Column Nutmegged in De Morgen van zaterdag 17 maart 2018

Nutmegged

Het was geleden van die dag in the stands van Boleyn Ground, dat ik de uitdrukking ‘nutmegged’ nog eens was tegengekomen. Paolo Di Canio, een notoire fascist maar wel een oké voetballer, had net bij de zijlijn een tegenstander tussen de benen gespeeld en de harde kern van de Hammers bedacht de onfortuinlijke met een spreekkoor: “nutmegged, nutmegged, nutmegged.” Waarna de speler in kwestie in een niets ontziende razernij ontstak en de dichtstbijzijnde West Ham-speler een doodschop verkocht. Rood uiteraard.

To nutmeg is volgens voetbalboekenschrijvers al heel snel ontstaan op het einde van de 19de eeuw als een uitdrukking die alles moest omvatten wat kon worden gekwalificeerd als iemand belazeren. Nutmeg is eigenlijk nootmuskaat. To nutmeg is dan in het (n)ootje nemen en dat zou te maken hebben met het bedrog waarbij hout met de nootmuskaat werd vermengd om zo meer winst te maken.

Kan zijn, maar ook niet. Sommigen beweren dat nutmeg gewoon rijmende slang is voor leg, been. Anderen wijzen dan weer op hoe de muskaatnoot eruitziet als ze rijpt: een schil die netjes breekt in twee openstaande helften. Nog anderen denken dat de muskaatnootverwijzing te maken heeft met de testikels, waar de bal onderdoor passeert. Bij ons heet dat een bruggetje, een vertaling uit het Frans petit pont. Later werd dat panna, Surinaams voor poort, en dat komt dan weer uit het Nederlands straatvoetbal.

Ik las donderdag in de Engelse pers een uitspraak van Thibaut Courtois, die wellicht met enige journalistieke vrijheid is opgetekend. “I have been nutmegged several times before by Messi.” Ik kan mij niet inbeelden dat Courtois die denigrerende uitdrukking over zichzelf zou gebruiken. Dat was ook nergens voor nodig. Misschien heeft hij gewoon gezegd dat Messi hem al eens eerder, destijds in Spanje met Atlético tegen Barça, heeft te grazen genomen, gefusilleerd, van dichtbij, door de benen.

Brute pech, dat was het. Brute pech dat zijn team, als het de bus niet parkeert en moet aanvallen, verdedigt als kippen zonder kop. Brute pech dat Lionel Messi twee keer op hem afkwam. Brute pech dat de hard en laag ingeschoten ballen – dat was dan weer geen pech maar doelbewust zo gedaan – geen stukje voet of been raakten, want in dat geval waren die acties gekwalificeerd als wereldsaves. Nu waren het onvergeeflijke blunders, waarvan hij niet goed zou slapen en die zijn zelfvertrouwen zouden aantasten.

Ik dacht het niet. Thibaut Courtois is geen gewone. Die speelt zijn zelfvertrouwen niet en hij speelt het ook niet zomaar kwijt na één ongelukkige wedstrijd. Hij koos er zelf voor om bij rechtenhouder BT zijn uitleg te doen, tegen de zin van de perschef van Chelsea overigens.

Het leverde hem in de serieuze pers waardering op. “Courtois shows the courage to front up”, schreef The Guardian en ze vermeden het om Courtois in de grond te schrijven. Dat deed The Sun wel en ze bedienden zich van de sociale media. Tweets van Courtois in een rok, Courtois met een net tussen de benen, Courtois met o-benen, je kon het zo gek niet bedenken. De conclusie was: Chelsea stopper Thibaut Courtois has been slammed on social media after his horror show in the demolition in Barcelona. Vrij vertaald: Chelsea-doelman Thibaut Courtois heeft slagen gekregen op sociale media na zijn horrorvoorstelling in de vernietiging in Barcelona.

Demolition? Chelsea mag dan regerend kampioen zijn, het is deze jaargang een meeloper in de Premier League met een spelersgroep die haar coach moe is en de coach die Engeland moe is. En die moesten dan tegen de autoritaire leider in Spanje, aangevoerd door de fabelachtige Lionel Messi die sneller schiet dan zijn schaduw. Dan kan het al eens een overdreven 3-0 worden.

Horror show? Dat Courtois later die wedstrijd nog twee wereldsaves uit zijn mouwen zou schudden, daar ging men gemakshalve aan voorbij. Dat zijn ploeg in de heenwedstrijd ook met 3-0 had kunnen winnen, maar dat het door pech 1-1 werd, zelfs dat werd vergeten, net als dat Chelsea in Camp Nou haast evenveel balbezit had als de thuisploeg.

Over Thibaut Courtois hoeft niemand zich zorgen te maken. Ook niet dat hij een dag later niet op de training verscheen. Maar dat het hoog tijd is voor hem om te vertrekken uit Engeland, staat vast. Dat geldt overigens ook voor die andere klasbak in het doel van de Rode Duivels, Simon Mignolet. Nummer drie Matz Sels is al weg. De Engelsen moeten onze doelmannen niet. Afspraak op 28 juni in Kaliningrad, 20 uur lokale tijd.

 

DM-COL-Nutmegged-mail

Advertenties

Column Absurd, absurder, absurdst in De Morgen van maandag 12 maart 2018

Absurd, absurder, absurdst

Knotsgek. Puur en simpel: waanzin. Niet dat KV Mechelen degradeert. In de eerste plaats hebben ze dat aan zichzelf te danken. Wel dat ze technisch gezien moeten zakken omdat ze minder doelpunten hebben gescoord dan de andere ploeg. Zelfs voor een sport die ‘toeval’ als uniek verkoopargument hoog in het vaandel draagt en daardoor ook de grootste van de wereld is geworden, is dit meer dan een beetje absurd.

Onterecht of niet, dat doet er niet toe, het is belachelijk dat een competitie dit toelaat. Hadden KV Mechelen en Eupen helemaal bovenin gestaan, dan was er om kampioen te spelen een dubbele testwedstrijd aan te pas gekomen. Om vanuit het vagevuur op te stijgen, speelden Cercle Brugge en Beerschot de voorbije twee weken keurig een dubbele confrontatie. Een titel missen in 1A of 1B is veel minder cruciaal dan degraderen naar 1B, en dat laten ze dan afhangen van het aantal goals dat tussen eind juli en half maart is gescoord. Dit reglement moet maar snel worden veranderd: bij gelijke punten moeten voortaan altijd testwedstrijden het verschil maken. Vrije weken genoeg om dit in te plannen en desnoods speel je twee keer midweeks.

Het kan nog absurder: de man die moest scoren voor KV Mechelen was een geleende spits, Nicolas Verdier. Geleend van KAS Eupen nog wel. Verdier miste aan het eind twee reuzenkansen, maar gezien zijn reputatie van moeilijk scorende spits leek dat niet onlogisch. Verdier hield zodoende mee zijn moederclub, waarnaar hij aan het eind van het seizoen terugkeert, in eerste klasse A. Dat uitlenen van overbodige spelers in dezelfde competitie, dat men daar ook maar snel mee ophoudt want daar komt alleen maar ellende van.

Verdier dubbelspion, wie zal het zeggen? Hij sprak na de wedstrijd wel van een gebrek aan respect voor de Jupiler Pro League vanwege Moeskroen. Hij bedoelde daar niks anders mee dan dat Moeskroen zich had laten verliezen.

In de studio van Play Sports vonden Marc Degryse en Eddy Snelders de uithaal van Verdier ongehoord, want hij had de wedstrijd van Moeskroen niet gezien. En hij had maar zelf moeten scoren. Twee keer juist. Maar Moeskroen dat een wedstrijd in handen heeft en plots uit het niks drie goals in zeven minuten binnenkrijgt, precies het aantal doelpunten dat Eupen nodig heeft, is absurd tot de derde macht.

Voetbal is toeval, maar de kans dat daar niks is geregeld, is klein. Omdat drie een beetje nipt was – stel dat KV Mechelen er nog eentje inlegde – ging er ook nog een vierde binnen bij Moeskroen. Als het had gemoeten, waren er zeven binnengewaaid, dat sfeertje heerste inmiddels aan de Kehrweg. De vierde goal was helemaal een lachertje. Diedhiou die de bal beschermt als een miniem, heel goed wetende dat er op de loer liggen en warempel, hij speelt hem kwijt en het wordt 4-0. Dju toch, Diedhiou.

Eupen-Moeskroen had alles van een gearrangeerde wedstrijd en toch bestaat de mogelijkheid dat de bezoekende ploeg het zonder Qatarese incentive gewoon zelf heeft laten lopen, uit sympathie, uit verveling, uit geen goesting. Als er iets aan de hand was, zullen we het snel genoeg weten. In de koers lag de combine al op straat, maar ook in het voetbal praat er ooit één zijn mond voorbij.

