Column ‘Machiavelli rijdt niet mee’ in De Morgen van maandag 10 juli 2017

Machiavelli rijdt niét mee

Rigoberto Urán heeft de eerste echte koninginnenrit gewonnen en kunnen we daar iets op tegen hebben? Ja, als we teruggaan naar die schandalige non-sprint van hem toen hij samen met Aleksander Vinokoerov op de olympische eindstreep afstormde in Londen in 2012 en als een aspirant de verkeerde kant opkeek, waarna Vino won. Urán kreeg een huis van het Colombiaanse olympisch comité omdat hij een medaille had gewonnen. Wat hij uit Kazachstan kreeg voor het wegschenken van dat goud, is niet bekend. Gisteren sprintte hij vol rechtdoor. In tegenstelling tot in Londen had hij gisteren ook maar twee versnellingen meer en hij ging voor de zwaarste.

Later kreeg ik van een ploegleider die Urán en nog wel meer Colombianen bij hem had gehad een mogelijke verklaring voor wat er zich die dag in het hoofd van Urán had afgespeeld. Of ik Narcos had gezien, de Netflix-serie over drugsbaas Pablo Escobar en zijn Medellin-kartel? Ja? Welnu, zei de ploegleider, alle Colombianen die in Medellin groot zijn geworden, hebben een on s’en foutisme en een cynisme, waar wij Europeanen niet bij kunnen. Die hele stad en wijde omgeving heeft decennialang zo moeten overleven: wees slimmer dan de andere, grijp wat je kan grijpen, boks niet boven je gewicht en blijf leven. Bij Urán zit dat pragmatisme ingebakken. Bijgevolg: alsnog gefeliciteerd Urán, al had Warren Barguil die overwinning ook verdiend en langer dan drie minuten.

Meer dan ooit was wielrennen gisteren het verhevigde leven, zoals Jan Wauters dat ooit zo mooi verwoordde. Drama, verdriet, vreugde, wisselende kansen en de dood die om de hoek loerde.

Eerst ging Robert Gesink onderuit en hield er een stabiele breuk aan wervel L1 aan over. Had veel slechter gekund. Het liep al bij al ook goed af met Richie Porte na zijn doodsmak. Ogenschijnlijk na een stuurfout van hemzelf, dus niemand die iets te verwijten viel.

Vallen hoort niet bij wielrennen, maar een afdaling op tijd en stond wel. Bergaf rijden blijft het gevaarlijkste onderdeel van die sport en in tegenstelling tot sprinten kan je dat moeilijk reglementeren, laat staan afschaffen. Alleen maar renners bergop een col opsturen en nooit meer bergaf is ook geen optie. Het is pijnlijk, maar tot de uitvinding van de airbag voor wielrenners zoals die al twee jaar voor skiërs bestaat, zullen we om de zoveel jaar een Casartelli en een Weylandt moeten betreuren.

Porte heeft gisteren zoveel geluk gehad, dat je je niet kan voorstellen dat die jongen ooit nog met de juiste instelling op een fiets kan kruipen en tegen zeventig en harder naar beneden kan razen. Twee zware crashes in twaalf maanden zitten nu tussen zijn oren en zijn daar nooit meer weg te krijgen.

Eerder in de rit was er nog een incident dat als vreemd werd omschreven door de commentatoren Michel Wuyts en José De Cauwer. Froome had pech, stak zijn hand op en Fabio Aru die dat had gezien, probeerde weg te rijden. Ik vond dat wegrijden vreemd, maar De Cauwer vond het vreemd dat Aru niet volle bak doorging en dat Fuglsang, zijn ploegmaat, hem niet hielp om te profiteren van die onfortuinlijke gang van zaken bij de geletruidrager. Dat ook de rest van de kopgroep geen aanstalten maakte om Froome in de vernieling te rijden, kon er ook niet in bij deze adept van de oude wielercultuur.

Wie een beetje begaan is met het wielrennen, moet beseffen dat deze sport in crisis vooral niet gebaat is bij onsportiviteit. Het is niét abnormaal dat wordt gewacht – of op zijn minst niét wordt aangevallen – nadat iemand pech heeft. het doel heiligt niet alle middelen. Er rijden er al genoeg mee in dat peloton die daar niks te zoeken hebben, dat we ook niet nog een keer Machiavelli moeten uitnodigen.

Er is wel iets mis met wie denkt dat bij pech van een ander moet worden aangevallen. Zo’n Fabio Aru, wat een valsaard zeg. Jammer dat die niet helemaal moest lossen op de Mont du Chat. Er zijn een aantal wetten in de sport en één daarvan is dat je in de mate van het mogelijke niet probeert te profiteren van het ongeluk van je tegenstander. In het voetbal, om nog maar eens die manke vergelijking tussen die twee sporten te maken, zal je ook niet proberen scoren nadat de doelman zich heeft verstapt en niet meer verder kan.

En kan het nu ook eens ophouden met dat anti-Froome-gedoe? Neen, het is geen gestroomlijnde renner, en zijn ploeg ís ijzersterk, en ze doen er alles aan om nog sterker te zijn, en ik hoopte ook in stilte op een stunt van Richie Porte, maar de man heeft nog geen krimp gegeven. Pak Chris Froome in een één tegen één bergop, en niet als zijn derailleur het niet meer doet.

 

COL-Machiavelli

Column Nuttige Idioten in De Morgen van zaterdag 8 juli 2017

Nuttige idioten

Wat hebben we na één week Tour geleerd?

Dat er geen twee maar drie kampen zijn in de discussie rond de uitsluiting van Peter Sagan. Aan de ene kant zij die vinden dat hij terecht uit de Tour is gezet. Ongeveer in het midden heb je zij die vinden dat hij fout heeft gesprint en dat een uitsluiting voor de hele Tour fel overdreven is. Helemaal aan de andere kant zij die vinden dat Peter Sagan niets verkeerd heeft gedaan.

Aanhangers van die laatste optie zijn of blind, of kwaadwillig, of respectloos, of aanhanger van de oude wielercultuur van ‘het hoort erbij’, of supporter van Sagan en voor die categorie kan ik nog een beetje begrip opbrengen, met de nadruk op ‘een beetje’. Er bestaan naar het schijnt ook Real Madrid-supporters die nooit een overtreding van Sergio Ramos of Pepe zien.

Naar het voetbal vertaald, is een uitsluiting voor de Tour het equivalent van een schorsing voor zeventien wedstrijden. Dat zijn drie Champions League-toernooien tot de kwartfinale. Als je het zo bekijkt, is Peter Sagan misschien erg zwaar gestraft, maar dat verklaart nog niet het sarcasme waarmee zijn team blijft beweren dat hij niks fout heeft gedaan. De onzin dat renners moeten worden gehoord bij een uitsluiting, als dat echt in het reglement staat, verander dan maar snel het reglement. Koerscommissarissen hebben het zo al lastig genoeg, dat ze ook niet nog een keer tijdens of na een etappe met renners vergezeld van advocaten de discussie moeten aangaan.

De saga Sagan kan een positieve fall-out krijgen als ze tenminste bij de UCI uit hun zomerslaap willen komen. Massasprints zijn dringend aan reglementering toe: verplicht sprinten op een rechte lijn en niet meer dan drie renners van dezelfde ploeg in het treintje de laatste drie kilometer. Overtredingen worden bestraft met boetes, puntenverlies en tijd. Advocaten dienen zich te allen tijde te onthouden.

Wat hebben we ook geleerd deze Tour? Dat Sky boven op de eerste halve berg de gele trui pakte, zonder echt iets te doen. Er komen wel nog heel veel etappes en het is met Froome net als met Merckx en elke andere renner die de Tour lang domineert: van jaar tot jaar heeft die minder aanhangers en zijn er meer kapers op de kust.

Wat hebben we ten slotte nóg geleerd in deze Tour? Dat sommige ritten te lang zijn en dat er vijf ploegen te veel aan de start staan. Maak die ritten korter, tot 150 kilometer, en je hebt geen nuttige idioten nodig die 200 kilometer alleen op kop rijden, met de zekerheid gepakt te worden voor de streep.

Zo’n Guillaume Van Keirsbulck wordt gefeliciteerd voor zijn numero van deze week, maar wat is er zo heroïsch aan je moederziel alleen helemaal leegrijden met nul komma nul kans op ritwinst? Is dat nu niet het manco van het wielrennen, dat er ploegen meerijden om de hoop te vullen en in beeld te komen? Als voetballers die geen goal kunnen maken, maar met opzet buitenspel gaan lopen in de hoop afgevlagd te worden en zo op tv te komen.

De ploeg Wanty-Groupe Gobert (twee bedrijven actief in de bouw, ik heb het opgezocht) had tot de rit van gisteren al 14.000 euro verdiend, werd triomfantelijk gemeld. Veertienduizend gedeeld door negen, vóór belastingen, is ook niet direct de moeite om je voor af te jakkeren, maar toch reed voor de vierde keer in vijf dagen een renner van die ploeg voorop. Frederik Backaert deed dat al 347 kilometer. Julien Vermote van QuickStep Floors zal daar ook wel aan komen, maar die heeft tenminste nog een hoger doel: Marcel Kittel aan een overwinning helpen en dat is al drie keer gelukt.

Opper-Wanty Hilaire Van der Schueren glimt inmiddels van contentement en dat is hem gegund. Hij zag maar één minpuntje: waarom springen niet meer renners mee met zijn renners? Welnu, misschien zijn die andere ploegen/renners net even iets slimmer. Vandaag zal de klim naar Les Rousses nog wel meevallen, maar zondag krijgen we een etappe van 181,5 kilometer met een hors catégorie-klim al na 67 kilometer en dan volgen er nog twee van die beesten. Als Backaert en Van Keirsbulck Chambéry en de rustdag halen zonder te hallucineren, zal dat een groot succes zijn.

