Column over Sergio Ramos en doping in De Morgen van maandag 26 november 2018

Sergio Wiggins

 

Wild was ik nog niet geworden van de artikelenreeks van Football Leaks die als onthullingen werden gemarket. Dat huidig FIFA- voorzitter Gianni Infantino in 2014 als secretaris-generaal in het prille begin van de Financial Fair Play ging onderhandelen over een boete die had kunnen worden aangevochten, is eerder een daad van good governance, dan van corruptie.

Dat Manchester City in Afrika voetbalscholen heeft, ook dat was niet bepaald wereldschokkend nieuws. Iedereen heeft voetbalscholen, of had ze. Dat makelaars verschillende keren langs de kassa passeren, zijn we daarvoor van onze stoel gevallen? Niet bepaald.

Evenmin van de salarisdetails van Kevin De Bruyne en het geld dat naar zijn ouders ging. Hooguit trek je de wenkbrauwen op voor figuren als een Patrick De Koster – makelaar van KDB – die op het goeie moment aan de rand van een veld stond bij een jeugdwedstrijd. Daardoor werden ze multimiljonair, op de kap van het talent van een ander, zonder zelf ook maar een poging te hebben gedaan om een kiezeltje te verleggen, laat staan een steen. Misprijs die klaplopers.

Neen dus, in dat hele Football Leaks vond ik niks om van achterover te vallen. Tot zaterdag, dan ben ik er toch eens goed voor gaan zitten. Jammer genoeg moest ik in de Vlaamse poot van EIC, het doorgeefluik Football Leaks, flink doorbladeren tot ik de onthulling vond – jawel, eindelijk een onthulling – maar wel op pagina E14, verstopt in het economiekatern. In L’Equipe: pagina 21.

Sergio Ramos is na de UEFA Champions League-finale van 2017 betrapt op dexamethasone, dat is een corticosteroïd dat ontstekingsremmend, dus pijnstillend en euforiserend, werkt. Was het geneeskunde of was het doping? Doet er niet toe, de regels zijn er voor alle sporters. Gebruik van cortico’s is toegestaan als het niet systemisch, maar lokaal wordt toegediend of door middel van zalf. Voor andere gevallen, allergieën bijvoorbeeld, kan altijd een TTN of ‘toestemming uit therapeutische noodzaak’ worden aangevraagd.

Is allemaal niet gebeurd. In elke andere sport had Ramos daarvoor een straf gekregen. Een jaar had gekund. Ramos, kapitein van het meest succesvolle team in Europa, schreef een brief samen met de dokter dat hij was behandeld voor chronische pijn in knie en schouder en de kous was voor de UEFA af. Vreemd genoeg sprak de dokter over twee geneesmiddelen die hij had verward. Hij had namelijk celestone vermeld, nog een ander corticosteroïd. In elke andere sport had men geconcludeerd dat er bedrog mee gemoeid was, niet zo in voetbal.

Waarmee het bewijs is neergelegd bij de ex-voetballer/tegenwoordig analist die zich vorig jaar tegen mij verbaasde over wat er allemaal aan het licht kwam in het wielrennen. Waarop ik antwoordde dat ik de voetballers die cortisonespuiten krijgen voor de wedstrijd de kost niet zou willen geven. En of hij er dan nooit één had gehad. Jawel, zei hij, als het nodig was.

Waarmee ook het bewijs is geleverd dat voetbal altijd vrijuit gaat als het over doping gaat, met het epodossier van Juventus als meest flagrante voorbeeld. Er stond namelijk nog meer in dat artikel: Ramos die vrolijk ging douchen terwijl hij naar de dopingcontrole moest. Mag niet.

Ronaldo die ambetant wordt van een bloedafname, waarna de dokters van Real dan maar zelf bloed afnemen bij hem. Mag niet. De controleurs van de UEFA verzetten zich niet ‘omdat er te veel spanning heerste’. Real klaagde daarna dat de controleurs duidelijk niet gewend waren om met sterren om te gaan. In het wielrennen was die ploeg aan de schandpaal genageld en uitgespuwd.

De ‘vergissing’ van Sergio Ramos en Real Madrid is vele malen erger dan de vermeende misdaden die Bradley Wiggins en Sky hebben begaan in 2012. Dat dossier is ook door een lek naar buiten gekomen, toen door het Russische Fancy Bears, cyberspionnen die voor de Russische geheime dienst opereren. Fancy Bears en Football Leaks hebben trouwens veel gemeen: ze leggen gehackte info neer bij wie ze vermoeden dat die wel een smeuïg verhaal lusten zonder veel duiding en nuance.

Ook in de zaak Real Madrid/Ramos/Ronaldo is er eigenlijk weinig aan de hand. Cortico’s kunnen worden gebruikt, punt uit, en dus ook worden misbruikt. De grijze zone is te grijs en te groot, maar dat is niet de schuld van Real. Wat dit wel aantoont, is hoe de perceptie rond doping verschilt tussen voetbal en wielrennen.

Bradley Wiggins stond met een gerapporteerd en goedgekeurd gebruik van een corticosteroïd voor bewezen allergieën en astmaproblemen op de één van de kranten en werd door een deel van de wielerwereld aan de hoogste boom opgeknoopt. Real Madrid, het Team Sky van het voetbal, komt in een echte dopingstorm terecht, en voetbalwereld en media kijken verveeld de andere kant uit.

 

Sergio Wiggins

Advertenties

Verhaal met Peter Callant van KV Oostende in De Morgen van zaterdag 24 november 2018

‘Ik mis authenticiteit in het voetbal’

Ooit de jongste voorzitter in het volleybal, daarna sportsponsor over het hele land, maar sinds een half jaar eigenaar van een eersteklasser in het ontplofte Belgische voetbal. Peter Callant (52) heeft nog steeds geen spijt. ‘Al denk ik soms: rare wereld.’

“Toen ik KV Oostende overnam van Marc Coucke moest het snel gaan, al heb ik toch een paar weken nagedacht. De eerste reactie was ‘ja, maar’, met de nadruk op ‘maar’. Coucke heeft die ‘maars’ weggenomen. Misschien was er beter nog iets meer tijd over gegaan om beter zicht te krijgen op hoe dat voetbal in elkaar steekt en ook op de rekeningen van KVO, maar dat heeft ook zijn voordelen. Ik heb echt geen 15 of 20 miljoen betaald voor die club. Overigens zou geen enkele Belg dat betalen. Ook niet voor SK Lokeren, zoals ik nu hoor.

“Marc moest van KVO af, hij had Anderlecht. We hebben goed onderhandeld en hij heeft uiteindelijk nog een kapitaalverhoging doorgevoerd van 15 miljoen waardoor KVO schuldenvrij was. Dat laatste was een voorwaarde. Ik kreeg als sportiefste makelaar van het land de kans om een voetbalclub te kopen die mij op het lijf geschreven is. Als die trein passeert, moet je niet aarzelen.

“Over Coucke wordt veel geschreven en gezegd, maar ik doe daar niet aan mee. Natuurlijk heeft hij KV Oostende financieel op een niveau gebracht waar het intrinsiek niet thuishoort, maar dat weet hij zelf. De term ‘Coucke-vet wegsnijden’ komt trouwens van hem. Die investeringen hebben resultaten opgeleverd maar een garantie op succes is dat niet. Vorig jaar haalden ze in het seizoensbegin één op eenentwintig, met de duurste ploeg die KVO ooit heeft gehad.

“Ik heb nog geen moment spijt gehad. Ik zag meteen de opportuniteiten: passie, communicatie, naamsbekendheid, terugverdieneffect, het zit allemaal in ons model. Geen betere hefboom dan voetbal om zaken te doen. Nu helpt het ook dat wij een van de grootste business community’s van de hele eerste klasse hebben en het helpt nog meer dat ongeveer iedereen ook na het vertrek van Marc Coucke is gebleven. We zullen inzake inkomsten zelfs dit seizoen iets hoger uitkomen, vooral te danken aan de verhoogde tv-rechten na vijf volle jaren in eerste klasse.

Veel onderling wantrouwen

“Er wordt soms gezegd dat ik nieuw ben in het voetbal. Als voorzitter wel en dat iedereen je dan aanspreekt met voorzitter en niet met Peter zoals op kantoor, dat vraag ik niet maar dat krijg je er gratis bij. Ik heb wel een paar keer gezegd ‘zeg maar Peter’, maar iedereen zegt voorzitter. Oké dan. Ik heb wel ervaring als sponsor in het voetbal, bij Cercle Brugge en bij KV Oostende, en ik was samen met Marc vroeger nog bestuurder van deze club. Zo helemaal nieuw ben ik dus niet.

“Ik blijf wel afzijdig uit alles wat bond en profliga is, maar dat heeft alleen met mijn tijdsbesteding te maken. anderhalve tot twee dagen op zeven wil ik met het voetbal bezig zijn, de rest met het bedrijf en de privé. Ik ben ook niet zo vaak op Oostende. Oostende komt vaker naar Oostkamp.

“Ik ben nog zoekende. Neem nu de bedrijfscultuur. In mijn bedrijf heb ik geregeld een Callant meets Callant-sessie, intern overleg. Aan het eind zit een blokje ‘vragen aan de CEO’. Ik stel mij daar kwetsbaar op, ik deel dingen, ik probeer verbinding te maken. Ik wil een waardegedreven verzekeringsmakelaar zijn, met een DNA, een bedrijfscultuur en wederzijds vertrouwen.

“In het voetbal merk ik veel onderling wantrouwen. De kracht ligt in de verbinding onder elkaar. Leiderschap begint met waarden en vertrouwen. Met Hugo Broos (technisch directeur, HV) en Gert Verheyen (trainer, HV) heb ik dat. Misschien komt de dag dat ik Gert Verheyen zal moeten ontslaan. Ik hoop eerder dat hij weggeplukt wordt omdat hij te goed is voor ons en dat zal dan ook pijn doen, maar ik zal meteen naar een Gert Verheyen bis op zoek gaan omdat ik het gevoel heb dat ik met hem waarden deel. Ik praat met Gert en Hugo zoals met mijn vrouw: in openheid en in vertrouwen.

“De tevredenheid binnen mijn bedrijf ligt boven de 80 procent. Dat zal ik in het voetbal met al zijn passanten wellicht nooit halen en toch ga ik proberen het met KV Oostende anders te doen en van deze club een mooie club te maken met mooie waarden en mooie mensen. Oké als dat moeilijk is in het voetbal, toch gaan we proberen beter te doen dan de rest.

“Ons DNA is gewijzigd. Wij halen geen sterren meer als Lombaerts of Proto. Wij rekruteren spelers die we kansen willen geven: jonge spelers tussen negentien en vierentwintig jaar in wie we geloven maar ook oudere spelers die we een nieuwe kans willen geven zoals Tom De Sutter.