De strijd om play-off 1 is volstrekt normaal verlopen. In KV Oostende-Standard waren beide ploegen hun eigen zelf: het ene moment erg goed, het andere moment klungelend. Ook hier wilde Standard meer dan KVO, waar toch stilaan de klad zichtbaar en het los zand aanwijsbaar wordt.

Overigens is dit de eerste play-off 1 sinds de lente van 2012 dat de vijf grote clubs van de partij zijn. Dat was het geval in de eerste twee edities, maar de voorbije vijf seizoenen gaf altijd minimaal één G5-club niet thuis. Vorig jaar zelfs twee, met Standard en Genk die de boot misten.

Herinnert u zich nog hoe de kranten na zeven speeldagen zich verheugden in een sensationele competitie en potentieel sensationele play-offs met Club Brugge, Charleroi, Sint-Truiden, Zulte Waregem, Moeskroen en Antwerp? De tweede kolom werd toen aangevoerd door Anderlecht, gevolgd door Genk. Gent en Standard verkeerden toen nog in degradatiegevaar. Alleen Standard moest tot op het laatst vechten.

Conclusie: er is geen competitie in Europa met meer spanning en meer onvoorspelbaarheid, maar aan het eind – als het om de centen gaat – komen de meest kapitaalkrachtige clubs toch weer boven drijven. En worden nog rijker.

 

DM-COL-Absurd-mail

Column Damso in De Morgen van zaterdag 10 maart 2018

Damso

De voetbalbond heeft rapper Damso gedumpt samen met zijn WK-lied ‘Human’, dat nog niemand heeft gehoord. De mededeling daarover viel in de nacht van donderdag op vrijdag om 00.12 uur in de mailbox. Vreemd genoeg kwam gisterenochtend om 06.30 uur nog een communiqué van dezelfde afzender met de melding dat de KBVB de keuze voor Damso had bevestigd. Tenzij de heren van de bond na een nachtje doorzakken in de buurt van het Noordstation alsnog hadden besloten dat ze te snel waren gezwicht voor de externe druk, was dat een vreemde lapsus.

Ooit vond de voetbalbond Damso passen bij deze generatie voetballers. Een denkfout en wel om meer dan één reden. Het was, ere wie ere toekomt, Mia Doornaert die een hele tijd geleden als eerste de kat de bel aanbond in een opiniestuk en kort daarna volgde de Vrouwenraad. Afgelopen woensdag had de voetbalbond al een eerste mooie aanleiding om Damso te dumpen, want voor het eerst lieten ook de sponsors zich horen over de vrouwonvriendelijke teksten.

Na een dag beraad kwam de ivoren toren van het voetbal met een persmededeling: “… Damso is opgegroeid in de straten van Kinshasa en nadien Brussel. Hij is een voorbeeld van integratie. Deze boodschap was in onze ogen fundamenteel omdat we deze waarden altijd hoog in het vaandel hebben gedragen. We willen niet gegijzeld worden door polemiek en bevestigen de keuze in Damso. Verder geen commentaar.”

Hoe opgroeien in Kinshasa en Brussel een boodschap kan zijn, dat was al een raadsel. Nog meer welke waarden daar automatisch mee verbonden zijn. Fijnzinnige observaties als “J’prends du recul pour mieux t’enculer, pute” of nog “J’rêve d’enculer une Femen, cracher sur elle et ses principes” doen het vermoeden ontstaan dat de waarden bij Congolese Belg Damso van bij de bende Black Demolition komen.

Of hij hét voorbeeld was van integratie kon ook worden betwijfeld. Bovendien, moet het nu echt altijd en overal over de integratie van minderheden gaan? Ook de voetbalbond was eraan ten prooi gevallen. Naar het schijnt zochten ze lang naar een transmigrerende rappende transgender mét downsyndroom, kwestie van een beetje mee te zijn met alle mediahypes, maar die hebben ze niet gevonden.

Die minderhedenobsessie en aanverwante politiek correcte blindheid kwam van de week ook aan bod in een opiniestuk in deze krant, waarin Damso werd verdedigd. Bottomline: als een lid van een minderheid uit een achterstandswijk misogyne praat verkoopt, is het niet zijn schuld. Of is het kunst. In beide gevallen moesten we daar niet te zwaar aan tillen.

Niks tegen diversiteit, maar Damso was sowieso een vreemde keuze. Hoewel de Matonge-wijk om de minste aanleiding op stelten staat, viel daar nog nooit een onvertogen woord voor, tijdens of na wedstrijden van de Rode Duivels. Hetzelfde geldt voor Molenbeek en Schaarbeek, tenzij de Belgen straks zouden verliezen van Tunesië want dan zal wel een andere rapper oproepen om de boel aan De Beurs in brand te steken om daarna te beweren dat hij verkeerd is begrepen.

Onze nationale elf bestaat voor een groot deel uit black et beur en daar moeten we heel blij om zijn, want het zijn verdomd goede voetballers, maar het is een grove misvatting dat de Rode Duivels-hymne bedoeld is voor die spelers. Een WK-lied dient de massa supporters te beroeren, overigens een kansloze missie. Meestal wordt het straal genegeerd en in het beste geval maak je je belachelijk, zoals voor het WK van 1994 met dat supervalse ‘Go West’, met daarin die hoogst vrouwonvriendelijke strofe:

“Together, naar de USA
Together, mag mijn vrouw ook mee? Together, on va s’amuser
Together, da’s geen slecht idee Together, zonnen op het strand Together, da’s pas interessant
Go West.”

Damso was van een kleine groep Franstalige jongeren, niet van de massa, en al helemaal niet van Vlaanderen. Damso was ook niet van de vrouwen, een van de grootste doelgroepen in de marketing rond de Rode Duivels. Het argument dat ook in andere liedjesteksten lelijke dingen over vrouwen staan, is alleen al daarom compleet naast de kwestie.

Misschien was Damso wel de favoriete rapper van een kleine groep internationals, en het is te hopen dat daar geen wederzijdse commerciële belangen hebben gespeeld, maar dan nog. Tattoos van top tot teen, hanenkammen, drie iPhones X en witte auto’s met zwarte velgen zijn ook van de voetballers, maar daarom niet minder marginaal.

Maar weet u wat het beste nieuws is? Er Komt Geen WK-lied!

 

 

20180310_De-Morgen_p-19_Damso

Column Grande Tiesj in De Morgen van maandag 5 maart 2018

Grande Tiesj

Twintig jaar geleden won Frank Vandenbroucke Parijs-Nice. Dat was in het jaar 1998 en we weten ongeveer allemaal wat er in 1998 aan de hand was. De kans dat Frank Vandenbroucke toen vol zat met epo en de tegenstand die hij van Parijs tot Nice zoek reed (nog) niet, is even groot als dat hij een fenomenaal talent was. Wellicht was het een beetje van alles.

Geschiedschrijving en heroïsche strijdverslagen uit die periode verdienen een hele doos asteriskjes en voetnoten en daarom is het niet te begrijpen dat er van de week alwéér een boek verschijnt over VDB. Ik begrijp dat fotograaf Stephan Vanfleteren nog wat foto’s heeft gevonden waarbij wat letters pasten, en ik gun hem en zijn uitgeverij Kannibaal van ganser harte dit ongetwijfeld mooie boek. Wie VDB een beetje heeft gekend, kan niks tegen deze arme, aimabele ziel hebben, maar overdrijven we niet een beetje met een vierde boek over een zware doping- en drugsgebruiker die een paar jaar heel hard met de fiets heeft gereden? Het is met VDB een beetje zoals met LA: op de duur blijft alleen de heroïek over en zijn de asteriskjes verdwenen.

Wielrennen moet niet te veel achterom kijken. In die sport is het vandaag en morgen veel fraaier dan het gisteren. Neem zaterdag: ook met open mond zitten kijken naar de Strade Bianche, naar Tiesj Benoot en Wout van Aert? Twee 23-jarigen – vier jaar waren ze toen VDB zijn enige klassieker won en vijftien toen hij stierf – hebben een nest toprenners waaronder het icoon Sagan het nakijken gegeven.

Hoe Van Aert in de laatste steile bocht van zijn fiets viel van de krampen, dat verzin je niet. Zijn uitstap naar de weg heeft hij bepaald niet gemist en laat alle ex-wielrenners/analisten – en ons journalisten – maar bazelen: als hij volgende winter wil crossen, dat hij dan crost verdorie. Fietsen moet in de eerste plaats plezant zijn en geen corvee.

En dan die – jawel – heroïsche prestatie van Grande Tiesj Benoot. Hij werd in 2015 als 21-jarige al eens vijfde in de Ronde van Vlaanderen en werd toen plots tot de nieuwe grote hoop van het Vlaamse koersheir gepromoveerd. Gisteren na de wedstrijd werd hem gevraagd of hij niet bang was voor een te zwaar gewicht op zijn schouders. “Neen”, sprak hij, “diene cirque (dat circus, HV) heb ik in 2015 al meegemaakt.”

