Column over Importtalent in De Morgen van maandag 10 december 2018

Importtalent

Filip Ingebrigtsen (25) uit Noorwegen is in het Nederlandse Tilburg Europees veldloopkampioen geworden. De Ingebrigtsen-broertjes uit Sandness bij Stavanger, die door hun vader worden getraind, zijn fenomenen. Filip is de middelste. Hij was regerend Europees kampioen op de 1.500 meter, maar die titel kon hij deze zomer niet verdedigen omdat hij was gevallen in de halve finale.

Op slag werd zijn oudere broer Henrik (27) de nieuwe favoriet voor de finale. Daarin werd hij geklopt door zijn 17-jarige broer Jakob, die een dag later de 5.000 meter zou winnen. Filip Ingebrigtsen hield gisteren een vloot genaturaliseerde Kenianen en andere Afrikanen af.

Het kan niet anders of het EK veldlopen moet het favoriete sportevent van Theo Francken zijn. Tot gisteren waren de laatste tien edities acht keer gewonnen door Afrikaanse migranten. Ingebrigtsen is een ras-Europeaan, maar toch vooral een ras-loper uit een ras- sportland.

Afrikaanse importvoetballers kennen we al langer. Importlopers zijn een vrij recent verschijnsel en ze verschillen van de voetballers omdat ze zo snel mogelijk van nationaliteit veranderen. Waarvoor overigens begrip, want in hun geboorteland zouden ze er nooit aan te pas komen.

Het EK wordt sinds 1994 gelopen en de eerste twaalf edities zijn door geboren Europeanen gewonnen, waarvan de helft door Sergei Lebid uit Oekraïne. In 2006 in Italië kwam de eerste Afrikaan piepen: Mo Farah won, Somalië boven. Farah was een genaturaliseerde Brit, de enige wereldtopper die ooit op een Europees crosspodium stond. Later zou Farah de olympische titels aan elkaar rijgen als kraaltjes en vandaag loopt hij marathons.

Na Farah was het weer twee keer de beurt aan Lebid, die ook in 2010 nog eens zou winnen. Zijn zegereeks werd onderbroken door een Ethiopische Spanjaard, Alemayehu Bezabeh. In 2011 was het de beurt aan een andere Ethiopiër, Atelaw Bekele, namens België nog wel. 2011 was zijn topjaar en nadien verdween hij in de anonimiteit.

In 2012 won nog eens een bleke Europeaan, de Italiaan Andrea Lalli, opgevolgd door Bezabeh. Daarna won vier jaar op rij een Turkse Keniaan. Op Mo Farah na, zijn de nieuwe Europeanen geen A-Afrikanen, althans wat lopen betreft, zelfs geen B- of C-Afrikanen, maar een genetisch doorslagje van de beter gemotoriseerde versies die in Kenia en Ethiopië zijn gebleven om daar hun lopende boterham te verdienen.

Isaac Kimeli (24) bijvoorbeeld, die voor België gisteren zilver won, is een geboren Keniaan die er op wereldniveau voorlopig niet aan te pas komt. Hij kwam met zijn ouders naar België, niet om te lopen maar voor een beter leven.

Dat geldt ook voor de in Ethiopië geboren Dame Tasama (31 al), die al veertien jaar in België was voorleer hij gisteren voor het eerst in een Belgisch shirt aan de start van een loopwedstrijd stond. Hij eindigde op een kleine minuut van de winnaar, op de 21ste plaats. Tasama werd al in 2017 Belg, maar de Internationale Atletiekfederatie (IAAF) doet er lang over om atleten van nationaliteit te laten veranderen, tenzij je als land kunt lobbyen of – zoals in het verleden – de IAAF-top omkoopt.

Gelukkig zijn wij zijn geen Bahrein aan de Noordzee. Wij kopen geen talent. Bahrein won zijn eerste olympische gouden medaille ooit in juli 2012 in Londen met de Ethiopische Zenebech Tola op de 1.500 meter. Vier jaar won de Keniase Ruth Jebet de 3.000 meter steeplechase. Zij was al op haar zestiende omgepraat/ omgekocht om naar Bahrein te komen nadat ze een loopwedstrijd op school had gewonnen.

Bahrein reisde met 35 atleten af naar de Spelen in Rio. Meer dan de helft van de sporters was genaturaliseerd en kwam uit Ethiopië, Kenia, Marokko, Rusland en Nigeria. Het land heeft in totaal drie medailles behaald in tien Olympische Spelen, alle drie door import- Afrikanen.

Ook Turkije is een land dat actief rekruteert in Afrika. Of in Bulgarije, als ze nood hebben aan gewichtheffers. Een extra voorwaarde om genaturaliseerd te geraken in Turkije is afstand doen van de geboortenaam. Afbleken hoeft nog net niet. Gisteren streed Isaac Kimeli met Aras Kaya en Kaan Kigen Özbilen. Twee donkere jongens, zo donker maken ze die niet in Turkije. Ze komen uit Kenia en heetten ooit Amos Kibitok en Mike Kipruto Kigen.

De Belgische sport koopt geen buitenlanders, maar omarmt migranten die zich in de sport bewijzen en ondersteunt hen in hun ambitie net zoals ze identitaire Vlamingen, Walen of Brusselaars zou steunen. En we noemen ze ook geen Janssens of Dubois. Het is maar een suggestie: de winnaar van het rondje Maximiliaanpark voorrang geven bij het Klein Kasteeltje, is dat geen idee?

 

Importtalent

Advertenties

Column over de Sportprijzen in De Morgen van zaterdag 8 december 2018

Prijzentijd

In Nederland was er heel wat te doen de laatste weken over het Sportgala, waar onder meer de Sportman, Sportvrouw en Sportploeg van het Jaar worden bekroond. Het is, aldus columnist Thijs Zonneveld, appels met peren vergelijken en of ze daar niet beter mee ophielden.

Ik denk dat hij een beetje pissed was dat er opmerkingen kwamen over Tom Dumoulin. Domme opmerkingen, zoals dat die terecht niet de laatste drie had gehaald want dat hij toch niks had gewonnen en zo. Andere kritiek viel te beluisteren over de Sportvrouw van het Jaar. Haar coach was namelijk wel genomineerd (Raemon Sluiter), maar tennisspeelster Kiki Bertens niet. Bepaald vreemd.

Wat die appels en peren betreft, dat klopt helemaal en dat maakt het juist boeiend. In Nederland zelfs extra boeiend omdat de prijzen grotendeels worden toegekend aan de atleten dóór de atleten. Daar doen wij in België niet aan. De hoofdmoot van de stemmen komt bij ons van de sportjournalisten – houders van een sportperskaart is af en toe een betere omschrijving – en die stemmen soms voor iemand uit hun sport of van hun taalrol. Door koppigheid, heilige overtuiging of oogkleppen.

Het Belgisch Sportgala is op 22 december.

Eden Hazard, Koen Naert, Bart Swings. Bij de mannen.

Nina Derwael, Emma Meesseman, Nafi Thiam. Bij de vrouwen.

Zijn de supergenomineerden, in alfabetische volgorde, maar als ik de stemming onder de collega’s een beetje kan peilen, zou dat ook weleens de echte volgorde kunnen zijn. Ik zou dat jammer vinden want ik heb een andere tiercé.

Ik had Bart Swings op één, Victor Campenaerts op twee en Thibaut Courtois op drie. Waarom geen Koen Naert? Omdat ik die andere drie hoger inschat op de mondiale meetlat. Een Europese titel op de marathon is niet niks, het is zelfs heel wat, maar een derde plaats op een WK en een Europese titel, telkens in tijdrijden, dat zijn gewoon betere prestaties. Naert zal nooit derde van de wereld worden op de marathon en dat weet hij als geen ander.

Nog een geluk dat de prestatie van Campenaerts van de week door zijn biotoop wel correct was ingeschat – al was de voorsprong op Yves Lampaert in de Kristallen Fiets niet zo groot. Die wielerwereld heeft zich trouwens van zijn moderne kant getoond door bij de mannen een tijdrijder te bekronen die nog nooit een wegkoers heeft gewonnen en bij de vrouwen met Nicky Degrendele een baanwielrenster die wereldkampioen is geworden in een discipline die bij ons nooit wordt georganiseerd (keirin). Voorwaar hulde.

Het probleem met dat soort verkiezingen is het benchmarken. Sinds onze beroepsgroep in 1999 de winnares van het toernooi van Luxemburg, in de finale tegen een andere Belgische (Dominique Monami), enkele maanden later tot Sportvrouw van het Jaar bombardeerde, heb ik niet al te veel vertrouwen in de benchmark die de collega’s hanteren.

De eerste vraag die we ons moeten stellen: wat is het hoogste podium waarop een sportman kan presteren? Voor alle sporten zijn dat de Olympische Spelen, voor voetbal is dat de worldcup. Aangezien we geen wereldkampioen hebben bij de mannen, is de tweede plaats van Bart Swings in het schaatsen de hoogst aangeschreven prestatie.

Wie wil vergelijken tussen grote en kleine sporten begeeft zich op glad ijs. Voetbal is een grotere sport dan schaatsen, maar in de finale van Swings deden vier werelddelen mee. In de kwartfinale van de worldcup zaten nog twee werelddelen en bij de laatste vier bleven alleen nog Europese landen over.

Brons in een ploegsport kan voor een individuele prijs nooit hoger worden ingeschat dan zilver in een individueel nummer en toch wordt Eden Hazard wellicht Sportman van het Jaar, wat dan weer te maken heeft met de communautaire stemmen. Bovendien heb ik Thibaut Courtois op drie gezet, gevolgd door Kevin De Bruyne en dan pas Eden Hazard. Die nam een halve snipperdag toen we hem het meest nodig hadden, tegen Frankrijk, maar Courtois keepte een heel toernooi op erg hoog niveau.