 

DM-COl-Nuttige idioten

Interview Tessa Wullaert in De Morgen van zaterdag 8 juli 2017

‘Als ik dertig ben naar Barcelona, dat lijkt me wel wat’

Anders dan de dominante Rode Duivels gaan de Red Flames stevig verdedigen en dan proberen uit te breken. Voor dat laatste en de daarmee hopelijk gepaard gaande goals wordt op het EK (start 16 juli) gerekend op Tessa Wullaert, Belgiës beste speelster ooit.

Met excuses, maar behalve een volledig aangeklede Imke Courtois had ik nog nooit een voetbalspeelster van enig niveau van dichtbij gezien, laat staan haar onderstel in volle glorie, en dus floepte ik het er bij onze afspraak op een zomerse blotebenendag tegen Tessa Wullaert zomaar uit: “Jij hebt eerder de benen van een atlete voor de halve fond dan van een voetbalspeelster.” “Ja, ik weet het. Ik loop ook goed”, antwoordt de voetbalster en -stér, “maar ik zou wat steviger moeten worden. Veertien procent vet is wat weinig en spiermassa kweek ik sowieso moeilijk. Ik heb al van alles geprobeerd.”

De toon was gezet, prettige kennismaking met Belgium’s finest, de vrouw die middels een messiaans doelpunt dat te bewonderen is op YouTube (zoek op ‘Tessa Wullaert’s amazing solo goal’) haar team Wolfsburg op weg zette naar de Duitse landstitel. Sindsdien is ze ook hot in eigen land.

Ik zie je overal opduiken: bij trainingen, op de televisie, op toernooien. Is dat niet wat druk?

“Mijn ouders maken zich ook zorgen: ‘Rust eens een beetje, Tessa, want straks is het EK daar.’ Ik vind het best zo. Als ik in België ben, wil ik niet een halve dag in de zetel thuis blijven liggen. Zo’n interview als dit is ontspanning en ik heb die afwisseling echt nodig, want in Wolfsburg is het één keer trainen per dag en dan niets. Of soms twee keer en niets.

“Die rust krijg ik wel na het EK. Als we uitgeschakeld zijn, krijg ik twaalf dagen vrij van de ploeg en dan boek ik meteen een vlucht om samen met mijn vriend op reis te gaan. Maar het is te hopen dat we niet te snel zijn uitgeschakeld.”

Schat eens jullie kansen op een tweede ronde in?

“Ik denk dat we geen al te moeilijke poule hebben, maar makkelijk wordt het ook niet. Als je tegen Frankrijk, Engeland of Duitsland moet, dan weet je dat je voor de tweede plaats gaat. Maar Nederland kennen we erg goed. Denemarken kennen we ook, net als Noorwegen: ik heb ploegmaats die voor die landen spelen.

“Sowieso hebben die landen meer talent dan wij, maar dat weten we ook. Wij spelen met de nationale ploeg countervoetbal, een beetje zoals Atlético Madrid tegen sterke tegenstanders, jawel. Als ons verdedigend blok goed staat en we kunnen snel uitbreken, wat onze specialiteit is, dan kunnen wij iedereen aan. Ik vind het best zo, al speel ik met Wolfsburg totaal anders. In Duitsland hebben wij altijd de bal en verdedigen de anderen tegen ons. Wat niet wil zeggen dat ik niet moet lopen: ik haal als spits 11 kilometer per wedstrijd.”

Welke grote scholen zijn er in het wereldvoetbal bij de vrouwen?

“De Amerikanen spelen op kracht en gaan altijd in duel. Het Europese voetbal is meer een spel van passing. Brazilië speelt bij de vrouwen zoals bij de mannen: op techniek en met flair. De Aziaten spelen totaal anders: die blijven lopen en bewegen en tikken de bal supersnel rond. We hebben in het voorjaar tegen Noord-Korea gespeeld en die hebben ons ‘overlopen’. Overal waren die met twee tegen één.”

Jij retweette laatst een studie dat 80 procent van de vrouwelijke voetbalspeelsters aangaf een toegenomen zelfvertrouwen te hebben door de sport. Geldt dat voor jou ook?

“Ik heb mij nooit moeten optrekken aan die sport. Ik heb altijd geweten wat ik wilde, zelfs al waren mijn ouders tegen of is mijn vriend het niet eens. Als ik denk dat het goed is voor mij, dan doe ik dat.

“Mijn zelfvertrouwen heeft wel vorig jaar een tikje gekregen toen ik in Wolfsburg op de bank belandde en altijd maar commentaar kreeg van de trainer: dat was niet goed, dit moest beter. Ik dacht: kan ik nu niet meer voetballen of zo? Ik zat zelfs een paar keer in de tribune bij een wedstrijd en toen had ik het lastig en heb ik veel naar huis en met mijn vriend gebeld. Je zit daar maar alleen en als die twijfel toeslaat, is het goed om anderen te horen. Die zeiden allemaal hetzelfde: dat de trainer het niet voor je heeft, daar kun je niets aan doen, maar blijf trainen voor jezelf en het komt wel goed. Dit seizoen heb ik heel veel gespeeld en ik denk niet dat ik nog eens zo’n dip zal meemaken.

“De momenten dat ik er moest staan, stond ik er, zoals tegen Potsdam, toen ik die mooie goal maakte. Ik weet ook niet meer zo goed hoe ik het heb gedaan, en het was dan nog met links in het dak van het doel, terwijl ik rechtsvoetig ben. Ach, ik weet wat ik kan en
ik heb besloten om geen uitleg meer te vragen aan de trainer. Het is een typische Duitser: ‘darum und darum’ en voorts niet te veel woorden aan vuil maken. Ives Serneels bij de nationale ploeg is makkelijker om mee te communiceren.”

Je bent wel ver geraakt voor iemand die tot voor kort nog voetbalde voor de lol.

“Ik ben er echt ingerold. Ik bleef eerst zo lang mogelijk bij Zulte Waregem, omdat ik in Kortrijk studeerde. Daarna heb ik een jaartje Anderlecht geprobeerd, maar die trainingen waren niet goed. Toen kwam Standard en daar is het begonnen. Ik ging tot 15 uur naar school en om 16 uur vertrok ik naar Standard. Vier keer per week de noorderring van Brussel op het spitsuur. Ik had boterhammen mee en vanaf Bertem carpoolde ik. Ik kon daarna nog wat slapen en in de auto mijn boterhammen eten die mama had klaargemaakt. Om 23 uur was ik weer thuis. Zwaar, zegt iedereen, maar voor mij was dat niet zwaar. Wat ik voor het voetbal moest laten, zag ik nooit als een opoffering. Waar ik wel moeite mee had, was de combinatie werk/trainen, zo heb ik gemerkt toen ik mijn stage deed. Ik was moe op training van het werken en omgekeerd. En dus was de keuze snel gemaakt: profspeelster worden.”

Beschrijf de speelster Tessa Wullaert eens?

“Die rendeert het best op de tien (de positie achter de spits, HVDW). Spits kan ik ook, door mijn snelheid. Maar ik ben technisch goed, ik ben snel en ik heb het inzicht om iemand te bedienen. Als ik maar kan lopen waar ik wil. Bij Wolfsburg sta ik op de flank en dat ligt mij minder. Ik ben er wel graag gezien. Laatst stond ik echt versteld: per maand worden een kleine honderd shirts met mijn naam erop verkocht. Voorts blijft het heel rustig. Wolfsburg is down to earth. Zelfs als Koen Casteels uit gaat eten, zal hij nooit worden lastiggevallen. Duitsers zijn daarin heel discreet.”

Je hebt ambitie. Is dat iets wat je van thuis hebt meegekregen?

“Dat weet ik niet. Mijn karakter is: als ik iets doe, wil ik het goed doen. Ik denk dat ik dat van mijzelf heb. Ik ben niet echt opgegroeid in een gezin waar presteren centraal stond. Ik heb een jongere broer van 18, Jarne, die voetbalt bij Wielsbeke. Mijn mama is verpleegster en mijn vader buschauffeur voor De Reisvogel. Om hen te typeren: tien jaar geleden hebben ze een pleegkind opgenomen voor een kort verblijf. Dat was Bram, een jongetje dat zijn hele eerste jaar heeft gemist in zijn ontwikkeling en die nu een mentale achterstand heeft. Welnu, Bram is na tien jaar nog steeds bij ons en inmiddels een deel van ons gezin. Dat was oorspronkelijk niet de bedoeling, omdat je je niet te veel mag hechten aan kinderen van wie je weet dat ze ooit terug moeten naar hun ouders. In het geval van Bram is dat anders: de situatie met zijn moeder, die hij twee keer per maand ziet, is nog slechter, dus blijft hij bij ons. Overdreven ambitieus zijn wij dus niet, maar mijn ouders zijn wel ontzettend moedig dat ze dit hebben willen doen en ook volhouden. Ik bewonder hen daarvoor.

DM-VER-Tessa WullaertDM-VER-Tessa Wullaert“Soms komt Bram mee naar Wolfsburg. Dat vindt hij prachtig. Hij begrijpt uiteraard niet alles wat zijn grote zus doet, maar hij heeft op school bijvoorbeeld verteld over mijn Gouden Schoen en als ik op televisie kom, zit hij ook op de eerste rij. Hij speelt nu ook voetbal bij een G-ploeg en vandaar dat ik ook ambassadrice ben voor de Special Olympics.”