Heerlijke gast, Benoot. Het type dat als je hem niet wil lastigvallen – zoals deze winter bij het buffet in een hotel in Calpe – je zelf aanspreekt om goeiedag te zeggen. Het type dus dat bij slecht weer thuis gewoon zelf een extra stage inlegt aan de Costa Blanca, om daar samen met concurrenten door de bergen te razen.

Het type dat evengoed uitweidt over de vakken die hij voor zijn TEW-studies al of niet heeft opgenomen, als over klimmen naar de Alto de Aitana of de Col de Rates. En ook nog eens aandachtig luistert, of doet alsof, als de journalist het godbetert over zijn eigen heldendaden op de fiets heeft. Nu komt het: het type voor wie ik haast mijn hand in het vuur zou durven steken als het op medicijngebruik aankomt.

Andere Belgen in het hotel hadden hem zien lopen en vonden hem extreem mager, maar hij had een goeie winter gehad, zei hij bij het dessertbuffet. Dat was hem al aan te zien in de Omloop en nu helemaal in de Strade. Met die magerzucht zal het dus wel meevallen als je in twee van de koudste wedstrijden van het jaar de koers maakt of wint.

Tiesj Benoot is een vaandeldrager in de eerste generatie Vlaamse wielrenners die helemaal dopingvrij is opgegroeid en die moeten we koesteren. Benoot zelf is sowieso een fenomeen dat nooit naast zijn schoenen zal lopen en dat heeft dan weer te maken met zijn atypische ontwikkeling. Koersen was zijn lang leven, maar de topsportschool vond hem niet goed genoeg en even later viel hij ook bij tests van Energy Lab min of meer door de mand.

Wat tests niet meten, is de groeimarge en nog minder het doorzettingsvermogen. Tiesj had/heeft het allebei. Hij bleef koersen en had ook het geluk op een trainer als Frederik Broché te vallen die in hem bleef geloven. Of de twee nog steeds samenwerken, is niet duidelijk. Alvast niet officieel, maar het tegendeel zou verwonderen. Een goede motor met daarop een goede kop en daarnaast een goede trainer, dat moet goed gaan.

 

DM-COL-Grande Tiesj

Column Degradatiedebat in De Morgen van zaterdag 3 maart 2018

Degradatiedebat

Begin maart is wel ontiegelijk vroeg om nu al uit te maken wie straks gaat zakken. Ooit was er nog play-off 3, dat de lijdensweg min of meer verlengde, maar de komende twee speeldagen gaat het voor één club nu al om de dood of de gladiolen.

In theorie kunnen nog drie ploegen zakken: Lokeren, Mechelen en Eupen. Lokeren kun je wegstrepen of er zou een dubbele Houdini aan te pas moeten komen: Eupen en Mechelen die zes op zes halen en Lokeren dat geen punt meer pakt. Dat zal niet gebeuren. In een wishful thinking-rangschikking zou een degradatie van Lokeren als eerste van de drie opties uit de bus moeten komen, maar dat behoeft misschien een beetje meer uitleg.

Ons (Europees) systeem van degraderen en stijgen is gebaseerd op puur sportieve criteria: wie het minste punten haalt na een afgesproken aantal wedstrijden, zakt een reeks. Lokeren heeft een paar punten meer dan de andere twee en staat er dus goed voor.

Hier begint het al: in tegenstelling tot kampioen spelen, mag stijgen en dalen nooit het gevolg zijn van sportief minder presteren. Economische criteria zouden moeten beslissen over deze in hoofdzaak economische terugzetting. Een team dat nul keer wint, maar door aantrekkelijk voetbal bijdraagt aan het spektakel én aan het tv-geld én de ticketing en de sponsoring, zo’n team moet je koesteren en in geen geval wegsturen.

In dit degradatiedebat hebben we een zeer goed voetballende ploeg met een kleine achterban, gelegen in een uithoek van België, in een aparte taalgemeenschap, maar niet geliefd in Vlaanderen omdat het zo ver rijden is en omdat Arabieren uit Qatar met hun oil money eigenaar zijn geworden van de club.

KAS Eupen is een doorvoerhaven voor voetbaltalent waar meerwaarde op gecreëerd is. Wie dat schandalig vindt: recente cijfers bewijzen dat elke andere Belgische club precies hetzelfde doet. Toch wil zowat iedereen in Vlaanderen Eupen daarom zien degraderen terwijl die club een aanwinst is voor de Belgische voetbaleconomie. 3.300 gemiddeld aantal toeschouwers is misschien veruit het laagste van de hele Jupiler Pro League, maar KAS Eupen ontsluit wel een nieuwe regio voor eersteklassevoetbal, speelt in Wallonië, waar al te weinig clubs zijn, voetbalt thuis en uit heel aardig en het heeft nieuwe buitenlandse investeerders aangetrokken. Voor elke andere economische sector zouden alle premiers van al onze regeringen hun broek afsteken om zo’n Arabier binnen te halen.

Bij nader inzien: laat Eupen maar wat blijven.

KV Mechelen dan. Heeft een nieuwe eigenaar, gaat iets doen aan dat stadion, heeft een flinke achterban en haalt veel mensen naar het stadion: 13.000 gemiddeld voor een heel seizoen degradatievoetbal, dat is duizend meer dan vorig seizoen toen ze net play-off 1 niet haalden.

Puur geografisch bekeken kan KV Mechelen worden gemist in een voetbalverzadigde regio met Lierse, Antwerp, Beerschot-Wilrijk en Leuven binnen een straal van 25 kilometer. Alleen doet Lierse het economisch nog slechter en zal de Mechelse supporter bij een eventuele degradatie verloren zijn voor de omzet van eerste klasse. Geen denken aan dat die naar Antwerpen of godbetert Lier of Leuven gaat kijken. Die blijft Malinwa trouw tot in eerste provinciale als het moet. Eveneens bij nader inzien verdienen die 13.000 ook in eerste te blijven.

Blijft ten slotte Lokeren. Speelde ook af en toe heel aardige wedstrijden maar lijkt niet bepaald een team met een grote toekomst. Het stadion is ongezellig, er komt maar de helft van het aantal toeschouwers van in Mechelen kijken (maar wel 3.000 meer dan in Eupen) en de ligging is onaantrekkelijk waardoor de oude eigenaar zijn club aan de straatstenen niet kwijt kan.

Geprangd tussen enerzijds Gent met AA Gent en anderzijds Antwerpen met straks weer twee eersteklassers en dan nog eens Waasland-Beveren, is KSC Lokeren de preferentiële kandidaat om te degraderen. Tot zover de theoretische analyse. De realiteit is dat het niet zal gebeuren, dus hoeft niemand boos te worden. Zakken is nooit eerlijk en dat zal het dit seizoen ook niet zijn.

En wie moet stijgen? Cercle Brugge om sportieve redenen, want die zijn drie jaar geleden door een buitenspelgoal onterecht uit eerste gevlogen. Beerschot-Wilrijk dan weer om economische redenen, want die hebben de meeste fans en de grootste lokale economie.

DM-COL-Degradatiedebat

Verhaal over Quickstep en winnen in De Morgen van zaterdag 24 feb 2018

Het geheim van het WOLVENPAK

 2017 was het vijfde jaar op rij dat QuickStep de meeste overwinningen behaalde en ook in 2018 neemt het de leiding. Soms wisselt de cosponsor en vertrekt het zegevierend personeel, maar de filosofie blijft: agressief rijden, altijd koersen.

Het was donderdag toch alweer een week geleden dat bij Patrick Lefevere die gelukzalige glimlach rond de mond was verschenen bij het overschouwen van de wieleruitslagen. Tot hij rond de middag zijn smartphone consulteerde en zag dat het weer eens goed was: Elia Viviani, de alleskunner overgekomen van Team Sky, had net de sprint in de Ronde van Abu Dhabi gewonnen.

Hij twitterde: ‘BAM @eliaviviani @quickstepteam #RidetoAbuDhabi.’ De teller stond voor het pas begonnen jaar op elf, voor Viviani alleen op vijf. Lefevere: “Vorig jaar won Marcel Kittel vier keer in Dubai. Kittel is weg, hij heeft nog niet gewonnen dit jaar.” Geen glimlach, geen leedvermaak, gewoon de feiten. Later kwam de ploeg met de mededeling dat Fernando Gaviria naast Niki Terpstra kopman zou worden voor het openingsweekend. Geen Vlaming, maar een Colombiaan en een Nederlander als speerpunt voor de eerste Vlaamse hoogdag. Typisch die ploeg: compromisloos en lak aan tradities.

Wilfried Peeters is al sinds 2002 ploegleider bij de teams van Lefevere. Hij reed in 1999 nog zelf voor Mapei-QuickStep, het eerste jaar dat het laminaatmerk in het peloton stapte, en hervond QuickStep in 2003 in combinatie met cosponsor Davitamon van Marc Coucke. Peeters weet waar de cultuur van het winnen in al die ploegen vandaan komt.

