Columns over Belgische sportprestaties in De Morgen van zaterdag 11 en maandag 13 augustus 2018

Goednieuwsshow bij de Belgen

De Morgen – zaterdag 11 Aug. 2018

 

Kimberly Buys vindt dat ze tot de grootsten van België behoort omdat ze Europees brons heeft behaald op de 50 meter vlinderslag. In onze krant stond “bij de grootsten” tout court en dat was verslikken in de koffie. In hoeverre proxy bias heeft gespeeld – hoe kleiner de delegatie journalisten, des te nabijer bij de atleet en des te subjectiever het oordeel – is niet duidelijk, maar met een bronsje op de 50 vlinder is ze er lang nog niet.

“Er zijn”, in zwemtaal betekent dat haar topsportcontract behouden. Top acht van Europa in een olympisch nummer is dan zo’n beetje de norm. Ten eerste is 50 vlinder geen olympisch nummer en ten tweede is er vaak een reden waarom de 50 beter lukt dan de 100: voor de 100 is een ander energiesysteem nodig en als dat niet meer trainbaar is, kun je wel nog de hele korte afstanden aan. Op haar 29ste zou dat niet onlogisch zijn.

Zwemmen heeft het overigens als enige sport heel slecht gedaan in Glasgow, waar voor het eerst een aantal sporten hun Europese kampioenschappen op dezelfde plek hielden. Dat deden ze om de media – lees: vooral de televisie – ter wille te zijn. Eén productie, één perscentrum, één trip, minder personeel, meer aandacht, er zaten alleen maar voordelen aan.

Niet het minst voor de aanwezige Belgische media, die elke dag wel een hoera konden laten weerklinken: wéér een medaille, nóg eens goud, ai net een medaille gemist, goed gedaan… Het was me daar een goednieuwsshow in Glasgow. In Berlijn op het EK atletiek was het traditioneel ook feest. Bashir Abdi die zilver wint op de 10.000 meter, oké, netjes gedaan, maar straks op het wereldpodium lopen de Kenianen en Ethiopiërs hem op één ronde. Nafi Thiam, dat was schrikken. Geen Europees record in zicht en lange tijd zelfs geen goud.

Dé Belgische sportprestatie van deze zomer is niet geleverd in Glasgow of Berlijn, maar in Aarhus in Denemarken, waar geen enkel medium iemand naartoe stuurde en waar dus heel weinig over werd bericht. Waar Evi Van Acker niet in slaagde, lukte Emma Plasschaert bij haar eerste deelname: wereldkampioen worden in de sterk bezette laser radial-klasse.

Plasschaert zou sportvrouw van het jaar moeten worden met haar EK-brons en WK-goud, maar te vrezen valt dat de stemformulieren van de Franstalige collega’s de komende tien jaar zijn voorgedrukt met de naam van Nafi Thiam op één. Zoals ook Bart Swings met zijn olympisch zilver sportman van het jaar zou moeten worden, maar de voetbaljournalisten en de Franstaligen zullen massaal op Eden Hazard stemmen.

Maar nu de hamvraag: zijn we zo goed als we wel denken dat we zijn? Dat verdient een genuanceerd antwoord. We zijn niet zo goed als we denken dat we zijn, maar we zijn ook lang niet meer zo slecht als we ooit waren. De laatste keer tellen zaten we in het sportjaar 2018 aan negentien medailles. Als de 4×400 mannen en vrouwen hun niveau halen, kunnen we na dit weekend aan 20, misschien 21 zitten.

Worden in deze rekening meegenomen: alléén de medailles in de olympische disciplines. De zilveren scratchmedaille van Jolien D’hoore telt niet mee omdat het geen olympisch nummer is. Idem voor het zilver van Kenny De Ketele in de puntenkoers en het brons van Kimberly Buys. Is dat discriminatie? Neen, dat is realisme en zo doet iedereen het. Sportlanden klein en groot concentreren hun talent op de olympische disciplines omdat de Olympische Spelen het summum zijn. De rest zijn B-nummers.

Negentien medailles en in dit weekend misschien 20 of 21 is in een even jaar, pal in het midden van de olympische cyclus, een record voor België. Nooit hebben we beter gescoord. Onze vorige beste prestatie in een identiek jaar dateert al van 1994, toen we twaalf medailles wonnen.

Ook dat moet weer worden genuanceerd: in 1994 waren er 843 olympische disciplines in 26 sporten. Voor Tokio zijn er 1.073 in 33 sporten, dat betekent bijna 30 procent meer medaillekansen. Nog een bemerking: het EK baanwielrennen is pas in 2010 voor het eerst georganiseerd en het EK wegwielrennen pas in 2016. Tot overmaat van ramp worden die EK’s nu elk jaar gehouden.

Vergeleken met 25 jaar geleden zijn er de helft meer WK’s en EK’s. Er is met andere woorden een inflatie aan kampioenschappen en medailles, en dus is het niet meer dan normaal dat ook wij meer medailles winnen. Dat heeft gevolgen voor de waarde van de medailles.

Het goud voor Victor Campenaerts in het tijdrijden is mooi meegenomen, maar als de echte tijdrijders volgende maand op het WK in Oostenrijk verschijnen, zal hij zijn hotseat snel moeten afstaan. Bondscoach baanwielrennen Peter Pieters toonde zich dan weer tevreden omdat in alle olympische disciplines een topachtplaats is gehaald. Wat Pieters er niet bij zei: de meeste landen stuurden niet hun eerste keus. De resultaten van het WK baanwielrennen eerder dit jaar zijn veel relevanter. Daar haalde België één ‘olympische’ medaille: het schitterende goud in de keirin van Nicky Degrendele.

Resultaten behaald in het verleden zijn geen garantie voor de toekomst, maar daar trekt de gymnastiek zich niks van aan. Nina Derwael is met haar twee individuele medailles de uitschieter in Glasgow. Het onbegrip voor de beslissing van de bondscoach om de teamfinale te laten schieten, getuigt van weinig topsportkennis. Topsport is prioriteiten stellen en met een WK in Doha dat er nog aankomt eind oktober hebben de coaches Yves Kieffer en Marjorie Heuls hun prioriteiten op orde: het mondiale niveau is de referentie.

Ook daar kunnen nog medailles worden behaald, net als op het WK hockey voor mannen, het WK wielrennen en het WK judo. 2018 wordt het misschien het jaar waarin we de meeste medailles haalden in olympische disciplines. Soms is dat een voorteken voor het betere grote werk op de Spelen. Soms ook niet.

HANS VANDEWEGHE

Copyright © 2018 De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden

Copyright © 2018 Belga. Alle rechten voorbehouden

 

2018, een recordjaar

Hoog tijd dat de sportinstanties in dit land hun subsidielat op mondiaal niveau leggen. Top zestien op wereldkampioenschappen is een vele betere graadmeter dan top acht op de Europese kampioenschappen.

Ooit waren Europese kampioenschappen vierjaarlijks, maar tegenwoordig is er op elke hoek van de straat en elke week wel een EK. Er komen daarnaast absurde leukigheden bij zoals gemengde teams. Wat achter het waanidee zit dat elke sport een beetje korfbal moet zijn, is een behoorlijk raadsel. In de atletiek zijn ze nu ook al om en in Tokio wordt zowaar een gemengde 4×400 gelopen, net zoals er een gemengde 4×100 wordt gezwommen.

Let op, daar komt alleen maar ellende van en niet het minst voor de vrouwensport, die nu al bedreigd wordt door de juridische aanval op de testosterondrempels van hyperandrogene vrouwen. Mijn goede raad aan de medemannen in de sport: niet mee bemoeien, dat de vrouwen het zelf maar uitzoeken, want anders hebben wij het weer gedaan.

Laat voorgaande oprispingen uw pret als fan van de Belgische sporters niet bederven. Hou er wel rekening mee dat de ene Europese medaille meer waard is dan de andere. Zo mag u zich niet blind staren op de wielermedailles die de voorbije week zijn gehaald, met uitzondering misschien van de ploegkoers.

