Verhaal over de Russen en de OS in De Morgen van dinsdag 23 jan 2018

Russen naar de herkansing

Eind deze week krijgen we (misschien/ ongeveer) zekerheid over welke met doping besmette Russische atleten van Sotsji alsnog naar Pyeongchang mogen. De bewijslast is overweldigend, maar tegelijk is de individuele schuld lastig te bewijzen.

In het International Center Cointrin, naast de luchthaven van Genève, zijn gisteren de Neurenbergse processen van de doping begonnen. Negenendertig van de 43 gediskwalificeerde Russische atleten van de Winterspelen van Sotsji 2014 gaan er in beroep bij het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) tegen hun levenslange olympische verbanning, die vorig jaar uitgesproken is door het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Ze hopen op juridische genade. Een aantal onder hen is vier jaar later alweer in volle training voor de editie in Zuid-Korea.

Omdat het statige gebouw van dit eerbiedwaardig instituut nog nooit zoveel klagers tegelijk over de vloer kreeg, werd het vertrouwde Lausanne verlaten en uitgeweken naar Genève, zestig kilometer verderop. Organisatorisch een hele klus en qua timing helemaal een huzarenstuk. De eerste verdicten worden verwacht voor ten vroegste vrijdag of misschien zelfs zaterdag, maar er zou niet eerder dan volgende week maandag officieel worden gecommuniceerd. Dat is tien dagen voor het begin van de Winterspelen in Pyeongchang, Zuid-Korea.

Hertoginnenlijst

De atleten die beroep hebben aangetekend, worden verdeeld in twee groepen: 28 en 11 atleten moeten in een soort monsterproces voor hun rechters verschijnen. De verdediging van de atleten is simpel: wij wisten niet van doping, er is geen positieve plas en wij hebben nooit doping genomen, waarom ons dan uitsluiten? Omdat er is geknoeid met de stalen, aantoonbaar door krassen en door DNA-testen, en omdat Grigori Rodtsjenkov het zegt.

Die laatste is de ex-directeur van het Russisch dopinglab ten tijde van Sotsji en is na zijn oversteek naar de VS daar opgenomen in een getuigenbeschermingsprogramma. Met andere woorden: Grigori zal niet verschijnen in Genève, maar zal getuigen vanaf een niet nader gekende locatie per video.

De Russen zeggen dat hij de bedrieger is, ongeloofwaardig omdat hij de atleten beschuldigt om zichzelf vrij te pleiten. Grigori Rodtsjenkov beweert dat hij het dopingprogramma overzag en citeerde uit zijn zogeheten Gertsoginya-lijst. Gertsoginya is Russisch voor hertogin en dat was de codenaam voor de haast onopspoorbare anabolica-cocktail die Rodtsjenkov aan de atleten bezorgde. De labodirecteur hield een nauwgezette boekhouding bij en die heeft hij meegenomen naar de VS.

In totaal zijn 43 Russische atleten voorlopig gestraft. Slechts één aanvaardt zijn straf: bobsleeër Maxim Beloegin. Van drie biatletes is de zaak verdaagd, waardoor nog 39 Russen overblijven. Het bewijs voor hun persoonlijke schuld is lastig, zelfs onmogelijk zonder het getuigenis van Rodtsjenkov. De Russen zullen er alles aan doen om voor het TAS diens geloofwaardigheid in twijfel te trekken.

Het TAS is een instantie van rechters die puur procedureel en juridisch oordelen, weliswaar niet altijd met achtergrondkennis van sport maar dat is voor de beklaagden al vaker een voordeel gebleken dan een nadeel. Een ander aspect waarover het TAS zal oordelen, is de levenslange ban van de Olympische Spelen voor dopingzondaars. Nogal wat juristen vinden die niet-proportioneel. Leuk detail: sommige van de Russische atleten hebben Amerikaanse advocaten.

Evenveel Russen als in Sotsji?

Ook deze week zou bekend raken welke Russische atleten – behalve de al veroordeelde – naar Zuid-Korea mogen. Het land Rusland en het nationaal olympisch comité mogen dan niet welkom zijn, de atleten zijn dat wel. Volgens hun sportministerie is 80 procent van de voorgestelde noodploeg voor het eerst op de Spelen en dus onbezoedeld.

Een vierkoppig panel van het IOC, geleid door de Française Valérie Fourneyron, beslist deze week welke Russen straks welkom zijn. Pas op 28 januari wordt het oordeel over die lijst bekendgemaakt. Rusland maakt zich sterk dat het met meer dan 200 atleten naar Pyeongchang zal kunnen afreizen onder de benaming Olympic Athletes from Russia.

Dat lieten de Russen niet aan hun hart komen. In een eerste oefening waren ze al op een preselectie van 500 atleten uitgekomen. Vervolgens werd de lijst uitgedund tot 389. In Sotsji waren ze nog met meer dan 300, maar zelfs als Rusland erin slaagt om een delegatie van 200 mannen en vrouwen af te vaardigen, is dat een blamage voor het Internationaal Olympisch Comité.

 

Russen naar de herkansing

Advertenties

Col over FCA-FCB in De Morgen van maandag 22 jan 2018

Kampioenengeluk

Het is halfzeven, tijd om te vertrekken naar hopelijk een voetbalwedstrijd en geen loopgravenoorlog. En nog snel even de extrasportieve activiteiten gecheckt rond de clash van gisterenmiddag: voorlopig geen doden, zelfs geen bloedneuzen gemeld, mooi zo.

Die gewapende voetbalvrede had natuurlijk wel wat voeten in de aarde. Op de Bosuil werden alle losse elementen op de werfzone weggehaald en werd zelfs een tijdelijke muur uit betonblokken opgetrokken. In het stadion waren de scheidingswanden rond het bezoekersvak verhoogd, om contact tussen de supportersgroepen te beperken. Daarnaast of daartussen: 500 politieagenten en 150 stewards. Blijkbaar heeft het gewerkt, maar of we daarmee een goede richting zijn ingeslagen, is maar zeer de vraag.

Of we ook veel opschieten met pesterijen als die van Antwerp-voorzitter Paul Gheysens, die klacht indiende tegen het bestemmingsplan voor de gronden van het nog te bouwen Club-stadion (waar hij zelf toevallig een klein deel van bezit), is al even twijfelachtig. Dat Club-voorzitter Bart Verhaeghe, tevens grote baas van de voetbalbond, eerst zijn Eurostadion-project mee heeft gekelderd, zal wel hebben meegespeeld. Nooit in de geschiedenis van het Belgisch voetbal was er meer vijandigheid onder de topclubs en hebben die elkaar minder gegund op en naast het veld.

Met een nakend 2-0-verlies op de Bosuil leek de deconfiture van het onoverwinnelijke FCB ingezet. Daarna zondag verliezen bij Gent en nog wat steken onderweg laten vallen en dan de punten halveren en we hadden weer spannende play-offs, waarin Anderlecht in extremis aan het langste eind zou kunnen trekken.

Zo had het kunnen lopen, maar dat feest/ horroscenario (schrappen wat niet past) ging niet door. In Antwerpen hebben de plaatselijke clubs blijkbaar de grootste moeite om een 2-0-voorsprong vast te houden. Het overkwam Beerschot Wilrijk een week eerder tegen Cercle Brugge, dat in extremis nog met 2-3 ging winnen. Zo gek was het gisteren niet, al had Jelle Vossen met iets meer geluk bij zijn laatste actie misschien nog wel een vrije schietkans gekregen. Gelukkig ging ook dat niet door, want een videoref had de 2-2 van Ruud Vormer altijd afgekeurd voor buitenspel. Daar dient eerlijkheidshalve bij vermeld dat diezelfde videoref eerder in de wedstrijd een hands van Jelle Van Damme had bestraft met een penalty. In dat geval was het misschien veel sneller 2-1 geworden en dan weet je met het Club anno 2017-2018niet waar je uitkomt.

Zou Hein Vanhaezebrouck toch gelijk hebben en heeft Club al het hele seizoen het geluk aan zijn kant? Gisteren kwam het alvast geen meter vooruit in de Deurnese loopgraven, maar kreeg in de laatste vijf minuten van de wedstrijd twee doelpunten cadeau van een verder feilloze Antwerpse afweer. Dat heet dan kampioenengeluk en dat krijg je niet zomaar, dat dwing je af.

Aanvallend stelt Antwerp niks voor. Het is niet eens voetbal dat ze in balbezit spelen. Een hijs, een hos, een lel en met zo veel mogelijk sterke jongens erachteraan. Voetbal is gebaat met sterke jongens, maar voetbal is ook gebaat met een opbouw. Antwerp bouwt niet op, het breekt af tot op de grond, waarvoor hulde, want dat is ook een kunst.

Sommige grote clubs doen dat ook, maar die proberen in balbezit ten minste nog een patroontje op de mat te leggen. Antwerp beperkt zich tot profiteren van de fouten van de tegenstander en van de standaardsituaties die onvermijdelijk zullen volgen. Het is wat het is, maar om die Bosuil met zijn 13.000 zitplaatsen vol te krijgen – zelfs gisteren waren nog lege plekken – zal toch uit een ander vaatje moeten worden getapt.

De wedstrijd van gisteren heeft getoond hoe je Club kunt lamleggen, maar dat recept was al min of meer gekend: belet Hans Vanaken en Ruud Vormer het voetballen met alle mogelijk middelen en je hebt een kans. Antwerp deed dat met een man-op-manverdediging, waardoor ze in balbezit in een soort organisatorisch vacuüm verdronken en hun toevlucht moesten nemen tot de lange bal. Wie Vanaken-Vormer en niet te vergeten Nakamba (die beter is dan Clasie, hallo Leko) in de zone kan vastzetten, maakt een kans op winst. Voorlopig zijn die ploegen alleen buiten onze landsgrenzen te vinden.

 

 

Kampioenengeluk

Column over Ghelamco Arena ‘schandaal’ in De Morgen van zaterdag 20 jan 2018

Onzin hors catégorie

Na het megaschandaal rond de illegale Ghelamco Arena, het onrechtmatig bevoordeelde KAA Gent en de corrupte stad Gent, stelt deze rubriek volgende herstelbetalingen voor:

1. De Ghelamco Arena wordt afgebroken door een West-Vlaams slopersbedrijf en de onderdelen worden naar de Blankenbergse Steenweg in Brugge versleept, waar ze zullen dienen voor funderingen van de plaatselijke voetbaltempel, als die er ooit komt.