Bij de vrouwen heb ik de drie wereldkampioenen op één-twee-drie gezet: Nina Derwael (gymnastiek), Emma Plasschaert (zeilen) en Nicky Degrendele (keirin). Eenvoudiger kan toch niet?

Wereld- en Europees kampioene aan de brug Nina Derwael heeft al alle mogelijke prijzen gewonnen, maar dat was een juryprijs van kenners (Trofee voor Sportverdienste), een puur Vlaamse prijs (Sportjuweel) en ook nog de Vlaamse Reus. Voor Sportvrouw van het Jaar moet ze voorbij de chouchou van de Franstalige pers, Nafi Thiam. Het zou een godgeklaagde schande zijn als een wereldkampioene in een van de sterkst bezette en meest mondiale olympische nummers het zou moeten afleggen tegen een Europese kampioene in een van de zwakst bezette atletieknummers van de laatste twintig jaar.

 

 

Prijzentijd

Verhaal over de jeugd in het voetbal in De Morgen van zaterdag 1 december 2018

Alle macht aan de jeugd

Anderlecht trekt voluit de kaart van de jeugd: afgelopen weekend stuurde paars-wit tegen Sint-Truiden een half elftal tieners het veld op. Maar niks is moeilijker dan voorspellen óf en wanneer wie klaar is voor het echt grote werk. Niet elk talent groeit uit tot een kampioen.

Hans Vandeweghe

Jonkies zijn het, snotneuzen die de ballen moeten dragen. Ze mogen met het eerste elftal meetrainen, met de klemtoon op mógen. Als ze te veel praatjes krijgen, of een gevestigde waarde dollen, krijgen ze van een stamoudere een beuk. De Bruyne die Januzaj torpedeert op training tijdens de World Cup, dat werk.

Wie zijn voet zet bij de groten en zich in actie bewijst, kan rekenen op wijde waardering van medespelers, de staf, het bestuur en het publiek. Niet te vergeten in het voetbal, ook het clubmanagement dat zich in de handen wrijft: weer eentje met meerwaarde, weer eentje om te verkopen.

Royal Sporting Club Anderlecht heeft dit weekend een record gevestigd voor een kandidaat-kampioen: vijf tieners in de basis en een zesde ingebracht in de slotfase tegen STVV. De jonkies deden het prima, het waren oudere, ervaren spelers van 29 en 24 die in de fout gingen. Er werd verloren, maar winst had ook gekund.

Onthou de namen: Sebastiaan Bornauw, 19 jaar, Albert Sambi Lokonga, 19, Alexis Saelemaekers, 19, Francis Amuzu, 19, Yari Verschaeren, 17. Werd ingebracht: Jérémy Doku, 16. ‘In Youth We Trust’ was ooit de slogan van Anderlecht, tot het een handelshuis werd voor de import en export van spelers op wie snel winst kon worden gemaakt. Die politiek ging ten koste van de aanwezige talenten. Nicolas Raskin, kapitein van de U17 die afgelopen zomer de halve finale van het EK speelde, verruilde in mei 2017 het grote Anderlecht voor AA Gent, precies omdat hij geen kans zag om zich bij paars-wit in de eerste ploeg te spelen.

Ajax en PSV achterna

Dat wilde het nieuwe Anderlecht niet meer laten gebeuren en toen Marc Coucke er arriveerde, was een van de eerste beleidsdaden het vastleggen van de grootste talenten. Coucke: “We hadden er dertien op het oog. Twaalf hebben getekend. Eliot Matazo is de dertiende en hij ging naar AS Monaco. De tijd zal uitwijzen of dat verstandig was.”

De recente koerswijziging van Anderlecht, vertaald door kersvers sportief directeur Michael Verschueren in zijn eerste persconferentie deze week, is deels te verklaren door opportunisme. Waren er geen tien geblesseerden, dan stonden die zes tieners vorig weekend niet tussen de lijnen. Zo’n opmerking krijgt Hein Vanhaezebrouck op zijn paard.

(blaast) “Zeker vergeten dat ik destijds bij KV Kortrijk al de negentienjarige Sven Kums heb gebracht? En de even oude Cheikhou Kouyaté? Ik hoor dat de trainers van Anderlecht twee talenten per seizoen moeten brengen. Ik ben hier een jaar en heb er al tien of elf gehaald. (lacht) Ik ben hier goed voor vijf jaar.

“Ge-haald, ze zijn mij niet gebracht. Toen ik hier aankwam en naar de beloften ging kijken, deed Saelemaekers niet mee, zat Bornauw op de bank, speelde Sambi ergens hoog op rechts en zat Amuzu ook op de bank. Twee maanden later zaten ze bij mij.”

Anderlecht wil Ajax en PSV achterna, wil ook de talenten langer aan zich binden in de hoop prijzen te winnen, maar doet het historisch beter dan zijn concurrenten als het op doorgroeien van eigen jeugd aankomt. Zowel Club Brugge als Anderlecht lieten de voorbije vijftien jaar dertig talenten uit de eigen jeugd debuteren in het eerste elftal. Bij Anderlecht slaagden er zeven, met Vincent Kompany (nu Manchester City) en Romelu Lukaku (Manchester United) als boegbeelden. Bij Club Brugge drie: van hen is Björn Engels van Reims de bekendste. Ook KRC Genk deed beter dan Club en heeft met Kevin De Bruyne en Thibaut Courtois ook twee sleutelspelers van de Rode Duivels.

“West-Vlamingen hebben wat meer tijd nodig”, beweerde hoofd opleidingen Pascal De Maesschalck van Club Brugge deze zomer. Een iets logischer uitleg zou kunnen zijn dat de speelstijl van Club Brugge – no sweat, no glory – lastiger is voor een jonge speler om in door te breken dan in het paars-witte (zelfverklaarde) champagnevoetbal. Dat was de laatste jaren helemaal weg en tot dit jaar waren Youri Tielemans en Leander Dendoncker van de klas van 2013 de laatste grote namen. Al is Dodi Lukebakio ook aardig op weg na zijn hattrick met Fortuna Düsseldorf tegen Bayern München.

Om het concept ‘jeugd’ en ‘jong’ te bepalen, is het van belang om de ideale leeftijd voor elke sport te kennen. Internationaal zijn er studies over de Olympische Spelen die uitwijzen dat je op je best bent op je 19de in vrouwengymnastiek, het ene uiterste, en 32,6 jaar in het schieten, het andere uiterste. Van de fysieke sporten zijn beachvolleybal en zeilen, sporten waarin ervaring het altijd haalt van de jeugd, uitschieters met gemiddeld dertigplussers.

In het voetbal beperkt men zich vaak tot het gemiddelde van de selecties. Als we er mogen van uitgaan dat op een World Cup de beste spelers per land worden geselecteerd, dan weten we dat Panama de oudste ploeg had met 29,4 jaar gemiddeld. IJsland en Costa Rica kwamen ook aan 29 jaar. België stelde een elftal op van gemiddeld 27 jaar. Frankrijk bleef altijd onder de 25 jaar. Nigeria had dan weer de jongste ploeg met 24,9 jaar gemiddeld.

In de Champions League van dit jaar stelde Ajax het tweede jongste elftal op met 23,8 jaar. Maar Real Madrid zit dan weer al jaren dicht bij de 30 en won de laatste edities. Er is geen correlatie tussen leeftijd en resultaat, dat is duidelijk.

Het onderzoeksinstituut CIES Football Observatory stelt in een van zijn rapporten: “Een performante jeugdacademie is geen garantie op succes. Het is hooguit een bewijs dat de club nadenkt over de toekomst en vooral van belang om het beeld van de club als een instituut te bevestigen.”

Dries Mertens

Anderlecht wil een instituut zijn en stelt het ook net iets mooier voor dan het is. Zo pakken ze straks internationaal uit met de zeven Anderlecht-producten die de kern haalden van de Rode Duivels, nummer één van de FIFA-ranking. Daarbij wordt ook Dries Mertens geteld, die op zijn zestiende door de paars-witte jeugdacademie werd afgeserveerd en naar Gent trok, om vervolgens een odyssee langs Eendracht Aalst en diverse Nederlandse clubs te beginnen. Het was Nederland dat hem erbovenop hielp.

Stijn Indeherberge, twee jaar teamarts van PSV en eerder van KRC Genk, kan de twee landen vergelijken. “In Nederland wordt nog meer gemonitord, zijn nog meer mensen bezig met de opvolging van de beloftevolle jonge spelers, maar de basisfilosofie van Genk en die van PSV verschillen weinig. Wat wij in Nederland wel vóór hebben op België, is dat onze belofteploeg in de Nederlandse tweede klasse meespeelt. Dat komt de intensiteit ten goede.

“Het voetbal is in Nederland ook meer op techniek gestoeld dan in België, dat beeld klopt ook. Als die jonge talenten bij de eerste ploeg komen, verschilt alleen de handelingssnelheid. Fysiek zijn ze zo goed als klaar.

“Nog een verschil met België: bij ons is het normaal dat ze drie dagen per week van 8 tot 5 op de club zijn. Dat wil niet zeggen dat ze altijd twee keer trainen – of toch wel, maar dan een ander soort training, zoals visualisatie, kracht of zelfs yoga. Als je dat in België vraagt, in de namiddag trainen, krijg je gemor. In Nederland is ook nooit een speler te laat.”