“Dat in het voetbal de salarissen hoger liggen dan in de verzekeringswereld, daar heb ik op zich geen moeite mee omdat je twee sectoren niet mag vergelijken. Dat er te veel wordt betaald vergeleken met wat voetballers bijbrengen aan de maatschappij en er over het algemeen heel veel geld in voetbal omgaat, daar ben ik het wel mee eens. Alleen gaat KV Oostende dat niet veranderen.

“Wat ik kan doen, is mensen aantrekken van wie ik denk dat ze eerlijk zijn omdat anderen mij daarvan hebben kunnen overtuigen
en omdat ik een goed gevoel bij hen krijg. Wij hebben nu een scoutingcel opgezet, want die had KVO niet, met onder meer René Verheyen en Jos Volders. Ik verwacht dat ze met spelers komen die we minstens vier keer gaan volgen en als iemand neen zegt, gaan we die speler niet halen.

Snel een miljoentje op tafel

“KVO behoort tot de ploegen die één keer in de tien jaar in de problemen kunnen komen en zouden kunnen degraderen. Door ons hoge budget moeten we daar één keer in de twintig jaar kunnen van maken en tegelijk goed aanwerven en vooral ook een eigen vermogen opbouwen, zodat we bij een tegenslag ook meteen kunnen ingrijpen. Er zijn nu naast mij al drie andere aandeelhouders ingestapt en er komen er nog bij. Ook dat is een extra garantie bij een tegenslag. Vroeger legde Marc Coucke snel een miljoentje op tafel. We hebben Coucke opgedeeld in meerdere Coucketjes.

“Gelukkig zijn wij in mijn eerste seizoen gespaard van sportieve zorgen terwijl we een nieuwe ploeg bouwen. KV Oostende speelt van wedstrijd tot wedstrijd beter. We hebben tien transfers gedaan: vijf daarvan presteren, vijf minder. We hopen die vijf ook beter te zien worden.

“Met de stress valt het bij mij wel mee. Er is wel een dimensie aan het supporterschap toegevoegd: de impact van wat er op het veld gebeurt, is zo gigantisch dat je winst of verlies meteen in rekening brengt. Ook na verlies slaap ik goed. Zelfs na die 0-4 tegen Gent ben ik niet uitzonderlijk humeurig. Ik word daar niet vrolijk van, maar ik ga ook niet naar de kleedkamer. Ik kom alleen bij de spelers in overleg met de technische staf en dat is voor de wedstrijd, maar ook niet te vaak.

“Ik laat mij voetbal uitleggen. Tijdens de wedstrijd zit ik naast Hugo in de tribune en zegt hij wat hij ziet. Elke dinsdag zit ik samen met Gert en Hugo en analyseren zij de voorbije wedstrijd. Niet op restaurant, ook niet in Oostende, maar in Oostkamp op kantoor. Ik heb ook een welomlijnd idee van de rol die de voorzitter moet spelen. Spelers vakantie geven? (lacht) Neen, dat zal ik niet doen. Een voorzitter vult zijn functie in zoals hij dat zelf wil.

“Mijn mond is nog niet opengevallen. Ja, er is een bom ontploft en overal hoor ik: we wisten dat toch? Maar wat weten we nu? Ben jij van je stoel gevallen, neen toch? Ik volg het dossier alleen van lezen in de krant. Wij zijn ook geen betrokken partij en ik laat het komen zoals het komt, maar dat de voetbalwereld ziek is, daar moet je mij niet van overtuigen.

“Toen Cercle in 2015 thuis miraculeus in extremis verloor van KV Mechelen met 2-3 nadat het 2-0 had gestaan en het 2-1 wordt door een flagrant niet gefloten buitenspelgoal, was ik sponsor. Ik was toen niet in het stadion maar ik volgde het wel. Ik heb toen een sms’je gestuurd in de 89ste minuut, naar Cercle: proficiat. Echt waar. En nadien keert het nog allemaal. Buitenspel en een strafschop onder meer. Was dat gefikst? Ik durf dat niet zeggen, maar er zijn dingen naar boven gekomen waarvan ik denk: hoe kan je nu zo als mens door het leven gaan?

“Er gaat te veel geld om in het voetbal en vooral bij de makelaars. Zij bepalen waar de speler speelt. Ja, Coucke heeft 3,8 miljoen euro aan Didier Frenay gegeven als commissie. Had hij dat niet gedaan, dan ging Landry Dimata naar een andere club voor minder geld. Frenay was met een erg goedkope Dimata afgekomen en had 30 procent op de doorverkoop bedwongen.

Drie keer cashen

“Dat is een goede deal maar in de contracten die wij met de makelaars hebben afgesloten sinds ik aan het roer zit, staan dat soort clausules niet. Die vergoedingen staan niet in verhouding tot de prestaties die de makelaar levert, punt. Wij betalen ook geen procent meer op het contract van een speler die al weg is bij Oostende. Het is toch niet te geloven dat er makelaars zijn die het normaal vinden om drie keer te cashen op het contract van een speler: bij KVO waar hij al weg is, bij een andere club waar hij naartoe is gegaan en ook al weer weg, en dan nog eens bij een derde club.

“Volledige transparantie inzake transfers en de makelaarsvergoedingen en alles neergelegd bij een licentie of andere commissie, dat is de oplossing. Als land zullen we dan wel een uitzondering zijn en misschien zullen we dan wel eens een speler mislopen omdat de makelaar op een ander meer kan verdienen. Het is dan maar zo.

“Ik ben niet geschrokken. Ik heb vooral meer moeite met de waarden in het voetbal, of het gebrek eraan. Dat de mensen niet altijd eerlijk zijn. Ik mis authenticiteit in het voetbal. Als je met iemand uit het voetbal spreekt, moet je je altijd afvragen: wat bedoelt hij nu, wat heeft hij niet gezegd, die laat het achterste van zijn tong niet zien, ik krijg hier maar een half antwoord. Het wielermilieu is veel echter.

“Heb ik ooit tegen jou gezegd: het is de deal van mijn leven? Dat zou kunnen. Ik zie dat nu niet anders, eerder een beetje genuanceerder. Het is lastig, een voetbalclub in veilige wateren krijgen, maar ik heb geen schrik van lastige dingen. Ik heb drie ironmans uitgelopen, dan ben je fysiek en mentaal een volhouder.”

 

Peter Callant.DM24nov18

Column over vrouwen en schaken in De Morgen van zaterdag 24 november 2018

Herdersmat

Vandaag vindt in Londen de elfde partij plaats tussen de Amerikaanse uitdager Fabiano Caruana (26) en Magnus Carlsen (27) uit Noorwegen. De nummer één en twee op de ranking van de Fédération Internationale d’Échecs (FIDE) spelen om de wereldtitel schaken.

De stand na tien partijen is gelijk. Beide schakers ontsnapten al eens miraculeus aan een achterstand en er staan twaalf partijen gepland, de laatste maandag. Staat het dan nog gelijk, dan spelen ze vier tie breakers snelschaken waarbij de tijd om na te denken gehalveerd wordt. Is het dan nog gelijk, spelen ze nog eens vijf partijtjes blitzschaken en daarna nog een sudden death.

In de marge van dit WK schaken was er weer een en ander te doen rond de positie van de vrouw in het schaken en verschenen verhalen over het hoe en waarom vrouwen in de minst fysieke van de sporten er niet aan te pas komen. Zoals in de echte sport, waar de fysieke, zeg maar fysiologisch-hormonale verschillen tussen man en vrouw de discriminerende factoren zijn.

Geen enkele vrouw haalt de schaak-top honderd. Gelukkig hebben vrouwen zoals in het tennis, waar geen enkele vrouw de top duizend zou halen, ook een eigen klassering en daarin staat een Oekraïense op één en de Chinese Yifan Hou (23) op twee. Die was laatst in Nederland en werd daar geconfronteerd met de uitlating van grootmeester/schrijver Hein Donner, die in 1972 in een krant had gezegd dat vrouwen niet konden schaken. Maar we moesten dat normaal vinden want (citaat) “dat vrouwen ook niet kunnen schilderen of filosoferen en dat er eigenlijk nooit iets door een vrouw gemaakt of bedacht is dat de moeite van het kennismaken waard is”. (einde citaat)

Zijn dochter diende hem in 2015 – erg postuum want de man stierf in 1988 – van repliek op het NK schaken. Haar vader had daar ongetwijfeld bij vermeld dat ze er wel erg lang over had gedaan om te leren schaken, en dan nog niet goed genoeg was om aan dat NK deel te nemen, tenzij om te spreken ‘als dochter van’.

Nu goed. Vrouwen kunnen wel schaken, zei Marian Donner. Vrouwen kunnen zelfs zeer goed schaken, stond onlangs in een opiniestuk in The Guardian. Natuurlijk kunnen vrouwen zeer goed schaken. De meeste vrouwen die kunnen schaken zullen dat beter kunnen dan ik, maar dit stukje gaat niet over wie weet hoe de stukken moeten worden verzet, maar over het alleruiterste uiteinde van de gausscurve met topschakers en daar zitten alleen mannen.

De beste schaakster ooit, de Hongaarse Judith Polgar, stond heel even tiende. Dat was in 2003 en op grond daarvan mocht ze meedoen aan het FIDE-WK-toernooi. Ze werd laatste. Nigel Short, ook een topper, zei onlangs: “Vrouwen hebben geen killerinstinct en kunnen niet parkeren, dat komt door hun genen. Ze moeten zich er maar bij neerleggen dat ze ook niet kunnen schaken.”

Natuurlijk kunnen vrouwen schaken en zelfs goed schaken, zeker ook excellent schaken, maar aan de top niet zo goed als de mannen en waar zou dat nu aan liggen? Is het de biologie? Of is het de sociologie? Is het nature? Of is het nurture? Zijn vrouwen niet hardwired of geprogrammeerd voor schaken zoals Nigel Short concludeerde of komt het omdat vrouwen gewoon met veel minder zijn om te schaken en daardoor minder vertegenwoordigd, zoals de vrouwen willen geloven.

Dat laatste argument is een zwaktebod want het geldt voor alle topsport en wellicht nog het minst voor schaken, dat veel toegankelijker is dan fysieke sporten. In geen enkele andere sport behalve schaken heeft een vrouw ooit de top tien gehaald.

Als het om het niveauverschil tussen mannen en vrouwen gaat, worden wel meer achterhaalde dooddoeners gebruikt. Zo zijn er nog steeds vrouwen die artikels en zelfs boeken schrijven over ‘de mythe van het testosteron’ en dat de sportende vrouw de man zal kloppen, de dag dat ze zich van dat hormonaal complex kan ontdoen. Dat opschrijven is één, en werkt ongetwijfeld therapeutisch, maar dat ook publiceren komt aardig in de buurt van het licht van de zon ontkennen.