De absolute top in het vrouwenvolleybal en -basketbal verdient net geen 1 miljoen euro netto en de betere speelsters halen tussen 200.000 en 500.000 euro. Is dat bij jullie ook?

“Neen, dat is heel wat minder in het voetbal. De best betalende ploegen in het vrouwenvoetbal zijn Lyon, Manchester City en op respectabele afstand Wolfsburg. De betere speelsters komen aan tienduizenden euro’s per maand. Dat verdien ik niet, voor alle duidelijkheid, maar ik kan wel mooi sparen. Gelukkig, want als ik er niets zou aan overhouden, dan hoeft dat profbestaan voor mij niet.”

Pas op, echt werken is nog wat anders dan voetballen, hoor. En minder plezant.

“Iedereen denkt dat voetballen plezant is, maar er zijn ook mindere kanten. Je staat onder druk, je moet er naar leven, je moet er naar eten en je moet alles achterlaten. Ik ken een meisje dat is afgehaakt, het was niets voor haar. Ik heb een vriend en hij in België en ik in Duitsland, daar hou ik niet van. FaceTime is ook maar FaceTime. Er moet de komende jaren iets veranderen. Dit duurt al twee jaar en dat kan nog maximaal een jaar. Hij weet dat, maar er zit schot in de zaak.

“Denk nu niet dat ik ga stoppen met voetballen, integendeel. Ik weet wat ik wil: ik wil nog naar Engeland, Barcelona en China. China heeft al een aanbieding gedaan, maar daar was geen sprake van. Het niveau is daar veel te laag en enkel voor het geld zou te gek zijn op mijn leeftijd. Barcelona lijkt mij wel wat als ik dertig ben om ook nog wat in een leuke stad te genieten.”

Dáárom heb jij toerisme gestudeerd.

(lacht) “Neen, dat was omdat ik niet zonder diploma wilde vertrekken. Als het tegenslaat, sta je daar. Ik zie mij ook nooit in het toerisme werken. Hoewel, nog wat voetballen en dan iets doen in dat hotel in het trainingscentrum in Tubeke, dat lijkt mij nog wel wat. Of stewardess, dat zou ik ook nog wel een tijdje willen doen.

“Werken in het vrouwenvoetbal, dat is mijn droom. Ik heb al een paar trainersdiploma’s, maar nu ligt dat stil omdat ik niet naar de lessen kan. De opgang van het vrouwenvoetbal is ook in België niet meer te stoppen. Er komt betere jeugd aan, vooral door de topsportschool, en we zitten nu met een lichte hype rond dat EK. Mijn angst is alleen: wat als we nu eens alles verliezen, blijft dat dan duren? Nu wil iedereen interviews en fotosessies, maar zal het dan allemaal weer stilvallen?”

Wat heeft het vrouwenvoetbal nodig? Tennis, golf, basketbal en volleybal hebben een hoger sportief aanzien.

“Dat kan wel kloppen, maar vrouwenvoetbal is aan het groeien. Voetbal is de grootste sport ter wereld. Andere reglementen? Onze doelvrouwen zijn over het algemeen wat kleiner, maar ik kan als spits toch moeilijk kleinere goals vragen? Een korter veld vind ik ook onzin. Wij moeten ons aanpassen aan de sport, niet omgekeerd. Maar vooral de sportliefhebber zal zich moeten aanpassen en aanvaarden dat wij ook spektakel kunnen brengen. Ik ben Messi niet, maar ik ben er ook vier gepasseerd bij die ene goal. Dat soort acties zie je dus bij ons ook.

“Trager en minder krachtig, dat klopt. Ik vind het jammer dat wij altijd worden vergeleken met de mannen. Natuurlijk ben ik jaloers op mijn vriend als hij gaat lopen. Hij heeft dan twee maanden niets gedaan en ik zit in volle voorbereiding en hij loopt moeiteloos mee. Of de kracht waarmee hij op doel schiet. Wij spelen hetzelfde spel, maar met andere wapens.”

Nooit een voetballer aan je muur gehad?

“Neen, nooit een voetballer, ook nooit een voetbalspeelster, zelfs nooit een sporter. Spreuken, dat wel. Laatst vond ik er nog een in het hoekje van mijn kamer thuis. Ik had die op een bord geschreven: ‘No dream is too big.’Daar sta ik nog steeds achter.”

 

 

DM-VER-Tessa Wullaert

Column over de Sagansprint in De Morgen van donderdag 5 juli 2017

Donkerrood

 

Na gisteren zou je kunnen zeggen – met een gemeen trekje om de mond – dat boontje om zijn loontje is gekomen, ware het niet dat boontje ook op 5 juli 2014 in Harrogate zelf het zwaarste slachtoffer was van de valpartij die hij had veroorzaakt. Mark Cavendish ging toen leunen tegen Simon Gerrans, die liet zich niet doen en leunde een beetje terug, en de twee gingen tegen het asfalt. Morgen is het precies drie jaar geleden dat ‘Cav’ de Tour moest verlaten. Zoals hij gisteren over de streep kwam en zich vervolgens naar de bus sleepte, ziet het er ook dit jaar niet te best uit.

Ik heb de beelden gezien van de judowedstrijd Cavendish-Sagan. Wel vijftig keer. Live en vanuit twee verschillende hoeken in slomo. De eerste reactie op de live was dat Peter Sagan de achteropkomende man – ik ben José De Cauwer niet dus ik herken ze nooit zomaar – omverkegelt. Vervolgens kregen we een slow motion uit de lucht. Ook die gaf dat beeld: Peter Sagan die enigszins van zijn lijn afwijkt, wat nog te begrijpen is, maar dan met de elleboog de achteropkomende man de doorgang belet. Dat is zelfs licht uitgedrukt, want eigenlijk stampt hij met zijn elleboog. Alleen is de achteropkomende man – inmiddels wisten we: niet de eerste de beste, want genaamd Mark Cavendish – al bijna op zijn hoogte, waardoor de elleboog hem uit evenwicht brengt.

Vreemd hoe de geest van de mens, een stukjesschrijver in dit geval, werkt. Omdat dit scenario niet past bij het beeld van de sympathieke, non-conformistische bengel Peter Sagan die een dag eerder op één been een rit had gewonnen, gaat die geest op zoek naar elementen die hem van schuld kunnen vrijpleiten. Die zijn er op het eerste gezicht niet.

Maar dan, die herhaling van bovenaf, twee keer zitten bomen in de weg … Zou ‘Cav’ daar onder die bomen niet hebben geduwd, of zoals hij dat zo goed kan, keiringewijs met zijn hoofd tegen Sagan hebben gebeukt om hem uit de weg te krijgen? Je krijgt nooit de hele sprint van Cavendish te zien, je ziet steeds weer de elleboog van Sagan.

Volgde er nog een slow motion en weer die elleboog. Ik roep de getuige op die met mij naar de beelden stond te kijken: heb ik niet meteen gezegd dat Peter Sagan uit de Tour moest worden gezet? Na vijftig keer de beelden te hebben gezien, blijf ik bij die woorden. Na de uitleg te hebben gehoord van Sagan, nog meer.

Hoezo, “Mark kwam te snel, ik kon niet reageren”? Hoezo, “ik wist niet dat Mark achter mij zat”? Hoezo Peter Sagan? Aanvankelijk kreeg hij een gele kaart en dat was een zwaktebod van formaat. Terugzetten naar de 115de plek in plaats van tweede, 30 seconden straf en 80 punten verlies voor de groene trui was het equivalent van lichtgeel voor een donkerrode overtreding. Om het helemaal in voetbaltaal te zeggen: of je hebt als scheidsrechter een fout gezien en dan is het directe uitsluiting, of je vindt dat er niks is gebeurd en dan fluit je niet. Rond 19 uur viel dan een aangepast verdict, en terecht: Peter Sagan wordt uit de Tour gezet.

Hulde aan hoofdcommissaris Philippe Mariën en alle anderen die hebben ingezien dat een review op zijn plaats was en die de enige mogelijke beslissing hebben genomen. Zijn we het er allemaal over eens dat wielrennen veiliger moet worden, dat het afgelopen moet zijn met dat oncollegiale gewring en gestamp met 70 per uur?

Het tot de orde roepen van de nummer één van het peloton die uit de grootste wedstrijd van het jaar wordt gezet, is het sterkste signaal in jaren. Nogmaals: hulde.

 

 

DM-COL-Sagan sprint

Column over Sky en de pakken in De Morgen van maandag 3 juli 2017

(On)fair voordeel

Neen, het ging bij de start van de Tour niet over epo, ook niet over cortico’s, ketonen zijn volledig uit het zicht verdwenen, en van motortjes in de fiets hoor je evenmin nog iets. Deze keer ging de achterklap over een revolutionair tijdritpak waarmee Team Sky – altijd weer die kut-Brexit-britten, ik hoor het u denken – de eerste etappe naar de hand heeft gezet.

Sky plaatste vier van haar leden in de eerste tien. Niemand die dat verdacht hoort te vinden want Chris Froome is een uitstekend tijdrijder (werd zevende), Michal Kwiatkowski is een hardrijder pur sang (achtste), Vasil Kirijenka is ex-wereldkampioen tijdrijden (derde) en winnaar Geraint Thomas is achtvoudig wereldkampioen achtervolging (al of niet in team) en dubbel olympisch kampioen ploegenachtervolging. Veel kans dat die vier ook bovenin waren geëindigd als ze in hun blootje hadden gereden, maar voor de gelegenheid hadden ze speciale pakken.