Opleiding als alibi

Er zijn uitzonderingen, maar over het algemeen is België een alibi-opleidingsland. In een studie die negen seizoenen omvatte,
vond CIES Football Observatory dat België van alle 31 onderzochte Europese landen op plaats zeven stond in de categorie leeftijd. Gemiddeld waren de voetballers van de Belgische eersteklassers 25,3 jaar oud, maar de spelers die minuten kregen waren gemiddeld 26,3 jaar. Kroatië spande de kroon als jongste competitie met 24,3. Cyprus was dan weer de oudste competitie met 27,5, maar de oudste ploegen vind je doorgaans in Italië.

AS Trencin uit Slowakije was de jongste kampioen ooit in Europa met een gemiddelde leeftijd van 21,7 jaar in 2014. In de winter van 2014 was ene Moses Simon daar geland en hij maakte Trencin mee kampioen. In de winter van 2015 verkaste Simon naar België en hij maakte ook AA Gent kampioen.

In de top tien van jonge Europese kampioenenteams springen er twee in het oog: Ajax Amsterdam in 2012 en PSV Eindhoven in 2014. Van Belgische teams en hun jeugd geen spoor. De Nederlandse kernen zijn gemiddeld niet eens een jaar jonger dan de Belgische. Het grootste verschil is evenwel de stabiliteit van de clubs, het verloop van de spelers: in België tekenen de club trained players
(drie jaar bij de club tussen 15 en 21 jaar) voor amper 6 procent van de gespeelde minuten. In Nederland is dat drie keer meer. Daar worden de speelminuten door 33 procent buitenlanders volgemaakt. In België is dat 64,6 procent.

Fiscaal steuntje

België heeft een heel gunstige belastingregeling voor voetballers en meer in het bijzonder voor jonge spelers. Op een salaris van 14.000 euro bruto per maand (de helft van het gemiddelde in het Belgisch voetbal) moet 6.610 euro bedrijfsvoorheffing worden betaald. Van die 6.610 euro moet een professionele sportclub slechts een vijfde doorstorten. De rest blijft voor de club. Voor spelers ouder dan 26 moet de helft van het teruggestorte bedrag naar de jeugdwerking gaan. Daarmee kunnen ook de lonen van jonge spelers worden betaald, vaak goedkope buitenlanders, door de bijzonder lage instap voor niet-EU-voetballers. In de praktijk is de controle daarop zo goed als onbestaande.

De gemiddelde leeftijd van de Belgische kampioen is met 24,98 jaar de vijfde jongste van heel Europa en die ligt nauwelijks boven die van Nederland: 24,19. Wil dat zeggen dat onze kampioenen rolmodellen zijn in het geven van speelkansen aan jonge spelers? Neen. Dat wil zeggen dat de jonge talenten in Nederland volop kansen krijgen terwijl onze ploegen uiterst geslepen zijn in het samenstellen van een kern die jong genoeg is om van alle voordelen te profiteren en waarmee toch een deftig, stevig en ervaren basiselftal tussen de lijnen kan worden gebracht. De alibi-jeugd kan later worden doorverkocht.

Loopgravenoorlog

In de jeugdopleiding komt het erop aan het talent op het juiste moment te brengen, goed te omkaderen zonder te pamperen, niet te zwaar te belasten. Maar wanneer is een talent klaar voor het grote werk? Gert Verheyen, voormalig trainer van de U19 van de Rode Duivels en nu aan de slag bij KV Oostende: “Bij de U19 hebben wij Bornauw getest. Die presteerde als een 25-jarige, in dat geval moet je niet twijfelen. Ook niet als ze in zware wedstrijden tegen de jeugd van Frankrijk en Spanje bijvoorbeeld het voortouw nemen. Dan weet je: dat zit goed. Dat is het fysieke aspect.

“Vervolgens komt de rest. Let die speler op bij de tactische bespreking, stelt hij vragen, of is hij nog een speelvogel? Dat ze voetbal nog als een spelletje zien, heeft ook voordelen. Die onbevangenheid, daar kun je als coach wel wat mee, maar dat ze hun positiespel niet verwaarlozen en hun verdedigend werk doen, is in het moderne voetbal al even belangrijk.”

Voor Hein Vanhaezebrouck is het een mix van alles. “Ik vraag de testresultaten, bekijk hun loopafstanden en vooral hun meters
aan hoge intensiteit. Als dat oké is, neem ik hen bij de A-kern. Het helpt natuurlijk ook dat ze bij Anderlecht de laatste jaren hebben gekozen voor beloftetrainers die eerder eersteklassers hebben getraind. Emilio Ferrera vorig jaar en Jonas De Rouck dit jaar, samen met René Peeters die al die gasten al jaren volgt: zij weten mij perfect te vertellen of iemand mentaal klaar is om in de eerste ploeg mee te draaien.

“Anderlecht heeft de laatste jaren in de jeugd wel wat eenzijdig gerekruteerd: kleine jongens, snel, dribbelaars die in de bal komen. Geen snelle sterke jongens en al helemaal geen lange sterke voetballers als Kompany en Vanden Borre. Alleen Barcelona kan het met twee lange jongens en allemaal kleintjes.”

 

Jongeren die in het Belgisch voetbal hun streng trekken, hebben bewezen dat ze hun poot kunnen zetten, zoals dat heet. Of dat volstaat om door te groeien, is daarmee nog niet bewezen. De Belgische competitie is de spelversie van een loopgravenoorlog, heel moeilijk en heel fysiek. Buitenlanders schrikken van de intensiteit waarmee duels worden aangegaan en van de tactische discipline, vooral dan op verdedigend vlak. Ook de competitieformule leent zich niet tot veel frivoliteiten in het hoofd van de coach. Met de opdeling in play-offs zijn haast alle wedstrijden na Nieuwjaar belangrijk geworden. Op het moment dat in Nederland de helft van de wedstrijden belangeloos is, en kan worden geëxperimenteerd, wordt in België gebikkeld tot in mei. Het jonge, soms frêle talent in zo’n loopgravenoorlog sturen, is een risico.

“Jeugd brengen in onze competitie is niet evident”, vindt ook Gert Verheyen. “Ik speel nu met Wout Faes (20 jaar, ex-Anderlecht, HV) in de verdediging en die trekt zijn streng tegen de zware jongens, maar ik wacht echt op een moment om Indy Boonen (jeugdspeler van Genk die drie jaar bij Man. United speelde en nu bij KV Oostende, HV) te kunnen brengen. Ik hoop dat we zo snel mogelijk gered zijn en Play-off 2 spelen. Dan kan ik eindelijk aan de talentontwikkeling doen die mijn club voorstaat. Tot dan heb ik punten nodig.”

 

20181201_De-Morgen_p-78_Alle-macht-aan-de-jeugd-all-mail

Column over Vranjes in De Morgen van zaterdag 1 december 2018

Clubcultuur

 

Toekomstige spelers van Anderlecht zouden voortaan op voorhand worden gescreend en bij aankomst in de club worden doordrongen van de clubcultuur. Met andere woorden, ze zouden een uitleg krijgen over de lijntjes, waar die liggen en waarbinnen ze moeten kleuren en bij voorkeur met welke potloden.

De aanleiding voor dat statement van afgelopen woensdag was het gedrag van de Kroaat Ognjen Vranjes, de dure verdediger die deze zomer is gehaald van AEK Athene voor 3,2 miljoen euro, terwijl de site Transfermarkt 2 miljoen al ruim voldoende vond. Vranjes vond er niet beter op het gooien van een molotovcocktail door AEK-hooligans naar de Ajax-fans deze week te verheerlijken op Instagram. De verontwaardiging was groot. Die is ook vreemd. Vranjes is in Griekenland al eens veroordeeld tot een voorwaardelijke acht maanden gevangenisstraf voor het aanmoedigen van supportersgeweld. Ik wist dat niet, maar ik moet dat niet weten, Anderlecht wel.

Bijvoorbeeld dat Vranjes het best kan worden omschreven als een randdebiel op noppen. Bovendien is hij een Bosniër, een Servische Bosniër, die rondloopt met de afbeelding van een veroordeelde oorlogsmisdadiger op zijn arm. Daar is nu ook weer van alles om te doen, maar dat is bijzaak: de Balkan was altijd al een fout wespennest, is dat nog steeds en zal dat in lengte van jaren blijven.

Het beste bewijs is de landkaart van de Republika Srpska die hij… Als u die zin mag afmaken, zegt u ongetwijfeld… altijd op zak heeft… of iets van die orde. Maar neen, hij heeft de landkaart laten tatoeëren, op zijn arm. Het is maar een klein stukje land en hij heeft een brede arm, dus dat lukte net.

Moraal van het verhaal: zo’n gestoorde (veertien keer veranderd van ploeg in elf seizoenen) hebben ze bij Anderlecht binnengehaald en op een voetstuk geplaatst als hun defensieve leider. Behalve een passage in Turkije en het Spaanse Gijon heeft hij altijd in orthodoxe landen gevoetbald, waar Afrikanen – en dat is dat zacht uitgedrukt – niet altijd welkom zijn.

Naast die Bosnische Serviër met fascistische sympathieën heeft Anderlecht een timide zwarte jongen uit Denemarken gezet, die ze voor tweeënhalf keer het bedrag van Vranjes hebben gehaald. En nog wat donkere en blanke kinderen uit eigen kweek voor en naast hem, en dan vragen ze zich af waarom de mayonaise niet pakt.