Natuurlijk is de vrouw hormonaal anders en dus minder dan de man als het om topsport gaat. Dat is niet te verwonderen, want
sport en daarvan afgeleid topsport is een tijdverdrijf dat de dominante man heeft uitgevonden om zich te amuseren volgens zijn voorgeprogrammeerdheid. Had de vrouw de macht gehad, dan zagen sport en spel er heel anders uit, was de vrouw misschien beter dan de man omdat sport en spel zou focussen op andere kwaliteiten. Welke, kan ik met mijn eng mannelijk brein niet direct verzinnen, maar ze bestaan ongetwijfeld.

De vraag is of analytisch en strategisch denken – en nu komen we weer bij topschaken – misschien ook een typisch mannelijke eigenschap is. Daar lijkt het op en dat heeft echt niks te maken met vermeend biologisch reductionisme maar alles met wetenschap: testosteron speelt een rol in strategische planning, cognitief gedrag, alertheid en geheugen, zeggen studies.

Is dat nu allemaal zo belangrijk? Wel neen, natuurlijk niet. Bovendien zijn er ook dingen die de meeste vrouwen veel beter kunnen dan de meeste mannen, alleen schiet mij nu even niet iets te binnen.

 

Herdersmat

Column Oranjelief in De Morgen van maandag 19 november 2018

Oranjelief

 

Retour sur terre, blokletterde L’Equipe zaterdagochtend.
De Volkskrant was sereen: “Oranje dompelt Kuip in pril geluk … alsof een nieuwe geliefde zich heeft aangediend.”

In het Algemeen Dagblad, in een blokje onderaan links op de één gemoffeld, alsof ze het niet hadden verwacht: “Opwindend Oranje vloert wereldkampioen” en binnenin “Oranje telt weer mee in Europa”.

De Telegraaf, in een blokje bovenaan rechts: “Oranje overklast wereldkampioen”.

Het was geen nieuwe geliefde die zich aandiende vrijdagavond. Het was de grote liefde van je leven, even on hold gezet omdat de geliefde rare dingen had gedaan waar je even niet bij kon, maar die, toen ze in volle glorie aan je verscheen, je weer instant deed smelten.

Na de les fietsherstelling wilde ik volkomen hersenloos bij een stukje oude vlaskaas ‘The Voice for Kids’ bekijken maar in de reclame – reclames van zeven minuten zijn geen blokjes meer maar hele reclamebomen – zapte ik weg en zag tot mijn stomme verbazing dat Nederland speelde en ook nog eens op de NOS. Ooit was er een tijd dat ik dagen op voorhand uitkeek naar een wedstrijd van Oranje en de media er op voorhand op naploos.

Na de World Cup van 2014 was dat weg. De rechten zaten toen ook al lang ergens bij een commerciële zender die je illegaal moest streamen op zo’n kutschermpje en het voetbal was dan ook al lang niet meer om aan te zien. Dus: fuck off Holland. Het verbaasde mij tegelijk hoe Nederland precies in een periode van hoogconjunctuur als kleinste grote sportland er maar niet in slaagde dat mythische voetbalelftal weer aan de praat te krijgen.

Nu moeten we ook niet overdrijven met die Nederlandse dip en die Belgische euforie. De Rode Duivels hebben de laatste vijftig jaar één vierde (1986) en één derde plaats (deze zomer) behaald op de World Cup en vertoeven nu op een wolk. Nederland heeft sinds 1974 drie finales gespeeld en een derde en een vierde plaats behaald. Die laatste finale was in 2010 en de laatste halve finale in 2014, weze het met onhollands voetbal.

In het Grote Geschiedenisboek van het Voetbal is Oranje het beste team dat nooit iets won. Oké, de Europese titel dertig jaar geleden, die wel. Toen met alle geluk waar het hen in de andere grote toernooien op beslissende momenten aan had ontbroken. Maar wel verdiend.

Dus geen ‘The Voice for Kids’, dan maar de huiskamersfeer verknald en Nederland-Frankrijk laten staan, beroepend op de dooddoener “het is wel mijn werk, hoor”. De intensiteit droop van het scherm. Dat liep en dat vlamde, dat combineerde en attaqueerde. Niet de Fransen. Wat dat betreft had De Volkskrant gelijk, het was mak. En Paul Pogba ontbrak, maar het is hoogst twijfelachtig dat hij de zaak had kunnen keren.

Wat overigens opviel, en dat moet Martínez doen knarsetanden, is dat de Fransen fysiek onder lagen bij de Nederlanders. Oranje heeft ook in het verleden al wel eens fysiek gespeeld en moest toen de toevlucht nemen tot hard en soms gemeen spel – dat waren de Khalid Boulahrouz- en Nigel de Jong-jaren – maar deze fysieke slag werd gewonnen op basis van hoge druk, correcte tussenkomsten, snelheid van uitvoering en bijzonder gevarieerd aanvalsspel. Negen fouten tegen veertien voor Frankrijk, één geel tegen vier voor de Fransen, zestig procent balbezit, twaalf shots on target tegenover twee en meer en zuiverder passing.

Omgekeerd, omdat de wedstrijd al was begonnen, moest ik even zoeken naar Kylian Mbappé, de TGV die iedereen altijd het nakijken geeft. Of die wel meedeed. Hij deed mee, maar niet echt. Eerst zeilde die zo’n beetje rechts om Danny Blind er af te lopen – dat had op halve snelheid al tien meter gescheeld op een rak van twintig – maar daar kwam hij niet eens aan toe. Halfweg de tweede helft ging hij meer zwerven, maar kwam daar Matthijs de Ligt (negentien jaar) of Denzel Dumfries tegen.

Nederland toonde hoe je Frankrijk moet aanpakken en al is de ene wedstrijd de andere niet en het ene toernooi ook het andere niet, meerdere voetbalkenners die er veel meer van kennen dan ik menen dat die halve finale op de World Cup in Rusland niet door Frankrijk is gewonnen, maar wel degelijk door België is verloren, precies omdat het is meegegaan in het Franse controlevoetbal.

Dat is wat Nederland nu net niet deed: die gingen er van minuut één vol voor en speelden de Fransen in de tweede helft zelfs helemaal zoek. Stond Hugo Lloris niet als een octopus te keepen, dan was het 5-0 geworden. De 3-0 van Nederland tegen Duitsland half oktober was overdreven. Alles zat toen mee en bij de Duitsers zat alles tegen. 0-3 had ook gekund in die knotsgekke wedstrijd, maar het werd 3-0. Ook de vriendschappelijke interland tegen België (1-1), drie dagen na de euforie tegen Duitsland, was geen echte maatstaf omdat er maar één helft echt werd gevoetbald.

Is mijn oude liefde Oranje terug? Met dat lief weet je nooit. Voor je het weet, loopt ze weer arrogant naast de schoenen en schreeuwt het van de daken hoe mooi en bijzonder ze wel is. Vanavond in Gelsenkirchen volstaat een gelijkspel in en tegen Duitsland. Die hebben nog een eitje te pellen met Die Holländer. Bild kopte zaterdag: Holland macht uns zum Absteiger, Holland maakt ons tot degradant.

Ik tik dit stukje voor de uitslag van Zwitserland-België bekend is. Als België en Nederland doen wat ze minimaal moeten doen – gelijkspelen – krijgen we in juni van volgend jaar mits de loting mee wil de eerste derby der lage landen in twintig jaar die ergens om gaat.

(Naschrift: inmiddels is bekend dat België in Zwitserland is ‘gestruikeld’ dus geen DDLL.)

Oranjelief-mail

Column Eigen Schuld over voetbalschandaal in De Morgen van zaterdag 17 november 2018

Eigen schuld

Groot gejuich steeg op uit de banken van de advocatuur en hun copywriters van de media: de eerste onderzoeksrechter die iets onderzocht waar hijzelf veel van kende, is gewraakt. Dat hij er iets van kende, wees op partijdigheid. Wie het inzake moraliteit een beetje op orde heeft, wenst die procedurepleiters de ergste ziekten toe. Maar dat is niet netjes en niet alleen omdat sommigen al erge ziekten hebben.

Natuurlijk hoop je dat de meesters Rieder/Van Steenbrugge/Mary en al die andere mediageile tafelspringers – waar is de Jef, vraag ik mij al de hele tijd af – straks alsnog ongenadig op hun bek gaan, maar bekijk het ook eens van de andere kant. Procedures zijn er om ons te beschermen tegen dictators, en als dat wat overtrokken klinkt, probeer dan juridische willekeur. Wie wil straffen, moet het pad van de wet bewandelen en daarom is de wraking van Joris Raskin als onderzoeksrechter logisch en terecht.

Misschien moeten we Rieder zelfs dankbaar zijn en is de wraking goed nieuws en kan het onderzoek gewoon door een andere onderzoeksrechter worden voortgezet. Hopelijk kunnen alle onderzoeksdaden behouden blijven – dat is wat bedoeld wordt met op hun bek gaan – waardoor we nog meer te weten komen dan wat we nu weten.

Gisteren werden weer een aantal verdachten vrijgelaten en dat is geen tel te vroeg. Het moment om even afstand te nemen. Misschien dat de fans van KV Mechelen, Waasland-Beveren, Cercle Brugge, Eupen, Moeskroen en Westerlo al een paar weken denken dat
de wereld is vergaan, maar dat is niet het geval. Operatie Propere Handen heet bij het gerecht Operatie Zero en misschien komt dat dichter bij de waarheid, maar dat valt nog af te wachten.

Overschatting

Overigens is de naam Operatie Propere Handen een belediging voor de echte Operazione Mani Pulite van onderzoeksrechter Antonio Di Pietro. Die overschatting komt van de Vlaamse media. Onheus gerommel door voetballers en hun acolieten/parasieten verwarren met een zaak die een hele natie op de grondvesten deed beven en een premier in staat van beschuldiging stelde, is belachelijk overtrokken.

Voor wie af en toe ook eens iets anders leest dan de voetbalpagina’s en ander nieuws beluistert of bekijkt, of helemaal niet in sport is geïnteresseerd, blijft het hele schouwspel wellicht verbazing wekken. We hebben het over het fiksen van wedstrijden in een competitiebestel dat zo slecht is georganiseerd dat het smeekt om bedrog. Verwondering? We hebben het over zwart geld en witwas in een sector die al decennia aan elkaar hangt van de corrupte figuren.

We hebben het ook over een sector die onheus veel gunstmaatregelen krijgt en zich derhalve het best keurig gedraagt, dus met respect voor de wet, incluis de belastingen, en ook voor de fair play als daar nog tijd en ruimte voor is. Tegen dat laatste is gezondigd, maar als het stof straks is gaan liggen, zullen we weer tot dezelfde conclusie komen: was dat klotevoetbal echt al die drukte waard?