2. De titel van het seizoen 2014-2015 wordt alsnog bij meester Walter Van Steenbrugge van de vzw Brugse Stropkes ingeleverd, die hem vervolgens na zijn eigen triomftocht door de Gentse kanalen gaat afleveren daar waar deze titel rechtmatig thuishoort, in Brugge.

Als u op een andere planeet heeft gewoond: er is een boek verschenen. Niet bij een uitgever, want aan die kopij wilden echte uitgevers zich niet branden, hoewel meester Walter persoonlijk met het boek is gaan leuren. Het is geschreven en uitgegeven door zijn vriend Ignace Vandewalle, een van die West-Vlamingen die nooit hebben kunnen verkroppen dat Benito Raman van KAA Gent in mei 2015 in Jan Breydel zijn club in extremis op 2-3 zette en zo de weg bereidde voor de titel. Waarna de Gentse triomf door de wateren van het middeleeuwse Gent volgde en ook nog eens 28 miljoen of zo werd opgehaald in de Champions League.

Waren we nog vergeten: KAA Gent geeft uiteraard ook die 28 miljoen mee met meester Walter en dit ter compensatie voor zijn niet- aanvaarde klacht bij de Europese Unie tegen het stadion, de stad en de club KAA Gent.

In het genre ‘onzin’ is De illegale Ghelamco Arena hors catégorie. Van de drie majeure verwijten blijft nauwelijks een fractie overeind en dan moet je nog vooringenomen zijn. Er was geen aanbesteding, beweert het boek. Die was er wel, zegt het stadsbestuur, en
ze dateert uit 2006. Niemand had interesse. Dat is te checken. Er is drie keer een eerste steen gelegd, dat zegt genoeg. Bovendien hoefde een aanbesteding niet eens.

De stad heeft sinds 2014 een de gratis skybox, dus niet betaald, want dan was het ook niet goed) 5.000 of wat euro’s belastinggeld opgesoupeerd. Het is niet duidelijk of dat 5.000 euro per seizoen is, dan wel over de laatste drie seizoenen. Aan 20 wedstrijden per seizoen is dat respectievelijk 250 euro of 83 euro per wedstrijd/bacchanaal/ paars-groen ballet. (LATER RAAKTEN ANDERE BEDRAGEN BEKEND, MAAR OOK GEENSZINS WIJZEND OP MISBRUIK)

Ten slotte wordt de stad verweten dat ze voor 3 procent aandelen bezit in een vennootschap rond de club en 350.000 euro renteloze lening voor de bouw van het jeugd- en oefencomplex heeft kwijtgescholden, wat niet is aangegeven aan Europa. En dat Farys een stuk van het stadion heeft gekocht.

Als een club wordt verkocht aan een buitenlander of een rijkaard vreemd aan die club, wordt al snel getoeterd over lokale verankering. Dan verwijst men naar de Duitse voorbeelden, waar de fans en de lokale overheid zich verenigen met het lokale bedrijfsleven binnen het bestuur van de club. Alle studies bewijzen dat de lokale overheden een rol te spelen hebben op vlak van infrastructuur als daar maar een marktconforme huur tegenover staat. KAA Gent betaalt een miljoen euro huur.

Vergelijken we met Brugge. Club is in 1975 door het stadsbestuur van het faillissement gered door de bouw van het Olympia-stadion. In 2000 maakte Club nog eens de oude gronden van De Klokke ten gelde en in dat jaar werd het Brugs stadion gemoderniseerd op kosten van Euro 2000. Club (en ook Cercle) betalen geen huur in het Jan Breydelstadion.

Als tien jaar na Euro 2000 in Gent de club die veel te danken heeft aan de stad, en de stad die veel te danken heeft aan de club, zich samen engageren om een stadion te bouwen, is dat ineens illegaal. Niet dat de stad kapitalen heeft verloren aan het stadion, integendeel, aan het eind van de rit zal ze er 10 miljoen euro beter van zijn geworden. Ook de stad zelf is erop vooruitgegaan. In 25 jaar is Gent getransformeerd van een industrieel-archeologisch museum tot de meest aantrekkelijke en meest authentieke stad in Vlaanderen, met een unieke voetbalclub die de Gentenaars verenigt en de stad in de picture zet.

De vroegere site van de Groothandelsmarkt, ooit een gore uithoek, is een schoolvoorbeeld van slimme stadsontwikkeling, met een extra uitvalsweg en een landmark op de kruising van twee belangrijke Europese verkeersaders. Eén foutje wel: ze hadden nooit zoveel ledlampjes aan dat stadion mogen hangen. Dat blauw licht verblindt en wekt jaloersheid op.

Hoe kan een slecht, onzorgvuldig boek deze lading krijgen? Simpel: door onzorgvuldige journalistiek. Journalistiek is wikken en wegen. De boodschapper moet de boodschap checken en zich afvragen voor welke kar hij wordt gespannen. Dat media zonder het boek te hebben gezien op diezelfde kar springen, tart alle verbeelding.

Wat helemaal klopte aan dit boek, was de timing: met de aankomende gemeenteraadsverkiezingen is elk groot, minder groot, klein, minuscuul of zelfs onbestaand schandaal een uitvergroting waard en al helemaal als er socialisten bij betrokken zijn. Versterkende elementen waren, niet in volgorde van belangrijkheid: afgunst ten aanzien van een succesvolle voetbalclub, bloedende supportersharten, afkeer van Ghelamco en Paul Gheysens, vooringenomenheid en gebrekkige kennis van de sporteconomie.

Een boek in eigen beheer is een per definitie een zwaktebod. De illegale Ghelamco Arena is een slecht geschreven boek van een mislukt politicus, mislukt cafébaas en nu ook mislukt schrijver, die voor zijn eerste boek nog een uitgever kon belazeren, maar voor dit schrijfsel bot ving.

 

Het is een detail tussen alle andere fouten door, maar van wie de naam van een hoofdpersonage als KAA-Gent manager Louwagie vijftien keer als Louagie schrijft, mag je hooguit een blindenstylo kopen, zeker geen ‘onthullend’ boek.

 

20180120_De-Morgen_p-19-mail

Interview Kirsten Flipkens in De Morgen van zaterdag 17 jan 2018

‘Ik heb mijzelf gemaakt’

De carrièreplanning van Kirsten Flipkens (32)? Tot in de eeuwigheid tennissen. Daartoe werkt ze hard aan haar geplaagde lichaam. Afgeschreven in 2011, sportvrouw van het jaar 2013, maar nog altijd goed voor een stunt. ‘Van elke speelster weet ik hoe je er kunt van winnen.’

Van de week gaf Kirsten Flipkens nog op in Hobart, liet de schouder behandelen en wilde geen risico nemen in het vooruitzicht van de Australian Open. Met diezelfde schouder was ze een uurtje bezig geweest op die doordeweekse kille winterdag in het tenniscentrum in Wilrijk toen ze ging zitten voor een van haar schaarse interviews. “Ik ben Kim of Justine niet, dus ik ben wel beschikbaar, maar ik zit er niet op te wachten.”

Aan de trap naar de kantoren van Tennis Vlaanderen hangen foto’s van elke Vlaamse tennisser (m/v) die het centrum is gepasseerd. Ook Kirsten Flipkens. Wie klaar is, hangt er met zijn hoogste ranking. Van wie nog actief is, hangt alleen de foto en nog geen ranking. Behalve van Kirsten Flipkens. Die is nog niet klaar, maar onder haar naam staat het getal 13, de plaats die ze op de WTA-ranglijst bezette in haar gezegende jaar 2013. Alsof Tennis Vlaanderen wil zeggen: “Flipper is klaar, maar ze weet het nog niet.”

Ze tilt er niet zwaar aan. “Het was mij daarnet ook opgevallen. Nu goed, ik ben 32 geworden, de kans dat ik nog beter doe dan die dertiende plaats, is ook niet echt groot.”

Wel vreemd dat je hier nog traint. Uitgerekend hier hebben ze jou al een paar keer afgeschreven.

Kirsten Flipkens: “Ja, maar daar heb ik mij nooit bij neergelegd. De eerste keer was ik junior, had Wimbledon gewonnen. Ik kreeg meer en meer last aan de rug en ineens zei de kine dat het nooit meer goed zou komen. Fin de carrière. Ik kan je verzekeren dat zoiets hard aankomt op die leeftijd.”

Wat heb je precies?

“Ter hoogte van L5-S1 (de lage rug, HV) zit een extra beentje en dat zorgde voor al die ellende. Na die diagnose hier bij de VTV (tegenwoordig Tennis Vlaanderen, HV) ben ik uiteindelijk bij dokter Hermans in Bonheiden terechtgekomen en die wilde niet meer infiltreren. Hij stelde voor om samen met mij naar de bekende Duitse arts Müller-Wohlfahrt in München te rijden.

“Die was categoriek. Ik had twee opties: of mijn bekken openbreken en dat beentje weghalen, maar dan mocht ik tevreden zijn als ik twee jaar later kon wandelen, of onder een scan een verdovende spuit op die plek toedienen en daarna volle bak gaan tennissen om te zien of het hielp.”

Makkelijke keuze.

“Precies. Ik ben met een bang hartje teruggereden naar België en een dag later hebben we die spuit gezet. Ik ben zoals opgedragen volle bak gaan tennissen en ik voelde niks. Het hielp dus. Vervolgens hebben ze drie spuiten cortisone op diezelfde plaats ingespoten.”

Dus krijg jij om de zoveel maanden de volle lading cortisone?

“Neen. Het is bij die ene serie spuiten gebleven. Ik ben toen als een gek gaan werken op rugversterkende oefeningen. Ik moet ongeveer de eerste geweest zijn in België die continu bezig was met core stability en wellicht een van de eersten die in de Redcord (een toestel voor stabilisatieoefeningen, HV) zijn gaan hangen bij David Bombeke (befaamde sportkine, HV).

“Ik blijf uiteraard een zwakke rug hebben, en ik word ouder, maar ik doe er alles aan om die zo sterk mogelijk te houden. In het begin ging ik niet meer lopen, om die schokken te vermijden. Ik zal mij nog altijd niet wagen aan een marathon, maar inmiddels maakt lopen weer de helft uit van mijn conditietraining.”

En de les die je hieruit trekt?

“Geef niet te snel op. Haal een tweede opinie, derde opinie, tot je iets hoort waarvan je denkt, oké hier gaan we voor. Zopas heb ik nog een aankomend talentje dat sukkelt met haar rug de raad gegeven om bij mijn dokter te gaan. En werk hard aan je lichaam. Harder naarmate je ouder wordt, want nu is ook mijn schouder vorig jaar beginnen opspelen en daarom geven we die extra aandacht.