Peeters: “Dat is Patrick Lefevere. Als we tien keer hebben gewonnen, krijgen we onder onze voeten om ons scherp te houden. Als we niet hebben gewonnen, krijgen we ook onder onze voeten. Hij is kwaad als we hebben verloren en kwaad en ontgoocheld als we niet hebben gereden. Hij is alleen blij als we goed hebben gereden en gewonnen.”

Lefevere kan ook kwaad zijn als ze slecht rijden en met een ongelukje winnen. Lefevere: “Ik heb die wil om te winnen altijd al gehad. Als junior won ik 27 koersen en was ik vaak tweede of derde. Als liefhebber was dat al heel wat minder – daar moest je betalen om te winnen – en als prof won ik haast nooit. Ik ben dan maar gestopt.”

2017, premier grand cru classé

Met uitzondering van 2001 en 2002, de jaren van Domo-Farm Frites, heeft Lefevere in alle QuickStep-ploegen een sturende hand gehad, in het begin als sportdirecteur, later als teammanager. Koers maken, is zijn devies, altijd en overal. Niet op kop rijden om in beeld te komen en zoals de kleinere ploegen koketteren met de uren in beeld, maar met winst als finaliteit. “Dat kan evengoed door zelf aan te vallen als de boel gesloten te houden omdat we voor de overwinning willen spurten. Dan rijden wij de hele wedstrijd op kop. Maar rijden doen we altijd.”

Zo goed als 2017 was, kan hij zich niet al te veel jaren herinneren. Hij, de wijnkenner, noemt het een premier grand cru classé-jaar. Zijn ploeg won monumenten als de Ronde van Vlaanderen en de Amstel Gold Race, pakte tussendoor overal spurtoverwinningen mee, won 5 ritten in de Giro en de Tour, 6 in de Vuelta en klokte af op 56 overwinningen. Negenenvijftig volgens eigen telling, want hij telt er ook drie kermiskoersen bij. Dat is in aantal overwinningen het op één na beste jaar, maar in 2014 toen 60 keer werd gewonnen, zat daar maar 1 monument bij (Parijs-Roubaix) en maar 4 ritten in grote rondes.

Dokter Yvan Vanmol, al meer dan dertig jaar in het peloton waarvan meer dan twintig in de ploegen van Lefevere, ziet drie belangrijke hoekstenen in de filosofie van koers maken en winnen. “Onze ploeg heeft altijd sterke leidersfiguren gehad, naar wie de andere renners opkeken. Uiteraard zijn het de renners die rijden en winnen, maar ook het omkaderend personeel moet die cultuur uitdragen. Vervolgens willen wij altijd goeie sprinters. Als die vroeg in het seizoen winnen, komt een soort fierheid over de ploeg. Daarom winnen wij met zoveel verschillende renners.”

Lefevere: “Je wint koersen met sprinters, klimmers en tijdrijders. Liefst wil je twee verschillende types in de ploeg, of drie, maar dat is luxe. Ik wilde altijd in de eerste plaats sprinters, al van in de tijd van GB-MG en Mapei. Noem ze maar op: Mario Cipollini, Tom Steels, Jan Svorada, later Tom Boonen, Mark Cavendish, Marcel Kittel en nu Elia Viviani en Fernando Gaviria. Sterke renners die aan het eind pijlsnel zijn of pure sprinters.”

Vijftien van de dertig contractrenners van vorig jaar pakten minstens één overwinning. Elk veertien voor Fernando Gaviria en Marcel Kittel, zeven voor Matteo Trentin. Die laatste twee zijn weg, maar voorlopig houdt de ploeg gelijke tred inzake overwinningen.

Koersinzicht

De ploeg van vandaag is de erfenis van Mapei en daar was de leuze vincere insieme, samen winnen. Dat was ook nodig om de boel samen te houden, herinneren de betrokkenen als Peeters, Vanmol en Bramati zich. “We hadden toen naast een Vlaamse ook een Spaanse en Italiaanse kern. Drie verschillende culturen op één lijn krijgen, was niet makkelijk. Gelukkig hadden we altijd sterke en tegelijk genereuze leiders als Johan Museeuw en Tom Boonen, die de anderen ook wat gunden. Misschien dat we nu zo’n onbetwiste leider missen. De toekomst zal het uitwijzen.”

Wat de ploeg nooit heeft gehad, zijn potentiële winnaars voor grote rondes. Lefevere: “Maar we waren wel zesde in de vorige Tour met Daniel Martin, terwijl we vol voor ritoverwinningen gingen. En we hebben de Tour van 2015 ook niet gewonnen, maar wel beslist door die waaier naar Neeltje Jans. Quintana verloor daar de Tour en Sky draaide mee rond met ons en won hem.”

 

Getalenteerde ronderenners raken gefrustreerd bij hen, weet Vanmol. “Een ronderenner met ambitie kan zijn ding doen, maar wij gaan niet op reserve rijden in de tussenetappes. Ons devies is: zorg dat de anderen achter ons moeten rijden en niet omgekeerd.”

Renners die bij de QuickStep-formatie komen, weten waar ze terechtkomen: het is of meespringen met een gevaarlijke ontsnapping, of op kop rijden voor de sprintende kopman, of zelf aanvallen. Dat laatste komt minder en minder voor. Lefevere: “Als in een gevaarlijke ontsnapping blauw (de kleur van het shirt, HVDW) zit, hebben BMC en Lotto de opdracht om die terug te halen. Anders rijden ze een hele dag achter de feiten aan. Het omgekeerde is ook waar.”

Vanmol: “Wat ook het scenario is – op kop rijden, meespringen of aanvallen -, als je bij ons rijdt, vooraan rijdt dus, word je sterker. We vragen maar één ding van onze nieuwe renners: dat ze de koers kunnen lezen.”

Die huisstijl is sinds vorig jaar ook een verkoopargument geworden van de marketingdivisie onder leiding van de Italiaan Alessandro Tegner. Brian Holm, de Deense filosoof-sportdirecteur, kwam met een variant op de bekende frase van Ruyard Kipling. Die schreef ooit in Jungle Book: “For the strength of the pack is the wolf, and the strength of the wolf is the pack.” Holm sloot elke teambespreking af met: “We are the wolfpack, no prisoners will be taken.”

De renners vonden het schitterend en voorafgaand aan de Giro van vorig jaar vroeg de Luxemburger Bob Jungels om petten te maken met het opschrift #Wolfpack en een wolvenmuil. Gaviria won vier ritten en Jungels won de sprint na een bergetappe van een heel selecte groep.

Vlaamse volksaard

Tegner, de Noord-Italiaan die ook al meer dan vijftien jaar bij Lefevere werkt, weet hoe tegen QuickStep wordt aangekeken. “In de Italiaanse pers noemen ze ons la corazzata, het slagschip. Is het niet opgevallen bij de laatste ploegvoorstelling? Objectives: any race. We rijden elke race om te winnen.

“Het geheim van deze ploeg is hard werken, de Vlaamse volksaard, en dat apprecieert iedere Italiaan die zoals ik uit de provincie Veneto komt, want wij lijken erg op Vlamingen.

“Ik heb wel moeten leren hoe jullie met elkaar omgaan. Toen ik de eerste keer werd voorgesteld, zei Lefevere: ‘Dit is Alessandro Tegner, pers en pr’, en dan nog iets. Ik vroeg aan Dirk Nachtergaele (de illustere soigneur, HVDW) wat hij had gezegd. ‘Dat ze hem hadden gezegd dat je goed was maar dat hij dat nog moest zien.’ (lacht) Na vijftien jaar ken ik de Vlamingen en vooral Patrick Lefevere.

“We zaten in 2012 zoals elk jaar na Parijs-Roubaix in restaurant Nieuw Stadion in Gentbrugge en we hadden net vijf grote wedstrijden op rij gewonnen met Terpstra en vier keer Boonen. Patrick kwam bij mij en zei: ‘Ale, genieten hoor, maar pas op: dit maak je nooit meer mee.’ Zo is dat: de beste overwinning is de volgende. Ik heb Patrick toch datzelfde jaar nog eens echt uitgelaten gezien, toen we wereldkampioen ploegentijdrit werden in Valkenburg. Dat was het werk van een hele ploeg, renners, mekaniekers, staf. Dat was QuickStep, de wolvenroedel.”

 

 

Het geheim van het wolvenpak

Verhaal over Marc Coucke in De Morgen van zaterdag 24 feb 2018

Inleiding

TOPSCHAKER

Kent u de stripalbums van Lucky Luke? Om de zoveel tijd verschijnt in een westerndorp een huifkar met daarop een verkoper van wondermiddelen, rad van tong, innemend en ogenschijnlijk veel slimmer dan de dorpelingen. Even later zijn die allemaal mee met zijn praatjes en heeft hij zijn hele voorraad verkocht. Tot het dorp beseft dat het om gebakken lucht gaat: de verkoper wordt ontmaskerd als sjacheraar en met pek en veren verjaagd.