Pakweg dat brons van onze gemengde – jawel – triatlonploeg is veel opmerkelijker en meer dan een voetnoot waard. Triatleten zijn van de hardste werkers in de sport en zo’n aflossingswedstrijd geeft hun de exposure die ze verdienen. Bovendien heeft België, lees Vlaanderen, een goede topsportwerking op vlak van triatlon en twee medailles in olympische disciplines is de duw in de rug die ze al lang verdienen.

Nog meer hartverwarmend sportnieuws viel gisterenochtend te rapen met Koen Naert, die Europees kampioen in de marathon werd. Oké, Europa telt niet mee als het om afstandslopen gaat. Point taken, maar dit is een ander verhaal. Dit is in de eerste plaats het succes van nog zo’n hele harde werker, die eindelijk wordt beloond met een mooie tijd, gelopen in een wedstrijd waarin het om de eerste drie plaatsen ging.

In die moeilijke wedstrijdsetting, zonder hazen, wint hij dan ook nog eens afgetekend goud in een persoonlijk record (2u09:51), dat ook het kampioenschapsrecord is. U leest het goed: nooit heeft een atleet op een EK sneller de marathon gelopen dan Koen Naert uit Moerbrugge.

Hij is het type atleet dat bijblijft als je daar na het gesprek bent vertrokken en het verhaal is uitgeschreven (De Morgen van 7 april 2017 voor wie het interesseert). Naert woont in een dorp naast het mijne en ik zie hem regelmatig langs het kanaal zijn kilometers malen. Hij is in de eerste plaats een begenadigd loper, die nu de psychologische barrière van 2u10 heeft geslecht, maar hij is daarnaast ook een goed mens.

Op 22 maart 2016 was hij onderweg naar Leuven toen hij op de radio van de aanslagen in Zaventem en Maalbeek hoorde. Hij had verlof zonder wedde als gespecialiseerd verpleger in het brandwondencentrum van Neder-Over-Heembeek, maar belde zijn collega op en vroeg een badge klaar te leggen. Kom maar helpen, had die gezegd, je hebt de kennis en die kunnen we gebruiken. En zo lag Naert niet voor een deugddoende osteopathische behandeling op een tafel, maar stond hij zelf 24 uur lang recht op zijn meest waardevolle instrumenten, zijn benen. Omdat de slachtoffers van Zaventem en Maalbeek voorgingen op zijn sport.

Wat zaterdag in deze rubriek nog in de voorwaardelijke wijs stond – 2018 kan het beste Belgische sportjaar ooit worden op vlak van medailleoogst – is na dit bijzonder sportweekend een feit. In 2018 zitten we voorlopig aan 23 ‘olympische’ medailles, met nog enkele wereldkampioenschappen op komst. Dat is tien medailles meer dan in een gelijkaardig sportjaar tussen de Olympische Spelen en drie meer dan in het recordjaar 1995, toen we negentien olympische medailles wonnen.

Van die negentien kwamen er dat jaar acht alleen al door het judo. In de telling van 2018 heeft judo twee stuks bijgedragen. Van die negentien in 1995 kwamen er ook zes van het zwemmen, van Brigitte Becue, Fred Deburghgraeve en Stefaan Maene. Bijdrage voor 2018 van het zwemmen: nul (olympische) medailles, nul Belgische records, één persoonlijk record.

Cijfers zeggen niet alles en verdienen altijd weer die nuancering: sinds 1995 zijn de medaillekansen met 30 procent gestegen omdat er 30 procent meer olympische disciplines zijn. Reken daar nog eens de inflatie aan kampioenschappen bij en dan is die 23 al minder exceptioneel. Wel bijzonder is dan weer de verscheidenheid aan sporten: de 23 stuks werden gewonnen in 8 verschillende sporten.

De onnavolgbare loper Pieter-Jan Hannes wilde dat ik de column van afgelopen zaterdag herzag en dé prestatie van afgelopen week niet langer toeschreef aan de wereldkampioene zeilen Emma Plasschaert, maar aan Koen Naert. Liever niet. Vergelijken is ten eerste niet altijd mogelijk en bovendien heeft afgelopen weekend, nog meer dan de marathon, de 4×400 verbaasd.

Hoe die Jonathan Sacoor in de derde 400 de pas gekroonde Europese kampioen Matthew Hudson-Smith opving en afhield toen die hem voorbij wilde, en vervolgens gewoon losliep, dat was fenomenaal voor een 18-jarige.

Wat daarna gebeurde, was zelfs exceptioneel: Kevin Borlée die middels een 43.91-tussentijd (dat is een mooie 44’er waard) een Spanjaard die zeven meter voor hem liep inhaalde, ter plaatse liet en zich op de borst kloppend naar goud snelde.

 

Column 11 en 13 aug 2018-mail

Advertenties

Column over buitenlanders in het voetbal in De Morgen van 4 augustus 2018

Al 65 procent niet-Belgen in onze competitie

In het seizoen 1982-’83 verdienden 69 buitenlandse spelers hun boterham op Belgische voetbalvelden, geen 20 procent. Twintig jaar later zaten al 188 niet-Belgen in de kernen van de achttien eersteklassers of 43 procent. Vandaag, tel daar zestien jaar bij, bestaan de kernen van de inmiddels zestien Belgische clubs uit nog minder dan 37 procent Belgen.

Als de zomermercato voorbij is, en de clubs hun laatste gaten in de kernen met vooral buitenlanders hebben aangevuld, zal 65 procent van de voetballers in Belgische loondienst niet de Belgische nationaliteit hebben.

Het is niet te hopen dat verdedigers van de superdiversiteit dit toejuichen want de tsunami aan buitenlandse werkkrachten in ons voetbal heeft niks vandoen met solidariteit, opvang van kansarme wereldburgers, een nieuwe wereldorde of welk ander wereldbeeld. Dit is puur en simpel mensenhandel. Ooit zal in voetbalmusea over de hele wereld een deel van de opstelling worden gewijd aan de tijd dat voetbaltalent werd verhandeld. De parallel met de slavernij is minder vergezocht dan men denkt.

Het behoort tot het takenpakket van de overheid om met corrigerende maatregelen te anticiperen op maatschappelijke evoluties. Het is vervolgens de plicht van diezelfde overheid om te checken of de maatregelen wel het gewenste effect hebben. De laatste vijftig jaar zijn in de betaalde sport in België maatregelen genomen die steeds weer het tegenovergestelde effect hadden dan wat ze beoogden.

Het begon in de jaren 70 met de verlaagde sociale lasten, in navolging van het wielrennen. Het voetbal profiteerde en fraudeerde tegelijk als nooit tevoren, zoals bewezen door de omkoopaffaire Standard-Waterschei en het hele zwartgeldcircuit dat daarna is blootgelegd. Wat was de reactie van de overheid? De voetballers kregen – als enige topsporters – een gunstige groepsverzekering: meer wegstorten dan wie ook en cashen op 35 of bij einde carrière.

Daarna kregen de clubs nog eens vrijstelling van lasten en bedrijfsvoorheffing voor hun vrijwilligers. Gevolg: nog meer creatie van zwart geld, want veel vrijwilligers kregen niks betaald, maar de club schreef hen wel in. Ten slotte werd tien jaar geleden een de facto bestaande regeling in wet omgezet. Sindsdien betalen Belgische voetbalteams minder belasting (bedrijfsvoorheffing) dan hun concurrenten in de omringende landen.

Aan die gunstmaatregel was één voorwaarde gekoppeld: de teruggestorte bedrijfsvoorheffing moest worden aangewend om de jeugdwerking te bevorderen, maar daar werd niet of nauwelijks op gecontroleerd.

Samengevat: alle maatregelen die ooit zijn genomen om de opleiding van talent van eigen bodem te bevorderen, hebben een tegenovergesteld effect gehad. Alle belastingtechnische en andere gunsten die het voetbal voor zichzelf regelde, zijn aangewend om goedkope buitenlandse werkkrachten te halen in de hoop die door te verkopen.

Laat ons deze gunsten, zegt het voetbal, want wij brengen de economie iets bij. Het persbericht was lachwekkend: het profvoetbal zou 700 miljoen euro opbrengen en 3.000 jobs creëren. Drieduizend, dat is minder dan het aantal jobs in het onderwijs in het Maasland, een van vijf regio’s in het Limburgse, aldus cijfers van de VDAB. Niet verwaarloosbaar, maar ook niet de moeite van een persbericht waard.