De immer correcte gentleman Philippe Mariën kwam in zijn hoedanigheid van hoofdcommissaris uitleggen dat ze Sky niet konden bestraffen voor het tijdritpak of skinsuit omdat alles aan het pak binnen de regels viel. Wat was wel fout geweest? Vleugeltjes aan het pak bijvoorbeeld. Of een soort van propeller op de rug. Of een met gas aangedreven uitlaatpijp. Spreekt vanzelf: mag niet.

Wat Sky heeft gedaan, valt bij hen onder de noemer marginal gains, marginale winsten. De filosofie daarachter is simpel: waar kunnen we nog beter worden? De hamvraag is dan: hoe kan het nog sneller in een evenement waarin de atleet zich bijna drieduizend kilometer voortbeweegt aan een gemiddelde van veertig kilometer per uur?

In dat geval kom je uit bij luchtweerstand. Zodoende werd nog maar eens een paar weken besteed aan research in de windtunnel en op de wielerbaan van Newport in Wales. Toen Sky vorig jaar meldde dat 2016 het laatste jaar van Rapha als kledingsponsor
zou worden, werd dat betreurd. Het exclusieve Rapha, zo weten we inmiddels, was meer geïnteresseerd in het uitbouwen van een onbehoorlijk duur lifestylemerk, dat weliswaar excellente kwaliteit levert, dan in het wetenschappelijk uitzoeken van wat nu al of niet de beste kledij is voor welke omstandigheden. Met name dat tijdrijden is een niche binnen een niche en commercieel lang niet interessant.

Is dat de reden waarom Sky en het op en top Britse Rapha zijn gesplit? Wie zal het zeggen, maar deze winter ging Sky wel samen met het nieuwe (Italiaanse) kledingmerk Castelli op zoek naar het snelste tijdritpak en kwam met de Body Paint 3.3 Speed Suit LS. Te koop, zo u dat wil, voor 229,95 euro. Heeft speciale stof op de armen en de benen. Castelli prijst zichzelf overigens aan met de slogan An Unfair Advantage.

Maar tijdens de Giro droegen Mikel Landa en Geraint Thomas ineens een ander pak. Toen viel niemand erover, omdat Geraint Thomas viel – met excuses voor de flauwe woordspeling. U weet vast nog wel wat er tijdens etappe negen gebeurde? Die politiemotor die daar in de weg stond en Wilco Kelderman die erop knalde en als een bowlingbal zijn Sky-collega’s onderuit haalde. Geraint Thomas verloor toen vijf minuten. Een dag later stond de tijdrit op het programma en daarin maakte hij twee minuten goed. Geen mens die het over zijn pak had, toen hij in die tijdrit tweede werd, want de val was op zondag, de tijdrit op dinsdag en hij stapte uit de Giro op vrijdag.

De pakkenhistorie doet op het eerste gezicht denken aan die in het zwemmen tussen 2006 en 2010, toen ongeveer alle records werden verbeterd omdat geen enkele reglementering bestond voor drijfvermogen en dikte van de pakken. En als er al iets bestond, werd het niet nageleefd. Dat leverde een reeks technologische dopingrecords op.

Een totaal ander verhaal was het pak van de Nederlandse schaatsers op de winterspelen in Sotsji. Acht gouden medailles tot daaraan toe, maar vier podia kleurden ook nog eens volledig Oranje. Dat was dan weer geen technologische doping maar een technologisch voordeel: de Nederlanders hadden zich de moeite genomen research te doen en het gevolg was een pak dat volgens de ontwikkelaar drie procent snelheidswinst opleverde. Voor de pakken van Sky geldt hetzelfde als voor de pakken van Sportconfex en de Oranje schaatsploeg: wie zijn huiswerk maakt en zijn les leert, is niet verplicht de concurrentie tijdens het examen te laten spieken.

 

On-fair-voordeel

Verhaal over Richie Porte in De Morgen van zaterdag 1 juli 2017

Niemand kwam van verder met meer ambitie

De Tasmaanse triatleet Richie Porte is 32 en won nog nooit een Tour-etappe, maar dit jaar heeft hij alles in huis om in het geel naar Parijs te rijden. Nu nog Greg Van Avermaet overtuigen om meesterknecht te spelen.

Het is na de bekendmaking van het Tour-parcours vaste prik voor de ploegen die menen een kans te maken op het eindklassement, en het was niet anders bij BMC. Boven in de service course in Eke-Nazareth bij Gent werd het etappeschema tegen de flipchart gepind en werden de ritprofielen uitgedeeld. De conclusie was unaniem: “Als Richie tot de Izoard in het algemeen klassement in de buurt van de leider kan blijven, dan kan hij daar het geel pakken en de klus afmaken in de laatste tijdrit in het centrum van Marseille.”

De Izoard staat de laatste donderdag op het programma, de tijdrit op zaterdag. Dat is het bestcasescenario: kanshebber blijven tot het laatst en de klus afmaken in een mano a mano, bij voorkeur in het apocalyptische decor van La Casse Déserte. Een bijna bestcasescenario is dat hij vroeger het geel pakt en zijn team het kan verdedigen, maar ook weer niet meteen in de eerste week op de steile La Planche des Belles Filles want nog twee weken het peloton in bedwang houden, dat kan dit BMC niet aan.

Worst case? Dat hebben we gezien in de Dauphiné, toen Richie Porte aan de leiding stond maar in de laatste rit alleen kwam te zitten in een vallei en zijn leidersplaats kwijtspeelde aan Jakob Fuglsang. Hij donderde zelfs van het podium af. Alles begon die dag met een zelfmoordaanslag van Chris Froome. Die bezweek aan zijn verwondingen, maar de schade bij de anderen en met name bij zijn vriend Porte was ook niet te overzien.

Niets ergers voor een niet al te sterke ploeg, die ook nog eens op twee paarden wedt (zie verder), dan een open koers waarbij enkele favorieten niet te beroerd zijn om een bom te gooien, niet wetend of ze die zelf wel zullen overleven.

Vier kandidaat-winnaars

De Tour de France draait om die ene trui, die gele. De groene trui is bijkomstig en zou normaal naar Peter Sagan moeten gaan, maar wat is normaal in een sport van vallen en opstaan, maar ook soms niet kunnen doorgaan? De bolletjestrui van beste klimmer, vergeet het: spielerei, tenzij een Belg die wint en dan gaan we die lauweren als geel. Etappezeges? Tja, het blijft vreemd dat een deel van het peloton drie vierde van de Tour de France in rustmodus probeert af te werken. Vervolgens concentreren ze zich op een vijftal etappes om daar als eerste over de streep te kunnen komen en desgevallend vieren ze dit succesje als een wereldtitel.

Het geel, daar draait het om. Favorieten voor deze 104de Tour de France zijn in de eerste plaats de ex-winnaars Chris Froome en Alberto Contador. Die eerste had nog wat werk na de Dauphiné, maar maakt zich geen zorgen. Hij moet het alvast stellen zonder zijn meesterknecht van vorig jaar, de onbaatzuchtige Wout Poels.

De tweede zit in een sterker team dan ooit, maar is hij zelf wel sterk genoeg? Laten we het hierop houden: toen bij het begin van het bloedpaspoort (officieel vanaf 2008) de marges van het normaal nog verder uit elkaar lagen dan nu, was Contador beter. Hij was ook jonger en wat meer heeft doorgewogen dan het andere zullen we wel nooit weten.

Chris Froome reed dit jaar 26 dagen competitief op de fiets en won geen wedstrijd en ook geen etappe. Vorig jaar won hij wel twee etappekoersen vooraleer ook in de Tour te scoren. Alberto Contador zat 38 dagen op de fiets, meer dan ooit tevoren, en won ook niks. In drie kleine etappewedstrijden in Spanje en in Parijs-Nice werd hij tweede in het eindklassement. In de Dauphiné werd hij pas elfde.

Nairo Quintana zit al aan veertig dagen, waaronder een loodzware Ronde van Italië die hij ultiem verloor van Tom Dumoulin. Als hij tot het einde meedoet om de prijzen zoals vorig jaar, moeten heel wat theorieën op de schop, maar vooralsnog wordt de dubbel Giro-Tour door alle waarnemers onmogelijk geacht.

Richie Porte, 29 dagen in het geweer in 2017, is de derde favoriet die op de eerste rij zou starten als dit de formule 1 was. Als hij het voorjaar niet heeft gedomineerd, dan heeft hij toch overtuigd, te beginnen met winst in de Tour Down Under, volgens de data van de BMC-vermogensmeters een van de zwaarste races van het jaar. Tussendoor won hij nog de Ronde van Romandië. En die Dauphiné die hij door zijn neus zag geboord door de schuld van Chris Froome, daarin overtuigde hij eigenlijk ook. Helemaal alleen kwam hij terug op Froome en de rest, en klom de laatste klim sneller dan wie ook. De nederlaag was die dag een halve overwinning waard.

Zijn ploegleider die Dauphiné en ook in deze Tour, Fabio Baldato, zag een hele goede Porte en neemt zelf de schuld op zich voor het verlies. “We rekenden op een min of meer gesloten en beter te lezen etappe, maar toen het ontplofte, was er nog niks aan de hand. We hadden een mannetje bij hem moeten posteren, maar we werden overspoeld. Wat hij daarna heeft getoond na al die kilometers alleen in de vallei tegen de wind, sneller klimmen dan wie ook, heeft ons gerustgesteld. Al bij al was dit een goeie les en een wake- upcall: alles is straks mogelijk, dus we moeten nog meer opletten.”

De klasse van Mister Porté

Bij BMC zagen ze een uitzonderlijk pissige Porte na die etappe. Boos op zichzelf, boos op de ploeg maar vooral boos op Froome, zijn voormalige kopman, buur in Monaco, trainingsmaat van jaren op de Col de la Madone en het achterland van Nice en – naar hij dacht – min of meer een vriend.