Iets anders, een beetje demagogisch, maar toch: zouden in het kader van het onderzoek naar de Bende van Nijvel ooit 220 politieagenten samen huiszoekingen hebben gedaan? En meer dan vijftig huiszoekingen in die voorbije 35 jaar?

Die gevangenisstraffen, huisarresten, enkelbanden: is het vergrijp echt van die grootteorde? In september van dit jaar trof het Antwerpse parket een schikking ter waarde van 50,9 miljoen euro met ene Louis Reijtenbagh voor belastingontduiking, witwassen en het vormen van een criminele organisatie. Precies wat de makelaars en voetballers en clubs wordt verweten, alleen een paar nullen meer. De heer Reijtenbagh heeft geen nacht of geen dag in de cel gezeten. Hij heeft ook geen penalty’s gefloten die er geen waren, dat klopt.

Operatie Propere Handen is een vaudeville geworden met heel veel slechte acteurs. Als straks het doek valt, zullen een paar flinke boetes worden uitgedeeld. Enkelingen zullen worden geroyeerd voor het leven. Een heksenverbranding wordt het, zoals dat in dopingzaken gaat en precies zoals met doping zal men het probleem niet bij de wortel aanpakken.

Uitverkoop

Los van het witwassen en zwart geld en onheuse facturen voor niet-geleverde prestaties die terugvloeien uit het buitenland is deze hele affaire terug te voeren op het slechte beheer van de voetbalsector. De overheid heeft het nagelaten strenger te reguleren, heeft ook nooit maar iets ondernomen om de uitverkoop van haar clubs aan het schimmige buitenland tegen te gaan. De voetbalsector heeft het nagelaten zichzelf te reguleren en te corrigeren.

Dat Moeskroen jaar na jaar een licentie kreeg terwijl het in handen was van een constructie opgezet door makelaars om zelf buiten beeld te blijven en dat de directeur van de Profliga daar openlijk zo over communiceert, wat betekent dat de hele Profliga dat wist, tart alle verbeelding. Eigenlijk past hier één conclusie: eigen schuld, dikke bult, voetbal en overheid.

 

Eigen schuld-mail

Verhaal over brexit in de sport in De Morgen van zaterdag 17 november 2018

Britse sportwereld houdt hart vast voor de brexit

Bij de Britse sport en vooral het voetbal zitten de grootste fans van Theresa May en haar zachte brexit. Wie wint of verliest met de brexit is nog niet duidelijk, maar de Europese merries kunnen wel al een feestje bouwen.

Inmiddels zal het optimisme al minder zijn, maar woensdag ging toch een zucht(je) van opluchting door 30, Gloucester Place in Londen, de hoofdzetel van de English Premier League, de sterkste, rijkste en grootste voetbalcompetitie ter wereld. Als de brexit er dan toch moet komen – liever niet, voor alle duidelijkheid – dan kiest de Premier League voor de zachtst mogelijke formule, waarbij het Verenigd Koninkrijk zo dicht mogelijk bij de Europese Unie blijft aanleunen. Lees: waarbij de migratie van voetbaltalent zo min mogelijk aan banden wordt gelegd en hopelijk het pond niet nog eens een klap krijgt.

Kapitaalsinjectie

Iets verderop, in het Wembley Stadium, zijn de meningen bij de Football Association, de voetbalbond van het Verenigd Koninkrijk, verdeeld. Zoals wel vaker staan de belangen van de FA diametraal tegenover die van de Premier League, die in september 1992 van start ging als een afscheurliga van rijke eersteklassers die geen zin meer hadden in delen met minder rijke clubs.

Het commerciële succes van de Premier League valt te verklaren door de modernisering van de stadions na het Hillsborough-drama in 1989 en de vrijmaking van de Europese televisiemarkt, waardoor ook niet-staatszenders op de rechten konden bieden. Dat was halverwege de jaren 90. Het leidde tot een enorme kapitaalsinjectie in het Engelse voetbal, dat – de timing was perfect – vanaf 1995 ook nog eens ongehinderd spelers uit de Europese Unie kon aansluiten ten gevolge van het Bosman-arrest.

Die uitspraak bepaalde niet alleen dat spelers vrij waren na afloop van hun contract – wat in de praktijk nog zelden voorkomt. Om de hardleerse bonden te straffen, drukte het Europees Hof extra hard op het gaspedaal: voortaan zou ook binnen de Europese voetbalcompetities het vrije verkeer van personen gelden. Met andere woorden: quota voor buitenlanders konden nog wel, maar niet als ze EU-burger waren. Later werd dat uitgebreid naar Noorwegen, Liechtenstein en IJsland, de leden van de Europese Economische Regio (EER), en ook Zwitserland.

Vervolgens kwam het Europees Hof met het Kolpak-arrest, dat bepaalde dat burgers uit landen met een handelsovereenkomst met de EU dezelfde rechten genoten. Daardoor kunnen veel rugby- en cricketteams in Engeland spelers uit Zuid-Afrika en Fiji contracteren. Ook die zijn tegen de brexit.

Het Engelse voetbal is verdeeld. De meeste clubeigenaars in de Premier League zijn vierkant tegen de brexit, bij anderen neemt de nostalgie naar de splendid isolation de bovenhand op de commerciële ratio.

Maar de (top)clubs staan ook diametraal tegenover de voetbalbond. In mei 2014 kwam de FA met een rapport voor de dag, The FA Chairman’s England Commission geheten, over de nationale ploeg die belabberde resultaten had neergezet. Oorzaak: te veel buitenlanders in het Engelse profvoetbal. Bij de start van de Premier League in 1992 was 69 procent van de spelers in die competitie selecteerbaar voor Engeland, twintig jaar later nog slechts 32 procent en bij de topclubs zelfs vaak maar 20 procent en nog veel minder.

Een eenvoudige telling leerde toen ook dat er in de Champions League maar 22 Engelse spelers meededen, tegenover 75 Spanjaarden, 54 Duitsers en ook nog eens 47 Brazilianen, die allemaal via Portugal een EU-status hadden verkregen.

Homegrown players

Die bekommernis om de kansen die de Engelse voetballer (niet meer) krijgt, was niet nieuw. In het seizoen 2010-2011 werd al de Homegrown Player Rule ingevoerd. Die bepaalt dat elke club in de eerste ploeg verplicht acht spelers (op 25) moet opnemen die drie jaar lang in een Engelse club zijn opgeleid en dat vóór hun 21ste. De bedoeling was de Engelse jonge talenten meer kansen te geven, maar nogal wat clubs omzeilden de regel door op zeer jonge leeftijd buitenlandse talenten te contracteren. Zo zijn ook Cesc Fabregas en Romelu Lukaku homegrown players.

Al die regels wil de FA met de aanstaande brexit in een nieuwe format gieten, en ze wil van de gelegenheid gebruikmaken om het aantal homegrown players op te trekken naar dertien. Bovendien denkt ze aan een verlaging van de opleidingsleeftijd van 21 naar 18 jaar. De Premier League-clubs zijn daar vierkant tegen. Die willen zo weinig mogelijk restricties en wijzen erop dat Engeland het op het laatste WK erg goed heeft gedaan door de halve finale te bereiken.

Ook al zou de brexit een zachte landing kunnen krijgen met heel wat overgangsjaren, de grote clubs zijn er niet gerust op. Bestaande contracten met EU-burgers (en gelijkgestelden, zie hoger) worden gehonoreerd, oké, en wat met de import nadien? Zij kunnen volgens de Europese regels vrij tussen lidstaten bewegen en werken. Nadat de brexit volledig is afgerond, zal dat niet meer het geval zijn en worden EU-voetballers in principe aan dezelfde voorwaarde onderworpen als niet-EU-voetballers.

Dat betekent dat een commissie zich zal buigen over de kwalificatie van de importspeler en die zal toetsen aan de zogeheten Home Office-criteria: is hij een international voor een ‘leading nation’ en hoe vaak heeft hij voor die ploeg gespeeld? Bij een laag gerangschikt land moet dat driekwart van de interlands zijn. Is het een Belg en blijft België bij de beste tien landen na de brexit, dan kan 30 procent volstaan om een van de twee mogelijke sportvisa te verkrijgen. Voor Romelu Lukaku en ander internationals is er geen probleem, maar Dennis Odoi zou niet meer in Engeland voetballen.

Volgens de eerste berekeningen zouden 150 voetballers die vandaag in Engeland hun boterham verdienen met de huidige regels voor niet-EU-spelers geen werkvergunning hebben gekregen. Een uitzonderingsstatus voor voetbaltalent is wat de Premier League beoogt, maar dat wordt een lastige met de Football Association en het Leave-kamp. Die argumenteren juist dat een rem op de migratie de beste zaak is voor de nationale ploegen van Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland.

 

Sportevenementen

Nog groter is de vrees dat de uitzondering op artikel 19 van de FIFA-reglementen op de helling komt te staan. Volgens de FIFA is een transfer van een speler van jonger dan achttien verboden. ‘Article 19 exemption’ is een uitzondering speciaal voor de EU: spelers uit die landen mogen wel vanaf zestien jaar worden getransfereerd. Een Charly Musonda die op zestien van Anderlecht naar Chelsea FC verhuist, dat zou niet meer kunnen.

Richard Scudamore, die aan het eind van het jaar opstapt als CEO van de Premier League, hield al een opgemerkt pleidooi. “Als het voetbal geen uitzonderingen krijgt, zal de Premier League niet meer kunnen concurreren met de andere Europese voetballanden als het gaat om het aantrekken van jong talent. Het resultaat zal zijn: nog duurdere transfers en een verlies aan kwaliteit.”

Of een brexit in welke vorm dan ook een goede zaak zou zijn voor de andere grote voetballanden, valt nog te bezien. In theorie zou een moeilijker toegang tot de Engelse markt ook een omzetverlies in transfers kunnen betekenen. Dat jonge talenten niet voor hun achttiende het Kanaal oversteken, zou alvast een opsteker zijn voor niet-Engelse clubs.

De totale omzet van het Engelse voetbal wordt geschat op 9 miljard euro, waarvan 5,4 miljard voor de Premier League alleen. De hele sportsector in het Verenigd Koninkrijk vertegenwoordigt een waarde van 37 miljard. De impact van de brexit reikt verder dan het voetbal. Het verlies van London French, een rugbyclub gesticht door Fransen die aan geen spelers meer geraakt, valt nog wel te overzien, maar de andere nevenschade is ernstiger.