Werd ook nog triomfantelijk gemeld: “De Belgische clubs betaalden vorig jaar 63 miljoen euro belastingen aan de fiscus, aangevuld met 81 miljoen aan indirecte belastingen.” Die 144 miljoen aan belastingen is ongeveer het bedrag dat de Belgische staat jaarlijks aan bedrijfsvoorheffing en sociale lasten schenkt aan het Belgisch profvoetbal. Jammer maar helaas, de veiligheidskosten – de massale inzet van politie en dergelijke meer – konden om mysterieuze redenen niet worden opgenomen in de studie.

In wezen is het probleem vrij simpel. Wat is de finaliteit van een sport, ook al is het een economie? Een gelijkwaardige nationale competitie organiseren, kansen bieden aan jeugd van eigen bodem, ongeacht kleur, religie of afkomst en de nationale ploeg promoten en voeden.

Wat is de finaliteit na al die jaren van het Belgisch voetbal? Alvast niet kansen bieden aan jeugd van eigen bodem. Het einddoel van het Belgisch voetbal is meerwaarde creëren op goedkope buitenlandse werkkrachten, in de hoop die met een zo groot mogelijke marge aan een ander buitenland te kunnen verkopen.

Gevraagd: een overheid met de moed om daar paal en perk aan te stellen. Als dat ten koste gaat van het concurrentieniveau van de Belgische ploegen in Europa, het zij zo. Als dat ten koste gaat van de mensenhandelaars: dóén.

 

65% Belgen-mail

Column Van der Evenpoel in De Morgen van 30 juli 2018

VAN DER EVENPOEL

Ooit reden twee Belgen voorop in de koninginnenrit van de Tour de France. De onnavolgbare Thomas De Gendt won op de Ventoux, voor Serge Pauwels. Niet zeker dat hij het had gehaald als die zes kilometer na Châlet Reynard ook nog tot de rit hadden behoord, maar dat doet er niet toe, het was groot feest in koersland Vlaanderen. En terecht.

Dat is inmiddels al langer dan twee jaar geleden. Sinds die veertiende juli heeft geen Belg meer gewonnen. Jasper Stuyven kon dit jaar nog het meest aanspraak maken op een etappe, maar als de laatste klim er te veel aan is, dan heb je je misrekend of was je niet goed genoeg. Yves Lampaert gisteren: jammer, maar helaas, ook voorspelbaar dat de sprinters die waren overgebleven er nog over zouden komen.

En zo eindigt de editie 2018 zoals die van 2017: geen Belg die ook maar enige rol van betekenis speelde. Of moeten we echt blij
zijn met die acht gele truien van Greg Van Avermaet op dagen dat de gele trui als een hete aardappel wordt doorgeschoven? Van Avermaet eindigde als eerste Belg, op meer dan een uur van de winnaar. De volgende Belgen in het algemeen klassement hadden al meer dan twee uur aan hun broek.

In 2016 droeg Van Avermaet ook de gele trui, drie dagen. Hij won toen een etappe op 6 juli (en De Gendt op 14 juli). Verder droegen Belgen negen dagen de bolletjestrui, tot de echt hoge bergen eraan kwamen. En o ja, we kregen ook drie keer de prijs van de strijdlust.

In 2017: nul etappes, nul gele, groene of witte truien, nul bolletjestruien. Wel vier keer de prijs van de strijdlust. In 2018 acht dagen
de gele trui, nul ritoverwinningen, nul groen of witte truien, drie keer de strijdlust. Misschien toch er even aan herinneren dat de overwinningen van QuickStep (vijf vorig jaar en vier dit jaar) geen Belgische overwinningen zijn. Conclusie: we zijn strijdlustig als nooit tevoren, maar we winnen niet.

In wielerwedstrijden waar het er echt om gaat, spelen Belgische renners geen rol van betekenis meer. Baanwielrennen: tellen we niet of nauwelijks in mee. De monumenten op de weg: nog goed dat Van Avermaet en Gilbert vorig jaar in Roubaix en Vlaanderen (op kasseien) aan het langste eind trokken of we hadden sinds 2012 niks meer gewonnen. Wereldkampioenschappen: geleden van 2012 met Gilbert in Valkenburg. Klimmen: alleen als het kort en op kasseien is. Tijdrijden: hebben wij een hekel aan. Gevolg: de laatste eindoverwinning in de Tour de France, de allergrootste wielerwedstrijd, is al geleden van 1976. Redelijk beschamend voor de zelfverklaarde wielerregio.

Nog goed dat die van organisator ASO kicken op valpartijen en andere malheuren en in deze Tour absoluut een mini-Parijs-Roubaix wilden, anders had dit jaar geen enkele Belg om de overwinning gesprint. Op kasseien zijn we echt wel nog goed. Jammer, maar John Degenkolb was dit jaar iets beter.

Is het structureel of conjunctureel, die Belgische dip? Zouden ze zich bij de wielerbond die vraag inmiddels hebben gesteld? Of zitten ze die lange wielerijstijd gewoon uit, wachtend tot er weer een supertalent uit de bomen valt? Greg Van Avermaet was
een ex-voetballer die ineens ging fietsen en die wereldtop werd. Remco Evenepoel, die alles wint met minuten oorsprong, was jeugdinternational in het voetbal, tot hij zijn plaats in de nationale ploeg kwijtraakte en ging fietsen. Van Avermaet en Evenepoel zijn exponenten van een toevalmodel.

Wat judo is voor Japan, is wielrennen voor Vlaanderen: een nationale passie. Zoals de Japanners in de jaren 90 de weg kwijt waren (maar zich herpakten), is wielerland Vlaanderen de weg kwijt. Wij leiden geen talent op, wij schudden aan de grote wielerboom en kijken wat eruit valt. Of we passen de mand-met-eierenfilosofie toe: we gooien de eieren tegen de muur en met het ei dat niet breekt en over de Kwaremont geraakt, doen we verder.

Bij de nationale bond werkt al een tijdje iemand die in Engeland in het talentontwikkelingssysteem heeft meegedraaid, die weet hoe ze aan Wiggins, Froome en Thomas zijn geraakt en vooral hoe ze steeds weer die grote motoren ontwikkelen en opvoeren om over de hele wereld de mooiste prijzen te winnen. Ik zou van de KBWB weleens een plan om uit die impasse te geraken willen lezen. Of wordt het echt wachten tot de oude krokodillen daar weg zijn vooraleer er wat beweegt?

Wat ik niet wil horen, is bondscoach Kevin De Weert die komt uitleggen wat voor een supertalent die Remco Evenepoel wel is. Ten eerste heeft niet De Weert te maken met Evenepoel, maar eerder juniorencoach Carlo Bomans. En ten tweede garandeert niks dat Evenepoel de nieuwe Merckx wordt, die eventjes de Tour voor ons gaat winnen.

De Nederlanders zijn een beetje in hetzelfde bedje ziek, maar die hebben ten minste nog Tom Dumoulin om blij mee te zijn. Tweede in deze Tour en winnaar in de Giro van vorig jaar, dan zou je denken: leg je eieren maar in het mandje van Dumoulin.

Copyright © 2018 Belga. Alle rechten voorbehouden

Neen, Nederland wil Mathieu van der Poel in de Tour zien en hem die zo snel mogelijk ook zien winnen. Dat wordt straks genieten op Alpe d’Huez, de Tourmalet en de Ventoux: Van der Poel tegen Evenepoel, Mathieu tegen Remco. Met grote rondes is het evenwel zoals met de beurs: resultaten behaald in het verleden, garanderen…

Drie weken presteren is Star Trek – je betreedt onontgonnen stelsels in je eigen fysiologie – en niks zegt dat Mathieu en Remco, spijts hun onmiskenbaar talent, drie weken lang de energietank kunnen aanvullen.