Marc Coucke is schaker, apotheker, investeerder, weldoener, sponsor, schlagerkoning, masterchef, durfal, voetbalvoorzitter, miljardair, eeuwige student, entertainer, opportunist, rekenaar en winnaar. Maar is hij ook een sjacheraar? De Amerikaanse overnemers van Perrigo die zijn Omega Pharma kochten, beweren van wel. Zij eisen 1,9 miljard euro terug. Deze jury is nog aan het delibereren.

Toen Patrick Lefevere hoorde van de overname van Royal Sporting Club Anderlecht, converseerde hij per direct message met zijn voormalige sponsor en wilde twitteraar.

Patrick: Genius
Marc: Thx, collega genius.
Patrick: Je hebt niks aan snelheid ingeboet. Marc: Eens Flandrien, altijd Flandrien.

Coucke een genie, zowaar? Peter Callant, aan wie hij zijn KV Oostende verpatste (of niet), noemt hem een topschaker, die altijd meedogenloos en keihard toeslaat. Even talrijk zijn de signalen dat Marc Coucke naast een onmiskenbare timing voor zaken ook onwaarschijnlijk veel geluk heeft gehad. Aan de Amerikanen om hem te ontmaskeren, maar hier te lande zijn er geen bewijzen dat Coucke die kwakzalver in zijn huifkar is.

Marc Coucke gaat zich nu bekommeren om FC De Kampioenen, officieel RSC Anderlecht, houder van vierendertig titels waarvan negen alleen al deze eeuw, boegbeeld van het Belgisch voetbal maar een financiële, sportieve en emotionele puinhoop zonder gelijke.

Als de verhalen over het non-management van KV Oostende onder het bewind van Marc Coucke waar zijn, dan zijn ze bij Anderlecht nog lang niet thuis. Coucke kan en is veel, maar geen crisismanager en al helemaal geen puinruimer. Het kan twee richtingen uit: of hij krijgt zijn club op de juiste rails en krijgt een standbeeld, of hij wordt met pek en veren verjaagd.

VERHAAL

‘Marc heeft geen vrienden, maar investeringen’

Hij was al Club-supporter, sponsor van twee wielerploegen en passionario van KV Oostende. Vandaag neemt Marc Coucke RSC Anderlecht over. Een impulsaankoop gedreven door revanche, én een ultieme poging om mee te tellen in de sport.

Coucke is een entertainer en een verleider, maar ook een topschaker, denkt supersnel en ongelooflijk ver vooruit.” De sms kwam van een zakenrelatie. De vraag was: wie is Marc Coucke?

“Coucke is een rekenaar en een winnaar met een enorm gevoel voor timing. Zo heb ik ooit de praesesverkiezing van de farmacie aan de UGent van hem verloren en ik dacht nog zo dat ik ging winnen.” Aldus Filip Demyttenaere, vanaf 1983 eerst studiegenoot van Marc Coucke en vanaf 1990 negentien jaar werknemer bij Omega Pharma en medeaandeelhouder. “Ik schrok ook toen ik het hoorde van Anderlecht, maar van mij ga je geen kwaad woord horen over Marc. Investeerders en collega’s van het eerste uur zoals ik hebben veel aan hem te danken.”

Rallyen met oldtimers deed hij recent nog, maar schaken was de eerste sport van Coucke. Op z’n 16de was hij kampioen van België. Coucke daarover in 2014 tegen ondergetekende: “Eigenlijk ben ik overal en altijd schaker. Eerst in de beursgang, dan weg van de beurs, vervolgens bij de overnames en de groeistrategie. Ben ik altijd juist? Neen, ik was fout toen ik in Enfinity investeerde en de zonnepanelenbusiness in elkaar klapte. You win some, you lose some.”

Er zijn wel meer mislukkingen in het sprookje van de ondernemer Coucke, die eind 2014 door de verkoop van Omega Pharma aan Perrigo (voor 3,6 miljard euro, inclusief schulden) ineens euromiljardair werd. Een sticker die zogezegd gsm-straling ging tegenhouden, bezorgde hem in 2011 tijdelijk de reputatie van kwakzalver. Een collega bij Omega Pharma uit die tijd: “Om de beurs tevreden te stellen, moest hij aan het eind van 2010 nog een gat dichtrijden en we hebben dat product gepromoot dat het geen naam had. In mei raakte bekend dat het niks deed, en moesten we alles terugnemen. Maar ondertussen waren de cijfers wel gepimpt.”

Later zocht hij nog wel eens de rand van het toelaatbare op, zoals bij zijn ogenschijnlijk onbaatzuchtige inzet voor het darmkankeronderzoek. Ludwig Verduyn van de site derijkstebelgen.be wees als eerste op een belangenvermenging. “Marc Coucke is een fervent promotor van dr. Luc Colemont, de kruisvaarder van darmkankerpreventie. Nieuw daarbij is dat de Fecotest, een diagnostische zelftest, vrij te koop is in de apotheek. De Fecotest wordt gemaakt en verkocht door Pharco Innovations, opgericht door Marc Couckes holding Alychlo in oktober 2015.”

Dubbele liefde

Ondernemen is risico nemen en ondernemen zit hem in het bloed. Zoals in 1995, toen de zonnecrème Bergasol negatief in het nieuws kwam. Een apotheker: “Coucke had ook zonnecrème, maar dat was een moeilijk verhaal. Toen niemand nog Bergasol wilde omdat het zogezegd gevaarlijke producten bevatte, kregen wij bezoek van hun vertegenwoordigers met een aanbieding: wij nemen al uw Bergasol terug en u neemt voor elke Bergasol vier van onze producten. Op slag zaten de apotheken met een grote stock zonnecrème. Coucke verkocht zijn stock Bergasol in het buitenland. Finaal kocht hij Bergasol dan maar zelf.”

KV Oostende was ook een risico, maar anders, eerder een irrationele jeugdliefde. Coucke trok als kind met zijn ouders elk weekend naar Oostende en bracht hele namiddagen door bij de plaatselijke clubs AS en VG. In 1993 zat hij al een tijdje in het bestuur, samen met zijn latere opvolger Peter Callant, en in 1998 werd hij met Bodysol shirtsponsor van de fusieclub KV Oostende.

Zoals nu met KVO en RSCA, had hij ook toen twee voetballiefdes. Er was al KVO én hij trad ook toe tot de business community van Club Brugge. Later zetelde hij in de raad van bestuur van de vzw Club Brugge.

“Dat Coucke het bij Club Brugge nooit verder heeft geschopt dan de eretribune, komt omdat Bart Verhaeghe eerst was”, zegt een medestander in die vzw. “In 2012 had hij nog schulden. Zijn we drie jaar later, dan koopt Coucke en niet Verhaeghe zich bij Club naar binnen. En dan staat het stadion er al, want Marc kan mensen samenbrengen en enthousiasmeren.”

Het omgekeerde is ook waar: spreek hem niet tegen als hij er vol voor gaat en stel geen vervelende vragen of je krijgt alle mogelijke verwensingen naar je kop. Desgevallend ook de pen die hij toevallig vast heeft. Zijn personeel weet dat in hun kleine grote baas een eeuwige positivo schuilt, maar evengoed een kolerieke controlefreak.

Een van zijn uitspraken is dat winst de finaliteit moet zijn van ondernemen, maar in februari 2016 zei hij in deze krant dat winst maken “lastig wordt in het voetbal”. Dat bewees hij omstandig met KV Oostende, een ploeg die zoveel verlies maakte (meer dan 15 miljoen euro nettoschuld) en tegelijk de Belgische voetbalmarkt verziekte met hoge salarissen en transfersommen dat de hogere voetbalinstanties vorige zomer inderhaast een Financial Fair Play-reglement voor België opstelden.

Een voetbalmakelaar die te maken had met Coucke: “In de voetbalzaken is hij het die beslist, niet zijn sportief manager Luc Devroe. Daarom neemt hij hem mee naar Anderlecht: Devroe luistert.

“Hij doet soms gekke dingen. Neem nu Adam Maruši#, in 2016 weggehaald bij KV Kortrijk voor de neus van Gent. Hij gaf hem zomaar een salaris van 650.000 euro, 200.000 euro meer dan Gent. Sommige spelers dragen hem op handen. Tot ze niet doen wat hij wil en dan vliegen ze naar de B-kern.

Copyright © 2017 gopress. Alle rechten voorbehouden

“Yves Vanderhaeghe (de vorige trainer van KVO die hij ontsloeg, HV) kreeg dwingende adviezen over welke spelers hij moest opstellen. Zinho Gano, Nicolas Lombaerts… als hij vond dat ze moesten spelen, dan volgde er een sms, of meer dan één, en speelden ze.”

Concurrerende ploegen

Een bekende quote van Coucke: “In voetbal ben je drie minuten eigenaar van een club en iedereen spreekt je aan met ‘voorzitter’. In de koers mag je nog alle ploegen bezitten, als je niet hebt gekoerst, tel je niet mee.”