“Ik ben elke dag bezig met gezond blijven. In de zeven weken voor het seizoen deed ik één uur per dag alleen schouderoefeningen. Dat is geen corvee, echt niet. Ik geniet van met mijn lichaam bezig te zijn, hoewel ik ook heb genoten in die drie weken vakantie toen ik niks heb gedaan behalve met de familie eens lekker gaan eten en met de vrienden iets gaan drinken. Op reis gaan? Neen, dat is aan mij niet besteed. Ik ben al een heel jaar van huis weg. Tweehonderd dagen in 2017 on the road, dat volstaat.”

Sabine Appelmans dacht dat jij nog lang in het tennis zou blijven. Anders dan haar generatie, zei ze.

“Ik blijf tennissen zolang ik het fysiek aankan. Pas als ik er tegenop zie om weer mijn koffer te maken voor vijf weken buitenland, is het genoeg geweest. Deze trip naar Down Under, daar keek ik alweer naar uit. Ik ben op tweede kerst vertrokken naar Auckland, naar het mooie weer. Ik schat dat ik vier weken zal weg zijn. De langste tijd van huis is in juli en augustus voor de Amerikaanse toernooien.”

Heb je iets dat je altijd als eerste in je koffer stopt?

“Bedoel je een teddybeer of zo? (lacht) Neen, daar heb ik geen last van. Wat ik als eerste in de zak stop, zijn vitamines, recuperatiedrank en uiteraard mijn medicatie. Behalve die rug en de schouder, heb ik ook last van een traagwerkende schildklier.

“Ik heb nog de tijd meegemaakt van de dvd’s, maar nu kun je Netflix overal streamen, dus dat scheelt ook in gewicht. Sabine is zelfs beginnen spelen vóór e-mail ingeburgerd was. Zij vertelde mij dat ze nog faxen naar huis moest sturen om te melden hoe het ging. Vandaag heb je zó contact met thuis. Dus die laptop gaat ook altijd mee.”

Op het circuit ben jij allemansvriendin, niet?

(aarzelend) “Ik denk dat ik graag gezien ben. Ik loop ook al veertien jaar op het circuit rond en ik ken inmiddels zowat iedereen. Als iemand een probleem met mij heeft, zal dat niet aan mij liggen. Met de ene heb je al meer contact dan met de andere. Mijn goeie vriendin was Ana Ivanovic. Was, want ze is gestopt en ze woont nu met haar man Bastian Schweinsteiger (Duits voetballer, HV) in Chicago, waar hij speelt.

“Dominika Cibulková en Petra Kvitova zijn twee speelsters met wie ik het erg goed kan vinden. En dan zijn er anderen met wie je minder contact hebt. Maria Sjarapova is nogal op zichzelf en die zal jou niet even gauw in het hotel aanschieten om samen iets te eten. Dat is haar goed recht.”

Op de ranking staan jullie bij elkaar in de buurt.

“Nu ja, iedereen weet dat Sjarapova normaal in de top vijf thuishoort, maar na haar meldonium-schorsing is ze teruggezakt. Ik sta 75ste. Is dat mijn plaats? De ranking liegt niet. Wil ik daar aan het eind van 2018 staan? Ja, daar zou ik voor tekenen. Ik ben negen jaar geleden in de top honderd gekomen en het zou mooi zijn als ik daar tien jaar kan van maken. Ik kan beter dan 75, maar er moet niet veel gebeuren – een blessure bijvoorbeeld – en ik val uit de top honderd.”

Je dubbelt ook meer dan ooit.

“Ja, dat is ook bewust. Als aanvulling is het welkom. Een aardige bijkomstigheid is het verhoogde prijzengeld. Ik denk dat ik in het dubbel toch gauw 20 procent heb verdiend van mijn prijzengeld. Ik dubbel vooral graag omdat het in ploeg gebeurt. Vroeger heb ik gevoetbald en gebasketbald, ook in ploeg dus. Single-tennis is een eenzaam verhaal, alleen op die baan.”

Wie is de beste van het moment?

(lacht) “Zelfs als ze niet speelt, is dat Serena Williams. Het is niet simpel om haar te kloppen. Behalve bij de nieuwkomertjes weet ik van elke speelster hoe je er kunt van winnen, maar Serena is een ander paar mouwen. Ja, je hebt groot gelijk: haar laten lopen. Maar hoe laat je haar lopen als ze serveert tegen 200 per uur? En als je zelf op je tweede opslag een kanonbal terugkrijgt. Niet simpel.

“Ik heb een goed contact met Serena. Niet dat ze mij vraagt om met haar te trainen, maar we hebben een paar keer tegen elkaar gespeeld en als ik haar tegenkom, maak ik altijd wel een praatje. Sommige vrouwen op het circuit durven zo’n Serena niet aan te spreken, maar je moet gewoon doen tegen die sterren.”

Ben jij moeilijk in de begeleiding? Je had even Xavier Malisse, maar dat was weer snel voorbij.

“Neen, ik ben niet moeilijk. Je kunt mijn trainers op één hand tellen. Malisse tel ik niet mee, dat was maar vier weken. Ik durf te zeggen, zelfs al klinkt dat arrogant, dat ik mijzelf heb gemaakt. Ik heb er zelf voor gekozen om op mijn zeventiende de fuiven te laten schieten, om een trainer te kiezen, om een goeie kine erbij te halen.

“Ik wissel nu ook mijn begeleiding af. Ik ben nu onderweg met een conditietrainer omdat ik daar nu het meest aan heb. Niemand moet mij vertellen hoe ik moet tennissen, dat weet ik ondertussen al, maar geregeld gaat mijn tennistrainer wel mee om wat dingen bij te sturen. Maar eerst die conditie en dan pas het tennis.”

Er was dit jaar een en ander te doen rond equal pay. Weet jij wie er eind 2017 75ste stond bij de mannen?

“Steve Darcis, of staat die op 76. Dusan Lajovic? Ik zou niet weten wat die heeft verdiend, maar mannen krijgen doorgaans 40 procent meer betaald.”

O ja? Jij hebt 515.000 dollar (431.000 euro) bruto verdiend en Lajovic 451.51€, dat verschil valt wel mee.

“Dan heeft die jongen slecht gespeeld op de grandslamtoernooien, dat kan niet anders. Of niet gedubbeld. Ik vind dat er nog grote verschillen zijn. Als de mannen op kleinere toernooien in de eerste ronde verliezen, krijgen ze nog 3.3€. Bij de vrouwen is dat 1.500, daar kun je je onkosten niet van betalen. Er is natuurlijk een verschil tussen mannen- en vrouwentennis: wij hebben Serena en Maria als sterren, de mannen hebben vijf echte iconen.”

Ik heb de lijst van de oudste speelsters op het circuit uitgeprint. Alstublieft.

(grist ze weg) “Hein, zijn er maar acht ouder dan ik? Ho zeg, dat heb ik mij nooit gerealiseerd. (tegen Alison Van Uytvanck, met wie ze na het gesprek gaat trainen) Ik ben de negende oudste speelster van het circuit. Oké, steek dat maar rap terug weg.”

Alison Van Uytvanck: “Hoe oud ben jij dan?”
Kirsten: “Net 32 geworden.”
Alison Van Uytvanck: “Ach, jij kunt nog tien jaar mee.” Kirsten Flipkens: “Dat wil ik je niet aandoen.”

 

In geen sport kan de vrouw zoveel geld verdienen als in tennis en toch komt zo weinig jong talent bovendrijven. Hoe komt dat?

“Is dat zo? De tijd van een Sjarapova die op haar zestiende Wimbledon won, of nog verder terug van de tiener Martina Hingis, is voorbij. De sterkste speelsters zijn tussen 25 en 30, maar Serena Williams is 37 en nog steeds de beste. Bekijk de gemiddelde leeftijd van de top 100 twintig jaar geleden en nu, ik weet zeker dat die veel hoger ligt.

“Tennis is veel meer een verhaal van fysiek en kracht geworden. Daarnaast is het materiaal ook veranderd. Alle speelsters zijn veel fitter en professioneler. Als er een paar aan powertraining doen, dan moet de rest volgen.”

Verbaas je jezelf niet dat je nog standhoudt?

“Ja, eigenlijk wel. Soms sta ik daar bij stil: 32 jaar al, maar ik voel mij niet oud. Ik verzorg mij goed, ik train harder dan ooit, terwijl ik in het begin eerder een speelvogel was. Het is ook allemaal zo relatief. Weet je, ik zal nooit meer vergeten hoe ik hier op mijn 26ste te horen kreeg dat de bond geen budget meer voor mij had en dat ik kon beschikken. Dit was hier mijn thuis en ineens hadden ze mij niet meer nodig. Dat komt heel hard binnen.

“Ik had toen net een probleem gehad met bloedklonters waarvoor ik ook medicatie moet nemen. Dat was ik nog vergeten. Ik had al die rug, die schildklier en dan kwam die diagnose: een klonter in mijn bloed. Had ik niks gemerkt en was die klonter naar boven gegaan, dan was ik er misschien niet meer.

“Maar goed, dan sta je daar, helemaal teruggezakt tot nummer 262 van de wereld, en je gaat overal toernooien spelen. Ik herinner mij in de zomer een toernooi in Craiova: 35 graden, geen airco in een kamer van drie bij drie, joelende straathonden onder mijn venster en bruin water dat uit de kraan kwam. Maar ik hield vol en een jaar later stond ik in de halve finale van Wimbledon.”

Hebben ze zich ooit geëxcuseerd dat ze je de wacht hebben aangezegd?

“Neen, maar nadat ik in april 2012 weg moest, werd ik datzelfde jaar nog Vlaams tennisspeelster van het Jaar. Ik reisde met Kim Clijsters naar de VS, dat waren haar laatste toernooien en ze is toen gestopt op de US Open. Wij hebben daar samen een leuke week beleefd. Na de US Open had ik heel weinig getraind en toen kreeg ik de melding dat ik naar Quebec kon. Zonder veel training en verwachtingen ben ik vertrokken. Lap, won ik toch wel dat toernooi zeg. Het kan raar lopen in de sport.”

Neem je nog overal handdoeken mee?

“Jaaaa. Voor mijn mama, maar dan alleen van de grandslamtoernooien. Ik ben niet de enige. En de handdoeken van de mannen verschillen soms van die bij de vrouwen en dan doen we aan ruilhandel tussen de mannen en de vrouwen. (lacht) Wij tennissers zijn ook maar gewone mensen, hoor.”