Zo’n Vranjes-verhaal kwam je weleens tegen in het basketbal van de jaren 80. Ik herinner mij een fenomenale zwarte Amerikaan die bij Damme kwam spelen. De naam ben ik kwijt, maar die avond speelde hij de tegenstander helemaal zoek. Een nieuwe sensatie voor de Belgische basketbalzalen? Niet echt, een paar weken later was het al minder: hij had zijn eerste centen gekregen, eindelijk een dealer gevonden en het zot in zijn kop, waardoor hij het in de VS niet had gemaakt, was terug.

Elke voetbalclub heeft haar verhalen van spelers die met geen tien paarden in toom zijn te houden. Meestal hoor je dan: dat wisten we niet. Jammer, maar helaas, met een beetje meer inspanning had je dat moeten weten. Zo gek als Tottenham moet het ook niet natuurlijk. Die verstopten scouts in het struikgewas om Jan Vertonghen bezig te zien op training, en vooral op de momenten dat
de trainer niet keek. Het rapport zei: werkethiek voorbeeldig, geen tattoos, geen rare kapsels, stabiele relatie met vriendin uit de kunstensector. En o ja, hij kan voetballen maar dat wisten we al. Advies: halen.

Oké, de Premier League, dat is de top van de voedselketen. Die kopen in de betere designerzaken terwijl wij onze spullen/spelers halen in de soldenbakken van de Zeeman. Daar zijn af en toe goede zaakjes te doen, maar ook goedkope spullen keer je best drie keer om. Vranjes en andere beschadigde goederen uit de snelverkoop laat je best liggen.

Nieuwkomers moeten worden doordrongen van de clubcultuur, van de normen en waarden van de club. Het was niet exact in die bewoordingen dat daar van de week werd aan gerefereerd, maar het was iets van die strekking. Lovenswaardig initiatief, voorwaar. Ik zie het zo gebeuren. Moussa Subsahara of Dejan Ikannic die op het trainingscentrum van Neerpede, maar evengoed in Oostakker of Westkapelle of in de Genkse bossen arriveren en die in een bad clubcultuur worden gedompeld.

Moussa, Dejan, dit zijn de waarden van onze club, zo gaan wij met elkaar om, wij zijn één grote familie, wij beledigen niemand, we respecteren onze medemens. We zetten geen nieuwe tattoos zolang we hier zijn – de oude mag je houden. We rijden niet te snel. We passen op voor groupies. We doen het met condoom en we eten altijd en overal met mes en vork. Japanners zijn vrijgesteld (van vork en mes).

We doen ons best, luisteren naar de trainer. Die heet trainer of coach en de voorzitter heet voorzitter. De clubmanager kijken we niet in de ogen want dat loopt slecht af. Als je braaf bent en lang geblesseerd geraakt, zetten we je niet op de ziekenkas. Anders wel. Maar als puntje bij paaltje komt, is onze enige cultuur die van de kamelenmarkt: we hebben je gekocht en we willen je zo snel mogelijk met winst verkopen.

 

Clubcultuur

Column over Sergio Ramos en doping in De Morgen van maandag 26 november 2018

Sergio Wiggins

 

Wild was ik nog niet geworden van de artikelenreeks van Football Leaks die als onthullingen werden gemarket. Dat huidig FIFA- voorzitter Gianni Infantino in 2014 als secretaris-generaal in het prille begin van de Financial Fair Play ging onderhandelen over een boete die had kunnen worden aangevochten, is eerder een daad van good governance, dan van corruptie.

Dat Manchester City in Afrika voetbalscholen heeft, ook dat was niet bepaald wereldschokkend nieuws. Iedereen heeft voetbalscholen, of had ze. Dat makelaars verschillende keren langs de kassa passeren, zijn we daarvoor van onze stoel gevallen? Niet bepaald.

Evenmin van de salarisdetails van Kevin De Bruyne en het geld dat naar zijn ouders ging. Hooguit trek je de wenkbrauwen op voor figuren als een Patrick De Koster – makelaar van KDB – die op het goeie moment aan de rand van een veld stond bij een jeugdwedstrijd. Daardoor werden ze multimiljonair, op de kap van het talent van een ander, zonder zelf ook maar een poging te hebben gedaan om een kiezeltje te verleggen, laat staan een steen. Misprijs die klaplopers.

Neen dus, in dat hele Football Leaks vond ik niks om van achterover te vallen. Tot zaterdag, dan ben ik er toch eens goed voor gaan zitten. Jammer genoeg moest ik in de Vlaamse poot van EIC, het doorgeefluik Football Leaks, flink doorbladeren tot ik de onthulling vond – jawel, eindelijk een onthulling – maar wel op pagina E14, verstopt in het economiekatern. In L’Equipe: pagina 21.

Sergio Ramos is na de UEFA Champions League-finale van 2017 betrapt op dexamethasone, dat is een corticosteroïd dat ontstekingsremmend, dus pijnstillend en euforiserend, werkt. Was het geneeskunde of was het doping? Doet er niet toe, de regels zijn er voor alle sporters. Gebruik van cortico’s is toegestaan als het niet systemisch, maar lokaal wordt toegediend of door middel van zalf. Voor andere gevallen, allergieën bijvoorbeeld, kan altijd een TTN of ‘toestemming uit therapeutische noodzaak’ worden aangevraagd.

Is allemaal niet gebeurd. In elke andere sport had Ramos daarvoor een straf gekregen. Een jaar had gekund. Ramos, kapitein van het meest succesvolle team in Europa, schreef een brief samen met de dokter dat hij was behandeld voor chronische pijn in knie en schouder en de kous was voor de UEFA af. Vreemd genoeg sprak de dokter over twee geneesmiddelen die hij had verward. Hij had namelijk celestone vermeld, nog een ander corticosteroïd. In elke andere sport had men geconcludeerd dat er bedrog mee gemoeid was, niet zo in voetbal.

Waarmee het bewijs is neergelegd bij de ex-voetballer/tegenwoordig analist die zich vorig jaar tegen mij verbaasde over wat er allemaal aan het licht kwam in het wielrennen. Waarop ik antwoordde dat ik de voetballers die cortisonespuiten krijgen voor de wedstrijd de kost niet zou willen geven. En of hij er dan nooit één had gehad. Jawel, zei hij, als het nodig was.

Waarmee ook het bewijs is geleverd dat voetbal altijd vrijuit gaat als het over doping gaat, met het epodossier van Juventus als meest flagrante voorbeeld. Er stond namelijk nog meer in dat artikel: Ramos die vrolijk ging douchen terwijl hij naar de dopingcontrole moest. Mag niet.

Ronaldo die ambetant wordt van een bloedafname, waarna de dokters van Real dan maar zelf bloed afnemen bij hem. Mag niet. De controleurs van de UEFA verzetten zich niet ‘omdat er te veel spanning heerste’. Real klaagde daarna dat de controleurs duidelijk niet gewend waren om met sterren om te gaan. In het wielrennen was die ploeg aan de schandpaal genageld en uitgespuwd.

De ‘vergissing’ van Sergio Ramos en Real Madrid is vele malen erger dan de vermeende misdaden die Bradley Wiggins en Sky hebben begaan in 2012. Dat dossier is ook door een lek naar buiten gekomen, toen door het Russische Fancy Bears, cyberspionnen die voor de Russische geheime dienst opereren. Fancy Bears en Football Leaks hebben trouwens veel gemeen: ze leggen gehackte info neer bij wie ze vermoeden dat die wel een smeuïg verhaal lusten zonder veel duiding en nuance.

Ook in de zaak Real Madrid/Ramos/Ronaldo is er eigenlijk weinig aan de hand. Cortico’s kunnen worden gebruikt, punt uit, en dus ook worden misbruikt. De grijze zone is te grijs en te groot, maar dat is niet de schuld van Real. Wat dit wel aantoont, is hoe de perceptie rond doping verschilt tussen voetbal en wielrennen.

Bradley Wiggins stond met een gerapporteerd en goedgekeurd gebruik van een corticosteroïd voor bewezen allergieën en astmaproblemen op de één van de kranten en werd door een deel van de wielerwereld aan de hoogste boom opgeknoopt. Real Madrid, het Team Sky van het voetbal, komt in een echte dopingstorm terecht, en voetbalwereld en media kijken verveeld de andere kant uit.

 

Sergio Wiggins

Verhaal met Peter Callant van KV Oostende in De Morgen van zaterdag 24 november 2018

‘Ik mis authenticiteit in het voetbal’

Ooit de jongste voorzitter in het volleybal, daarna sportsponsor over het hele land, maar sinds een half jaar eigenaar van een eersteklasser in het ontplofte Belgische voetbal. Peter Callant (52) heeft nog steeds geen spijt. ‘Al denk ik soms: rare wereld.’

“Toen ik KV Oostende overnam van Marc Coucke moest het snel gaan, al heb ik toch een paar weken nagedacht. De eerste reactie was ‘ja, maar’, met de nadruk op ‘maar’. Coucke heeft die ‘maars’ weggenomen. Misschien was er beter nog iets meer tijd over gegaan om beter zicht te krijgen op hoe dat voetbal in elkaar steekt en ook op de rekeningen van KVO, maar dat heeft ook zijn voordelen. Ik heb echt geen 15 of 20 miljoen betaald voor die club. Overigens zou geen enkele Belg dat betalen. Ook niet voor SK Lokeren, zoals ik nu hoor.

“Marc moest van KVO af, hij had Anderlecht. We hebben goed onderhandeld en hij heeft uiteindelijk nog een kapitaalverhoging doorgevoerd van 15 miljoen waardoor KVO schuldenvrij was. Dat laatste was een voorwaarde. Ik kreeg als sportiefste makelaar van het land de kans om een voetbalclub te kopen die mij op het lijf geschreven is. Als die trein passeert, moet je niet aarzelen.