Toen Patrick Lefevere in 2000 bij hem kwam aankloppen om wielersponsor te worden, liet hij de kelk aan zich voorbijgaan. Lefevere: “Hij zei: ‘Later, als we groter zijn.’ In 2002 heeft hij mij dan zelf opgebeld. ‘Hoe zie je je nieuwe ploeg? Met wie? Ik bel je ’s nachts na onze volgende raad van bestuur.’ Om 3u30 ging de telefoon. ”t Is hier Marc Coucke, Patrick, wij doen mee.'”

Quick Step-Davitamon-Latexco was geboren. Twee jaar zou Quick-Step hoofdsponsor worden, daarna twee jaar Davitamon. Toen bleek dat een sponsorverhoging nodig was, weigerde Coucke.

Lefevere: “Hij wilde niet mee, maar tegelijk wilde hij wel de tweede Belgische licentie voor de Pro Tour, samen met Lotto. Hij wilde dus twee concurrerende ploegen sponsoren: één met Davitamon en een andere met een ander merk uit zijn stal. Dat was ethisch op het randje of erover, en Quick Step heeft daar een stokje voor gestoken. Er kwam een proces van dat wij hebben gewonnen.”

In 2005 en 2006 bemoeide Coucke zich bij Lotto-Davitamon met alles waar hij zich met Lefevere als teammanager niet mee mocht bemoeien. “Ik doe de salarisonderhandelingen met de renners omdat ik daar het meeste van afweet.”

In 2007 kwam dan dat andere merk op de truien: Predictor-Lotto, een avontuur dat duurde tot de leiding van Lotto Coucke eruit werkte. Weer kwam er juridische heibel van.

In 2011 liep Lefevere zijn vroegere sponsor nog maar eens tegen het lijf en ze besloten opnieuw in zee te gaan. Omega Pharma-Quick Step vanaf 2012, in 2015 omgedoopt in Etixx-Quick Step, waren erg succesvolle teams.

Lefevere: “In het begin van onze samenwerking had hij mij gewaarschuwd. Hij zei: ‘Patrick, ik ben een kleine etter. Als ik mij te veel bemoei, moet je mij dat zeggen.’ Dat viel best mee. Hij had vooral visie. ‘Geef Tom Boonen een lang contract’, zei hij. Dat was zo’n goed advies.

“De tweede keer als sponsor had hij net Omega Pharma van de beurs gehaald en vloog als een razende de wereld rond. Eén keer per maand zaten we samen. Op een dag zei hij: ‘Voor mij is dit niet leuk. Ik heb hier niks te zeggen.’ Er klonk wat frustratie in wat hij zei.”

Het drama Etixx

Eind 2014 verkocht Coucke Omega Pharma aan het Amerikaanse Perrigo. De Etixx-sponsoring van de wielerploeg zou in 2016 stoppen, een jaar te vroeg. Het management – of beter mismanagament – van het sportvoedingsbedrijf Etixx is opzienbarend in zijn megalomanie. Etixx was in 2009 opgestart door de familie Gerard. In België werd Etixx exclusief verkocht via de apotheken, toevallig ook de favoriete afzetmarkt van Coucke en Omega Pharma voor hun voorschriftvrije producten.

De omzet van Etixx bedroeg eind 2012 een respectabele 1,2 miljoen euro, inclusief ploegensponsoring. Coucke kende Etixx en had hun businessmodel een paar jaar eerder nog als een kansloze missie bestempeld. Eind 2012 deed hij de Gerards een niet te weigeren aanbieding. Coucke was een over the counter-gamma rijker.

Een Etixx-personeelslid van het eerste uur: “Coucke riep meteen dat hij tegen 2020 100 miljoen omzet zou draaien. Het buitenland moest worden veroverd. Er werd gesponsord dat het een lust was. Tevergeefs, alleen in Spanje (Contador was daar het uithangbord, HV) hebben we wat verkocht.”

In Engeland ging Etixx de concurrentie aan met gigant Powerbar van de Nestlé Groep en het Britse SiS. Er werd 650.000 pond uitgetrokken voor promotie. De verkoop bedroeg op zijn top 65.000 pond in één jaar. Etixx was synoniem voor waanzin. De top verdiende gigantische salarissen en de CEO verwende zijn maîtresse-ploegleidster met een mooi sponsorcontract, tot de twee in onmin kwamen en de zaak vorig jaar voor de rechter zijn beslag kreeg.

“Er werd ook een Etixx-vipbus besteld. Ze zouden gaan rondrijden in de Tour, de Giro en alle grote wedstrijden, wat natuurlijk niet kon want daar waren ze geen sponsor. Dat ding kostte 300.000 euro, maar het heeft meer dan een half jaar stilgestaan omdat ze niemand hadden met het juiste rijbewijs om ermee te rijden.”

In 2015, bij de verkoop van Omega Pharma aan Perrigo, bedroeg de zwaar gepimpte omzet 5,7 miljoen euro. Daarvan ging 1,1 miljoen naar sponsoring van wielerploegen, de helft in cash en de helft in producten. De 4,5 miljoen euro cash voor de naamsponsoring van Etixx-Quick Step van Lefevere was voor ‘corporate’, dus voor Omega Pharma. De sponsoring door Etixx bedroeg evenveel als de verkoop. Geen wonder dat Perrigo Etixx meteen afstootte. Marc Coucke, net een goed miljard rijker, kocht begin 2016 Etixx terug van de overnemer die hem achtervolgt met een miljardenclaim.

‘Die trek ik een kloot af’

Na Anderlecht te hebben gekocht eind 2017, verkocht Coucke begin dit jaar KV Oostende aan Peter Callant van het gelijknamig verzekeringskantoor, bij wie wordt getwijfeld of hij de nodige miljoenen op tafel kan leggen. Vreemd trouwens dat uitgerekend de verzekeringsmakelaar die vorige zomer nog de wacht werd aangezegd op KVO, en daar niet om kon lachen, daar nu ineens terugkeert als voorzitter. Een vriendendienst om een andere koper te vinden, zo wordt vermoed.

 

Een voormalig medewerker van Coucke: “Marc heeft geen vrienden, maar investeringen. Al komt zijn relatie met Bart Versluys (ontwikkelaar van appartementen en bouwer/mede-eigenaar van het stadion van Oostende, HV) misschien wel in de buurt van vriendschap. Marc heeft tenslotte zijn leven gered toen Bart een jetski-ongeval kreeg.”

Bij Anderlecht kijken ze uit naar de nieuwe mecenas. Ze vragen zich ook nog steeds af waarom hij hen heeft gekocht. Wil hij een grote entertainmentgroep maken en daarmee op termijn naar de beurs? De dierentuin Pairi Daiza past daar in, net als het avonturenpark in Durbuy, maar ook Royal Sporting Club Anderlecht en nog andere recente acquisities zoals die 70 procent in SnowWorld, het bedrijf achter de grootste indoorskipistes ter wereld. In december kocht Coucke meteen de skipiste in Neerpede, naast het oefencomplex van Anderlecht.

Een andere optie is een grondige sanering van RSCA, de enige echt nationale voetbalclub, en een snelle verkoop aan het buitenland. Een medestander van Coucke die hem goed kan inschatten, denkt dat het dossier-Anderlecht een impulsaankoop was, een vereffening van oude Knokse rekeningen.

“Hij hoorde wie in poleposition stond en hij dacht: die trek ik een kloot af.” ‘Die’ slaat op Paul Gheysens, topman van Ghelamco en kandidaat-bouwer van grote complexen en stadions. Gheysens bezat al Antwerp FC, maar wilde ineens ook Anderlecht.

Tussen Gheysens en het duo Coucke-Versluys, zakenpartners in de Versluys Bouwgroep, botert het niet meer sinds Gheysens het exclusieve One Carlton-project van Versluys in Knokke heeft geboycot. Gheysens kocht in alle stilte twee van de af te breken appartementen aan het Albertplein en ging daarna dwarsliggen. Gheysens had eerder al Joris Ide (vennoot van Coucke in de overname van Anderlecht) tegen zich in het harnas gejaagd in de strijd om een boerenhof in de Knokse polders. Gheysens sloot de gronden van Joris Ide volledig in door alles daaromheen aan te kopen.

Ten slotte is er ook nog Barbara De Saedeleer, jarenlang de financiële rechterhand van Coucke bij Omega Pharma die mee in zijn nieuwe vennootschap Alychlo stapte. Door insiders wordt zij als de zwakke flank van Coucke bestempeld in de zaak die Perrigo tegen Coucke heeft aangespannen. Zoals bekend menen die te zijn bedrogen en vorderen ze 1,9 miljard euro van Coucke en Waterland, de vorige hoofdaandeelhouders.