Grote evenementen naar Groot-Brittannië halen, reken daar voorlopig maar niet op, waarschuwde in februari van dit jaar het House of Lords, het Hogerhuis van het Verenigd Koninkrijk. De Rugby World Cup en de Cricket World Cup bijvoorbeeld zouden weleens voor lange tijd kunnen wegblijven als een visumplicht wordt ingevoerd.

Vooral de verwachte leegloop van werkkrachten wordt gevreesd. “Dat zal de lonen voor de andere stafleden fel de hoogte injagen”, zegt Angus Bujalski, legal and governance director van de Rugby Football Union. “Op Twickenham (het Wembley van het rugby, HV) bestaat een kwart van onze medewerkers uit niet-EU-burgers. Als je die moet vervangen, kost dat geld.”

James Allen, directeur policy and governance bij de Britse Sport and Recreation Alliance, ziet ook problemen. “De onzekerheid is een factor als je een evenement wilt binnenhalen. Bij een harde Brexit zullen de kosten ongetwijfeld stijgen, en dat wordt dan weer verhaald op de consument en de programma’s aan de basis. Sowieso worden wij een moeilijker plek om naartoe te reizen, maar ook om in te investeren. Alles duurder betekent minder opbrengst voor de internationale sportbonden, waardoor kandidaat-organisatoren in andere landen een voordeel krijgen.”

Paardenzaad

De Ierse sportsector is helemaal in de ban van de brexit. Niet omdat zij mogen blijven, maar omdat de Engelsen weg willen. Dat komt de racepaardenbusiness in Ierland en het Verenigd Koninkrijk, samen 32.000 banen en een omzet van meer dan 6 miljard euro, alvast niet ten goede.

Vandaag kunnen racepaarden ongehinderd tussen drie landen worden vervoerd, het gevolg van een overeenkomst uit de jaren 60 tussen Frankrijk, het VK en Ierland. Die drie landen tekenen voor 90 procent van de racepaardentransacties in Europa. Restricties op het vrije verkeer van paarden betekent dat paarden in quarantaine moeten, dat potentieel hoge invoerrechten worden gerekend en dat dure, tere volbloeden een stresserende trip voor de boeg hebben om van land te verhuizen.

Gelukkig zit aan elk nadeel ook een voordeel, al zullen de Ieren dat wel anders zien. Door al die brexit-ellende is het zaad van hun hengsten minder waard. Tip voor een niet-Ier die zijn merrie wil laten bevruchten door een flinke Ierse dekhengst: het is het moment.

 

Brexit-mail

Column Maffiahoerenkast in De Morgen van zaterdag 10 november 2018

Maffiahoerenkast

 

Het Belgisch voetbal wordt bevolkt door rare specimen. Neem nu zo’n Pierre François, le Houdini du foot belge, ooit ergens omschreven als een gerespecteerd advocaat aan de Luikse balie.

Dat leidt de Pro League nadat hij eerst voor en met drie gangsters heeft gewerkt. Dat weet dat een makelaar eigenaar van een club is. Dat begeleidt clubs naar de uitgang en drijft hen in armen van Russische oligarchen, waarna hij ongehinderd door diezelfde lui wordt gefêteerd. En dat zit nu in de delegatie die ten overstaan van het parlement de voordelen van het Belgisch voetbal moet proberen te redden, samen met Marc Coucke.

Marc en Pierre, Pat en Patachon of Filopat en Patafil, kies maar. Een creatuur als François zou ontslag moeten nemen of minimaal de wacht moeten worden aangezegd in het Belgisch profvoetbal 3.0. Neen, dat blijft zitten waar het zit en als een andere advocaat van een club iets zegt over zijn triest trackrecord zorgt hij er persoonlijk voor dat die monddood wordt gemaakt door de club die hij zelf heeft helpen verkopen aan de rijke Rus.

Nog zo’n advocaat is Johan Timmermans, de vadsige koning van Mechelen. Hij zet een stap opzij als voorzitter. Dat lijkt geen dag te vroeg, want uit de vorige week gelekte telefoontaps blijkt alvast dat Timmermans wist van de gevraagde medewerking van Waasland- Beveren om KV Mechelen niet het vuur aan de schenen te leggen, dus gewoon te laten winnen. “So what? Ik ben alleen ondervraagd door de politie.”

Bij KV Mechelen zijn ze struisvogel, de ene steekt al dieper de kop in het zand dan de andere, maar trainer Wouter Vranken zit het diepst. Hij heeft zijn spelers gezegd: “Wij hebben er niks mee te maken en staan er ver van.” Nu ja, het is moedig, maar wel verre van realistisch.

Het Belgisch voetbal wordt ook bediend door rare specimen. Neem nu federaal parlementslid Luk Van Biesen (Open Vld), die in 2008 mee de (para)fiscale en andere voordelen voor profsporters – lees: vooral het voetbal – door het parlement jaagde en die dinsdag nog eens verdedigde. Is dat van niet beter weten? Is dat volharden in de boosheid? Menen dat je de hele kluit kunt belazeren?

Volgens Van Biesen kwamen de gunstmaatregelen er om zwartwerk en belastingontduiking tegen te gaan. Laat dat even doordringen: een sector die zich misdraagt, krijgt gunstmaatregelen? Vergelijk even met de horeca. Die zat ook vergeven van zwart werk en geld en wat kreeg die? Meer controle en de witte kassa.

Fout gedrag dat wordt beloond, is de regel in voetbal. Neem de zaak-Bellemans in 1984: de omkoping van Waterschei door Standard en de hele zwartgeldaffaire die dan naar boven kwam. Daarna kreeg het voetbal ook een enorm cadeau: de bijzonder gunstige groepsverzekeringen (pas veel later uitgebreid naar alle sporters). Gefiatteerd door Jean-Luc Dehaene, toen minister van Sociale Zaken en Club Brugge-supporter, en toegewezen aan verzekeraar Assubel, dat prompt shirtsponsor werd van Club. Flik zoiets vandaag en je hangt terecht aan de hoogste boom.

De grote sportkenner Van Biesen, aan kop sleurend voor Anderlecht en Coucke, verbindt de gunstmaatregelen in 2008 met “de mooie resultaten in zowat alle ploegsporten: van het vrouwenbasket tot volley en hockey”. Zit daar dan niemand in dat parlement die hem kan uitleggen dat de nationale ploegen – want die haalden die resultaten – niks vandoen hebben met voetballers die gemiddeld 300.000 euro en meer verdienen en daar nauwelijks lasten en belastingen op betalen?

De realiteit heeft de onzin alvast ingehaald, zo bewees van de week het laatste rapport van het Zwitserse CIES, een universitaire onderzoeksgroep die de migratie, demografie en economie van het voetbal onderzoekt. Door die voordelen, in combinatie met lage salarisdrempels voor niet-EU-spelers, is het Belgisch voetbal verworden tot een import-exportfiliaal. Of een luxueuze conceptstore voor jonge buitenlandse talenten, zo u wil. Al sluit gezien de recente ontwikkelingen luxe maffiahoerenkast misschien dichter aan bij de werkelijkheid.

De gunstmaatregelen moesten de jeugdwerking ten goede komen. Niks van, alleen de mensenhandel is er wel bij gevaren. Met 62,5 procent (dit seizoen alweer gestegen) slaan we alle records. Alleen in Cyprus en in Engeland, maar die hebben de allerbeste buitenlanders, speelt meer import.

Erger nog, de mensenhandel in jonge spelers is toegenomen. Van alle 31 onderzochte UEFA-landen scoren alleen Portugal en Italië minder goed op vlak van club trained players, dat zijn spelers die tussen 15 en 21 drie jaar lang bij hetzelfde team bleven. In 2008-2009 hield België met 13,9 procent nog zeven landen achter zich in die tabel. Nu nog twee. Afgelopen seizoen is dat percentage gezakt naar 8,4. Nederland slaagt erin om bijna 20 procent van de jonge spelers drie jaar lang bij de club te laten opleiden.

Volgens Marc Coucke zou het afschaffen van de fiscale voordelen het failliet van het profvoetbal betekenen. Hoezo, wat is er mis met de tering naar de nering te zetten? Als Anderlecht die voordelen niet zou hebben, dan had het gewoon minder uitgegeven, dit seizoen geen 28 spelers voor 28 miljoen gehaald, maar misschien 25 spelers voor 20 miljoen en zouden Vranjes (3,2 miljoen) en Sanneh (8 miljoen) niet de duurste klungelaars ooit zijn.

Nooit in de geschiedenis van het Belgisch voetbal was de tijd rijper om die foute business voor eens en voor altijd te reguleren tot ze geen kant meer op kunnen.

20181110_De-Morgen_p-19-mail

Interview Weekendmiljonairs, boek over makelaars in De Morgen van dinsdag 6 november 2018

99% van de makelaars zijn zakkenvullers’

Ze hadden hun boek net ingeleverd bij de uitgever, en op hetzelfde moment begonnen de telefoons te trillen: bom onder het Belgische voetbal. Dus kwam er nog een epiloogje aan Weekendmiljonairs, het boek van Voetbal International-journalisten Iwan van Duren en Tom Knipping dat de makelaardij in het internationaal voetbal fileert.

Er loopt een rode draad door de vijf boeken die Iwan van Duren en Tom Knipping schreven: waar ligt de macht in het voetbal?
Ze hadden al langer door dat makelaars de machtigste mensen in het voetbal zijn, machtiger dan de spelers, machtiger dan alle bestuurders. Toen ze in januari een gesprek met FIFA-voorzitter Gianni Infantino hadden, had ook de grote voetbalbaas het wel een uur lang over de makelaars, die hij meteen de oorlog verklaarde.

Tom Knipping: “Infantino legde uit dat per jaar voor 6 miljard euro spelers worden verhandeld, en dat daarvan 4 tot 5 miljard terugstroomt naar de voetbalpiramide. 1 tot 2 miljard verdwijnt in de zakken van makelaars. Hij had het ook over witwassen, fraude, ontduiking, mensenhandel en ga zo maar door. Dat was de aanleiding om te beginnen schrijven.”

Iwan van Duren: “Naarmate je langer in dit wereldje rondloopt, besef je dat je schrijft over de golven, maar niet over de onderstroom die de golven veroorzaakt. Zo zijn wij een aantal van die onderstromen gaan beschrijven. We begonnen met de gokindustrie. Van dat boek werden 40.000 exemplaren verkocht.”

Knipping: “Dat was net voor het EK van 2012. De politie viel binnen in het trainingskamp van Italië en een international werd gearresteerd. Europol kwam daarna met een rapport. Dat heeft ons ertoe aangezet vaker dat soort dingen uit te zoeken.”