“Over Coucke wordt veel geschreven en gezegd, maar ik doe daar niet aan mee. Natuurlijk heeft hij KV Oostende financieel op een niveau gebracht waar het intrinsiek niet thuishoort, maar dat weet hij zelf. De term ‘Coucke-vet wegsnijden’ komt trouwens van hem. Die investeringen hebben resultaten opgeleverd maar een garantie op succes is dat niet. Vorig jaar haalden ze in het seizoensbegin één op eenentwintig, met de duurste ploeg die KVO ooit heeft gehad.

“Ik heb nog geen moment spijt gehad. Ik zag meteen de opportuniteiten: passie, communicatie, naamsbekendheid, terugverdieneffect, het zit allemaal in ons model. Geen betere hefboom dan voetbal om zaken te doen. Nu helpt het ook dat wij een van de grootste business community’s van de hele eerste klasse hebben en het helpt nog meer dat ongeveer iedereen ook na het vertrek van Marc Coucke is gebleven. We zullen inzake inkomsten zelfs dit seizoen iets hoger uitkomen, vooral te danken aan de verhoogde tv-rechten na vijf volle jaren in eerste klasse.

Veel onderling wantrouwen

“Er wordt soms gezegd dat ik nieuw ben in het voetbal. Als voorzitter wel en dat iedereen je dan aanspreekt met voorzitter en niet met Peter zoals op kantoor, dat vraag ik niet maar dat krijg je er gratis bij. Ik heb wel een paar keer gezegd ‘zeg maar Peter’, maar iedereen zegt voorzitter. Oké dan. Ik heb wel ervaring als sponsor in het voetbal, bij Cercle Brugge en bij KV Oostende, en ik was samen met Marc vroeger nog bestuurder van deze club. Zo helemaal nieuw ben ik dus niet.

“Ik blijf wel afzijdig uit alles wat bond en profliga is, maar dat heeft alleen met mijn tijdsbesteding te maken. anderhalve tot twee dagen op zeven wil ik met het voetbal bezig zijn, de rest met het bedrijf en de privé. Ik ben ook niet zo vaak op Oostende. Oostende komt vaker naar Oostkamp.

“Ik ben nog zoekende. Neem nu de bedrijfscultuur. In mijn bedrijf heb ik geregeld een Callant meets Callant-sessie, intern overleg. Aan het eind zit een blokje ‘vragen aan de CEO’. Ik stel mij daar kwetsbaar op, ik deel dingen, ik probeer verbinding te maken. Ik wil een waardegedreven verzekeringsmakelaar zijn, met een DNA, een bedrijfscultuur en wederzijds vertrouwen.

“In het voetbal merk ik veel onderling wantrouwen. De kracht ligt in de verbinding onder elkaar. Leiderschap begint met waarden en vertrouwen. Met Hugo Broos (technisch directeur, HV) en Gert Verheyen (trainer, HV) heb ik dat. Misschien komt de dag dat ik Gert Verheyen zal moeten ontslaan. Ik hoop eerder dat hij weggeplukt wordt omdat hij te goed is voor ons en dat zal dan ook pijn doen, maar ik zal meteen naar een Gert Verheyen bis op zoek gaan omdat ik het gevoel heb dat ik met hem waarden deel. Ik praat met Gert en Hugo zoals met mijn vrouw: in openheid en in vertrouwen.

“De tevredenheid binnen mijn bedrijf ligt boven de 80 procent. Dat zal ik in het voetbal met al zijn passanten wellicht nooit halen en toch ga ik proberen het met KV Oostende anders te doen en van deze club een mooie club te maken met mooie waarden en mooie mensen. Oké als dat moeilijk is in het voetbal, toch gaan we proberen beter te doen dan de rest.

“Ons DNA is gewijzigd. Wij halen geen sterren meer als Lombaerts of Proto. Wij rekruteren spelers die we kansen willen geven: jonge spelers tussen negentien en vierentwintig jaar in wie we geloven maar ook oudere spelers die we een nieuwe kans willen geven zoals Tom De Sutter.

“Dat in het voetbal de salarissen hoger liggen dan in de verzekeringswereld, daar heb ik op zich geen moeite mee omdat je twee sectoren niet mag vergelijken. Dat er te veel wordt betaald vergeleken met wat voetballers bijbrengen aan de maatschappij en er over het algemeen heel veel geld in voetbal omgaat, daar ben ik het wel mee eens. Alleen gaat KV Oostende dat niet veranderen.

“Wat ik kan doen, is mensen aantrekken van wie ik denk dat ze eerlijk zijn omdat anderen mij daarvan hebben kunnen overtuigen
en omdat ik een goed gevoel bij hen krijg. Wij hebben nu een scoutingcel opgezet, want die had KVO niet, met onder meer René Verheyen en Jos Volders. Ik verwacht dat ze met spelers komen die we minstens vier keer gaan volgen en als iemand neen zegt, gaan we die speler niet halen.

Snel een miljoentje op tafel

“KVO behoort tot de ploegen die één keer in de tien jaar in de problemen kunnen komen en zouden kunnen degraderen. Door ons hoge budget moeten we daar één keer in de twintig jaar kunnen van maken en tegelijk goed aanwerven en vooral ook een eigen vermogen opbouwen, zodat we bij een tegenslag ook meteen kunnen ingrijpen. Er zijn nu naast mij al drie andere aandeelhouders ingestapt en er komen er nog bij. Ook dat is een extra garantie bij een tegenslag. Vroeger legde Marc Coucke snel een miljoentje op tafel. We hebben Coucke opgedeeld in meerdere Coucketjes.

“Gelukkig zijn wij in mijn eerste seizoen gespaard van sportieve zorgen terwijl we een nieuwe ploeg bouwen. KV Oostende speelt van wedstrijd tot wedstrijd beter. We hebben tien transfers gedaan: vijf daarvan presteren, vijf minder. We hopen die vijf ook beter te zien worden.

“Met de stress valt het bij mij wel mee. Er is wel een dimensie aan het supporterschap toegevoegd: de impact van wat er op het veld gebeurt, is zo gigantisch dat je winst of verlies meteen in rekening brengt. Ook na verlies slaap ik goed. Zelfs na die 0-4 tegen Gent ben ik niet uitzonderlijk humeurig. Ik word daar niet vrolijk van, maar ik ga ook niet naar de kleedkamer. Ik kom alleen bij de spelers in overleg met de technische staf en dat is voor de wedstrijd, maar ook niet te vaak.

“Ik laat mij voetbal uitleggen. Tijdens de wedstrijd zit ik naast Hugo in de tribune en zegt hij wat hij ziet. Elke dinsdag zit ik samen met Gert en Hugo en analyseren zij de voorbije wedstrijd. Niet op restaurant, ook niet in Oostende, maar in Oostkamp op kantoor. Ik heb ook een welomlijnd idee van de rol die de voorzitter moet spelen. Spelers vakantie geven? (lacht) Neen, dat zal ik niet doen. Een voorzitter vult zijn functie in zoals hij dat zelf wil.

“Mijn mond is nog niet opengevallen. Ja, er is een bom ontploft en overal hoor ik: we wisten dat toch? Maar wat weten we nu? Ben jij van je stoel gevallen, neen toch? Ik volg het dossier alleen van lezen in de krant. Wij zijn ook geen betrokken partij en ik laat het komen zoals het komt, maar dat de voetbalwereld ziek is, daar moet je mij niet van overtuigen.

“Toen Cercle in 2015 thuis miraculeus in extremis verloor van KV Mechelen met 2-3 nadat het 2-0 had gestaan en het 2-1 wordt door een flagrant niet gefloten buitenspelgoal, was ik sponsor. Ik was toen niet in het stadion maar ik volgde het wel. Ik heb toen een sms’je gestuurd in de 89ste minuut, naar Cercle: proficiat. Echt waar. En nadien keert het nog allemaal. Buitenspel en een strafschop onder meer. Was dat gefikst? Ik durf dat niet zeggen, maar er zijn dingen naar boven gekomen waarvan ik denk: hoe kan je nu zo als mens door het leven gaan?

“Er gaat te veel geld om in het voetbal en vooral bij de makelaars. Zij bepalen waar de speler speelt. Ja, Coucke heeft 3,8 miljoen euro aan Didier Frenay gegeven als commissie. Had hij dat niet gedaan, dan ging Landry Dimata naar een andere club voor minder geld. Frenay was met een erg goedkope Dimata afgekomen en had 30 procent op de doorverkoop bedwongen.

Drie keer cashen

“Dat is een goede deal maar in de contracten die wij met de makelaars hebben afgesloten sinds ik aan het roer zit, staan dat soort clausules niet. Die vergoedingen staan niet in verhouding tot de prestaties die de makelaar levert, punt. Wij betalen ook geen procent meer op het contract van een speler die al weg is bij Oostende. Het is toch niet te geloven dat er makelaars zijn die het normaal vinden om drie keer te cashen op het contract van een speler: bij KVO waar hij al weg is, bij een andere club waar hij naartoe is gegaan en ook al weer weg, en dan nog eens bij een derde club.

“Volledige transparantie inzake transfers en de makelaarsvergoedingen en alles neergelegd bij een licentie of andere commissie, dat is de oplossing. Als land zullen we dan wel een uitzondering zijn en misschien zullen we dan wel eens een speler mislopen omdat de makelaar op een ander meer kan verdienen. Het is dan maar zo.

“Ik ben niet geschrokken. Ik heb vooral meer moeite met de waarden in het voetbal, of het gebrek eraan. Dat de mensen niet altijd eerlijk zijn. Ik mis authenticiteit in het voetbal. Als je met iemand uit het voetbal spreekt, moet je je altijd afvragen: wat bedoelt hij nu, wat heeft hij niet gezegd, die laat het achterste van zijn tong niet zien, ik krijg hier maar een half antwoord. Het wielermilieu is veel echter.