Flipkens

Copyright © 2017 De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden

Copyright © 2017 gopress. Alle rechten voorbehouden

Column Nobelprijs in De Morgen van zaterdag 13 jan 2018

Nobelprijs

Als alles goed gaat, geraken de Noord-Koreaanse kunstschaatsers Ryom Tae-ok en Kim Ju-sik over enkele weken zonder kleerscheuren door de gedemilitariseerde zone, lokaal bekend als DMZ Chosun. Een busritje door de Zuid-Koreaanse Alpen verder ligt Pyeongchang, waar de Olympische Winterspelen worden gehouden.

Eergisteren viel dan nog het nieuws in de mailbox dat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) niet opgeeft in zijn poging om ook een eengemaakt Koreaans ijshockeyteam bij de vrouwen het ijs op te sturen. We zullen meer te weten komen na zaterdag 20 januari, als Noord en Zuid onder voorzitterschap van sportpaus Thomas Bach elkaar treffen in Lausanne. Daar zal ook worden besproken of het niet het uitgelezen moment is om weer eens samen op te marcheren bij de openingsceremonie.

Dit is geen primeur. De twee Korea’s ondernemen af en toe heftige pogingen om het goed te maken. Zo ook na de boycot van het noorden van de Spelen in het zuiden (Seoel 1988). In 1991 traden ze onder één Koreaanse vlag op bij het WK tafeltennis in Chiba en het WK voetbal voor de U20. Later zijn ze in Sydney in 2000 en in Athene in 2004 als een eengemaakt team opgestapt in de openingsceremonie. Ze werden toen op groot gejuich onthaald.

Na de editie in Turijn 2006 lukte het nooit meer om hen samen te laten opmarcheren. Dat zorgde nimmer voor grote problemen, want door de internationale landcodes KOR voor het zuiden en PRK (People’s Republic of…) voor het noorden bleven ze uit elkaars vaarwater.

De Noord-Koreanen voorstellen als de wereldvreemde houten klazen van de sport, die voor het eerst uit hun isolement komen, is een brug te ver. Sinds hun eerste verschijning op de Zomerspelen van München 1972 won Noord-Korea 54 medailles. België won er 43 sinds 1972 en deed aan twee extra Zomerspelen mee, want Noord-Korea boycotte samen met het Sovjet-blok LA 1984 en Seoel 1988.

In Winterspelen zijn ze nog slechter dan België en dat die twee kunstschaatsers überhaupt in Pyeongchang zullen aantreden, is een half wonder. Het duo had zich op 29 september eigenhandig gekwalificeerd in Oberstdorf, onder meer met een korte kür op muziek van The Beatles. Een dag later werden de nationale olympische comités verwacht hun nominaties bekend te maken. Behalve Kim Jong-un, die af en toe op een knop drukte en het daaropvolgend langdurend orgasme van de nieuwslezeres, bleef het de weken daarna evenwel oorverdovend stil in Pyongyang. De deadline voor de olympische aanmelding werd gemist, maar geen nood, de buren waren clement: een wildcard kon ook nog.

En toen begon Trump van jetje te geven en dat vond iedereen erover. “Mijn knop is groter dan die van rocket man.” Zou het die zin kunnen zijn die Noord- en Zuid-Korea deed besluiten om zelf nader tot elkaar te komen? Het contrast tussen Seoel 1988 en Pyeongchang 2018 valt wel op: voor de verkiezing van Seoel als olympische stad hadden de Noord-Koreanen nog mee aan de kar getrokken, maar toen de Spelen er eenmaal landden, gaven ze niet thuis. Integendeel, in november 1987 haalden ze middels een door twee Noord-Koreaanse agenten gesmokkelde bom Korean Air-vlucht 858 uit de lucht. Een van de agenten (de vrouw) kon niet op tijd de cyanide inslikken en bekende.

Opvallend toch hoe die Bach zich ineens zelf zo actief om dat dossier bekommert. Die kent zijn klassiekers en weet dat het IOC ooit op een detail na de Nobelprijs voor de Vrede heeft gemist. Ook dat had te maken met gedoe op het Koreaanse schiereiland. In de olympische kromme gedachten zit het ingebakken dat de toekenning van de Spelen van 1988 een trigger was voor de democratisering van Zuid-Korea en het aftreden van de militaire junta in 1987. Eerder dan de Spelen was het doodmartelen van de student Park Jong- chul de echte aanleiding voor de brede burgerbeweging die daarna op gang kwam.

Dat belette de toenmalige IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch – de geestelijke vader van Bach – niet om het IOC als katalysator in dat proces te bestempelen en alle registers open te trekken om die gedachte ingang te laten vinden. Zelfs het pr-bureau Grey werd ingeschakeld en Noorwegen, waar de Nobelprijs wordt uitgereikt, kreeg met Lillehammer tegen alle logica en prognoses in de Winterspelen van 1994. Driewerf helaas, Samaranch’ plannetje mislukte omdat het uitlekte in de Noorse pers.

Als Noord- en Zuid-Korea effectief dichter bij elkaar komen, en als die klojo uit het Witte Huis daadwerkelijk buitenspel wordt gezet door die Winterspelen in Pyeongchang, wie weet mag het IOC op herkansing en wie weet kan die Nobelprijs dan alsnog richting Lausanne.

 

Nobelprijs

Column Genderhopping in De Morgen van zaterdag 6 jan 2018

Genderhopping

Van de week een nieuw werkwoord gehoord: genderen. Iemand op de radio sprak de zin uit: “Ik ben het beu om steeds weer gegenderd te worden.” Hij wilde graag zij zijn, maar had nog ‘hij’ op de identiteitskaart staan en dat leverde hem/haar problemen op.

Een uur later las ik dat Jezus in Zweden niet langer een man is. Niet langer ‘han’, een man, of ‘hon’, een vrouw, maar ‘hen’. Dat was een gevolg van het gelijkheidsbeginsel, iets in de grondwet in Zweden. Voor wie dacht dat 2017 het jaar van de onnozeliteiten was, beste lezers (v/m/x), we doen in 2018 onversaagd verder.

In België kan iedereen voortaan bepalen of hij/zij een zij of een hij is. Persoonlijk heb ik daar geen last van: ik weet onderhand wel wat ik ben en ik vind het wel makkelijk een hij te zijn. Jawel, een hij, ondanks – zoals ik in een column las – de versnelde vervrouwelijking van de maatschappij en het afnemen van het belang van kracht in ons dagelijks leven en het omgekeerd evenredig toenemen van het belang van intelligentie (alsof dat dan automatisch de vrouw ten goede komt, maar dat is een andere discussie). Woeha. Ik kom gelukkig uit de sport, a man’s world met de kracht als discriminerende factor tot in de eeuwigheid, en een opdeling mannen en vrouwen die al 150 jaar bestaat en er altijd zal zijn. Tenzij… Maar dat leest u aan het eind van dit stukje.

Laatst kwam iemand van Çavaria op een sportwetenschappelijk congres pleiten voor het vrijelijk bepalen van het geslacht bij sportwedstrijden. Met andere woorden: niks onderzoek, niks testing. Wie zich een beetje meer man dan vrouw voelde, ging bij de mannen sporten. Wie zich een beetje meer vrouw dan man voelde, maar toch alles nog in de broek had hangen, kon voortaan bij de vrouwen sporten. Een aanwezige sportwetenschapper maakte brandhout van die wens. Terecht.

In een verhaal in deze krant (DM 3/1) stond dat de voorbije veertien jaar ongeveer duizend Belgen van geslacht zijn veranderd. In twee derde van de gevallen van man naar vrouw. Eén derde ging van vrouw naar man. Die laatste categorie kunnen we meteen vergeten: zij vormen geen bedreiging voor de georganiseerde sport. Vrouwen die bij mannen gaan sporten, blijven vrouwelijke prestaties leveren en die zijn – sorry voor de wetenschap – minder.

Het omgekeerde is een ander verhaal. Duizend geslachtsveranderingen, waarvan 660 van mannen naar vrouwen, in veertien jaar is ook geen gruwelijk getal. Omdat daar vroeger heel strenge medische eisen aan werden gesteld, en voortaan niet langer, kunnen we ervan uitgaan dat dit aantal zal stijgen.

Iedereen doet wat hij/zij wil en in een verkeerd lichaam zitten, zal ongetwijfeld lastig zijn, maar de geslachtsbepaling zonder medische tussenkomst aan de vrijheid van het individu overlaten, is dat niet wat overdreven? Niet dat ineens aan genderhopping zal worden gedaan, maar alvast één geciteerde vond het jammer dat niet zomaar kon worden teruggekeerd naar het oorspronkelijke geslacht als die verandering niet beviel. Een beetje zoals bij Zalando: stuur je nieuwe geslacht gewoon terug, binnen de veertien dagen.

Voor de maatschappij is dit hooguit verwarrend, in de sport zet dit de deur open voor competitievervalsing. De kans dat straks meerdere zelfverklaarde mannelijke transgenders zonder operatie of hormoonbehandeling in de vrouwensport terechtkomen, is reëel. Dat ze met weinig zijn, doet er niet toe, één geval kan een hele wereld op de kop zetten.

In het verlengde daarvan ligt de problematiek van de hyperandrogene vrouwen. Type Caster Semenya, die geen prijs liep toen haar testosteron tot normale vrouwelijke waarden werd teruggedrongen, maar olympisch goud won in Rio toen dat niet meer moest. (Vandaag is een testosteronlimiet nog steeds verboden, maar er is nieuw wetenschappelijk onderzoek en het Sportarbitragetribunaal neemt de zaak in behandeling.)

Testosteron is verantwoordelijk voor het verschil (in kracht) tussen mannen en vrouwen, al is er recent een feministisch- fundamentalistische stroming die dat tegenspreekt en het verschil in kracht wijt aan millennia van onderdrukking. Nogmaals, de onzin is de wereld nog lang niet uit.

De wetenschap zegt dat wie ooit veel testosteron heeft gehad, daar nooit helemaal van af geraakt. Met andere woorden: eens een man geweest, altijd een beetje man, dus altijd een voordeel in de sport, ook al is een en ander omgebouwd en is er achterna een sloot oestrogenen ingepompt.

Alle begrip voor het ongetwijfeld politiek correcte standpunt van de genderneutraliteit en als (sport)man zou ik mij niet aangesproken mogen voelen. De feminist in mij wil de (sport)vrouwen toch waarschuwen voor de gevolgen, want vreemd genoeg zien vooral vrouwen genderneutraliteit als deel van de strijd tegen de blanke man van middelbare leeftijd, die eeuwenlang alles voor hen heeft beslist.