Net als Coucke kreeg ook De Saedeleer geen vrijstelling van haar verantwoordelijkheid als bestuurder van Perrigo. Die molensteen om de nek zou haar volgens insiders vorig jaar in augustus hebben aangezet om de banden met Coucke te verbreken. Coucke was boos toen ze vertrok. Hij werd pas echt razend toen ze weer boven water kwam als chief investment and operations officer bij Ghelamco van Paul Gheysens en ineens ook bestuurder werd bij diens Antwerp FC.

Het zijn erg discutabele beweegredenen om een club over te nemen, maar een Coucke-kenner denkt dat dit ook een voordeel kan zijn. “Coucke is een ontsnappingskoning. Die claim van Perrigo zal nooit het geblokkeerd bedrag van 248 miljoen overstijgen en dan is hij op zijn gemak. Een nijdige Coucke is op z’n best. Gheysens was hij te vlug af zoals eerder Bart Verhaeghe hem te vlug af was bij Club Brugge. Die twee zijn nog niet klaar met de revanchard Coucke.”

 

Coucke feb2018

Topschaker

Column Captains of Cycling in De Morgen van zaterdag 24 feb 2018

Captains of Cycling

Lotto-Soudal meldde in een persbericht dat Tiesj Benoot en Tim Wellens vandaag de speerpunten zijn in de Omloop Het Nieuwsblad. Bijna stond hier Gent-Gent, maar die hersenkronkel moet eruit want ze rijden dit jaar van Gent naar – met excuses aan wie daar nooit is weggeraakt – fucking Meerbeke. Hoe verzinnen ze het?

Het persbericht was een beetje gelogen want hét speerpunt, zo bleek donderdag, is Tom Boonen. Door zijn optreden werd het perspraatje van de B-speerpunten achteruitgeschoven. Boonen was dan ook het nieuws van de dag. Die gaat voor Lotto-Soudal allerlei dingen doen die hem ongetwijfeld een goeie cent opbrengen, waarvoor hij niet te veel moeite moet doen en die zijn hobby (rondjes rijden in rappe auto’s) niet dwarsboomt. Hij noemde dat laatste zijn carrière. Vreemd hoe vaak sporters woorden gebruiken die ze ergens hebben opgepikt maar waarvan ze de betekenis niet goed kennen.

Wat raar. Boonen is net gestopt na vijftien jaar Patrick Lefevere en QuickStep in allerlei vormen, heeft alleen maar varianten van blauw en wit op het schap met koerskleren liggen, en nu gaat die ineens in het rood en wit paraderen. Een beetje zoals het Club-monument Timmy Simons plots het uithangbord zou worden van Anderlecht en zijn blauw-zwart ruilt voor paars.

Boonen-Simons is geen onterechte vergelijking: beiden hebben de laatste jaren vooral uitgebold. Simons op het grasveld achter Jan Breydel, Boonen zo’n beetje overal in de wereld sinds zijn superjaar 2012. Het uitbollen van Boonen duurde wel vijf jaar en het lijkt erop dat hij Lefevere al die tijd een aardige cent heeft gekost voor weinig prestaties.

Toen bleek dat ‘Tommeke’ voortaan het liefst hele weekends met flashy auto’s wilde rijden en de fiets alleen nog maar van ver had gezien, ging het dagen bij Lefevere: hij zou zijn geld anders besteden. Van de week konden we al een voorafname op dat nieuws lezen, toen Lefevere samen met een krant per helikopter bij Boonen in de tuin landde. Dezelfde krant die Lefevere ooit in een dading een half miljoen euro schadevergoeding had toegekend voor bewezen leugens, uit schrik dat er nog meer rare dingen boven water zouden komen. Ik dacht: kan het nog gekker, kan het nog hypocrieter?

Zeker, Boonen gaat naar de vijand. Vijand, zo zal Lefevere dat zien, want de boekhouder in hem heeft een gruwelijke hekel aan de marktverstorende werking van een overheidsploeg als Lotto-Soudal. “Ik doe het omdat onze pa dan ook content is”, zei Boonen. ‘Onze pa’ werkt als vertegenwoordiger bij fietsenproducent Ridley. Alleen gaat Boonen niet mee de baan op om pakweg het nieuwe Merckx- gamma aan de man te brengen en de overstap van Boonen is ook niet aangekondigd door Ridley, maar wel door Paul De Geyter. Dat is dan weer zijn voormalige manager, die een halfjaar geleden CEO is geworden van Lotto-Soudal.

Tom Boonen wordt adviseur van de ploeg. Ik las iets over “zorgen dat ze als ploeg rijden”. O ja, dan kan hij vandaag in de bus vertellen over die keer in 2015 in Gent-toen-nog-Gent: Boonen en twee ploegmaats mee op kop met Ian Stannard en Stannard die won omdat de ploeg niet als ploeg reed.

Hij gaat ook Captains of Cycling trekken. Dat kent u vast niet. Ik wel, maar ik had er al zo lang niks meer van gehoord dat ik mijn geheugen even moest opfrissen. Het is een crowdfundingproject dat de ambitie had om een miljoen euro op te halen bij supporters, bedrijven en mensen met te veel geld en een te groot hart voor de koers. Je kon instappen voor 50, 250, 1.000 of 5.000 euro; silver, gold, platinum en diamond geheten. Vijftig is de meest interessante formule: ook afzetterij, maar je krijgt een bon voor 25 euro goodies in de fanshop.

Captains of Cycling was het zoveelste waanidee van wijlen marketingdirecteur Mark Frederix, de ultieme apparatsjik van de Nationale Loterij die daar in september met een flinke parachute is vertrokken. Hoeveel zijn Captains of Cycling heeft opgehaald, is een goed bewaard geheim, maar alvast een schijntje vergeleken bij hoe hij het had voorgesteld. Een complete sof is het en Tom Boonen moet nu Captains of Cycling redden en in het verlengde daarvan de Lotto-ploeg in het wielrennen houden, niet meer en niet minder. De Franstalige voogdijminister en alle Franstaligen bij La Loterie Nationale stellen zich al jaren de vraag of al dat marketinggeld wel naar die ene, ook nog eens exclusief Vlaamse sport moet gaan. Een behoorlijk legitieme vraag.

 

Captains of Cycling

Column over Coaches in De Morgen van maandag 19 feb 2018

“Het gevoel bij het zoveelste trainersdiscours over teamprocessen? Man, jij doet maar wat”

Volleybalcoach Dominique Baeyens heeft een boek uit over coachen. Het heet Coachen met gezond verstand en verscheen op Valentijnsdag, hopelijk is dat toeval. Gisteren signeerde hij tussen de bekerfinales van de mannen en vrouwen.

Ik ben geen coach, maar ik koel al mijn hele leven mijn pap met coaches. Eerst als speler en met een aantal coaches (die toen nog trainers heetten) heb ik veel discussies gehad. Ze werden daarna kaal, of grijs, en ik ben nog steeds geen van beide. Later als journalist. Het gevoel bij het zoveelste trainersdiscours over complexe teamprocessen? Man, jij doet maar wat en je weet in de verste verte niet of het goed uitpakt, hou op met dat gebazel. Bazelen heeft Baeyens, begiftigd met de Pajotse nuchterheid, nooit gedaan dus hij hoeft zich niet aangesproken te voelen. Toch kon ik bij het lezen van de wervende tekst voor zijn boek een glimlach niet onderdrukken.

“… Een coach moet altijd zoeken naar innovatie, hoe klein ook, alleen al om je spelers alert te houden. Een coach moet nieuwsgierig blijven. Steeds op zoek gaan naar een nieuwe aanpak, nieuwe methodes om zijn spelers, zijn team beter te maken…”

Dat geldt voor iedereen die vooruit wil. Neem nu een friturist: als plots frieten met satékruiden in zijn, moet hij mee.

“… Dominique Baeyens werkte gedurende zijn hele carrière met topteams. Zijn jarenlange ervaring leidde tot een specifieke visie op leiderschap, samenwerking en teamprocessen…”

Oké, maar Dominique Baeyens is/was een topcoach in de sjablonensport volleybal. Dat is een opeenvolging van standaardsituaties, waarbij nog meer analyse en tactiek dan psychologie komt kijken.

Maar dan: “… Zijn expertise uit de sportwereld is rechtstreeks toepasbaar op de interne werking en de teamprocessen in organisaties en bedrijven…”

Daar gaan mijn tenen van krullen. Er Is Geen Verband Tussen Topsport en de Bedrijfswereld, en zet daar maar drie uitroeptekens achterna. Het verband wordt kunstmatig opgeklopt om een bredere verkoopbasis te creëren en de bedrijfswereld gaat daar graag in mee want die schurkt graag aan tegen de topsport.

Samson en Gert versus Macbeth

Gisteren was Baeyens op de radio en werd hem gevraagd welke raad hij Anderlecht-coach Hein Vanhaezebrouck zou meegeven. Ik zag hem spotlachen, hij aarzelde even, sprak slim van niet alles te weten wat er speelt, maar zei toen toch dat hijzelf nooit spelers in het openbaar zou afvallen. Kortom, hij hield zich op de vlakte en terecht, want je kunt volleybal, een bijna wiskundig spel, niet vergelijken met voetbal, de toevalssport bij uitstek.