 

20180730_De-Morgen_p-20-mail

Column over Geraint Thomas in De Morgen van 26 juli 2018

De dienaar is de heerser

De kansen van Chris Froome zijn nog maar eens kleiner geworden, maar als hij erin slaagt deze Tour alsnog in het geel Parijs te halen, kan dat niet anders dan met de grootste stunt in dertig jaar. Greg LeMond reed toen in de afsluitende tijdrit van de editie 1989 Laurent Fignon zoek. VRT-cocommentator José De Cauwer draaide aan de knoppen van ADR en zijn collega van de radio, Frank Hoste, reed in het team van LeMond.

Maar, beste trouwe volger van de Tour – bent u nog op post, want in Vlaanderen een kwart minder kijkers, hallo zeg -, er zal meer nodig zijn dan een vreemd stuur om Froome zijn vijfde Tour te laten winnen. Bijvoorbeeld een totale collaps van zijn ploegmaat en gele trui Geraint Thomas, maar wie gelooft daar nog in? Gisteren op die steile klim naar Saint-Lary-Soulan reed hij weer eens weg van zijn vriend ‘Froomey’. Neen, hij zondigde daarmee niet tegen de teamorders en neen, hij ging niet voor eigen kans. Hij moest Primoz Roglic schaduwen en deed dat met verve. Froome kon niet volgen. As simple as that.

Dat alles laat het beste vermoeden voor het tweeluik van vrijdag en zaterdag. Wie morgen in de 200 kilometer lange rit naar Laruns volle bak gaat, zal een dag later geen deuk in een pakje boter trappen in de tijdrit. Overigens, wie verzint zoiets: 200 kilometer op de voorlaatste dag van een lastige Tour en aan het eind van een Pyreneeën-vierdaagse, met een col van tweede en van eerste, plus twee van buiten categorie. En met de aankomst ook nog eens na de moeilijke afdaling van de Aubisque.

Wie verzon overigens die gekke start van gisteren en wat was daar de bedoeling van? Dachten ze nu echt dat één van die klassementsrijders meteen ervanonder zou muizen? Die nieuwelingenafstand van 65 kilometer is anderzijds dan weer de toekomst van het wielrennen als ze ooit eens willen beginnen denken aan verjonging van het kijkerspubliek.

Voor Geraint Thomas is de opdracht simpel: vandaag in de vlakke etappe naar Pau en morgen in de bergen Tom Dumoulin volgen
en een dag later geen twee minuten prijsgeven in de tijdrit van 31 kilometer. Dumoulin is een kraan in het tijdrijden, maar wie denkt dat Thomas niet kan tijdrijden dwaalt. De man is een verbeterde versie van Bradley Wiggins. Zowel Wiggins als Thomas heeft ooit zijn grootste wattages geduwd liggend op het stuur. Het is rechtop rijden dat ze hebben moeten leren.

Dumoulin moet dan weer aanvallen, maar riskeert op een ferme counter van Sky te lopen. Of een dag later de benen niet meer rond te krijgen. Froome moet ook aanvallen, maar: zie hierboven voor Dumoulin en de benen. Froome heeft één voordeel: hij is een vreemde snuiter, die er niet mee zit om uit te halen, dat heeft hij al bewezen in andere edities van de Tour en in de Giro. Dumoulin heeft dan weer één nadeel: hij heeft geen team als Thomas/ Froome en hij is geen vreemde snuiter.

En zo is deze Tour alsnog spannend geworden na die saaie eerste week en die vreemde tweede, waarin een man die gewend was te dienen ineens het geel moest aantrekken. De dienaar werd heel even de heerser en als dit niet was gepland, dan komt het Sky wellicht toch goed uit. Froome bovenaan het podium is pr-matig geen goed idee. Chris Froome zal dat inmiddels ook wel begrijpen en het zou hem sieren als hij morgen de verdediging van ‘G’ op zich zou nemen.

In het allermooiste scenario wint natuurlijk Tom Dumoulin na een demonstratie in de afsluitende tijdrit. De bescheiden en nuchtere Dumoulin verdient een Tour-overwinning voor alle spektakel dat hij heeft geleverd, maar Geraint Thomas verdient die nog meer. Heel stevig in de eerste week, heel sterk in de tweede en heel taai in de derde, daar valt niks op af te dingen.

Als daar maar geen verdachtmakingen van komen. Wie er toch aan zou denken: er is een verschil tussen op kop rijden voor een kopman en die uit de wind zetten, wat Thomas de andere edities moest doen, en zelf per ongeluk kopman worden en uit de wind worden gezet. Bovendien heeft Thomas al in de Dauphiné bewezen dat hij in de vorm van zijn leven zit.

Je kunt Sky die Tour-overwinning ook gunnen ter compensatie voor alle vuilnis die ze naar hun hoofd hebben gekregen. Nogmaals: zowel de affaire-Wiggins (corticoïden) als de affaire-Froome (salbutamol) is bij gebrek aan echt dopingnieuws en bij gebrek aan kennis van de dopingmaterie een opgeblazen bagatel.

Een overwinning van Geraint Thomas zou ook een mooie opgestoken vinger zijn naar die windhaan van een David Lappartient, die toevallig UCI-voorzitter is geworden omdat de UCI nu eenmaal vergeven zit van stoethaspels die niet weten wat ze met
hun zieltogende sport aan moeten. Onkunde kiest onkunde en toen Sky-baas David Brailsford de UCI-voorzitter als een Frans burgemeestertje wegzette, sloeg hij de nagel op de kop.

Froome wordt haast van zijn fiets geduwd, gespuwd en gescholden – meestal in het Frans – en daar mag niks van worden gezegd, aldus monsieur le maire.

 

20180726_De-Morgen_p-19-mail

Column Festina, de waarheid in De Morgen van 26 juli 2018

FESTINA DE WAARHEID

Vandaag twintig jaar geleden zat dokter Eric Rijckaert al meer dan een week in de gevangenis, nadat hij was opgepakt op de eerste rustdag in de Tour de France van 1998, en zou daar honderd dagen blijven zitten. Ik heb Eric Rijckaert leren kennen begin 1999. Hij was toen al erg ziek. Nadat hij in oktober 1998 na ruim drie maanden gevangenis was ontslagen, kon hij meteen naar de operatietafel: longkanker, een diagnose die hij zelf in de cel had gesteld toen hij zijn tbc-rx zag. Zijn ergste vrees kwam uit.

Nadien volgden de uitzaaiingen naar de hersenen en ook dat had hij zelf vastgesteld. Bij een fietstochtje nota bene, toen hij zijn pedalen en zijn voet niet meer op elkaar kreeg afgesteld. Wanneer hij later die avond in de Spaanse les de simpelste vervoeging niet meer kende, wist hij het zeker.

Rond die tijd belde ik aan. Net een half doodvonnis van een uitgezaaide longkanker gekregen, kwam er ook nog eens een journalist hem lastig vallen. Ik praatte mij naar binnen op aangeven van de uitgeverij, waarbij ik net een boek uit had, en die wisten dat hij op iets zat te broeden. Of hij hulp kon gebruiken met zijn boek dat hij wilde schrijven? Ik had ervaring als ghostwriter.

Dat ik wist dat hij le docteur X was, die een jaar eerder in L’Equipe Magazine een boekje had opengedaan over het epo- en cortisonegebruik en misbruik in het wielrennen, was een pluspunt. Mijn interview met een collega van hem, die anoniem getuigde (hij wist meteen wie het was) over de gangbare praktijken en hoe dokters daarmee gewrongen zaten, ook dat had hij gelezen. Dat ik nooit in de haag had gezeten om hem en zijn familie te bespieden, maar gewoon had aangebeld, dat vond zijn vrouw dan weer oké.

Een maand verder had ik daar al een keer of acht gezeten, bij dat haardvuur dat veel te hard brandde omdat hij het koud had en met op bijtafstand Arthur de huishond, grommend telkens als ik een centimeter in de richting van zijn baas bewoog. Er was koffie, veel koffie, en we praatten aan één stuk door, alleen onderbroken door zijn zorgzame vrouw die af en toe kwam vragen of alles oké was.