Ze dwalen. Als we straks vrijelijk ons geslacht mogen bepalen, is het afgelopen met de vrouwensport. Dan bestaat alleen nog mensensport en winnen de vrouwen geen platte prijs meer. En transgenders evenmin. Bij nader inzien is een eengemaakte categorie mensensport misschien toch zo geen slecht idee want dan wordt equal play, equal pay gewoon no play, no pay en zijn we van die discussie ook verlost.

 

Genderhopping

 

 

 

Verhaal Kempense Kamikazes (geen crossers) in De Morgen van 30 december 2017

Kempense kamikazes

Seppe (26) en Sebbe (22) uit het vlakke, zandige noorden van Vlaanderen zijn extreem goed in een extreme bergsport, het freestyle snowboarden. Maak kennis met de twee Vlaamse toppers van de ‘glijgeneratie’, Belgiës grootste kans op een olympische medaille in 2018.

Stubai, een mooie midweekdag einde herfst. De voorbije week viel de sneeuw overvloedig in dit Oostenrijkse skigebied en bij de eerste dag zonder wolken is het op de Top of Tyrol druk. Hier schijnt de zon tot lang na de middag en op deze gletsjer ligt de Stubai Zoo, het beste freestyle snowpark van de planeet, waar de hele wereldtop verzamelen heeft geblazen. Een half uur geleden floepte beneden een liftpas uit de automaat en ik bedenk op 3.210 meter hoogte bij het aanbinden van de ski’s dat ik wellicht de eerste journalist van deze krant moet zijn die straks zijn Zwei-Tages-Skikarte op de onkostennota zal indienen.

Door een prima briefing van de coach weet ik waar ik moet zijn. De rechterlijn van het snowpark – prime park, only for experts – daar is het te doen, daar waar de kunstmatige schansen net iets hoger zijn en de waaghalzen net iets langer vliegen en sneller glijden dan hun buren op de andere lijn.

Het is tien voor tien, de zon brandt ongenadig hard en ik hang op mijn stokken, wachtend op het Belgisch gezelschap. Dit is het paradijs in al zijn glorie, maar al gauw wordt de vrede verstoord. Iedereen kijkt over de rand in het diepe en her en der kraken portofoons: “We have a collar bone.” Geen vijf minuten later komt een gigantische snowcat onze richting uit en duikt naar beneden, waar een skiër wordt opgeraapt. Nog eens vijf minuten later is de Rettungshilfe onderweg.

Deze wordt met de kabelbaan afgevoerd naar het dalstation. Als het echt erg was geweest, hadden ze de heli gebeld, maar niet voor een sleutelbeen. Een bagatel, want dit is niet gewoon skiën, op zich al de gevaarlijkste olympische sport: neen, dit is freestyle, een waaghalzerij buiten categorie zowel op ski’s als op een snowboard, en in die laatste categorie zijn wij laaglanders extreem goed.

De Fransman Jean-Valère ‘Jean-Val’ Demard, bondscoach der Belgen en zeg maar Vlamingen want die betalen zijn salaris, is gastheer en gids. Eén voor één stelt hij de Belgische snowboarders voor: Seppe Smits, wereldkampioen van 2017 in Sierra Nevada, en Sebbe De Buck, vierde op dat WK. Verder: Stef Vandeweyer, kanshebber voor een derde olympisch ticket, en ten slotte enige vrouw in het gezelschap, Loranne Smans. Zij is kansloos voor de Olympische Spelen, maar dat is slechts uitstel. Dit talent heeft al ruim haar deel gehad van de pech die bij deze sport hoort. Na enkele vreselijke crashes en blessures – zij is wel al ooit eens halfdood afgevoerd per helikopter – timmert ze geduldig aan de weg terug.

Anderhalf uur ver in de training heeft Jean-Val het gezien daar boven op de richel. “Ik ga beneden bij het eerste bergje staan, volg mij.” Euh volgen, oké, maar al die tijd heb ik bij min-temperaturen in mijn skischoenen gestaan en ik ben extra stram van die twaalf uur in de auto gisteren. En nu vraagt die mij om me van een helling van 60 graden te laten vallen, onderweg niet te draaien want dat verknoeit het aanloopspoor en bij voorkeur de schans te ontwijken want anders komt er nooit een verhaal. Als dat allemaal is gelukt, luidt de finale opdracht onderin op een strookje verijsde sneeuw van 10 meter tot stilstand komen, waar het ook nog eens vol staat met een keur van trainers die de toekomstige olympische sterren monsteren. Nooit vergeet ik de doodsangst in de ogen van de trainers die mij met een rotvaart recht op hen zagen afkomen. Zouden ze het hebben gemerkt dat dit een close call was?

Backside triple cork 1620

Remmen doen onze snowboarders nooit of hoogst zelden, niet te na gesproken een kleine correctie hier en daar om een hindernis in een juiste hoek aan te vatten. Zij doen aan Cirque du Soleil, maar dan hoog in de bergen op sneeuw en straks om de punten en de medailles.

Eerst wat techniek? De jumps in freestyle snowboard kunnen in vier verschillende richtingen worden uitgevoerd: frontside en backside, maar ook switch frontside en switch backside, beginnend met de verkeerde voet voor. Vervolgens kan dat flat worden uitgevoerd, maar beter is met een double of triple cork (dubbele of drievoudige schroef) en er zijn er nu al een handvol die aan een quad cork denken en werken. Dat alles wordt afgezoomd met één of meerdere grabs, het vastgrijpen van het board.

De jury geeft punten, maar dat wil nog wel eens voor ergernis zorgen in zo’n jonge sport. Zo is Seppe Smits bij de vorige Spelen in Sotsji uitgeschakeld door een jury die niet goed wist welke kant ze op wilden met hun punten. Hij dacht dat hij het wist en paste zijn oefening aan. Mis, ze jureerden net andersom en op de eerste ochtend van de Spelen kon hij al inpakken.

Over dik een maand wil de tweevoudige wereldkampioen revanche.

Sebbe De Buck, de Belgische nummer twee die ooit nog voor de keuze heeft gestaan of hij topsportschool volleybal dan wel snowboarden zou kiezen, legt uit waar het om te doen is in zijn sport. “De stijl moet primeren op de gymnastiek. Je kúnt gestrekte salto’s maken op die schansen, maar dan kun je je board niet vastnemen en een trick zonder je board vast te nemen – de grab – is geen goeie trick. Hetzelfde met die quads. Een mooie triple is altijd beter.”

Op die mooie zonnige ochtend in de Stubai Zoo zagen Jean-Val en ondergetekende hoe het Seppe Smits ineens lukte om iets te doen wat hij nog nooit had gedaan en wat maar weinig van zijn maten – alle freestyle snowboarders zijn vrienden – kunnen. De oh’s, ah’s en yessen bovenin waren goed te horen tot beneden.

Seppe Smits: “Als iemand iets lukt, haal je daar motivatie uit om het ook te proberen. We gunnen elkaar veel. Dat was een backside triple cork 1620. Die 1620 staat voor 4,5 keer 360 graden rond je as, en daarbij nog drie keer een schroef. De eerste keer was de beste

Copyright © 2017 gopress. Alle rechten voorbehouden

versie, daarna heb ik het nog twee keer geprobeerd en dat was minder, maar ik weet nu dat het kan en ik weet hoe het moet. Hier werken we op verder.”

Chillen voor de wedstrijd

Freestyle snowboard is een sport van coole gasten die zich weinig aantrekken van de geplogenheden van topsport. Haat en nijd is er niet bij, elkaar een hak zetten evenmin. Hard werken wel, want de sport is olympisch geworden, wat betekent dat de grote sportsystemen er zich voor zijn gaan interesseren. De jaren van de marihuana en andere precompetitiebacchanalen zijn voorbij, gaandeweg maakt ook het relaxte sfeertje plaats voor het meer competitieve, zonder dat het ooit voetbal zal worden. Alleen de Amerikaan Chris Corning, misschien niet toevallig momenteel de nummer één, doet bij wedstrijden niet mee met het grappen en grollen.

Sebbe De Buck: “Die is veel competitiever dan alle andere riders. Als hij moet optreden, zul je hem supergeconcentreerd zien, terwijl wij relaxed blijven. Hem gaat het alleen om de tricks en de prijzen. Ik doe dit ook voor de sfeer.”

Seppe Smits: “Over het algemeen is de sport veranderd: technischer tricks vereisen meer concentratie. Ik ben ook anders dan vroeger. Toen gebeurde het nog weleens dat ik stond te chillen en dat ze mij kwamen halen omdat het over een minuut aan mij was. Dat overkomt mij niet meer.”

Het draait ook niet allemaal om springen, zeker niet in de slopestyle, waarin jumps worden afgewisseld met rails en andere hindernissen die naar keuze kunnen worden genomen.

Slopestyle is zowel van Sebbe als Seppe het favoriete onderdeel, hoewel Seppe eerste staat in de internationale olympische ranking voor big air. Beiden zullen bij leven en welzijn – niet onbelangrijk in deze gevaarlijke sport – in PyeongChang op de Winterspelen aantreden in de slopestyle (een combinatie van sprongen en hindernissen) en de big air (één reuzensprong).

Breuken en schaafwonden

Vallen hoort bij deze sport, blessures ook. Seppe Smits brak in het vorige preolympische jaar zijn bovenarm in Aspen in Colorado en werd geopereerd in de wereldberoemde Steadman-kliniek. Het is een blijvend letsel waar hij nog af en toe last van heeft. Sebbe De Buck, de langste van alle toppers in het snowboarden met zijn 1m94 en 90 kilo, is vooralsnog gespaard gebleven van zware blessures, maar kon na een zware val een dag eerder niet voluit gaan op de training.

Sebbe De Buck: “Het ziet er gevaarlijk uit wat we doen, maar al bij al weten we wel hoe het veilig moet. Je weet wanneer je gaat vallen, dat voel je. Dan komt het erop aan in een soort safe mode te gaan en te zorgen dat je veilig neerkomt.”

Seppe Smits: “Soms denk je ‘ik heb nog een meter of drie’, maar dan is de grond daar al. Zoals in China vorig jaar, plat op mijn gezicht geland en vol schaafwonden. In een split second moeten wij beslissen hoe we onszelf zullen redden om geen pijn te hebben. Elke val is een val te veel, want die impacts zijn enorm. Vóór een wedstrijd neem ik wel iets om de pijntjes weg te houden, maar op de training wil ik voelen wat de beperkingen van mijn lichaam zijn. Ik ben dan ook al 26.”

Sebbe: “Ik ben nog maar 22, maar dit is geen sport die je tot je 35ste kunt beoefenen.”