Daarbij is volleybal een hogere beschaving vergeleken bij de jungle voetbal. In het volleybal gaan spelers en coaches onheus met elkaar om als ze elkaar één keer kwaad aankijken. Het volleybal is Samson en Gert; het voetbal is Macbeth, in elke donkere hoek staat er één met een mes.

Neem nu onze eerste klasse, inmiddels de bananenrepubliek van het Europees voetbal. Tien ontslagen en één vrijwillige wissel (Philippe Clement), dat moet een Europees record zijn, al is het niet duidelijk hoe dat in Griekenland dit jaar precies zit. Na het ontslag van Mircea Rednic bij Moeskroen doen vijf van de zestien teams in de eerste klasse van het Belgisch voetbal het nog met hun eerste trainer: Charleroi, Antwerp, Club Brugge, Standard en Zulte Waregem.

Moedig Essevee

Charleroi en Antwerp mogen nog alles verliezen, hun trainer blijft allicht zitten na een knap seizoensbegin. Club Brugge had eerst niet te veel vertrouwen in Ivan Leko, maar die deed het prima. Uitleggen waarom het na een desastreuze start ineens wel begon te lopen, dat is hem tot nog toe niet gelukt, zoals hij ook niet weet waarom het nu al een aantal weken net iets minder gaat. Nog een paar verlieswedstrijden en in dat huisje aan de Olympialaan zal een lijstje met kandidaat-vervangers worden bovengehaald.

Als één trainer verdiende ontslagen te worden, maar dan op basis van onbehoorlijk gedrag, dan wel Ricardo Sá Pinto van Standard. Ze lieten hem zitten. Zulte Waregem is het moedigst geweest door Francky Dury aan boord te houden. Van hem wil ik nog wel eens een boek lezen of een lezing bijwonen. Al die andere trainers blijven beter weg van de computer: met gekruiste vingers tikken is lastig.

Column Nederland Schaatsland in De Morgen van zat 17 feb 2018

Nederland schaatsland

 

Katie Couric van NBC heeft zich van de week geëxcuseerd bij het Nederlandse volk voor haar ‘beledigend’ commentaar tijdens de openingsceremonie. Daar legde ze uit hoe het kwam dat de Nederlanders zo goed zijn in schaatsen. Ik vertaal het even snel door de bocht: “Nederlanders hebben veel kanalen en die werden van oudsher gebruikt om naar elkaar toe te schaatsen, maar ook om lol te maken. En daarom kunnen ze dat zo goed.”

Ik zie niet in waarom Katie zich moest excuseren. Jaren aan een stuk, en echt niet in de laatste ijstijd, moest ik geregeld in Amsterdam zijn en toen liep ik ook wel eens over een bevroren Amstel de wallen op. Niet naar de hoeren, die zaten een wal verder, maar naar onze hoofdzetel van Weekbladpers.

Nederland hééft meer water dan België, het ís er doorgaans (zeker in het noorden) enkele graden kouder en zodoende ís schaatsen daar een deel van het (verenigings)leven geworden. Wie zich in de zomer in Friesland of het noorden (voor de Belgen: dat is niet hetzelfde) verbaast over die grote vijvers met lichtpalen die je haast in elk dorp ziet, dat zijn plassen die behoren dicht te vriezen om vervolgens te kunnen schaatsen op natuurijs. Later kwamen de grote hallen, gigantische ijskasten, 7 in een land van 17 miljoen inwoners (en 19 als de half-overdekte worden meegeteld).

En zo zit schaatsen in het DNA van heel wat Nederlanders en is de schaats van een transport- een sportmiddel geworden.

Jaloerse kut-Belg

Couric had dus geen ongelijk, maar je hebt als allochtoon beter geen mening over het Nederlandse schaatsen of je wordt tot de orde geroepen. Dat overkwam mij vier jaar geleden na de Spelen van Sotsji, toen ik na het lezen van een interview met de stofjesingenieur van het Nederlandse pak durfde te poneren dat de Nederlanders een technologisch voordeel hadden.

Ik werd naar Hilversum gechauffeerd en vervolgens gegrild. “U beschuldigt Nederland van technologische doping?”, stelde de interviewer. Ik zei: “Niet van doping, maar wel van een technologisch voordeel door innovatie en als dat binnen de reglementen blijft, is daar geen probleem mee. Goed gedaan, Nederland.” Het kwaad was geschied: ik kreeg mails dat ik een jaloerse kut-Belg was.

De les? Nederlanders hebben het alleenrecht van het dubbel gevoel bij hun massale successen in het schaatsen en geen ander – al helemaal geen buitenlander – mag zich daarmee bemoeien. Voortschrijdend inzicht, onder meer na gesprekken met Bart Swings, heeft mij doen inzien dat die pakken zeker hebben geholpen, maar dat er nog wel meer aan de hand was dan een stofje dat 3 procent (aldus de uitvinder) sneller was.

Ze zullen het nooit toegeven, maar wedden dat donderdag bij de Nederlandse schaatsbond een beetje opgelucht werd gereageerd? Na zes dagen schaatsen was de 10.000 meter de eerste race waarin de gouden medaille niet naar Nederland ging. De winnaar was een Canadees, TJ Bloemen. Detail: TJ staat voor Ted-Jan en jawel, hij spreekt een aardig mondje Engels, maar nog veel beter Nederlands.

De 10 kilometer is dus gewonnen door een Nederlander, die leerde schaatsen bij Schaatsclub Gouda en sinds 2014 een ander paspoort heeft. Hij wordt getraind door een Nederlandse coach, Bart Schouten. Woensdag waren bij de vrouwen twee Japansen op twee en drie geëindigd op de 1.000 meter, achter de Nederlandse Jorien ter Mors. De bronzen medaille Miho Takagi wordt getraind door een Nederlander, ene Johan de Wit.

Gisteren ging de favoriete en Tsjechische minder hard dan verwacht, maar ook de Nederlandse schaduwfavorieten lieten het wat afweten. Geen nood, er ging een nieuw blik open en daaruit sprong een jong ding van 1,70 meter: Esmee Visser, olympisch goud in haar tweede internationale race.

Al 11 van de 21 medailles

Nederland is schaatsen en schaatsen is Nederland. En toch is de vergelijking schaatsen/ Nederland en veldrijden/Vlaanderen onzinnig. Veldrijden blijft beperkt tot twee landen, de occasionele Tsjechische uitschieter en een exoot uit een ander land.

Schaatsen dan. In Sotsji wonnen de Nederlanders 23 van de 36 medailles. Dat is belachelijk veel. Drieëntwintig landen schreven schaatsers in, ondanks de relatief scherpe kwalificatiecriteria want schaatsen wordt niet verwend inzake deelnemersaantallen. Die bestaan in het veldrijden niet. Iedere Afrikaan met een crossfiets die Valkenburg had gehaald, had zo een startbewijs gekregen voor het WK.

De kanshebbers op de schaatspodia komen uit West-Europa (Nederland, Noorwegen, Italië), Rusland, de VS, Canada, Japan, China, Zuid-Korea en Nieuw-Zeeland. Welnu, dat doet zelfs de eerste wereldsport voetbal het schaatsen niet na. Schaatsen is een van de meest universele sporten, Winter- en Zomerspelen, op het olympisch programma.

In Pyeongchang zijn we nog even zoet met medailles tellen, maar we kunnen nu al voorspellen dat Nederland die 23 medailles niet haalt. Ze hebben er nu 11 van de 21. Ik gok op achttien. Nog steeds verbazingwekkend.

In die kleine wereldsport heeft het beste kleine sportland van de planeet de wet van de remmende voorsprong aan zijn laars gelapt en profiteert het van het exponentieel voordeel. Meer atleten, meer concurrentie, meer technologie, meer geld, betere atleten, betere trainingsleer, betere technologie: de voorsprong van Nederland is inmiddels haast niet meer te overzien. Dat viel al op in Sotsji, waar de Russen de hele boel belazerden met hun geflikte dopingtests maar er in het schaatsen toch niet aan te pas kwamen.

De 1.000 meter voor vrouwen van de week was dé eyeopener. Dat is het snelste nummer van het hele langebaanschaatsen met gemiddeld 49,9 kilometer per uur bij de vrouwen en 54,2 bij de mannen. Op de 1.000 is de centrifugaalkracht het grootst en bijgevolg – zo dacht men vroeger – ben je op dat nummer gebaat bij een laag zwaartepunt en dus een kleine gestalte.

De winnares van de 1.000 meter in Pyeongchang combineert shorttrack (nog extremere centrifugaalkracht) met langebaanschaatsen. Ze heet Jorien ter Mors, ze is 1,81 meter lang en heeft lange benen. Een land dat zoiets voor mekaar krijgt, heeft zijn dominantie niet gestolen maar dubbel en dik verdiend.

 

Nederland-Schaatsland