Er kwam een boek van, wat ook de bedoeling was. Het verscheen begin 2000 en hoewel hij wist dat hij nog maar kort te leven had, luisterde hij naar zijn advocaten, die alle passages waarin hij zichzelf van dicht of van ver zou kunnen beschuldigen uit het boek wilden schrappen. Ook over de anderen en over wat echt was gebeurd, hebben nooit de druk gehaald.

Het is twintig jaar geleden, nu mag het wel zeker?

Ik vroeg: “Wat deed Willy Voet met 235 dosissen epo in zijn auto? Dat lijkt op dealen.”

Eric antwoordde: “Dat blijft voor mij het grote mysterie. Volgens de schema’s bij Festina hadden wij vijftig dosissen nodig om het hele team een Tour lang op peil te houden. Onze epo zat netjes klaar in de frigo’s in garageboxen in Lyon. Wij wilden niet naar Ierland en dan terug de grens over met dat spul. En dan rijdt hij met 235 dosissen de Belgisch-Franse grens over. Voor wie of wat? Onze epo kwam uit Spanje of Portugal.

“Hij was de avond voordien infusen bij mij komen halen. Mijn vrouw kan het getuigen. Ik had hem gevraagd of hij producten bij zich had. Neen, had hij gezegd, alleen die baxters. Staan ze hem ook nog eens op te wachten aan de kleinste van alle grensovergangen.”

De magouilleur Voet had gelogen, die avond bij Rijckaert. Hij had gezegd dat hij nog eens bij zijn vriendin was langsgegaan voor een laatste uweetwel, maar Willy Voet was vooral langs het Gentse gepasseerd om een enorme hoeveelheid epo, groeihormoon en testosteron te komen ophalen bij een bevriende apotheker.

Voet was soigneur bij Festina, maar tegelijk dealer, fixer en trafikant voor enkele Franse ploegen en hun sportdirecteurs, die zelf niet makkelijk aan hun epo geraakten. Een aantal van hen is nu nog actief en zet tegenwoordig een erg grote mond op als het om dopinggebruik gaat. Voet was ook de man die achter de rug van zijn teamdokter om, old style, binnen het team zijn handeltje bleef drijven in extra ‘producten’. Dat alles met de bedoeling zijn schamel inkomen van Festina wat bij te spijkeren.

Op 27 januari 2001 zou Eric Rijckaert thuis overlijden, omringd met de beste zorgen. Sinds die zomer van 1998 ging hij door het leven met het voorvoegsel Festina-arts. Voor mij was hij veel meer. Hij leerde mij dat er niet één waarheid bestaat en dat – vrij naar Friedrich Nietzsche – fanatiek geponeerde overtuigingen gevaarlijker waren voor de waarheid dan leugens. Het heeft er mijn leven als journalist niet makkelijker op gemaakt, maar ik ben hem daar eeuwig dankbaar voor.

 

20180723_De-Morgen_p-20-mail

Column over SKY in De Morgen van vrijdag 20 juli 2018

Geen Shakespeare, wel teamwork

‘En telkens als een Sky-renner over de streep komt, weerklinkt boegeroep.” Dat zei Michel Wuyts gisteren op een neutrale toon. Als de Sky’s zijn uitgejouwd, als Chris Froome op 6,5 kilometer een duw kreeg van een man langs de kant, dan mogen de media zich dat aanrekenen.

Zelden is er meer onzin, ondeskundige en suggestieve praat verkocht – niet alleen, maar zeker ook op de VRT – dan over de salbutamolaffaire van Froome. Nooit eerder in zo’n delicate materie is de publieke opinie zo op het verkeerde been gezet. Eind vorig jaar, toen de regels van de salbutamoltesting ineens veranderden, had bij de specialisten van het cyclisme een alarm moeten afgaan. Niet dus. Wielrennen is de sport van bedrog, combine en achterklap en dus wordt steevast gekozen voor de samenzweringstheorie.

Het was trouwens opvallend dat die actie van die ene hooligan, die een zware boete verdient en zelfs een nachtje cel, niet vaker in beeld is gebracht door de regie. Mag niet natuurlijk van Tour-organisator ASO en zodoende kwamen de commentatoren er ook niet op terug. José De Cauwer had het wel gezien. De uitstekende wielercommentator (geen ironie, maar gemeend) Michel Wuyts zei niks. Het zal wel aan mij liggen dat ik dat vreemd vind.

Zoals ik het ook vreemd vind dat er openlijk wordt gesupporterd vóór Geraint Thomas, tegen Chris Froome en eigenlijk ook tegen Team Sky. “Toon toch lef. Rijd toch voor jezelf.” Zelfs De Cauwer, die voor een absolute kopman heeft gereden (Hennie Kuiper) en die weet wat dwingende ploegconsignes zijn, vindt dus dat Thomas halfweg de Tour zijn eigen kans moet gaan. Ook al betekent dat zijn eigen team, misschien zijn kopman en wellicht ook zichzelf opblazen.

Meenden ze dat echt? Dat verlangen naar chaos, naar het onvoorspelbare, valt vanuit het oogpunt van commentaren na die saaie eerste week nog enigszins te begrijpen. Alleen, je mag alles beweren over de etappe van gisteren en de drie Alpen-etappes tout court, maar niet dat die saai waren. Gisteren was een heel knappe koers en het was mooi geweest als Tom Dumoulin die rit op Alpe d’Huez had gewonnen, dan hadden de Nederlanders na dat inlopen van Steven Kruijswijk ook wat gehad op hun berg, die al een tijdje hun berg niet meer is.

‘Koningsdrama’ kopte een krant eergisteren. Hoezo? Omdat Sky met twee man voorin staat? Dat is nog al voorgevallen en dat is lang geen drama. Beter met twee vooraan dan met geen één. Oké, er moet worden gepraat, gediscussieerd, misschien zelfs worden gescholden, maar steeds in het belang van het team. In de Tour van 2012, die Bradley Wiggins won, is Froome ook tot de orde geroepen toen hij even voorop ging rijden. Hij gehoorzaamde.

Dat mevrouw Froome zich daarna op Twitter liet gaan, kun je Froome niet verwijten. Het is mij niet bekend of Thomas getrouwd is, laat staan of zijn vrouw op Twitter zit.

Thomas lijkt mij in deze ploeg een correcte nummer twee. Tot nader order, want misschien wordt hij wel de nummer één. Zoals Froome Bardet schaduwde en heel even zelf wegreed, deed Thomas hetzelfde met Dumoulin. Het was Dumoulin die Thomas terugbracht en in de sprint was die de snelste. Dat is geen Shakespeare, wel teamwork.

Het is nu wachten op de eerste verdachtmakingen aan het adres van Geraint Thomas. Als het om Sky gaat, vertrekken die altijd vanuit dezelfde elkaar bevruchtende bronnen in Zuid-Afrika, Engeland en Frankrijk en ze worden door de niet al te kritische media gewoon overgenomen. Dat pleistertje op die knie, zou dat geen doping zijn? Dat koffietje op de rustdag bij Sky, zit daar niks bijzonders in? Rijden die niet te snel bergop?

Thomas heeft het allemaal al eens meegemaakt in 2015, toen hij samen met Richie Porte de Tour op slot hield voor Froome. Hij werd toen weggezet als het winnaartje van de E3 Prijs dat ineens ook bergop met de besten mee reed. Wie Thomas en dus Sky verdacht vindt na de etappezege van gisteren hoort wel te weten dat deze jongen in zijn tijd als achtervolger al 700 watt kon leveren en niet één keer, maar verschillende keren in vier minuten.

Verdacht? Misschien even verder kijken op zijn palmares. De man is drievoudig wereldkampioen ploegenachtervolging en heeft op hetzelfde nummer twee keer olympisch goud gewonnen. Team pursuit is dé discipline van de grote motoren. Thomas is de nieuwe Wiggins en misschien zelfs een combinatie van Wiggins en Froome. De kijkcijfers voor de Tour waren tot nog toe desastreus, maar de derde week is alvast een aanrader. Spannender wordt het niet. Moge de beste (van Sky) winnen.