Smits, De Buck, Vandeweyer, Smans en alle andere laaglanders die hun weg naar de top zijn ingeslagen, komen uit de topsportschool snowboarden in Wilrijk, of eerder nog Merksem. Zij zijn dé exponenten van het Vlaams topsportsysteem. Seppe Smits behoorde met zijn broer Anthony en een andere inmiddels gestopte rider, tot de eerste lichting.

Seppe: “Zonder topsportschool stonden we nu niet met drie te dringen voor een plaats op de Spelen. Alleen al de stages. Toen ik op mijn andere school weer eens een paar dagen weg was geweest en bruingebrand uit de bergen terugkwam, werd mij verweten dat ik midden in het schooljaar op skivakantie ging. Beginnen kan perfect in een indoorpiste, zoals wij hebben gedaan, maar wie goed wil worden, moet naar de bergen.”

Als het maar glijdt

Smits en De Buck hebben dezelfde achtergrond: als kind op jonge leeftijd met de sneeuw in aanraking gekomen, verliefd geworden op het snowboarden en al snel de tricks ontdekt. Hoewel ze bijna vier jaar in leeftijd verschillen, en ook uiteenlopende karakters hebben, trekken ze al lang samen op. De Kempense kamikazes wonen in de buurdorpen Zoersel en Westmalle. Mama Smits laadde jarenlang de twee boarders op en reed met hen naar Snow Valley in Peer. Onderweg werd soms huiswerk gemaakt of geslapen.

Smits en De Buck zijn vrienden, maar ze verschillen fors. Smits zegt van zichzelf dat hij een lichte obsessie heeft ontwikkeld voor structuur en regelmaat. “Sebbe is dan weer go with the flow. Dat is zijn goed recht.”

Ze zijn typevoorbeelden van wat sportsociologen de glijgeneratie noemen. Niet voetbal of koers, maar skaten, snowboarden en surfen zijn hun favoriete sporten. Seppe Smits zelf skateboardt niet, maar surft. Sebbe De Buck is dan weer een fervente skater en een begaafde surfer.

Sebbe De Buck: “Ik kom Seppe weleens tegen in de zomer op de Baskische stranden. Surfen is ideaal voor ons boardgevoel en het evenwicht en het geeft dezelfde sensatie. Vorig jaar heb ik drie maanden niet gesnowboard. Surfen was een prima alternatief.”

Seppe Smits: “Als het maar glijdt. Ik weet wel, wij glijden vooral om dan zo ver mogelijk te springen, te vliegen en alle tricks uit te halen, maar laatst hadden we te veel sneeuw in het snowpark en dan hebben we met zijn allen een dagje geboard in de verse poedersneeuw. Fantastisch en ook een goeie training, want dan probeer ik van een buckelpiste te komen met de verkeerde voet voor.”

 

Sebbe De Buck: “Het voordeel van dit bestaan? Elf maanden per jaar in alle werelddelen, van Argentinië tot Nieuw-Zeeland en van Amerika tot Europa. Je hobby kunnen beoefenen en betaald worden door Sport Vlaanderen.

“Ooit komt aan de slopestyle en de big air een einde voor mij, maar niet aan het snowboarden. Hierna begint een heel ander leven: ik wil films maken in de bergen. Ik bekijk die allemaal en ooit weet ik dat ik daar ook boven aan zo’n couloir sta en in de ongerepte sneeuw naar beneden kom met een cameraploeg die mij filmt.

“Ik sta er nog altijd van te kijken dat ik van dat snowboarden mijn beroep heb kunnen maken en ik hoop dat het nog een tijdje zal duren.”

 

 

Kempense kamikazes

Monoloog Michel Louwagie, in De Morgen van zaterdag 23 december 2017

‘Hoe kan ik rust hebben, met dit leven?’

In 2020 stopt hij ermee. Dan is Michel Louwagie (61) dertig jaar manager en technisch directeur van KAA Gent geweest en dat is genoeg. ‘Ik verdien meer dan jij, maar jij hebt minder stress. Soms denk ik: had ik maar wat anders gedaan.’ Monoloog van een voetbalman in hart en nieren.

“Misschien had ik nog iets meer zorgen in 1996-’97, toen we net de degradatie konden ontlopen, maar 2017 was dan toch mijn op één na slechtste jaar hier op AA Gent – hoe goed we de afgelopen weken ook presteerden. Ik herinner mij nog onze eerste ontmoeting van dit jaar. We gingen samen naar een oefenpartij kijken op onze stage in het Spaanse Oliva. Ik zei je toen dat de transfer van Adrien Trebel in orde zou komen. Niet dus, dat zegt veel over mijn wereld.

“Dit is de voorgeschiedenis. Lokeren wil in de zomer van 2016 Benito Raman van ons kopen, maar ik krijg telefoon van makelaar Christophe Henrotay dat Standard ook geïnteresseerd is. Die bieden op 70 procent van de transferrechten, weliswaar voor een lager bedrag. Maar als Benito zou worden verkocht voor pakweg 5 miljoen, kregen wij daar 1,5 miljoen van. Dat was interessanter en ik stemde toe, maar ik sprak ook af dat als de kans zich voordeed, de slinger ook eens onze kant mocht uitkomen. Natuurlijk, zei Bruno Venanzi (voorzitter van Standard Luik, HV) en we hadden een overeenkomst.

“Oké, een half jaar later wilde Adrien Trebel weg bij Standard, ging niet mee op stage en ze wilden van hem af. Hein Vanhaezebrouck wilde absoluut Trebel, dus we gingen ervoor. We hadden een afspraak: 2,1 miljoen voor 70 procent. Finaal hebben ze ons gedribbeld en hebben ze hem voor 100 procent en 3 miljoen naar Anderlecht laten gaan.

“Conclusie? Eerlijkheid in het voetbal bestaat niet. Natuurlijk dat zoiets blijft hangen. Ik onthoud dat sommige mensen geen woord houden. Ik zou dat nooit doen. Ivan De Witte (voorzitter van KAA Gent, HV) en ik houden ons aan onze afspraken.

“Na het mislopen van Trebel en de verhuis van Vanhaezebrouck naar Anderlecht, telkens met de makelaar Mogi Bayat als tussenpersoon, kreeg ik van overal de raad om niet meer met Bayat samen te werken. Ik kan dat begrijpen, maar hij is wél een van de beste makelaars die er rondlopen. Hij brengt niet alleen spelers, hij kan ze ook verkopen en zo heb je er niet veel. Dus ben ik pragmatisch en werk ik nog steeds met Bayat. Met iets meer achterdocht, dat wel.”

Onrustig skiën

“2017 kondigde zich als moeilijk aan. Onze laatste wedstrijd van 2016 verloren we en we stonden achtste op twee punten van de zesde plaats. Niks aan de hand voor de meeste ploegen, maar wij zijn het aan onze stand en onze balans verplicht om play-off 1 te halen.

“Dus ga je het eindejaar in met zorgen en dat is jammer, want dat is net mijn enige echte vakantie van het jaar. Wij gaan dan skiën. Altijd naar hetzelfde hotel in Sölden. Zorgen betekent meer telefoons, ’s ochtends vóór het skiën en ook erna. Na een tijdje zakken de zorgen in en is de situatie minder acuut, maar de onrust blijft wel.

“Uiteindelijk hebben we ons pas in de laatste wedstrijd van de reguliere competitie definitief geplaatst voor play-off 1. Ik vreesde het scenario van ons eerste jaar in de Ghelamco Arena, toen we de laatste wedstrijd thuis tegen Zulte-Waregem de mist ingingen. We speelden in het mooiste stadion van België en meteen in ons eerste seizoen zaten we in play-off 2.

“Dit jaar ging het wel goed in die beslissende wedstrijd tegen KV Mechelen. We stonden in geen tijd op 3-0, nog vóór de rust. Met een 3-0 ben ik gerust. Bij 2-0 nog niet, want ik ken dat: een tegengoaltje en het kan in elkaar stuiken. Bij 1-0 en 0-0 zit ik te sterven. Dan hoor je mij wel eens schreeuwen in de tribune.

“Ik kan het niet helpen, het is sterker dan mijzelf. Ik bewonder mijn collega’s die daar uiterlijk onverstoord op zitten te kijken. Ik herinner mij bijna geen andere wedstrijd in 2017 waarin we zo snel zekerheid hadden over winst. Thuis tegen Eupen in oktober werd het ook nog voor de rust 3-0, maar verder was het elke match bang afwachten. Voetbal bezorgt mij stress. Het betert een uur na de wedstrijd, als ik heb kunnen nadenken over wat ons te doen staat. Wat niet betekent dat ik goed slaap, want dan zit ik nog met die adrenaline. Die verdwijnt pas als ik een dag later ’s ochtends kan gaan joggen.”

Chemie

“Play-off 1 niet halen betekent 3 miljoen euro minder inkomsten. Dat is op korte termijn, maar je zakt ook in de ranking over de laatste vijf jaar, wat weer minder tv-rechten als gevolg heeft. Drie: doordat je minder presteert, worden je spelers minder waard. Vier: Europa niet halen betekent ook minder inkomsten.Voor de meeste supporters gaat het om winnen en verliezen, maar ik leef constant met de vraag: wat zijn de financiële gevolgen?

“We zijn in maart thuis weggespeeld door Genk in onze Europese wedstrijd, maar ik ben toen niet gaan twijfelen aan ons spel onder Vanhaezebrouck. We waren fel verzwakt, vooral op het middenveld. Die match konden we niet winnen en we hebben ze verloren. Finaal zaten wij wel in play-off 1 en Genk niet en dat was ons doel.

“Genk heeft dit seizoen na ons ook zijn trainer moeten ontslaan. Ik had dat verwacht, vooral als je hoort dat de chemie met een aantal topspelers op was. Ja, ik weet het, de chemie tussen trainer en speler klinkt als een loos begrip, maar het valt niet te verwaarlozen.

 

“Spelers moeten zich belangrijk voelen. De aandacht van de media is gigantisch toegenomen en in de discussie ‘trainer of speler’ kiezen de media toch meestal de kant van de spelers. Kijk eens na een slechte wedstrijd: welke spelers worden aangepakt in de media? Weinig, het is de trainer die na Club-Anderlecht het meeste op zijn bord kreeg.

“De voorzitter en ik zijn altijd voorstander geweest van een langetermijnwerking met één trainer, type Francky Dury bij Zulte-Waregem of, op een ander niveau, Arsène Wenger bij Arsenal. Maar ikzelf ben tot inkeer gekomen: het is wishful thinking om dat bij ons te willen. De druk is hier te groot.”