Froome verkoos zijn eigen kansen op te offeren in een wanhoopspoging en in één moeite ook Porte mee in zijn graf te nemen. Een voorbode van de manier waarop hij zal koersen in deze Tour? Misschien, Froome kwam vorig jaar al agressiever uit de hoek en verkreeg zo een psychologisch voordeel op Quintana.

 

Het verbaasde Porte nog meer dat ‘Froomey’ in de week na de Dauphiné gewoon aan de telefoon hing met de vraag hoe laat ze zouden gaan trainen. Mind games, even checken hoe zwaar het er had ingehakt? Misschien, maar Porte ging er gewoon op in en deed onderweg alsof er niks aan de hand was. Bij BMC hoopt men dat Froome nu vermoedt dat hij Porte in zijn achterzak heeft, maar niets is minder waar.

Allan Peiper, sporting manager van BMC, heeft Porte zien evolueren. “Ik heb Richie destijds bij ons aangeprezen omdat ik vermoedde dat hij de kwaliteiten had om als kopman een grote ronde te winnen. Ik ben daarvan nog meer overtuigd geraakt in dat anderhalf jaar dat hij bij ons is. In 2016 had hij brute pech, maar dit jaar koerst hij stevig.

“Hij is vooral heel erg rustig in alle omstandigheden, verspilt geen energie en weet wat hij wil. Hij heeft ook een bepaalde klasse die ik maar zelden ben tegengekomen. Toen hij wist dat ik met een oude koersmaat ging eten in een restaurant in Tasmanië, waar hij woont, mocht ik niet afrekenen. Mister Porté, aldus de ober, had gebeld en de rekening al opgeëist. De meeste renners houden alleen maar de hand op.”

Mister Porté, zo sprak de man in het restaurant zijn naam uit, want Richie P. is vooralsnog een nobele onbekende op die voormalige gevangenkolonie. Parijs-Nice twee keer winnen, who cares? De enige race die wordt gevolgd, is de Tour de France en dus is Richie Porte op zoek naar die eeuwige glorie.

“Nooit gedacht dat ik alleen door op een fiets te rijden zo goed kon verdienen”, filosofeerde de man die ooit zijn sportcarrière begon als triatleet. Dat is een zeer goede basis, getuige daarvan de zevenvoudige Tour-winnaar Lance Armstrong en anderen. Overigens, nooit kwam iemand van verder naar de startplaats van de Tour. Cadel Evans was geboren in Katherine in Australië en dat was 13.700 kilometer in vogelvlucht. Porte leeft een groot deel van het jaar op 16.847 kilometer van startplaats Düsseldorf.

Snelste op Col de la Madone

Over test- en vermogens- of andere exacte waarden worden geen mededelingen gedaan bij BMC, en dat is jammer. De ploeg doet inzake geslotenheid en paranoia een beetje denken aan US Postal en dat is dan weer niet te verwonderen, want de algemeen manager heet Jim Ochowicz en die was ook betrokken bij de ploeg van Armstrong. Een interview met in België bekende personeelsleden zoals Allan Peiper voor dit specifieke Tour-verhaal werd op het laatst afgeblazen. Informele contacten zijn niet gewenst. Alles gaat via de twee persmensen van de ploeg en die hebben als taak de output te controleren.

Wat we weten over Porte komt van toevallige tweets of uitlatingen van anderen. Intrinsiek is hij de beste klimmer van het peloton. Jawel, even goed als of beter dan Nairo Quintana. Porte reed in 2015 29 seconden sneller op de Col de la Madone (13,1 kilometer voor een gemiddelde van 7 procent) dan zijn toenmalige kopman Froome bij Sky. De 29:40 is ook een minuut sneller dan de tijd die Armstrong in 1999 al liet optekenen. Op de minder steile stukken (tussen 7 en 10 procent) is hij de allerbeste en op de steilste (plus 10 procent) kan hij normaal Quintana aan.

Maar wat met zijn klassieke jour sans? Ook daar heeft men bij BMC een antwoord op. “Dat is een verzinsel. Richie reed tot en met 2015 in dienst van Froome. In 2014 viel Froome en werd hij ineens kopman. Maar van plan A zomaar naar plan B overgaan, dat werkt niet.”

Op Chamrousse kreeg hij enkele dagen later negen minuten aan zijn broek. Vorig jaar was zijn eerste jaar als kopman en ook dan ging het mis. Een lekke band in de tweede etappe kostte hem 1:45 en hij was op achtervolgen aangewezen. “Een tactische fout van hemzelf en van de ploeg”, luidde de strenge analyse. “Er had altijd iemand bij Porte moeten zijn om hem bij te staan. Dat zal ons leren voor de komende edities.”

Porte was ook de renner die samen met Froome op de Ventoux achter op een gestopte motor knalde, waarna Froome het op een lopen zette. In Rio, ten slotte, ging Richie Porte in de afdaling waar Annemiek van Vleuten haar moordsmak maakte ook tegen de grond en brak zijn schouderblad. Zijn eerste seizoen als kopman van BMC zat erop.

Van Avermaet ideale knecht?

Het is nog maar de vraag of ze hebben geleerd bij BMC van de Tour 2016 als je de samenstelling van de ploeg ziet. Nog nooit heeft een team ongestraft op twee paarden kunnen wedden, al heeft Sky ook weleens Mark Cavendish meegehad in een ploeg met Tour- winnaar Froome, maar ‘Cav’ moest en kon ook zelf zijn plan trekken als de streep in zicht kwam. Porte is minder bedreven en kan hulp best gebruiken.

De ideale meesterknecht voor Porte zou Greg Van Avermaet kunnen zijn: sterk als een beer, altijd vooraan willen koersen en geen probleem om hellingen te verteren. Van Avermaet zou de man kunnen zijn die Porte afzet aan de laatste col of in de veilige zone in de buurt van om het even welke aankomst.

Fabio Baldato lacht als we hem dit voorstellen. “Yeah, yeah. No question dat Greg een ideale man is om Richie door het peloton te leiden en dat heeft hij ook vorig jaar al gedaan, maar Greg zal ook zijn eigen kansen verdedigen.”

Niet iedereen bij BMC is ervan overtuigd of dat wel zo’n goed idee is, in die mate dat er zelfs voorstellen zijn geformuleerd om Ben Hermans te selecteren en Van Avermaet thuis te laten. Hermans, die in de Giro schitterde maar na zestien etappes uitstapte met een virus in maag en darmen, had Porte kunnen bijstaan in de bergen. Ochowicz hakte ten slotte de knoop door: de beste klassieke renner van het ogenblik moest ook mee. ‘Och’ weet hoe snel de kansen kunnen keren. BMC heeft nu vier man voor het vlakke, vier man voor bergop én kopman Richie Porte.

Bij BMC heeft men ook het etappeschema uit het hoofd geleerd en daar hebben ze gezien dat de twee Pyreneeën-etappes, waarin Van Avermaet van onschatbare waarde zou kunnen zijn voor Porte, gevolgd worden door de etappe naar Rodez. Daar brak Van Avermaet in 2015 de ban door een bloedstollende sprint bergop tegen Sagan af te sluiten met een overwinning. Een BMC’er: “Wetende dat de Tour wordt gewonnen door je kopman energie te laten sparen is de vraag: in hoeverre wil Greg zich in de Pyreneeën opofferen voor Richie?”

Bij BMC weet men dat Rodez en ook Longwy (derde etappe, maandag) met stip staan aangeduid bij Van Avermaet en eerder deze week liet hij al verstaan dat hij wel vijf mogelijkheden zag en dat hij ze niet zou laten liggen. “Het is te hopen dat Baldato hem bij de les houdt. We hebben een unieke kans om een Tour te winnen, dan geeft het geen pas als een van onze sterkste renners zich in overgangsetappes choco rijdt voor eigen gewin.”

 

 

Porte en co

Column Epo werkt wel in De Morgen van zaterdag 1 juli 2017

Epo werkt wel

En zo is het wielrennen, dit jaar nummer acht op de internationale hitlijst van de dopingovertredingen waarin atletiek alweer alle records overtreft, er toch in geslaagd het bij de start van de Tour de France over doping te hebben. In de eerste plaats gaat onze dank uit naar de heer André Cardoso voor zijn uitzonderlijke bijdrage aan dit debat door net voor de Tour zich te laten betrappen op erytropoëtine, het product dat doorgaans wordt aangeduid met de afkorting epo. Domoor.

We zitten in Duitsland en dat is precies tien jaar nadat het zoveelste Duitse dopinggeval de nationale zenders ARD en ZDF deed afhaken als rechtenhebber van de Tour de France. Dat ene en voorlopig laatste geval, hoewel hij nog eens tegen de lamp zou lopen vier jaar later, heeft een naam: Patrik Sinkewitz. Die is heel erg bekend in enkele Vlaamse huizen en kantoren, maar voor de een is de herinnering aan Sinkewitz al gelukkiger dan voor de andere, dat even terzijde.

Het is ook geen toeval dat uitgerekend gisteren The Lancet met zijn publicatie kwam van een onderzoek van de Universiteit van Leiden naar de effecten van epo. En het is nog minder toeval dat de studie meteen vrij beschikbaar was op het internet. Terwijl je daar in sommige gevallen klauwen vol geld moet voor betalen, kon je het artikel met de bevallige naam ‘Effects of erythropoietin on cycling performance of well trained cyclists: a double-blind, randomised, placebo-controlled trial’ integraal downloaden.