Van Duren: “We hadden eerst Voetbalmaffia 1 en 2 over de gokindustrie. Die werden gevolgd door Slag om de skyboxen, omdat we begin deze eeuw ineens allerlei vreemd geld in het voetbal zagen komen, met name van de oligarchen en uit het Nabije Oosten. Toen al kwamen we uit bij makelaars die hele clubs bezaten of controleerden. Tussendoor fileerden we de FIFA in een boek, want dat drong zich ook op. En nu dus de makelaars, precies omdat we met die vorige boeken altijd weer die gasten tegenkwamen.”

Was het makkelijk om de betrokkenen te laten praten?

Knipping: “Over matchfixing en clubeigenaars was het moeilijk om mensen on the record te krijgen, maar daarover werd best open verteld. Ons boek is een palet van twintig verhalen die een beeld schetsen van de hele beroepsgroep die wij afschilderen als weekendmiljonairs, wat ook de titel van het boek is geworden.

“We hebben bijvoorbeeld een hoofdstuk over mensen die gelezen hadden dat Mino Raiola (de nummer twee onder de makelaars, in het verleden ook van Romelu Lukaku, HV) 50 miljoen euro verdiende aan één transfer. Dat was toen Paul Pogba van Juventus naar Manchester United ging. Raiola passeerde drie keer langs de kassa: bij ManU, bij Juve en bij Pogba. We hebben gepraat met een investeerder in windmolens, een snackbarhouder en zelfs een onlinecondoomverkoper die allemaal de volgende Raiola wilden worden. Die condoomverkoper heette ook nog eens Big Dick.”

Van Duren: “Er had een interview met Raiola in gekund, maar wil je zijn mooie quotes zoals, ‘Ik ben een hefboomfonds’, of wil je beschrijven wie hij is en wat hij doet? Wij kiezen voor het laatste. We kennen hem, we hebben hem twintig jaar gevolgd, we hoeven hem echt niet meer te spreken.”

Knipping: “We hebben wel andere interviews, zoals met een makelaar die echt uit de school klapt, André Gieling. Die heeft nog samengewerkt met Cor Coster, de schoonvader van Johan Cruijff. Hij vertelde dat als je spelers kwijt wilt, je de clubscouts wat moet toestoppen, zodat zij je speler bij hun club aanprijzen. Hij sprak over een achterlijke wereld zonder ethiek of normen, makkelijk toegankelijk voor criminelen, vol van geldverslaafden. Hij heeft ingezien dat het zaakwaarnemen, het begeleiden van een speler, ondergeschikt is gemaakt aan het handelen in spelers en het verwerven van een club.”

“We spraken ook met een technisch directeur/coach die al bij vijftien clubs en negen verschillende landen zat: Ton Caanen heet hij – hij was tot vorig jaar technisch directeur bij Roda JC. Tijdens onze gesprekken nam hij ons mee naar zijn villa in aanbouw met een zwembad en een keuken waar je bijna een plattegrond voor nodig had. Hij vertelde dat hij nu in dienst was van een Zuid-Amerikaans investeringsfonds en tegelijk trainer was bij een club in Slowakije waar veel spelers van dat fonds waren gestald. Dat is nu de modus operandi, legde hij uit.”

Dat is third party ownership en door de FIFA verboden.

Knipping: “Dat hebben de makelaars omzeild. Ze mochten geen aandeel meer hebben in de speler…”

Van Duren: “… en dan koop je toch gewoon een hele club. Hij zei dat er geen eigenaar meer bestaat die niet verweven is met een makelaar, en dat er achter die makelaars nog eens investeringsfondsen zitten die wij niet kunnen achterhalen.”

Knipping: “Toen hij bij Metallurg Donetsk zat als trainer, is hij van zijn wolk gedonderd. Hij vond Danijel Pranjic, later Kroatisch international, niet passen in zijn team en wilde hem niet. Toen Pranjic voor veel geld naar Bayern München ging, werd hij tot de orde geroepen: niet passen in het team was niet belangrijk, het ging om geld verdienen. Ze degradeerden, maar het was feest in de club want ze hadden acht spelers kunnen verkopen. ‘Na een club of zes had ik het ook wel door’, zei hij.”

Van Duren: “Er is geen dienst die al die geldtrajecten en bewegingen van spelers kan volgen. Dat geld gaat naar Cyprus, naar de Kaaimaneilanden en komt dan terug. Alleen in Nederland zijn meer makelaars actief dan er spelers in de Eredivisie zijn. Jullie hebben in België 220 politiemensen ingezet. Nou, diepe buiging hoor, maar op een dag zal de politiek zich afvragen of het wel al die inzet van middelen waard is. Jij als Belg weet ook dat alleen de pechvogels straks de dans niet ontspringen. Eric Gerets regelde de omkoping van Waterschei en werd later de held hier in Nederland, pronkte nog met de Europacup I bij PSV.”

Knipping: “Paul Put, die wedstrijden verkocht in opdracht van die gokchinees, is later nog wel vijf keer of zo bondscoach geweest. En de advocaat van jullie gokchinees Ye, Laurent Denis, zat er nu ook weer tussen.”

Opvallend in de recente affaire is de verwevenheid van de journalistiek met de makelaarswereld. Sommige grote makelaars waren eerst journalist.

Knipping: “Rodger Linse is een goed voorbeeld. Was freelancejournalist, zette zijn eerste stapjes bij een makelaar, bivakkeerde in een VW-busje en ging in Deventer naar een speler kijken. Ene Nistelrode, dacht hij. Dat was Ruud van Nistelrooij. Hij begeleidde hem tot in PSV, Manchester United en Real Madrid en werd multimiljonair. Maar Linse heeft Ruud wel echt begeleid. Ze zijn nog steeds bevriend en hebben nooit een contract gehad.”

Van Duren: “Pini Zahavi, de illustere makelaar die bij Moeskroen achter de schermen aan de knoppen draaide, was ook eerst journalist. Hij zat vaak bij Liverpool, kende Kenny Dalglish en al die spelers en nodigde die ook uit naar Israël, waar hij wedstrijdjes organiseerde. Nog later heeft hij Roman Abramovitsj aan Chelsea geholpen. Hij had heel snel door dat je niet in spelers moet handelen, maar dat je clubs moet controleren, waarna je zo veel je wilt spelers kunt verhandelen. Daar gaat zijn hoofdstuk in ons boek ook over. ‘Makelaar in de mist’ heet het.

“Wij vinden het erg vreemd dat in dat recente voetbalschandaal bij jullie Moeskroen niet wordt genoemd. De schijnwerpers staan nu op KV Mechelen, maar Pini Zahavi had belangen in Moeskroen, had belangen in Paris Saint-Germain, waar hij Neymar heeft ondergebracht, en die club is dan weer in handen van Qatari. Eupen is in handen van dezelfde Qatari. En Moeskroen verliest vorig jaar op onwaarschijnlijke wijze van Eupen, dat daardoor gered is. Kan daar een Qatarees lijntje lopen of vergis ik mij?”

Wij Belgen staan nu in die schijnwerpers, maar hoe zit het in Nederland?

Knipping: “Precies hetzelfde. Hier zijn journalisten voor hun mooie interviews ook afhankelijk van goede relaties met makelaars. En wat de makelaars zelf betreft…”

Van Duren: “… Luister vijf nummers af en je hebt hier ook een zaak.”

Knipping: “Het systeem is internationaal. We hebben bij FC Twente gedoe gehad met Doyen Sports, een Maltees bedrijf waarvan de topmakelaar Jorge Mendes mede-eigenaar was. Op de wedstrijdomkoping na was dat precies hetzelfde verhaal als bij jullie in België, met witwassen via allerlei rare constructies. Dat heeft de belastingdienst opgelost en Twente kreeg een boete. Ze hadden evengoed met de politie kunnen binnenvallen, zoals bij jullie.”

De malafide makelaars zijn een groter gevaar voor het voetbal dan dat marginaal gerommel van die gokindustrie waar zoveel om te doen is.

Van Duren: “Dat zeg je goed: malafide makelaars. We wilden ons boek eerst Maffia in maatpak noemen, maar toen bedachten we: er zijn ook bonafide makelaars die eerlijk zaken doen.”

Knipping: “99 procent zijn toch zakkenvullers. Tot nog toe beperkten de verhalen over de makelaars zich tot hoe ze een speler in de etalage wilden zetten, maar neem nu de grootste makelaar ter wereld, de Portugees Jorge Mendes, de man achter José Mourinho en Cristiano Ronaldo. Op een gegeven moment zie je allerlei spelers naar Wolverhampton Wanderers gaan. En wat is er nu aan de hand? De eigenaar van Wolverhampton heeft een aandeel van 20 procent gekocht in het bureau van Mendes. En bij Wolverhampton heeft Mendes de helft van de basisopstelling.”

Daar zit ook Leander Dendoncker, die niet speelt omdat een jongen van Mendes voor hem in de pikorde staat.

Van Duren: “Als je over de golven bericht, schrijf je die opstelling neer, zonder Dendoncker. Als je over de onderstroom bericht, ga je de mechanismen onderzoeken. De eerste vraag is natuurlijk: wil je winnen met een club, sportief presteren, of wil je winst maken? Ik denk dat geld verdienen centraal staat. Hoe zit dat in België? Wordt een nieuwe eigenaar binnen een maand gevolgd door acht, negen nieuwe spelers? Ja toch? Jullie hebben natuurlijk een aantal voordelen die de handel in spelers extra in de hand werken, zoals het lage minimumsalaris voor niet-EU-spelers.”

Zijn er kampioenschappen verkocht?

Van Duren: “De Nederlander Ricardo Moniz heeft net ontslag genomen als trainer bij AS Trencin omdat de zaak in Slowakije geregeld wordt door de makelaars die de clubs controleren. Hij zei letterlijk: ‘Vorig jaar moest Trnava kampioen worden, dit jaar Bratislava.'”

Knipping: “Daar is de UEFA bang voor, dat wedstrijden worden geregeld onder eigenaars die via allerlei constructies belangen in verschillende clubs hebben.”

Van Duren: “En wat het extra moeilijk maakt, is dat achter pakweg Doyen Sports inderdaad Jorge Mendes zat, maar daarachter zaten weer vier broers uit Kazachstan. Eigenlijk is alles begonnen met het uit elkaar vallen van de Sovjet-Unie. Ineens moest heel veel geld worden witgewassen, en voetbal was een ideaal vehikel. Wij dachten dat de Georgiër Merab Jordania Vitesse uit Arnhem had overgenomen, maar hij was daar maar neergezet door de echte eigenaar, die een Rus bleek te zijn, en een relatie van Abramovitsj.

“Het gaat niet om de uitslag, het gaat om de poen. Niet erg hoor, maar wel belangrijk om het de mensen te vertellen. Wij kijken naar de wuivende bomen, de wedstrijd, maar onder de grond zit een onzichtbaar, immens vertakt wortelstelsel. Voetbal is de omgekeerde carwash: je gaat er onbevlekt in en komt er vuil uit. Een mooie, vind je niet? Die heb ik van Jan de Jong, de voormalige algemeen directeur van de NOS, die nu bij Feyenoord zit.”