 

Geen Shakespeare, teamwork

Verhaal over Sport in Kroatië in De Morgen van zaterdag 14 juli 2018

In Kroatië was/is sport oorlog

Niets beter voor een jonge natie dan een oorlog of sportief succes om het nationaal gevoel op peil te houden. Kroatië had het allemaal, maar de laatste jaren toch minder. Wereldkampioen worden zou de sport uit het slop halen.

Lente 1999. Zomaar een ochtendscène bij het uitchecken in het Zagreb Sheraton. Een bloedmooie Kroatische vrouw huilt tranen
met tuiten. De televisie registreert, de radioman troost, de geschreven pers noteert. Lejla Sebrovic is diep ongelukkig want zopas is besloten dat ze geen Miss Kroatië meer is. De reden? Procedurefouten, luidt de officiële mededeling. De lokale collega’s weten beter: Lejla is fout omdat ze te veel Bosnisch bloed in de aderen heeft stromen. President Franjo Tudjman heeft er zich hoogstpersoonlijk mee bemoeid. De verkiezing is geannuleerd…

Tudjman was overal, die eerste jaren van de republiek die in oorlog was met haar buren. Missverkiezingen konden hem gestolen worden, maar een Bosnische die won, no way. Voetbal was het vehikel voor zijn populariteit. De overwinning op Nederland in de kleine finale van het WK voetbal van 1998 was voor een nieuwe natie van nog geen vijf miljoen mensen en voor Tudjman goud waard. Na prijzen in basketbal, handbal en waterpolo was dit de mooiste: brons op het WK voetbal.

Eerst ging Duitsland voor de bijl. Dat werd gevierd, zonder politieke agenda. Kroatië en Duitsland waren in de Tweede Wereldoorlog de beste vriendjes en de hedendaagse Kroatische vlag (rood en witte blokken) werd het laatst gebruikt door de Kroatische fascisten (vooral tegen het Servische verzet) in de Tweede Wereldoorlog.

Tennisheld Ivanisevic

Duitsland was het eerste Europese land dat ijverde voor Kroatische onafhankelijkheid, in tegenstelling tot Frankrijk, in 1998 de tegenstander in de met 2-1 verloren halve finale. Opnieuw, en nu in een finale, komt Kroatië Frankrijk tegen, in Rusland, twee landen die in de Balkan-oorlogen de kaart van Servië trokken.

Sport is oorlog in de Balkan. Na de zege tegen Duitsland droeg Robert Jarni de zege op aan “al zij die gestorven zijn of geleden hebben in de oorlog”. In 1993 al sprak de Kroatische tennisser Goran Ivanisevic: “Ik strijd voor mijn land en mijn tennisracket is mijn wapen.” Ivanisevic kan in Kroatië niet meer stuk. Hij was de eerste sporter die zich liet aankondigen als “Goran Ivanisevic van Kroatië”, in Sydney in 1991.

De soldaten die in zijn thuishaven Split naar het front vertrokken, scandeerden “Goran, Goran, Goran is een held”. In de jaren die volgden, steunde de Kroatische regering de sportredacties van de grootste kranten met reisbudgetten om in het buitenland de exploten van de Kroatische sporthelden te verslaan, een balsem voor de beproefde Kroatische harten thuis.

Politieke aspiraties uitdragen via sport ontstond in de Balkan onder het juk van de Habsburgers en later de Russische tsaren. Alle sportclubs in Kroatië hadden een etnisch en politiek karakter. Na de Eerste Wereldoorlog probeerde de Joegoslavische regering ze te sluiten. Tevergeefs. Na de Tweede Wereldoorlog, met de communisten aan de macht, werd in Joegoslavië een nieuwe poging ondernomen. Tevergeefs. De teams kregen wel andere namen.

Zagreb kreeg Dinamo en Split kreeg Hajduk. Ze kregen regelmatig bezoek van de geheime politie. Die rapporteerde al van in de jaren 60 aan Belgrado dat het ontstaan van supportersclubs op termijn een staatsvijandige factor kon zijn.

Dat bleek op 13 mei 1990, toen op een voetbalveld de eerste slag werd geleverd in de oorlog tussen Kroatië en Servië. Dinamo Zagreb tegen Rode Ster Belgrado eindigde met het afkondigen van de noodtoestand in de straten van Zagreb. Op het veld zelf was het tot vreselijke vechtpartijen gekomen. Zvonimir Boban was toen 19 en speelde een hoofdrol. Hij wordt tot vandaag nog steeds op handen gedragen omdat hij in zijn eentje de politie aanviel, die de Dinamo-fans onder handen nam.

In 1997 speelden Croatia Zagreb, het vroegere Dinamo, en Partizan Belgrado een heen- en terugwedstrijd in het kader van de UEFA Cup. Er waren geen rellen, omdat er ook geen supporters mochten meereizen. Elke Kroaat wist toen en weet ook vandaag dat het de eerste jaren niet meer goed komt tussen zijn volk en ‘zij’, zoals de Serviërs worden aangeduid. “De eerste tweeduizend jaar is er geen beterschap te verwachten.”

Uitblinkers in ploegsporten

Achtergronden voor dit verhaal komen van Nebosja Popovic, een voormalige handbalgrootheid van Servische origine, getrouwd met een Kroatische, geboren en getogen in Bosnië en professioneel actief in Zagreb en Belgrado. Begin de jaren 90 kwam hij naar Luik en werd daar hoofd van de afdeling orthopedie.

In 2007 vertrok hij naar het befaamde Aspetar-ziekenhuis in Qatar. Hij is na zijn vertrek maar een paar keer teruggekeerd. “De politiek heeft alles verknoeid. We waren een schitterend sportland en wat blijft er over? Veel talent, maar verdeeld over vijf kleine landjes.”

Kroaten hebben de techniek en Serviërs de tactiek en de discipline, zegt dr. Popovic, die zelf ooit olympisch goud won in het handbal met Joegoslavië. “De wortels van alle sport in de Balkan liggen in Kroatië. In Kroatië hadden ze steeds de beste opleiders van het hele land. De topcoaches kwamen dan vooral uit Belgrado, ook omdat het sportinstituut zich specialiseerde in trainingsleer.”

Dat alle Joegoslavische republieken uitblinken in ploegsporten, heeft verschillende oorzaken. De hang naar avontuur, de fysieke kracht, de cultus van de techniek pasten in het Joegoslavisch schoolsysteem van een halve dag school en een halve dag sport. De

Copyright © 2018 Belga. Alle rechten voorbehouden

clubs speelden daarop in en vanaf 12 jaar werd twee keer per dag getraind. Tot de regeringen in Belgrado en Zagreb vonden dat op de moderne Europese arbeidsmarkt meer scholing nodig was en het halvedagsysteem werd afgeschaft.

Dat was eind vorige eeuw en de prijs die daarvoor werd betaald, is hoog. Kleinere sporten als waterpolo en handbal blijven namens Kroatië nog wel medailles halen, maar grote sporten als basketbal, volleybal en voetbal zakten weg. De Kroatische nationale voetbalelf trapte, op een kwartfinale op het EK 2008 na, deze eeuw nog geen deuk in een pakje boter en vertrok naar dit WK als twintigste op de FIFA-ranking. Toch werd Kroatië aangezien als kleine schaduwfavoriet. Terecht, blijkt nu.

Een overwinning op het gehate Frankrijk in het ook al gehate Rusland – vergeet niet: de Balkan vergeet niet – zal tot een opstoot van nationalistische gevoelens leiden.

De hoofdstad zal nachtenlang feesten. Maar ook in Mostar, een stad in Bosnië-Herzegovina, zullen de Kroaten uit het westen feesten. De Bosniaks uit het oosten van Mostar zullen dekking zoeken. Die herinneren zich nog de zomer van 1998, toen de Kroaten na een overwinning op het WK hun automatische geweren leegschoten op het islamitische deel en een moslimvrouw aan de andere kant van de rivier Neretva onder de kogelregen stierf.

 

20180714_De-Morgen_p-18-19-mail 2

COLUMN TOUR DF: Strafschoppen in de Tour in De Morgen van dinsdag 17 juli 2018

STRAFSCHOPPEN IN DE TOUR

 

Zo, dat WK hebben we gehad. Nu de Tour. Heb ik met een half oog gevolgd, maar het bleek een heel oog te veel voor de eerste week. Van Wimbledon heb ik niks gezien, of bijna niks. Die ene keer dat ik de tv op Eurosport zette, was geheel toevallig toen John Isner nog eens een poging deed om de langste wedstrijd in de tennisgeschiedenis te spelen.