Het was een beetje schrikken toen deze ochtend Radio 1 in mijn oor fluisterde dat was bewezen dat epo niet helpt. De NOS-site meldde het ook: ‘Epo laat wielrenners niet beter presteren’, tussen aanhalingstekens weliswaar. In de tekst stond ook een quote van een onderzoeker dat er geen reden is om aan te nemen dat het resultaat van dit onderzoek, afgenomen bij goed getrainde amateurwielrenners, zou verschillen van de profs. Gedurfd.

Het Centre for Human Drug Research (CHDR) in Leiden heeft 48 goed getrainde wielertoeristen dubbelblind een epo- of een placebokuur toegediend en vervolgens getest op een maximale vermogenstest in een labo en daarna op de Ventoux in een klimtijdrit. De epogroep presteerde beter op de maximale test: 3 procent meer output en 5 procent meer maximale zuurstofopname. In de submaximale test – de klim naar de top van de Ventoux – was geen verschil merkbaar.

Het artikel is goed wetenschappelijk werk, correct opgeschreven en heeft de grote verdienste dat het de fel overdreven effecten die aan doping worden toegedicht relativeert. Het is langer bewezen dat doping bij getrainden niet het directe effect heeft van de plotse wonderpil. Het is geen toeval dat de DDR het destijds had over ondersteunende middelen, bedoeld om meer trainingsarbeid te kunnen verzetten.

Ergens aan het eind van het artikel staat wel: ‘Our study design has several inevitable limitations.’ Dat willen we best geloven. De selectie van de atleten bijvoorbeeld. Uiteindelijk kwamen ze boven met een gemiddelde tijd van 1u40. Dat is goed, maar bijvoorbeeld professor Europese Studies Hendrik Vos haalt elke dag die tijd, en als het moet achterstevoren. Het geleverde vermogen van 3 watt per kilo tijdens de studie is precies de helft van wat een goeie prof haalt. Terecht stelt de studie dat het een open vraag is of de bevindingen van deze studie ook gelden voor de top.

Voor deze proef misschien wel, maar wellicht niet voor pakweg de Tour. Het is al langer bekend dat epo vooral goed werkt in de recuperatie tijdens meerdaagse inspanningen en dat heeft deze studie niet kunnen/mogen onderzoeken. Die beperking geeft het artikel ook trouwens netjes aan en daarom is het fundamenteel oneerlijk en/of dom van de media om dat er niet bij te vermelden.

Epo werkt minder spectaculair dan men denkt, maar het effect van de werking neemt toe met de lengte van de inspanning. Stel dat epo je 2 procent (erg conservatieve schatting) beter laat recupereren en dat je elke dag maar 5 procent minder wordt in plaats van (zonder epo) 7 procent. Na tien dagen is de epogebruiker 11 procent beter dan de niet-epogebruiker. Daarmee word je in de vernieling gereden en dan vergeten we nog gemakshalve het desastreuze effect op het lichaam van de minder gerecupereerde als die achter eporenners moet aanrijden. De belangrijkste zin van de hele studie staat ergens middenin: “Jammer dat we door de WADA-bepalingen deze test niet met echte profs kunnen doen.”

 

Epo werkt wel

Column Roodhuiden in De Morgen van zat 24 juni 2017

Roodhuiden

 

Het is typisch voor de media om veel heisa te maken van een onnozeliteit. U kent dat ongetwijfeld. Neem nu de staatszaak uit 2014 rond de Washington Redskins. Dat is een team uit de National Football League en het favoriete team van de advocaten in de hoofdstad. Voor elke twaalf inwoners van DC is er een advocaat, dus de Redskins hebben een grote achterban. Wat ook weer verwonderlijk is, want ze hebben in geen 27 jaar een prijs gehaald.

Die achterban was in 2014 totaal verbouwereerd toen het er ineens naar uitzag dat hun geliefde team van logo en naam zou moeten veranderen. Een commissie die moest beslissen over de handelsmerken en aanverwante symbolen had verordonneerd dat de naam Redskins, het indianenlogo en nog vier andere symbolen niet werden beschermd omdat ze minachtend (disparaging) waren voor de Amerikaanse indianen, ook weleens aangeduid als Native Americans.

De New York Times (uiteraard, want tegen Washington), maar ook de Washington Post zelf waren beide op de hand van de beslissing en kwalificeerden de naam Redskins als racistisch en evenzo verwerpelijk als de termen ‘negers’ en ‘spleetogen’ voor zwarten en Aziaten. De indianen juichten voor zoveel wijsheid, wat ook weer begrijpelijk was, want geen etnie werd/wordt in de Verenigde Staten slechter behandeld, en dat wil wat zeggen.

De vraag of roodhuid dan wel een belediging is, werd uiteraard gesteld en het kwam tot een felle discussie. Een belediging was dat niet echt, want indianen hebben dan wel een getaande maar geen rode huid. Die hebben ze alleen als ze zich boos maken en dan niet van een plotse aandrang van opstijgend bloed, maar omdat rood een van de oorlogskleuren was waarmee ze zich in onverdachte tijden beschilderden toen de blanken een beetje te opdringerig werden. Die uitleg is omstreden, maar minder omstreden is de vaststelling dat sommige stammen gewoon zichzelf als roodhuiden omschreven, zonder een blanke in de buurt.

De luizenkam werd bovengehaald. Op slag werden ook de Cleveland Indians een target. Die baseballploeg moest ook maar meteen van naam en logo veranderen want die deden dan weer aan cultural appropriation, nog zo’n hyperpolitiek correct standpunt. Culturele toe-eigening is verwerpelijk vinden minderheden in de VS. Zo mag een niet-zwarte het haar niet in cornrows vlechten. Of latino’s dat mogen, daar beraadslaagt de jury nog over: de ene zwarte vindt van wel, de andere van niet omdat cornrows uit Afrika stammen en latino’s niet.

Om het nog absurder te maken kwam zelfs voetbalclub KAA Gent in beeld na de titel van 2015. Die hadden (en hebben nog steeds) een Sioux-indiaan met een verentooi als logo en ook dat was niet correct volgens de racistische meetlat. Hoewel één Vlaams medium hard zijn best deed om aan de boom te schudden, lag Gent toch een beetje ver van welk reservaat dan ook en was het brandje snel geblust. Al bij al nog een geluk voor de Gentenaars dat die indianen niet wisten dat de roepnaam Buffalo is ontleend aan Buffalo Bill, op zijn hoogtepunt een notoire buffel- en indianendoder.

Voor de discussie rond de Redskins en andere symbolen, die nog onder de oppervlakte smeulde, is er nu ook een oplossing met dank aan het Amerikaanse hooggerechtshof. Dat heeft namelijk besloten dat de eerdere beslissing om het indianenlogo, de naam Redskins en de vier andere symbolen niet te beschermen ongrondwettelijk is.

Die beslissing was in strijd met het veelbesproken First Amendement. Dat zegt dat … het Congres geen wet zal aannemen die betrekking heeft op een staatsgodsdienst, of de vrije uitoefening van godsdienst verbiedt; of de vrijheid van meningsuiting of de persvrijheid beperkt; of het recht van het volk beperkt om vreedzame bijeenkomsten te beleggen, en verzoekschriften voor een herstel van grieven tot de regering te richten …

Uit deze paragraaf moet u de vrijheid van meningsuiting onthouden. Met andere woorden: ook al is iets beledigend, de overheid moet daar niet in tussenkomen en zeker niet de vrijheid van meningsuiting onderdrukken.

De New York Times en de Washington Post die eerst op de hand waren van de beslissing om géén intellectueel eigendomsrecht toe te kennen aan foute symbolen, hebben ook deze beslissing van het hooggerechtshof bewierookt. Hun conclusie was ondubbelzinnig: grondwettelijkheid en beleefdheid gaan niet noodzakelijk samen. Voor de Redskins hadden ze ook een advies: jullie hebben nu gewonnen, maar wees nu eens wijs en verander die naam.

 

COL-Roodhuiden

Dubbelgesprek Roger De Vlaeminck-Frank Hoste in De Morgen van zat 24 juni 2017

‘Aan de broek hangen? Nee, alleen in Italië’

Ze waren trainingscompagnons toen in 1982 de ene van de andere de trui van Belgisch kampioen overnam. Roger De Vlaeminck fileert nog elke koers het hedendaagse peloton, en petit comité. Frank Hoste doet het voor een breder publiek, zoals deze zomer namens Radio 1 in de Tour.

De voertaal was Oost-Vlaams, Gents en de Eeklose variant daarop. De mannen kenden elkaar. Soms ging het ook niet over de koers. Zoals:

De Vlaeminck: “Voor mij een viske met een beetje rijst.”

Hoste: “Voor mij een steakske. Ik eet nooit vlees, behalve als ik ga eten.”

De Vlaeminck: “Eet je nog zoveel groensels?”

Hoste: “Jaja, elke dag nog een hele pot. Ik eet dat graag.”

De Vlaeminck: “Nutella?”

Hoste: “Ja. Vroeger deed ik alles wat Roger deed. Ik at zoals hij, maar dat was moeilijk want hij at als een betonmolen. Ik trainde zoals hij, dus trainden we samen, maar dat was ook te zwaar. Ik dacht: als ik alles doe zoals hij, dan word ik even goed. Het is niet gelukt.”

Jullie zijn van een verschillende generatie en toch rijden jullie al veertig jaar samen met de fiets.

Hoste: “Dat is de laatste jaren heel wat minder omdat Roger het aan zijn rug heeft en niet meer met de koersfiets rijdt, maar tot voor een paar jaar waren we altijd samen op pad. En dat was zoals vroeger: volle bak van bij het vertrek.”

De Vlaeminck: “Die rug … Heb jij nergens zeer?”