“Heb ik ooit tegen jou gezegd: het is de deal van mijn leven? Dat zou kunnen. Ik zie dat nu niet anders, eerder een beetje genuanceerder. Het is lastig, een voetbalclub in veilige wateren krijgen, maar ik heb geen schrik van lastige dingen. Ik heb drie ironmans uitgelopen, dan ben je fysiek en mentaal een volhouder.”

 

Peter Callant.DM24nov18

Column over vrouwen en schaken in De Morgen van zaterdag 24 november 2018

Herdersmat

Vandaag vindt in Londen de elfde partij plaats tussen de Amerikaanse uitdager Fabiano Caruana (26) en Magnus Carlsen (27) uit Noorwegen. De nummer één en twee op de ranking van de Fédération Internationale d’Échecs (FIDE) spelen om de wereldtitel schaken.

De stand na tien partijen is gelijk. Beide schakers ontsnapten al eens miraculeus aan een achterstand en er staan twaalf partijen gepland, de laatste maandag. Staat het dan nog gelijk, dan spelen ze vier tie breakers snelschaken waarbij de tijd om na te denken gehalveerd wordt. Is het dan nog gelijk, spelen ze nog eens vijf partijtjes blitzschaken en daarna nog een sudden death.

In de marge van dit WK schaken was er weer een en ander te doen rond de positie van de vrouw in het schaken en verschenen verhalen over het hoe en waarom vrouwen in de minst fysieke van de sporten er niet aan te pas komen. Zoals in de echte sport, waar de fysieke, zeg maar fysiologisch-hormonale verschillen tussen man en vrouw de discriminerende factoren zijn.

Geen enkele vrouw haalt de schaak-top honderd. Gelukkig hebben vrouwen zoals in het tennis, waar geen enkele vrouw de top duizend zou halen, ook een eigen klassering en daarin staat een Oekraïense op één en de Chinese Yifan Hou (23) op twee. Die was laatst in Nederland en werd daar geconfronteerd met de uitlating van grootmeester/schrijver Hein Donner, die in 1972 in een krant had gezegd dat vrouwen niet konden schaken. Maar we moesten dat normaal vinden want (citaat) “dat vrouwen ook niet kunnen schilderen of filosoferen en dat er eigenlijk nooit iets door een vrouw gemaakt of bedacht is dat de moeite van het kennismaken waard is”. (einde citaat)

Zijn dochter diende hem in 2015 – erg postuum want de man stierf in 1988 – van repliek op het NK schaken. Haar vader had daar ongetwijfeld bij vermeld dat ze er wel erg lang over had gedaan om te leren schaken, en dan nog niet goed genoeg was om aan dat NK deel te nemen, tenzij om te spreken ‘als dochter van’.

Nu goed. Vrouwen kunnen wel schaken, zei Marian Donner. Vrouwen kunnen zelfs zeer goed schaken, stond onlangs in een opiniestuk in The Guardian. Natuurlijk kunnen vrouwen zeer goed schaken. De meeste vrouwen die kunnen schaken zullen dat beter kunnen dan ik, maar dit stukje gaat niet over wie weet hoe de stukken moeten worden verzet, maar over het alleruiterste uiteinde van de gausscurve met topschakers en daar zitten alleen mannen.

De beste schaakster ooit, de Hongaarse Judith Polgar, stond heel even tiende. Dat was in 2003 en op grond daarvan mocht ze meedoen aan het FIDE-WK-toernooi. Ze werd laatste. Nigel Short, ook een topper, zei onlangs: “Vrouwen hebben geen killerinstinct en kunnen niet parkeren, dat komt door hun genen. Ze moeten zich er maar bij neerleggen dat ze ook niet kunnen schaken.”

Natuurlijk kunnen vrouwen schaken en zelfs goed schaken, zeker ook excellent schaken, maar aan de top niet zo goed als de mannen en waar zou dat nu aan liggen? Is het de biologie? Of is het de sociologie? Is het nature? Of is het nurture? Zijn vrouwen niet hardwired of geprogrammeerd voor schaken zoals Nigel Short concludeerde of komt het omdat vrouwen gewoon met veel minder zijn om te schaken en daardoor minder vertegenwoordigd, zoals de vrouwen willen geloven.

Dat laatste argument is een zwaktebod want het geldt voor alle topsport en wellicht nog het minst voor schaken, dat veel toegankelijker is dan fysieke sporten. In geen enkele andere sport behalve schaken heeft een vrouw ooit de top tien gehaald.

Als het om het niveauverschil tussen mannen en vrouwen gaat, worden wel meer achterhaalde dooddoeners gebruikt. Zo zijn er nog steeds vrouwen die artikels en zelfs boeken schrijven over ‘de mythe van het testosteron’ en dat de sportende vrouw de man zal kloppen, de dag dat ze zich van dat hormonaal complex kan ontdoen. Dat opschrijven is één, en werkt ongetwijfeld therapeutisch, maar dat ook publiceren komt aardig in de buurt van het licht van de zon ontkennen.

Natuurlijk is de vrouw hormonaal anders en dus minder dan de man als het om topsport gaat. Dat is niet te verwonderen, want
sport en daarvan afgeleid topsport is een tijdverdrijf dat de dominante man heeft uitgevonden om zich te amuseren volgens zijn voorgeprogrammeerdheid. Had de vrouw de macht gehad, dan zagen sport en spel er heel anders uit, was de vrouw misschien beter dan de man omdat sport en spel zou focussen op andere kwaliteiten. Welke, kan ik met mijn eng mannelijk brein niet direct verzinnen, maar ze bestaan ongetwijfeld.

De vraag is of analytisch en strategisch denken – en nu komen we weer bij topschaken – misschien ook een typisch mannelijke eigenschap is. Daar lijkt het op en dat heeft echt niks te maken met vermeend biologisch reductionisme maar alles met wetenschap: testosteron speelt een rol in strategische planning, cognitief gedrag, alertheid en geheugen, zeggen studies.

Is dat nu allemaal zo belangrijk? Wel neen, natuurlijk niet. Bovendien zijn er ook dingen die de meeste vrouwen veel beter kunnen dan de meeste mannen, alleen schiet mij nu even niet iets te binnen.

 

Herdersmat

Column Oranjelief in De Morgen van maandag 19 november 2018

Oranjelief

 

Retour sur terre, blokletterde L’Equipe zaterdagochtend.
De Volkskrant was sereen: “Oranje dompelt Kuip in pril geluk … alsof een nieuwe geliefde zich heeft aangediend.”

In het Algemeen Dagblad, in een blokje onderaan links op de één gemoffeld, alsof ze het niet hadden verwacht: “Opwindend Oranje vloert wereldkampioen” en binnenin “Oranje telt weer mee in Europa”.

De Telegraaf, in een blokje bovenaan rechts: “Oranje overklast wereldkampioen”.

Het was geen nieuwe geliefde die zich aandiende vrijdagavond. Het was de grote liefde van je leven, even on hold gezet omdat de geliefde rare dingen had gedaan waar je even niet bij kon, maar die, toen ze in volle glorie aan je verscheen, je weer instant deed smelten.

Na de les fietsherstelling wilde ik volkomen hersenloos bij een stukje oude vlaskaas ‘The Voice for Kids’ bekijken maar in de reclame – reclames van zeven minuten zijn geen blokjes meer maar hele reclamebomen – zapte ik weg en zag tot mijn stomme verbazing dat Nederland speelde en ook nog eens op de NOS. Ooit was er een tijd dat ik dagen op voorhand uitkeek naar een wedstrijd van Oranje en de media er op voorhand op naploos.

Na de World Cup van 2014 was dat weg. De rechten zaten toen ook al lang ergens bij een commerciële zender die je illegaal moest streamen op zo’n kutschermpje en het voetbal was dan ook al lang niet meer om aan te zien. Dus: fuck off Holland. Het verbaasde mij tegelijk hoe Nederland precies in een periode van hoogconjunctuur als kleinste grote sportland er maar niet in slaagde dat mythische voetbalelftal weer aan de praat te krijgen.

Nu moeten we ook niet overdrijven met die Nederlandse dip en die Belgische euforie. De Rode Duivels hebben de laatste vijftig jaar één vierde (1986) en één derde plaats (deze zomer) behaald op de World Cup en vertoeven nu op een wolk. Nederland heeft sinds 1974 drie finales gespeeld en een derde en een vierde plaats behaald. Die laatste finale was in 2010 en de laatste halve finale in 2014, weze het met onhollands voetbal.

In het Grote Geschiedenisboek van het Voetbal is Oranje het beste team dat nooit iets won. Oké, de Europese titel dertig jaar geleden, die wel. Toen met alle geluk waar het hen in de andere grote toernooien op beslissende momenten aan had ontbroken. Maar wel verdiend.

Dus geen ‘The Voice for Kids’, dan maar de huiskamersfeer verknald en Nederland-Frankrijk laten staan, beroepend op de dooddoener “het is wel mijn werk, hoor”. De intensiteit droop van het scherm. Dat liep en dat vlamde, dat combineerde en attaqueerde. Niet de Fransen. Wat dat betreft had De Volkskrant gelijk, het was mak. En Paul Pogba ontbrak, maar het is hoogst twijfelachtig dat hij de zaak had kunnen keren.