Maar de Tour dus, die eindigt in het weekend dat de Jupiler Pro League begint en goed zes weken vooraleer de Rode Duivels alweer aantreden in hun eerste Nations League-wedstrijd in en tegen IJsland. Ik vat de eerste Tour-week even samen voor u, zodat u vanaf vandaag kunt volgen. Verder vertel ik u ook wat er van de week zal gebeuren.

Hebben gewonnen in die eerste week: Fernando Gaviria namens QuickStep twee keer, Peter Sagan namens Bora-Hansgrohe en hemzelf ook twee keer, Dylan Groenewegen namens Lotto-Jumbo en heel Nederland ook twee keer. Voorts hebben de jongens van BMC de ploegentijdrit gewonnen en waren er nog twee ritten die er echt toe deden, en die werden op de Mûr de Bretagne gewonnen door Daniel Martin en in Roubaix door John Degenkolb.

Greg Van Avermaet had die twee ritten ook aangestreept, maar het werd niks. Hij rijdt wel al een hele tijd rond in de gele trui, maar iedereen weet dat de truien van de eerste week de minste waarde hebben. De gek die haar wil dragen, mag meteen met zijn ploeg op kop rijden.

Die rit zondag was de mooiste en de lelijkste rit van deze editie. Iemand zal toch ooit van bovenaf eens moeten verordonneren dat de Tour de France geen Hunger Games op wielen zijn. Wat is in godsnaam het nut van renners verplicht over kasseien te sturen, terwijl die daar de rest van het jaar bij hun volle verstand wegblijven?

In een normale Parijs-Roubaix doen er tien mee die denken te kunnen winnen en die rijden dan ook vooraan, samen met een aantal ploegmaats, wat de chaos min of meer overzichtelijk maakt. In deze Roubaix reden alle ploegen met hun kopman voor het klassement vooraan en ook nog eens die twintig man met hun ploegmaats, die dachten een kans te maken. Gevolg: chaos in het kwadraat, geen overzicht en valpartijen. Ga op de site van Velon eens kijken naar het filmpje dat ze daar hebben gepost van de rit van zondag.

Alle begrip voor het standpunt dat niet alleen klimmers een kans moeten maken op eindwinst in de Tour, maar regel dat dan met een ander tijdssysteem of met punten, maar niet als een soort bowlingwedstrijd met menselijke kegels.

Tegenover het vele leed en de tranen van zondag stonden tranen van vreugde en opluchting bij John Degenkolb. Omvergereden door de klassieke Britse toerist met veel te grote auto aan een costa, zwaar geblesseerd, geopereerd, in een wak beland en toch na twee jaar uit het dal gekropen, mooier wordt het verhaal niet.

Ondertussen hebben we gisteren de eerste rustdag gehad na een redelijk saaie week. De kijkcijfers van de Tour zijn voorlopig desastreus, in alle landen. Of dat te maken heeft met de worldcup voetbal dan wel een massaal afhaken, of een plotse sterfte in de oudere lagen van de bevolking, zullen we pas volgende week zien. De trend is niet gunstig en de voortekenen zijn nog minder gunstig.

Wielrennen is voor de kijker een soort mindfulness geworden: een vorm van meditatie, waarin men zich op een niet-reactieve manier bewust is van de fysieke en geestelijke sensaties en situaties van het moment. Zo stond het op Wikipedia en zo heb ik het geknipt en geplakt, het leek mij wel passen.

Vanaf vandaag wordt het anders, helemaal anders. Vandaag is de rit die Thomas De Gendt heeft aangestreept. Klein probleem: de rest van het peloton weet ook dat dit de rit is die Thomas De Gendt heeft aangestreept. De Gendt is de enige seriële ontsnapper van heel het peloton die een kans maakt op ritwinst en daarom is hij de favoriete collega voor dat soort waaghalzerijen. Als De Gendt zegevierend over de meet rijdt, is dat nooit eens in Bommerskonte maar op de Ventoux, de Stelvio, et cetera.

De Gendt weet dat het peloton weet dat hij die rit heeft aangestreept. Zijn kandidaat-medevluchters zijn hem al komen vinden gisteren op de rustdag: “Thomas, demain, tomorrow, morgen, mañana, domani?”

“Oui, yes, ja, si,” zal Thomas hebben geantwoord, verder geen gezichtsspier vertrekkend. Het wordt raden naar zijn plannen. Gaat hij al meteen op de Col de Bluffy (what’s in a name?) of wacht hij tot de Col de la Croix Fry? Het lijkt wel voetbal. Thomas De Gendt staat op de penaltystip. Schiet hij links of schiet hij rechts, niemand die het weet. Misschien weet hij het zelf ook niet. Misschien trapt hij zijn strafschop morgen, maar ooit trapt hij (het af), dat staat vast.

 

 

20180717_De-Morgen_p-21-mail

Brons met een gouden randje in De Morgen van 16 juli 2018

BRONS MET EEN GOUDEN RANDJE

(TE LEZEN ALS ONDERDEEL VAN ALLE ARTIKELEN EN COLUMNS OVER RODE DUIVELS, aub)

 

Gisterennamiddag stond de laatste act op het podium op de Grote Markt en toen was het langste zomerfestival definitief voorbij. Nadien volgde nog een onbetekenende encore: een optreden van Frankrijk en Kroatië. Ook voor een prijs, dat wel maar we couldn’t care less.

Een collega die in Moskou rondhing voor de finale app’te over de Rode Duivels en hun huldiging op de Grote Markt. Hij vond het tijdstip respectloos ten aanzien van de finale en vond ook: …gewoon geen huldiging…je bent derde.

Hij heeft een punt. Vier jaar geleden kon ik de houding van de Rode Duivels na hun terugkeer uit Brazilië wel smaken. Verloren in de kwartfinale van Argentinië na een kleurloze wedstrijd waarin ze nooit in hun spel kwamen, zwaaiden ze even naar het niet al te talrijk opgekomen publiek en gingen naar huis. Twee jaar geleden werden ze na de déconfiture in Rijsel tegen Wales net niet met pek en veren ingesmeerd en terug naar hun miljoenenkwartieren verjaagd. Dat was een overdreven negatieve reactie, maar zo zijn wij nu eenmaal.

Een topsportcultuur wordt mee bepaald door de wijze waarop topsportsuccessen worden gepercipieerd door publiek en door media. Wij hebben in dit land de kneuterige gewoonte elke sporter die vanzelf de weg terug naar huis vindt, prijs of geen prijs, op te wachten met een fanfare. Lang van huis zijn vinden wij ook al topsport.

Mag deze derde plaats op het grootste mondiale evenement in de grootste mondiale sport dan niet worden gekoesterd? Er is een verschil tussen koesteren en fêteren. Het rode festival in Brussel gisteren was er over. Het brons van Rusland 2018 is er één met een gouden randje, maar daarom moet je het nog niet vieren als goud.

Zouden de Rode Duivels beseffen dat ze ook politiek zijn gerecupereerd? Zo’n Didier Reynders die na afloop in Sint-Petersburg ineens op het veld stond en mee op de foto ging, dat was de schaamteloosheid voorbij. Wat doet onze minister van Buitenlandse Zaken in een land dat een passagiersvliegtuig met daarin ook Belgen uit de lucht heeft geschoten en dat nog steeds niet heeft toegegeven?

Gisterennamiddag moesten de Rode Duivels ook bij de koning langs. Ook dat was politiek. Filip zal die tricolore opstoot wel gesmaakt hebben en gedacht dat hier Belgisch garen bij te spinnen was. In landen met een echte topsportcultuur is contact met het koningshuis het hoogste. In Nederland geraak je daar met olympisch goud of als je met voetballen tweede wordt, niet derde. In Engeland dachten ze er nog voor de kleine finale niet aan de Queen lastig te vallen en een viering in de straten met een open bus hoefde ook al niet. Een land dat zeventig gouden medailles wint kan een sportprestatie net iets beter inschatten.

