we dat kunnen omzeilen. Denk aan onze belastingontwijking, de vrijstaandehuizenobsessie, de ruimtelijke wanorde, het egoïsme in het verkeer en vergelijk met Nederland. De Belg maakt dan wel deel uit van een solidaire verzorgingsstaat, hij is toch eerst de solitair die voor zichzelf zal zorgen.

Geen België-gevoel

Ook ons politiek systeem werkt averechts. België bestaat uit twee landen. Paul Rowe, directeur topsport bij Sport Vlaanderen: “Er zijn twee dingen waarvoor een land ten oorlog wil trekken: religie en nationaal gevoel. Een sportcompetitie is te vergelijken met een oorlog. Van religie hebben wij geen last in de sport, maar een nationaal gevoel hebben we evenmin.

“Herinner u hoe goed Joegoslavië was in teamsport. Nadat het land uit elkaar is gevallen in allemaal republieken met minder inwoners dan België, zijn al die nationale teams apart nog beter gaan presteren. In de Balkan omarmen ze de cultuur van de teamsport en het winnen én ze worden gedreven door een nationaal gevoel. Soms te sterk ontwikkeld bij hen, maar onbestaande bij ons. Het is misschien geen toeval dat wij vooral sterk zijn in het individuele ploeterwerk, zoals wielrennen, en nog meer in de modder, zoals veldrijden, vroeger veldlopen en motorcross.”

Het Oranjegevoel zal niet alle Nederlandse succes verklaren, maar het tricolore Jupiler-partysfeertje is niet hetzelfde als een Belgiëgevoel.

In het verlengde daarvan ligt een gebrek aan fierheid. De sense of belonging, een begrip uit de teambuilding, is het gevoel deel uit te maken van een groter en sterker geheel. Dat is aan Belgen zelden besteed. Wij zijn of Vlamingen, of Brusselaars, of Walen, of Oostkantonners. Of we spreken Nederlands, of we spreken Frans, want wij zijn een nieuw samengesteld land. Sterke teams drijven op sterke banden en die hebben wij niet.

De Rode Duivels zijn een joint venture van verschillende culturen, aangevoerd door twee patrons: een Waal, Eden Hazard, en een Vlaming, Kevin De Bruyne. De eerste een nonchalante dribbelaar en bon vivant, de tweede een noeste werker, een Permeke op noppen. U merkt het, de stereotypes zijn niet van de lucht.

Kampioen eervol verliezen

Elk realisme dat de verwachtingen van de natie tempert, staat haaks op de hype, het opbod rond de Rode Duivels. De populaire media doen hun uiterste best om iedereen achter de ploeg te krijgen en wakkeren zo de irrationele hunker van de sportwoestijn België naar voetbalsucces aan.

Het Laatste Nieuws pakte een maand geleden al uit met een serie over de effecten van een wereldtitel voor België, op onder meer de economie, de sport en de maatschappij. Het Nieuwsblad adverteert met ‘Voetbal is oorlog, maar wij hebben een tank in de spits’. Want: ‘Koop de krant voor 5 euro voor een maand en word believer, want dit jaar is het aan ons, supporteren alleen is niet genoeg, we moeten met zijn allen in de ploeg geloven.’

Andere baseline in de advertenties: ‘Wij leggen de lat hoog, dat scoort makkelijk’. Makkelijk? Het moeilijkste aan topsport is precies het installeren van de cultuur van winnen. Het makkelijkste in topsport is jezelf wentelen in de attitude van het eervol verlies en daar zijn Belgische teams historisch erg goed in.

Internationaal onderzoek heeft uitgewezen dat rijkdom, grootte van een land en interesse in voetbal voor de helft verantwoordelijk zijn voor succes. De andere helft kan worden aangeleerd en is samen te vatten in voetbalcultuur, of breder: topsportcultuur.

En toch hoeft dit niet te betekenen dat de Rode Duivels totaal kansloos zijn. Het kan snel gaan met zo’n team. Hoewel van een andere grootte-orde, hebben de hockeyploegen bewezen dat een snelle cultuurshift kan. Misschien was het geen toeval dat daar Nederlanders aan het roer stonden.

Een ander voordeel is onze bondscoach. Wij hebben een Catalaanse Spanjaard aan het roer en die weet ook als geen ander dat zelfs een compleet verdeeld land kan winnen, zolang het team maar doordrongen is van de cultuur van het presteren.

DM-Belgische teams veroveren de wereld (niet)-mail

Advertenties