Financieel resultaat

“Ik begon 28 jaar geleden als manager van deze club en nu ben ik CEO van dit voetbalbedrijf en ik heb 21 trainers zien passeren. Met de interims van assistenten erbij hebben wij 28 keer van trainer gewisseld, in 28 jaar, en wij mikken dan nog op de lange termijn.

“Elke trainer heeft een houdbaarheidsdatum. Je kunt toch niet zeggen dat Hein geen goeie trainer was? Oké, we hebben veel tegenslagen gehad: spelers niet in vorm, scheidsrechterlijke beslissingen, blessures… veel verzachtende omstandigheden. Je hebt een toptrainer en je staat voorlaatste. Vervolgens gaat die weg en komt een andere trainer die ook net is ontslagen en ineens lukt het wel tussen die nieuwe trainer en die groep. Dat is die chemie.

“En Arsenal, tja, die doen het al 21 jaar met dezelfde trainer, maar hoe lang is het geleden dat ze een titel hebben gehaald? Inderdaad, hun financieel resultaat is schitterend, ook zonder prijzen, en daar zijn ze tevreden mee. Terecht. Ze hebben de kosten onder controle en hun lonen liggen lager dan bij de andere topclubs in Engeland.

“Dat geldt ook voor ons: van alle G5-clubs in België geven wij het minst uit aan spelerslonen. Dat zal dit jaar bruto 15 à 16 miljoen euro bedragen voor zo’n veertig contracten. Inderdaad, gemiddeld 400.000 euro, maar het gemiddelde wordt omlaag gehaald door de kleine contractjes voor jonge spelers. Wij hebben een economisch model waarbij we de spelersloonkosten onder de helft van het voetbalinkomen willen houden. Dat bedraagt 31 miljoen. Reken daarbij de horeca voor 8 miljoen en dan komen daar nog eventueel Europese inkomsten en de overschot op de transferbalans tussen ingaande en uitgaande spelers bij.

“Het Belgisch bedrijfsmodel in voetbal is simpel: Charleroi. Die tonen hoe het moet. Spelers niet te duur aankopen, ze verbeteren en doorverkopen. Tegelijk sportief groeien met een trainer die meegaat in dat verhaal.

“Ik heb tegen Ivan De Witte gezegd dat ik mij na het vertrek van Hein weer iets meer met het sportieve zal bezighouden. Ik ben vroeger zelf spelers gaan halen van wie ik dacht: die heeft iets bijzonders, die is het waard. En zal ik je wat zeggen: er is geen verschil tussen een speler van 1 miljoen en 4 miljoen euro, het verschil heeft te maken met het tijdstip waarop je hem neemt. Er is wel een verschil tussen 1 en 15 miljoen, tussen 15 en 50 miljoen, en er is wellicht ook een verschil tussen 50 en 200 miljoen euro.

“Hebben wij over de laatste drie transferperiodes meer dan 30 miljoen euro uitgegeven aan spelers? (denkt na) Daar zou je wel eens gelijk in kunnen hebben. We hebben er alvast alles aan gedaan om onze trainer het materiaal te geven dat hij wilde en om onze club te versterken. Soms geef je te veel uit, maar soms krijg je ook te veel binnen. Ondanks al die uitgaven zijn wij financieel kerngezond.”

Zakken of play-off 1

“Pas na het ontslag van René Weiler op de maandag na KV Kortrijk-Anderlecht heb ik voor het eerst gedacht dat Hein richting Anderlecht zou kunnen gaan. Dat ontslag kwam een dag voor onze bekerwedstrijd op Geel en op die persconferentie kreeg hij de vraag wat hij van Anderlecht dacht. Hij had kunnen zeggen: dit is niet aan de orde, hier antwoord ik niet op, ik zit hier goed. Dat zei hij niet: hij ontweek de vraag.

“Spelers lezen dat ook, hun frank valt ook en je weet: in topsport heb je die laatste 5 procent nodig om het verschil te maken tussen winst en verlies. Die konden ze niet meer opbrengen. In Geel overleefden we nog. Toen heb ik tegen de voorzitter gezegd: ‘Ivan, ik denk dat het niet meer goed komt.’ Het weekend erna verloren we met 0-1 van Zulte-Waregem en Hein was weg.

“Op Club verliezen we weer, goed gespeeld wel, en we staan voorlaatste met 6 punten op 27. We moesten oppassen: we konden zakken, maar we konden ook nog play-off 1 spelen. En kijk, we haalden 26 op 33 in de volgende elf wedstrijden en stonden donderdag vierde.

“Wat ik verwacht van een trainer, heb ik ook tegen Yves Vanderhaeghe gezegd bij zijn aanstelling: doe zo normaal mogelijk, probeer niet te goochelen of te toveren. De eerste trainers die ik heb gekend, deden alles alleen, met een parttime assistent. Nu heeft de trainer een hele staf ter beschikking. Als hij daar leiding aan kan geven, duidelijk is in zijn communicatie en emotioneel intelligent ten aanzien van de spelers, kan hij niet in de problemen komen.

“Trainers zorgen er soms zelf voor dat ze onhoudbaar worden, bijvoorbeeld door onverholen kritiek: de verdediging is niet goed, de aanvallers doen hun werk niet, het middenveld is niet dominant genoeg. Zo raken spelers een trainer beu.”

Het zwarte gat

“Je vraagt wanneer ik rust heb. Hoe kan ik rust hebben, met dit leven? Het stadion was klaar en we zijn begonnen met de plannen voor het oefencomplex in Oostakker. Dat hebben we dit jaar gebouwd, in zes maanden. Ondertussen speel je Europees en tussendoor hebben we ons sterrenrestaurant Horseele verbouwd. Er zijn momentjes van rust: als de zaterdag goed is geweest, dan is de zondag een mooie dag, anders niet. En ‘goed’ betekent alleen dat we hebben gewonnen.

“Op zo’n mooie zondag kijk ik dan een hele dag naar het voetbal. Gelukkig is mijn vrouw ook voetbalminded en weet ze dat ik dan aan het werk ben. Denk je dat ik niet liever iets anders zou doen? Dit is mijn job en ik moet weten wat er gebeurt in het Belgisch voetbal. Als ik die motivatie niet meer heb, moet ik operationeel stoppen.

 

“Zodra we begonnen te bouwen aan het stadion zijn de jaren dubbel beginnen tellen. In vijf jaar tijd zijn we van een club met de administratie in een vrijstaand huis met mijn bureau in de woonkamer van dat huis, naar een modern stadion verhuisd. We hebben twee schitterende trainingscomplexen die heel België ons benijdt, we runnen drie restaurants en er werken nu meer dan honderd mensen voor Gent. Voor een controlefreak als ik er één ben, is dat wat veel om te controleren.

“En toch, ik laat het niet na om elke wedstrijddag zelf eerst alleen door het stadion te joggen en in mij op te nemen wat er nog moet gebeuren. Vier uur voor de wedstrijd doe ik nog eens een laatste check, met zeven mensen in mijn zog. Telkens verbaas ik er mij over hoe goed dat stadion er na vier jaar nog uitziet.

“In 1999 zijn Ivan De Witte en ik beginnen samen te werken. Hij werd toen voorzitter en hij zei: ik zal je goed betalen, maar je moet altijd bereikbaar zijn. Wij horen of zien elkaar meerdere keren per dag. Ik klaag niet, maar ik ben inmiddels bijna 62. Ik voel mij fit en dat ik goed verdien, is niet eens meer relevant.

“Ik stop in 2018 na twintig jaar als voorzitter van de zwembond en ik doe mijn mandaat uit bij het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité. AA Gent doe ik tot 31 december 2020. Operationeel hou ik er dan mee op, maar wat ik daarna ga doen, weet ik nog niet. Enerzijds hunker ik ernaar om als een normaal mens een paar weken vakantie te nemen, en niet zoals nu drie daagjes Zuid-Spanje met de telefoon in de aanslag. Tegelijk ben ik een beetje bang voor het zwarte gat.

“Of ik veel vrienden heb overgehouden aan het voetbal. (schamper) Wat dacht je? In het voetbal heb je geen vrienden. Het is ieder voor zich. Zal jij mij blijven bellen, als ik hier weg ben? Dat zou ik heel aardig vinden.”

 

Monoloog Louwagie

Coucke koopt Anderlecht, deel 2, in De Morgen van zaterdag 23 december 2017

De koudste week in het voetbal: clubicoon wordt kazakdraaier

 

Gisteren stond het wezenduel op de agenda, Waasland-Beveren tegen KV Oostende. De thuisploeg zag deze week haar wondertrainer Philippe Clement vertrekken naar Racing Genk en KV Oostende verloor voorzitter-geldezeltje Marc Coucke aan Anderlecht.

Philippe Clement was er niet. Die zal zich vóór 3 maart, als hij met Genk op bezoek komt, niet meer vertonen op de Freethiel.

Marc Coucke was er wel. Hoe meer geld, des te minder gêne. Benieuwd of hij op 20 januari bij de eerste thuiswedstrijd tegen Kortrijk op het appel zal zijn. De spelersgroep lust hem rauw, de supporters willen hem opknopen en de Felliniaanse eretribune die hem blind volgde in de polonaise denkt voor die dag aan collectieve euthanasie. Dat is misschien wat veel om dragen, zelfs voor een apotheker- clown met een oliejekker.

Terwijl heel Vlaanderen zich uitslooft om van de De Warmste Week een succes te maken, beleefde het voetbal zijn koudste week. Twee clubiconen werden kazakdraaiers. Coucke en Clement zijn niet met elkaar te vergelijken, laat dat duidelijk zijn.

Philippe Clement vertrok naar Genk omdat hij wist dat zijn kern niet meer dezelfde zou zijn na januari. Een ploeg als Beveren heeft, eenmaal gered, geen enkel belang bij spelers langer dan nodig houden en al helemaal niet als ze wat kunnen opbrengen. Zo komt geld in het laatje en omdat er niet meer zo vaak wordt gewonnen, moeten minder premies worden betaald. Automatisch zou dat minder presteren afstralen op Clement en zou ook zijn marktwaarde dalen. Die is momenteel top en dat vertaalde zich in een mooi contract bij Genk.

Moeilijk uit te leggen

De overstap van Marc Coucke op 1 maart 2018 als voorzitter van KV Oostende, zijn weireldploegsjeen de ploeg van zijn hart waar hij altijd supporter zal van blijven, naar de voetbaladel, het Royal Sporting Club Anderlecht, dat hij als gewezen Club-supporter altijd heeft verafschuwd, is moeilijker uit te leggen.