Wij Belgen zouden ook een dode mus vieren, als we maar kunnen vieren en er een festivalsausje kunnen over gieten. Deze derde plaats op het WK voetbal is geen dode mus, laat daar geen misverstand over bestaan. Zes wedstrijden op zeven winnen op een worldcup is weinig landen gegeven. Misplaatste euforie hoeft dan ook weer niet. In de eerste drie wedstrijden werd de tegenstander overklast en was geen twijfel mogelijk over de uitslag, in de volgende vier had de tegenstander telkens van België kunnen en soms moeten winnen.

Japan: ontsnapping, het kan niet genoeg worden gezegd. De lelijkheid en toevalligheid van de eerste goal na de 0-2 werd vergeten door de derde goal die in de highlights van deze worldcup komt. Brazilië: ontsnapping bis. Een owngoal, een belegering, een counter die 2-0 oplevert en dan weer een belegering overleefd.

Frankrijk: terechte nederlaag, zonder meer. Niet meer over zeuren, maar van leren. Te veel Belgen bleven onder hun niveau. Engeland: een vreemde wedstrijd waarin België twaalf keer op doel schoot en Engeland vijftien, waarvan respectievelijk vier en vijf ballen tussen de palen belandden. Engeland domineerde ook de corners (5-3) en het balbezit (57-43). Maar België won toch en Engeland verloor.

Een al te simplistische voorstelling van zaken is deze: in Rusland 2018 had België het geluk dat het miste in Brazilië 2014 en Frankrijk 2016. Met geluk in de sport is het als in het leven: het komt niet zomaar, je moet je er voor open stellen, investeren. In het voetbal betekent dat aanvallen. België viel veel en graag aan en had het geen corner afgedwongen tegen Brazilië, en was Kompany niet komen aandringen aan de eerste paal, dan had die geen owngoal opgeleverd.

Het grootste gewin van deze worldcup is niet die derde plaats, maar het besef dat een klein land ook groot kan zijn in topsport als de sterren gunstig staan. Grote landen zullen altijd een schaalvoordeel hebben, maar kleine landen kunnen met een goeie generatie en een juiste instelling elke grootmacht aan. België en Kroatië toonden dat dit toernooi.

Wat deze minitriomf voor onze Belgische topsportcultuur betekent is niet duidelijk. In andere sporten was al een kentering waar te nemen: prestaties van Belgische topsporters zitten over het algemeen in de lift. Heel vaak lag een goede opleiding aan de basis van die successen. Wat dat betreft loopt voetbal achter op andere sporten: de meeste Belgische internationals kregen hun postformatie in het buitenland en komen niet uit één of ander geniaal Belgisch voetbalsysteem. Dit succes was het gevolg van een toevalmodel. Daar verandering in brengen, is de opdracht voor de komende jaren.

 

20180716_De-Morgen_p-16-mail

Voor BEL-ENG om derde plaats: Aan jullie de keuze… in De Morgen van 14 juli 2018

Aan jullie de keuze: een goed of toch een historisch WK

Excelleren was hun doel en ze hebben woord gehouden. Vandaag om de derde plaats tegen Engeland moeten de Rode Duivels tonen dat ze ballen hebben en een voetbalhart dat op de juiste plaats zit. Derde is dan zo goed als eerste.

Sporten waarin apart om brons wordt gestreden, kennen het fenomeen: de derde is altijd blijer dan de tweede. Wie brons pakt, heeft zijn laatste kamp (meestal gaat het om gevechtssporten) gewonnen; wie zilver pakt, heeft goud verloren.

België kan derde worden als het vandaag Engeland klopt. Dat is de louter sportieve vertaling van de wedstrijd die vandaag om 16 uur Belgische tijd in Sint-Petersburg wordt gespeeld, maar er staat veel meer op het spel. De Rode Duivels anno 2018 kunnen hun populariteit in België en wereldwijd nog opkrikken door er een laatste keer vol voor te gaan.

Bij winst heeft de sportnatie België een zomer om nooit meer te vergeten. Jammer voor al die olympiërs die zo hun stinkende best doen, maar geen enkel goud op de Olympische Spelen heeft de impact of het prestige van een derde plaats op het WK voetbal. Alleen winst in de Tour de France door een Belg is van dezelfde orde.

Aan de Rode Duivels de keuze: wordt dit een goed WK, een erg goed WK zelfs, of ga je voor historisch goed? Willen jullie ons en de wereld nog één keer verbazen met dat positief, voluntaristisch voetbal waar de liefhebbers van o jogo bonito Belga zo massaal zijn voor gevallen?

Engeland is geen mooie tegenstander, maar wel een die wellicht het beste zal losmaken in de Rode Duivels. De helft speelt in Engeland en wil zich tonen, of heeft er gespeeld en is er niet helemaal voor vol aanzien en die willen zich zeker bewijzen. Komt daarbij dat Engeland en hun bondscoach Gareth Southgate van die derde wedstrijd in Sotsji een farce hebben gemaakt.

Eerst zeggen dat je vol voor groepswinst gaat en dan geen poot meer uitsteken als je een goaltje tegen hebt gekregen omdat zo Brazilië en Frankrijk worden vermeden, kan het hypocrieter? Niet onbelangrijk: als België nog eens kan excelleren met Eden Hazard en/of Kevin De Bruyne, Romelu Lukaku er een paar kan inprikken en Thibaut Courtois de nul kan houden, dan is de kans groot dat een of meer van die spelers een individuele trofee mee naar huis nemen. Staat altijd mooi op de schoorsteenmantel en het cv.

Bagatel

Ten slotte is er nog een bagatel waar de spelers wellicht niet van wakker liggen, hoewel ze daar na de daling van het pond als loontrekkenden in Engeland wel mee worden geconfronteerd: de brexit. Geef die arrogante Engelsen die denken dat ze het zonder de Europese Unie kunnen, gewoon een pak rammel. Toon de EU-onderhandelaars hoe het moet en stuur hen met lege handen terug naar hun island of splendid isolation.

Kevin De Bruyne was de eerste om de knop om te draaien na de jammerlijk verloren wedstrijd tegen de Fransen: “We willen derde worden.” Bij die wil om er nog iets van te maken, kan je je iets voorstellen, Kevin De Bruyne zijnde. Zijn halve finale was niet om over naar huis te schrijven. De spelerskeuzes, veldbezettingen en consignes wettigen niet de zeventien balverliezen van De Bruyne. Ook niet de 68 procent gelukte acties, het laagste percentage van alle Belgen op het veld. En al helemaal niet dat hij nul ballen recupereerde op een hele wedstrijd. KDB kende een offday tegen Frankrijk, dat speelde zoals de meeste ploegen tegen Manchester City spelen.

Misschien geeft hij die offday ooit wel eens toe. Kan iedereen gebeuren en het zou België sieren als ze met dit verlies tegen Frankrijk zouden omgaan zoals hun bondscoach: het was nipt, één standaardsituatie verschil en we hebben ons niks te verwijten. Herspeel die halve finale en misschien komt België dan wel op voorsprong, moeten de Fransen komen en kan België counteren.

Zege niet gestolen

Omgekeerd moeten de Belgen de Fransen ook niks verwijten en vooral niet beginnen zeuren over die scheidsrechter. Tegen Brazilië werd een strafschop tegen Kompany niet gefloten. De speelstijl van Frankrijk was bekend: de zaak gesloten houden, wetende dat er altijd een kansje komt. Gestolen hebben ze die overwinning ook niet. De statistieken zijn duidelijk: wie 60 of meer procent aan de bal is en daarvan negen keer op doel schiet met vier ballen tussen de palen, riskeert altijd te verliezen van een tegenstander die uit 40 procent en dus minder balbezit achttien keer op doel kan schieten waarvan vijf keer tussen de palen.

Frankrijk werkte niet eens efficiënt, maar normaal af. België niet. Dat is het verhaal van die wedstrijd en niet ‘het laffe Frankrijk tegen het positieve België’. Stop daarmee, dit Belgisch elftal is te goed om de Calimero uit te hangen.