Wat zal de conclusie van de lezer zijn als hij jullie boek uit heeft?

Van Duren: “Of die denkt: dit ga ik zelf proberen.”

Knipping: “Of: jeetje, zit het voetbal zo in mekaar? In elk geval: verwondering.”

 

 

20181106_De-Morgen_p-15_99-van-de-makelaars-zijn-zakkenvullers–all-mail

Column over Football Leaks en FFP in De Morgen van maandag5 november 2018

John, Gianni en Yves

Ik heb mij in hoge mate verbaasd over… de verbazing en vooral het theater van zaterdag over hoe de UEFA is omgegaan met de financial fair play (FFP) en wat haar toenmalige secretaris-generaal Gianni Infantino (die nu FIFA-voorzitter is) allemaal zou hebben uitgespookt. Als u nu denkt dat ik jaloers ben omdat ik niet behoor tot het consortium van onderzoeksjournalisten uitverkoren door de hackers van Football Leaks en de schrijvers van Der Spiegel, neen.

Ik ben niet van plan voetbalbonzen als Infantino vrij te spreken van alle zonden, maar de waarheid ligt zoals steeds in het midden en het midden is in dit dossier zoek, zoals weleens meer gebeurt als Der Spiegel zich om sport bekommert. Dat laatste slaat overigens niet op de onthullingen rond de verkrachting van Cristiano Ronaldo, laat dat duidelijk zijn.

De feiten nu. Gianni Infantino wordt ervan beschuldigd in 2014 te zijn tussengekomen ten voordele van Paris Saint-Germain en Manchester City. Die zouden de financial fair play flagrant hebben geschonden en zouden een schorsing hebben afgewend met een hoge boete, die vervolgens steeds lager werd naarmate de secretaris-generaal zich ermee ging bemoeien.

Het jaartal 2014 is een belangrijk gegeven. Dat wil zeggen dat het verslag van de financiële rapporteurs van de UEFA slaat op data tot en met 2012. Welnu, de eerste zogeheten monitoring period van de FFP is 2011-2012. Belangrijk om te weten: de eerste twee seizoenen van de FFP werden de salarissen uitgesloten van onderzoek.

Met andere woorden: in 2014, de beginjaren van de FFP, had de UEFA geen poot om op te staan om de twee ploegen – hoewel terecht beschuldigd van overinvesteringen – te straffen. De eerste volledige monitoring period, inclusief de salarissen, liep van 2012-13 tot 2014-15 en is behandeld in het seizoen 2016-17. Toen zat Infantino al bij de FIFA. Dat hij de clubs zover heeft gekregen dat ze al in 2014 een boete hebben aanvaard, is opmerkelijk en getuigt zelfs van goed management.

Je kunt de FFP in 2014 vergelijken met de dopingstrijd tegen de epo eind vorig eeuw. De test is op komst, maar voorlopig is het behelpen en vooral waarschuwen voor foute waarden, in de hoop dat ze hun les leren. Dat is wat de wielerunie UCI ook heeft gedaan met de epo, en dat is wat haar tien jaar na datum op zware verwijten is komen te staan. Onterecht. Dat is ook wat de UEFA heeft gedaan. En opnieuw de verwijten.

Dat de pragmaticus Infantino ging onderhandelen was niet meer dan normaal. Al meteen in de beginfase van de FFP dreigden de grote Europese clubs ermee naar het Europees Hof te stappen en de FFP te toetsen aan de regels van mededinging. De UEFA dreigde die zaak te verliezen en dat zou ook vandaag nog kunnen, want de FFP mag dan wel door de Europese Commissie zijn gefiatteerd, de Europese rechters zijn wat dat betreft iets strenger in de leer. De FFP, kort door de bocht, legt aan voetbalbedrijven op hoeveel ze mogen investeren om te groeien.

Het gaat dus helemaal niet om dubieus geld, zoals is geschreven en gretig is overgenomen, en over maffiapraktijken, maar over een te forse Arabische kapitaalinjectie die niet direct wordt gedekt door voetbalgerelateerde inkomsten. Vergelijk het met een wijksupermarkt die haar winkel upgradet en daar enorme schulden voor maakt, in de hoop dat er meer en rijkere klanten komen en dat de verkoop stijgt. De supermarkt mag dat, de voetbalclub niet.

Dat ze bij de UEFA bang zijn voor de Europese topclubs en hen naar de mond praten, staat als een paal boven water. Maar alleen wie de laatste jaren onder een steen heeft gezeten (of niet op voetbal heeft gelet en daar ineens een mening over heeft) mag daarover verbaasd zijn.

De eerste poging van de topclubs – eerder een dreigement – om zich af te scheuren als er niet meer geld hun richting uitkwam, dateert van precies twintig jaar geleden. In 1999 kregen de topclubs ineens drie keer meer prijzengeld in de Champions League. Dat scenario heeft zich dit seizoen herhaald: er is nu de helft meer geld bij en weeral profiteren de grote clubs het meest. Ook dat is geen nieuws en is in allerhande media al honderden keren belicht en beschimpt.

Als ik John, de pas ontdekte geheimzinnige hacker van Football Leaks, die twee jaar geleden in deze krant is opgevoerd, een tip mag geven: veel interessanter dan wat er in 2014 is gebeurd, en vooral veel relevanter, is hoe PSG begin dit jaar de dans is ontsprongen na de aankopen van Neymar en Kylian Mbappé. Zelfs hun fanzine L’Equipe schreef toen dat ze deze keer tegen de lamp zouden lopen en toch is de zaak geklasseerd. Voorlopig, want weten wij veel wat chief investigator Yves Leterme nog in zijn schild voert. Zijn mailaccount hacken, zou John dat niet kunnen?

 

20181105_De-Morgen_p-23-mail

Interview Victor Campenaerts in De Morgen van zaterdag 3 november

‘Tijdrijden is een attitude’

Als zwemmer lukte het niet. Te klein. Als triatleet evenmin. Te blessuregevoelig. Als tijdrijder kan Victor Campenaerts (27) de komende twee jaar worden wie hij droomde: ‘Ik wil in iets de beste zijn.’ Te beginnen met de Flandrien-prijs komende week?

Bloedserieuze speelvogels, zo kun je deze generatie wielrenners omschrijven. Er zal hard worden gewerkt, maar een beetje fun is meegenomen en als ook de fun in dienst staat van het werk, valt alles in de juiste plooi. Zo liggen onderaan aan de trap bij Victor Campenaerts skeelers. We staan ernaar te kijken bij het buitengaan na het interview.

Hij legt uit. “Tiesj heeft mij aangestoken. Hij is gek van skeeleren. Ik ben er dus ook gaan kopen. Een simpel model, 75 euro. Een vriend had gezegd dat je met de dure niet recht kunt blijven als je dat niet goed kunt. Gisteren is Tiesj naar hier gekomen om samen wat te skeeleren. Onderweg naar het kanaal moesten we een brug over. Bergop lukte nog wel, maar weet jij hoe je bergaf moet remmen op die wieltjes? Neen, ik ook niet, dus ben ik op mijn gezicht gegaan. Zonder erg overigens. Bart Swings woont hier in de buurt, ik weet het, maar we konden het hem niet vragen, want hij zit in Noorwegen.”

Tiesj is Tiesj Benoot, zijn concurrent voor de wielerprijzen die er aankomen. De eerste – de Flandrien van het Jaar van Het Nieuwsblad – wordt dinsdag al uitgereikt. De tweede – de Kristallen Fiets van Het Laatste Nieuws – op 5 december.

De jury van de Flandrien had op 20 september al zijn vijf kandidaten bekendgemaakt, een week voor het wereldkampioenschap in Innsbruck, waar op dat loodzware parcours van onze profs niet te veel werd verwacht. De genomineerden waren de usual suspects van het koerswereldje. Greg Van Avermaet, geletruidrager in de Tour in de week dat niemand van de toppers die trui wilde. Thomas De Gendt, bergtrui in Vuelta, ritwinst in Catalonië en Romandië. Tim Wellens: winnaar Brabantse Pijl, ritwinst in Giro, eindwinnaar Ronde van Wallonië, eindwinnaar in Ruta del Sol, ritwinst in Ronde van Andalusië. Yves Lampaert: Belgisch kampioen op de weg, winnaar Dwars door Vlaanderen. En ten slotte Tiesj Benoot: winnaar van de Strade Bianche.

En toen dat allemaal bekend was, reed Victor Campenaerts uit Hoboken maar wonende in Herent, naar een derde plaats in de tijdrit op het wereldkampioenschap. Bijna tweede. Aan het eind kwam hij honderdsten tekort om Tom Dumoulin te kloppen. Tegen de winnende Australiër Rohan Dennis was die dag geen kruid gewassen.

Campenaerts werd alsnog als zesde toegevoegd aan de shortlist, maar weegt WK-brons op tegen de andere palmaressen? In elk ander land wel, alleen misschien niet in Vlaanderen. Campenaerts, ook al Belgisch en Europees kampioen tijdrijden geworden, is de eerste Belg die sinds het begin van het WK tijdrijden in 1994 het podium haalt van de meest eerlijke discipline die het wielrennen ooit heeft uitgevonden.

Hij verdient daarvoor alle prijzen te winnen, ook al omdat hij bij twee van de hierboven vermelde stunts van zijn ploegmaats Tiesj Benoot en Thomas De Gendt een ondersteunende rol speelde.

Campenaerts: “De Strade was eigenlijk de enige wedstrijd van het jaar waarin ik echt in dienst moest rijden. Ik zat in de lange vlucht die werd teruggepakt net tussen twee bepalende stroken. De ene na de andere aanval volgde, tot ze met een paar toppers weg waren. Ik heb toen een beurt op kop gedaan van wel vijf minuten lang. Dat was net bij het begin van de rechtstreekse uitzending, wat leuk was, want terug thuis heb ik toch eens goed gekeken hoe dat eruitzag. Dat viel mee, net als de lange beurt. Tiesj kwam daardoor terug vooraan te zitten en toen ik later in het oortje hoorde dat hij had gewonnen, was ik wel trots.”

In Romandië heb je samen met Thomas De Gendt het peloton op een hoopje gereden en hij won.

Victor Campenaerts: “Dat was een maand van tevoren al afgesproken via WhatsApp: die rit, die dag, rijden we samen zo hard tot we weg zijn. Zes kilometer lang hebben we 50 meter voor het peloton uitgereden tot we weg waren met vijf. Thomas en ik deden elk een minuut volle bak op kop en die anderen kwamen maar sporadisch vooraan.