Eigenlijk is het waanzin dat Anderlecht zichzelf zo maar midden in het seizoen kan verkopen aan de meest biedende. Dat zou moeten worden verboden. Het is nog grotere waanzin dat Anderlecht wordt gekocht door een concurrent-voorzitter. Daar zou de Profliga minstens toestemming moeten voor geven. En het is compleet van de pot gerukt dat zo’n Coucke op 1 maart gewoon van voorzittersstoel wisselt.

Op 10 februari speelt KV Oostende thuis tegen Anderlecht. Stel dat KVO tegen die tijd nog wat puntjes nodig heeft om zich te redden of om Play-off 2 veilig te stellen en Anderlecht al uitgeteld is voor de titel, moeten we dan alles geloven wat we in die wedstrijd zien?

Er is veel onzin geschreven over de verkoop van Anderlecht en dat komt door de discretie die de partijen aan de dag legden. In een goede deal telt maar één parameter: hoeveel schuift het? Coucke had geen lager bod dan de anderen. Coucke had ook geen beter plan dan de anderen. Hij bood gewoon meer geld en hij heeft zich geëngageerd om de converteerbare lening van 20 miljoen euro van Alexandre Van Damme te delgen. Die werd converteerbaar in aandelen op 31 december van dit jaar en zou van Van Damme de de facto-eigenaar van Anderlecht maken.

Dát is de enige echte reden voor die snelle verkoop “voor het einde van het jaar” want er was wel degelijk weerstand bij de aandeelhouders om hun mooie club aan (sic) “zo’n paljas” te verkopen. Finaal koos men voor het geld: money talks, bullshit walks.

Anderlecht, aldus iemand die het kan weten en die de boeken heeft gezien, moet zowat de slechtst geleide club zijn van de hele G5. De club draait structureel verlies, door onwaarschijnlijk grote operationele kosten, torenhoge lonen (46 miljoen euro) gigantische fees voor makelaars (22 miljoen euro) en verwaarloosde commerciële inkomsten. Dat zal Coucke ook meteen hebben gezien, maar cash is nooit meer een probleem voor deze man.

Financial fair play

Toch is er nog een andere goede reden die hem heeft aangezet om Oostende in te wisselen voor Anderlecht. Vorige zomer heeft
de Profliga een financial fair play-regel ingevoerd en die zal ingaan vanaf 2018. Een club mag dan maar 5 miljoen euro verlies meer maken over de laatste drie seizoenen, zonder dat daar verplichtingen tegenover staan. Oostende was onder Coucke al lang blij als het per seizoen maar 5 miljoen euro verlies maakte. Gevolg: als Oostende die uitgaven wil aanhouden, moet de eigenaar voor het bedrag dat hij te veel uitgeeft een kapitaalsverhoging doorvoeren.

Die regel bestond al langer Europees en is in België ingevoerd precies om de Couckes van deze wereld een halt toe te roepen. Coucke weet maar al te goed dat de Belgische FFP is geschreven met hem in gedachten, want zijn sportief manager Luc Devroe zat bij alle besprekingen.

Elke kapitaalsverhoging die bij een boven zijn stand levend KVO wordt doorgevoerd, is geld in een bodemloze put aan de rand van de zee gooien. Dat geld ziet Coucke in geen eeuwen meer terug en dat is wat hij bedoelt met aan zijn plafond zitten in Oostende.

Copyright © 2017 gopress. Alle rechten voorbehouden

In Anderlecht is dat plafond nog lang niet in zicht. Als Coucke daar schulden maakt en kapitaal moet inbrengen, kan hij dat later bij een verkoop makkelijk recupereren. Zoals u weet, is Coucke een meester-verkoper, zowel van lege als van volle dozen. Te zijner tijd vindt hij altijd wel een gekke Amerikaan die veel te veel geld op tafel legt en die daarna komt klagen dat hij is opgelicht.

 

De Koudste Week

Coucke koopt Anderlecht, deel 1, in De Morgen van donderdag 21 december 2017

Aardverschuiving

Marc Coucke die Royal Sporting Club Anderlecht wil overnemen, dit is geen coup de théâtre maar een tektonische aardverschuiving. Bovendien is er sprake van het grootste belangenconflict dat het Belgisch voetbal ooit heeft gezien.

Hans Vandeweghe

De jongste weken was hij wat verkouden, de immer enthousiaste voorzitter van KV Oostende en daarom stond hij niet meer in de harde kern met supporters. Of de verkoudheid echt was, dan wel een geleidelijk terugtrekken in het verborgene voor het geval zou uitlekken dat hij over de koop van Anderlecht onderhandelde, wie zal het ooit weten?

Hoe dan ook, dit is onverwacht en ongezien. Een zelfverklaarde Club-supporter die daar geen rol van betekenis kon spelen en uit arren moede maar zijn oude liefde KV Oostende kocht om er een voetbalfeestpaleis-aan-zee van te maken, koopt nu de Belgische marktleider en de erfvijand van Club Brugge.

Dit had niemand verwacht en het is nu officieel, Marc Coucke is twee dingen: zo rijk als de zee diep en zo gek als een achterdeur en voordeur samen. Of zou de Gentse apotheker misschien geniaal zijn? Anderlecht is na jaren van mismanagement en gemakzucht een groeidiamant in het Belgisch en Europees voetbal.

Anderlecht heeft behoefte aan een investeerder en Coucke heeft geld zat. Anderlecht wil ook een nieuw stadion en toevallig is Marc Coucke heel erg goed bevriend en zakelijk verbonden met Bart Versluys van Versluys Bouwgroep, dat ook al de tribunes in Oostende bouwde. Volgens de site derijkstebelgen.be legde Marc Coucke in 2015 55 miljoen euro cash op tafel om de helft van de holding Versluys Invest te verwerven. Daarbovenop investeerde Coucke nog eens 20 miljoen euro in het bouwbedrijf Versluys Bouwgroep.

Versluys is ook vaste sponsor van KV Oostende. Er is nog meer dat de twee mannen bindt. Marc Coucke redde ooit het leven van Bart Versluys na een aanvaring met een jetski op de Middellandse Zee.

Alles kan, en alles mag

Verliezer Ghelamco van Paul Gheysens feliciteerde Coucke al en hoopt dat het stadiondossier in een stroomversnelling terechtkomt. Coucke en Versluys kennende zal er over vijf jaar ergens in het Brusselse een nieuw stadion staan, maar daarom niet op parking C van de Heizel, tenzij ze alsnog samen met Ghelamco in zee gaan.

Alles kan in dit dossier, en blijkbaar mag ook alles, vooralsnog. Marc Coucke die RSC Anderlecht overneemt terwijl hij nog eigenaar en voorzitter is van KV Oostende, een groter belangenconflict heeft het Belgisch voetbal nooit gehad. Daartegen verbleekt het samenwonende paar Roland Duchâtelet (ooit eigenaar van Standard en van Stayen) en Marieke Höfte (eigenaar van STVV).

Anderlecht en Oostende speelden Europees, dus komen ze al in het vizier van de UEFA en haar bepaling over meervoudig eigenaarschap. Zodra iemand 30 procent van de aandelen heeft, speelt die een bepalende rol in een club en die rol kan hij niet ook nog eens in een andere club opnemen, zegt Europa.

In België is het artikel B308 ‘Inmenging in andere clubs’ dat één en ander verduidelijkt. Puntje twee: niemand mag tezelfdertijd rechtstreeks betrokken zijn in de controle, het bestuur en/of sportieve activiteiten van meer dan één club die aan eenzelfde competitie deelneemt. Puntje drie laat weinig ruimte voor interpretatie: elke overtreding of tekortkoming zal gelijkgesteld worden met een daad van competitievervalsing.

Met andere woorden: het is Anderlecht of Oostende en niet allebei. Zomaar Oostende aan zijn vrouw geven en een andere voorzitter aanstellen, lijkt een hoogst onwaarschijnlijk scenario dat de Profliga op haar grondvesten zal doen daveren. Dat wordt dan het laatste grote dossier voor de afscheidnemende Anderlecht-voorzitter Roger Vanden Stock. Die is toevallig ook voorzitter van die Profliga.

“Ik blijf supporter van KV Oostende en KVO blijft een weireldploegsje dat niets te kort zal komen”, zegt Coucke. Behalve de vraag hoe hij dat zal klaarspelen zonder alarmbellen van good governance en belangenvermenging te laten afgaan, lijkt het niet dat de fans van Anderlecht dit een geruststellende ontwikkeling vinden. Een Club-supporter die er jarenlang abonnementen in de eretribune had, maar later zijn jeugdliefde Oostende weer opvrijde, is die dan de uitgelezen figuur om met hart en ziel aan de heropstanding van hun paars- wit instituut te werken? Zelfs toen hij er nog een sponsorstatuut had met zijn sportvoedingsbedrijf Etixx – wat een fiasco, niet alles lukt bij Coucke – kwam hij nooit in het Astridpark en nu ineens wordt hij daar de grote baas.

Hoe Coucke het nu ook aanpakt, als de twee clubs tegen elkaar spelen, zal er met het vergrootglas worden gelet op wat er op het veld gebeurt. Voor Coucke zelf, toch een gevoelsmens, zal het ook wennen worden om zich nu druk te maken over het spel van de club die hij ongeveer zijn hele leven als voetbalsupporter heeft vervloekt.

Binnen de hekken van het oefencentrum van Neerpede was de verbijstering zo mogelijk nog groter dan daarbuiten. De ongerustheid is niet min. Dit zal op termijn personeelswissels betekenen. Als zoals door insiders wordt voorspeld Michael Verschueren als stroman de operationele macht krijgt in ruil voor zijn voortrekkersrol in het binnenhalen van Coucke, een oude vriend van zijn vader Michel, dan betekent dat op korte of middellange termijn het einde van Herman Van Holsbeeck als sportief manager. Diens demotie was al ingezet toen hij het financiële moest afstaan aan een AB InBev-mannetje, maar die zou nu compleet kunnen zijn.

Voorspelde ondergang

Het wordt ook leuk om naar de reactie van Anderlechts nieuwe trainer Hein Vanhaezebrouck te peilen. Die liet zich in het verleden wel al eens ontvallen wat voor een onnozelaar hij die Coucke wel niet vond.

Anderzijds betekent dit ook het einde van het knip-op-de-portemonneebeleid bij paars-wit. Als Coucke doet wat hij bij KV Oostende deed, met geld gooien en zich niks aantrekken van de balans, dan zal er in januari heel wat veranderen bij Anderlecht. Voor KV Oostende is dit de kroniek van de voorspelde ondergang, maar dan versneld. De opvolger van Coucke zal nooit dezelfde exuberante uitgavenpolitiek voeren.

 

Coucke:Anderlecht 1-