Wat overigens opviel, en dat moet Martínez doen knarsetanden, is dat de Fransen fysiek onder lagen bij de Nederlanders. Oranje heeft ook in het verleden al wel eens fysiek gespeeld en moest toen de toevlucht nemen tot hard en soms gemeen spel – dat waren de Khalid Boulahrouz- en Nigel de Jong-jaren – maar deze fysieke slag werd gewonnen op basis van hoge druk, correcte tussenkomsten, snelheid van uitvoering en bijzonder gevarieerd aanvalsspel. Negen fouten tegen veertien voor Frankrijk, één geel tegen vier voor de Fransen, zestig procent balbezit, twaalf shots on target tegenover twee en meer en zuiverder passing.

Omgekeerd, omdat de wedstrijd al was begonnen, moest ik even zoeken naar Kylian Mbappé, de TGV die iedereen altijd het nakijken geeft. Of die wel meedeed. Hij deed mee, maar niet echt. Eerst zeilde die zo’n beetje rechts om Danny Blind er af te lopen – dat had op halve snelheid al tien meter gescheeld op een rak van twintig – maar daar kwam hij niet eens aan toe. Halfweg de tweede helft ging hij meer zwerven, maar kwam daar Matthijs de Ligt (negentien jaar) of Denzel Dumfries tegen.

Nederland toonde hoe je Frankrijk moet aanpakken en al is de ene wedstrijd de andere niet en het ene toernooi ook het andere niet, meerdere voetbalkenners die er veel meer van kennen dan ik menen dat die halve finale op de World Cup in Rusland niet door Frankrijk is gewonnen, maar wel degelijk door België is verloren, precies omdat het is meegegaan in het Franse controlevoetbal.

Dat is wat Nederland nu net niet deed: die gingen er van minuut één vol voor en speelden de Fransen in de tweede helft zelfs helemaal zoek. Stond Hugo Lloris niet als een octopus te keepen, dan was het 5-0 geworden. De 3-0 van Nederland tegen Duitsland half oktober was overdreven. Alles zat toen mee en bij de Duitsers zat alles tegen. 0-3 had ook gekund in die knotsgekke wedstrijd, maar het werd 3-0. Ook de vriendschappelijke interland tegen België (1-1), drie dagen na de euforie tegen Duitsland, was geen echte maatstaf omdat er maar één helft echt werd gevoetbald.

Is mijn oude liefde Oranje terug? Met dat lief weet je nooit. Voor je het weet, loopt ze weer arrogant naast de schoenen en schreeuwt het van de daken hoe mooi en bijzonder ze wel is. Vanavond in Gelsenkirchen volstaat een gelijkspel in en tegen Duitsland. Die hebben nog een eitje te pellen met Die Holländer. Bild kopte zaterdag: Holland macht uns zum Absteiger, Holland maakt ons tot degradant.

Ik tik dit stukje voor de uitslag van Zwitserland-België bekend is. Als België en Nederland doen wat ze minimaal moeten doen – gelijkspelen – krijgen we in juni van volgend jaar mits de loting mee wil de eerste derby der lage landen in twintig jaar die ergens om gaat.

(Naschrift: inmiddels is bekend dat België in Zwitserland is ‘gestruikeld’ dus geen DDLL.)

Oranjelief-mail

Column Eigen Schuld over voetbalschandaal in De Morgen van zaterdag 17 november 2018

Eigen schuld

Groot gejuich steeg op uit de banken van de advocatuur en hun copywriters van de media: de eerste onderzoeksrechter die iets onderzocht waar hijzelf veel van kende, is gewraakt. Dat hij er iets van kende, wees op partijdigheid. Wie het inzake moraliteit een beetje op orde heeft, wenst die procedurepleiters de ergste ziekten toe. Maar dat is niet netjes en niet alleen omdat sommigen al erge ziekten hebben.

Natuurlijk hoop je dat de meesters Rieder/Van Steenbrugge/Mary en al die andere mediageile tafelspringers – waar is de Jef, vraag ik mij al de hele tijd af – straks alsnog ongenadig op hun bek gaan, maar bekijk het ook eens van de andere kant. Procedures zijn er om ons te beschermen tegen dictators, en als dat wat overtrokken klinkt, probeer dan juridische willekeur. Wie wil straffen, moet het pad van de wet bewandelen en daarom is de wraking van Joris Raskin als onderzoeksrechter logisch en terecht.

Misschien moeten we Rieder zelfs dankbaar zijn en is de wraking goed nieuws en kan het onderzoek gewoon door een andere onderzoeksrechter worden voortgezet. Hopelijk kunnen alle onderzoeksdaden behouden blijven – dat is wat bedoeld wordt met op hun bek gaan – waardoor we nog meer te weten komen dan wat we nu weten.

Gisteren werden weer een aantal verdachten vrijgelaten en dat is geen tel te vroeg. Het moment om even afstand te nemen. Misschien dat de fans van KV Mechelen, Waasland-Beveren, Cercle Brugge, Eupen, Moeskroen en Westerlo al een paar weken denken dat
de wereld is vergaan, maar dat is niet het geval. Operatie Propere Handen heet bij het gerecht Operatie Zero en misschien komt dat dichter bij de waarheid, maar dat valt nog af te wachten.

Overschatting

Overigens is de naam Operatie Propere Handen een belediging voor de echte Operazione Mani Pulite van onderzoeksrechter Antonio Di Pietro. Die overschatting komt van de Vlaamse media. Onheus gerommel door voetballers en hun acolieten/parasieten verwarren met een zaak die een hele natie op de grondvesten deed beven en een premier in staat van beschuldiging stelde, is belachelijk overtrokken.

Voor wie af en toe ook eens iets anders leest dan de voetbalpagina’s en ander nieuws beluistert of bekijkt, of helemaal niet in sport is geïnteresseerd, blijft het hele schouwspel wellicht verbazing wekken. We hebben het over het fiksen van wedstrijden in een competitiebestel dat zo slecht is georganiseerd dat het smeekt om bedrog. Verwondering? We hebben het over zwart geld en witwas in een sector die al decennia aan elkaar hangt van de corrupte figuren.

We hebben het ook over een sector die onheus veel gunstmaatregelen krijgt en zich derhalve het best keurig gedraagt, dus met respect voor de wet, incluis de belastingen, en ook voor de fair play als daar nog tijd en ruimte voor is. Tegen dat laatste is gezondigd, maar als het stof straks is gaan liggen, zullen we weer tot dezelfde conclusie komen: was dat klotevoetbal echt al die drukte waard?

Iets anders, een beetje demagogisch, maar toch: zouden in het kader van het onderzoek naar de Bende van Nijvel ooit 220 politieagenten samen huiszoekingen hebben gedaan? En meer dan vijftig huiszoekingen in die voorbije 35 jaar?

Die gevangenisstraffen, huisarresten, enkelbanden: is het vergrijp echt van die grootteorde? In september van dit jaar trof het Antwerpse parket een schikking ter waarde van 50,9 miljoen euro met ene Louis Reijtenbagh voor belastingontduiking, witwassen en het vormen van een criminele organisatie. Precies wat de makelaars en voetballers en clubs wordt verweten, alleen een paar nullen meer. De heer Reijtenbagh heeft geen nacht of geen dag in de cel gezeten. Hij heeft ook geen penalty’s gefloten die er geen waren, dat klopt.

Operatie Propere Handen is een vaudeville geworden met heel veel slechte acteurs. Als straks het doek valt, zullen een paar flinke boetes worden uitgedeeld. Enkelingen zullen worden geroyeerd voor het leven. Een heksenverbranding wordt het, zoals dat in dopingzaken gaat en precies zoals met doping zal men het probleem niet bij de wortel aanpakken.

Uitverkoop

Los van het witwassen en zwart geld en onheuse facturen voor niet-geleverde prestaties die terugvloeien uit het buitenland is deze hele affaire terug te voeren op het slechte beheer van de voetbalsector. De overheid heeft het nagelaten strenger te reguleren, heeft ook nooit maar iets ondernomen om de uitverkoop van haar clubs aan het schimmige buitenland tegen te gaan. De voetbalsector heeft het nagelaten zichzelf te reguleren en te corrigeren.

Dat Moeskroen jaar na jaar een licentie kreeg terwijl het in handen was van een constructie opgezet door makelaars om zelf buiten beeld te blijven en dat de directeur van de Profliga daar openlijk zo over communiceert, wat betekent dat de hele Profliga dat wist, tart alle verbeelding. Eigenlijk past hier één conclusie: eigen schuld, dikke bult, voetbal en overheid.

 

Eigen schuld-mail

Verhaal over brexit in de sport in De Morgen van zaterdag 17 november 2018

Britse sportwereld houdt hart vast voor de brexit

Bij de Britse sport en vooral het voetbal zitten de grootste fans van Theresa May en haar zachte brexit. Wie wint of verliest met de brexit is nog niet duidelijk, maar de Europese merries kunnen wel al een feestje bouwen.

Inmiddels zal het optimisme al minder zijn, maar woensdag ging toch een zucht(je) van opluchting door 30, Gloucester Place in Londen, de hoofdzetel van de English Premier League, de sterkste, rijkste en grootste voetbalcompetitie ter wereld. Als de brexit er dan toch moet komen – liever niet, voor alle duidelijkheid – dan kiest de Premier League voor de zachtst mogelijke formule, waarbij het Verenigd Koninkrijk zo dicht mogelijk bij de Europese Unie blijft aanleunen. Lees: waarbij de migratie van voetbaltalent zo min mogelijk aan banden wordt gelegd en hopelijk het pond niet nog eens een klap krijgt.

Kapitaalsinjectie

Iets verderop, in het Wembley Stadium, zijn de meningen bij de Football Association, de voetbalbond van het Verenigd Koninkrijk, verdeeld. Zoals wel vaker staan de belangen van de FA diametraal tegenover die van de Premier League, die in september 1992 van start ging als een afscheurliga van rijke eersteklassers die geen zin meer hadden in delen met minder rijke clubs.