Hoste: “Nu wel, ik ben gisteren met een groepje rappe mannen gaan rijden en ik voel het.”

De Vlaeminck: “Dat zijn spieren, dat is niet zoals mijn rug.”

Hoste: “Roger en ik verschillen acht jaar, maar … (kijkt verbaasd naar zijn buur) ‘Roger, je hebt minder grijs haar dan ik. Gij verft uw haar!'”

De Vlaeminck: “Zijde zot? Ik ben 70 jaar, wat zou ik mijn haar verven? Kijk hier, opzij word ik grijs.”

Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?

Hoste: “Ik was liefhebber en ik kwam bij Julien De Vreese (ex-hoofdmekanieker van de ploegen van Godefroot en Bruyneel, HVDW). Die kende Walter Godefroot goed en hij zei tegen Walter: ‘Ik heb er daar een die wil meerijden.’ Walter trainde af en toe met Roger en zo ben ik bij hem gesukkeld. Hij liet mij de eerste rit samen de hele dag op kop rijden: ‘Jonge gasten moeten niet in het wiel zitten’, zei hij.”

De Vlaeminck: “Zijn we dan geen taarten gaan eten?” (lacht)

Hoste: “Ik mocht nooit betalen als we iets gingen drinken.”

De Vlaeminck: “Hij moest altijd naar de wc als er moest worden betaald.”

Hoste: “Neen, dat is niet waar. Ik verdiende gewoon veel minder, niets eigenlijk. Op een dag zei ik: ‘Ik ga trakteren.’ ‘Aha’, zei Roger, en de bakker kwam juist met een hele plateau éclairs af. Hij heeft ze allemaal in zijn kas gedraaid.”

De Vlaeminck: “Hoeveel moest je betalen? Tweeduizend frank?”

Hoste: “1.397 frank, ik weet het nog goed. Als je een koers won bij de liefhebbers had je 900 frank. ’s Avonds kreeg ik 2.000 frank van Roger. Dat kon hem niet schelen, hij had leut gehad.”

De Vlaeminck: “Mijn record was negentien éclairs.”

Jullie hebben wel nooit in dezelfde ploeg gereden.

Hoste: “Neen, maar best ook. Als je bij Roger reed, was hij de kopman. Hij kon niet verdragen dat een ander beter was in zijn ploeg. Nu, ik heb ook gecrost en dan vroeg Roger aan de organisatoren of ik mocht meekomen. Elke wedstrijd was ik precies één ronde achter.”

De Vlaeminck: “Als ik hem zag rijden en ik had wat marge, dan haalde ik hem niet in voor de meet. Zo mocht hij niet afstappen en moest hij nog zijn laatste ronde rijden. Wij trainden in de winter ook vaak samen, in de Lembeekse bossen. We hebben veel plezier gehad.”

 

Hoste: “Echte kwajongensstreken staken wij uit. Een balkje weghalen in een gracht waardoor je de volgende ronde er vol in knalde en overkop ging. Hij heeft mij ooit eens bij min twee in een waterplas doen vallen.”

Was er een hiërarchie, gezien het klasse- en leeftijdsverschil?

Hoste: “In de koersen kwamen we elkaar tegen, maar echte tegenstanders waren we niet. Ik ben wel Belgisch kampioen geworden het jaar na hem en ik weet nog dat hij in Heusden kwam zagen dat ik ook op kop moest rijden omdat ik nu ook startgeld kreeg.”

De Vlaeminck: “Ik reed mijn meeste wedstrijden in Italië omdat ik voor Italiaanse teams uitkwam. Dat waren ferme koersen hoor, allemaal heuvels of bergen. Ik herinner mij maar één volledige vlakke koers: Milaan-Vignola.”

Hoste: “Toen ik bij Del Tongo reed, moest ik die wedstrijden ook rijden. Op het palmares kwam je geregeld zijn naam tegen. Dus ik dacht: ik kan hier ook winnen. Welnu, na 120 kilometer lag ik eraf. Of er lag een molshoop van 18 procent juist voor de arrivée naar een of andere castello. Ik heb wel twee ritten gewonnen in de Giro en toen wilden ze mij laten bijtekenen. Maar ik wilde niet blijven; de mensen in België wisten niet dat ik nog koerste.”

Zie je de mannen van jouw generatie nog, Roger?

De Vlaeminck: “Neen, heel zelden. Ze mankeren allemaal iets. Ik ook hoor. De ene wordt een beetje dement, de andere heeft het aan zijn hart. Er zijn er bij met wie het echt niet goed gaat, zoals X.”

Hoste: “Wat heeft die allemaal niet gepakt?” De Vlaeminck: “Ik weet het.”

Hoste: “Ze zeggen soms dat de jaren 70, 80 de ergste waren, maar degene die het minst pakte, was Roger. Echt niet normaal, wat die maar deed. Daarom trok ik mij ook op aan hem: ik wist hoe hij het deed. Ik weet van andere kampioenen wat zij namen, ja salut.”

De Vlaeminck: “Het was veel te gevaarlijk. Die ene Ronde van Vlaanderen (1977, HVDW) dat ze allemaal zijn betrapt op Stimul was ik de enige van de grote namen die niet positief was. Later, toen ik bij Francesco Moser in de ploeg reed, heeft dokter Ferrari mij eens aangeboden om met bloedtransfusies te werken, maar ik durfde dat allemaal niet.”

Hoste: “Jij had schrik van de controles. En ik kreeg op slag ook schrik. Soms moest je wel iets doen. Ik heb ooit na de Ronde van Frankrijk 45 criteriums gereden. Ik dacht: ik win niet elk jaar de groene trui, dus nu ga ik ervan profiteren en cashen. Dan kon je wel een opkikkertje gebruiken om twee keer per dag zeventig ronden van één kilometer op rode kasseitjes te rijden.”

Jij hebt de miserie als gevolg van amfetaminegebruik van dichtbij meegemaakt, Roger?

De Vlaeminck: “Je bedoelt Erik (zijn overleden broer, HVDW). Daar mag ik niets meer over zeggen of ze doen mij een proces aan. Wie? Mensen uit zijn omgeving.”

Frank heeft één grote koers gewonnen die jij nooit hebt gewonnen, Roger.

De Vlaeminck: “Gent-Wevelgem? Ik was vier keer tweede. Parijs-Tours en Gent-Wevelgem zijn de enige grote koersen die ik nooit heb gewonnen. Eddy Merckx heeft alleen Parijs-Tours niet gewonnen en dat is nog mijn schuld ook. Ik was supporter van Van Looy en die had alle klassiekers gewonnen. Elke Parijs-Tours reed ik op het wiel van Merckx: ik verloor, maar hij ook. Daar heb ik nu spijt van, ik zou dat nooit meer doen.”

Merckx, Van Looy, De Vlaeminck. Is dat de klassieke hiërarchie?

De Vlaeminck: “Van Looy beter dan ik? Waarom? Omdat hij alle klassiekers heeft gewonnen en wereldkampioen is geworden? Dat klopt, maar hij had tien man die voor hem reden. Die had ik niet. De mannen die bij mij reden … Als ze niet tegen mij reden, mocht ik al content zijn. Ik heb ooit zestig wedstrijden in één seizoen gewonnen: crossen, wegwedstrijden en zesdaagsen samen.”

Hoste: “Ik kan het niet verdragen dat ze Roger wegzetten met opmerkingen zoals ‘vandaag is de top breder’. Ik heb tegen Roger gekoerst maar ik heb ook Johan Museeuw en Gianni Bugno meegemaakt. Ik weet wat hij kon op een fiets en dat was niet mis.”

De Vlaeminck: “Jij was wel een rappe, maar ik heb al de rappe geklopt. Noem maar op: Rik Van Linden, Marino Basso, Patrick Sercu, jij. En ik heb tijdritten gewonnen tegen Eddy Merckx, dé specialist. En ik heb de Ronde van Lombardije gewonnen toen er nog vijf zware cols in zaten. Nu zijn dat er maar drie meer.”

Hoste: “Roger was een klasse apart. Zijn trainingsarbeid kon ik niet aan.”

De Vlaeminck: “Vierhonderd kilometer alleen trainen is een gewoonte. Werken ook. Rik Van Steenbergen moest dag en nacht op de piste zijn, wij zestien uur en vandaag nog zes uur.”

Rik Van Looy zegt: ‘Roger De Vlaeminck was de meest getalenteerde en enige echt klassieke renner van zijn generatie.’

De Vlaeminck: “En ik reed tegen Eddy Merckx, weet je wat dat wil zeggen? Als Van Looy tegen Merckx had gereden op zijn best, dan had hij Luik-Bastenaken-Luik nooit gewonnen. Merckx was niet te doen, hé Frank?”

Hoste: “Dat moet erg zijn geweest. Ik heb alleen in 1978 samen met hem in het peloton gereden. Ik reed mee in Kemzeke en ik wist niet goed wat er gebeurde. Hij stapte af en zei: ‘Ik stop.’ En wij: ‘Allee.'”

De Vlaeminck: “Ik reed kort daarvoor een criterium met hem in Frankrijk en hij zei: ‘Ik heb schrik dat ik ga moeten lossen vandaag, ze gaan mij eraf rijden.’ Als je zo denkt, dan is het tijd. Ik kon Merckx goed verdragen, ’s avonds na de koers. In de koers kon ik er niet

tegen dat hij beter was. Ik wilde hem kloppen. Hij is mij ook als laatstejaarsliefhebber komen vragen om voor hem te komen rijden. En ik met mijn stoute muile: ‘Neen Eddy, ik ga tegen u rijden.'”

Hoe was jouw einde?