“Voor mij was dat een goeie training in functie van de Giro. Tot ik niet meer kon. Thomas was niet bang van die anderen. Hij zei: die lossen wel op het volgende klimmetje. Ja maar, zei ik, niet te hard, anders los ik ook. Ik wilde graag eens top drie rijden in een World Tour. Dan los jij ook maar, zei Thomas, en weg was hij.

“Speciaal hoor, met De Gendt op pad. Die is soms te sterk en dat wreekt zich. Hij zou veel sluwer en slimmer kunnen zijn en ook als hij niet 100 procent is, veel meer koersen kunnen winnen. Die rit won hij glansrijk, op zijn manier: Thomas wil het gevoel hebben dat hij de rest heeft vernederd.”

Zelf ben je geen winnaar. Ik heb niks teruggevonden, behalve tijdritten.

“Niet goed gezocht? (lacht) Dit jaar in de Vuelta dacht ik te kunnen winnen en ik was wellicht ook de sterkste, maar misschien niet de slimste, hoewel ik het gevoel had dat ik mijn hoofd erbij hield. Ik ben vijfde geworden omdat ik op het laatste hellinkje niet weggeraakte en daardoor de laatste kilometer in dalende lijn op kop heb gereden. Ineens waren we aan de aankomst en toen ik het bord met 300 meter zag dacht ik: zou het geen idee zijn om nu aan te gaan? En toen vlogen ze allemaal over mij. De eerste die was aangegaan, heeft gewonnen: de Fransman Alexandre Geniez van AG2R, die nota bene al tien keer had moeten lossen.”

Ik vind dat jij die prijzen moet krijgen, maar wat vind je zelf?

“Ik ben het helemaal met je eens. Maar tijdrijden heeft een probleem: het is niet zo sexy als een Vlaamse klassieker. Ik kijk graag, terwijl het in feite saai is, net als de Ironman in het triatlon. Je weet ongeveer van tevoren wie gaat winnen en wie is daar nu in geïnteresseerd? Ik was al heel erg vereerd met de nominatie, maar toen ik ook in de kranten las dat ik dé prestatie van het jaar had geleverd, heeft dat mijn ego wel gestreeld.”

Hoe word je eigenlijk tijdrijder? Heeft dat te maken met je triatlonverleden?

“Meer met een domme aanrijding met een auto in een U23-wedstrijd. Ik brak de radiuskop in mijn elleboog en kon wekenlang mijn stuur niet vasthouden, alleen nog in de beugels liggen op mijn tijdritfiets. Zo heb ik twee maanden lang elke ochtend en avond twee uur in die tijdrithouding getraind. Kort daarna stond het Europees kampioenschap voor beloften op het programma en ik hoopte op een top tien, niks meer. Ik won. Dat was 2013 en van toen af wist ik dat tijdrijden mijn ding was.

“Heel in het begin zwom ik en dat haatte ik. Ik wilde op mijn PlayStation spelen. Mijn ouders moesten mij echt verplichten om twee keer per week te gaan zwemmen. Op een dag was er een wedstrijdje en dat haatte ik nog meer, maar ik werd tweede en ineens zag ik een mogelijkheid om in iets de beste te zijn. Dus ging ik daarna vijf keer per week zwemmen en was ik altijd als eerste in het zwembad.

“Bij de kernploeg van de Brabojeugd kwam ik er snel achter dat ik het moeilijk kon halen van sommige leeftijdgenoten, laat staan dat ik iets op de Olympische Spelen kon gaan doen. Ik ben 1m73 en hoeveel zwemmers heb je van minder dan 1m90? Waarop ik ging testen voor de topsportschool van het triatlon. Ik had mijn loopschoenen één week en ik liep probleemloos de limiet. Daar dachten ze dat ze het nieuwe grote talent hadden gevonden. Ik heb nooit een 1.500 meter harder gelopen dan die dag, want in die twee jaar dat ik vol met triatlon bezig was, heb ik misschien twee maanden kunnen lopen. Scheenbeenvliesontsteking, iliotibiaal frictiesyndroom (een vervelend knieletsel, HV), noem maar op, ik had dat continu.

“Fietsen kon wel nog en toen ik met mijn vader en zijn vrienden ging fietsen, reed ik er iedereen probleemloos af. Dus werd het fietsen. Ik heb een paar kermiskoersjes gewonnen, maar na die Europese en die Belgische titel tijdrijden in 2013 kwam ik in beeld bij Walter Planckaert van Topsport Vlaanderen-Baloise. Hij informeerde of ik ook echt met een wegfiets kon rijden en niet alleen rechtdoor op een tijdritmachine. Ik kan in een peloton rijden, maar een kraan als Marcel Sieberg word ik nooit. Die zit achteraan op 5 kilometer van de meet en rijdt door het peloton naar voren. Als ik vooraan zit op 5 kilometer en niks fout doe, rijd ik een kilometer later vijftigste.”

Wel knap van Lotto-Soudal dat ze jou carte blanche geven. Het is vooral van belang dat we in het tijdrijden een traditie opbouwen.

“Dat klopt. Ik rijd de meeste wedstrijden in functie van de tijdritten. De bedoeling is om er daar zoveel mogelijk van te winnen en als het even kan ook hoog te eindigen in een kleine ronde. Die carte blanche was mijn voorwaarde nadat ik bij LottoNL-Jumbo had gezeten. Die ploeg is heel erg op tijdrijden gefixeerd, maar in de Giro van 2017 mocht iedereen voluit gaan, behalve ik. Toen wist ik dat ik weg moest. Ik weet nog steeds niet waarom dat de ploegorders waren. Ik vermoed dat ze mijn prijs niet in de hoogte wilden zien gaan door een mooi resultaat. Ik weet niet wat het anders had kunnen zijn.

“Bij Lotto-Soudal heb ik mijn eigen begeleiding. Kurt Lobbestael, die ik nog ken van de topsportschool triatlon, is mijn trainer en hij werkt samen met sportfysioloog Jan Olbrecht voor de lactaattesten. De ploeg doet dat bij Energy Lab. Ik wil gene contraire zijn, maar aan die labotest van telkens 40 watt extra om de vijf minuten, daar heb ik niet veel aan. Ik test op de tijdritfiets langs het kanaal. Kurt prikt lactaat en hij overlegt samen met Jan Olbrecht.”

De fiets is jouw ding?

“Ja, maar ik geloof niet dat de fiets zoveel verschil maakt als sommigen denken. Toen ik bij de ploeg kwam, zei Tim Wellens nogal cynisch: nu zullen we het zien. Wat hij bedoelde was: of het aan ons ligt, dat we geen prijzen rijden in tijdritten, dan wel aan de fietsen. Zij dachten dat het aan de fietsen lag en dat ik ook geen resultaat zou rijden. Ik heb meteen prijs gereden en nu zijn er nog in de ploeg die ervan overtuigd zijn dat ik een speciale fiets heb.

“Tijdrijden is een attitude, daar moet je mee bezig willen zijn. Ik schat dat ik 40 procent van mijn tijd op de tijdritfiets zit. Ik heb bij ons wel renners aan de mecaniciens daags voor een tijdrit horen vragen om hun stuur wat naar voren te zetten. ‘Eens kijken of dat wat beter gaat.’ Dat werkt niet, zo heb ik geleerd bij LottoNL-Jumbo: je test, je stelt je fiets af en daar kom je niet meer aan tenzij na een nieuwe test. Ik heb wel een speciaal stuur laten bouwen, waar de UCI moeilijk over deed bij de Tirreno.”

Als je meer huiswerk maakt dan de concurrentie en als alles meezit, kan jij zowel wereld- als olympisch kampioen worden. Daarom heb ik alvast het profiel van de olympische tijdrit in Tokio meegenomen.

(lacht) “Dank u, maar dat heb ik al van het begin van het jaar en daar is niks meer aan veranderd. Het is een mooi parcours en ik zal het zeker gaan verkennen. De hellingen zijn niet te steil en er zitten niet te veel bochten in. Daar moet ik iets kunnen doen.

“Het zal erop aankomen hier en daar wat kleine winst te halen, We hebben ondervonden dat je minder vermogen moet leveren zonder vizier dan met vizier op je helm. Of dat het 2,5 watt scheelt als ik mijn polsen naar onderen plooi in plaats van recht vooruit. Ik ben
nu bezig met schoenensponsor Gaerne om die sluitingen meer aerodynamisch te maken. En met Ridley om iets uit te vinden om te drinken tijdens de tijdrit.”

En de inmiddels verboden speedgel op de benen waar jullie kritiek voor kregen?

“Ik heb die een paar keer geprobeerd en in die ene ploegentijdrit haalden we een goed resultaat. Dat lag toen aan de renners die we daar in de ploeg hadden, niet aan de gel. Ik heb het achteraf getest op de wielerbaan en mét gel bleek ik drie keer miniem trager te zijn dan zonder.”

Je testte na het WK op de wielerbaan van Grenchen en reed een halfuur lang sneller dan Bradley Wiggins tijdens zijn uurrecord. Dus…

“… denk ik dat ik ervoor ga in april. Waar? In Aguascalientes in Mexico. Iedereen met wie ik sprak, zegt dat het daar zoveel sneller is door de verminderde luchtweerstand. Je hebt natuurlijk het zuurstofprobleem op hoogte, maar dat wordt dan opgevangen met vroeg afreizen en een lange hoogtestage.

“Op 2 januari vertrek ik voor twee maanden naar Namibië, samen met twee triatleten. Mooi land? Het schijnt ja. Ik ga daar niet om een leeuw te zien, maar als ik eens een vrije dag heb, wil ik weleens een safari doen of die duinen gaan bekijken. Windhoek is een westerse stad op 1.800 meter hoogte. Er liggen enkele asfaltwegen en die volstaan voor mijn trainingen. Verder krijg ik van Ridley een gravel bike mee, waarmee ik op de plaatselijke dirt roads kan rijden.

“Die test in Grenchen duurde een half uur. Het werelduurrecord is een uur, dat is al een verschil, en het is in handen van Bradley Wiggins, niet de eerste de beste op een wielerbaan in die tijdrithouding. Hij had bij zijn recordpoging wel niet de ideale omstandigheden en ik vond ook dat hij soms rare lijnen reed. Ik wil elke centimeter van die baan kennen, zodat ik weet waar ik moet rijden. De grootste aanpassing wordt de communicatie. Ik had oortjes, maar dat mag niet tijdens de officiële poging. Wel mag iemand aan de kant van de baan met een iPad aangeven hoe snel of traag het gaat. Opzij kijken met 50 kilometer per uur en toch de lijn houden, wordt nog oefenen. Dat heb ik bij die test alvast achterwege gelaten of ik lag op mijn gezicht.”