Het commerciële succes van de Premier League valt te verklaren door de modernisering van de stadions na het Hillsborough-drama in 1989 en de vrijmaking van de Europese televisiemarkt, waardoor ook niet-staatszenders op de rechten konden bieden. Dat was halverwege de jaren 90. Het leidde tot een enorme kapitaalsinjectie in het Engelse voetbal, dat – de timing was perfect – vanaf 1995 ook nog eens ongehinderd spelers uit de Europese Unie kon aansluiten ten gevolge van het Bosman-arrest.

Die uitspraak bepaalde niet alleen dat spelers vrij waren na afloop van hun contract – wat in de praktijk nog zelden voorkomt. Om de hardleerse bonden te straffen, drukte het Europees Hof extra hard op het gaspedaal: voortaan zou ook binnen de Europese voetbalcompetities het vrije verkeer van personen gelden. Met andere woorden: quota voor buitenlanders konden nog wel, maar niet als ze EU-burger waren. Later werd dat uitgebreid naar Noorwegen, Liechtenstein en IJsland, de leden van de Europese Economische Regio (EER), en ook Zwitserland.

Vervolgens kwam het Europees Hof met het Kolpak-arrest, dat bepaalde dat burgers uit landen met een handelsovereenkomst met de EU dezelfde rechten genoten. Daardoor kunnen veel rugby- en cricketteams in Engeland spelers uit Zuid-Afrika en Fiji contracteren. Ook die zijn tegen de brexit.

Het Engelse voetbal is verdeeld. De meeste clubeigenaars in de Premier League zijn vierkant tegen de brexit, bij anderen neemt de nostalgie naar de splendid isolation de bovenhand op de commerciële ratio.

Maar de (top)clubs staan ook diametraal tegenover de voetbalbond. In mei 2014 kwam de FA met een rapport voor de dag, The FA Chairman’s England Commission geheten, over de nationale ploeg die belabberde resultaten had neergezet. Oorzaak: te veel buitenlanders in het Engelse profvoetbal. Bij de start van de Premier League in 1992 was 69 procent van de spelers in die competitie selecteerbaar voor Engeland, twintig jaar later nog slechts 32 procent en bij de topclubs zelfs vaak maar 20 procent en nog veel minder.

Een eenvoudige telling leerde toen ook dat er in de Champions League maar 22 Engelse spelers meededen, tegenover 75 Spanjaarden, 54 Duitsers en ook nog eens 47 Brazilianen, die allemaal via Portugal een EU-status hadden verkregen.

Homegrown players

Die bekommernis om de kansen die de Engelse voetballer (niet meer) krijgt, was niet nieuw. In het seizoen 2010-2011 werd al de Homegrown Player Rule ingevoerd. Die bepaalt dat elke club in de eerste ploeg verplicht acht spelers (op 25) moet opnemen die drie jaar lang in een Engelse club zijn opgeleid en dat vóór hun 21ste. De bedoeling was de Engelse jonge talenten meer kansen te geven, maar nogal wat clubs omzeilden de regel door op zeer jonge leeftijd buitenlandse talenten te contracteren. Zo zijn ook Cesc Fabregas en Romelu Lukaku homegrown players.

Al die regels wil de FA met de aanstaande brexit in een nieuwe format gieten, en ze wil van de gelegenheid gebruikmaken om het aantal homegrown players op te trekken naar dertien. Bovendien denkt ze aan een verlaging van de opleidingsleeftijd van 21 naar 18 jaar. De Premier League-clubs zijn daar vierkant tegen. Die willen zo weinig mogelijk restricties en wijzen erop dat Engeland het op het laatste WK erg goed heeft gedaan door de halve finale te bereiken.

Ook al zou de brexit een zachte landing kunnen krijgen met heel wat overgangsjaren, de grote clubs zijn er niet gerust op. Bestaande contracten met EU-burgers (en gelijkgestelden, zie hoger) worden gehonoreerd, oké, en wat met de import nadien? Zij kunnen volgens de Europese regels vrij tussen lidstaten bewegen en werken. Nadat de brexit volledig is afgerond, zal dat niet meer het geval zijn en worden EU-voetballers in principe aan dezelfde voorwaarde onderworpen als niet-EU-voetballers.

Dat betekent dat een commissie zich zal buigen over de kwalificatie van de importspeler en die zal toetsen aan de zogeheten Home Office-criteria: is hij een international voor een ‘leading nation’ en hoe vaak heeft hij voor die ploeg gespeeld? Bij een laag gerangschikt land moet dat driekwart van de interlands zijn. Is het een Belg en blijft België bij de beste tien landen na de brexit, dan kan 30 procent volstaan om een van de twee mogelijke sportvisa te verkrijgen. Voor Romelu Lukaku en ander internationals is er geen probleem, maar Dennis Odoi zou niet meer in Engeland voetballen.

Volgens de eerste berekeningen zouden 150 voetballers die vandaag in Engeland hun boterham verdienen met de huidige regels voor niet-EU-spelers geen werkvergunning hebben gekregen. Een uitzonderingsstatus voor voetbaltalent is wat de Premier League beoogt, maar dat wordt een lastige met de Football Association en het Leave-kamp. Die argumenteren juist dat een rem op de migratie de beste zaak is voor de nationale ploegen van Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland.

 

Sportevenementen

Nog groter is de vrees dat de uitzondering op artikel 19 van de FIFA-reglementen op de helling komt te staan. Volgens de FIFA is een transfer van een speler van jonger dan achttien verboden. ‘Article 19 exemption’ is een uitzondering speciaal voor de EU: spelers uit die landen mogen wel vanaf zestien jaar worden getransfereerd. Een Charly Musonda die op zestien van Anderlecht naar Chelsea FC verhuist, dat zou niet meer kunnen.

Richard Scudamore, die aan het eind van het jaar opstapt als CEO van de Premier League, hield al een opgemerkt pleidooi. “Als het voetbal geen uitzonderingen krijgt, zal de Premier League niet meer kunnen concurreren met de andere Europese voetballanden als het gaat om het aantrekken van jong talent. Het resultaat zal zijn: nog duurdere transfers en een verlies aan kwaliteit.”

Of een brexit in welke vorm dan ook een goede zaak zou zijn voor de andere grote voetballanden, valt nog te bezien. In theorie zou een moeilijker toegang tot de Engelse markt ook een omzetverlies in transfers kunnen betekenen. Dat jonge talenten niet voor hun achttiende het Kanaal oversteken, zou alvast een opsteker zijn voor niet-Engelse clubs.

De totale omzet van het Engelse voetbal wordt geschat op 9 miljard euro, waarvan 5,4 miljard voor de Premier League alleen. De hele sportsector in het Verenigd Koninkrijk vertegenwoordigt een waarde van 37 miljard. De impact van de brexit reikt verder dan het voetbal. Het verlies van London French, een rugbyclub gesticht door Fransen die aan geen spelers meer geraakt, valt nog wel te overzien, maar de andere nevenschade is ernstiger.

Grote evenementen naar Groot-Brittannië halen, reken daar voorlopig maar niet op, waarschuwde in februari van dit jaar het House of Lords, het Hogerhuis van het Verenigd Koninkrijk. De Rugby World Cup en de Cricket World Cup bijvoorbeeld zouden weleens voor lange tijd kunnen wegblijven als een visumplicht wordt ingevoerd.

Vooral de verwachte leegloop van werkkrachten wordt gevreesd. “Dat zal de lonen voor de andere stafleden fel de hoogte injagen”, zegt Angus Bujalski, legal and governance director van de Rugby Football Union. “Op Twickenham (het Wembley van het rugby, HV) bestaat een kwart van onze medewerkers uit niet-EU-burgers. Als je die moet vervangen, kost dat geld.”

James Allen, directeur policy and governance bij de Britse Sport and Recreation Alliance, ziet ook problemen. “De onzekerheid is een factor als je een evenement wilt binnenhalen. Bij een harde Brexit zullen de kosten ongetwijfeld stijgen, en dat wordt dan weer verhaald op de consument en de programma’s aan de basis. Sowieso worden wij een moeilijker plek om naartoe te reizen, maar ook om in te investeren. Alles duurder betekent minder opbrengst voor de internationale sportbonden, waardoor kandidaat-organisatoren in andere landen een voordeel krijgen.”

Paardenzaad

De Ierse sportsector is helemaal in de ban van de brexit. Niet omdat zij mogen blijven, maar omdat de Engelsen weg willen. Dat komt de racepaardenbusiness in Ierland en het Verenigd Koninkrijk, samen 32.000 banen en een omzet van meer dan 6 miljard euro, alvast niet ten goede.

Vandaag kunnen racepaarden ongehinderd tussen drie landen worden vervoerd, het gevolg van een overeenkomst uit de jaren 60 tussen Frankrijk, het VK en Ierland. Die drie landen tekenen voor 90 procent van de racepaardentransacties in Europa. Restricties op het vrije verkeer van paarden betekent dat paarden in quarantaine moeten, dat potentieel hoge invoerrechten worden gerekend en dat dure, tere volbloeden een stresserende trip voor de boeg hebben om van land te verhuizen.

Gelukkig zit aan elk nadeel ook een voordeel, al zullen de Ieren dat wel anders zien. Door al die brexit-ellende is het zaad van hun hengsten minder waard. Tip voor een niet-Ier die zijn merrie wil laten bevruchten door een flinke Ierse dekhengst: het is het moment.

 

Brexit-mail