De Vlaeminck: “Ik won nog zes koersen.”
Hoste: “En hij is dan herbegonnen, maar alleen voor de cross.”

De Vlaeminck: “Die laatste twee jaar heb ik alleen maar moddercrossen gezien. De goesting was rap over. Maar je moet nu eens eerlijk zijn: als Nys en ik vandaag allebei 25 jaar zijn, weet je hoeveel keer hij wint van mij in de crossen van vandaag? Eén keer op de tien.”

Periodes vergelijken is niet makkelijk en je stelt je onnodig bloot aan kritiek.

De Vlaeminck: “Ja oké, die coureurs van vandaag … Neem nu Beppe Saronni. Wat kon die? Bergop rijden, want hij won de Giro. Massasprinten ja. Tijdrijden ja. Francesco Moser kon dat ook allemaal. Freddy Maertens en Eddy Merckx ook, Bernard Hinault idem. Dat waren polyvalente coureurs en die zie je nu niet meer. Als je Merckx hebt gekend, dan heb je koers gezien. Bernard Hinault was soms zelfs nog dominanter.”

Hoste: “Hinault was verschrikkelijk. Reed een hele dag op kop in de regen met zijn regenvestje aan, met mij in zijn wiel, en ik verloor nóg de sprint van hem. Het klopt wel dat in onze tijd de goeie renners altijd vooraan reden. Ze ontsnapten of ze probeerden. Dat zie je nu veel minder. Er is wel een verschil: jij hebt de tijd meegemaakt dat de kopman vol aan de broek mocht hangen.”

De Vlaeminck: “Dat heb ik niet te veel moeten doen.” Hoste: “Toch wel, Roger.”

De Vlaeminck: “Niet gelijk Jan Raas.”

Hoste: “Dus wel. Laat mij uitspreken. Alle groten deden het en natuurlijk bleven zij dan over in de finale. Ik ben maar koersen beginnen winnen nadat tijdens het WK van 1979 is gefilmd vanuit de lucht hoe Jan Raas wereldkampioen is geworden hangend aan de broek van zijn knechten. Ineens mocht het niet meer. Ik heb nog Luik-Bastenaken-Luik gereden met Didi Thurau die honderd kilometer aan mijn broek hing. En bij elk bergje duwde hij zich twee keer af. Na zo’n eerste keer moest je terug naast hem sprinten want dan volgde een tweede ruk.”

De Vlaeminck: “Ik deed het haast niet in België. In Italië daarentegen waren de helpers kwaad als je niet aan hun broek trok.”

Wat is het grootste verschil tussen vroeger en nu?

De Vlaeminck: “Dat er maar weinig goeie coureurs zijn en dat ze te weinig rijden. Na Parijs-Roubaix rustte Boonen twee maanden.”

Hoste: “Het zijn vandaag voorgeprogrammeerde renners die in de wedstrijd als een soort PlayStation-baasjes gezegd wordt wat te doen. Ik hoorde het nog van een sportbestuurder: als je hen niet zegt in de oortjes dat de Kwaremont eraan komt, dan weten ze het niet.”

De Vlaeminck: “Peter Sagan is natuurlijk wel een hele goeie, maar ook hij neemt nogal veel vrijaf. En die twee van de cross kunnen ook uit de voeten, Wout van Aert en Mathieu van der Poel, maar toch moeten ze het nog eerst bewijzen op de weg in grote wedstrijden.”

Wat betekent sport nog voor jullie?

De Vlaeminck: “Niet te veel meer, nu ik het aan mijn rug heb. Ik denk dat ik mij kapot heb gereden na mijn carrière. Tussen mijn 40 en 60 ben ik blijven trainen als een beroepsrenner. Ik heb nog rondjes van 70 kilometer gereden, alleen, 57 jaar was ik, met een gemiddelde van meer dan 39 per uur. Ik kwam altijd piepedood thuis.”

Hoste: “Hij was niet normaal. Ik ben vier jaar langer doorgegaan en wij trainden nog samen. Lopen kon hij ook goed. Hij is nog tweede geweest in de massaloop van Gent. Eet je nog zoveel taart?”

De Vlaeminck: “Minder, wel als het koers op tv is. Dan kijk ik op tachtig kilometer van het einde en dan nog eens het laatste halfuur. Eerder gebeurt er toch niets. Bergritten probeer ik langer te kijken. Naar de radio naar Frank luisteren? (grijnst) Ik heb geen radio.”

Hoste: “Ik fiets nog wel en ik loop, maar dat is iets minder.”

De Vlaeminck: “Weet je wat mijn nieuwe passie is? Biljarten: van carambole tot driebanden. Ik heb al Ludo Dielis bij mij thuis op bezoek gehad voor een privéles. Ik wil dat spel helemaal kennen en beheersen.”

Hoste: “Zo ken ik jou.”

 

RDV-FH

Column Coachen zonder handje in De Morgen van zat 17 juni 2017

Coachen zonder handje

In onze krant en haar concurrent voor de selectieve lezer was het donderdag een Belga-berichtje waard en in de kranten met een uitgebreid sportkatern stond het ergens achterin na voetbal en koers: Oostende is kampioen in het basketbal, voor de zesde keer op rij wat een record is in België. Het is lastig wennen aan zoveel miskenning van de tweede moeilijkste sport die de mens ooit heeft uitgevonden (na ijshockey).

Maar goed dus, Oostende en niet Brussels. Bulldozer Gillet en niet de mishandelde Loubry. Gjergja en niet Crèvecoeur. Van coach Dario Gjergja zag ik in wedstrijd twee iets vreemds. Normaal is hij niet normaal en is hij ook nooit de gezelligste mens, al is hij wel eens betrapt op een lachje, ooit. Maar in een cruciale fase van de eerste gewonnen uitwedstrijd in Brussel – een nagelbijter – liet hij de televisie toe om in de laatste minuut in de laatste time-out zijn tactisch bord te filmen en zijn uitleg live uit te zenden.

Eender wie met een minimum aan tactische basketbalachtergrond zal hebben gezien waar hij naartoe wilde. Die aangereikte oplossing kwam er niet helemaal uit en ze was ook weer niet bepaald hersenchirurgie, maar Gjergja had verschillende opties en dat hij überhaupt toeliet dat de tv live zijn tactische keuze in beeld bracht, is niet minder dan wonderbaarlijk. Al zou het in zijn geval ook kunnen dat hij zo gefixeerd was op zijn coaching dat hij nooit heeft gemerkt dat de tv meeluisterde en meekeek op zijn bord. Vooral dat laatste.

Zet daar eens voetbal tegenover. Trainingen die tien minuten open zijn en dichtgaan van zodra twee spelers buiten de opwarming om naar elkaar moeten passen. Je weet maar nooit dat de tegenstander daaruit de loop- en passlijn zou kunnen afleiden en waar sta je dan als coach? Extra controle op spionnen in de bomen en achter de hekkens als standaardsituaties worden ingeoefend. Afvegen van tactische borden in de kleedkamer, vernietigen van gekopieerde instructies.

Het laatste trucje, zeg maar obsessie, is coachingadvies met de hand voor de mond. Zinédine Zidane deed het ook en geen mens die weet wat die tactisch te verbergen heeft. Zelfs spelers die je doorgaans niet van heel hoogdravende teksten kan verdenken, houden nu hun hand voor de mond. Buffon zag je het nog doen na de verloren finale van de Champions League terwijl hij met een medespeler over het veld struinde, verlaten door het geluk. Misschien beschuldigde hij wel zijn coach van onkunde en wilde hij niet dat liplezers meekeken. Stel je voor.

In het basketbal trekken ze zich daar niet al te veel van aan. Gesloten tactische trainingen bestaan er wel al langer. In hun training center in Deerfield gingen bij de Bulls de gordijnen automatisch open aan het eind van elke training, soms iets te vroeg naar de zin van Phil Jackson waarna hij ze eigenhandig per afstandsbediening weer liet sluiten. Maar de coaching gebeurt er open en bloot. Meer zelfs, de laatste jaren worden coaches gemiked (voorzien van een microotje) en wordt hun geschreeuw gebruikt om een itempje samen te stellen dat Sounds of the Game heet.

Maar nu is er iets nieuws. Wás er iets nieuws, want gisterenavond kon je als Ketnet-kijker van de cruciale World League-volleybalinterland België-Canada je commentaar kiezen. Enerzijds had je Marc Willems, vaste volleybalman voor de VRT, maar je kon ook opteren voor de livestream met de stem van bondscoach Vital Heynen. Tactische aanwijzingen aan spelverdeler en aanvallers, richtlijnen voor de service, blokopties, alles heeft het microotje op het shirt van Heynen doorgegeven.

In een hypertactische sjablonensport als volleybal is dat ongezien. In honkbal en de NFL, ook een aaneenschakeling van standaardsituaties net als volleybal, wordt gewerkt met geheime signalen om toch maar geen info vrij te geven. Het is ook opmerkelijk omdat Heynen een wereldtopper is in zijn vak, en na een passage op de Olympische Spelen in 2012 (vijfde) en het WK 2014 (derde) als bondscoach van Duitsland terug in België aan het werk is. Hij staat bekend om zijn energieke coaching en is een zelfverklaarde ADHD’er, iets waar hij graag voor uitkomt. Het spektakel was dus verzekerd.

Het is te hopen dat de Red Dragons zich vandaag en morgen tegen Italië en Frankrijk kunnen plaatsen voor de Final 6 en het is vooral te hopen dat het niet op een achterafplekje in de krant terechtkomt zoals alle vorige uitslagen. Sommige sporten verdienen echt beter dan bij het krulbollen te worden neergezet.

 

Coachen zonder handje